CConstaterende datDantumadiel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.14 Ecologisch onderzoek

Raadsvergadering (Dantumadiel) 8 juli 2024, gemeente DantumadielBij agendapunt: RV Bestemmingsplan Damwâld - Hearewei naast 416.315 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

HEAREWEI DAMWÂLD QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Rapport 2020005V01

Mulder Ecologie Van Goghstraat 75 9718 MT Groningen www.mulder-ecologie.nl info@mulder-ecologie.nl

HEAREWEI DAMWÂLD QUICKSCAN NATUURWETGEVING

Datum

09-11-2022

Rapportkenmerk

2022026V01

Opdrachtgever

Spoelstra Omgevingsadviseur

Contactpersoon

Dhr. A.J. Spoelstra

Auteur

Mevr. S.A. Mulder

Versie

Definitief

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding................................................................................................................................................................... 3 Aanleiding ...................................................................................................................................................... 3 Plangebied ..................................................................................................................................................... 3 Planvoornemen ............................................................................................................................................. 4 Werkwijze ...................................................................................................................................................... 4

2

Resultaten en effectbepaling ................................................................................................................................. 5 Inleiding ......................................................................................................................................................... 5 Gebiedsbescherming en bescherming van houtopstanden ....................................................................... 5 2.2.1

Natura 2000 .............................................................................................................................................. 5

2.2.2

Houtopstanden ......................................................................................................................................... 6

2.2.3

Verordening Romte Fryslân ..................................................................................................................... 6 Soortenbescherming ..................................................................................................................................... 8

3

2.3.1

Amfibieën .................................................................................................................................................. 8

2.3.2

Flora ........................................................................................................................................................... 8

2.3.3

Insecten ..................................................................................................................................................... 8

2.3.4

Reptielen ................................................................................................................................................... 8

2.3.5

Vissen ........................................................................................................................................................ 9

2.3.6

Vogels ........................................................................................................................................................ 9

2.3.7

Zoogdieren ..............................................................................................................................................10

Conclusies en aanbevelingen ...............................................................................................................................11 Gebiedsbescherming en houtopstanden ...................................................................................................11 3.1.1

Natura 2000 ............................................................................................................................................11

3.1.2

Houtopstanden .......................................................................................................................................11

3.1.3

Verordening Romte Fryslân ...................................................................................................................11 Soortenbescherming ...................................................................................................................................11

3.2.1

Vogels ......................................................................................................................................................11

3.2.2

Overige soorten en zorgplicht................................................................................................................12 Vrijblijvend advies stimuleren biodiversiteit ..............................................................................................12

4

Bronnen ................................................................................................................................................................13

Bijlage I

Fotobijlage ..................................................................................................................................................14

Bijlage II

Toetsingskader ........................................................................................................................................18

1

Inleiding Aanleiding

Men is voornemens om op een perceel tussen de Hearewei 41 en 43 in Damwâld een woning te realiseren (afb. 1). Met het oog op deze plannen is een bestemmingsplanwijziging nodig. In het kader hiervan moet de haalbaarheid van het voornemen onder meer worden beoordeeld in relatie tot de natuurwetgeving. Om inzicht te verkrijgen in de aanwezigheid van beschermde natuurwaarden in (de omgeving van) het plangebied en te kunnen bepalen of het uitvoeren van het planvoornemen kan leiden tot negatieve effecten op deze waarden, is een ecologische toetsing uitgevoerd. Deze toetsing heeft in eerste instantie bestaan uit een verkennend onderzoek, een quickscan.

Afbeelding 1. Ligging van het plangebied (rode kader) aan de Hearewei in Damwâld. Inzet: regionale ligging. Bron PDOK.

Plangebied Het plangebied bestaat uit een graslandperceel aan de Hearewei tussen Damwâld en Rinsumageest in de gemeente Dantumadiel, provincie Fryslân (afb. 1). Het plangebied is kadastraal bekend als het perceel Akkerwoude, sectie M, nummer 2610. Ten noorden van het perceel bevindt zich de Hearewei, ten westen de woning aan de Hearewei 43 en ten oosten de woning aan de Hearewei 41. Aan de zuidzijde wordt het begrensd door andere graslandpercelen. Centraal op het perceel is een meidoorn aanwezig, in de noordwestelijke hoek (langs de Hearewei) bevindt zich een berk. Andere begroeiing is aanwezig langs de sloot ten (zuid)westen van het plangebied en bestaat naast lagere struiken uit enkele hogere bomen (schietwilg, zwarte els). Langs de zuidzijde wordt het perceel begrensd door (zo goed als droogvallende) sloten met een rietbegroeiing. Het plangebied is gelegen op de westelijke uitloper van het keileemplateau tussen Damwoude en Driezum, langs de noordwestelijke rand van het Drents Plateau. Op enkele kilometers naar het noordwesten bevindt zich de overgang naar de 3

kleistreek, ten zuidwesten van het plangebied ligt het (laag)veengebied van het Bûtenfjild. De bodem in het plangebied bestaat uit zandgronden (enkeerdgronden)1. De bebouwing langs de Hearewei maakte voorheen deel uit van het dorp Akkerwoude. Op de zandrug in het verlengde hiervan naar het oosten bevonden zich de dorpen Murmerwoude en Dantumerwoude. Deze dorpen zijn in 1971 samengevoegd tot het dorp Damwoude (Damwâld). Rond Damwâld en Rinsumageest ontstonden vanaf eind 17e eeuw diverse states of buitenplaatsen. In het ‘Geastmer bosk’ ten noordwesten van het plangebied bevonden zich de Eysinga state en de Melkema state. Het plangebied wordt in de huidige situatie niet verlicht, wel is buitenverlichting aanwezig op de aangrenzende erven en langs de Hearewei. Bijlage I geeft een impressie van het plangebied.

