Toelichting - TOE03-0465175-01A.PDF
Tekst van het document
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020 Gemeente Bergeijk
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
Toelichting Regels Verbeelding
Datum: 23 september 2020
Projectgegevens: TOE03-0465175-01A REG03-0465175-01A 01-465175-BP-ON-FB20-200922 Identificatienummer: NL.IMRO.1724.BPUfbw0084-ONTW
Datum vrijgave
Opsteller(s)
Projectleider
Vrijgave
23-09-2020
MB, SI
CS
MB
Vestiging Oosterhout Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout T: +31 (0)162 48 75 00 www.croonenburo5.com
Vestiging Maastricht Wim Duisenbergplantsoen 21 6221 SE Maastricht T: +31 (0)43 325 32 23 info@croonenburo5.com
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding en doel Het plangebied Geldend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
1 1 2 2 2
2
Planbeschrijving
3
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Nieuwe verbinding Grenscorridor N69 en Gebiedsimpuls Integraal gebiedsplan Grenscorridor N69 Gebiedsbeschrijving Projectbeschrijving Ruimtelijke inpasbaarheid van het fietspad Vertaling in het bestemmingsplan
3 3 5 5 7 7
3
Beleidskader
9
3.1 3.2 3.3
Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
9 10 20
4
Milieuhygiënische en planologische aspecten
23
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
M.e.r.-beoordeling Bodem Water Natuur Geluid Luchtkwaliteit Bedrijfshinder Externe veiligheid Archeologie en cultuurhistorie Kabels en leidingen
23 23 24 28 30 31 32 32 33 35
5
Het bestemmingsplan
37
5.1 5.2 5.3
Plansystematiek Opzet van de regels De bestemmingen
37 37 38
6
Uitvoerbaarheid
41
6.1 6.2
Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
41 41
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
Bijlagen: Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5:
Verkennend bodemonderzoek fietspaden Bergeijk e.o., Antea Group, 3 juni 2019 Quickscan natuurwetgeving voor de aanleg van een fietspad in Bergeijk, Faunaconsult, 17 mei 2019 Bureauonderzoek fietspaden Bergeijk, Antea Group Archeologie, 25 februari 2019 Advies Archeologische Monumentenzorg 2018 – 172, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, 29 oktober 2018 Nota inspraak en vooroverleg, inclusief rapportages alternatievenonderzoek
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel
Gemeente Bergeijk
Aan de westzijde van Valkenswaard wordt een nieuwe verbindingsweg aangelegd tussen Valkenswaard-Zuid en de A67 bij Veldhoven. Vanwege de aanleg van deze weg worden in de regio Grenscorridor N69 maatregelen uitgevoerd om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verbeteren. Eén van deze maatregelen is de aanleg van een fietsverbinding tussen Westerhoven, Riethoven en de Volmolen. In het Integraal gebiedsplan Grenscorridor N69 is een voorstel opgenomen dat bestaat uit de aanleg van: een fietspad langs de Heuvel en Dorpsstraat, tussen de N397 en Riethoven; een fietspad langs de Schoolstraat, tussen Riethoven en de Kapelstraat; een fietspad langs de Broekhovenseweg, tussen de Wilgerijs en de Volmolen. Het bestemmingsplan ‘Fietspad Broekhovenseweg 2020’ maakt de aanleg van een vrijliggend fietspad langs de Broekhovenseweg mogelijk. In het voorontwerpbestemmingsplan (toen nog met de naam ‘Fietspaden Westerhoven – Riethoven 2019’) waren ook fietspaden langs de Heuvel/Dorpsstraat en de Schoolstraat opgenomen. Naar aanleiding van de ingediende inspraakreacties is besloten om eerst een variantenstudie te verrichten naar de aanleg van een fietsverbinding tussen Riethoven en de Volmolen. Op basis van die variantenstudie is geconcludeerd dat het voor de Schoolstraat de voorkeur heeft om de grens van de bebouwde kom in noordelijke richting te verschuiven.
Hierdoor kan worden volstaan met herinrichting van het bestaande wegprofiel en is de aanleg van een vrijliggend fietspad niet meer aan de orde. Het vrijliggende fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat is opgenomen in het bestemmingsplan ‘Fietspad Heuvel – Dorpsstraat’, dat in de loop van 2020 als ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. De fietspaden langs de Schoolstraat en de Heuvel/Dorpsstraat maken daarom geen deel uit van het plangebied van dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan ziet op de aanleg van een vrijliggend fietspad langs de Broekhoevenseweg. Het fietspad past hier niet binnen de verkeersbestemming van het geldende bestemmingsplan, maar ligt grotendeels in een agrarische bestemming of een bosbestemming. Herziening van het bestemmingsplan is daarom nodig om de aanleg van het fietspad mogelijk te maken. In dit bestemmingsplan wordt voor het fietspad een verkeersbestemming opgenomen.
1.2
Het plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied van Bergeijk en omvat gronden aan weerszijden van de Broekhovenseweg. Het betreft een strook gronden ten zuiden van de weg (tussen de kruising met de Wilgerijs en de kruising met de Zeven Fonteinen) en een strook gronden ten noorden van de weg (tussen de kruising met de Zeven Fonteinen en de Volmolen). Voor de gronden waar de nieuwe N69 de Broekhovenseweg gaat kruisen, geldt het provinciaal inpassingsplan ‘Nieuwe Verbinding Grenscorridor N69’. De gronden waarvoor het provinciaal inpassingsplan geldt zijn buiten het plangebied van dit bestemmingsplan gelaten. De aanleg van een vrijliggend fietspad is hier onderdeel van het project voor de aanleg van de nieuwe N69 en is op grond van het provinciaal inpassingsplan al mogelijk. De grens van het plangebied wordt aan de ene zijde gevormd door de grens van de bestemming ‘Verkeer’ uit het geldende bestemmingsplan en aan de andere zijde door de buitenste begrenzing van het nieuwe fietspad. Omdat een deel van het fietspad wordt aangelegd binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is natuurcompensatie nodig. De compensatie vindt plaats op drie percelen in de nabijheid van de Beekloop, kadastraal bekend als D663 (gedeeltelijk), D713 en D714. Deze percelen zijn opgenomen in het plangebied en bestemd als ‘Natuur’.
CroonenBuro5
1
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
1.3
Gemeente Bergeijk
Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’, dat op 7 juli 2011 is vastgesteld door de gemeenteraad. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ is partieel herzien door vaststelling van de bestemmingsplannen ‘Herziening Buitengebied Bergeijk 2014’ (vastgesteld op 1 juli 2014) en ‘2e herziening Buitengebied Bergeijk 2017’ (vastgesteld op 1 juni 2017). De gronden binnen het plangebied hebben deels de bestemming ‘Bos’, deels de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden 1’ en deels de bestemming ‘Recreatie’. Deze bestemmingen maken (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen ten dienste van de bestemming mogelijk. Het fietspad langs de Broekhovenseweg staat niet ten dienste van de geldende bestemmingen, maar is een doorgaand fietspad dat langs de bestaande rijbaan van de Broekhovenseweg wordt aangelegd. Dit bestemmingsplan is opgesteld om het fietspad juridisch-planologisch goed te regelen door het te bestemmen als ‘Verkeer’. De compensatiepercelen nabij de Beekloop zijn in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ deels bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Natuur- en landschapswaarden 2’ en deels als ‘Natuur’. De compensatiepercelen kennen een agrarisch gebruik en de natuurbestemming is ter plaatse niet gerealiseerd.
