Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
Westerhoven-Noord
projectnummer 0480262.100 5 december 2023
www.anteagroup.nl
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Westerhoven-Noord projectnummer 0480262.100 5 december 2023
Auteurs E. Braat
Opdrachtgever Gemeente Bergeijk Postbus 10000 5570 GA BERGEIJK
datum 5 december 2023
beschrijving EBr
vrijgave EB
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling? Leeswijzer
4 4 5
2.
Kenmerken en plaats van het project
6
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Ligging van het plan Bestaand grondgebruik Aard en omvang van de ontwikkeling Gevoelige gebieden Overige kenmerken Cumulatie
6 6 7 7 7 8
3.
Kenmerken van het potentiële effect
9
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10
Bodem Water Flora en fauna Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Archeologie en cultuurhistorie Gezondheid
9 9 11 12 13 13 14 15 16 18
4.
Conclusie
19
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding In 2022 heeft de gemeente Bergeijk via een participatietraject een voorkeursvariant voor woningbouwontwikkeling in Westerhoven-Noord gekozen. Om het woongebied te kunnen ontwikkelen moet één van de sportvelden worden verplaatst. Het initiatief bestaat uit de ontwikkeling van maximaal 70 woningen en de verplaatsing van een sportveld ten noorden van de bestaande sportvelden. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldend bestemmingsplan. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk. Om de hiervoor genoemde ontwikkelingen mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In het kader van dit bestemmingsplan wordt voor de herontwikkeling een zogenaamde ‘vormvrije’ m.e.r.-beoordeling opgesteld. De vormvrije m.e.r.-beoordeling heeft als doel om te toetsen of, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen, die tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure zouden moeten noodzaken. Dit m.e.r.beoordelingsbesluit moet worden genomen door het bevoegd gezag (de gemeente Bergeijk). Deze voorliggende aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling geeft het bevoegd gezag de benodigde informatie voor het nemen van het m.e.r.-beoordelingsbesluit.
1.2
Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling? De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van een m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.- plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). De voorgenomen uitbreiding is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r. onder categorie D 11.2 (stedelijk ontwikkelingsproject). Voor elke activiteit die genoemd wordt in het besluit m.e.r. bijlage D moet bij overschrijding van de drempelwaarden, zoals genoemd in de kolom “gevallen” een m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen, waarin door het bevoegde gezag besloten moet worden of er sprake is van belangrijk nadelige milieugevolgen die het doorlopen van een m.e.r.-procedure en het opstellen van een milieueffectrapport (MER) noodzakelijk maken. Indien de drempelwaarden niet worden overschreden geldt een zogenaamde vormvrije m.e.r.beoordelingsplicht.
Voorheen was dit een “lichtere” procedure, met minder inhoudelijke en procedurele eisen dan een (niet vormvrije) m.e.r.-beoordeling, maar na een wetwijziging is dit onderscheid verdwenen en gelden voor beide m.e.r.-beoordelingsprocedures dezelfde eisen. De omschrijving van de drempelwaarden behorend bij categorie D 11.2 is opgenomen in tabel 1.1.
D 11.2
Activiteiten
Gevallen
Besluit
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer
De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.
De voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van maximaal 70 woningen en de verplaatsing van een sportveld. Het plangebied heeft een oppervlakte van 3,3 hectare. De ontwikkeling valt daarmee onder de drempelwaarden (zie kolom ‘gevallen’).
blad 4 van 20
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
Er worden geen activiteiten mogelijk gemaakt die zijn opgenomen in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Er is dan ook vanuit het Besluit m.e.r. geen directe m.e.r.-plicht. Zodoende kan worden volstaan met het opstellen van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Criteria voor het toetsen van activiteiten in een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling Er bestaan inhoudelijke vereisten voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze inhoudelijke vereisten staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. De aspecten die behandeld dienen te worden in een m.e.r.-beoordeling vallen onder drie categorieën (zie de samenvatting in de tekstbox in de leeswijzer, in paragraaf 1.3): 1. Kenmerken van het project; 2. Plaats van het project; 3. Kenmerken van het potentiële effect.
1.3
Leeswijzer Dit rapport volgt de indeling van bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. In hoofdstuk 2 staan de kenmerken van het project en de plaats van het project centraal, in hoofdstuk 3 de kenmerken van potentiële effecten. Het rapport sluit in hoofdstuk 4 af met een conclusie.
Selectiecriteria Europese richtlijn
1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: de omvang van het project, de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën, de risico’s voor de menselijke gezondheid. 2. Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande en goedgekeurde landgebruik, de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: wetlands, oeverformaties, riviermondingen, kustgebieden en het mariene milieu, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 2009/147/EG en Richtlijn 92/43/EEG, gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge
bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), de aard van het effect, het grensoverschrijdende karakter van het effect, de intensiteit en complexiteit van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect, de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect, de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten, de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
blad 5 van 20
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
2.
