CConstaterende datDantumadiel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.1 RV Delegatiebesluit Omgevingswet DEF

Raadsvergadering (Dantumadiel) 2 juli 2024, gemeente DantumadielBij agendapunt: Eerste wijziging delegatiebesluit Omgevingswet4.362 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Voorstel aan de raad van de gemeente Dantumadiel Jaartal + zaaknummer

: 2024 / 2024-005936

Raadsvergadering d.d.

: 2 juli 2024

Portefeuillehouder

: G. Wiersma

Programma

: (5) Wenjen en Omjouwing

Programmaonderdeel

: Ruimtelijke kwaliteit, RO en bouwen

Naam opsteller

: M. Ras (E-mail: m.ras@dantumadiel.frl)

Onderwerp

: Eerste wijziging delegatiebesluit Omgevingswet

Begrotingswijziging

: Nee

Voorgesteld raadsbesluit De raad wordt voorgesteld het volgende besluit te nemen: 1. Bijgevoegde (aangepaste) lijst van gevallen vast te stellen waarbij de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan wordt gedelegeerd aan het college. Inleiding Eén van de verbeterdoelen van de Omgevingswet is een snellere besluitvorming. Onder de Omgevingswet kan uw raad ervoor kiezen om in een aantal gevallen de bevoegdheid om onderdelen van het omgevingsplan te wijzigen, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders (delegatiebesluit). De raad blijft uiteraard de kaderstellende en controlerende taak behouden. Op 13 oktober 2022 heeft u al een delegatiebesluit genomen (zie Bijlage 1). De volgende gevallen heeft u toen gedelegeerd aan het college: - het aanpassen van het omgevingsplan voor het corrigeren van kennelijke verschrijvingen en verkeerde verwijzingen; - het aanpassen van het omgevingsplan voor wijzigingen in de toelichting van het omgevingsplan; - het aanpassen van het omgevingsplan conform een verleende onherroepelijke omgevingsvergunning; - het aanpassen van het omgevingsplan ten gevolge van door het Rijk of provincie opgelegde instructieregels en/of veranderende wet- en regelgeving voorzover daarin geen beleidsvrijheid is toegekend.

Inmiddels zijn we ruim een jaar verder en zijn er, met name door meer kennis op het gebied van de Omgevingswet, nieuwe inzichten. Dit is aanleiding tot het aanvullen van de lijst met gevallen waarvoor het college bevoegd is om het omgevingsplan te wijzigen. Voor u ligt een herziene versie van het raadsvoorstel tot delegatie dat op de raadsvergadering 27 februari 2024 behandeld zou worden. Deze herziene versie bevat tevens een nadere toelichting per artikel dat gedelegeerd wordt. Daarnaast wordt onder Argumenten ingegaan op de uitspraken van de Raad van State van augustus 2022 waarin ingegaan wordt op delegatiebesluiten. Met deze toelichting worden ook de raadsvragen over het delegatiebesluit van het CDA van 16 februari 2024 van een antwoord voorzien (zie Bijlage 2). N.B. In alle andere gevallen (lees: de gevallen die niet specifiek benoemd zijn) is geen sprake van delegatie en blijft de bevoegdheid tot het vaststellen van het omgevingsplan bij de raad. Beoogd effect Het versnellen van de procedure bij het vaststellen van het omgevingsplan als het gaat om wijzigingen van ondergeschikte betekenis. Argumenten 1.1 Het delegatiebesluit waarborgt de kaderstellende rol van de raad en de toetsende rol van het college Het vaststellen van het omgevingsplan is, net als het vaststellen van het bestemmingsplan voorheen, een bevoegdheid van de gemeenteraad.