Planvoornemen De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een vrijstaande woning op het graslandperceel en inrichting van een deel van het perceel als woonerf. In het kader van de ontwikkeling worden mogelijk de in het plangebied aanwezige meidoorn en berk gekapt. De begroeiing langs de sloot ten zuiden van het plangebied blijft ongemoeid en er worden geen watergangen gedempt. De bouwwerkzaamheden worden overdag uitgevoerd en het plangebied wordt zowel tijdens de werkzaamheden als na oplevering ’s nachts niet (aanvullend) verlicht, uitgezonderd een bij een woning passend regulier gebruik van buitenverlichting. Een concrete planning voor de uitvoering van de werkzaamheden is nog niet beschikbaar; deze is afhankelijk van de doorlooptijd(en) van de procedure(s), waaronder mogelijk de uitkomsten van onderhavige toetsing.

Werkwijze Deze quickscan heeft bestaan uit een bronnenonderzoek en een eenmalig veldbezoek. Voor het verkrijgen van een actueel overzicht van de uit de omgeving van het plangebied bekende beschermde soorten is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. De NDFF is een uitgebreide natuurdatabank met daarin uitsluitend gevalideerde informatie aangaande het voorkomen en de verspreiding van Nederlandse flora en fauna. Voor deze quickscan is gebruik gemaakt van waarnemingen uit de NDFF binnen een afstand van ongeveer 5 km van het plangebied over de afgelopen 10 jaar. Het veldbezoek is onder zonnige omstandigheden uitgevoerd op donderdagochtend 7 oktober 2022, bij een temperatuur van circa 14°C en een matige wind uit het zuidwesten (4 Bft). Bij dit veldbezoek is het plangebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en/of de (mogelijke) geschiktheid van het plangebied voor deze soorten.

1 Bodemkaart op PDOK viewer: https://app.pdok.nl/viewer/

4

2

Resultaten en effectbepaling Inleiding

Het voornaamste kader waarbinnen het onderzoek is uitgevoerd, vormt de Wet natuurbescherming (hierna Wnb). Deze wet voorziet in de bescherming van gebieden (uitsluitend Natura 2000-gebieden), soorten en houtopstanden. De bescherming van andere (natuur)gebieden, waaronder het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur of EHS), loopt via het ruimtelijke ordeningsrecht en is vastgelegd in de provinciale Verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerde versie maart 2021). Via deze verordening werken de provinciale ruimtelijke belangen door in gemeentelijke bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. In bijlage II worden beide toetsingskaders kort nader toegelicht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2023 zal de Verordening Romte worden vervangen door de Omgevingsverordening. In onderstaand hoofdstuk worden de voorgenomen activiteiten getoetst aan de Wet natuurbescherming en de Verordening Romte Fryslân.

Gebiedsbescherming en bescherming van houtopstanden

2.2.1 Natura 2000 Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied (afb. 2). Het meest nabijgelegen Natura 2000gebied vormen de Groote Wielen ten noordoosten van Leeuwarden, gelegen op ruim 7,5 kilometer ten zuidwesten van het plangebied. De Waddenzee bij Holwerd is gelegen op een afstand van ongeveer 11 kilometer naar het noorden, het Lauwersmeer op ongeveer 13 kilometer naar het noordoosten en de Alde Feanen bij Earnewâld op ongeveer 15 km naar het zuiden. Uitgangspunt ten aanzien van de bescherming van Natura 2000-gebieden is dat een activiteit of ruimtelijke ontwikkeling niet mag leiden tot negatieve effecten op de voor deze gebieden geformuleerde instandhoudingsdoelen. Deze negatieve effecten kunnen bijvoorbeeld het gevolg zijn van de depositie van stikstof samenhangend met de voorgenomen activiteiten en/of andere storingsfactoren, waaronder bijvoorbeeld de uitstraling van licht en geluid (zowel tijdens uitvoering van werkzaamheden als in de nieuwe situatie). Veel Nederlandse Natura 2000-gebieden hebben te maken met een stikstofoverschot. In 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden en is door middel van het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (BSN) de Wnb aangepast. In dit besluit is voor de bouw een partiële vrijstelling van een vergunning voor stikstofdepositie opgenomen, die per 1 juli 2021 van kracht is.

Deze vrijstelling geldt voor de sloop en bouw van woningen, utiliteitsgebouwen en andere bouwwerken, maar ook voor aanlegactiviteiten en grond-, weg- en waterbouw. Ook is deze van toepassing op met deze werkzaamheden samenhangende vervoersbewegingen. De vrijstelling geldt voor de sloop-, bouw- en aanlegfase, maar is niet van toepassing op structurele stikstofemissies als gevolg van een (veranderende) gebruiksfase of voor het delven van grondstoffen en de productie van bouwmaterialen. Op 2 november 2022 is deze bouwvrijstelling door de Raad van State ongegrond verklaard2. Dit betekent dat voor ieder project weer bekeken moet worden of er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden voor stikstofdepositie. De voorgenomen ontwikkeling betreft de bouw van een kleine vrijstaande woning op een onbebouwde locatie. Er is geen sprake van sloop van bestaande bebouwing. De woning wordt naar hedendaagse maatstaven gasloos gerealiseerd. Van een structurele en significante toename van stikstofemissie vanwege een veranderende gebruiksfase is geen sprake. Ook valt de realisatie van de woning naar verwachting binnen de vastgestelde

2 https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/11/02/raad-van-state-bouwvrijstelling-mag-niet-gebruikt-

worden#:~:text=De%20Raad%20van%20State%20heeft,ontstaat%20geen%20vergunning%20nodig%20is.