1.4
Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding, waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn weergegeven; regels, waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de op de verbeelding weergegeven bestemmingen zijn opgenomen; een toelichting, waarin het initiatief is beschreven, de gemaakte keuzes zijn gemotiveerd en het plan is getoetst aan het geldende beleid en de relevante milieuaspecten. De verbeelding en regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend, maar bevat een beschrijving van de keuzes die zijn gemaakt om tot een bestemmingsregeling te komen.
1.5
Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat de planbeschrijving. In dat hoofdstuk wordt ingegaan op de relatie met de gebiedsimpuls Grenscorridor N69, op de bestaande situatie in het plangebied en op de aanleg van het fietspad. In hoofdstuk 3 wordt het initiatief getoetst aan het relevante beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofstuk 4 beschrijft de relevante milieuhygiënische en planologische aspecten en hoofdstuk 5 bevat de juridische toelichting. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief.
CroonenBuro5
2
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
2
Planbeschrijving
2.1
Nieuwe verbinding Grenscorridor N69 en Gebiedsimpuls De huidige N69 tussen Valkenswaard Zuid en de A2/N2 ten noorden van Aalst is in de afgelopen decennia overbelast geraakt, wat heeft geleid tot leefbaarheids- en bereikbaarheidsproblemen in de regio Grenscorridor N69. Om deze problematiek op te lossen wordt een nieuwe wegverbinding aangelegd, die langs de westzijde van Valkenswaard loopt (oostelijk van Westerhoven en Riethoven) en ter hoogte van Veldhoven-West aansluit op de A67. Het provinciale inpassingsplan ‘Nieuwe verbinding Grenscorridor N69’, dat aanleg van de nieuwe weg mogelijk maakt, is door een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 13 juni 2018 onherroepelijk geworden. Inmiddels is gestart met voorbereidingen voor de realisatie van de nieuwe weg. Maatregelen in regio Grenscorridor N69 Onderdeel van de aanleg van de nieuwe verbindingsweg is een pakket aan maatregelen in de regio Grenscorridor N69, bestaande uit: Nulplusmaatregelen: verkeerskundige maatregelen die tot doel hebben om de doorstroming op lokale wegen te verbeteren en met sluipverkeerwerende maatregelen te bevorderen dat de juiste verkeersstroom sneller op de juiste route komt. Dit pakket bevat tevens maatregelen ter bevordering van het gebruik van de fiets en van (hoogwaardig) openbaar vervoer.
Gebiedsimpuls: maatregelen die tot doel hebben een ruimtelijke kwaliteitsverbetering te realiseren in de regio. De gebiedsimpuls richt zich niet op verkeerskundige maatregelen, maar op maatregelen op het gebied van landbouw, natuur, landschap, water en recreatie. In de gemeente Bergeijk zijn de nulplusmaatregelen beperkt tot maatregelen om sluipverkeer te weren en verkeer de juiste routes te laten volgen. De aanleg van een fietsverbinding tussen Westerhoven, Riethoven en de Volmolen vloeit voort uit de gebiedsimpuls. Gelijktijdig met de aanleg van de fietsverbinding worden nulplusmaatregelen uitgevoerd die grenzen aan het fietspad. De nulplusmaatregelen en de maatregelen die onderdeel zijn van de gebiedsimpuls zijn aanvullend op de mitigerende en compenserende maatregelen die noodzakelijk zijn in verband met de aanleg van de nieuwe verbinding. Omdat de maatregelen geen voorwaarde zijn voor het realiseren van de nieuwe verbindingsweg, maken ze geen deel uit van het provinciaal inpassingsplan ‘Nieuwe Verbinding Grenscorridor N69’, maar zijn ze buiten het plangebied van dat plan gehouden. Het is aan de afzonderlijke gemeenten om de nulplusmaatregelen en de maatregelen die voortvloeien uit de gebiedsimpuls – voor zover noodzakelijk – juridisch-planologisch mogelijk te maken. Gebiedsimpuls In de gebiedsimpuls gaat het om méér dan alleen verkeer.
De bedoeling is dat aan de hele regio Grenscorridor N69 een ruimtelijke kwaliteitsimpuls wordt gegeven. Hiertoe is een integraal gebiedsplan opgesteld, waarin naast gebiedsimpuls- en landbouwkundige maatregelen ook de realisatie van Natuur Netwerk Brabant en de wateropgaven van Waterschap De Dommel zijn opgenomen. Daarnaast hebben de partners in de regio een aantal innovatieve projecten benoemd en beschreven. Onderdeel van de gebiedsimpuls is de verbetering van de recreatieve routes (het wandel- en fietspadennetwerk) in de regio.
2.2
Integraal gebiedsplan Grenscorridor N69 Het Integraal gebiedsplan Grenscorridor N69 (november 2014) is een plan op planstudieniveau waarin een integraal pakket aan kwaliteitsverbeterende maatregelen in de regio Grenscorridor N69 is opgenomen. Vanaf 2012 zijn voorstellen gedaan en uitgewerkt om in de hele regio maatregelen te treffen.
CroonenBuro5
3
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
Op basis van een analyse van de kwaliteiten en kansen van het gebied is een ambitiekaart opgesteld. De cultuurhistorische landschapseenheden (beekdalen, essen, jonge heideontginningen en heide-/boscomplexen) vormen de fysieke basis van de kaart. Vanuit de kenmerken van deze gebieden is aangegeven wat de samenhangende mogelijkheden en kansen zijn voor landbouw, water, natuur, recreatie en landschap. Op een ontwerpkaart is vervolgens een integraal ruimtelijk toekomstbeeld van de deelgebieden weergegeven bij realisatie van de gebiedsimpuls. Op deze kaart zijn onder meer de bestaande en nieuwe landschapselementen, de bestaande en nieuwe natuur en de netwerken aan (recreatieve) fiets- en wandelroutes weergegeven. De routes zijn uitgewerkt in een netwerkkaart. Netwerkkaart De netwerkkaart geeft een overzicht van de (recreatieve) routes in het gebied, waarbij een onderscheid is gemaakt in bestaande routes en nieuwe/aangepaste routes, als onderdeel van de voorstellen in de ontwerpkaart. Het gaat om wandelroutes, fietsroutes, ATB-routes en ruiterroutes. De nieuw aangeduide routes omvatten bestaande paden/wegen die op onderdelen worden aangepast (bijvoorbeeld qua verharding) of aangevuld (missing links). In de netwerkkaart zijn ook twee nieuwe utilitaire fietsroutes opgenomen: de route Stevertsebaan tussen Steensel en Broekhoven en de route Westerhoven-Riethoven-Volmolen.
