REG03-0472952-01a
Tekst van het document
gemeente Bergeijk
n Indien de wijziging plaatsvindt op een locatie welke gelegen is binnen de aanduiding ‘groenblauwe mantel’/ ‘overige zone - groenblauwe mantel’, dient een positieve bijdrage geleverd te worden aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische, hydrologische en landschappelijke waarden en kenmerken door ten minste 10% van de oppervlakte van het bouwvlak aan te wenden voor landschappelijke inpassing rondom de locatie danwel elders in het plangebied van dit bestemmingsplan. o Vervallen. p De wijziging dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. q Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. a. Wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bouwvlak. b. Het bouwvlak wordt verwijderd en de oppervlakte van het bestemmingsvlak voor de niet-agrarische functie bevat de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen, bedrijfsgebouwen voor de niet-agrarische functie, tuinen, erven en verhardingen. c.
De volgende niet-agrarische functies zijn toegestaan: 1 recreatieve functies; 2 sociaal-educatieve functies; 3 bedrijfsmatige activiteiten die vallen in categorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels, of een naar aard en invloed hiermee gelijk te stellen bedrijf; 4 statische opslag, waarbij geldt dat buitenopslag en opslag in kassen niet is toegestaan. d. Een combinatie van niet-agrarische functies zoals genoemd onder c is niet toegestaan, waarbij geldt dat in geval van statische opslag de combinatie met maximaal 1 andere niet-agrarische functie wel is toegestaan. e. Ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’/ ‘overige zone - groenblauwe mantel’ is de wijziging naar een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch-verwant bedrijf niet toegestaan. f. Detailhandel is enkel toegestaan als productiegebonden detailhandel tot een gebruiksoppervlakte van maximaal 100 m2 ten behoeve van de activiteiten zoals genoemd onder c, onder 2 en 3. g. Ondergeschikte horeca tot een gebruiksoppervlakte van maximaal 100 m2 is enkel toegestaan ten behoeve van de activiteiten zoals genoemd onder c, onder 1, 2 en 3. h. De maximale oppervlakte aan bijgebouwen bij de bedrijfswoning bedraagt 150 m2, tenzij een grotere oppervlakte aan bijgebouwen bij de bedrijfswoning is vergund. i.
Overtollige bedrijfsbebouwing moeten worden gesloopt, waarbij geldt dat: 1 de sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ niet is toegestaan; 2 de oppervlakte aan bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 150 m2; 3 de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing ten behoeve van de niet-agrarische functie moet worden teruggebracht naar 400 m2 waarbij geldt dat: I. indien voorafgaand aan de wijziging minder dan 400 m2 aan bedrijfsbebouwing aanwezig is, deze oppervlakte niet mag worden vermeerderd; II. indien voorafgaand aan de wijziging meer dan 400 m2 aan bedrijfsgebouwen aanwezig is mag bovenop het bepaalde onder i2 20% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsbebouwing worden toegevoegd aan de maximale
88
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
oppervlakte aan bedrijfsbebouwing voor de niet-agrarische functie tot een maximale oppervlakte van 1.400 m2; III. voor de functies onder c1, c2 en c3 geldt een maximale oppervlakte van 400 m2, hierbij is het gestelde onder I onverminderd van toepassing; IV. voor de functie onder c4 geldt een maximale oppervlakte van 1.400 m2, hierbij is het gestelde onder I en II onverminderd van toepassing; V. voor een combinatie van niet-agrarische functies zoals genoemd onder d. geldt een maximale oppervlakte van 1.400 m2, waarvan maximaal 400 m2 voor een functie genoemd onder c1, c2 of c3. Het gestelde onder I en II is onverminderd van toepassing; VI. de maximaal toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden. j. De niet-agrarische functie mag niet: 1. een onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; 2. een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben, waaronder bijvoorbeeld wordt verstaan kantoor met baliefunctie; 3. onaanvaardbaar zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woonen leefklimaat, waaronder bijvoorbeeld wordt verstaan lawaaisport en mestbewerking. k.