5

grenswaarden voor stikstofdepositie. Een aanvullende toetsing in het kader van stikstofdepositie (AERIUSberekening) is hierom niet nodig. Negatieve effecten van andere storingsfactoren op (habitat van) soorten en/of habitattypen van in de omgeving van het plangebied aanwezig Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten, gezien de genoemde afstanden tot deze gebieden.

Afbeelding 2. Ligging van het plangebied (rode kader) ten opzichte van Natura 2000-gebieden in paars en gebieden van het NNN (lichtblauw). Bron: PDOK.

2.2.2 Houtopstanden In het kader van de voorgenomen ontwikkeling worden mogelijk twee op het perceel aanwezige bomen gekapt (zie §1.2). In de Wnb worden alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer óf rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat tot de beschermde houtopstanden gerekend. Het (eventueel) vellen van twee individuele bomen valt hiermee buiten de bepalingen van de Wnb. Het onderdeel houtopstanden van de Wnb is niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling. Hiernaast staan de bomen niet op de lijst met markante bomen van de gemeente Dantumadiel 3. De gemeente Dantumadiel adviseert desondanks om voor het kappen/rooien van bomen contact op te nemen om te bepalen of de werkzaamheden vergunningsvrij of meldings- of vergunningsplichtig zijn. In ieder geval moet bij de kap van bomen rekening worden gehouden met het vogelbroedseizoen.

2.2.3 Verordening Romte Fryslân Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, afb. 2). Conform de provinciale verordening zijn ontwikkelingen buiten het NNN toegestaan, mits deze geen significante negatieve effecten op het NNN tot gevolg hebben (het ‘ja, mits’ principe). Deze negatieve effecten kunnen, gezien de grote afstand tussen het plangebied en gebieden die deel uitmaken van het NNN, op voorhand uitgesloten worden. 3 https://www.dantumadiel.frl/boom-kappen

6

Wel ligt het plangebied langs de grens van (en hiermee net binnen) het door de provincie Fryslân aangewezen weidevogelkansgebied (afb. 3). De provincie streeft naar het ombuigen van de neerwaartse spiraal van veel weidevogelsoorten in een opwaartse trend, met als inzet groei van de weidevogelpopulaties (Nota weidevogels 2021-2030). Hiertoe heeft zij de bescherming van weidevogelkansgebieden opgenomen in de provinciale verordening. Met betrekking tot weidevogel(kans)gebieden stuurt de provincie via de verordening op handhaving van voldoende openheid en rust in voor weidevogels geschikte gebieden.

Afbeelding 3. Ligging van het plangebied (rode kader) ten opzichte van in de provinciale omgevingsverordening beschermde natuurgebieden. Bron: Natuur overzichtskaart provincie Fryslân (https://fryslan.maps.arcgis.com/home/index.html).

Negatieve effecten van de voorgenomen ontwikkeling op belangrijke waarden voor weidevogels zijn uitgesloten. De ontwikkeling vindt plaats op een graslandperceel langs een drukke verkeersweg met aanpalend fietspad. Aan weerszijden van het perceel bevinden zich, op een afstand van minder dan 30 meter, woningen. Gezien de bekende gevoeligheid van weidevogels voor verstoring door wegen, opgaande beplantingen, gebouwen en verlichting, die in de literatuur uitgebreid beschreven wordt (zie hiervoor o.a. Oosterveld et al., 2014), mag redelijkerwijs worden aangenomen dat het perceel geen noemenswaardige betekenis heeft voor, dan wel kansen biedt aan, weidevogels. Hoewel een enkel broedgeval van een wat minder verstoringsgevoelige soort als scholekster niet volledig kan worden uitgesloten (zie §2.3.6), kan worden gesteld dat er geen sprake is van een aantasting van belangrijke waarden voor weidevogels, zijnde een verlies aan weidevogelbroedparen en/of geschikt weidevogelareaal, ten gevolge van de uitvoer van het planvoornemen4. Ook zal de inpassing van een kleine vrijstaande woning tussen de reeds dichte lintbebouwing langs de Hearewei niet leiden tot een significante toename van verstoring van het weidevogelgebied meer naar het (zuid)westen. Vervolgstappen in het kader van de Verordening Romte Fryslân zijn niet aan de orde.

4 Voor wat betreft de aanwezigheid van natuurwaarden anders dan weidevogels wordt verwezen naar §2.3 van onderhavige rapportage, die

ingaat op de soortenbescherming van de Wnb.

