1.5 Motivering BOPA Skriesstrjitte 7, De Westereen 09-10-2024
Tekst van het document
Vanwege het planvoornemen is daarom een AERIUS-berekening gemaakt. Deze is vernieuwd ten opzichte van de huidige afwijking van het bestemmingsplan vanwege nieuwe versies van de AERIUS-calculator. De AERIUS-berekening is opgenomen als Bijlage 5. Er wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Er treedt door de stikstofdepositie dan ook geen negatief effect op voor beschermde, stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Het onderdeel stikstofdepositie staat de uitvoerbaarheid van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing dan ook niet in de weg. Overige natuur Met de uitvoering van de plannen gaat geen NNN, Natuur buiten NNN of weidevogelleefgebied verloren, waardoor negatieve effecten hierop kunnen worden uitgesloten. 4.9.3
Conclusie
Het veldbezoek en de verspreidingsgegevens geven een voldoende beeld op de natuurwaarden in het gebied. Het is niet nodig om nader onderzoek naar beschermde soorten te doen of een ontheffing aan te vragen. Wel moet bij de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Dit betekent dat er bij voorkeur buiten het broedseizoen wordt gewerkt, dus buiten de periode half maart tot half juli.
4.10 Verkeer en parkeren 4.10.1
Toetsingskader
Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). De Omgevingswet en het Bkl stellen geen specifieke regels op dit gebied.
4.10.2
Toetsing
Verkeer Het planvoornemen voorziet in de toevoeging van 13 appartementen. Op grond van de kencijfers van het CROW valt het projectgebied onder de categorie 'Centrum'. Het projectgebied is daarnaast 'weinig stedelijk'. Daarnaast is voor de appartementen gekeken naar de categorie 'Koop, appartement, midden'. Dit
27
BOPA Skriesstrjitte 7, De Westereen
resulteert in 5,4 verkeersbewegingen per woning (motorvoertuigen per weekdaggemiddelde). Op grond hiervan zorgt het planvoornemen voor een verkeersgeneratie van 13 X 5,4 = afgerond 71 verkeersbewegingen. Bovendien betekent dit voornemen een verbetering van de verkeerssituatie ten opzichte van de centrum/maatschappelijke bestemming die hier voorheen zat. Deze functies hebben namelijk een grotere verkeersaantrekkende werking. De Skriesstrjitte is goed in staat om deze extra verkeersgeneratie op te vangen. Parkeren Voor het bepalen van de parkeerbehoefte zijn dezelfde gebiedsgerelateerde gegevens als in de voorgaande alinea gebruikt. Op grond van deze gegevens is per woning minimaal 1 parkeerplek nodig. Er worden 13 appartementen gerealiseerd. De parkeerbehoefte komt daarmee in eerste instantie uit op 13 parkeerplekken. Het aandeel van bezoekers moet echter ook in acht worden genomen. Dit bedraagt 0,3 parkeerplekken per woning. Dit komt uit op 13 X 0,3 = afgerond 4 parkeerplekken voor bezoekers. De totale behoefte komt daarmee uit op 17 parkeerplekken. Bij het planvoornemen is rekening gehouden met deze parkeerbehoefte. Op het terrein achter het woongebouw wordt een parkeerplaats met 12 parkeerplekken aangelegd. In het achterliggende gebouw worden 6 parkeerplekken gerealiseerd. Dit resulteert in een totaal van 18 extra parkeerplekken in het projectgebied.
Aan de parkeerbehoefte kan derhalve worden voldaan. 4.10.3
Conclusie
De aspecten verkeer en parkeren zorgen niet voor beperkingen die de uitvoerbaarheid van het projectvoornemen in de weg zitten.
4.11 Duurzaamheid en gezondheid 4.11.1
Toetsingskader
Te zijner tijd zullen in het omgevingsplan ten aanzien van duurzaamheid en/of gezondheid omgevingswaarden worden vastgelegd. Deze worden gebaseerd op het gemeentelijke beleid zoals opgenomen in de omgevingsvisie. Nagegaan moet worden of hieraan toepassing is gegeven. Indien dit het geval is, dient het initiatief getoetst te worden aan deze omgevingswaarden. In het omgevingsplan van de gemeente Dantumadiel zijn op dit moment nog geen omgevingswaarden vastgelegd. 4.11.2
Onderzoek
Toetsing duurzaamheid Doelen van de Omgevingswet (Ow) zijn onder meer het tegengaan van klimaatverandering, het beheer van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen en het beheer van natuurlijke hulpbronnen. Met het oog op die doelen moet het project aan het omgevingsaspect duurzaamheid worden getoetst. Aanvullend zijn in de bruidsschat regels op het gebied van energiebesparende maatregelen opgenomen. Bij dit project wordt aandacht aan energiebesparing besteed bij de realisatie van de woningen. De bebouwing voldoet aan alle BENG-eisen en is daarmee energieneutraal. Daarnaast is bij de inrichting van de openbare ruimte en de tuinen aandacht besteed aan klimaatadaptatie conform het gemeentelijke klimaatadaptatieplan. Zodoende draagt het project bij aan de klimaatbestendigheid. Toetsing gezondheid Doel van de Ow is ook het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening wordt gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Wat gezondheid betreft, kan gekeken worden naar het mogelijk maken van een gezond leefmilieu. (aanwezigheid van geur, geluid, goede riolering en waterkwantiteit en -kwaliteit).
