Was - Wordt Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling GGD BZO
Tekst van het document
Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling (GR) GGD BZO Was GR 2021 Gewijzigde tekst is geel gearceerd Vervallen tekst is blauw gearceerd
Wordt GR 2024 Gewijzigde tekst is geel gearceerd Nieuwe tekst is groen gearceerd
Reden van wijziging Verbetering in redactie en hernummerde artikelen worden niet apart toegelicht
De gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost voor een vierde maal te wijzigen, waarna deze als volgt luidt:
De gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost voor een vijfde maal te wijzigen, waarna deze als volgt luidt:
De GR GGD BZO stamt uit 2008 en is eerder in 2014, 2016, 2017 en 2020 gewijzigd.
Artikel 2, lid 4 Onderdelen van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam kunnen in verschillende deelnemende gemeenten gevestigd zijn of zijn ondergebracht bij een ander openbaar lichaam.
Groene tekst is toegevoegd. Voorbeelden hiervan zijn het bureau GMV dat is ondergebracht bij de GGD West-Brabant en voor alle gemeenten in Brabant werkt en de Meldkamer Ambulancezorg (personeel in dienst bij GGD, huisvesting en apparatuur in Den Bosch in de
Hoofdstuk 1
Algemene Bepalingen
Artikel 2, lid 4 Onderdelen van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam kunnen in verschillende deelnemende gemeenten gevestigd zijn.
gemeenschappelijke meldkamer Oost Brabant). Hoofdstuk 4
Algemeen Bestuur
Artikel 8, lid 3 De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer ten minste 5 van de aanwezige leden hierom verzoekt of de voorzitter dit nodig acht en het Algemeen Bestuur hiertoe besluit.
Artikel 8, lid 3 De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. De vergadering krijgt een besloten karakter wanneer ten minste 5 van de aanwezige leden hierom verzoekt of de voorzitter dit nodig acht en het Algemeen Bestuur hiertoe besluit. Voor het overige is ten aanzien van de openbaarheid artikel 23 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Redactionele wijziging.
Artikel 8, lid 4b. b. de vaststelling van de rekening;
Artikel 8, lid 4b. b. de vaststelling van de jaarrekening;
Redactionele wijziging
1
Artikel 10, lid 2a.
Artikel 10, lid 2a.
Het Algemeen Bestuur kan de uitoefening
Het Algemeen Bestuur kan de uitoefening van door hem te
van door hem te bepalen bevoegdheden
bepalen bevoegdheden volgens
volgens
regels overdragen aan het Dagelijks Bestuur of aan een
door hem te stellen regels
door hem te stellen
overdragen aan het Dagelijks Bestuur of
commissie als bedoeld in artikel 25 van de wet, met
aan een commissie als bedoeld in artikel
uitzondering van:
25 van de wet, met uitzondering van:
a.. het vaststellen en wijzigen van de meerjarige
a.
het vaststellen en wijzigen
van de begroting; b.
b. het vaststellen en wijzigen van de begroting;
het vaststellen van de
jaarrekening; c.
beleidsvisie; c. het vaststellen van de jaarrekening; d. het stellen van regels over het aangaan van geldleningen,
het stellen van regels over
het uitlenen van geld, of de directe regeling van hetgeen
het aangaan van geldleningen, het
verder de geldmiddelen van het openbaar
uitlenen van geld, of
aangaat;
de directe
lichaam
regeling van hetgeen verder de
e. het nemen van besluiten over het instellen van
geldmiddelen van het openbaar
commissies, als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de
d.
lichaam aangaat;
wet;
het nemen van besluiten over
f. het oprichten en deelnemen in een rechtspersoon als
het instellen van commissies, als bedoeld
bedoeld in artikel 31a van de
in de
g. het benoemen van de voorzitter, de plaatsvervangend
artikelen 24 en 25 van de
wet;
wet;
voorzitter en de secretaris; e.
het oprichten en deelnemen
in een rechtspersoon als bedoeld in artikel 31a van de
wet;
h. het benoemen van de directeur publieke gezondheid en de ambtelijk secretaris;
Punt a en g. zijn toegevoegd. Bij punt h. is “ambtelijk” toegevoegd, ter onderscheiding van de secretaris van het bestuur. Deze laatste is AB-lid.
f.
het benoemen van de
i. het regelen van de gevolgen van toetreding of uittreding
directeur publieke gezondheid en de
van een college tot respectievelijk uit de regeling alsmede
secretaris;
het verbinden van nadere voorwaarden
g.
het regelen van de gevolgen
daaraan;
j. het doen van een voorstel aan de colleges tot wijziging
van toetreding of uittreding van een
van de regeling;
college tot
k. het vaststellen van een liquidatieplan bij opheffing van het openbaar lichaam.
respectievelijk uit
de regeling alsmede het verbinden van nadere voorwaarden daaraan; h.
het doen van een voorstel
aan de colleges tot wijziging van de regeling; i.
het vaststellen van een
liquidatieplan bij opheffing van het openbaar lichaam. …………….