De verwezenlijking, het behoud en het beheer van (het zoekgebied voor) een ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’/‘overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone’ en/of in een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/‘overige zone - zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’ mag niet worden belemmerd of worden aangetast. l. Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. m. De vestiging past binnen de ontwikkelrichting van het gebied. n. Er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel. 5.7.11 Wijzigen naar Wonen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen' voor zover het de voormalige agrarische bedrijfswoning betreft, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Wijziging is uitsluitend toegestaan ter plaatse van het bouwvlak. b Vervallen.
c Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd. d Het bouwvlak wordt verwijderd en het bestemmingsvlak ‘Wonen’ bestaat uit de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijhorende bijgebouwen, tuinen, erven en verhardingen. e De voormalige bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt waarbij geldt dat: 1 per 500 m² sloop van bedrijfsgebouwen de inhoud van de bestaande woning mag worden vergroot met 50 m³ tot maximaal 900 m³ of 20% van de oppervlakte van
89
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
de te slopen voormalige bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de bestaande oppervlakte aan bijgebouwen tot maximaal 200 m²; 2 cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ gehandhaafd dienen te blijven. Overtollige bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen moeten worden gesloopt waarbij geldt dat: 1 de sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’ niet is toegestaan; 2 de maximale oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bedraagt 150 m2; 3 indien op het perceel meer dan 150 m2 aan bestaande, legaal opgerichte bedrijfsgebouwen, bijgebouwen en overkappingen aanwezig is, mag bovenop het gestelde in lid d.2 20% van de overtollige oppervlakte worden toegevoegd aan de toegestane maximale oppervlakte voor bijgebouwen en overkappingen tot een maximum van 400 m2; 4 de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen mag ofwel behouden blijven ofwel nieuw gebouwd worden. f De woning mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. g De woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. h Vervallen.
i Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3). Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. j Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient vooraf schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. k Indien de wijziging samenvalt met de bestemming ‘Leiding - Gas’, dient een verantwoording ten aanzien van externe veiligheid plaats te vinden voor wat betreft het groepsrisico. l In aanvulling op het bepaalde in lid d geldt dat zonnepanelen op de grond mogen worden gesitueerd, waarbij geldt dat: 1 de zonnepanelen zijn gesitueerd op de gronden behorend bij de woning; 2 de zonnepanelen moeten bij voorkeur worden gesitueerd binnen het bestemmingsvlak 'Wonen', tenzij aangetoond wordt dat dit uit bouwkundig, landschappelijk, stedebouwkundig en/of uit oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat redelijkerwijs niet tot de mogelijkheden behoort.
Dan mogen de zonnepanelen ook aansluitend aan het bestemmingsvlak worden gerealiseerd binnen de omvang van het voormalige agrarische bouwvlak en tot de maximale oppervlakte voormalige bebouwing en verharding; 3 de zonnepanelen landschappelijk worden ingepast; 4 de zonnepanelen het woon- en leefklimaat van de omgeving niet onevenredig mogen aantasten; 5 de bouwhoogte maximaal 2,5 m bedraagt; 6 de toestemming geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt.
90
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
Artikel 6 6.1
gemeente Bergeijk
Agrarisch met waarden – Landschapswaarden - 2 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden – 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a agrarisch gebruik, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; b (vollegronds) grondgebonden teeltbedrijven, met dien verstande dat uitsluitend ter plaatse van de aanduiding: 1 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' een veehouderij is toegestaan, met dien verstande dat uitsluitend de diersoorten zoals opgenomen in de tabel 'Diersoorten veehouderijen' in bijlage 5 bedrijfsmatig mogen worden gehouden; 2 ‘specifieke vorm van agrarisch – overig agrarisch bedrijf’ overige agrarische bedrijven zijn toegestaan; 3 'paardenhouderij' productiegerichte paardenhouderijen zijn toegestaan; waarbij niet meer dan één agrarisch bedrijf aanwezig mag zijn per bouwvlak; c bestaande bedrijfswoningen; d aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven; e tevens een boerenterras met kleinschalige horeca ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’; f tevens een kleinschalig kampeerterrein met maximaal 25 standplaatsen ter plaatse van de aanduiding ‘kampeerterrein’/ ‘overige zone - kleinschalig kampeerterrein’; g tevens een landschapscamping ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – landschapscamping’; h tevens een zorgboerderij ter plaatse van de aanduiding ‘zorgboerderij’; i
groenvoorzieningen in de vorm van erfbeplanting; j (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; k water, waterhuishoudkundige en nutsvoorzieningen; l extensief recreatief medegebruik; met daarbij behorende: m (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; n groenvoorzieningen in de vorm van erfbeplanting; o groenvoorzieningen in de vorm van erfbeplanting en landschappelijke inpassing specifiek ter plaatse van de aanduiding ‘groen’; p water, waterhuishoudkundige en nutsvoorzieningen; alsmede voor: q een (zoekgebied voor een) ecologische verbindingszone ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’/ ‘overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone’; r een zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’/ ‘overige zone zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen’; s behoud, herstel en bescherming van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek’;
91
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
t
gemeente Bergeijk
behoud, herstel en ontwikkeling van de landschapswaarden in het algemeen en in het bijzonder voor: 1 het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’/ ‘overige zone - groenblauwe mantel’; 2 cultuurhistorisch waardevolle akkers, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – cultuurhistorisch waardevolle akker’; 3 cultuurhistorische waardevolle gebieden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – cultuurhistorisch waardevol gebied’; 4 landschapsontwikkelingsgebied ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – landschapsontwikkelingsgebied’.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen a Per bouwvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één agrarisch bedrijf toegestaan, indien tussen bouwvlakken de aanduiding ‘relatie’ is aangegeven worden deze bouwvlakken aangemerkt als één bouwvlak. b Gebouwen zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan tenzij anders is bepaald. c Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, met dien verstande dat: 1 de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd niet minder mag bedragen dan 18 m; 2 de afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen niet minder mag bedragen dan 5 m. 3 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' tevens lid 6.2.2 van toepassing is. d Vervallen.