Ook aspecten zoals biodiversiteit, natuurinclusief bouwen, het tegengaan van verspreiding van bestrijdingsmiddelen en vermesting, een schone bodem zijn relevante onderdelen van een gezond leefmilieu. Met deze ontwikkeling wordt gestreefd naar een gezonde leefomgeving. In dit hoofdstuk is ingegaan op diverse
28
BOPA Skriesstrjitte 7, De Westereen
omgevingsaspecten (geluid, milieuzonering, water, luchtkwaliteit). Bij alle aspecten blijkt dat er geen sprake is van beperkingen voor de omgeving. Hiermee wordt een gezond leefmilieu gewaarborgd. Het projectvoornemen draagt op deze manier bij aan de gezondheid.
4.11.3
Conclusie
De onderhavige ontwikkeling levert een positieve bijdrage aan de aspecten duurzaamheid en gezondheid.
4.12 M.e.r.-beoordeling 4.12.1
Toetsingskader
Onderdeel van de motivering is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit houdt in dat moet worden nagegaan of er activiteiten plaatsvinden die negatieve effecten op het milieu kunnen hebben. Op grond van bijlage V Omgevingsbesluit dient er nu in veel gevallen van ruimtelijke ontwikkeling een m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. 4.12.2
Onderzoek
In bijlage V van het Omgevingsbesluit is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is (J11). In de jurisprudentie is een lijn gezet over wat wel en niet als stedelijk ontwikkelingsproject wordt gezien. Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uit 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:729) wordt duidelijk dat een bestemmingsplan dat voorziet in de bouw van 12 rijwoningen, gelet op de aard en omvang ervan, niet wordt gezien als stedelijk ontwikkelingsproject. Belangrijk hierbij is dat er sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat de voorziene bebouwing beperkt is. Met deze BOPA worden 13 woningen binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk gemaakt. Er was echter planologisch al sprake van dit ruimtebeslag. Derhalve is het niet nodig om een verdere m.e.r-beoordeling uit te voeren. De milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling zijn in voorgaande paragrafen bovendien reeds onderzocht. Op basis hiervan mag worden aangenomen dat de toekomstige activiteiten in het plangebied geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zullen hebben. Naar alle Europese criteria voor de afweging hieromtrent is gekeken.
4.12.3
Conclusie
Het voornemen kan gezien worden als dusdanig klein qua aard en omvang dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Derhalve is een m.e.r.-beoordeling niet nodig.
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
De kosten die samenhangen met voorliggend plan zullen door de ontwikkelende partij worden gedragen. Door het verlenen van een BOPA voor de betreffende gronden is er de kans dat door belanghebbende eigenaren van gronden in de omgeving van het projectgebied bij de gemeente een verzoek tot tegemoetkoming in de planschade wordt ingediend. De mogelijke kosten die samenhangen met een planschadeverhaal worden door de aanvrager van de BOPA gedragen. Hiervoor wordt tussen de gemeente en de aanvrager een planschadeovereenkomst ondertekend. Zekerheidshalve heeft de initiatiefnemer een planologische risicoanalyse laten uitvoeren. Deze analyse geeft geen aanleiding om aan de economische uitvoerbaarheid te twijfelen. Op grond van voorgaande mag het plan economisch uitvoerbaar worden geacht.
29
BOPA Skriesstrjitte 7, De Westereen
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Participatie
In de Omgevingsregeling staat een plicht voor de aanvrager van een omgevingsvergunning om bij de aanvraag aan te geven: of de aanvrager aan participatie heeft gedaan; zo ja: hoe de aanvrager aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn. Ter aanvulling op het voorgaande kan de gemeenteraad gevallen aanwijzen waarin participatie een verplichte aanvraagvereiste is. Dit kan alleen bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor het college bevoegd gezag is. Als de aanvrager bij zo'n aangewezen geval niet of onvoldoende aan participatie heeft gedaan, kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. Voor het planvoornemen is er participatie gevoerd met omwonenden, winkeliers, dorpsbelang en de gemeente. Chronologisch heeft het volgende plaatsgevonden: Op 20 januari 2021 is het voornemen per e-mail als principeverzoek naar de wethouder en de afdeling ruimtelijke ordening gestuurd Op 28 mei 2021 is er een positief principevesluit gegeven voor de ontwikkeling van 13 appartementen van de gemeente Dantumadiel Op 20 september 2021 heeft er een vergadering plaatsgevonden met Doarpsbelang De Westereen. Hierin is voornamelijk besproken wat een gewenste invulling van het terrein aan de Skriesstrjitte is. Op het planvoornemen is zeer positief gereageerd. Op 9 juni 2022 is het plan aan omwonenden en ondernemers gepresenteerd.
