CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

RB Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Commissie Algemene Bestuurlijke Zaken 25 november 2025, gemeente BergeijkBij agendapunt: APV18.438 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raadsbesluit

Raadsvergadering

:

11 december 2025

Onderwerp

:

Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Algemene plaatselijke

verordening gemeente Bergeijk Besluit van de raad van de gemeente Bergeijk tot vaststelling van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

De gemeenteraad van Bergeijk;

overwegende het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober 2025; overwegende het advies van de commissie ABZ d.d. 25 november 2025;

gelet op de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de

artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25d en 25e van de Alcoholwet, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet, artikel 64, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; besluit: 1.

De Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk vast te stellen.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: -

bebouwde kom:

het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;

1 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

-

beperkingengebiedactiviteit:

hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; -

bevoegd gezag:

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; -

bouwwerk:

hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; -

bromfiets:

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; -

college:

het college van burgemeester en wethouders; -

gebouw:

hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; -

handelsreclame:

iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; -

motorvoertuig:

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; -

openbaar water:

wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; -

openbare plaats:

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; -

parkeren:

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; -

rechthebbende:

degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; -

voertuig:

2 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; -

weg:

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 1:2 Beslistermijn 1.

Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing

2.

Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.

3.

Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

Artikel 1:3 (Niet opgenomen)

Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1.

Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden

verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.

2.

Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan

3.

Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1.

De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

anders is bepaald.

Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1.

De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a.

ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b.

op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten

opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of

wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c.

de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

3 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

d.

van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of

gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of

e. 2.

de houder dit verzoekt.

Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Artikel 1:7 Termijnen 1.

De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.

2.

De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal

mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.

Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1.

2.

Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a.

de openbare orde;

b.

de openbare veiligheid;

c.

de volksgezondheid;

d.

de bescherming van het milieu.

Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor

minder dan vier weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu

Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1.

Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

2.

Degene die op een openbare plaats: a.

aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te

b.

aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek

ontstaan;

waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

4 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

c.

zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of een boa van of gedetacheerd bij de gemeente Bergeijk, krachtens artikel 6:2 van deze verordening belast met het

toezicht op de naleving van deze verordening, zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3.

Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

4.

De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.

5.

Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en

levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Artikel 2:2 (Niet opgenomen)

Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1.

Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden,

waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet

openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste

48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2.

De kennisgeving bevat: a.

naam en adres van degene die de betoging houdt;

b.

het doel van de betoging;

c.

de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en

d.

de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van

e.

voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en

f.

maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig

van beëindiging; beëindiging;

verloop te bevorderen.

3.

Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van

4.

Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een

de kennisgeving is vermeld.

zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving

gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5.

De burgemeester kan een formulier vaststellen voor het doen van een kennisgeving.

5 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

6.

De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.

Artikel 2:4 (Niet opgenomen)

Artikel 2:5 (Niet opgenomen)

Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1.

Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.

2.

Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.

3.

Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis

4.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

5.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet

bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.

bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:7 (Niet opgenomen)

Artikel 2:8 (Niet opgenomen)

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1.

Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de

openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2.

De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.

3.

De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.

4.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet

bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan een openbare plaats 6 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

1.

Het is verboden een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a.

schade toebrengt of kan toebrengen aan een openbare plaats, de

bruikbaarheid van een openbare plaats belemmert of kan belemmeren, dan

wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van een openbare plaats; of b. 2.

niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake

wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,50 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,50 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers en gemotoriseerd verkeer.

3.

Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving

4.

Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.

5.

Het verbod is niet van toepassing op:

6.

nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.

a.

evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

b.

standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;

c.

overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of

waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1.

Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde

bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een

weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2.

Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of

3.

Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met

openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.

betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de

waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de

Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

7 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te

2.

In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:

maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

a.

ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;

b.

als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare

c.

als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt

d.

er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg

parkeerplaats; aangetast;

wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.

3.

Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de

Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

Artikel 2:13 (Niet opgenomen)

Artikel 2:14 (Niet opgenomen)

Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.

Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.

Artikel 2:17 (Niet opgenomen)

Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1.

Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a.

te roken;

8 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

b.

voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.

2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,

3.

Het verbod in het eerste lid, onder a is voorts niet van toepassing voor zover het roken

aanhef en onder 3 van het Wetboek van Strafrecht.

plaatsvindt in gebouwen en op daarbij behorende erven.

Artikel 2:19 (Niet opgenomen)

Artikel 2:20 (Niet opgenomen)

Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1.

De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat

bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

Artikel 2:22 (Niet opgenomen)

Artikel 2:23 (Niet opgenomen)

Afdeling 3. Evenementen Artikel 2:24 Definities 1.