Artikel 10, lid 2g g.
Benoeming van 3 bestuurlijke functies toegevoegd
Artikel 11 Het Algemeen Bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van bestuur omtrent het in die vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het Algemeen Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
Artikel 11 Het Algemeen Bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Open Overheid, omtrent het in die vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het Algemeen Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
De WOO vervangt de WOB.
Hoofdstuk 5
Dagelijks Bestuur
Artikel 12, lid 1 1. Het Dagelijks Bestuur bestaat inclusief de voorzitter uit acht leden.
Artikel 12, lid 1 1. Het Dagelijks Bestuur bestaat inclusief de voorzitter uit zeven leden.
In het verleden is gekozen voor 8 leden omdat er een zetel was voorzien voor het DB-lid uit de VR dat de portefeuille Ambulancezorg had. Dat is inmiddels achterhaald omdat de vergunning voor de Ambulancezorg aan de GGD is overgedragen. Het getal van 7 leden is als volgt verdeeld: 1 zetel voor Eindhoven, 1 zetel voor Helmond, 1 zetel voor de Kempengemeenten, 1 zetel voor de Peelgemeenten, 1 zetel voor de A2-gemeenten, 1 zetel voor de Dommelvallei plus gemeenten en 1 zetel voor BOV.
Artikel 16, lid 1 Het Dagelijks Bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Openbaarheid van Bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het Dagelijks Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
Artikel 16, lid 1 Het Dagelijks Bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Open Overheid, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het Dagelijks Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
De WOO vervangt de WOB.
Artikel 16, lid 2 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Openbaarheid van bestuur kan de geheimhouding …
Artikel 16, lid 2 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Open Overheid, kan de geheimhouding ……
De WOO vervangt de WOB.
Paragraaf
Redactionele wijziging
Hoofdstuk 8 Paragraaf
Kosten
Tegemoetkoming
Tegemoetkoming in kosten
Hoofdstuk 9
Voorhangprocedure
Hoofdstuk 9
Majeure Dossiers
Hoofstuk 10
Informatie- en verantwoordingsplicht
Hoofstuk 10
Informatie- en verantwoordingsplicht
Paragraaf Externe inlichtingenplicht
Paragraaf
Meerjarige beleidsvisie
Redactionele wijziging
Artikel 25 1. Het Algemeen Bestuur stelt de colleges en raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid om hun zienswijzen kenbaar te maken op het ontwerp van de meerjarige beleidsvisie voordat zij deze visie vaststelt. 2. Het Algemeen Bestuur biedt de raden in het kader van de in het eerste lid genoemde een termijn van minimaal twaalf weken om een zienswijze naar voren te brengen Paragraaf
Externe verantwoordingsplicht Algemeen Bestuur
Artikel 25
Paragraaf
Passieve informatieplicht
Artikel 26, lid 3 3. De inlichtingen zoals bedoeld in lid 1 en lid 2 worden verstrekt door middel van het toezenden van stukken of het verwijzen naar de vindplaats van stukken via de griffies. Paragraaf
Externe verantwoordingsplicht lid Algemeen Bestuur
Artikel 26 1. Het lid van het Algemeen Bestuur is aan het college die dit lid heeft aangewezen verantwoording schuldig over het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid.
Paragraaf
Redactionele wijziging De wet schrijft voor dat een openbaar lichaam bepaalt op welke wijze deze informatieplicht wordt ingevuld.
Actieve informatieplicht
Artikel 27 Agenda en stukken van de vergaderingen van Algemeen Bestuur worden voorafgaande aan de vergadering via de website van de GGD openbaar gemaakt. Paragraaf
Nieuw artikel. In de wet is bepaald dat in de GR moet worden geregeld welke voorgenomen besluiten (naast begroting ed.) het bestuur voor een zienswijze aan raden wil voorleggen. De termijn in lid 2 komt overeen met de termijn bij zienswijze op de begroting.
Nieuw artikel, ingegeven door de Wet Open Overheid.
Verantwoordingsplicht lid Algemeen Bestuur
Artikel 28 1. Het lid van het Algemeen Bestuur is aan het college die dit lid heeft aangewezen verantwoording schuldig over het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid.