Uitvoeringspakket fietsverbinding Westerhoven-Riethoven-Volmolen Aanleg van de fietsroute Westerhoven-Riethoven-Volmolen is als één van de uitvoeringspakketten (uitvoeringspakket H) opgenomen in het integraal gebiedsplan. In de bijlage bij het integraal gebiedsplan is inzichtelijk gemaakt waar ingrepen nodig zijn om een volwaardige fietsroute te realiseren. Onderdeel van de route zijn de aanleg van een fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat (tussen Riethoven en Westerhoven), langs de Schoolstraat (tussen Riethoven en de Kapelstraat) en langs de Broekhovenseweg (tussen de Wilgerijs en de Volmolen).
Aanleg utilitair fietspad Westerhoven-Riethoven-Volmolen (bron: Uitvoeringspakket H uit het integraal gebiedsplan Grenscorridor N69)
Dit bestemmingsplan ziet op een deel van de fietsverbinding Westerhoven-Riethoven-Volmolen, namelijk op de aanleg van een vrijliggend fietspad langs de Broekhovenseweg. Voor de aanleg van een vrijliggend fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat is een afzonderlijk ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht. Voor de Schoolstraat is gekozen voor een andere oplossing, namelijk het verschuiven van de grens van de bebouwde kom en herinrichting van het wegprofiel. Deze maatregelen passen binnen het geldende bestemmingsplan, zodat het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor de Schoolstraat niet nodig is.
CroonenBuro5
4
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
2.3
Gemeente Bergeijk
Gebiedsbeschrijving Dit bestemmingsplan maakt de aanleg van een vrijliggend fietspad mogelijk langs de Broekhovenseweg. Deze weg ligt in het buitengebied van Bergeijk en loopt door het afwisselende Kempische landschap. De Broekhovenseweg is een 60 km/h-weg, die deels (van de kruising met de Kapelstraat tot de kruising met de Wilgerijs) is voorzien van een vrijliggend fietspad aan de zuidzijde van de rijbaan. Vanaf de aansluiting met de Wilgerijs is de relatief smalle rijbaan voorzien van fietssuggestiestroken. De Broekhovenseweg loopt vanaf hier in oostelijke richting door het bosgebied van de Einderheide (zuidzijde van de weg) en daarna door een agrarisch gebied met aan de noordzijde van de weg eerst enkele agrarische bedrijven en daarna een strook met vrijstaande woningen. Na de kruising met de Zeven Fonteinen staan aan de zuidzijde van de Broekhovenseweg een drietal woningen, waarna de weg tussen twee kleinere bospercelen doorloopt om vervolgens aan te sluiten op de Volmolenweg (die in noordwestelijke richting naar Veldhoven en Eindhoven loopt) en de Volmolen (die in zuidoostelijke richting naar Waalre en Valkenswaard loopt). Langs de Volmolenweg en Volmolen liggen aan weerszijden vrijliggende fietspaden.
2.4
Projectbeschrijving Met de aanleg van een vrijliggend fietspad langs de Broekhovenseweg wordt voorzien in de realisering van een missende schakel voor utilitair en recreatief fietsverkeer in het buitengebied van Bergeijk. Het fietspad sluit aan op het bestaande vrijliggende fietspad tussen de kruising met de Kapelstraat en de kruising met de Wilgerijs en op het vrijliggende fietspad dat onderdeel is van de aanleg van de kruising van de Broekhovenseweg met de nieuwe N69 (verdiepte ligging N69 en viaduct Broekhovenseweg). Hierdoor ontstaat een volledig vrijliggende fietsverbinding tussen de Kapelstraat in het westen en de Volmolen in het oosten.
Overzicht fietsroute Broekhovenseweg tussen Kapelstraat en Volmolen: - in blauw de bestaande delen van de route (vrijliggend fietspad) - in rood de nieuwe delen van de route (doorgetrokken lijn: opgenomen in dit bestemmingsplan, onderbroken lijn: opgenomen in provinciaal inpassingsplan ‘Nieuwe Verbinding Grenscorridor N69’)
CroonenBuro5
5
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
Het vrijliggende fietspad is uitgewerkt in concrete inrichtingstekeningen, waarop de ligging van het fietspad en de aansluiting op de bestaande wegen/fietspaden zijn vormgegeven. Voor de ligging van het fietspad is rekening gehouden met de bestaande karakteristieken van de omgeving en met de huidige infrastructuur, zodat het fietspad op een logische manier wordt ingepast. Er wordt een twee-richtingenfietspad met een breedte van 4 meter aangelegd, gescheiden van de rijbaan door groene bermen waarin onder meer ruimte is voor (bestaande en aan te passen) bermsloten en watergangen. Door te kiezen voor een twee-richtingenfietspad blijven de ingrepen overal beperkt tot één zijde van de weg en kan rekening worden gehouden met bestaande elementen, waaronder de woonpercelen aan de Broekhovenseweg: het fietspad wordt nergens aangelegd aan de voorzijde van de woonpercelen, maar juist aan de overzijde van de weg. Om dit te bereiken, steekt het fietspad ter hoogte van de kruising met de Zeven Fonteinen de rijbaan over. Het tracé van het fietspad ziet er van west naar oost als volgt uit. Vanaf de aansluiting met de Kapelstraat maken fietsers gebruik van het bestaande vrijliggende fietspad aan de zuidzijde van de Broekhovenseweg.
Vanaf de kruising met de Wilgerijs (het einde van het huidige vrijliggende twee-richtingenfietspad) wordt aan de zuidzijde van de Broekhovenseweg een twee-richtingenfietspad met een breedte van 4 meter aangelegd. Het fietspad wordt van de rijbaan gescheiden door een groene tussenberm, waarin ruimte is voor (bestaande en nieuwe) (zak)sloten/greppels. Waar in de huidige situatie ter hoogte van het Huisven sprake is van een open plek in het bos, wordt het fietspad op wat grotere afstand van de rijbaan gelegd. Hierdoor kan de bestaande bosstrook behouden blijven en wordt onnodige kap van bomen voorkomen. Vervolgens komt het fietspad weer dichter tegen de rijbaan te liggen. Ter hoogte van de woningen aan de Broekhovenseweg 19-30 ligt de rijbaan wat hoger dan de naastgelegen agrarische gronden. Hier wordt de bestaande watergang verlegd, zodat die aan de zuidzijde van het fietspad komt te liggen. Het fietspad ligt hier dus tussen de rijbaan en de watergang in. Hierdoor blijft het hoogteverschil tussen rijbaan en fietspad beperkt en onstaat een natuurlijke scheiding tussen het fietspad en de agrarische gronden ten zuiden ervan. In de tussenberm tussen weg en fietspad is ruimte voor behoud van de bestaande bomen. Om het fietspad hier goed bereikbaar te maken vanuit de woningen aan de noordzijde van de weg, wordt per twee woonpercelen één doorsteek naar het fietspad gerealiseerd.