In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a.

bioscoop- en theatervoorstellingen;

b.

markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de

c.

kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;

d.

het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot

e.

betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare

f.

activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39;

Gemeentewet;

dansen;

manifestaties;

9 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

g.

sportwedstrijden binnen de reguliere competitie of binnen de eigen vereniging die plaatsvinden op sportterreinen, in sporthallen of sportzalen, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.

2.

Onder evenement wordt mede verstaan: a.

een herdenkingsplechtigheid;

b.

een braderie;

c.

een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;

d.

een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;

e.

een straatfeest of buurtbarbecue;

f.

een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s.

Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1.

Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een

2.

Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel

evenement te organiseren.

2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen,

aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3.

Geen vergunning is vereist voor een evenement, als de organisator ten minste 4 weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester en wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

het is een eendaags evenement;

b.

het aantal aanwezigen is niet meer dan 150 gelijktijdig;

c.

het evenement duurt maximaal tot 00.00 uur;

d.

geen muziek ten gehore wordt gebracht op vrijdag en zaterdag na 00.00 uur

e.

het evenement wordt niet gehouden op de rijbaan (niet zijnde een woonerf),

en op maandag tot en met donderdag en op zondag na 23.00 uur;

fiets- of bromfietspad of parkeergelegenheid of vormt niet anderszins een

belemmering voor het verkeer en de hulpdiensten, hetgeen ook betekent dat er op het trottoir een doorgang van 1,20 meter open moet blijven en op promenades en woonerven een doorgang van minstens 4,50 meter; f. 4.

er worden alleen objecten geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m² per object en niet meer dan vier objecten per straat.

Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties

waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

10 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

5.

De burgemeester kan naar aanleiding van een melding, zoals bedoeld in lid 2, nadere voorwaarden verbinden aan het te houden evenement in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu.

6.

De burgemeester kan binnen 4 weken na ontvangst van een melding, zoals bedoeld in lid 3, besluiten een evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat

daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 7.

Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve

8.

De burgemeester kan nadere regels stellen betreffende het organiseren van

fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. vergunningplichtige en meldingplichtige evenementen.

Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Artikel 2:26a Openbare orde en veiligheid 1.

De burgemeester kan in de aanloop naar, tijdens, en na een evenement alle

aanwijzingen geven die hij noodzakelijk acht ter handhaving van de openbare orde. De burgemeester bedient zich daarbij van de onder zijn gezag staande politie, brandweer, gemeente en hulpverlening.

2.

De organisator van een evenement is verplicht in de aanloop naar, tijdens, en na het evenement: a.

alle maatregelen te treffen ter voorkoming van de verstoring van de openbare

b.

het evenement onverwijld te beëindigen bij verstoring van de openbare orde of

c.

een aanwijzing van de burgemeester onverwijld op te volgen;

d.

ervoor te zorgen dat bij een verstoring van de openbare orde na een

orde;

de vrees daarvoor;

aanwijzing van de burgemeester, dan wel een ambtenaar van politie, of brandweer geen publiek meer tot het evenement wordt toegelaten.

3.

Het is voor bezoekers van een evenement tijdens en na het evenement: a.

verboden zich op het evenemententerrein te gedragen met het kennelijke doel

b.

verboden al dan niet op het evenemententerrein - op of aan de weg of op voor

om de openbare orde of veiligheid te verstoren of te bedreigen;

het publiek toegankelijke plaatsen - voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, re dragen of te vervoeren die kennelijk bestemd zijn om de openbare orde of veiligheid te verstoren;

11 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

c.

verboden zich op een evenemententerrein te begeven indien overeenkomstig het eerste, dan wel het tweede lid onder d opdracht is gegeven het evenemententerrein te verlaten;

d.

verplicht ter ordelijk verloop van een evenement of bij enig voorval waardoor

wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, op een daartoe strekkende

aanwijzing van een ambtenaar van de politie, brandweer of gemeente zijn weg te vervolgen of aanwijzingen van andere aard in het belang van de openbare orde of veiligheid van personen en goederen, dan wel ter beperking van gemeen gevaar, onverwijld en stipt op te volgen.

Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:27 Definitie 1.

In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant,

pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of

elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2.

Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen

worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden

bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1.

Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de

2.

De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting

3.

In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts

4.

burgemeester.

in strijd is met het omgevingsplan.

geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a.

de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de

b.

de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of

Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a.

winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de

activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

b.

zorginstelling;

12 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

5.

c.

museum; of

d.

bedrijfskantine of -restaurant.

De burgemeester kan aan door hem aangewezen categorieën van openbare

inrichtingen ambtshalve vrijstelling verlenen van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet.

6.

Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de

Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Artikel 2:29 Sluitingstijd 1.

Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur

2.

Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of

3.

De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.

4.

Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid aanhef en onder a,

5.

Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens

6.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet

en 08.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 08.00 uur. bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.

gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. de Omgevingswet is voorzien.

bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1.