Lid 3 en 5 van artikel 26 van de huidige regeling zijn geschrapt omdat een individueel lid van het AB zelf moet kunnen bepalen op welke wijze hij/zij verantwoording aflegt aan zijn/haar college of raad.
2. Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt aan het college die hem heeft aangewezen de door een of meer leden van dat college gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. 3. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van dat college of schriftelijk verstrekt. 4. Het college kan een door hem aangewezen lid van het Algemeen Bestuur, indien dit lid het vertrouwen van dat college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen. 5. Het reglement van orde van het Algemeen Bestuur regelt de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. 6. Het in het eerste en tweede lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de raden.
2. Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt aan het college die hem heeft aangewezen de door een of meer leden van dat college gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. 3. Het college kan een door hem aangewezen lid van het Algemeen Bestuur, indien dit lid het vertrouwen van dat college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen. 4. Het in het eerste en tweede lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de raden.
Zienswijzen Artikel 29 Buiten de meerjarige beleidsvisie zoals bedoeld in artikel 25, de begroting, zoals bedoeld in artikel 36, en wijziging van deze regeling, zoals bedoeld in artikel 48, kan het Algemeen Bestuur besluiten om ten aanzien van andere voorgenomen besluiten de raden in de gelegenheid te stellen een zienswijze in te dienen.
Daarover zijn doorgaans binnen een gemeente afspraken gemaakt.
Nieuw artikel conform wetswijziging. De genoemde termijn voor het dienen van een zienswijze komt overeen met de termijn voor het indienen van een zienswijze op de meerjarige beleidsvisie, de begroting en de wijziging van de regeling.
Het Algemeen Bestuur biedt de raden in het kader van de in het eerste lid genoemde besluiten een termijn van minimaal twaalf weken om een zienswijze naar voren te brengen.
Hoofstuk 11
Ambtelijke Organisatie
Rechtspositie
Rechtspositie personeel
Artikel 31 1. Het Dagelijks Bestuur stelt voor personeel van het openbaar licht de arbeidsvoorwaardenverordening vast conform de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor het gemeentepersoneel (CAR/UWO), dan wel de (gewijzigde) collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, 2. Het Dagelijks Bestuur beslist over de toepassing van overige arbeidsvoorwaarden.
Artikel 34 1.
Voor het personeel van het openbaar lichaam geldt de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties en de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling Ambulancezorg 2. Het DB kan aanvullend op voornoemde CAO’s personele regelingen vastleggen in een verordening.
Dit artikel is aangepast aan de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren. De GGD heeft te maken met twee CAO's. Het GGD bestuur is gehouden aan de afspraken in deze CAO's maar kan aanvullende personele regelingen vastleggen in een verordening.
Hoofdstuk 12 Financiële bepalingen Paragraaf financiële informatieplicht
Paragraaf Kadernota
Artikel 32 Het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam zendt voor 15 april van het jaar voorafgaande aan waarvoor de begroting dient de algemene financiële en beleidsmatige kaders en het voorlopige jaarverslag aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten.
Artikel 25 Het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam zendt voor 30 april van het jaar voorafgaande aan waarvoor de begroting dient de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten.
De wettelijke termijn is gewijzigd cf de wet. De passage “… en het voorlopige jaarverslag…” is geschrapt. De afspraken m.b.t. jaarrekening staan in artikel 37 van de GR.
Begroting Artikel 33 3. De ontwerpbegroting wordt, minimaal 8 weken voordat deze wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur, aan de raden van de deelnemende gemeenten gezonden om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken.
Begroting Artikel 36 3. De ontwerpbegroting wordt, minimaal 12 weken voordat deze wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur, aan de raden van de deelnemende gemeenten gezonden om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken. 5.
6.
Paragraaf
Rekening
Het Dagelijks Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede de conclusies die het daaraan verbindt. De inlichtingen zoals bedoeld in lid 5 worden verstrekt door middel van het toezenden van stukken of het verwijzen naar de vindplaats van stukken via de griffies.
Paragraaf
Jaarrekening
Formulering in de wet is hier aangehouden. In onze regio is afgesproken dat de ontwerpbegroting uiterlijk 15 maart naar gemeenten en raden wordt gezonden en dat raden tot uiterlijk 8 juni hun zienswijzen kenbaar maken. Dat zijn in de praktijk dus 12 weken.
De leden 5 en 6 zijn aan dit artikel toegevoegd en vloeien voort uit de wetswijziging.