6.2.2
Bedrijfsgebouwen ten behoeve van veehouderijen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen ten behoeve van veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' gelden de volgende voorwaarden: a De goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m. b De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m. c De oppervlakte van gebouwen, met uitzondering van de bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning en gebouwen die niet worden gebruikt voor de uitoefening van de gevestigde veehouderij, De oppervlakte dierenverblijven bij veehouderijen buiten de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' en voor grondgebonden veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone beperkingen veehouderij' mag ten hoogste de omvang hebben: - die op het tijdstip van vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan legaal aanwezig is of in uitvoering is; - die gebouwd mag worden krachtens een voor het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning.
d In afwijking van het bepaalde onder c geldt voor een veehouderij waarvan het bouwvlak geheel of gedeeltelijk binnen is ter plaatse van de aanduiding 'overige zone beperkingen veehouderij' ligt en die niet voldoet aan de criteria voor grondgebondenheid zoals die criteria luiden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag, dat een toename van de bestaande oppervlakte voor van bouwwerken, niet is toegestaan, met uitzondering van een toename van de bestaande oppervlakte van de bedrijfswoning(en) en bijgebouwen bij 92
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
de bedrijfswoning(en) bedrijfsgebouwen die niet worden gebruikt voor de veehouderij, maar voor een ter plaatse toegelaten nevenfunctie, ook niet toegestaan. 6.2.3
Bedrijfsgebouwen ten behoeve van agrarische bedrijven, niet zijnde veehouderijen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen ten behoeve van agrarische bedrijven, niet zijnde veehouderijen, gelden de volgende voorwaarden: a De goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m. b De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m. c Vervallen. d Teeltondersteunende kassen mogen worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: 1 Teeltondersteunende kassen zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’/ ‘overige zone - groenblauwe mantel’. 2 De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 1.000 m². 3 De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m. e Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen ten behoeve van een nevenfunctie bij een veehouderij zijn de regels van lid 6.2.2 van toepassing.
6.2.4
Bedrijfswoningen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende voorwaarden: a Het bouwen van nieuwe bedrijfswoningen is niet toegestaan, tenzij het vervangende nieuwbouw betreft. b De inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3. c Vervallen. d De gezamenlijke oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 100 150 m² per bedrijfswoning. e De goothoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 5,5 m. f De bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 m. g De goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3,2 m. h De bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 5,5 m. i De dakhelling van bijgebouwen met een nokhoogte tussen 3,2 m en 5,5 m mag niet minder bedragen dan 15º en niet meer dan 45º, tenzij het een aanbouw aan een woning betreft van maximaal 40 m2. j Vrijstaande bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 2,5 1 m achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd. k De afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 20 m. l De dakhelling van bijgebouwen met een nokhoogte tussen 3 m en 5,5 m mag niet minder bedragen dan 15º en niet meer dan 45º.
6.2.5
Paardenbakken Voor het bouwen van paardenbakken gelden de volgende voorwaarden: a Paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak. b De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij paardenbakken mag niet meer bedragen dan 2 m. c De oppervlakte per paardenbak mag niet meer bedragen dan 800 m². d Het bouwen van lichtmasten is niet toegestaan.
93
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
6.2.6
Landschapscamping Voor het bouwen van een gemeenschappelijke voorziening ten behoeve van een landschapscamping ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden– landschapscamping’ gelden de volgende voorwaarden: a De oppervlakte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 197 m². b De goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m. c De bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 6,5 m.