Ingevolge artikel 2.8 van de Omgevingswet kan de raad deze bevoegdheid voor delen van het omgevingsplan delegeren aan het college. Het delegatiebesluit dient de reikwijdte van de bevoegdheid aan te geven, zie ook Argument 1.3. Het bepaalt binnen welke grenzen de

bevoegdheid kan worden uitgeoefend. De mogelijkheid om de vaststelling van delen van het omgevingsplan te delegeren, biedt ruimte voor toedeling van bevoegdheden op maat. Delegatie zorgt ervoor dat de uitvoering van het beleid/de kaders bij het college neergelegd wordt en de raad zich kan richten op haar kaderstellende rol. Hierdoor kan er efficiënter en flexibeler gewerkt worden. Besluitvorming kan sneller plaatsvinden en er wordt voorkomen dat er dubbele besluitvorming plaatsvindt of dat de raad besluiten moet nemen over administratieve wijzigingen, zie Argument 1.2. In alle andere gevallen (lees: de gevallen die niet specifiek benoemd zijn) is geen sprake van delegatie en blijft de bevoegdheid tot het vaststellen van het omgevingsplan bij de raad. 1.2 Het delegeren van bevoegdheden maakt snellere besluitvorming mogelijk Zoals aangegeven onder Argument 1.1 voorkomt het delegatiebesluit het voorleggen ter besluitvorming aan de raad van ondergeschikte en administratieve wijzigingen. In het raadsbesluit is de lijst van gevallen opgenomen waarbij de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan worden gedelegeerd aan het college. Tevens is een artikelsgewijze toelichting opgenomen. Het gaat daarbij om gevallen die geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving en geen zwaarwegende benadeling van inwoners/initiatiefnemers tot gevolg hebben.

Daarmee zorgt delegatie voor een snellere besluitvorming. Dit is één van de verbeterdoelstellingen van de Omgevingswet. 1.3 Het delegatiebesluit maakt een voortzetting van de huidige werkwijze mogelijk Onder de Omgevingswet vervallen de wijzigingsbevoegdheid en de uitwerkingsverplichting. De voormalige bestemmingsplannen bevatten deze nog wel. Deze wijzigings- en uitwerkingsregels kunnen onder de Omgevingswet gedeeltelijk omgevormd worden tot een beoordelingskader voor binnenplanse omgevingsplanactiviteitvergunningen voor bouwwerken. Een dergelijke vergunning kan worden verleend, indien de activiteit in overeenstemming is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Is er bij een aanvraag geen sprake van bouwen of het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, dan geldt dit niet en kan dus geen binnenplanse omgevingsplanactiviteitvergunning worden verleend. In deze gevallen kan de bevoegdheid om het omgevingsplan te wijzigen, aan het college worden gedelegeerd. Hiermee kan sneller medewerking worden verleend aan een initiatief bij gevallen waarmee de raad al eerder heeft ingestemd (bij het vaststellen van het bestemmingsplan waarin de wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsverplichting is opgenomen).

Zo zijn een meerdere plekken in de bestemmingsplannen van de dorpskernen wijzigingsbevoegdheden opgenomen in het kader van het Sletten Romte Belied. Hier kunnen dan met een binnenplanse omgevingsplanactiviteitsvergunningen woningen in linten worden toegevoegd binnen kaders die al eerder door de raad zijn vastgesteld. 1.4 Het delegatiebesluit sluit aan bij eerdere uitspraken van de Raad van State Naast bepalingen in de Omgevingswet over delegatie aan het college, kan ook verwezen worden naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uit augustus 2022. In deze uitspraak wordt ingegaan op de grenzen van het delegatiebesluit. De uitspraak heeft als strekking dat de rechtszekerheid vereist dat het delegatiebesluit in “objectief omschreven termen” aangeeft in welke gevallen en onder welke voorwaarden het college delen van het omgevingsplan mag vaststellen. Om aan te sluiten bij deze uitspraak is in het raadsbesluit uitgewerkt onder welke voorwaarden de raad bevoegdheden delegeert. 1.5 Het delegatiebesluit kan worden aangepast of ingetrokken Het delegatiebesluit is geen statisch document en kan waar nodig aangevuld en gewijzigd worden. In het uiterste geval kan de gemeenteraad het delegatiebesluit intrekken.