Kenmerken en plaats van het project
2.1
Ligging van het plan De toekomstige woonwijk is voorzien aan de noordkant van de kern Westerhoven in de gemeente Bergeijk. De grenzen worden gevormd door agrarische percelen aan de noordzijde, sportvelden aan de oostzijde, de Aarperstraat aan de westzijde en woonpercelen van de kom Westerhoven aan de zuidzijde. In onderstaande figuur is de globale ligging van de initiatieflocatie (met rode kleur aangeduid) weergegeven.
Figuur 2-1: Ligging plangebied
2.2
Bestaand grondgebruik Het plangebied bestaat in de huidige situatie grotendeels uit sportvelden en deels uit agrarische percelen. Een houtwal (boomsingel) doorsnijdt de locatie. Op onderstaande afbeelding is een deel van het plangebied in de huidige situatie weergegeven.
Figuur 2-2: Huidige situatie plangebied
blad 6 van 20
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
2.3
Aard en omvang van de ontwikkeling Het initiatief bestaat uit de ontwikkeling van maximaal 70 woningen en de verplaatsing van een sportveld ten noorden van de bestaande sportvelden. Om het woongebied te kunnen ontwikkelen moet namelijk één van de sportvelden worden verplaatst. Figuur 2-3 toont de mogelijke stedenbouwkundige uitwerking. Het stedenbouwkundige plan en de daarbij behorende fasering staan nog niet vast. Een variatie aan woningtypen is beoogd. Dat betekent dat een combinatie van vrijstaande, halfvrijstaande, geschakelde, aaneengebouwde en gestapelde woningen mogelijk wordt gemaakt. Deze bevatten verschillende segmenten van de woningmarkt, namelijk sociale huurwoningen, starterswoningen, levensloopbestendige woningen, middeldure woningen en dure koopwoningen.
Figuur 2-3: Mogelijk stedenbouwkundig plan, variant B, aangevuld met het verplaatste 4e sportveld
De nieuwe woonwijk en het verplaatste sportveld sluiten aan op de Lange Akkers en met een nieuwe ontsluitingsweg op de Heuvel, van daaruit kan de omgeving worden bereikt. Parkeren wordt op eigen terrein opgelost en in de openbare ruimte. In de nieuwe woonwijk is aandacht voor groen. Zo worden de woningen in groene kamers ingebed, wat een besloten uitstraling geeft. De bestaande houtwal (boomsingel) blijft als historisch relict en groene buffer behouden, evenals het archeologisch relict aan de noordzijde.
2.4
Gevoelige gebieden Natuurgebieden Natura 2000-gebied ‘Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux’ is het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, op een afstand van circa 0,7 kilometer ten westen van het plangebied. In of in directe nabijheid van het plangebied is geen Natuurnetwerk Brabant (NNB) aanwezig. Water, archeologie en cultuurhistorie Het plangebied ligt niet in of nabij een gebied waarin waterschapsbelangen, zoals waterkering, waterberging of waterwinning, een rol spelen. Het plangebied bevindt zich in de verwachte oude historische kern van Westerhoven. Het plangebied valt min of meer samen met de oude kerk. Verder is in het plangebied géén sprake van cultuurhistorisch waardevolle elementen of gebieden.
2.5
Overige kenmerken De voorgenomen ontwikkeling heeft gezien de aard en omvang geen bijzondere kenmerken ten aanzien van: het gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
blad 7 van 20
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
2.6
de productie van afvalstoffen; risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.
Cumulatie In de omgeving van het plangebied zijn voor zover bekend geen andere ontwikkelingen welke zouden kunnen leiden tot cumulatieve effecten voor de (milieu)aspecten.
blad 8 van 20
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
3.
Kenmerken van het potentiële effect In deze paragraaf worden de (mogelijke) verwachte milieueffecten van het project beoordeeld om per milieuaspect te bepalen of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor deze beoordeling zijn de gebieds- en milieuonderzoeken gebruikt die zijn uitgevoerd in het kader van het nieuwe bestemmingsplan.