7

Soortenbescherming

2.3.1 Amfibieën Van de Europees beschermde soorten amfibieën (zie bijlage II) ligt het plangebied alleen binnen het bekende verspreidingsgebied van heikikker. De heikikker is een soort van vochtige habitats. Het voortplantingswater van heikikker is ondiep, zonbeschenen, voedselarm en vaak relatief zuur. Buiten de voortplantingsperiode bestaat de zomerbiotoop van de soort uit vochtige, wat ruiger begroeide locaties. Bekende voortplantingslocaties van de soort bevinden zich op enige afstand (circa 1,5 kilometer) van het plangebied in het Bûtenfjild. De sloten langs de zuidzijde van het plangebied zijn ongeschikt als voortplantingswater voor heikikker. Het perceel zelf betreft een droog, regelmatig gemaaid graslandperceel zonder ruige begroeiing dat ongeschikt is als zomerbiotoop. Heikikker mijdt daarbij intensief gebruikt agrarisch gebied, infrastructuur en bebouwing 5. De aanwezigheid van heikikker in en rondom het plangebied is op grond van bovenstaande uitgesloten. Wel kunnen in en rondom het plangebied algemene, nationaal beschermde soorten amfibieën aanwezig zijn. Voor deze soorten (bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker), geldt een provinciale vrijstelling van de ontheffingsplicht in het kader van ruimtelijke ordening.

Dit houdt in dat een aanvullend onderzoek naar deze soorten en het (eventueel) aanvragen van een ontheffing Wnb soortenbescherming niet aan de orde is, zelfs niet in het geval de soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen het plangebied. Wel geldt voor deze soorten, ondanks de vrijstelling, onverminderd de zorgplicht (bijlage II).

2.3.2 Flora Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen, noch de geschikte randvoorwaarden hiervoor. Wettelijk beschermde soorten, die in de regel kritische eisen stellen aan hun standplaatsen, worden op een regulier agrarisch graslandperceel niet verwacht. Ook zijn deze uit de omgeving van het plangebied niet bekend. Negatieve effecten op beschermde flora zijn uitgesloten. 2.3.3 Insecten Van enkele uit de omgeving van het plangebied bekende beschermde soorten insecten is de aanwezigheid in het plangebied uitgesloten. De watergangen ten zuiden van het plangebied zijn ongeschikt als groeiplaats van krabbenscheer, de waardplant voor groene glazenmaker. Deze soort is uit enkele watergangen in het Bûtenfjild wel bekend. Daarbij vinden ter plaatse van deze watergangen geen werkzaamheden plaats (§1.3). De grote vos is een zeldzame dagvlindersoort, die bekendstaat als een zwerver. In de afgelopen jaren duikt de soort steeds vaker op. Ook in de omgeving van het plangebied zijn enkele waarnemingen van de soort gedaan. Op dit moment wordt er echter vanuit gegaan dat deze waarnemingen samenhangen met influx onder invloed van individuele migrerende dieren, er lijkt nog geen sprake van de aanwezigheid van duurzame populaties van de soort met lokale voortplanting6.

De grote weerschijnvlinder komt voor in oudere, vochtige loofbossen en wilgenbroekbossen waarin altijd enkele grotere, markante bomen staan. Geschikt leefgebied voor deze en andere beschermde soorten insecten ontbreekt in en rondom het plangebied. Negatieve effecten hierop zijn uitgesloten. 2.3.4 Reptielen Het plangebied ligt buiten het huidige verspreidingsgebied van de in Nederland voorkomende (beschermde) soorten reptielen. De aanwezigheid van beschermde soorten reptielen is uitgesloten.

5

Het voortplantingswater en de landhabitat (zomer- en overwinteringsbiotoop) van heikikker bevinden zich vaak dicht bij elkaar, veelal op minder dan 300 meter afstand, op grotere afstand (tot 1200 meter) als dit vanwege het type landschap nodig is (Kennisdocument BIJ12). Dat is in het geval van de omgeving van het plangebied niet aan de orde. 6 Bron: https://assets.vlinderstichting.nl/docs/e8b16c44-757a-48a1-b3c6-d413824f3f40.pdf.

8

2.3.5 Vissen Er vinden geen werkzaamheden plaats aan of nabij de watergangen ten zuiden van het perceel (§1.3). Effecten op eventueel hierin aanwezige beschermde soorten vissen en andere van water afhankelijke soort(groep)en (waaronder kreeftachtigen, waterplanten, weekdieren en diverse soorten insecten, waaronder bijvoorbeeld waterroofkevers) zijn niet aan de orde.

2.3.6

Vogels

Vogels met jaarrond beschermde nesten De aanwezigheid van nesten met een (potentieel) jaarrond beschermde status binnen het plangebied is uitgesloten. Bebouwing ontbreekt en in de aanwezige bomen (meidoorn, berk) zijn geen boomnesten met een mogelijk jaarrond beschermde status vastgesteld. Ook indirecte effecten op nesten van vogels met een jaarrond beschermde status kunnen leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb. Met het oog hierop zijn ook de bomen en bebouwing rondom het plangebied gecontroleerd op (potenties voor) jaarrond beschermde nesten. De bomen langs de sloten ten zuiden van het plangebied verloren ten tijde van het veldbezoek al blad en konden hierdoor volledig gecontroleerd worden op de aanwezigheid van boomnesten met een potentieel jaarrond beschermde status. Deze zijn niet vastgesteld. Negatieve effecten op jaarrond beschermde boomnesten in de omgeving van het plangebied zijn uitgesloten. Ook effecten van aan bebouwing of andere bouwwerken7 gebonden soorten zijn niet aan de orde. Gierzwaluw is een koloniebroeder van woonkernen van enige omvang. Ze ontbreken (nagenoeg) in verspreide lintbebouwing of gehuchten8.