Kanttekeningen en risico’s 1.1 Opnemen wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsverplichtingen in delegatiebesluit Dit voorstel wijkt voor wat betreft de wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden af van het voorstel van 13 oktober 2022. We stellen nu juist voor om deze categorie wél op te nemen. Ook dit heeft te maken met meer kennis en daardoor nieuwe inzichten. Wat we nu weten is dat de wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten wel onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit betekent dat we de huidige werkwijze kunnen en willen blijven voortzetten. Er is op dit moment beleidsmatig geen aanleiding om andere keuzes te maken. Het heeft geen nadelige effecten voor het definitieve omgevingsplan. Het zorgt enkel voor perceelsgebonden wijzigingen die t.z.t. vertaald worden in het definitieve omgevingsplan. Voor het overige wordt verwezen naar de toelichting op dit punt in het raadsbesluit. 1.2 Delegatiebesluit zal mogelijk moeten veranderen door voortschrijdend inzicht Ondanks de uitspraak van de Raad van State uit augustus 2022 en hetgeen is opgenomen in de Memorie van toelichting bij de Omgevingswet, is nog niet zeker waar de precieze begrenzing van de delegatie van delen van het omgevingsplan aan het college ligt. Jurisprudentie op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet zal de komende jaren mogelijk verdere aanknopingspunten geven.

Zoals eerder aangegeven is het delegatiebesluit geen statisch document. Het kan, waar nodig, aangevuld en gewijzigd worden. In het uiterste geval kan de gemeenteraad het delegatiebesluit intrekken. V1.1

Financiën Dit voorstel heeft geen directe financiële gevolgen. Vervolg en planning Na vaststelling van het delegatiebesluit wordt dit gepubliceerd in het Gemeenteblad en is dan te vinden op officielebekendmakingen.nl. Het delegatiebesluit komt tevens beschikbaar in de databank lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) en op de gemeentelijke website. Dit delegatiebesluit heeft een bestuurlijk karakter en wordt gezien als een algemeen verbindend voorschrift. Er kan dus geen bezwaar en beroep tegen worden ingesteld (artikel 8:3, eerste lid, onder a, Awb). Gelet op het feit dat de besluiten worden genomen met de kennis van nu en invoering van de Omgevingswet voor iedereen nieuw is, vindt in ieder geval binnen twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet een evaluatie plaats. De gemeenteraad kan op dat moment, maar ook tussentijds, altijd terugkomen op de eerdergenoemde besluiten. Communicatie + Participatie Na vaststelling van het delegatiebesluit wordt deze gepubliceerd in het Gemeenteblad en is dan te vinden op officielebekendmakingen.nl. Het delegatiebesluit komt tevens beschikbaar in de databank lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) en op de gemeentelijke website. Het betreft hier een proces inzake interne besluitvorming. Participatie is dan ook niet nodig.

Bijlagen Bijlage 1: Delegatiebesluit 2022 Bijlage 2: Schriftelijke vragen Delegatiebesluit CDA (16 februari 2024) Damwâld, 7 mei 2024 Burgemeester en wethouders van de gemeente Dantumadiel,