3.1
Bodem Bij transformatie van het plangebied naar nieuwe functies dient rekening te worden gehouden met de bodemsituatie. De bodem dient geschikt te zijn voor de beoogde functie, zodat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Toetsing In het plangebied is een verkennend bodemonderzoek1 verricht om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen. De aard van de voorgenomen ontwikkeling leidt naar verwachting niet tot vervuilingen of bodemverstoringen. Wel is er sprake van een aantal verontreinigingen die reeds aanwezig zijn in de huidige situatie. Op locatie zijn een demping en een ophoging gelegen. Onbekend is of deze zijn gerealiseerd met gebiedseigen grond. Er is onvoldoende informatie bekend over de bodemkwaliteit ter plaatse. Tevens zijn binnen het plangebied asbestverdachte locaties bekend. Om inzichtelijk te maken of er daadwerkelijk sprake is van bodemverontreiniging en asbestvervuiling in het plangebied dient nader onderzoek (conform NEN 5740) te worden uitgevoerd ter verkrijging van een Omgevingsvergunning bouwen. De resultaten kunnen dan ook worden gebruikt om een indruk te krijgen van de mogelijkheden voor grondverzet op het terrein en het bepalen van de veiligheidsklasse uit de CROW 400 voor het werken in of met verontreinigde bodem.
Het verkennend onderzoek bij de bouwvergunning kan verder uitsluitsel geven over verhoogde concentraties in het grondwater. Conclusie Als er rekening wordt gehouden met de geldende protocollen en aanbevelingen voor vervolgonderzoeken leidt het voornemen naar verwachting niet tot significant nadelige milieueffecten voor het milieuaspect bodem.
3.2
Water Om inzichtelijk te maken wat de invloed van de ontwikkeling is op het milieuaspect water is door Antea Group een waterparagraaf opgesteld. In de waterparagraaf wordt verwoord hoe er in het plan rekening is gehouden met het aspect water, in relatie tot het waterbeleid en de waterhuishouding. Toetsing Huidige situatie In de huidige situatie zijn de gronden waarop Westerhoven-Noord wordt gerealiseerd onverhard en in gebruik als sportveld of agrarische grond. Bodem en grondwater In het noorden valt het plangebied op hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand (code zEZ23; grondwatertrap: VII), in het zuiden valt het op loopodzolgronden; lemig fijn zand (code cY23; grondwatertrap VII). Direct ten zuiden zijn nog vorstvaaggronden; lemig fijn zand (code Zb23; grondwatertrap VII) aanwezig.2 Volgens de bodematlas van de kaartbank Brabant varieert de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) in het plangebied. De hoogst gemeten GHG ligt op >80 cm onder maaiveld of dieper onder maaiveld.
1
Rappoprt Historisch bodemonderzoek Bestemmingsplan Westerhoven-Noord – Antea Group 13 april 2023
2 DINO-loket
blad 9 van 20
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
Op de geomorfologische kaart is een groot deel van het plangebied niet gekarteerd. Het noordelijk deel van het plangebied valt op dekzandwelvingen (L51). Deze zijn ook ten oosten en westen van het plangebied aanwezig. Daarnaast zijn er nabij terrasafzettingswelvingen (L41), laagte ontstaan door afgraving (N94), een laagte zonder randwal (N51, en een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss (M53) aanwezig. Naar het zuiden toe loopt de Keersop, waar een beekdal aanwezig is (R42).
Figuur 3-1: Uitsnede van de geomorfologische kaart van Nederland met daarop het plangebied (Bron: DINO loket)
Op het Algemeen Hoogtebestand Nederland valt te zien dat het plangebied relatief hoog ligt in vergelijking met de omgeving. Naar het zuiden toe loopt het gebied af richting het dal van de Keersop. Het plangebied ligt op circa 29,69 m+NAP. Er zijn op basis van hoogteverschillen in het maaiveld geen antropogene structuren/opgeworpen hoogten te herkennen in het plangebied die wijzen op eerdere bewoning. Het plangebied ligt niet in of nabij een gebied waarin waterschapsbelangen, zoals waterkering, waterberging of waterwinning, een rol spelen. Toekomstige situatie Binnen het plangebied wordt nieuwe verharding gerealiseerd in de vorm van woningen en straten. Toename verhard oppervlak Onderstaande tabel geeft een overzicht van het verharde oppervlak binnen het plangebied, gebaseerd op het stedenbouwkundig schetsontwerp. Daarbij zijn aannames gedaan van het percentage verharding/bebouwing. Oppervlakte in m²
Percentage verharding
Oppervlakte verharding
Uitgeefbaar
12.850
80%
10.280
Niet-uitgeefbaar
9.422
100%
9.422
Openbaar
18.750
50%
9.422
Totaal
31.600
19.702
blad 10 van 20
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
De totale toename van het verhard oppervlak als gevolg van het planvoornemen bedraagt 19.702 m². De toename bedraagt meer dan 10.000 m², hetgeen betekent dat te zijner tijd een watervergunning nodig is. Voor het aanvragen van deze vergunning is een uitgewerkt waterplan nodig, dat zal worden gebaseerd op het definitief ontwerp van het stedenbouwkundig plan. Berekening bergingsopgave Het waterschap hanteert de volgende rekenregel voor het berekenen van de bergingsopgave: bergingsopgave (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m). De ter plaatse geldende gevoeligheidsfactor bedraagt 1. Toepassing van de rekenregel op het planvoornemen leidt tot een bergingsopgave van (19.702 x 1 x 0,06=) 1.183 m³. Ontwerp bergingsvoorziening De berging van het hemelwater zal plaatsvinden door het aanleggen van boven- en ondergrondse voorzieningen (in de openbare ruimte en op de grotere woonpercelen). Voor de afwatering is, overeenkomstig het beleid van waterschap en gemeente, gekozen voor infiltratie en berging ter plaatse. Het water afkomstig van de verharding kan infiltreren in de bodem. In de openbare ruimte worden wadi’s aangelegd. Door de aanleg treden geen wezenlijke veranderingen op in de waterhuishoudkundige situatie.