6.2.7
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak gelden de volgende voorwaarden: a De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de hoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 m. b De bouwhoogte van torensilo’s mag niet meer bedragen dan 15 m. c De bouwhoogte van mestsilo’s mag niet meer bedragen dan 8 m. d De bouwhoogte van sleufsilo’s mag niet meer bedragen dan 2,5 m. e De bouwhoogte van permanente teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 m. f De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde paardenbakken, mag niet meer bedragen dan 3 m. g Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' geldt voor de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' dat de oppervlakte ten hoogste de omvang mag hebben: - die op het tijdstip van vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan legaal aanwezig is of in uitvoering is; - die gebouwd mag worden krachtens een voor het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning.
6.2.8
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten het bouwvlak gelden de volgende voorwaarden: a De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m. b De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 m waarbij geldt dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 10 m² per perceel, met dien verstande dat de oppervlakte van dat per perceel minimaal een hectare dient te bedragen.
6.2.9
Luchtwassers Voor het bouwen van luchtwassers welke aan, op of bij een dierenverblijf worden gebouwd, geldt dat deze, ongeacht of deze luchtwasser in bouwkundig opzicht onderdeel uitmaakt van het dierenverblijf of als een afzonderlijk bouwwerk moet worden beschouwd, de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 7 m.
6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Algemeen
94
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a lid 6.2.1 onder c sub 1 voor het bouwen van gebouwen op een afstand minder dan 18 m tot de as van de weg mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; b lid 6.2.1 onder c sub 2 voor het bouwen binnen 5 m van of in de zijdelingse en/of achterste perceelgrens mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; c lid 6.2.3 onder a en b voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een hogere goothoogte tot maximaal 10 m en/of een hogere bouwhoogte tot maximaal 15 m, indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering, en mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; d lid 6.2.3 onder d voor het bouwen van een teeltondersteunende kas met een grotere oppervlakte tot maximaal 5.000 m², indien dit niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’/ ‘overige zone - groenblauwe mantel’ en indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; e lid 6.2.3 onder d voor het bouwen van een teeltondersteunende kas met een hogere bouwhoogte tot maximaal 7m, indien dit niet plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’/ ‘overige zone - groenblauwe mantel’ en indien dit
noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; f lid 6.2.4 onder d voor het vergroten van de oppervlakte aan bijgebouwen naar maximaal 150 m² per woning of wooneenheid indien er sprake is van een goede landschappelijke inpassing; g lid 6.2.4 onder j voor het bouwen van een bijgebouw op een afstand van meer dan 20 m van de bedrijfswoning indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; h lid 6.2.5 sub d voor het bouwen van lichtmasten met een bouwhoogte tot 8 m, mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast. i lid 6.2.7 onder b voor het bouwen van torensilo’s met een hogere bouwhoogte tot maximaal 20 m, indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; j lid 6.2.7 onder f voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een hogere bouwhoogte tot 6 m mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; k lid 6.2.7 onder f voor het bouwen van kleine windmolens, ten behoeve van de opwekking van duurzame energie, waarbij dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1 De tiphoogte mag niet meer bedragen dan 25 m. bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m.
2 De kleine windmolens mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 3 Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. l lid 6.2.8 voor het bouwen van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1 De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. 2 De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 2,5 ha. 3 De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
95
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
m lid 6.2.8 voor het bouwen van overige teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1 De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. 2 De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 2,5 ha. 3 De in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden mogen niet onevenredig worden aangetast n lid 6.2.8 onder a voor het bouwen van erf- en terreinafscheiding met een hoogte tot maximaal 2 m, mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; 6.3.2
Afwijken oppervlakte bedrijfsgebouwen veehouderij Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 6.2.2 onder c voor de uitbreiding van de oppervlakte bedrijfsgebouwen dierenverblijven binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij', waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - beperkingen veehouderij’ is uitbreiding van de oppervlakte van gebouwen dierenverblijven ten behoeve van een veehouderij uitsluitend toegestaan indien sprake is van een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. b Er dienen maatregelen te worden getroffen en in stand te worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij.
Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. c De uitbreiding dient vanuit een goede leefomgeving en gelet op de omvang van de bebouwing, de effecten vanwege milieuaspecten, de effecten vanwege volksgezondheid en de afwikkeling van het verkeer inpasbaar te zijn in de omgeving. d Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12 % en in het buitengebied niet hoger is dan 20 %, tenzij er -indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert. e Er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 μg/m3. f Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.
g Indien sprake is van het vergroten van de toegestane oppervlakte van dierenverblijven bij een hokdierhouderij, is deze vergroting uitsluitend toegestaan indien: 1. binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming, waarbij geldt dat: · de bestaande dierenverblijven die zijn gesaneerd dienen te voldoen aan de criteria die in de (interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant of diens rechtsopvolger zijn gesteld aan 'bestaande dierenverblijven', zoals die criteria
96
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; · het gebruik van de bestaande dierenverblijven als dierenverblijf juridisch en feitelijk dient te zijn beëindigd; 2. de oppervlakte van de sanering als bedoeld onder 1 tenminste 120% bedraagt van de oppervlakte aan dierenverblijf die extra wordt toegestaan; 3. de sanering als bedoeld onder 1 plaatsvindt in directe samenhang met de bouw of vergroting van een dierenverblijf en voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling; 4. door of namens Gedeputeerde Staten is getoetst of aan de voorwaarden onder 1 tot en met 3 is voldaan en het door of namens Gedeputeerde Staten afgegeven bewijs dat aan deze voorwaarden is voldaan wordt overgelegd. h Het vergroten van de oppervlakte van dierenverblijven is niet toegestaan voor het houden van geiten. 6.3.3
Afwijken oppervlakte bedrijfsgebouwen veehouderij voor nevenfuncties Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 6.2.2 onder d voor de uitbreiding van de oppervlakte voor bedrijfsgebouwen die niet worden gebruikt voor de veehouderij, maar voor een ter plaatse toegelaten nevenfunctie, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarde: a Er is sprake van een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag.
6.3.4
Afwijken oppervlakte bouwwerken geen gebouwen zijnde veehouderij Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 6.2.7 onder f voor de uitbreiding van de oppervlakte bouwwerken geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij', waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarde: a Er is sprake van een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag.
6.3.5
Bouwwerken ten behoeve van seizoensarbeiders Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 6.2 voor het plaatsen van woonunits ten behoeve van de huisvesting van seizoensarbeiders, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a Woonunits zijn alleen toegestaan als de huisvesting niet geregeld kan worden in de eigen bedrijfswoning. b Er dient sprake te zijn van gecertificeerde huisvesting in overeenstemming met de Regionale Verklaring Arbeidsmigranten 2.0 Beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten Bergeijk 2023 (bijlage 4) of diens rechtsopvolger. c Woonunits mogen uitsluitend worden gebruikt voor de huisvesting van personen, wier huisvesting daar ter plaatse gelet op de bestemming van het gebouw of terrein noodzakelijk is vanwege een tijdelijk grote arbeidsbehoefte. d Woonunits dienen te worden geplaatst binnen het bestaande bouwvlak.
97
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
e Vervallen. f De huisvesting van seizoensarbeiders bedraagt niet meer dan 6 maanden per woonunit per kalenderjaar. g Per bouwvlak zijn maximaal 5 woonunits toegestaan. h De oppervlakte per woonunit mag niet meer bedragen dan 30 m². i De bouwhoogte van een woonunit mag niet meer bedragen dan 3 m. j Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen. k Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden van de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3). Er sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan en er dient te worden voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering zoals opgenomen in de Afstemmingsnotitie Landschapsinvesteringsregeling De Kempen d.d. augustus 2012 (bijlage 3) of diens rechtsopvolger zoals deze geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.
6.4
Specifieke gebruiksregels
6.4.1
Aan-huis-verbonden beroep of bedrijf Binnen deze bestemming is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven, zoals opgenomen in de bijlage 9 'lijst van toelaatbare aan huis verbonden activiteiten', toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de bedrijfswoning, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing van de bedrijfswoning en/of bijgebouwen de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfswoning en bijgebouwen tot een maximum van: 75 m². 1 45 m² indien het bouwperceel niet groter is dan 750 m²; 2 60 m² indien het bouwperceel groter is dan 750 m², maar niet groter is dan 1.250 m²; 3 75 m² indien het bouwperceel groter is dan 1.250 m², maar niet groter is dan 1.750 m²; 4 90 m² indien het bouwperceel groter is dan 1.750 m², maar niet groter is dan 2.250 m²; 5 105 m² indien het bouwperceel groter is dan 2.250 m². b Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. c Er vindt geen detailhandel plaats, uitgezonderd detailhandel in beperkte, ondergeschikte mate, in direct verband met de uitoefening van aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten. d De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner(s).