de secretaris, R.G. Dijksterhuis

de burgemeester, N.L. Agricola

V1.1

Raadsbesluit 2024 / 2024-005936

De raad van de gemeente Dantumadiel, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 mei 2024; gelet op het bepaalde in artikel 156 van de Gemeentewet; gelet op het bepaalde in artikel 2.8 en 4.14, vijfde lid Omgevingswet; gelet op afdeling 10.1.2. Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat, voor zover de gemeenteraad bevoegd is een omgevingsplan vast te stellen dan wel te wijzigen en bevoegd is voor een locatie een voorbereidingsbesluit te nemen, dit niet in alle gevallen noodzakelijk is en het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) op diverse onderdelen van het omgevingsplan de bevoegdheid tot beslissen over kan nemen; Besluit: Vast te stellen het Besluit van de gemeenteraad van Dantumadiel houdende delegatie van besluitvorming ten aanzien van de vaststelling van bepaalde onderdelen van het gemeentelijk omgevingsplan aan het college; Artikel 1 Delegeren bevoegdheden vaststellen omgevingsplan De gemeenteraad delegeert de bevoegdheid tot vaststelling van het omgevingsplan in de volgende gevallen: 1. het aanbrengen van wijzigingen in de artikelsgewijze toelichting van het omgevingsplan; 2. het verwerken van verleende onherroepelijke vergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) in het omgevingsplan om aan de wettelijke verplichting van artikel 4.17 van de Omgevingswet te voldoen; 3.

het toevoegen of wijzigen van algemene bepalingen, begripsbepalingen en meetbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben; 4. het aanbrengen van wijzigingen van technische aard, waaronder: a. het corrigeren van omissies, verschrijvingen, (feitelijke) onjuistheden, verkeerde verwijzingen en inventarisatiefouten in het omgevingsplan, niet zijnde wijzigingen in beleid; b. het toevoegen van gegevens aan de regels in het omgevingsplan, die het omgevingsplan machineleesbaar maken (annoteren); 5. het aanpassen van informatieproducten van het omgevingsplan; 6. het stellen van nadere regels over de beoordeling van vergunningaanvragen, de periode waarbinnen een aanvraag kan worden ingediend en de voorschriften en beperkingen die aan een vergunning verbonden zijn; 7. het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal overgeheveld gaan worden naar het omgevingsplan; 8. het wijzigen van onderdelen van het tijdelijke omgevingsplan op basis van de wijzigings- en uitwerkingsregels op grond van de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze in procedure zijn gebracht of zijn vastgelegd in bestemmingsplannen die golden op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit mag ook door deze regels om te vormen tot binnenplanse beoordelingsregels; 9.

het nemen van een spoedeisend voorbereidingsbesluit ter voorkoming van ongewenste ontwikkelingen tijdens de voorbereiding van een nieuw omgevingsplan; 10. het besluit om geen omgevingsplan in procedure te brengen, dan wel te besluiten de procedure tot het wijzigen van het omgevingsplan af te breken; 11. wijzigingen die verplicht zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving, wanneer deze wijzigingen geen inhoudelijke afweging behoeven; 12. het wijzigen van het omgevingsplan ter uitvoering van een uitspraak van de Raad van State wanneer deze wijzigingen geen inhoudelijke afweging behoeven.

V1.1

Artikel 2 Kennisgeving Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad en op Overheid.nl Artikel 3 Inwerkingtreding Die besluit treedt in werking op de dag na die van bekendmaking. Artikel 4 Intrekken delegatiebesluit d.d. 13 oktober 2022 Het besluit van 13 oktober 2022 wordt - voor zover betrekking op het delegeren van de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders (besluitpunt 2) - ingetrokken. Artikel 5 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als “Delegatiebesluit Omgevingswet gemeente Dantumadiel”.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Dantumadiel in zijn openbare vergadering d.d. 2 juli 2024 De raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

