Redactiestatuut SdK 2021
Tekst van het document
Redactiestatuut Streekomroep de Kempen. Doelstelling lokale publieke media-instelling Artikel 1 De lokale publieke media-instelling (hierna: lokale omroep) stelt zich volgens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke media-opdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in het verzorgingsgebied waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen. Beginselverklaring Artikel 2 1. De uitgangspunten die betrekking hebben op het samenstellen van het omroepprogramma/media-aanbod van de lokale omroep zijn neergelegd in de Mediawet, in de statuten van die instelling, in het door het programmabeleid bepalend orgaan (pbo) vastgestelde programmabeleid en in de door de lokale omroep vastgestelde regelingen. De hoofdredacteur en de programmastaf zijn aan deze uitgangspunten gebonden. De desbetreffende stukken worden geacht bij hen bekend te zijn. 2. Dit redactiestatuut beoogt de programmamedewerkers waarborgen te bieden voor het onafhankelijk uitoefenen van de uit het redactiestatuut voortvloeiende taken, zonder rechtstreekse beïnvloeding door of van wie dan ook anders dan op de wijze als in dit redactiestatuut is voorzien. 3.
Deze onafhankelijke taakuitoefening houdt in dat de programmamedewerkers bij de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod: - zonder vooroordelen te werk gaan en streven naar een zo nauwgezet mogelijke weergave van de werkelijkheid; - de informatievoorziening en de uitwisseling van verschillende meningen voorop stellen; - zorgvuldige verificatie betrachten van hetgeen zij voornemens zijn te publiceren; - een zo herkenbaar mogelijk onderscheid maken tussen feiten, analyses en meningen; - betrokkenen de gelegenheid geven tot hoor en wederhoor in die zin dat zij een eerlijke kans krijgen, in tijd en in informatie, om te reageren; - zich niet dienstbaar maken aan winst van derden, sluikreclame weren en zich terughoudend opstellen tegenover sponsoractiviteiten; - geen (neven)activiteiten verrichten die met hun onafhankelijke taakuitvoering strijdig zijn. Bevoegdheden/verplichtingen betrokken organen De lokale omroep Artikel 3 Het bestuur van de lokale omroep is verantwoordelijk voor de vorm en de inhoud van het door de lokale omroep verzorgde omroepprogramma/media-aanbod. De samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod is opgedragen aan de hoofdredacteur met inachtneming van het door het pbo vastgestelde programmabeleid.
Het bestuur van de lokale omroep oefent achteraf en met terughoudendheid toezicht uit op de naleving van de statuten, de naleving van het door het pbo vastgestelde programmabeleid en de naleving van de uit de statuten en het programmabeleid voortvloeiende regelingen. De programmamedewerker Artikel 4 De programmamedewerker is de medewerker van de lokale omroep die is belast met werkzaamheden in het kader van de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod, voor zover deze een arbeidscontract of medewerker-overeenkomst heeft gesloten. Uitgangspunten voor het beleid bij benoeming, schorsing of ontslag van de programmamedewerker is vastgelegd in door het bestuur en de hoofdredacteur opgestelde regelingen.
De hoofdredacteur Artikel 5 De hoofdredacteur is degene aan wie op grond van het bepaalde in de statuten de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod van de lokale omroep is opgedragen. Uitgangspunten voor het beleid bij benoeming, schorsing of ontslag van de hoofdredacteur zijn vastgelegd in de statuten van de lokale omroep. Artikel 6 1. Bij voorziening in een vacature voor de functie van hoofdredacteur wordt, met inachtneming van hetgeen hierover is opgenomen in de statuten, door het bestuur een sollicitatie- en selectiecommissie ingesteld. 2. In de sollicitatie- en selectiecommissie hebben zitting: - twee leden van het PBO; - twee leden van het bestuur, waaronder het bestuurslid belast met het personeelsbeleid; - een lid, aangewezen door de redactieraad. 3. Het bestuurslid belast met het personeelsbeleid zit de vergaderingen van de sollicitatie- en selectiecommissie voor. 4. De sollicitatie- en selectiecommissie stelt een voordracht op en legt deze, vergezeld van een verslag van haar werkzaamheden, voor aan het bestuur. Artikel 7 1. De hoofdredacteur kan worden ontslagen overeenkomstig de betreffende bepalingen in de statuten van de lokale omroep. 2. De redactieraad is bevoegd een voorstel tot ontslag of schorsing van de hoofdredacteur in te dienen bij het bestuur. Een dergelijk voorstel vereist de instemming van twee-derde van de leden van de redactieraad.