Gelet op de bodemopbouw (grof en fijn zand) en de relatief diepe ligging van het grondwater (GHG tussen 60 en 160 cm-mv) zijn de gronden geschikt voor infiltratie. Bij de nadere uitwerking hiervan zal het waterschap worden betrokken. Afvalwater Uitgangspunt is dat het vuile afvalwater en het schone hemelwater worden gescheiden. Het vuile afvalwater zal op een nieuw aan te leggen vrijeval rioolsysteem worden geloosd. Conclusie Als er rekening wordt gehouden met de genoemde maatregelen leidt het voornemen naar verwachting niet tot significant nadelige milieueffecten voor het milieuaspect water.
3.3
Flora en fauna De voorgenomen werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd indien de werkzaamheden niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Door middel van een natuurtoets moet worden vastgesteld of beschermde natuurwaarden in het geding zijn. In het kader van de ontwikkeling zijn een quickscan3 en vervolgonderzoek4 uitgevoerd. Toetsing Gebiedsbescherming Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal; bovendien ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux’ op een afstand van circa 0,7 kilometer van het plangebied. Vanwege de afstand zijn van de voorgenomen werkzaamheden geen directe effecten op Natura 2000-gebied te verwachten. Vanwege de omvang van het project en de korte afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied is er mogelijk wel een significant effect als gevolg van stikstof te verwachten. Daarom is hiervoor een berekening5 uitgevoerd. Uit de berekening is gebleken dat er geen effecten te verwachten zijn. In of in directe nabijheid van het plangebied is geen Natuurnetwerk Brabant (NNB) aanwezig.
Het is daarom onwaarschijnlijk dat de bouw en het gebruik van de woningen negatieve effecten hebben op het NNB.
3
Quickscan natuurwetgeving voor woningbouw Westerhoven-Noord – Faunaconsult 28 februari 2023
4
Onderzoek naar het voorkomen van wezels in Westerhoven-Noord – Faunaconsult 27 juni 2023
5
Stikstofberekeningen Woningbouwontwikkeling Bergeijk – Antea Group 15 juni 2023
blad 11 van 20
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
Soortenbescherming Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het plangebied niet uit te sluiten. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Vleermuizen: verstoring vliegroutes en foerageergebied De bomenrij rond de sportvelden fungeert mogelijk als vaste vliegroute en/of foerageergebied voor vleermuizen. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van deze bomen alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV-vrije led armaturen (Zoogdiervereniging, 2011) of rood licht (Spoelstra et al, 2017). Daarnaast is het voor vleermuizen aan te bevelen inlandse loofboomsoorten waar mogelijk te behouden en aan te planten. Deze soorten vormen een geschikte voedselbron voor insecten, die op hun beurt weer als voedsel voor vleermuizen kunnen dienen. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren voor, die onder de Wnb zijn beschermd.
Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Noord-Brabant een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. In het plangebied komt mogelijk de wezel voor. Dit is een A-soort die in de provincie Noord-Brabant niet is vrijgesteld voor ruimtelijke ontwikkeling. Conform Bouwens (2017) hoeven plangebieden kleiner dan één hectare niet nader te worden onderzocht op het voorkomen van kleine marterachtigen. Het plangebied is echter zo’n 3,3 ha groot, dus nader onderzoek naar de aanwezigheid van de wezel is noodzakelijk. Het voorkomen van wezels is onderzocht. Daartoe werden er in het plangebied van 18 april 2023 tot 15 juni 2023 twee Struikrovers geplaatst. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat wezels het plangebied niet blijken te gebruiken. Conclusie Er worden geen significant nadelige milieueffecten voor het milieuaspect flora en fauna verwacht.