Daarbij zijn de aangrenzende woningen aan de Hearewei 41 en 43 ongeschikt voor nestlocaties van de soort, vanwege de aanwezigheid van een (recent) dak met goed aansluitende dakpannen en een volledig afgesloten nok, waarin geschikte invliegopeningen ontbreken. Of de ruimtes van beide woningen geschikt zijn voor verblijfplaatsen van huismus, dan wel hier vogelschroot toegepast is om de aanwezigheid van de soort te voorkomen, is niet bekend. Het is niet op voorhand uit te sluiten dat huismus in de aangrenzende woningen broedt. Huismus is echter een soort die bij uitstek gebruikmaakt van bebouwing en ten gevolge hiervan beperkt gevoelig is voor verstoring door mensen. In de regel keren broedende vogels spoedig terug naar hun zangpost, rustplek of nest, zodra de verstoringsbron weg is. Gezien het toekomstig gebruik van de locatie als woning mag worden aangenomen dat verstoring tijdens de gebruiksfase beperkt en van tijdelijke aard is. Op voorwaarde dat de realisatie van de woning buiten het broedseizoen van huismus wordt uitgevoerd, kunnen (blijvend) negatieve effecten op eventuele broedgevallen in de aangrenzende woningen aan de Hearewei worden uitgesloten. Een aanvullend onderzoek naar de soort is in dat geval niet nodig. Overige broedvogels Ter plaatse van de te realiseren woning en directe omgeving kunnen wel enkele, niet jaarrond beschermde, vogelsoorten tot broeden komen.

Het graslandperceel zelf is beperkt geschikt als broedlocatie voor bijvoorbeeld scholekster. De bomen en overige vegetatie in en rondom het plangebied bieden broedgelegenheid aan (zang)vogelsoorten als merel, heggenmus, roodborst, winterkoning en zanglijster. Nesten van alle in Nederland in het wild levende vogels zijn wettelijk beschermd gedurende het broedseizoen. Het vernietigen en/of verstoren van vogelnesten gedurende het broedseizoen betreft een overtreding van de Wet natuurbescherming. Het optreden van negatieve effecten op deze broedvogels kan eenvoudig worden voorkomen door de voorgenomen werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen. In de wet wordt geen vaste periode voor het broedseizoen

7 Hieronder vallen naast woningen (gierzwaluw, huismus) en schuren/boerderijen (kerkuil, steenuil) bijvoorbeeld ook andere bouwwerken die

door vogels met jaarrond beschermde nesten worden gebruikt, waaronder hoogspanningsmasten (boomvalk), hoge gebouwen (slechtvalk) en paalnesten (ooievaar). 8 https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-006-Kennisdocument-Gierzwaluw-1.0.pdf. Wel zijn broedgevallen van de soort bekend uit de nabijgelegen dorpskernen van Rinsumageest en Damwâld.

9

gedefinieerd. In de praktijk wordt hiervoor globaal de periode 1 maart tot 1 augustus aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van de werkzaamheden.

2.3.7

Zoogdieren

Vleermuizen Alle in Nederland levende vleermuizen genieten bescherming. Niet alleen de dieren zelf zijn beschermd, maar ook hun vaste rust- en voortplantingslocaties en de onderdelen die deel uitmaken van hun functionele leefomgeving, waaronder jachtgebieden en vaste vliegroutes tussen de verblijven en de jachtgebieden. In het zomerseizoen bevinden verblijfplaatsen van vleermuizen zich overwegend in bebouwing (veelal in spouwmuren en ruimtes onder daken) en ruimtes in bomen. In de winter komen daar koele en vochtige locaties zoals forten, (mergel)groeves, kelders en bunkers bij. Afhankelijk van de tijd van het jaar en de functie worden zomer-, kraam, paar- en winterverblijfplaatsen onderscheiden. De bomen binnen en direct rondom het plangebied zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van (potentiële) verblijfplaatsen van vleermuizen. Deze zijn niet vastgesteld. De bomen zijn hiervoor te jong en /of bevatten geen geschikte holten, scheuren en/of losse schors welke door bomen bewonende vleermuissoorten als gewone grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis kunnen worden gebruikt als verblijfplaats. Wel kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in de aan het plangebied grenzende woningen.

Het optreden van negatieve effecten op deze verblijfplaatsen is uitgesloten: de bouwwerkzaamheden worden overdag uitgevoerd en deze locaties worden in het kader hiervan niet aangelicht. Vleermuizen maken tussen hun verblijfplaatsen en hun jacht- of foerageergebied gebruik van vaste vliegroutes, overwegend lijnvormige landschapselementen als bijvoorbeeld lanen, boomsingels en (beschutte) waterpartijen. Deze zijn in en rondom het plangebied niet aanwezig. Van een aantasting van essentieel leefgebied van vleermuizen is eveneens geen sprake, een aanvullend onderzoek van de functie(s) van het plangebied voor vleermuizen is niet noodzakelijk. Overige soorten Gezien de in het plangebied aanwezige biotoop (§1.3) worden uitsluitend nationaal beschermde soorten zoogdieren met een provinciale vrijstelling van de ontheffingsplicht verwacht (zie bijlage II)9. Ondanks de provinciale vrijstelling voor alle bovengenoemde zoogdieren geldt voor alle genoemde soorten wel onverminderd de zorgplicht. Van de zwaarder beschermde soorten zoogdieren boommarter, damhert en otter zijn weliswaar waarnemingen bekend uit de omgeving van het plangebied, maar vormen het plangebied en directe omgeving geen geschikt leefgebied. Boomholten van enige omvang, grondholen, hoger opgaande begroeiing en/of bosschages ontbreken in of langs het plangebied, waarmee het plangebied ongeschikt is voor genoemde soorten.

