Raadsvoorstel Zienswijze op wijziging Gemeenschappelijke Regeling ODZOB (gewijzigd)
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Raadsvergadering d.d.
:
07 november 2023
Afdeling
:
Dienstverlening en Veiligheid
Portefeuillehouder
:
Wethouder S.C.A. Luijten
Onderwerp
:
Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst ZuidoostBrabant 2024
Betreffend onderdeel programmabegroting
:
Taakveld 7 "Volksgezondheid en milieu"
Samenvatting Als gevolg van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen is het noodzakelijk om de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant te wijzigen. Met dit voorstel en bijbehorende bijlagen wordt uw raad geïnformeerd over de voorgenomen wijzigingen en wordt uw raad voorgesteld geen wensen en bedenkingen naar voren te brengen ten opzichte van de ontwerpregeling. Inleiding De huidige Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is op 9 februari 2017 in werking getreden. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is op 1 juli 2022 gewijzigd en vereist een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (GR ODZOB). De wetswijziging heeft als doel om de betrokkenheid van volksvertegenwoordigers bij het bestuur van een samenwerkingsverband te verbeteren. Tussen de GGD, Metropoolregio Eindhoven, Veiligheidsregio en ODZOB heeft afstemming plaatsgevonden met als doel waar dat kan gezamenlijk op te trekken op proces en inhoud. Tevens is van de gelegenheid gebruikgemaakt om de tekst van de GR ODZOB daar waar nodig te actualiseren, een harmonisatieslag te maken met de tekst van de gemeenschappelijke regelingen van de andere twee omgevingsdiensten in Brabant én de regeling op te stellen in overeenstemming met de Aanwijzingen voor de regelgeving.
Het college heeft een voorgenomen besluit genomen tot vaststelling van de Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024 (GR ODZOB 2024). Dit besluit wordt nu voorgelegd aan de raad om u in de gelegenheid te stellen een zienswijze naar voren te brengen bij het college. Het algemeen bestuur van de ODZOB heeft hiertoe het voorstel voor een geactualiseerde versie vrijgegeven en met een begeleidende brief aan alle deelnemers aan de GR ODZOB kenbaar gemaakt. (zie bijlagen 1 en 2).
1. Advies 1. Geen zienswijze kenbaar te maken ten aanzien van de ontwerpregeling Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant Zuidoost 2024. Beoogd effect Met dit wijzigingsvoorstel voldoen we voor de daarvoor geldende deadline van 1 juli 2024 aan de eisen die de Wet gemeenschappelijke regelingen stelt aan gemeenschappelijke regelingen.
Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024
1
Raadsvoorstel
Daarnaast is van de gelegenheid gebruikgemaakt om de tekst van de GR ODZOB te actualiseren. Daar waar mogelijk heeft afstemming plaatsgevonden met andere gemeenschappelijke regelingen in de regio Zuidoost-Brabant en de andere Brabantse omgevingsdiensten. Argumenten 1.1 Met de wijzigingen wordt voldaan aan de Wet gemeenschappelijke regelingen en is de GR ODZOB op een aantal onderdelen geharmoniseerd met de overige regionale gemeenschappelijke regelingen. Door de wijzigingen ontstaat een duidelijker regionaal kader inzake de beleidscyclus en andere procedurele bepalingen en besluiten. 1.2 De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen betreffen zeven onderwerpen die hieronder worden toegelicht. In de ”was-wordt-tabel” zijn alle gewijzigde passages zichtbaar gemaakt ten opzichte van de huidige regeling (bijlage 3). a. Burgerparticipatie: (artikel 1.3 GR ODZOB 2024 en artikel 10 Wgr) ‘Ingezetenen van de deelnemers en belanghebbenden worden niet bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken.’ De gewijzigde Wgr verplicht om in elke GR te beschrijven hoe om te gaan met participatie van burgers en belanghebbenden en daarom artikel 1.3 toe te voegen. De reden voor de keuze om geen burgerparticipatie bij de ODZOB te organiseren is dat de ODZOB (als uitvoeringsorganisatie) een beleidsarme gemeenschappelijke regeling is.