De opkomst was hoog, de portefeuillehoudende wethouder was eveneens aanwezig. De reacties waren voornamelijk positief. Kritische vragen waren beantwoord door de architect. Aan het einde van de avond was er één restpunt van een aangrenzende bewoner. Die punt ging om de zichtbaarheid van zijn achtertuin vanaf het dakterras. In overleg met de omwonende is het ontwerp zodanig aangepast dat het dakterras kleiner is geworden. Zo is de achtertuin niet meer zichtbaar vanaf het dakterras. Gezien bovenstaande gebeurtenissen is er voldoende rekening gehouden met de omgeving en is er voldaan aan voldoende participatie. 5.2.2
Advies/overleg
Van de volgende overlegpartners omgevingsvergunning:
is
een reactie
ontvangen in het kader
van de
eerdere
Provincie Fryslân Stikstof (cat 3, overige provinciale belangen) Op 2 november 2022 heeft de Raad van State uitspraak in de zogenaamde ‘Porthos zaak’ uitspraak gedaan over de zogeheten bouwvrijsteliing. Het Raad van State heeft hierbij geoordeeld dat de stikstof die bij de bouw van projecten vrijkomt niet buiten beschouwing kan worden gelaten. Voor de beoordeling van dit plan is door u een AERIUS-berekening gemaakt. In deze berekening is nog uitgegaan van de bouwvrijsteliing. Ik vraag, mede op grond van de recente uitspraak, de AERIUS-berekening aan te vullen. Ik wil u erop attenderen dat binnenkort de AERIUS Calculator een actualisatie/update ondergaat. Ik adviseer u de ontwikkelingen in de stikstofdiscussie te volgen en voor de vaststelling nog een laatste update van de berekening te maken met de calculator die eind januari 2023 verschijnt. Gemeentelijke beantwoording In kader van het planvoornemen is een AERIUS-berekening naar zowel de aanleg als de gebruiksfase uitgevoerd. Uit deze berekening blijkt dat de stikstofdepositie die het project genereert geen negatief effect heeft. De geactualiseerde AERIUS-berekening is toegevoegd aan deze motivering als Bijlage 5. Natuurinclusief bouwen (cat 4, streekplan en/of goede ruimtelijke ordening) In de Omgevingsvisie De Romte Diele wordt ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe
30
BOPA Skriesstrjitte 7, De Westereen
ontwikkelingen. Dit is mogelijk door in het ontwerp rekening te houden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. Daarbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld gevelstenen met openingen die geschikt zijn voor verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen. Wellicht is hierbij ook inspiratie op te doen met de “40 punten checklist” van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging maar kan ook onze ecoloog u hierover adviseren. Ik wil u vragen om bij het ontwerp hiermee rekening te houden. Gemeentelijke beantwoording In 3.2.1 is bij de paragraaf 'Omgevingsvisie Fryslân' een tekstpassage toegevoegd waaruit blijkt dat bij de uitvoering van het plan rekening wordt gehouden met natuurinclusieve maatregelen. Brandweer Fryslân/Wetterskip Fryslân In kader van het vooroverleg heeft overleg/afstemming met Wetterskip Fryslân en Brandweer Fryslân plaatsgevonden. Zij hadden geen opmerkingen die voor de ruimtelijke onderbouwing relevant zijn, op een aanpassing van de huisnummers na. De huisnummers zijn aangepast naar de nieuwe huisnummers voor de te realiseren woningen. Overige zaken zijn in goed overleg behandeld.
Hoofdstuk 6 aan locaties 6.1
Conclusie evenwichtige toedeling van functies
Toetsingskader
Voor deze BOPA gelden de beoordelingsregels uit het Bkl. Dat betekent dat de omgevingsvergunning alleen wordt verleend als: Er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl); Als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl. Op grond van artikel 4.2 Ow moet het omgevingsplan er in ieder geval toe leiden dat voor het gehele grondgebied van de gemeente functies evenwichtig aan locaties zijn toegedeeld. Deze taak vormt een voortzetting van het criterium van een goede ruimtelijke ordening uit de Wro, maar dan in de bredere strekking van de fysieke leefomgeving. Het zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in het omgevingsplan bereikt door activiteiten onderling evenwichtig over locaties te reguleren. Evenwichtig reguleren van activiteiten, impliceert een locatiegerichte benadering waarbij de schaarse ruimte binnen de fysieke leefomgeving op een zo goed mogelijke wijze wordt verdeeld, ingericht en benut. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ('etfal') moet als resultante worden beschouwd van alle regels in het omgevingsplan.
6.2
Afweging
Met dit project wordt het mogelijk gemaakt 13 appartementen te realiseren aan de Skriesstrjitte 7 in De Westereen. Met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt afgeweken van het omgevingsplan om deze ontwikkeling mogelijk te maken. In de voorgaande hoofdstukken is getoetst aan relevant beleid en zijn verrichte onderzoeken beschreven. Daarnaast is het voornemen getoetst aan de regels van het Bkl. Op alle onderdelen wordt voldaan aan de standaardwaarden zoals opgenomen in het Bkl. Er is geen aanleiding om op onderdelen hiervan af te wijken. Met het projectvoornemen is dan ook sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.3
Conclusie
Het voornemen is, gezien een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, mogelijk.
31