3.4
Verkeer en parkeren Om nadelige effecten te voorkomen dient inzichtelijk gemaakt te worden wat de invloed van de voorgenomen ontwikkeling is op de huidige situatie wat betreft verkeer en parkeren. Toetsing Met het initiatief wordt het huidige gebruik planologisch gewijzigd. De locatie verandert van de bestemming ‘Sport’ en ‘Agrarisch’ naar een woonwijk met bijbehorende voorzieningen in de openbare ruimte. Het verplaatsen van het sportveld heeft maar beperkte invloed, omdat de toegang tot het sportcomplex zelf ongewijzigd blijft. De verplaatsing is daarom verder niet mee gerekend. Verkeer De toekomstige woonwijk brengt verkeersbewegingen met zich mee. Voor de 70 nieuwe woningen is in het bestemmingsplan een verkeersgeneratie berekend van 487 motorvoertuigbewegingen/etmaal. Verwacht wordt dat al het verkeer via de Heuvel zich verspreidt in diverse richtingen. Het verkeer dat naar Eindhoven, Tilburg, Breda, Weert, Antwerpen gaat, rijdt via de Heuvel naar de N379. Verkeer dat vanuit de initiatieflocatie richting centrum Westerhoven-Noord rijdt, rijdt via de Heuvel naar het zuiden. De woonwijk wikkelt af op de Heuvel, wat een gebiedsontsluitingsweg betreft. Deze weg heeft voldoende capaciteit om de verkeerstoename als gevolg van het initiatief aan te kunnen.
blad 12 van 20
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
Parkeren De gemeente Bergeijk heeft in 2022 nieuw parkeerbeleid vastgesteld. Hierin is opgenomen dat de meest recente richtlijnen van het CROW worden gehanteerd voor het bepalen van de parkeereis bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uitgangspunt is dat bij een ruimtelijke ontwikkeling de parkeervraag in de basis op eigen terrein wordt gerealiseerd of, dit geldt vooral voor grootschalige ontwikkelingen, binnen het plangebied. Bezoekersparkeerplaatsen moeten openbaar toegankelijk zijn. Conform het beleid is in het plangebied sprake van een parkeerbehoefte van in totaal (naar boven afgerond) 134 parkeerplaatsen. In het stedenbouwkundig plan worden voldoende parkeerplaatsen voorzien. Er worden voor een deel parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd en voor een deel in de openbare ruimte. Voldaan zal worden aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeren, hiervoor is een bepaling opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Conclusie Er worden geen significant nadelige milieueffecten voor het milieuaspect verkeer en parkeren verwacht.
3.5
Geluid Om inzichtelijk te maken of de ontwikkeling niet leidt tot een verslechtering van het akoestisch klimaat is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai6 uitgevoerd. Toetsing Het plangebied valt binnen de zone van N397. Andere wegen zijn de Heuvel en de aan te leggen wegen. Voor de N397 geldt een maximumsnelheid van 80 km/uur. Alle andere omliggende wegen hebben een snelheid van 30 km/uur. Een hogere waarde is nodig omdat niet alle berekende geluidsniveaus komend van de gezoneerde wegen in de omgeving onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB liggen. Een hogere waarde is nodig voor de woningen door het wegverkeersgeluid afkomstig van de N397. De berekende geluidbelasting bedraagt maximaal 53 dB. Maatregelen worden niet doelmatig geacht. Het verlenen van hogere waarden wordt mogelijk geacht. Dit besluit wordt genomen. De gecumuleerde geluidbelasting bij de te realiseren woningen bedraagt ten hoogste 53 dB ter plaatse het meest noordoostelijke gebouw aan de noordgevel op de tweede etage van het gebouw. De vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k bedraagt dan 20 dB (standaardeis uit het bouwbesluit). Een onderzoek naar de geluidwering van de gevels is niet nodig. De milieukwaliteit wordt bij de woningen wordt geclassificeerd als ‘Zeer Goed’ tot ‘Redelijk´. Het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de woningen wordt als acceptabel aangemerkt.
De cumulatieve geluidbelasting (wegverkeer) staat een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg. Conclusie Er worden geen significant nadelige milieueffecten voor het milieuaspect geluid verwacht.