{{Signer2}}

{{Signer1}}

M. Jonker

N.L. Agricola

V1.1

Toelichting Artikel 1 Sub 1 Het gaat hier om het wijzigen van de artikelsgewijze toelichting van het omgevingsplan. Toelichtingen spelen een rol bij de uitleg en interpretatie van de regels in het omgevingsplan, ook in het geval van een rechtsgang. Deze toelichting is, net als bij bestemmingsplanen het geval was, niet juridisch bindend. Onduidelijkheden kunnen op deze wijze snel hersteld worden. Sub 2 Het komt voor dat een initiatiefnemer zich meldt met een plan dat wenselijk wordt geacht, maar niet binnen het vastgestelde omgevingsplan past. Hiervoor kan dan een omgevingsvergunning worden afgegeven, zodat de activiteit tóch plaats kan vinden. Deze vergunning wordt de 'buitenplanse omgevingsplanactiviteit vergunning' (BOPA) genoemd. Wanneer in deze vergunning géén einddatum is bepaald, is het een 'omgevingsvergunning voor een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit'. De Omgevingswet schrijft voor dat het omgevingsplan actueel moet blijven. Daarom moet een dergelijke 'omgevingsvergunning voor een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit' binnen vijf jaar in het omgevingsplan te worden opgenomen.1 Deze verplichting geldt nog niet direct na het in werking treden van de Omgevingswet.

Het ingaan van deze verplichting wordt door het Rijk nader bepaald.2 Deze verplichting geldt alleen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die: bestaat uit het in stand houden van een bouwwerk, en/of; niet overeenstemt met een functie van een locatie; Verder moet de activiteit een blijvend karakter hebben. Het geldt dus niet voor tijdelijke activiteiten. Het verwerken van een BOPA in het omgevingsplan betreft het verwerken van een eerder besluit. De procedure is afgerond en de vergunning is onherroepelijk. Bij deze verwerking is geen beleidsafweging meer mogelijk. Bij een aanvraag omgevingsvergunning BOPA met advies kan de gemeenteraad bindend uitbrengen waarmee het college in haar besluitvorming rekening moet houden. Bij een aanvraag BOPA zonder advies, heeft de gemeenteraad deze mogelijkheid niet. Het betreft onderwerpen waarvan de gemeenteraad eerder heeft bepaald dat hierover geen bindend advies afgegeven hoeft te worden. Op het moment dat de omgevingsvergunning dus opgenomen moet worden in het omgevingsplan heeft er al een beleidsafweging plaatsgevonden. Het delegeren van deze bevoegdheid aan het college zorgt dan ook voor snellere afhandeling van deze verplichte handeling om de BOPA in het omgevingsplan op te nemen. N.B. De Omgevingswet schrijft niet voor hoe BOPA’s verwerkt moeten worden in het omgevingsplan.

Daarnaast geldt dat het omgevingsplan een bredere reikwijdte heeft dan de voormalige bestemmingsplannen. Het omgevingsplan heeft namelijk ook betrekking op activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.3 Per concreet geval zal worden beoordeeld of de BOPA moet worden verwerkt in het omgevingsplan en op welke manier. Er kunnen geen zienswijzen ingediend worden tegen een ontwerp omgevingsplan dat is gebaseerd op een omgevingsvergunning voor een BOPA.4 Als blijkt dat het aanpassen van het omgevingsplan uiteindelijk niet mogelijk is, moet de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gewijzigd of ingetrokken worden. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als een instructieregel deze wijziging van het omgevingsplan niet toelaat.5 Sub 3 Wijzigen van (begrips)bepalingen die geen directe impact op de fysieke leefomgeving hebben raken niet aan de kaderstellende rol van de raad. Via het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) worden verschillende plannen en verordeningen van verschillende overheden voor iedereen digitaal raadpleegbaar. In al deze plannen en verordeningen worden bepalingen opgenomen. Hierbij is uniformiteit belangrijk. Echter kan dit ertoe leiden dat een bepaling aangepast of toegevoegd wordt aan het omgevingsplan. Voor een uniform begrippenkader is een Stelselcatologus Omgevingswet opgesteld.

Het is geen verplichting om deze te gebruiken. Als er bepalingen zijn die de harmonisatie ten goede komen, moeten deze ook overgenomen kunnen worden in het omgevingsplan. Het delegeren stelt het college in staat om een eenduidig geheel aan algemene bepalingen, begrippen en meetbepalingen te maken en te houden. Dit draagt bij aan snelle besluitvorming aangezien het enkel gaat om wijzigingen die geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben.