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a.

de orde te verstoren;

b.

zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;

c.

op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.

13 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van

Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.

Artikel 2:34 (Niet opgenomen)

Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: -

alcoholhoudende drank;

-

horecabedrijf;

-

horecalokaliteit;

-

inrichting;

-

paracommerciële rechtspersoon;

-

sterke drank;

-

slijtersbedrijf;

-

zwak-alcoholhoudende drank;

dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.

Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1.

Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode beginnende met de aanvang van de hoofdactiviteiten en

eindigende met vier uur na beëindiging van hoofdactiviteiten die passen binnen de

statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, maar niet later dan de in artikel 2:29 opgenomen sluitingstijd. 2.

Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens

bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de hoofdactiviteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.

14 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

3.

Het is een paracommerciële rechtspersoon verboden de kantine en/of inventaris aan derden te verhuren indien geen directe relatie bestaat met de hoofdactiviteit.

Artikel 2:34c (Niet opgenomen)

Artikel 2:34d (Niet opgenomen)

Artikel 2:34e (Niet opgenomen)

Artikel 2:34f Verbod ‘happy hours’ Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een

periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.

Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokaliteiten 1.

Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit.

2.

De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.

Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:35 Definitie In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de

uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.

Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.

Artikel 2:37 (Niet opgenomen)

Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of

feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.

15 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:38a Definities 1.

In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze

bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2.

In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.

Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1.

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te

2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op

3.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:

exploiteren of te doen exploiteren.

de kansspelen of de Speelautomatenverordening 2010 van de gemeente Bergeijk.

a.

naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare

wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. 4.

de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.

Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1.

In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan.

2.

In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade en baldadigheid Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1.

Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.

2.

Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet

voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.

16 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

3.

Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.

Artikel 2:42 Plakken en kladden 1.

Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat

2.

Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een

vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.

openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a.

een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken,

b.

met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken

te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; aan te brengen of te doen aanbrengen.

3.

Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld

4.

De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een

5.

Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en

6.

Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van

7.

Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en

wordt krachtens wettelijk voorschrift.

opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. bekendmakingen. handelsreclame.

bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.

Artikel 2:43 (Niet opgenomen)

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1.

Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te

2.

Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet

hebben.

zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

Artikel 2:45 (Niet opgenomen)

Artikel 2:46 (Niet opgenomen)

17 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1.

Het is verboden op een openbare plaats: a.

te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping,

constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;

b. 2.

zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1.

Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied,

alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2.

Het verbod is niet van toepassing op: a.

een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de

b.

een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een

Alcoholwet;

ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1.

2.

Het is verboden zonder redelijk doel: a.

zich in een portiek of poort op te houden;

b.

in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.

Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw,

appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.

Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te

gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten

worden in elk geval verstaan portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.

Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen 18 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een

portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.

Artikel 2:52 (Niet opgenomen)

Artikel 2:53 (Niet opgenomen)

Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats 1.

Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare

plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden: a.

tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen

b.

in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover:

gebieden;

1e.

sprake is van overlast of hinder voor de omgeving;

2e.

er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of

3e.

het woon- of leefklimaat wordt aangetast.

2.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

3.

Het verbod geldt niet: a.

voor woonwagens met een woonbestemming;

b.

op een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of

c.

op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen.

mede bestemd;

Artikel 2:55 (Niet opgenomen)

Artikel 2:56 (Niet opgenomen)

Artikel 2:57 Loslopende honden 1.

Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

19 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

a.

op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte

kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;

b.

binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is

c.

buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de

d.

op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander

aangelijnd;

hond niet is aangelijnd;

identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

2.

Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het

3.

Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op

college aangewezen plaatsen.

de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een

geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1.

Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te

2.

De eigenaar of houder van een hond is verplicht bij het uitlaten van die hond binnen

zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.

de bebouwde kom een deugdelijk hulpmiddel, dat gezien de vorm en constructie als zodanig bestemd is voor het verwijderen van uitwerpselen, of een zakje of schep bij zich te dragen en dit, op eerste vordering van de met zorg voor de naleving van de bepalingen van deze verordening belaste ambtenaar, te tonen.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een

hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.

4.

Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1.

Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en

muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2.

De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht

de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.

3.

De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is

opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:

20 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

a.

vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;

b.

door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht

c.

zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte

dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en

binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

4.

Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld

in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.

Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein 1.

Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid.

2.

Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als: a.

op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de

b.

het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein

c.

het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de

burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht; te betreden; en

hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.

Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1.

Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of

schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de

inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:

2.

a.

aanwezig te hebben;

b.

aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in

c.

aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is

het aanwijzingsbesluit gestelde regels; aangegeven.

Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een

krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2:61 (Niet opgenomen)

21 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

Artikel 2:62 Loslopend vee De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een

weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.