Waar de Broekhovenseweg aansluit op de Keersopperdreef is sprake van een kleine uitbuiging ten behoeve van een verkeersveilige oversteek.
Fietspad ter hoogte van de woningen aan de Broekhovenseweg 19-30, inclusief verlegging bestaande watergang naar de zuidzijde van het fietspad en doorsteken ten behoeve van bereikbaarheid woonpercelen
Ter hoogte van de aansluiting met de Zeven Fonteinen wordt een plateau met middengeleider aangelegd, waar het fietspad de weg oversteekt.
CroonenBuro5
6
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
Vanaf hier ligt het fietspad niet aan de zuidzijde maar aan de noordzijde van de Broekhovenseweg, zodat het fietspad nergens op (of direct voor) particuliere woonpercelen ligt. Het laatste stuk van het fietspad loopt noordelijk van de Broekhovenseweg, tot aan de aansluiting op de bestaande fietspaden langs de Volmolenweg en Volmolen. Ook hier wordt de bestaande watergang verplaatst naar de buitenzijde van het fietspad.
Oversteek fietspad ter hoogte van de Zeven Fonteinen
2.5
Ruimtelijke inpasbaarheid van het fietspad Het nieuwe vrijliggende fietspad doorkruist – net als de Broekhovenseweg – een afwisseling van (open) agrarische gronden, bosgebieden en bebouwde percelen. Bij de aanleg van het fietspad is rekening gehouden met de kwaliteiten van de omgeving. Het fietspad wordt vrijwel overal parallel aan de bestaande rijbaan gelegd, waardoor het extra ruimtebeslag beperkt blijft en het fietspad ruimtelijk goed inpasbaar is. Alleen ter hoogte van het Huisven ligt het fietspad op iets grotere afstand van de weg. Hier wordt gebruik gemaakt van een bestaande open plek in het bos, zodat de bomen tussen de rijbaan en het fietspad behouden kunnen blijven. Hoewel de ruimtelijke impact van het fietspad hiermee beperkt blijft, is het rooien van een aantal bomen in de bosgebieden langs de Broekhovenseweg onontkoombaar. Gelet op het belang van een verkeersveilige fietsverbinding is deze beperkte aantasting van het landschap verantwoord. Bovendien wordt het verlies aan natuur gecompenseerd door op andere locaties in het buitengebied, nabij de Beekloop, nieuwe natuur te realiseren (zie ook paragraaf 3.2.3).
2.6
Vertaling in het bestemmingsplan Het doel van dit bestemmingsplan is de aanleg van het fietspad langs de Broekhovenseweg mogelijk te maken. Omdat de bestemming ‘Verkeer’ van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ de aanleg van fietspaden al mogelijk maakt, hoeft de bestemming van gronden die in dat bestemmingsplan al een verkeersbestemming hebben, niet te worden herzien. Dit bestemmingsplan ziet daarom uitsluitend op gronden die in het geldende bestemmingsplan nog geen verkeersbestemming hebben. Om de aanleg van het fietspad mogelijk te maken, is het fietspad opgenomen in het plangebied en bestemd als ‘Verkeer’. In de planregels is bepaald dat deze gronden zijn bestemd voor voorzieningen voor verkeer en verblijf in de vorm van een fietspad. De groene berm tussen het fietspad en de rijbaan is meegenomen in de verkeersbestemming, zodat nog enige flexibiliteit bestaat bij de verdere uitwerking en aanleg van het fietspad. De bosstrook ter hoogte van het Huisven, die hier tussen rijbaan en fietspad blijf liggen, is bestemd als ‘Bos’.
CroonenBuro5
7
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
Op drie percelen in de omgeving van de Beekloop vindt natuurcompensatie plaats. Deze percelen zijn opgenomen in het plangebied en bestemd als ‘Natuur’. De dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen op deze percelen zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Bergeijk 2011’ (inclusief de herzieningen uit 2014 en 2017). Het gebruik van het fietspad is in de planregels via een voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de aanleg en instandhouding van natuur op deze percelen.
CroonenBuro5
8
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, is de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Overige sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, heeft het Rijk losgelaten. Er is enkel nog sprake van een ladder voor duurzame verstedelijking, die is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening.
Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. De SVIR is een structuurvisie op nationaal niveau en doet geen concrete uitspraken die van belang zijn voor dit bestemmingsplan. In de realisatieparagraaf van de SVIR zijn per nationaal belang de instrumenten uitgewerkt die worden ingezet om de belangen te beschermen of te ontwikkelen. Eén van deze instrumenten is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
3.1.2
Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende regeling (Rarro) vormen de juridische vertaling van de kaderstellende uitspraken die in de SVIR zijn geformuleerd en bevatten regels ter bescherming van de nationale belangen. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen, zodat ze doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Voor het plangebied gelden op grond van het Barro en de Rarro geen bijzondere regelingen waar rekening mee moet worden gehouden.
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is de ladder voor duurzame verstedelijking als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Doel van de ladder is het stimuleren van zuinig ruimtegebruik, door te komen tot een optimale benutting van de ruimte in het stedelijk gebied en het voorkomen van leegstand. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Per 1 juli 2017 luidt de ladder, zoals opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening, als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
CroonenBuro5
9
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
Een stedelijke ontwikkeling is volgens artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening gedefinieerd als een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. De aanleg van een fietspad valt niet onder dit begrip en is dus geen stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing op dit bestemmingsplan.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Structuurvisie ruimtelijke ordening In 2010 hebben Provinciale Staten de Structuurvisie ruimtelijke ordening (Svro) vastgesteld. De Svro is in 2014 partieel herzien, waarbij onder andere het gewijzigde beleid op het gebied van natuur (realisering van het Natuur Netwerk Brabant) en veehouderij (transitie naar een zorgvuldige veehouderij) zijn verwerkt. De Svro bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Eén van deze instrumenten is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, waarin de kaderstellende elementen uit de Svro zijn vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Algemeen De Svro gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie in evenwicht. Daarom kiest de provincie in haar ruimtelijk beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennisinnovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant.
Het principe van behoud en ontwikkeling van het landschap is in de structuurvisie de ‘rode’ draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt. De provincie wil het contrastrijke Brabantse landschap herkenbaar houden en verder versterken. Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van robuuste landschappen, een beleefbaar landschap vanaf het hoofdwegennet en behoud en versterking van aanwezige landschapskwaliteiten. Binnen de stedelijke structuur worden twee ontwikkelingsperspectieven onderscheiden: Stedelijk concentratiegebied (stedelijke regio’s): in het stedelijk concentratiegebied, inclusief de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking, wordt de bovenlokale verstedelijkingsbehoefte opgevangen. Enerzijds om de steden voldoende draagvlak te geven voor hun functie als economische en culturele motor, anderzijds om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Overig stedelijk gebied (landelijke regio’s): het overig stedelijk gebied, met de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking, voorziet in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte. Ontwikkelingen voor wonen, werken en voorzieningen zijn in dit gebied gericht op de eigen behoefte. De gemeente Bergeijk ligt volgens de Svro niet in het stedelijk concentratiegebied, maar maakt deel uit van een landelijke regio.
