CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Dopheidedreef 1 Bergeijk

Gemeenteraad 3 juni 2021, gemeente BergeijkBij agendapunt: RV bestemmingsplan Dopheidedreef 1 Bergeijk9.809 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hiervan dient conform de LIR 20% te worden geïnvesteerd in het landschap. Dit komt neer op een investering van € 1.090,-. Deze wordt gerealiseerd middels de sloop van gebouwen. In de bijlage is de berekening opgenomen. Op het plangebied zijn reeds veel groenvoorzieningen zoals bomen, struiken en erfbeplanting aanwezig. De bomen aan de voorzijde vallen binnen een bosbestemming. Daarmee is ook gegarandeerd dat deze behouden blijven. Uit de LIR blijkt dat het landschappelijk inpassen van het perceel een verplichting is, ook als aan de kwaliteitsverbetering wordt voldaan. Hiervoor is een landschappelijk inpassingplan opgesteld, die in de bijlage is opgenomen. Aan de zuidzijde wordt een struweelhaag aangeplant. Hiermee wordt het perceel landschappelijk ingepast en extra kwaliteitsverbetering gerealiseerd.

19 Toelichting bestemmingsplan Dopheidedreef 1 te Bergeijk

4.11 Archeologie en cultuurhistorie De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. De rijksoverheid wil dat er in de monumentenzorg ook aandacht is voor de omgeving waarin het monument staat. Hierbij is het belangrijk dat er niet alleen aandacht voor het monument zelf is, maar ook voor de omgeving. De uitvoering hiervan is vastgelegd in de Momo (modernisering monumentenzorg). Belangrijkste punt uit de Momo voor dit plan is dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en monumenten in de directe nabijheid van het plangebied. Cultuurhistorie Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant wordt geconcludeerd dat er binnen het plangebied en in de directe omgeving geen zwaarwegende cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. De bestaande bebouwing heeft geen cultuurhistorische waarden. Archeologie Gemeenten hebben de wettelijke taak om verantwoord om te gaan met het archeologisch erfgoed (zorgplicht). De gemeente Bergeijk heeft hiervoor een beleidsplan opgesteld welke is vastgesteld door de gemeenteraad in december 2016.

In dit beleidsplan zijn de beleidsuitgangspunten en de achtergrond hiervan omschreven. In hoofdlijnen komt het erop neer dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is in gebieden met een middelhoge en hoge verwachtingswaarde en in gebieden met archeologische resten. In het kader van de beoogde ontwikkeling is gekeken naar het aspect archeologie. Uit de ‘Erfgoedkaart A2- en Kempengemeenten’ en het vigerende bestemmingsplan is gebleken dat ter plaatse van de beoogde ontwikkeling een archeologische verwachtingswaarde aanwezig is. In het bestemmingsplan is ter plaatse van de verwachtingswaarde, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4.2’ aanwezig. In de regels is opgenomen dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij het realiseren van bouwwerken groter dan 500 m2. De beoogde ontwikkeling voorziet echter niet in nieuwe bebouwing en verharding, maar slechts in de sloop van enkele gebouwen. Met zekerheid kan dus worden gesteld dat er geen sprake is van verstoring van archeologische waarden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Ook zal de archeologische bestemming ook in de regels van het bestemmingsplan opgenomen blijven. Bij toekomstige bouwwerkzaamheden kan op grond daarvan opnieuw nader onderzoek vereist zijn.

4.12 Parkeren en verkeer In de huidige planologische situatie is sprake van een agrarisch bedrijf. Dit wordt gewijzigd in een woonbestemming. Hiermee is duidelijk dat de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte zal afnemen. Daarnaast is er sprake van een groot erf met erfverharding met voldoende parkeergelegenheden. Hiermee kan worden geconcludeerd dat er ten aanzien van het aspect parkeren en verkeer geen belemmeringen zijn.

4.13

Spuitzone

In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Op grond van deze afweging kan het noodzakelijk zijn om een spuitvrije zone aan te houden. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vast rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan en goede onderbouwing ten grondslag ligt. Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om de drift te voorkomen (bronmaatregelen zoals driftarme spuitdoppen) of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag. In de directe omgeving van de (bestaande) woning is aan de zuidzijde een perceel landbouwgrond gelegen. Hierop wordt jaarlijks mais verbouwd. Bij mais wordt maximaal 1x per jaar gewasbeschermingsmiddelen gebruikt tegen onkruid. Hierbij worden driftarme spuitdoppen gebruikt door de loonwerker. Daar komt bij dat tussen de woning en het perceel landbouwgrond en brede groenstrook (ca. 10 meter breed) aanwezig is met daarop een haag en diverse grote struiken (rodondendron, ca.

1,5 meter hoog) en grote bomen die eventuele overdracht tegengaan. Dit is ook terug te zien om bijgevoegd landschappelijk inpassingsplan.