De ODZOB voert met name het beleid uit dat door het bevoegd gezag (gemeente/provincie) wordt vastgesteld. Het is daarom meer voor de hand liggend om de inspraak bij het orgaan te laten waar het beleid gemaakt wordt. Deze optie voldoet ook het meest aan de wens om de inspraak te laten verlopen via het orgaan met de meeste democratische legitimiteit. b. Actieve informatieplicht: (artikel 6.3 GR ODZOB 2024 en artikel 17 lid 2 en 3, artikel 52 lid 1 Wgr) ‘De inlichtingen, bedoeld in artikel 17, tweede lid van de wet, worden schriftelijk of op een andere passende wijze verstrekt.’ In artikel 17 lid 2 van de Wgr wordt geregeld dat het bestuur van de ODZOB een actieve informatieplicht heeft naar de raden/Staten. Het bestuur (bestaande uit AB, DB en de voorzitter) dient alle inlichtingen te verstrekken die de raden/Staten nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. In de GR dient vervolgens (op grond van artikel 17 lid 3) te worden opgenomen de wijze waarop die inlichtingen worden verstrekt. Er is voor gekozen om op te nemen dat deze inlichtingen schriftelijk of op een andere passende wijze worden verstrekt. Bijvoorbeeld een webinar, een informatiebrief na vergaderingen of bijeenkomsten. In de hedendaagse tijd zijn de mogelijkheden voor informatieverstrekking talrijk.
In de GR hoeft dus niet beschreven te worden welke inlichtingen of documenten verstrekt worden omdat dit teveel aan verandering onderhevig is en te operationeel om in een GR op te nemen. Zoals in de toelichting van de regeling is opgenomen staat de raden en Provinciale Staten vrij om aan te geven aan welke informatie zij aanvullend behoefte hebben en de wijze waarop zij deze informatie wensen te ontvangen. Het initiatief daartoe ligt bij de raad. c. Uittredingsregels: (artikel 9.2 GR ODZOB 2024 en artikel 9 lid 1 Wgr) ‘1. Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van haar bestuursorgaan. 2. De opzegging geschiedt met in achtneming van een opzegtermijn van tenminste twee jaar. 3. De uittreding vindt plaats op 1 januari na het verstrijken van de opzegtermijn. 4. De uittredende deelnemer en het algemeen bestuur houden de kosten die verband houden met de uittreding zo laag mogelijk. 5. De uittredende deelnemer betaalt in jaar een van uittreding 66% en in jaar twee 33% van de bijdrage aan de begroting die de deelnemer voldeed in het jaar voorafgaand aan de uittreding.
Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024
2
Raadsvoorstel
6. Tot aan de datum van de uittreding behoudt de uittredende deelnemer alle rechten en verplichtingen die verbonden zijn aan de gemeenschappelijke regeling. 7. De deelnemers kunnen afwijken van het eerste tot en met het vijfde lid, voor zover van toepassing, gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 8. Het algemeen bestuur brengt indien sprake is van een afwijking als bedoeld in het zevende lid, een voorstel met daarin de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van de uittreding in procedure bij de deelnemers.’ Toelichting: In de huidige GR was een regeling opgenomen (nooit toegepast) die bij andere gemeenschappelijke regelingen bij een uittreding vaak tot een juridische en financiële discussie leidde die wel tot jaren kon duren. In de jurisprudentie is daarom een berekeningswijze ontwikkeld voor de kosten. Deze methode wordt vaak als erg kostbaar gezien. Voor de wijziging van dit artikel is als algemeen uitgangspunt gekozen dat de uittreder de kosten van uittreding betaalt. De ‘achterblijvers’ moeten niet opgezadeld worden met extra kosten. Daarbij moeten beide partijen zich inspannen om de kosten zo laag mogelijk te houden. Uit praktijkervaringen is deze afspraak als de meest praktische gekomen.