Infrastructuur De Svro benoemt en beschrijft de ambities voor vier ruimtelijke structuren: de infrastructuur, het landelijk gebied, de groenblauwe mantel en de stedelijke structuur. Op het gebied van infrastructuur zijn de belangrijkste ambities het bevorderen van de (inter)nationale bereikbaarheid en het beter verknopen van infrastructuur en ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast is bij de aanleg van nieuwe infrastructuur een goede inpassing in het landschap van belang. Investeringen in bereikbaarheid worden daarom gekoppeld aan verbeteringen in het omliggende (landelijke) gebied.
CroonenBuro5
10
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
Provinciale gebiedsontwikkeling Grenscorridor N69 In de Svro heeft de provincie negen provinciale gebiedsontwikkelingen benoemd waarvoor de provincie de rol van gebiedsregisseur en (mede-)ontwikkelaar op zich neemt en haar ontwikkelingsgerichte instrumenten inzet. Eén van deze gebiedsontwikkelingen is de Grenscorridor N69, waarvoor inmiddels een onherroepelijk provinciaal inpassingsplan geldt. In samenhang met de aanleg van de nieuwe verbinding tussen Valkenswaard-Zuid en de A67 worden in de regio Grenscorridor N69 diverse kwaliteitsverbeterende maatregelen uitgevoerd, waaronder de aanleg van de fietsverbinding Westerhoven-Riethoven-Volmolen. In paragraaf 2.1 en 2.2 is hier aandacht aan besteed.
3.2.2
Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet (die naar verwachting in 2022 in werking treedt) en beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De provincie streeft in de omgevingsvisie naar het creëren van meerwaarde. Het handelen van de provincie is daarom gericht op het verknopen en verweven van opgaven en het zoeken naar synergie. Daarbij vindt de provincie het belangrijk om vanuit meerdere richtingen naar een ontwikkeling te kijken: Een ‘diepe’ manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. Een ‘ronde’ manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit.
Een ‘brede’ manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie zijn één basisopgave en vier hoofdopgaven benoemd. De basisopgave is het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven zijn: werken aan de Brabantse energietransitie; werken aan een klimaatproof Brabant; werken aan Brabant als slimme netwerkstad; werken aan een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Svro en het provinciale verkeers- en vervoersplan. De provincie is bezig met het afstemmen van het sectorale beleid op de omgevingsvisie. Dit betekent dat aan de hand van de drie manieren van kijken wordt beoordeeld welke waarden moeten worden beschermd en hoe beleid kan worden vormgegeven. Het (sectorale) beleid wordt verder uitgewerkt in programma’s en in de provinciale omgevingsverordening. De aanleg van de fietsverbinding Westerhoven-Riethoven-Volmolen past binnen de Brabantse Omgevingsvisie.
Het project is onderdeel van de gebiedsontwikkeling Grenscorridor N69, één van de negen gebiedsontwikkelingen uit de Svro. Aanleg van de fietsverbinding past binnen de ambities en opgaven zoals door de provincie benoemd in de Brabantse Omgevingsvisie. De combinatie van de aanleg van een nieuwe weg met kwaliteitsverbeterende maatregelen in de hele regio Grenscorridor N69 is een voorbeeld van het creëren van meerwaarde bij een ontwikkeling.
CroonenBuro5
11
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
3.2.3
Gemeente Bergeijk
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is in werking getreden op 5 november 2019 en bevat regels voor de fysieke leefomgeving. De regels hebben betrekking op ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening heeft de Verordening ruimte Noord-Brabant, de Provinciale milieuverordening, de Verordening natuurbescherming, de Verordening water, de Verordening ontgrondingen en de Verordening wegen vervangen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels uit de voorheen geldende verordeningen zijn gehandhaafd met het daarbij horende beschermingsniveau, en dat er in beginsel geen beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid, bijvoorbeeld uit de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven In hoofdstuk 2 van de Interim omgevingsverordening staan rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven.
Er gelden onder andere rechtstreeks werkende regels voor activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden, voor activiteiten rond provinciale wegen, voor ontgrondingen en voor handelingen die te maken hebben met bepaalde beschermde dier- en plantensoorten. Ook voor het kappen van houtopstanden buiten de bebouwde kom en voor veehouderijen gelden rechtstreeks werkende regels. Instructieregels voor gemeenten In hoofdstuk 3 van de Interim omgevingsverordening zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen. De instructieregels zijn overgenomen uit de Verordening ruimte Noord-Brabant en gelden voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken. De regels zijn een doorvertaling van het provinciaal beleid uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Omgevingsvisie Noord-Brabant.
Natuur Netwerk Brabant Landelijk gebied met werkingsgebied gemengd landelijk gebied Landelijk gebied met werkingsgebied groenblauwe mantel
Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
CroonenBuro5
12
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
Werkingsgebieden binnen het plangebied Alle regels van de Interim omgevingsverordening zijn gekoppeld aan werkingsgebieden die op de kaart van de verordening zijn weergegeven. Voor de toepassing van de regels in hoofdstuk 3 van de verordening is Brabant onderverdeeld in drie werkingsgebieden: het Natuur Netwerk Brabant (NNB), het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Binnen het landelijk gebied wordt nader onderscheid gemaakt in de werkingsgebieden gemengd landelijk gebied en groenblauwe mantel. Daarnaast gelden voor een groot aantal regels specifieke werkingsgebieden, bijvoorbeeld voor de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is, voor de ecologische verbindingszones en voor de gebieden waar extra beperkingen gelden voor veehouderijen. De gronden waarop aanleg van het fietspad is voorzien liggen deels in het landelijk gebied (zowel in het gemengd landelijk gebied als in de groenblauwe mantel) en deels in het NNB. Ook de percelen waarop natuurcompensatie plaatsvindt zijn onderdeel van het NNB. Die percelen zijn op dit moment in agrarisch gebruik en het NNB is hier nog niet gerealiseerd. Over (delen van) het plangebied liggen de werkingsgebieden van verschillende regels, waaronder die voor behoud en herstel van watersystemen en voor de attentiezone waterhuishouding. In het geldende bestemmingsplan zijn hier beschermende regelingen aan gekoppeld.
De relevante dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen zijn overgenomen in dit bestemmingsplan. Aanleg fietspad in het landelijk gebied De Interim omgevingsverordening bevat geen specifieke regels voor de aanleg van fietspaden in het landelijk gebied. Wel zijn regels opgenomen die gelden in het geval van de aanleg of wijziging van een gemeentelijke of provinciale weg (artikel 3.46). Hoewel de ruimtelijke impact van de aanleg van een vrijliggend fietspad langs een bestaande weg zeer beperkt is, is hiermee wel sprake van de ‘wijziging van een weg’. Daarom wordt hierna getoetst aan de voorwaarden van artikel 3.46. Artikel 3.46 verkeersdoeleinden Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op landelijk gebied kan voorzien in de nieuwe aanleg of wijziging van een gemeentelijke of provinciale weg, inclusief de bouw van daartoe behorende kunstwerken. Lid 2 Het bestemmingsplan bevat een onderbouwing: a. waarom de aanleg van de weg nodig is gelet op het verkeerskundige probleem of de ontwikkelingen die plaatsvinden; De aanleg van een vrijliggend fietspad langs de Broekhovenseweg vloeit voort uit de Gebiedsimpuls Grenscorridor N69. De Gebiedsimpuls voorziet in maatregelen in de hele regio Grenscorridor N69 met als doel een ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het totale gebied.