V1.1

Sub 4 Het gaat hier om technische aanpassingen waarbij inhoudelijke besluitvorming niet is vereist. a. Het betreft hier gevallen waarin evident sprake is van technische fouten of omissies in het omgevingsplan die door delegatie aan het college spoedig kunnen worden hersteld; b. Annotaties zijn kenmerken die aan regels van het omgevingsplan toegekend worden om deze regels doorzoekbaar te maken. Te denken valt aan locaties, activiteiten, gebiedsaanwijzingen, waarden of een verbod of vergunningsplicht. Door annotaties kunnen inwoners in het Omgevingsloket vinden welke regels gelden op een bepaalde locatie. Ook kunnen ze documenten doorzoeken op kenmerken. Hoe beter juridische regels geannoteerd zijn, hoe makkelijker deze regels te vinden zijn in het Omgevingsloket. Met het toevoegen van locaties aan bepaalde regels komen alleen die regels in beeld die op die locatie gelden. Het toevoegen van annotaties heeft dan ook geen juridische gevolgen, maar is een extra service richting de inwoner zodat deze sneller regels kan vinden die van belang zijn. Sub 5 Informatieproducten geven feitelijke informatie over de omgeving, zodat gebruikers kunnen zien wat de mogelijkheden zijn op een specifieke locatie. Het informatieproduct bevat openbaar toegankelijke brondata die juiste en feitelijke omgevingsinformatie weergeeft.

Zo kunnen gebruikers zien wat de mogelijkheden, rechten en plichten zijn op een specifieke locatie. Bijvoorbeeld de ruimtelijke inpassing van een weguitbreiding, of mogelijkheden tot woningbouw in relatie tot ondergrond en actuele geluidsbelasting. Informatieproducten zullen in de loop van de tijd beschikbaar komen in de Stelselcatalogus Omgevingswet. Het gaat hier om het verstrekken van feitelijke informatie waarvoor geen beleidsafweging nodig is. Daarom leent het aanpassen van dergelijke informatieproducten van het omgevingsplan zich goed voor delegatie aan het college om deze producten in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie. Sub 6 De Omgevingswet bevat indieningsvereisten voor omgevingsvergunningen. Daarbij kan de raad op grond van de Omgevingswet in het omgevingsplan ook eisen stellen aan die omgevingsvergunningen.6 Zo kan bijvoorbeeld worden voorgeschreven dat de aanvrager voor een omgevingsvergunning voor bepaalde activiteiten een archeologisch rapport moet overleggen. Deze aanvraagvereisten zijn bedoeld om in de uitvoering (vergunningverlening) de juiste gegevens te ontvangen om een aanvraag goed te beoordelen. Dit is zeer uitvoeringsgericht. Daarom is het efficiënt en wenselijk om de bevoegdheid ten aanzien van deze aspecten aan het college te delegeren.

Dit is in lijn met de kaderstellende rol van de raad en de toetsende rol van het college, zoals ook de insteek is van de Omgevingswet. De raad blijft bevoegd voor het wijzigingen van de inhoudelijke beoordelingscriteria voor de vergunningverlening. Sub 7 De Omgevingswet bevat de verplichting voor de gemeenteraad om voor het gehele gemeentelijk grondgebied één omgevingsplan vast te stellen waarin regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Deze verplichting geldt ook voor regels over de fysieke leefomgeving die in gemeentelijke verordeningen zijn gesteld.7 Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven deze verordeningen gelden naast het omgevingsplan. Gemeenten moeten in de overgangsperiode tot 2032 deze verordeningen opnemen in het omgevingsplan. Aangezien deze verordeningen destijds al door de raad zijn vastgesteld, heeft inhoudelijke afweging al plaatsgevonden. De uitvoering kan gedelegeerd worden aan het college. De beleidsneutrale doorvertaling van de regels uit de verordeningen naar het omgevingsplan betreft enkel de uitvoering en kan door het college gebeuren. Indien sprake is van een inhoudelijke beleidswijziging, blijft de raad bevoegd. Sub 8 De bestaande wijzigingsbevoegdheden van het college zoals die nu in bestemmingsplannen zijn opgenomen, worden voortgezet in het tijdelijke omgevingsplan.