9 Voor de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel geldt op dit moment in de provincie Fryslân nog een vrijstelling in het kader van

ruimtelijke ontwikkelingen, maar deze komt met de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening in 2023 te vervallen. Overigens worden gezien de aard van het plangebied (agrarisch graslandperceel) en het ontbreken van locaties met voldoende dekking, verblijfplaatsen van deze soorten binnen het plangebied niet verwacht. Ook voor steenmarter ontbreken geschikte verblijfplaatsen in de vorm van ruimtes in gebouwen (kruipruimtes, zolders of ruimtes onder het dak) en boomholten, holen van grotere zoogdiersoorten of ruimtes onder boomwortels of takkenbossen. Voor deze soort geldt in Fryslân bovendien, ook na inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet, een vrijstelling van de ontheffingsplicht.

10

3

Conclusies en aanbevelingen Gebiedsbescherming en houtopstanden

3.1.1 Natura 2000 Op 2 november 2022 is de bouwvrijstelling van het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (BSN) door de Raad van State ongegrond verklaard. Gezien de afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebieden, de beperkte duur en omvang van de werkzaamheden en het feit dat de woning conform hedendaagse richtlijnen gasloos gerealiseerd wordt, worden de grenswaarden ten aanzien van stikstofdepositie naar verwachting niet overschreden en is een aanvullend onderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening niet aan de orde. Ook andere effecten op de in de omgeving van het plangebied gelegen Natura 2000-gebieden worden op grond van de afstand tot deze gebieden en de en de beperkte duur, omvang en uitstraling van de voorgenomen activiteiten uitgesloten.

3.1.2 Houtopstanden In het kader van de voorgenomen ontwikkeling worden mogelijk twee op het perceel aanwezige bomen gekapt. In de Wnb worden alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen tot beschermde houtopstanden gerekend. Het (eventueel) vellen van twee individuele bomen valt hiermee buiten de bepalingen van de Wnb. Wel is het raadzaam om in het geval van kap van bomen contact op te nemen met de gemeente Dantumadiel betreffende een eventueel benodigde omgevingsvergunning (voorheen kapvergunning). In ieder geval moet bij de kap van bomen rekening worden gehouden met het vogelbroedseizoen (§3.2.1).

3.1.3 Verordening Romte Fryslân Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Negatieve effecten, zowel tijdelijk als permanent, op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN in de omgeving worden uitgesloten op grond van de afstand tot deze gebieden en de beperkte omvang en uitstraling van de voorgenomen activiteiten. Ook effecten op weidevogelkansgebied in en rondom het plangebied zijn uitgesloten, omdat de woning wordt ingepast in een dichte lintbebouwing langs een drukke doorgaande weg met fietspad. Vervolgstappen in het kader van de provinciale omgevingsverordening zijn niet aan de orde.

Soortenbescherming

3.2.1 Vogels Het plangebied en directe omgeving is geschikt als broedgebied voor enkele algemene (zang)vogelsoorten. Het vernietigen en/of verstoren van vogelnesten gedurende het broedseizoen betreft een overtreding van de Wnb, waarvoor geen ontheffing kan worden verkregen. Een overtreding van de Wnb ten aanzien van vogels kan in het geval van het planvoornemen worden voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In de wet wordt geen vaste periode voor het broedseizoen gedefinieerd, maar in de praktijk wordt hiervoor globaal de periode 1 maart tot 1 augustus aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van de werkzaamheden. dan wel direct voorafgaand aan de uitvoer van de werkzaamheden door een ter zake kundige worden gecontroleerd op de aanwezigheid van broedvogels.

11

3.2.2 Overige soorten en zorgplicht Het optreden van negatieve effecten op beschermde soorten van andere soortgroepen is uitgesloten. Wel geldt voor alle soorten, in het bijzonder de in het plangebied te verwachten soorten amfibieën en zoogdieren met een provinciale vrijstelling, te allen tijde de algemene zorgplicht. Deze schrijft voor dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen.

Vrijblijvend advies stimuleren biodiversiteit De biodiversiteit staat wereldwijd sterk onder druk, zeker in het sterk verstedelijkte en intensief agrarisch gebruikte Nederland. Oorzaken voor dit biodiversiteitsverlies vormen onder meer het verlies en versnippering van leefgebied door bijvoorbeeld verstedelijking en de aanleg van wegen en andere infrastructuur, een steeds verdere intensivering van de landbouw, verzuring en vermesting van grond door een overvloedige stikstofdepositie en klimaatverandering (verdroging). In de bebouwde omgeving maken oude(re) woningen en andere (bedrijfs)panden door sloop en renovatie bovendien steeds vaker ruimte voor goed geïsoleerde nieuwbouw zonder geschikte plekken voor verblijfplaatsen van bijvoorbeeld vogels en vleermuizen. Vanuit dit oogpunt bezien, maar óók omdat een groene leefomgeving een aantoonbaar positieve bijdrage levert aan het welzijn en de gezondheid van de mensen die erin wonen en werken, is het van groot belang om waar mogelijk biodiversiteit in (duurzaamheids)plannen en projecten mee te nemen. Bij dit zogenaamde natuurinclusief bouwen worden bij de (her)inrichting van een gebied waar mogelijk maatregelen meegenomen die bijdragen aan een meer groene en biodiverse leefomgeving. Ook bij de bouw van de woning aan de Hearewei kan met kleine maatregelen al een plus gerealiseerd worden ten aanzien van de biodiversiteit.