Artikel 8 1. De hoofdredacteur is verantwoordelijk voor de samenstelling van het omroepprogramma/mediaaanbod van de lokale omroep, waaronder begrepen: - hij/zij is met betrekking tot het omroepprogramma/media-aanbod verantwoordelijk voor de naleving van statuten, programmabeleid en regelingen; - hij/zij draagt binnen dit kader de verantwoordelijkheid voor de inhoud van het omroepprogramma/media-aanbod; - hij/zij heeft de dagelijkse leiding over de programmastaf; - hij/zij bepaalt de inzet van menskracht en budget en bindt hieraan eventueel nadere instructies. 2. De hoofdredacteur woont de vergaderingen van het bestuur bij. Hij/zij heeft bij die gelegenheid een adviserende stem. De programmastaf Artikel 9 1. De gezamenlijke programmamedewerkers vormen de programmastaf. 2. De programmastaf kiest periodiek uit zijn midden een afvaardiging voor de redactieraad, zodanig dat deze een afspiegeling vormt van de diverse bij de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod betrokken geledingen van de programmastaf. 3. De programmastaf vergadert tenminste éénmaal per jaar. Voorts vergadert hij telkenmale wanneer de hoofdredacteur dit wenselijk acht of wanneer tenminste één vijfde van de leden van de programmastaf daartoe de hoofdredacteur verzoekt. 4.
De oproeping tot de vergadering geschiedt door de hoofdredacteur, die tevens de vergadering voorzit en zorgdraagt voor de verslaglegging. De redactieraad Artikel 10 1. De redactieraad is door de programmastaf uit zijn midden aangewezen vertegenwoordiging die bestaat uit minimaal drie personen.
2. De redactieraad ondersteunt de hoofdredacteur bij de vormgeving van de uitgangspunten van het te voeren redactioneel beleid. De redactieraad beziet in het kader daarvan onder meer: - de coördinatie van het omroepprogramma/media-aanbod; - de bewaking van de interne en externe communicatie; - de technische kwaliteit van het omroepprogramma/media-aanbod. 3. De redactieraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een secretaris; de secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen van de redactieraad in de vorm van ten minste een besluitenlijst. 4. De hoofdredacteur kan de vergaderingen van de redactieraad bijwonen; de hoofdredacteur heeft in die vergadering geen stemrecht. 5. De redactieraad kan besluiten vertegenwoordigers van andere geledingen binnen de lokale omroep aan zijn vergaderingen deel te laten nemen. Zij hebben een adviserende stem. Verhouding/samenwerking bestuur, hoofdredacteur en redactieraad Artikel 11 1. Alvorens het bestuur en/of de hoofdredacteur een beslissing neemt/nemen over zaken die van wezenlijk belang zijn voor de werkzaamheden van de programmastaf, wordt de redactieraad zo tijdig mogelijk geïnformeerd en gehoord. 2. Zaken van wezenlijk belang zijn in ieder geval: a.
ingrijpende wijzigingen in statuten, programmabeleid en regelingen, voor zover deze wijzigingen betrekking hebben op het voorbereiden en samenstellen van het omroepprogramma/media-aanbod; b. ingrijpende wijzigingen in het uitzendschema van het omroepprogramma/media-aanbod; c. ingrijpende wijzigingen in de huisvestingssituatie; d. overeenkomsten voor programmatische samenwerking met derden voor zover deze een ander dan incidenteel karakter hebben; e. de benoeming van de hoofdredacteur, met inachtneming van het bepaalde daaromtrent in de statuten en in het redactiestatuut; f. ingrijpende wijziging in de samenstelling van de programmastaf; g. wijzigingen in het redactiestatuut, met inachtneming van het daaromtrent in het redactiestatuut bepaalde; h. wijzigingen in de techniek, voor zover deze ingrijpende gevolgen hebben voor de werkzaamheden van de programmastaf; i. disciplinaire maatregelen ten aanzien van medewerkers van de lokale omroep, voor zover deze ingrijpende gevolgen hebben voor de werkzaamheden van de programmastaf. 3. Tijdig voordat het bestuur van de lokale omroep de begroting vaststelt, legt het bestuur deze voor aan de redactieraad en wel in ieder geval voor wat betreft de posten die rechtstreeks betrekking hebben op de werkzaamheden van de programmastaf. De redactieraad brengt zijn opmerkingen bij de begroting ter kennis van het bestuur.