3.6
Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer, titel 5.2 van hoofdstuk 5. In dit hoofdstuk zijn onder andere de kaders vastgelegd voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, voor projectsaldering, voor het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit en voor het toetsen aan grenswaarden. In het Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) en de daarop gebaseerde Regeling Niet In Betekenende Mate (luchtkwaliteitseisen) is geregeld welke projecten niet meer getoetst hoeven te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Projecten, die maximaal 3% van de grenswaarde (= 1,2 µg/m³ voor zowel NO₂ als PM₁₀) bijdragen aan de lokale luchtkwaliteit vallen onder de definitie van NIBM en hoeven niet meer getoetst te worden
6
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Westerhoven-Noord – De Roever Omgevingsadvies 15 februari 2023
blad 13 van 20
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. De grens voor woningbouwplannen ligt bij 3% op 1.500 woningen. Als er twee ontsluitingswegen zijn, mag een grens van 3.000 woningen worden gehanteerd. Toetsing Dit bestemmingsplan maakt de realisatie mogelijk van maximaal 70 woningen en een extra ontsluitingsweg. Dit is een ontwikkeling die kleiner is dan 1500 woningen. De ontwikkeling zal dan ook 'niet in betekenende mate' bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Naast de toetsing of het bouwplan een bijdrage levert aan de luchtkwaliteit dient beoordeeld te worden of sprake is van een goed woon-, en leefklimaat en daarmee of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De GGD geeft op lokaal niveau advies over luchtkwaliteit in relatie tot gezondheid en ruimtelijke ordening. Juist bij gevoelige bestemmingen nabij drukke wegen is het wenselijk dat de gemeente om advies vraagt aan de GGD. De ontwikkeling betreft een gevoelige bestemming die niet in de nabijheid van een drukke weg is gelegen. Door middel van de actuele kaartgegevens met betrekking tot de aspecten stikstofdioxide, fijnstof, zeer fijnstof en roet (nsl-monitoring.nl) is onderzoek gedaan naar de situatie in het plangebied. Hieruit blijkt dat ter plaatse van de meetpunten ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden.
Omdat het plangebied is gelegen in de nabijheid van de meetpunten en bovendien verder van de bron zijn gelegen dan de meetpunten dat doen, kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een goede luchtkwaliteit ter plaatse. Conclusie Er worden geen significant nadelige milieueffecten voor het milieuaspect luchtkwaliteit verwacht.
3.7
Bedrijven en milieuzonering De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht om in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan te tonen dat (toekomstige) bewoners en gebruikers een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Daarnaast dient aangetoond te worden dat (bestaande) bedrijven niet in hun belangen worden geschaad. Toetsing In de toekomstige situatie heeft het plangebied voornamelijk een woonfunctie. Het plangebied maakt daarom deel uit van een ‘rustige woonwijk’. Hinderveroorzakende functies in het plangebied Binnen het plangebied worden geen functies gerealiseerd die milieuhinder veroorzaken. De woningen kunnen worden aangemerkt als milieuhindergevoelig. Hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied Onderzocht moet worden of de functies in het plangebied hinder ondervinden van hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied. De volgende functies in de omgeving van het plangebied kunnen eventuele hinder veroorzaken. De tabel laat zien hoe de functies kunnen worden gecategoriseerd op basis van de VNGbrochure 'Bedrijven en milieuzonering'. De tabel geeft de minimaal aanbevolen richtafstanden (in meters) aan voor deze functies: Functie
Geur
Stof
Geluid
Gevaar Grootste afstand
Sportpark Westerhoven
0
0
50
0
50
Recreatiebedrijf Lange Akkers 36-38 (indoorfietscrossbaan*)
0
0
50
0
50
*deze wordt beschouwd als ‘sporthal’ De afstand tussen de situering van de nieuwe woningen en de hinderveroorzakende functies is voldoende groot voor de indoorfietscrossbaan. Voor het sportpark is de afstand niet voldoende groot. In de huidige situatie zijn er al woningen aanwezig binnen een afstand van 50 meter, namelijk aan de zuidoostzijde. De afstand tot deze woningen is daarom maatgevend. Voor een veldsportcomplex met verlichting geldt een indicatieve richtafstand
blad 14 van 20
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
van 50 meter voor geluid. Voor het sportpark is daarom in het kader van een goede ruimtelijke ordening gekeken of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er is daarvoor een akoestisch onderzoek7 verricht. Getoetst is of ter plaatse van de beoogde woningen voldaan kan worden aan de richt- en grenswaarden die daarvoor gelden en of de beoogde woningen zorgen voor een belemmering voor de voetbalvereniging. Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse van de beoogde woningen overal aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan (zowel langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en maximale geluidniveaus). De beoogde woningen zorgen niet voor een belemmering van de voetbalvereniging ZSC Westerhoven. Niet overal kan aan de richt- en grenswaarden uit stap 2 en stap 3 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering worden voldaan. Uit de beschouwing van maatregelen blijkt dat bronmaatregelen en/of maatregelen in de overdracht niet doelmatig zijn om de geluidniveaus significant naar beneden te brengen. Maatregelen bij de ontvanger (aanvullende gevelwering) zijn daarentegen wel mogelijk. Bij een aantal woningen is een gevelwering nodig die hoger is dan de standaard 20 dB uit het Bouwbesluit 2012. De hoogst benodigde gevelwering bedraagt 23 dB. In de praktijk wordt een gevelwering tot 23 dB bij nieuwbouw vrijwel altijd wel behaald.