20 Toelichting bestemmingsplan Dopheidedreef 1 te Bergeijk

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de directe omgeving van het plangebied heeft daarmee geen significant negatief effect op het woon- en leefklimaat op het plangebied.

21 Toelichting bestemmingsplan Dopheidedreef 1 te Bergeijk

5

Juridische planopzet

In dit hoofdstuk is een beschrijving van de juridische planopzet opgenomen. Dit wordt uiteen gezet aan de hand van de planvorm, verbeelding en planregels.

5.1 Planvorm Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit planregels, een verbeelding en de toelichting. De verbeelding vormt samen met de planregels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn op een topografische ondergrond de bestemmingen aangeduid, met daaraan gekoppelde regels met betrekking tot bouwen en gebruik. De toelichting bij het plan heeft geen juridisch bindende werking maar biedt een overzicht van de onderzoeksresultaten en planmotivatie.

5.2 Verbeelding De verbeelding visualiseert het plangebied. Uit de verbeelding blijkt de begrenzing en de ligging van het plangebied. De verbeelding is direct verbonden met de bijbehorende regels. In de regels worden de condities en voorwaarden voor de bestemmingen en aanduidingen gesteld. De verbeelding is vervaardigd conform wettelijke eisen en geldende standaarden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. Op de verbeelding zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: Op de verbeelding zijn de volgende veranderingen doorgevoerd: ▪ Enkelbestemming: ‘Agrarisch’ ▪ Enkelbestemming: ‘Wonen’ ▪ Enkelbestemming: ‘Bos’ ▪ Dubbelbestemming: ‘Waarde – Archeologie 4.2’ ▪ Dubbelbestemming: ‘Waarde – Archeologie 5.2’ ▪ Gebiedsaanduiding: ‘overige zone – beperkingen veehouderij’ ▪ Gebiedsaanduiding: ‘overige zone – ecologische hoofdstructuur’ ▪ Het bouwvlak is verwijderd ▪ Diverse maatvoeringen zijn opgenomen

5.3 Planregels De regels behorende bij voorliggend bestemmingsplan bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De regels bij voorliggend bestemmingsplan worden gewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Echter waar het mogelijk is wordt aangesloten bij de regels van het vigerende bestemmingsplan. De regels hebben betrekking op de in de verbeelding opgenomen bestemmingen en aanduidingen.

22 Toelichting bestemmingsplan Dopheidedreef 1 te Bergeijk

6 Uitvoerbaarheid In de Wet ruimtelijke ordening is vastgelegd dat ieder bestemmingsplan en wijzigingsplan inzicht moet geven in de uitvoerbaarheid ervan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1 Economische uitvoerbaarheid De voorgestane ontwikkeling betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Dit plan heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. Dit kan worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarbij de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke haalbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is vooroverleg gevoerd met de daartoe aangewezen instanties. Er zijn vanuit de vooroverlegpartners geen opmerkingen gekomen die hebben geleid tot aanpassing van het plan. Daarnaast is een dialoog gevoerd met de belanghebbenden in de omgeving van het plangebied. Het plangebied heeft geen direct omwonenden. Wel is initiatiefnemer in gesprek gegaan met de belanghebbenden met eigendom binnen het plangebied (niet zijnde initiatiefnemers). Het gaat om de eigenaren van de kadastrale percelen met nummer 1173 en 1174. Van deze percelen dient eveneens het bouwvlak verwijderd te worden. In feite verandert er voor die eigenaren niks. Op dit gedeelte van het bouwvlak mag geen agrarisch bedrijf begonnen worden, aangezien het bedrijf op Dopheidedreef 1 is (was) gevestigd. De eigenaren zijn hiervan op de hoogte gebracht en kunnen met de planologische wijziging instemmen. De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van toepassing). Het ontwerpbestemmingsplan is in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken, van 18 februari tot en met 31 maart 2021.

Gedurende deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt door Waterschap de Dommel. Het waterschap kan instemmen met het plan in het kader van de watertoetsprocedure. Per 1 april 2021 is de gewijzigde Keur in werking getreden. De grenswaarde in de algemene regels voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak is aangepast van 2.000 m2 naar 500 m2. Er is verzocht dit als ambtshalve wijziging aan te passen in de paragraaf Keur waterschap de Dommel. Hier is gehoor aan gegeven. Het plan is vastgesteld in de raadsvergadering van 3 juni 2021. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

23 Toelichting bestemmingsplan Dopheidedreef 1 te Bergeijk

7 Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Bodemonderzoek Quickscan flora en Fauna Berekening kwaliteitsverbetering Landschappelijk inpassingsplan en rapportage

24 Toelichting bestemmingsplan Dopheidedreef 1 te Bergeijk

25 Toelichting bestemmingsplan Dopheidedreef 1 te Bergeijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=57664ae2-ad1a-4129-aa29-ddb1398910bc