Persoonlijke verantwoordelijkheid programmamedewerker Artikel 12 1. Wanneer een programmamedewerker ernstige (gewetens)bezwaren heeft tegen een aan hem/haar verstrekte opdracht met betrekking tot een omroepprogramma en hij/zij zich niet kan neerleggen bij een door de hoofdredacteur ter zake te nemen of genomen beslissing, dan kan hij/zij zich wenden tot de redactieraad met het verzoek om een uitspraak. 2. Wanneer de hoofdredacteur besluit ingrijpende wijzigingen aan te brengen of te doen aanbrengen in een omroepprogramma, dan kan de betrokken programmamedewerker verzoeken om het omroepprogramma niet uit te zenden. Indien de hoofdredacteur niettemin besluit tot uitzending, dan zal het omroepprogramma niet van de naam van de betrokken programmamedewerker worden voorzien. Als de betrokken programmamedewerker het niet met deze beslissing eens is, dan kan hij/zij zich achteraf wenden tot de redactieraad met het verzoek om een uitspraak.
3. Indien de hoofdredacteur een uitspraak van de redactieraad, zoals hierboven in het eerste en het tweede lid bedoeld, niet aanvaardt, dan maakt hij zijn/haar standpunt gemotiveerd kenbaar aan de redactieraad. 4. Indien het bestuur van de lokale omroep ernstige klachten heeft over het gevoerde redactioneel beleid of over een uitgezonden omroepprogramma, dan dienen de hoofdredacteur en de betrokken leden van de programmastaf ter zake te worden gehoord. Als het bestuur daarna de klacht handhaaft, kan het maatregelen ten aanzien van de hoofdredacteur treffen zoals in de statuten voorzien. Geschillen Artikel 13 Geschillen omtrent dit redactiestatuut of het redactioneel beleid worden voorgelegd aan een geschillencommissie. Artikel 14 Deze geschillencommissie bestaat uit drie leden: een lid aan te wijzen door de redactieraad, een lid aan te wijzen door het bestuur en een lid aan te wijzen door redactieraad en bestuur gezamenlijk. Artikel 15 De uitspraken van de geschillencommissie zijn voor alle betrokkenen bindend. Wijziging redactiestatuut Artikel 16 Met inachtneming van het bepaalde daaromtrent in de Mediawet kan het bestuur het redactiestatuut wijzigen met instemming de voltallige redactieraad.
Toelichting Model redactiestatuut Algemene toelichting De respectievelijk in artikel 1 en in artikel 2 verwoorde doelstelling en beginselverklaring vormen het mediawettelijke kader waarbinnen de lokale omroep functioneert. De rechten en plichten van de programmamedewerkers vormen de kern van het redactiestatuut. Voorgeschreven is dat enkel het redactiestatuut beperkingen kan opleggen aan de onafhankelijkheid van de programmamedewerkers. In de beginselverklaring (artikel 2, derde lid) zijn de in acht te nemen algemene journalistieke normen opgenomen. Vervolgens zijn de diverse organen en hun bevoegdheden beschreven. De hoofdredacteur is programmatisch gezien de eerstverantwoordelijke. Hij/zij neemt de finale beslissingen daarover en is de intermediair tussen de bestuurlijke organen en de programmamedewerkers. In artikel 3 is, overeenkomstig artikel 2.88, eerste lid van de Mediawet, buiten twijfel gesteld dat (het bestuur van) de lokale omroep verantwoordelijk is voor de vorm en inhoud van het omroepprogramma/media-aanbod van de lokale omroep. Tegelijkertijd is verzekerd dat de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod is gedelegeerd/opgedragen aan de hoofdredacteur. Het bestuur van de lokale omroep kan achteraf en met terughoudendheid toezicht uitoefenen, conform hetgeen daaromtrent in de statuten of anderszins is geregeld.
Programmamedewerkers zijn alle met redactionele en programma-inhoudelijke taken belaste personen. Om een zo ruim mogelijk bescherming te bieden is bewust niet gekozen voor een functiecriterium maar een taakinhoudelijke afbakening. De gezamenlijke programmamedewerkers vormen de programmastaf. De hoofdredacteur heeft bij de concretisering van het redactionele beleid de steun van de redactieraad, een vertegenwoordiging uit de programmastaf. Aan de vergaderingen van de redactieraad kunnen in voorkomende gevallen ook niet-leden van de programmastaf deelnemen, bijvoorbeeld het hoofd van de technische dienst. Met betrekking tot de inrichting van de redactionele organisatie is in dit model geen bepaling opgenomen. Deze verschilt per lokale omroep.