Een nader onderzoek naar de geluidwering van de desbetreffende gevels wordt niet noodzakelijk geacht. De indirecte hinder is niet rekentechnisch opgenomen in het onderzoek. De voertuigbewegingen zijn voordat deze enigszins in de buurt van het plangebied komen al ruimschoots opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Daarmee kan met voldoende zekerheid worden ingeschat dat ter plaatse van het plangebied ruimschoots aan de richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde vanwege de indirecte hinder zal worden voldaan. Veehouderijen De nieuw te ontwikkelen woningen zijn geurgevoelige objecten. In de omgeving van veehouderijen kan sprake zijn van geurhinder. In geval van een planvoornemen met geurgevoelige objecten moet worden aangetoond dat het planvoornemen niet leidt tot belemmering van veehouderijen en dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De gemeente Bergeijk heeft in dit kader de Verordening geurhinder en veehouderij Bergeijk 2017 vastgesteld. Daarin is opgenomen dat de wettelijke normen voor geurbelasting van woningen als gevolg van individuele veehouderijen met een geuremissiefactor van toepassing zijn, te weten 3,0 odour units per m³ (ou/m³) voor woningen binnen de bebouwde kom en 10,0 ou/m³ voor woningen in het buitengebied.
Voor veehouderijen zonder geuremissiefactor gelden de volgende vaste afstanden: ten minste 100 meter tot woningen binnen de bebouwde kom en ten minste 50 meter voor woningen buiten de bebouwde kom. Het plangebied is op dit moment grotendeels onderdeel van de bebouwde kom van Westerhoven. Als gevolg van de ontwikkeling veranderen de toegestane geurbelasting en de vaste afstand niet. Binnen 1 kilometer van het plangebied zijn twee veehouderijen gelegen: Heijerstraat 16 en Heuvel 44. Dit betreft veehouderijen waarvoor een vaste afstand geldt. Aan deze afstand wordt voldaan. Conclusie Er worden geen significant nadelige milieueffecten voor het milieuaspect bedrijven en milieuzonering verwacht.
3.8
Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Toetsing Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedsgebieden van risicobronnen, enkel de nieuwe ontsluitingsroute kruist een defensie brandstofleiding, zie figuur 3-2. Voor de leiding is het brandscenario relevant. Het plangebied ligt verder buiten het invloedsgebied van deze risicobron. Daarom is geen verantwoording nodig.
7
Akoestisch onderzoek industrielawaai – Antea Group 21 april 2023
blad 15 van 20
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
Figuur 3-2: Uitsnede signaleringskaart externe veiligheid
Conclusie Er worden geen significant nadelige milieueffecten voor het milieuaspect externe veiligheid verwacht.
3.9
Archeologie en cultuurhistorie Op grond van de Erfgoedwet dient bij een ruimtelijk besluit rekening te worden gehouden met de in de grond aanwezige archeologische waarden dan wel te verwachten monumenten. Deze verantwoordingsplicht omvat zowel het boven- als ondergronds erfgoed. Toetsing Archeologie In het kader van het bestemmingsplan is een archeologisch bureauonderzoek8 uitgevoerd. Het onderzoeksgebied bevindt zich in de verwachte oude historische kern van Westerhoven, zie figuur 3-3. Het noordelijk deel van het plangebied bevindt zich binnen of nabij de contour van een oude 13e -eeuwse kerk met bijbehorend kerkhof, luihuis en schoolgebouw. Daarnaast bevindt het plangebied zich zeer dichtbij een oude Romeinse landweg die nog steeds in gebruik is (de Heuvel), en ligt het op een relatieve hoogte nabij een beekdal wat het een aantrekkelijk vestigingsgebied maakte van het paleolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. 8
Archeologie 2023/38 Bureauonderzoek – Antea Group 4 april 2023
blad 16 van 20
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
Het oude kerkhof is in 1947 afgegraven. Dit kan hebben geleid tot grote verstoringen in de bodemopbouw. Daarnaast wordt een deel van het plangebied gebruikt als landbouwgrond en zijn er rond 1985 sportvelden aangelegd in het zuiden van het plangebied. Ook dit kan hebben geleid tot verstoringen in de originele bodemopbouw. In het noorden van het plangebied wordt een esdek verwacht. Dit kan sporen en resten uit de perioden tot en met de vroege middeleeuwen, hebben beschermd. Omdat er een (zeer) hoge kans is op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied is een inventariserend veldonderzoek noodzakelijk op de locaties waar graafwerkzaamheden dieper dan 30cm -mv gepland zijn. Ter bescherming van de archeologische waarden blijven de archeologische dubbelbestemmingen behouden.