Redactionele wijziging.
Hoofdstuk 13 Archief Artikel 40, lid 2 Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van het openbaar lichaam is aangewezen de archiefbewaarplaats van het RHCe.
Artikel 43, lid 2 Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van het openbaar lichaam is aangewezen de archiefbewaarplaats van het RHCe. Tot de bewaarplaats wordt nadrukkelijk ook het e-depot van de deelnemende gemeente(n) gerekend.
Laatste zin is toegevoegd.
Hoofdstuk 14
Evaluatie
Artikel 42 1. Het Algemeen Bestuur evalueert in het derde jaar van iedere bestuursperiode het functioneren van het openbaar lichaam en de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten 2. Het Algemeen Bestuur rapporteert aan de colleges het resultaat van de uitgevoerde evaluaties onder vermelding van de daaruit getrokken conclusies.
Hoofdstuk 14
Evaluatie van deze regeling
Artikel 45 1. Het Algemeen Bestuur kan, eventueel op voorstel van individuele leden of op verzoek van een of meerdere colleges of raden, besluiten tot het houden van een evaluatie van deze regeling. 2. Het Algemeen Bestuur bepaalt hierbij wat de concrete vraagstelling is, wat de reikwijdte van de evaluatie is en welke procedure wordt gevolgd. 3. Het Algemeen Bestuur rapporteert aan de colleges en raden het resultaat van de uitgevoerde evaluaties onder vermelding van de daaruit getrokken conclusies. 4. Het Algemeen Bestuur kan in het kader van een specifiek besluit of agendapunt ertoe besluiten om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbende te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid zoals ‘beschreven’ in artikel 10, zevende lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Cf de wetswijziging. Er is hier gekozen voor een ruimere formulering cf de andere GR'en in de regio. Evaluatie in het 3e jaar is losgelaten, maar dat laat onverlet dat AB daar wel voor kan kiezen (artikel 45 biedt daarvoor alle ruimte).
Hoofdstuk 15 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 44 Op uittreding van een college uit de gemeenschappelijke regeling is artikel 43 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 47 1. Indien het uittreden van een gemeente leidt tot overdracht van materiaal, materieel of gebouwen van de regeling dan vindt de overdracht ervan plaats tegen boekwaarde op de uittredingsdatum. 2. Over de overdracht van personeel worden in goed overleg afzonderlijke afspraken gemaakt. 3. Indien het uittreden van een gemeente leidt tot een daling van opbrengsten worden de negatieve financiële
De wet schrijft voor dat in de GR een regeling moet worden opgenomen over uittreding.
gevolgen ervan aangemerkt als frictie- en desintegratiekosten, deze worden als volgt over een periode van drie jaar door het uittredend bestuursorgaan gecompenseerd: Het eerste jaar na uittreding voor 100%, het tweede jaar 66% en het derde jaar 33% van deze kosten. 4. De frictie- en desintegratiekosten worden als volgt bepaald, de daling van opbrengsten vermindert met de directe kosten op jaarbasis van de overgedragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel. 5. Voor het opgebouwde vermogen (reserves) dat kan worden toegerekend aan de uittredende gemeente vindt compensatie plaats naar rato van de verdeelsleutel. 6. Voorzieningen worden alleen overgedragen voor het onderdeel dat betrekking heeft op overdragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel. 7. Op uittreding van een college uit de gemeenschappelijke regeling is artikel 46 van overeenkomstige toepassing Artikel 45 ………………….
Artikel 48 3. Het Algemeen Bestuur stelt dat de colleges en raden van de deelnemende gemeenten, zoals vereist op grond van artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, in de gelegenheid om bij het college een zienswijze naar voren te brengen over het ontwerp van de onderhavige gewijzigde regeling. 4. Het Algemeen Bestuur biedt de colleges en raden in het kader van de in het derde lid genoemde een
Lid 3 en 4 zijn toegevoegd en vloeien voort uit de wetswijziging. De termijn in lid 4 komt overeen met de termijn bij zienswijze op de begroting en de meerjarige beleidsvisie.
termijn van minimaal twaalf weken om een zienswijze naar voren te brengen. Hoofdstuk 17
Slotbepalingen
Artikel 49 Deze regeling wordt aangegaan voor
Artikel 52 Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en
onbepaalde tijd en treedt in werking met
treedt in werking met ingang van 1 juli 2024. De
ingang van 1 januari 2021. De bekendmaking
bekendmaking van deze regeling geschiedt door het college
van deze regeling geschiedt door het college
van de gemeente Eindhoven.
van de gemeente Eindhoven.