Om een goede verstandhouding tussen bestuur, hoofdredacteur en de overige programmamedewerkers te verzekeren, is communicatie in de vorm van (structureel) overleg noodzakelijk. Wanneer het bestuur en/of de hoofdredacteur voornemens is/zijn een beslissing te nemen die van wezenlijk belang is voor het functioneren van de programmastaf, dan ligt overleg daarover met de redactieraad voor de hand. De programmastaf is immers vertegenwoordigd in de redactieraad. Ter afronding is in dit model ingegaan op de persoonlijke verantwoordelijkheid van de programmamedewerker. Wat kan hij/zij doen indien de hoofdredacteur een opdracht geeft of een beslissing neemt met betrekking tot een door hem/haar gemaakt programma waar hij/zij het niet mee eens is? En welke procedure moet worden gevolgd bij ernstige klachten over een programma? Geschillen, die ontstaan naar aanleiding van het redactiestatuut of een andere regeling met programmatische implicaties, worden voorgelegd aan een geschillencommissie van drie leden, waarvan een benoemd door het bestuur, een door de redactieraad en een door bestuur en redactieraad gezamenlijk. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Het eerste artikel van het model redactiestatuut is een weergave van de wettelijk voorgeschreven doelstelling van een lokale omroep (artikel 2.61, tweede lid, onder b van de Mediawet).
Om in aanmerking te komen voor een aanwijzing dient dit doel in de statuten te zijn opgenomen. Artikel 2, lid 1 De eerste zinsnede is bedoeld om duidelijk te stellen dat het uitgangspunt voor het samenstellen van het omroepprogramma/media-aanbod een gegeven is voor de programmamedewerkers van de lokale omroep. Ingevolge artikel 2.61, tweede lid, onder c van de Mediawet kent elke lokale omroep een representatief samengesteld orgaan dat belast is met het vaststellen van het programmabeleid: het programmabeleid bepalende orgaan (pbo). Dit programmabeleid is derhalve niet door het bestuur, de hoofdredacteur of de programmastaf bepaald. Artikel 2, lid 2 Dit artikellid is een beknopte weergave van de redenen waarom een redactiestatuut noodzakelijk is. De programmamedewerkers kunnen hun taken alleen dan onafhankelijk uitoefenen wanneer zij niet blootgesteld zijn aan druk van binnen of buiten de lokale omroep. Artikel 2, lid 3 In dit artikellid is aangegeven waaraan de programmamedewerkers zich bij hun onafhankelijke taakuitoefening dienen te houden. De opsomming is weliswaar niet uitputtend, maar geeft een aantal belangrijke journalistieke principes weer die de kern vormen van het redactiestatuut.
Als evidente voorbeelden van strijdigheid met deze principes kan worden gedacht aan het overnemen zonder bronvermelding (plagiaat), het verzinnen/vervalsen van feiten dan wel het manipuleren van beeld- of geluidsmateriaal. Overigens zij voor de duidelijkheid er op gewezen dat de mogelijkheid van hoor en wederhoor niet betekent dat betrokkenen in hetzelfde programma op elkaar moeten reageren. Programmamedewerkers worden geacht geen nevenactiviteiten te verrichten die op gespannen voet staan met hun onafhankelijke taakuitoefening. In het bijzonder moet de programmamedewerker zich terughoudend opstellen tegenover sponsoractiviteiten. Deze bepaling heeft raakvlakken met de bepalingen van de Mediawet inzake het dienstbaarheidsverbod (artikel 2.141 van de Mediawet) en nevenactiviteiten (2.132 e.v. van de Mediawet). Die richten zich weliswaar tot de lokale omroep, maar de (programma)medewerkers van de lokale omroep hebben in deze een eigen verantwoordelijkheid. Artikel 3 De in de tweede volzin genoemde delegatie impliceert dat niet het bestuur maar de hoofdredacteur beslist over de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod. Het bestuur kan de delegatie wijzigen of intrekken, dit is maatregelen treffen jegens de hoofdredacteur, binnen de daarvoor geldende statutaire bepalingen.