Figuur 3-3: Uitsnede van de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Bergeijk, met daarop het plangebied (Bron: Gemeente Bergeijk)
Cultuurhistorie Het ruimtelijk erfgoed binnen de provincie Noord-Brabant wordt weergegeven op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Het plangebied is op de CHW aangeduid als gelegen in de cultuurhistorische regio de ‘Kempen’. De Kempen is een zwak golvend dekzandlandschap dat bestaat uit dekzandvlakten en -ruggen. De ruimtelijke identiteit van het ontginningslandschap van de Kempen wordt gevormd door de contrasten tussen de verschillende agrarische gebruikseenheden: de akkers, graslanden en woeste gronden. De akkercomplexen, dorpen en gehuchten liggen vanouds op de rand van de beekdalen. Langs de beken lagen de graslanden, vaak verdeeld in lange smalle percelen die omzoomd waren door elzensingels. Op de hogere delen van het landschap bevonden zich vroeger uitgestrekte heidevelden, bossen en stuifzanden. Door overbeweiding en het steken van heideplaggen ontstonden plaatselijk zandverstuivingen. In de negentiende en begin twintigste eeuw zijn veel heidevelden omgezet in landbouwgrond of bos. De jonge landbouwontginningen zijn tamelijk grootschalig en rationeel ingericht. Voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op de identiteit van regio de Kempen. Onderdeel van de Erfgoedverordening van de gemeente Bergeijk is de erfgoedkaart. Hierop zijn de gebieden of objecten met een cultuurhistorische waarde voor het hele gemeentelijk grondgebied in beeld gebracht.
blad 17 van 20
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
Westerhoven kent een lange geschiedenis. Zo is ‘de Heuvel’ een oude Romeinse landweg. Het is goed mogelijk dat hieraan dus bewoning heeft plaatsgevonden in de Romeinse tijd. Daarnaast is in de 13e eeuw is een stenen kerk gebouwd in het noorden van Westerhoven. Waarschijnlijk heeft er daarvoor een houten kerk gestaan. De kerk was een secundaire kerk van de hofkerk in Bergeijk en had de zorg voor Dommelen, Westerhoven, Borkel en mogelijk ook eerst voor Riethoven. Er is niet veel bekend over de kerk. De kerk stond aan een zandpad die de Lijkweg of Lijkstraat heette. Deze weg liep vanaf de Aarperstraat langs het evemententerrein en de voetbalvelden naar de Heuvel en is nog deels zichtbaar op de kaart. Op een kaart uit de 18e eeuw is te zien dat het plangebied min of meer samen valt met de oude kerk. Op de kadastrale minuut 1811-1832 valt te zien dat (deels) binnen het plangebied het ‘Oude Kerkhof’ ligt. Op de kaart uit 1850 valt te zien dat het plangebied onbebouwd is, dit geldt ook voor 1900. Op de kaart van 1901 staat de Lijkstraat aangegeven. Rond 1985 zijn de sportvelden aangelegd. Vanaf 1993 is de Zandstraat nog maar voor de helft aanwezig. Verder is in het plangebied geen sprake van cultuurhistorisch waardevolle elementen of gebieden. Met de uitwerking van het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden van het plangebied en de omgeving.
Beschermde maatregelen zijn daarom niet noodzakelijk. Conclusie Er worden geen significant nadelige milieueffecten voor de milieuaspecten archeologie en cultuurhistorie verwacht.
3.10
Gezondheid Bij elke ruimtelijke ontwikkeling dienen risico's voor de volksgezondheid inzichtelijk gemaakt te worden. Toetsing Volgens de atlas van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is er geen sprake van belemmerende endotoxine contouren. Zowel agrarische bedrijven met endotoxinen contouren als geitenhouderijen zijn op voldoende afstand gelegen. Een nader advies van de GGD is dan ook niet noodzakelijk. Conclusie Er worden geen significant nadelige milieueffecten voor het milieuaspect gezondheid verwacht.
blad 18 van 20
projectnummer 0480262.100 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling
4.
Conclusie Uit de m.e.r.-beoordeling blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plangebied die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige milieueffecten. Er kan gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling, met inachtneming van de genoemde maatregelen, niet leidt tot belangrijk nadelige milieugevolgen. Er is geen reden tot het uitvoeren van een m.e.r.-procedure.
blad 19 van 20
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout Postbus 40 4900 AA Oosterhout T. +31 6 53 38 16 27
Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
www.anteagroup.nl