Daarbij zij opgemerkt dat uittreding uit een omgevingsdienst technisch gezien wel mogelijk is, maar gelet op de wettelijke verplichting tot het onderbrengen van basistaken bij een omgevingsdienst naar verwachting niet, dan wel zeer sporadisch zal voorkomen. Een nadere uitleg hierover is opgenomen in de toelichting. d. Evaluatie van de GR: (artikel 11.1 GR ODZOB 2024 en artikel 11a Wgr) 1. Op verzoek van het algemeen bestuur wordt een verslag opgesteld: a. over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk; b. over het functioneren van de Omgevingsdienst en de dienstverlening aan de deelnemers. 2. Het algemeen bestuur overlegt het verslag van de evaluatie en de daaruit getrokken conclusies, bedoeld in het eerste lid, aan de deelnemers. Toelichting: De wetswijziging ziet op een evaluatie van de juridische regeling, maar doelt ook op een evaluatie van het functioneren van het samenwerkingsverband als orgaan. Wetgeving en omgeving kunnen immers veranderen. Er kan voor gekozen worden om een termijn op te nemen waarna geëvalueerd wordt. Daarbij is een raadsperiode van vier jaar een vrij logische keuze. Er is voor gekozen om geen termijn op te nemen, maar dit over te laten aan het algemeen bestuur. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom een evaluatie eerder of juist later gewenst is.
Het algemeen bestuur kan in zijn verzoek dan ook de opdracht van de evaluatie concreter omschrijven. Het verslag van die evaluatie moet altijd verstrekt wordt aan de deelnemers, zodat ook de raden en Staten hierover geïnformeerd worden. e. Zienswijzeprocedure: (artikel 10 lid 5 en 6 Wgr) Een dergelijk artikel is niet opgenomen. Met de gewijzigde Wgr is het mogelijk, maar niet verplicht, om aanvullend op de wettelijke zienswijzeprocedure voor de begroting afspraken te maken over besluiten die voor een zienswijze worden voorgelegd aan de raden/Staten van de deelnemers. Naast deze wettelijke zienswijzeprocedure (en de andere in de Wgr reeds geregelde situaties) wordt geen noodzaak gezien voor het uitbreiden van de besluiten waarvoor een zienswijze wenselijk is. Besluiten met een aanzienlijk financieel belang worden vrijwel altijd ondervangen door de zienswijzeprocedure op de begroting en de begrotingswijzigingen. Besluiten met een politiek gevoelig karakter die hieronder zouden kunnen worden gebracht, zouden ook nog nader gespecificeerd moeten worden. Deze begrippen zijn te ruim om in een GR te gebruiken. f.
Veranderende termijnen in de P&C-cyclus: (artikel 59 Wgr)
Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024
3
Raadsvoorstel
In de huidige GR ODZOB worden termijnen genoemd in het kader van de P&C cyclus. Deze termijnen zijn niet overgenomen in de nieuwe GR ODZOB 2024. Reden hiervoor is dat de termijnen in de Wgr genoemd worden en dus niet herhaald hoeven te worden in de eigen GR. Het is dus niet nodig of wenselijk om hierover bepalingen op te nemen in de GR ODZOB 2024. g. Gemeenschappelijke adviescommissie (artikel 24a Wgr) De mogelijkheid voor de raden om gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen is geregeld in artikel 24a van de Wgr. Hierover hoeft niets opgenomen te worden in de GR ODZOB 2024. Indien de raden gezamenlijk met een voorstel daartoe komen is het AB verplicht die commissie in te stellen en het AB regelt dan de bevoegdheden, taken en werkwijze van de commissie. Dit geschiedt door middel van een aparte regeling en komt dus niet in de GR ODZOB 2024 te staan.