Voorbeelden van maatregelen voor meer biodiversiteit rondom huis zijn het aanbieden van zoveel en gevarieerd mogelijk groen, bijvoorbeeld door het aanplanten van bloeiende bloemen, heesters en/of bomen op het erf, het laten begroeien van (een deel van) de gevel van de woning. Daarnaast kan de woning geschikt worden gemaakt voor vogels en/of vleermuizen door inbouw- of opbouwkasten aan te bieden, dan wel het toepassen van een voor vleermuizen geschikte en toegankelijke spouwmuurconstructie. Ook kunnen voorzieningen voor insecten worden gemaakt. Hiertoe bestaan talloze mogelijkheden, waaronder bijenbakstenen, bijenhotels, vlinderkasten of (van grotere omvang) een insectenmuur. Zeker indien gecombineerd met een boomen bloemrijke omgeving kan een (over)hoek van het plangebied dat met het oog hierop ingericht van groot belang zijn voor de lokale biodiversiteit. Op internet is een grote hoeveelheid informatie over natuurinclusief bouwen beschikbaar. In hoofdstuk 4 worden enkele websites met praktische voorbeelden aangedragen.

12

4

Bronnen

Gebiedendatabase Natura 2000-gebieden: https://www.natura2000.nl/gebieden/friesland Kennisdocumenten Soorten 12: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingen-wetnatuurbescherming/ Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) uitvoerportaal, geraadpleegd op 7 november 2022: https://ndffecogrid.nl/ Natuurbeheerplan Fryslân 2022: https://www.fryslan.frl/natuurbeheerplan2022 Natuurinclusief bouwen:   

https://www.checklistgroenbouwen.nl/maatregelen/ https://bouwnatuurinclusief.nl/gemeente https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/technieken-beheer-eninnovatie/natuurinclusief-bouwen

Natuur overzichtskaart provincie Fryslân: https://fryslan.maps.arcgis.com/home/index.html Nota weidevogels 2021-2030 Provincie Fryslân: https://www.fryslan.frl/_flysystem/media/nota-weidevogels.pdf Oosterveld, E.B., L.W. Bruinzeel & E. Wymenga, 2014. Ecologie van weidevogels: Kennisbundeling voor bescherming en beheer. A&W-rapport 1831, Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden. Planologische Ecologische Hoofdstructuur/Natuurnetwerk Nederland provincie Fryslân: https://www.fryslan.frl/planologische-ecologische-hoofdstructuur-kaart-planologische-ehs/ Verordening Romte Fryslân 2014, geconsolideerde versie maart 2021: https://www.fryslan.frl/_flysystem/media/geconsolideerde-versie-verordening-romte-fryslan-2014-versiemaart-2021.pdf Verspreiding van soorten: www.verspreidingsatlas.nl Vleermuisprotocol 2021: https://www.netwerkgroenebureaus.nl/downloads/category/20?download=812 Wettekst Wet natuurbescherming: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01

13

Bijlage I

Fotobijlage

Perceel plangebied met centraal hierop meidoorn en op de achtergrond berk voor woning Hearewei 43. Foto richting westen.

Wilg en zwarte els langs watergang ten zuiden van het perceel. Foto richting zuiden.

Doorgaande weg met fietspad langs plangebied en woning Hearewei 43. Plangebied links. Foto richting westen.

Woning Hearewei 41 met daarvoor plangebied (rechts). Foto richting oosten.

Entree ‘Geastmer bosk’ ter hoogte van Hearewei 43 (links) en elzensingel ten noorden van plangebied. Foto richting noorden.

Impressie agrarisch gebied Finnewei in de richting van het plangebied (rechts van schuur). Foto richting noorden.

Bijlage II Toetsingskader

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming voorziet uitsluitend in de bescherming van Natura 2000-gebieden. Natura 2000 vormt een Europees netwerk van belangrijke natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Vanuit de Europese Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992) zijn Natura 2000-gebieden aangewezen. In Nederland betreft dit ruim 160 gebieden op land en in zee. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd ten aanzien van de soorten en/of habitattypen waarvoor ze zijn aangewezen. Uitgangspunt ten aanzien van deze gebieden is dat een activiteit of ruimtelijke ontwikkeling niet mag leiden tot negatieve effecten op deze instandhoudingsdoelen.

Soortbescherming Met betrekking tot de bescherming van soorten flora en fauna worden in de Wet natuurbescherming de volgende drie categorieën onderscheiden:   

Soorten van de Vogelrichtlijn (§3.1 Wet natuurbescherming); Soorten van de Habitatrichtlijn en enkele bijlagen uit het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn (§3.2 Wet natuurbescherming); Nationaal beschermde soorten (§3.3 Wet natuurbescherming).

Voor een overzicht van de verbodsbepalingen voor de soorten vallend onder bovengenoemde categorieën wordt verwezen naar tabel 1. De verbodsbepalingen van bescherming van de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, de derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming op 1 januari 2017 is de wettelijke bevoegdheid in veel gevallen gedecentraliseerd van het Rijk naar de provincies. Vanuit deze positie hebben de provincies de bevoegdheid om voor soorten uit de derde categorie (nationaal beschermde soorten) onder voorwaarden een vrijstelling van ontheffingsplicht te verlenen. Voor de provincie Fryslân worden deze soorten, alsmede de aan de vrijstelling gestelde voorwaarden, benoemd in de provinciale Verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerde versie maart 2021)10. In gevallen waarbij sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen in tabel 1 en geen sprake is van een vrijstelling, dient een ontheffing te worden aangevraagd bij de provincie.