Artikel 4 en artikel 5 Zie voor de desbetreffende uitgangspunten onder meer de statuten. Artikel 6, lid 2 Het lid van de sollicitatie- en selectiecommissie dat wordt aangewezen door de redactieraad kan zijn een lid van die raad, iemand van de programmastaf dan wel een derde. Artikel 6, lid 4 Het bestuur zal zonder gegronde redenen niet van deze voordracht afwijken. De statuten kunnen hieromtrent nadere voorschriften bevatten. Artikel 7, lid 1 Het orgaan dat de hoofdredacteur benoemt, kan hem/haar ook schorsen of ontslaan. Artikel 7, lid 2 Een redactieraad die om wat voor reden dan ook niet overweg kan met de hoofdredacteur zal niet goed functioneren en moet dit aan het bestuur duidelijk kunnen maken. Het bestuur kan reageren met bemiddeling, schorsing of ontslag op de wijze zoals in de statuten voorzien. Artikel 8, lid 1 Op grond van artikel 3 van het redactiestatuut is de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod aan de hoofdredacteur gedelegeerd, dit artikel omschrijft in dat kader de taken en verantwoordelijkheden van de hoofdredacteur. Artikel 8, lid 2 De aanwezigheid van de hoofdredacteur bij de bestuursvergaderingen is noodzakelijk om de hierna in artikel 11 bedoelde verhouding tussen het bestuur, de hoofdredacteur en de redactieraad te bewerkstelligen.
Artikel 9, lid 1 De uitgangspunten van het te voeren redactioneel beleid zijn niet de uitgangspunten van het programmabeleid. Immers, laatstgenoemde uitgangspunten zijn vastgesteld door het pbo. De uitgangspunten van het te voeren redactioneel beleid zijn de uitgangspunten met betrekking tot de wijze waarop de hoofdredacteur zijn verantwoordelijkheid inzake de samenstelling van het omroepprogramma/media-aanbod invult. Artikel 9, lid 2 Elke geleding moet om te kunnen meebeslissen over de programmering vertegenwoordigd zijn in de redactieraad. Bij geledingen moet worden gedacht aan redactiestaven, productiegroepen, etc. Bij periodiek is jaarlijks de voorkeur. Artikel 9, lid 4 Er is gekozen voor een verslag en niet voor enkel een besluitenlijst omdat bij gelegenheid van dergelijke vergaderingen uitgebreid discussiepunten naar voren worden gebracht die nadere bestudering vergen. Dergelijke punten dienen dan goed gedocumenteerd te zijn waarvan ook de andere organen van de lokale omroep kennis kunnen nemen. Artikel 10, lid 1 De redactieraad is met name verantwoordelijk voor de totstandkoming van het omroepprogramma/media-aanbod. Een drietal centrale taken zijn expliciet geformuleerd.
Een daarvan, de bewaking van de interne en externe communicatie, houdt onder meer in: - het voorkomen van dubbele afspraken naar buiten; - het voorkomen van overlappingen in de programmering; - onderlinge uitwisseling van informatie; - onderlinge afstemming van techniek en programmering. Artikel 10, lid 2 Een besluitenlijst moet als minimumvorm van verslaglegging van de vergaderingen van de redactieraad voldoende worden geacht. Grotendeels zijn de besluiten immers van feitelijke aard. Artikel 10, lid 4 In de redactieraad kunnen ook anderen dan (vertegenwoordigers van ) programmamedewerkers zitting hebben. Het is evenwel aan de redactieraad om te beoordelen of het wenselijk is dat
bijvoorbeeld (vertegenwoordigers van) technische medewerkers en/of medewerkers van de huishoudelijke dienst deelnemen aan de vergaderingen van de redactieraad. Artikel 11, lid 1 Besluiten van het bestuur en/of de hoofdredacteur die in belangrijke mate de programmastaf raken, behoren tenminste onderwerp van overleg te zijn tussen hoofdredacteur en redactieraad. Artikel 11, lid 2 Hierin is een – niet uitputtende – opsomming opgenomen van de onderwerpen (“zaken van wezenlijk belang”) die tenminste overleg behoeven. Artikel 11, lid 3 Omdat de financiële positie van de lokale omroep onlosmakelijk verbonden is met de mogelijkheid een omroepprogramma/media-aanbod tot stand te brengen, is om het belang daarvan te benadrukken een afzonderlijke bepaling opgenomen. Artikel 12 De individuele verantwoordelijkheid van de afzonderlijke medewerkers is reeds benadrukt. Dit artikel geeft aan hoe met deze individuele verantwoordelijkheid in probleemgevallen moet worden omgegaan. Artikelen 13 t/m 15 De geschillenregeling, waarbij is voorzien in een geschillencommissie, kan een overhaaste gang naar het bestuur of de rechter voorkomen. Artikel 16 Met instemming van de voltallige redactieraad bewerkstelligt dat ook de hoofdredacteur moet instemmen met de wijziging. (MA/01-02-2021)