In de voormalige Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan het college een bestemmingsplan wijzigen of uitwerken om een nieuwe ontwikkeling mogelijk te maken als er een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht met daarbij behorende regels in het bestemmingsplan staan. De Omgevingswet kent deze wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht niet meer. Het college kan na inwerkingtreding van de Omgevingswet dus geen wijzigingsplan of uitwerkingsplan meer vaststellen. Er is een andere mogelijkheid opgenomen in de Omgevingswet waarmee de huidige werkwijze voortgezet kan worden. Met behulp van de artikelen 2.8 en 22.1 van de Omgevingswet kan de bevoegdheid om delen van het omgevingsplan te wijzigen gedelegeerd worden aan het college. Hiermee kan de werkwijze met huidige wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten in materiële zin blijven voortbestaan onder de Omgevingswet, daar waar dat al eerder door de raad als wenselijk is aangegeven.8 Het delegeren van deze bevoegdheid is dan ook een voortzetting van de werkwijze zoals die gold onder de Wro. N.B. Doordat de Omgevingswet geen mogelijkheid biedt voor nieuwe wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten komt dit punt van delegatie te vervallen met het vaststellen van het definitieve omgevingsplan.

V1.1

Sub 9 Als er een noodzaak is om een voorbereidingsbesluit te nemen, is het meestal belangrijk dat er snel gehandeld kan worden. Net zoals nu in de voormalige Wro is een voorbereidingsbesluit een verklaring dat een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid, waarmee een aanhoudingsplicht geldt voor bouw- en aanlegactiviteiten. Hierdoor wordt voor het gebied waarvoor het besluit wordt genomen de bestaande situatie als het ware tijdelijk bevroren totdat het omgevingsplan is gewijzigd. Op het moment van het nemen van een voorbereidingsbesluit is dan een wijziging van het omgevingsplan in voorbereiding. Na de inwerkingtreding van een voorbereidingsbesluit, maken de voorbeschermingsregels deel uit van het omgevingsplan. Deze voorbeschermingsregels vervallen na een jaar en zes maanden, of, als binnen die termijn het besluit tot wijziging van het omgevingsplan wordt genomen. Met het nemen van een voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat een initiatiefnemer kort voor aanpassing van het omgevingsplan bewust een vergunningaanvraag indient die in strijd is met de voorgenomen aanpassing. De noodzaak tot het nemen van een voorbereidingsbesluit komt niet vaak voor, maar wanneer dit nodig is, is het belangrijk dat er snel gehandeld kan worden.

Gelet op de vergaderfrequentie van de raad in relatie tot die van het college en de daarbij horende aanlevertermijnen, kan het college hierin sneller acteren. Om die reden is een delegatiemogelijkheid opgenomen voor de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit. De achterliggende gedachte van de wetgever is hierbij geweest dat het college een omgevingsplan voorbereidt en daarmee dan ook goed in staat is om op een effectieve wijze een voorbereidingsbesluit te nemen.9 Sub 10 Soms worden er verzoeken om planologische medewerking gedaan die evident niet wenselijk en/of niet passend te maken zijn. Het college doet deze toetsing. Het is dan ook logisch om het college in dat geval het besluit te laten nemen om geen omgevingsplan op te stellen en in procedure te brengen. Onder evident onwenselijke initiatieven wordt in ieder geval verstaan: - Zware industrie naast een kinderdagverblijf; - Een fastfoodrestaurant naast een school; - Een woongebouw op een hogedrukaardgasleiding. Dit is geen uitputtende lijst. Bovendien geldt dat het plan ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd in gevallen waar de evidente onwenselijkheid niet duidelijk blijkt. Ook is het mogelijk dat er gedurende de procedure feiten en omstandigheden naar voren komen waardoor het college kan besluiten de wijziging van het omgevingsplan toch niet te laten vaststellen.

Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan; veel weerstand vanuit de omgeving in de vorm van zienswijzen, uitkomsten uit nadere onderzoeken, als tijdens de procedure blijkt dat de haalbaarheid niet is gegarandeerd, e.d.. Sub 11 Wanneer deze hogere wet- of regelgeving wordt gewijzigd, kan dit betekenen dat het omgevingsplan daarop moet worden aangepast om conflicten tussen de hogere wetgeving en het omgevingsplan te beëindigen/voorkomen. Dit kan ertoe leiden dat normen, meetmethoden, referenties en verwijzingen die in het omgevingsplan zijn opgenomen, aangepast moeten worden. Het betreft hier onder andere gewijzigde wet- en regelgeving van hogerhand, waarin geen beleidsvrijheid meer is toegekend voor de gemeenteraad. Als voorbeeld ten aanzien van gewijzigde wet- en regelgeving kan gedacht worden aan de wijziging van de provinciale Omgevingsverordening. Als daarin instructieregels wijzigen, zullen deze ook in het gemeentelijke omgevingsplan tot wijzigingen kunnen leiden. Door het opnemen van deze delegatiebepaling, kan een dergelijke wijziging worden doorgevoerd zonder dat de raad daarover een besluit hoeft te nemen. Voor technische wijzigingen, waarbij geen ruimte is voor een politieke afweging, kan het college de wijziging doorvoeren zonder dat er een besluit van de raad nodig is.

Wanneer er wél ruimte is voor een politieke invulling van de te wijzigen regel, dient de raad wél een besluit te nemen. Sub 12 Als tegen een wijziging van het omgevingsplan beroep wordt ingesteld, kan het voorkomen dat de Raad van State de gemeenteraad opdraagt het plan op kleine onderdelen aan te passen (bestuurlijke lus).10 Hierbij kan het zijn dat de Raad van State de gemeenteraad opdracht geeft om deze aanpassing zelf vorm te geven of het besluit nader te motiveren. Daarnaast kan het zijn dat de Raad van State zelf voorziet in de zaak. Het ten uitvoer brengen van deze voorziening leent zich goed voor delegatie aan het college. Ten eerste betreffen het aanpassingen die administratief van aard zijn, de Raad van State heeft hier namelijk al over beslist. Ten tweede heeft de raad immers al op hoofdlijnen besloten. Ten derde staat voor de aanpassing van het plan (deze “bestuurlijke lus”) vaak slechts een korte tijd. Met de tijd die nodig is voor de aanpassing van het plan is het lastig om deze deadline van de Raad van State te halen. De raad blijft uitdrukkelijk bevoegd voor het vaststellen van het plan in het geval dat er om nadere motivatie wordt gevraagd of in het geval dat er beleidsruimte aan de raad wordt geboden.

Ook als het plan door de Raad van State wordt verworpen en er een nieuw plan moet worden gemaakt, dan zal het nieuwe aangepaste plan altijd voor vaststelling aan de raad worden voorgelegd. V1.1

1 Artikel 4.17, Omgevingswet 2 Artikel 22.5, lid 2, Omgevingswet 3 Artikel 1.2, lid 1, onder b, Omgevingswet 4 Artikel 16.31, Omgevingswet 5 Artikel 8.97a tot en met artikel 8.97c, Besluit kwaliteit leefomgeving 6 Artikel 5.34, Omgevingswet en artikel 16.55, Omgevingswet 7 Artikel 1.2, lid 1, onder b, Omgevingswet 8 Artikel 2.8 en artikel 22.1, Omgevingswet 9 Artikel 4.14, Omgevingswet 10 Artikel 8:51d, Algemene wet bestuursrecht

V1.1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=gemeentedantumadiel&id=0390dae8-6917-4118-a011-38286b76f097