10

Onder voorwaarden - waaronder activiteiten in het kader van ruimtelijke ordening - zijn de volgende soorten zoogdieren vrijgesteld: aardmuis, bosmuis, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Daarnaast betreft het de volgende soorten amfibieën: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en middelste groene kikker/bastaardkikker. De vrijstelling van de kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) komt met de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening in 2023 te vervallen.

Doden en vangen

Voortplantingsrustplaatsen

en

Rapen eieren

§ 3.1. Vogelrichtlijn

§ 3.2. Habitatrichtlijn

§ 3.3. Andere soorten

Artikel 3.1 lid 1

Artikel 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Het is verboden opzettelijk in het wild levende vogels te doden of te vangen.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Het is verboden in het wild levende dieren opzettelijk te doden of te vangen.

Artikel 3.1 lid 2

Artikel 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Artikel 3.1 lid 3

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Het is verboden eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben.

Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Artikel 3.5 lid 2

N.v.t.

Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

N.v.t.

Artikel 3.5 lid 5

Art 3.10 lid 1c

Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Het is verboden vaatplanten opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Artikel 3.1 lid 4 en 5 Verstoring

Vernielen of verwijderen planten

Het is verboden vogels opzettelijk te storen (lid 4), tenzij aangetoond kan worden dat de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort (lid 5). -

Artikel 3.5 lid 3

Tabel 1. Verbodsbepalingen met betrekking tot soortbescherming Wet natuurbescherming. De bescherming van vogelnesten verdient een speciale vermelding. In de Wet natuurbescherming genieten vogelnesten in principe alleen bescherming in de periode dat ze in gebruik zijn. De ecologische functionaliteit van de nesten moet hierbij gewaarborgd zijn. Buiten deze periode vallen de nesten niet onder de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Om aan een aantal vogelsoorten die daarvoor speciaal gevoelig zijn benodigde extra bescherming te bieden is vanuit de provincies een overzicht opgesteld van vogelsoorten waarvan nesten en de directe ‘functionele’ omgeving van de nestplaats jaarrond bescherming genieten. Deze lijst en bijbehorende beschermingsstatus is als zodanig dus niet opgenomen in de Wet

natuurbescherming, maar betreft een bovenwettelijke provinciale ‘beleidsregel’. Binnen de lijst met jaarrond beschermde nesten wordt onderscheid gemaakt in vijf categorieën. Van soorten uit categorie 1 tot en met 4 zijn de nesten jaarrond beschermd, van vogelsoorten uit categorie 5 hebben de nesten uitsluitend een jaarrond beschermde status indien er sprake is van ‘zwaarwegende ecologische redenen’. Dit laatste is zelden het geval 11. Bescherming van houtopstanden Hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van houtopstanden (voorheen geregeld via de Boswet). Uitgangspunt van de bescherming van houtopstanden in de Wet natuurbescherming vormt het behoud van het in Nederland aanwezige areaal bos. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. In het geval van het vellen van houtopstanden die vallen buiten de bepalingen van §4.1 van de Wet natuurbescherming (hieronder vallen onder meer houtopstanden binnen de bebouwde kom, op erven, opstanden van populieren of wilgen langs wegen of waterwegen) geldt een meldingsplicht bij de provincie en mogelijk hieruit voortvloeiend een kapverbod dan wel herplantplicht. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een algemene zorgplicht opgenomen (§1.3 artikel 1.11).

In de wettekst wordt met betrekking tot deze zorgplicht het volgende gesteld:

Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

Bovengenoemde zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel - indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd - de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen of - voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen - deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

De zorgplicht houdt met andere woorden in dat planten en dieren niet onnodig vernield dan wel gedood of verstoord mogen worden en dat de uitvoerder doet wat redelijkerwijs mogelijk is om schade aan wilde planten en dieren zoveel mogelijk te voorkomen. De zorgplicht geldt voor iedere soort en individu in Nederland.

Verordening Romte Fryslân De provinciale Verordening Romte Fryslân 2014 is opgesteld om ervoor te zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. In de verordening staan regels over de thema’s bundeling, ruimtelijke kwaliteit, wonen, werken, recreatie en toerisme, landbouw, natuur, kustverdediging en duurzame energie. In maart 2021 is een geconsolideerde versie van de verordening

11

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten vallend onder categorie 1 tot en met 4 in Fryslân zijn: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. De provincie Fryslân hanteert met het ingaan van de nieuwe Omgevingswet in 2023 een aangepaste lijst van vogels met jaarrond beschermde nesten.

vastgesteld. Hierin is onder meer de bescherming van gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland en andere (natuur)gebieden geregeld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk kan beschouwd worden als de ruggengraat van de Nederlandse natuur en moet natuurgebieden beter met elkaar verbinden om te voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en natuurgebieden hun waarde verliezen. Naast de Natura 2000-gebieden bevat het Natuurnetwerk Nederland ook overige leefgebieden van soorten en (agrarische) gebieden die een verbinding vormen tussen natuurgebieden. Het beleid ten aanzien van de bescherming van NNN-gebieden kent een ‘nee, tenzij’- principe. Dit houdt samengevat in dat er geen nieuwe ontwikkelingen zijn toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. De Verordening Romte Fryslân zal met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2023 worden vervangen door de Omgevingsverordening 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=gemeentedantumadiel&id=e3cd5af4-9bde-4a0f-b199-73fe44fa782c