e Het gebruik is naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming en het betreft geen publieksgerichte voorzieningen. f Het onttrekken van (een deel van) het bij de desbetreffende hoofdgebouw behorende garage aan de bestemming is slechts toegestaan, indien op het bij het hoofdgebouw behorende erf ten minste één parkeerplaats aanwezig is of gelijktijdig wordt aangelegd. g Detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop in verband met de beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteit. 98
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
h Opslag buiten de gebouwen ten behoeve van de activiteiten is niet toegelaten. 6.4.2
Tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen Onder strijdig wordt in ieder geval verstaan: a Het gebruik van de gronden buiten het bouwvlak voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor zover zij geen bouwwerken zijn. b Het gebruik van de gronden buiten het bouwvlak voor overige teeltondersteunende voorzieningen voor zover zijn geen bouwwerken zijn.
6.4.3
Bestaande nevenfuncties en verbrede landbouw a De oppervlakte van een boerenterras met kleinschalige horeca ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’ mag niet meer bedragen dan 500 m². b Het aantal kampeerplaatsen ter plaatse van de aanduiding ‘kampeerterrein’/ ‘overige zone - kleinschalig kampeerterrein’ mag niet meer bedragen dan 25. c Het aantal kampeerplaatsen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – landschapscamping’ mag niet meer bedragen dan 55 kampeerplaatsen. d De oppervlakte aan voorzieningen ten behoeve van de zorgboerderij ter plaatse van de aanduiding ‘zorgboerderij’ mag niet meer bedragen dan 400 m². e Ter plaatse van de aanduiding ‘zorgboerderij’ zijn als ondersteunende functies, in functie en omvang aanvullend aan het gestelde onder sub d, toegestaan: 1 Ondergeschikte detailhandel tot een maximum oppervlakte van 50 m². 2 Ondergeschikte horeca tot een maximum oppervlakte van 170 m². 3 Ondergeschikte ondersteunende recreatieve voorzieningen.
6.4.4
Veehouderij a Het binnen gebouwen houden van dieren, al dan niet in hokken, niet op de grond, onverlet voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden, is niet toegestaan. b Het in gebruik nemen van gebouwen die niet in gebruik zijn voor de uitoefening van een veehouderij, voor de uitoefening van een veehouderij, is niet toegestaan. c Mestbewerking is uitsluitend toegestaan van mest afkomstig van de op dezelfde locatie gevestigde veehouderij. d Het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot het agrarisch bedrijf waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar) is niet toegestaan.
Er is sprake van een toename van stikstofdepositie wanneer de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemissie van een agrarisch bedrijf op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied meer bedraagt dan: 1 de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan aanwezige planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken behorend tot dat agrarisch bedrijf; dan wel 2 de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met: - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 6 'onherroepelijke Nbw/Wnb-vergunningen' ; dan wel - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van
99
Bestemmingsplan '3e Herziening Buitengebied Bergeijk 2022'
gemeente Bergeijk
artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht respectievelijk hoofdstuk IX, titel 2 van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 7 'onherroepelijke omgevingsvergunningen'; dan wel - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 8 'geregistreerde meldingen'. e Indien gebruik wordt gemaakt van een afwijkingsmogelijkheid zoals bedoeld in lid 6.3.2, 6.3.4, 6.5.6 of 6.5.7 of van een wijzigingsbevoegdheid zoals bedoeld in lid 6.7.1 of 6.7.2 is het bepaalde onder d in lid 6.4.7 onverkort van toepassing op het gebruik na afwijking of wijziging. 6.4.5
Intensieve geiten- en schapenhouderij Vervallen.
6.4.6
Verharding Verhardingen zijn uitsluitend toegestaan: a. binnen het bouwvlak; b. als perceelsontsluiting, gelegen tussen de voorzijde van het bouwvlak en de openbare weg; c. als voeder of watervoorziening of teeltondersteunende voorziening, mits vergund.
6.4.7
Stikstofregel Het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot het agrarisch bedrijf waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar) is niet toegestaan. Er is sprake van een toename van stikstofdepositie wanneer de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemissie van een agrarisch bedrijf op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied meer bedraagt dan: a. de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan aanwezige planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken behorend tot dat agrarisch bedrijf; dan wel b. de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met: 1. een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 6 'onherroepelijke Nbw/Wnb-vergunningen' ; dan wel 2.
een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht respectievelijk hoofdstuk IX, titel 2 van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 7 'onherroepelijke omgevingsvergunningen'; dan wel 3. een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 8 'geregistreerde meldingen'.
6.5
Afwijken van de gebruiksregels
6.5.1
Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen
100