Er is op dit moment geen sprake van een comfortabele en verkeersveilige verbinding voor fietsers (zowel utilitair als recreatief) tussen Westerhoven, Riethoven en de Volmolen. Fietser maken op grote delen van de huidige route gebruik van de rijbaan, wat – mede gelet op de beperkte breedte van de wegen – tot verkeersonveilige situaties leidt. Aanleg van (vrijliggende) fietspaden is gewenst om zodoende het fietsverkeer tussen de dorpen in de gemeente Bergeijk en de omliggende kernen (Eindhoven, Veldhoven, Waalre, Valkenswaard) te faciliteren en te stimuleren. Aanleg van een fietspad langs de Broekhovenseweg is hiervan onderdeel.
CroonenBuro5
13
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
b. van de keuze van het tracé gelet op de verrichte onderzoeken; De Broekhovenseweg wordt nu ook al gebruikt door (utilitair en recreatief) fietsverkeer. De gekozen ligging van het fietspad, deels aan de zuidzijde van de rijbaan en deels aan de noordzijde van de rijbaan, is uit ruimtelijk oogpunt logisch. c. van de maatregelen voor de inpassing van de weg waarbij de ontwikkeling in samenhang wordt bezien met zijn omgeving om een grotere kwaliteitswinst voor meerdere ruimtelijke functies, waaronder natuur en landschap, te bereiken; Verwezen wordt naar paragraaf 2.4 en 2.5 van deze toelichting. Het fietspad wordt op zo’n manier aangelegd dat bestaande (waardevolle) elementen zoveel mogelijk behouden kunnen blijven en wordt parallel aan de bestaande weg gerealiseerd. Hierdoor blijft het ruimtebeslag beperkt en worden nieuwe doorsnijdingen van het landschap voorkomen. Hoewel het totale wegprofiel (rijbanen, berm en fietspad) breder wordt dan in de huidige situatie, is de ruimtelijke impact van het fietspad zeer beperkt. Aanvullende maatregelen voor inpassing zijn daarom niet noodzakelijk. d. van de noodzaak voor een aan de weg gerelateerde voorziening. Er is geen sprake van een aan de weg gerelateerde voorziening, maar van de aanleg van een bij de weg behorend fietspad. Lid 3 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de bouw of aanleg van een parkeervoorziening.
Er is geen sprake van de aanleg van een parkeervoorziening. Lid 4 In geval van samenloop met een ander werkingsgebied geldt dat het bestemmingsplan rekening houdt met de opgenomen regels. Het plangebied is deels aangewezen als ‘attentiezone waterhuishouding’. Binnen dit werkingsgebied gelden de regels van artikel 3.26 van de Interim omgevingsverordening. De regels van artikel 3.26 zijn erop gericht om functies en activiteiten die een negatief effect hebben op de hydrologische instandoudingsdoelstellingen van het Natuur Netwerk Brabant uit te sluiten. Zoals aangegeven in paragraaf 4.3 van deze toelichting wordt het waterhuishoudkundig systeem ter plaatse op hoofdlijnen niet gewijzigd en vindt de aanleg van het fietspad hydrologisch neutraal plaats. De dubbelbestemming ‘Waterstaat – Attentiegebied Natuur Netwerk Brabant’ met de daarin opgenomen beschermende regeling is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. Delen van het plangebied liggen daarnaast binnen het werkingsgebied ‘groenblauwe mantel’. Op grond van artikel 3.32 van de Interim omgevingsverordening dient een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in de groenblauwe mantel te borgen dat de ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van het gebied.
Het werkingsgebied ‘groenblauwe mantel’ geldt slechts voor een klein gedeelte van het tracé, namelijk uitsluitend voor het deel van het fietspad langs het noordoostelijk deel van de Broekhovenseweg (nabij de aansluiting op de Volmolen). De agrarische percelen die in de groenblauwe mantel liggen, verschillen in ruimtelijk opzicht en qua gebruik niet van de naastgelegen agrarische percelen die onderdeel zijn van het gemengd landelijk gebied. Er is op de gronden waar het fietspad is geprojecteerd geen sprake van bijzondere ecologische of landschappelijke waarden: de gronden kennen een regulier agrarisch gebruik en er zijn geen bijzondere landschappelijke elementen aanwezig.
CroonenBuro5
14
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
Er is dan ook geen reden om het fietspad hier op een andere wijze vorm te geven of in te passen dan op het overige deel van het tracé. Gelet op de beperkte ruimtelijke impact is de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken van het gebied niet in het geding. Aanleg fietspad in het Natuur Netwerk Brabant Het fietspad dat dit bestemmingsplan mogelijk maakt, ligt gedeeltelijk binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Artikel 3.15 van de Interim omgevingsverordening bepaalt dat een bestemmingsplan in het NNB strekt tot het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Zolang het NNB niet is gerealiseerd, zijn de bestaande bebouwing en de bestaande planologische gebruiksactiviteiten toegestaan. Als ecologische waarden en kenmerken van het NNB gelden de natuurbeheertypen die zijn vastgelegd in het natuurbeheerplan. Het NNB binnen het plangebied is in het Natuurbeheerplan, zowel op de beheertypekaart als op de ambitiekaart, deels aangemerkt als beheertype N16.03 Droog bos met productie en deels als beheertype N16.04 Vochtig bos met productie.
Uitsnede Natuurbeheerplan Noord-Brabant, met in rood de locaties van aantasting van NNB: in lichtbruin N16.03 Droog bos met productie, in donkerbruin N16.04 Vochtig bos met productie
Op grond van artikel 3.18 van de Interim omgevingsverordening zijn binnen het NNB slechts zeer beperkt nieuwe ontwikkelingen toegestaan, in de vorm van kleinschalige bebouwing en bouwwerken ten behoeve van de natuurfunctie of het recreatieve medegebruik. De aanleg van het fietspad gaat gepaard met aantasting van het NNB, doordat in een smalle strook langs de weg bomen moeten worden gekapt en er dus sprake is van oppervlakteverlies van het NNB. Op grond van artikel 3.17 van de Interim omgevingsverordening is een ontwikkeling in zo’n geval alleen mogelijk als herbegrenzing van het NNB plaatsvindt. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling kan hiervoor gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid voor kleinschalige herbegrenzing, zoals opgenomen in artikel 3.21 van de Interim omgevingsverordening. Hierna wordt getoetst aan de voorwaarden die hiervoor gelden.