Artikel 2:63 (Niet opgenomen)

Artikel 2:64 (Niet opgenomen)

Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.

Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen Artikel 2:66 Definitie In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij algemene

maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1.

De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde

goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen: a.

het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;

b.

de datum van verkoop of overdracht van het goed;

c.

een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder

d.

de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en

e.

de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.

begrepen soort, merk en nummer van het goed;

2.

De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.

3.

Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet

bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht

De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:

22 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

a.

de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: 1e. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;

2e. van een verandering van de onder 1o bedoelde adressen; 3e. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; 4e. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;

b.

de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;

c.

aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de

d.

een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden

aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; in de staat waarin het goed verkregen is.

Artikel 2:69 (Niet opgenomen)

Artikel 2:70 (Niet opgenomen)

Afdeling 10. Consumentenvuurwerk en Carbidschieten Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Artikel 2:72 (Niet opgenomen)

Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 1.

Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het

2.

Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat

3.

De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel

belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats. gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.

429, aanhef en onder 1˚, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:73a Carbidschieten

23 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

1.

Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide

(carbid) en water of een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden.

2.

Het college is bevoegd van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing te verlenen buiten de bebouwde kom van 31 december 18.00 uur tot 1 januari van het daaropvolgende jaar 02.00 uur.

3.

Het college is, met betrekking tot het bepaalde in het tweede lid, bevoegd nadere

4.

Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp

regels te stellen.

wordt voorzien door de Omgevingswet, de Wet wapens en munitie en het Wetboek van Strafrecht.

Afdeling 11. Drugsoverlast Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de

artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek

toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2, 2a of 3 van de Opiumwet of daarop

gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen: 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden), 2:10 (voorwerpen op of aan de weg), 2:11 (omgeving)vergunning voor het aanleggen,

beschadigen en veranderen van een weg), 2:25 (evenementenvergunning) 2:47 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen), 2:48 (verboden drankgebruik), 2:49 (verboden gedrag bij of in

gebouwen), 2:50 (hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten), 2:73 (gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling), 2:73a (Carbid schieten) of 5:34 (verbod

afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken) groepsgewijs niet naleven.

Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden

24 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de

openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.

Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1.

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of

leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen

verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste veertien dagen in

een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2.

Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een

persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen twaalf maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod

opleggen om gedurende ten hoogste twaalf weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3.

De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

4.

Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid

5.

Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als

opgelegd verbod.

bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1.

Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling

in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratiepersonen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door

gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2.

De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:

25 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

a.

geluid- of geurhinder;

b.

hinder van dieren;

c.

hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf

d.

overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

e.

intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

aanwezig zijn;

Artikel 2:80 (Niet opgenomen)

Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1.

In dit artikel wordt verstaan onder: a.

bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf,

die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:3;

b.

beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de

c.

exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot

feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit;

vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.

2.

De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en

veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige

activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. 3.

Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem

aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen

gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied. 4.

De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de

burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt: a.

voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd;

b.

de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en

c.

het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit

d.

het nummer van inschrijving in het Handelsregister;

e.

voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder;

beheerder;

wordt uitgeoefend;

26 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

5.

f.

voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en

g.

een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw

h.

een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder.

beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten;

of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a.

als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt

b.

als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

c.

als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met

d.

als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de

e.

als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit

beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; aanvraag;

personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

f. 6.

als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer.

De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige

activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De

burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet. 7.

Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend

8.

De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de

9.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning

voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden.

intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat: a.

de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

b.

de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of

activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;

27 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

c.

er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben

d.

er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit

plaatsgevonden of plaatsvinden;

personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

10.

e.

de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of

f.

redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.

Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt

uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.

11.

De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de

12.

Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht

13.

Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te

14.

De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en

toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf. blijft, zolang de sluiting van kracht is.

betreden of daarin of daarop te verblijven.

omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

15.

In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit

vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande

locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat

eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 16.

Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet

bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Hoofdstuk 3. Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Afdeling 1. Algemene bepalingen Artikel 3:1 Afbakening De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.

28 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

Artikel 3:2 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: -

advertentie:

elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt; -

beheerder:

de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf; -

bevoegd bestuursorgaan:

het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester; -

escortbedrijf:

de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee; -

exploitant:

de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend; -

klant:

degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten; -

prostituee:

degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; -

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; -

prostitutiebedrijf:

de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie; -

raamprostitutiebedrijf:

de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats; -

seksbedrijf:

29 Algemene plaatselijke verordening gemeente Bergeijk

Raadsbesluit

de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het

verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling; -

seksinrichting:

voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf; -

werkruimte:

als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=e14b34a3-1864-40a8-b9b7-7c744fdba27e