2. Gelet op de toelichting onder 1 aan de raad voorstellen om geen zienswijzen in te dienen De wijzigingen zijn regionaal voorbereid en afgestemd, grotendeels procedureel van aard en voorzover inhoudelijk brengen ze voor de gemeente Bergeijk geen risico van enige betekenis met zich mee. 3. Indien de raad besluit conform het raadsvoorstel en -besluit en geen zienswijzen kenbaar maakt, aan het dagelijks bestuur van de ODZOB mededelen dat de raad geen zienswijze heeft op de voorgelegde ontwerpregeling. Als de raad geen zienswijze kenbaar wil maken hoeft het college hier ook geen standpunt over in te nemen en kan dit bericht zonder collegebesluit aan het dagelijks bestuur worden meegedeeld. Kanttekeningen 1.1c Alternatieven voor uittredingsregeling zijn onredelijk danwel arbeidsintensief Aangezien de verschillen tussen de begrotingsbijdragen van de ODZOB-deelnemers sterk uiteenlopen (bandbreedte €0,2 miljoen - €8,6 miljoen) is de keuze voor een vast bedrag niet voor de hand liggend. Bij een specifieke prijsbepaling (zoals in de huidige regeling in het 7 e lid opgenomen) gaat er veel tijd zitten (en discussie ontstaan) over deze opzet, waarbij onafhankelijke externe expertise betrokken dient te worden om zowel de belangen van de uittredende deelnemer als die van de GR (en daarmee de blijvende deelnemers) te dienen.
1.1c Vaste afbouwregeling kan leiden tot vergoeding van meer dan reële kosten Toepassing van het 7e lid kan aan de orde zijn als de reële kosten van uittreding zodanig lager zijn dan de afbouwregeling (bijvoorbeeld door overname van al het personeel dat betrokken is) dat de achterblijvende deelnemers geen nadeel ondervinden. Nadeel van de formulering is dat de uittredende deelnemer ingevolge de voorgeschreven procedure van het 8e lid afhankelijk is van besluitvorming van de andere deelnemers. Komt er geen overeenstemming dan geldt de afbouwregeling. Aan de andere kant was de gemeente onder de huidige regeling in het geheel afhankelijk van een AB besluit. 1.1e een extra zienswijzeprocedure kan van belang zijn voor de uitvoering ondanks dat de ODZOB een beleidsarme GR is Belangrijke organisatorische of op de uitvoering gerichte keuzes kunnen van invloed zijn op de uitvoering en daarmee wel degelijk van belang voor de raden en Staten. Financiën Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen.
Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024
4
Raadsvoorstel
Maatschappelijk verantwoord inkopen Er is geen sprake van een inkoop/aanbesteding naar aanleiding van dit voorstel. Communicatie Besluit om geen zienswijze in te dienen wordt medegedeeld aan het dagelijks bestuur van de ODZOB. Uitvoering Het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling volgt vervolgens de hieronder beschreven procedure (gevolg van de wijziging in de Wgr). Na besluitvorming door de raad omtrent de voorgestelde zienswijze, neemt het college een standpunt in ten aanzien van deze zienswijzen en maakt dit voor 31 december 2023 kenbaar aan het dagelijks bestuur van de ODZOB. Het dagelijks bestuur legt vervolgens een al dan niet naar aanleiding van de zienswijzen van alle deelnemers aangepaste Ontwerpregeling voor aan het algemeen bestuur. Deze definitieve Ontwerpregeling wordt aan alle deelnemers voorgelegd. Het college neemt een voorgenomen besluit tot vaststelling van deze nieuwe GR ODZOB 2024 en vraagt toestemming aan de raad tot vaststelling in de raadsvergadering in mei 2024. Na verkregen toestemming besluit uw college tot vaststelling van de nieuwe GR ODZOB 2024. Na publicatie van de nieuwe GR in het Provincieblad treedt de nieuwe regeling per 1 juli 2024 in werking.
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Aanbiedingsbrief Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling ODZOB 2024, inclusief toelichting Was-wordt overzicht Concept Raadsbesluit
Advies Raadscommissie GZ heeft in haar vergadering d.d. 10 oktober 2023 geadviseerd om het stuk door te geleiden naar de raadsvergadering van 07 november 2023.
Burgemeester en wethouders van Bergeijk,
A.J.M. Ewalds Gemeentesecretaris
A. Callewaert – de Groot Burgemeester
Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024
5