CroonenBuro5
15
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
Artikel 3.21 kleinschalige herbegrenzing Lid 1 Een bestemmingsplan kan een ontwikkeling binnen Natuur Netwerk Brabant mogelijk maken in het geval dat: a. de aantasting van areaal Natuur Netwerk Brabant kleinschalig is; De aantasting van het areaal NNB blijft beperkt tot een smalle strook grond langs de bestaande weg. Er is in totaal sprake van een aantasting van circa 4.519 m2 NNB: 3.245 m2 N16.03 Droog bos met productie en 1.274 m2 N16.04 Vochtig bos met productie. Gelet op de omvang van de bospercelen aan weerszijden van de Broekhovenseweg is sprake van een kleinschalige aantasting. b. de ontwikkeling slechts leidt tot een beperkte aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant; De aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB blijft beperkt tot een smalle strook gronden direct langs de bestaande weg. In deze strook wordt een fietspad aangelegd, waardoor sprake is van oppervlakteverlies van het NNB. In relatie tot de omvang van de bosgebieden is het oppervlakteverlies zeer beperkt. De bosgebieden en de ecologische waarden daarvan worden niet of nauwelijks aangetast door de aanleg van het fietspad. Uit een quickscan flora en fauna (zie paragraaf 4.4) is gebleken dat er geen streng beschermde dier- of plantensoorten voorkomen in het plangebied.
Aangezien het fietspad langs een bestaande weg worden aangelegd, is bovendien geen sprake van nieuwe doorsnijdingen van de bosgebieden. Er is dan ook geen sprake van een wezenlijke aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB in het gebied. c. de ontwikkeling leidt tot een kwalitatieve of kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant als geheel; Het oppervlakteverlies aan NNB wordt gecompenseerd overeenkomstig de regels van artikel 3.2.2 van de Interim omgevingsverordening, waarbij een oppervlaktetoeslag van 2/3 wordt toegepast. De compensatie vindt plaats op drie percelen in de nabijheid van de Beekloop, binnen het nog niet gerealiseerde NNB. Daarmee is sprake van een kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het NNB als geheel. d. er een afweging van alternatieven heeft plaatsgevonden; Om een comfortabele en verkeersveilige fietsroute te realiseren heeft de aanleg van een vrijliggend fietspad de voorkeur. Alternatieven die aantasting van het NNB voorkomen (bijvoorbeeld door aanpassing van de rijbaan) leiden niet tot een gelijkwaardige situatie uit oogpunt van verkeersveiligheid. Bij de inpassing van het fietspad is gekozen voor de ligging die uit ruimtelijk oogpunt het meest logisch is. Daarbij is – waar mogelijk – aantasting van het NNB zoveel mogelijk beperkt.
Dit is voor een groot deel van het tracé gedaan door het fietspad dicht tegen de bestaande rijbaan te projecteren. Ter hoogte van het Huisven is juist gekozen voor een ligging op enige afstand van de rijbaan, zodat gebruik kan worden gemaakt van een bestaande open plek in het bos en het verlies aan bomen kan worden beperkt. e. er sprake is van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing; Verwezen wordt naar paragraaf 2.4 en 2.5 van deze toelichting. Het fietspad wordt op zo’n manier aangelegd dat bestaande waardevolle elementen zoveel mogelijk behouden kunnen blijven en wordt parallel aan de bestaande weg aangelegd. Hierdoor blijft het ruimtebeslag zo beperkt mogelijk. Hoewel het totale wegprofiel (rijbanen, berm en fietspad) breder wordt dan in de huidige situatie, is de ruimtelijke impact van het fietspad zeer beperkt.
CroonenBuro5
16
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
Aanvullende maatregelen voor inpassing van het fietspad zijn daarom niet noodzakelijk. Dit geldt zeker op de gronden waar het fietspad bestaand bosgebied (NNB) doorsnijdt: aangezien het overgrote deel van het bosgebied behouden blijft, is een goede landschappelijke inpassing van het fietspad hier verzekerd. f. er bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan artikel 3.22 Compensatie; Het verlies aan NNB wordt fysiek gecompenseerd overeenkomstig artikel 3.22 en 3.23 van de Interim omgevingsverordening. In de volgende paragraaf wordt hier aandacht aan besteed. g. op welke wijze de uitvoering en monitoring zijn verzekerd. Verwezen wordt naar het gestelde onder e. Het treffen van aanvullende maatregelen (en de monitoring daarvan) is in dit geval niet noodzakelijk. Compensatie Natuur Netwerk Brabant Artikel 3.22 van de Interim omgevingsverordening bepaalt dat compensatie van het verlies aan NNB naar keuze plaats kan vinden door fysieke of financiële compensatie. De omvang van de compensatie wordt bepaald door de omvang van het vernietigde of verstoorde areaal en de ontwikkeltijd van de aangetaste natuur. In dit geval is sprake van de vernieting van NNB met het beheertype N16.03 Droog bos met productie en N16.04 Vochtig bos met productie. Hiervoor kan worden uitgegaan van een ontwikkeltijd tussen de 25 en 100 jaar, wat leidt tot een toeslag van 2/3 in oppervlak.
In dit bestemmingsplan wordt binnen het NNB 4.519 m2 bestemd als ‘Verkeer’. Rekening houdend met een toeslag van 2/3 bedraagt de compensatie-opgave voor het verlies aan NNB 7.546 m2. Locatie voor compensatie Op grond van artikel 3.23 van de Interim omgevingsverordening dient fysieke compensatie plaats te vinden in niet gerealiseerde delen van het NNB of in niet gerealiseerde ecologische verbindingszones. Ten behoeve van de compensatie voor het verlies van NNB worden drie percelen in het nietgerealiseerde NNB ingericht als natuur. Het betreft de percelen D713 en D714 en een deel van het perceel D663, gelegen in de omgeving van de Beekloop. In het kader van het Projectplan herinrichting Beekloop heeft de afgelopen jaren beekherstel plaatsgevonden en zijn diverse percelen aan weerszijden van de beek heringericht voor natuur. De percelen D713, D714 en D663 kennen een agrarisch gebruik en zijn nog niet ingericht als NNB. De compensatie-percelen hebben een totale omvang van circa 1,3 hectare. Hiermee is sprake van een forse overcompensatie voor het verlies aan NNB langs de Broekhovenseweg. Dit hangt er deels mee samen dat de compensatie ook wordt uitgevoerd ten behoeve van de aanleg van een vrijliggend fietspad langs de Heuvel/Dorpsstraat ten zuiden van Riethoven.
Dit fietspad is opgenomen in een afzonderlijk bestemmingsplan (het bestemmingsplan ‘Fietspad Heuvel – Dorpsstraat), maar maakt deel uit van hetzelfde project, namelijk de verbetering van de fietsroute Westerhoven-Riethoven-Volmolen. Om dubbele werkzaamheden te voorkomen en de compensatie efficiënt te kunnen uitvoeren, is ervoor gekozen om de drie compensatie-percelen in één keer als natuur in te richten. Omdat op dit moment nog niet duidelijk is welk bestemmingsplan als eerste wordt vastgesteld (het bestemmingsplan ‘Fietspad Heuvel-Dorpsstraat’ of voorliggend bestemmingsplan ‘Fietspad Broekhovenseweg 2020’) zijn de percelen in beide ontwerpbestemmingsplannen opgenomen en bestemd als ‘Natuur’.
CroonenBuro5
17
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
Via een voorwaardelijke verplichting is het gebruik van de fietspaden gekoppeld aan de inrichting van de compensatiepercelen.1
D714
D663
D713
Luchtfoto percelen natuurcompensatie (links D713 en D714, rechts D663 (gedeeltelijk))
Inrichting voor natuur In het Projectplan herinrichting Beekloop is beschreven hoe de percelen langs de beek kunnen worden ingericht. De inrichtingsvisie beschrijft dat de Beekloop wordt ingericht als een meanderende beek op het historische tracé. De omgeving wordt ingericht als een mix van de aanwezige potenties in de natte natuurparel en de cultuurhistorische waarden erbuiten. De natuurdoeltypenkaart (nu ambitiekaart natuurbeheertypen) beschrijft een meer open landschap met bloemrijk en vochtig grasland en langs de beek een moeraszone. Daarnaast zijn er vanuit ecologie (doelsoorten) eisen, zoals: de inrichting dient zo goed mogelijk in te spelen op de aanwezige of potentiële soorten van beken en beekdalen, in aansluiting op de Keersop; meer specifiek: de inrichting dient bij te dragen aan het leefgebied voor de waterspitsmuis, bosbeekjuffer en beekvogels; de bever heeft het stroomgebied van de Dommel bijna bereikt; ook hierop kan al worden ingespeeld met inrichting van het gebied; beekbegeleidende begroeiingen samen met beekdalbosjes kunnen in samenhang met bosgebieden in de omgeving leiden tot een grotere betekenis voor bos- en struweelvogels, vleermuizen, enzovoorts. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt stroomt de beek afwisselend door bos en nat terrein. Richting de flanken ligt heide en een meer open landschap.
Er is gekozen voor een variant met beekbegeleidend bos direct aanliggend aan de beek, en haaks op de beek coulissen die worden afgewisseld met hooiland. Deze variant past in het historische beeld met vloeiweiden. Daarnaast draagt deze inrichting bij aan de doelsoorten en de biodiversiteit en aan een aantrekkelijke omgeving voor recreatie, door de variatie in inrichting. In overleg met Natuurmonumenten wordt de inrichting aangevuld met de realisatie van poelen en oeververflauwingen langs de Beekloop en bestaande sloten. 1
Het is in juridisch-planologisch opzicht niet zinvol om de bestemming van percelen twee maal te wijzigen in een natuurbestemming. Na vaststelling van één van de twee bestemmingsplannen voor de fietspaden, kunnen de compensatiepercelen worden verwijderd uit het plangebied van het tweede bestemmingsplan. De voorwaardelijke verplichting wordt in beide bestemmingsplannen wel gehandhaafd.
CroonenBuro5
18
Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Broekhovenseweg 2020
Gemeente Bergeijk
Dit biedt kansen voor amfibieën en voor planten die voedselarme en vochtige omstandigheden nodig hebben, zoals de reeds in het gebied voorkomende bosbies. Daarnaast worden ter plaatse van de percelen van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer enkele sloten gedempt om de grondwaterstand verder omhoog te brengen. Uitgangspunt is dat dit geen negatief effect heeft op de aanliggende landbouwpercelen en bebouwing. De compensatie-percelen worden ingericht overeenkomstig de uitgangspunten van het projectplan. Om de compensatie te borgen, zijn alle drie de percelen opgenomen in het plangebied van dit bestemmingsplan en bestemd als ‘Natuur’. De Interim omgevingsverordening schrijft voor dat de NNB-compensatie binnen drie jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan moet zijn afgerond. In de regels van de bestemming ‘Verkeer’ is daarom een voorwaardelijke verplichting opgenomen, die bepaalt dat gebruik van het fietspad slechts is toegestaan indien de percelen met de bestemming ‘Natuur’ uiterlijk drie jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan zijn ingericht als natuur overeenkomstig de uitgangspunten van het Projectplan herinrichting Beekloop en deze inrichting vervolgens in stand wordt gehouden. Het projectplan is als bijlage aan de planregels toegevoegd.
Procedure grenswijziging Artikel 6.2 van de Interim omgevingsverordening omschrijft de procedure die moet worden gevolgd om de grenzen van werkingsgebieden te wijzigen. Het voornemen om een verzoek te doen voor de wijziging van de begrenzing van het NNB maakt onderdeel uit van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van het bestemmingsplan. Een verzoek om aanpassing van de begrenzing wordt na afloop van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ingediend bij Gedeputeerde Staten en gaat vergezeld van een beschrijving waaruit blijkt dat is voldaan aan de gestelde voorwaarden waaronder wijziging van de begrenzing mogelijk is en, in voorkomende gevallen, van naar voren gebrachte zienswijzen. Gedeputeerde Staten beslissen vervolgens binnen vier weken na ontvangst van het verzoek over de grenswijziging. Het bestemmingsplan wordt pas vastgesteld nadat Gedeputeerde Staten hebben besloten tot wijziging van de begrenzing. Indien Gedeputeerde Staten beslissen overeenkomstig het verzoek van het college van burgemeester en wethouders, wordt de kaart van de Interim omgevingsverordening aangepast. Om de Interim omgevingsverordening exact in overeenstemming te kunnen brengen met de verzochte nieuwe begrenzing, moeten in het ontwerpbestemmingsplan gebiedsaanduidingen worden opgenomen die kunnen worden overgenomen op de kaart van de Interim omgevingsverordening.
De aanduidingen hebben in het bestemmingsplan geen juridische betekenis, maar dienen uitsluitend voor de aanpassing van de verordening. Omdat de aanduidingen overbodig zijn nadat Gedeputeerde Staten een besluit hebben genomen omtrent de grenswijziging, kunnen ze bij de vaststelling van het bestemmingsplan vervallen. Op de verbeelding van dit bestemmingsplan zijn de volgende gebiedsaanduidingen opgenomen: overige zone – in Interim omgevingsverordening te verwijderen Natuur Netwerk Brabant; overige zone – in Interim omgevingsverordening ruimte toe te voegen Landelijk gebied; overige zone – vanwege natuurcompensatie te realiseren natuur.
3.2.4
Bescherming van houtopstanden Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming heeft de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet vervangen. De provincie Noord-Brabant, die bevoegd gezag is voor veel onderdelen van de Wet natuurbescherming, heeft in de Interim omgevingsverordening regels opgenomen voor natuurbescherming. De Interim omgevingsverordening bevat regels voor soortbescherming, voor de bescherming van Natura 2000-gebieden en voor de bescherming van bossen of andere houtopstanden. De gevolgen van dit bestemmingsplan voor beschermde soorten en Natura 2000-gebieden zijn onderzocht door middel van flora- en faunaonderzoek (zie paragraaf 4.4). Hierna wordt ingegaan op de bescherming van bossen en andere houtopstanden.