Raadsvoorstel delegatie en adviesrecht Omgevingswet
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Raadsvergadering d.d.
:
1 november 2022
Afdeling
:
Beleid en Ontwikkeling
Portefeuillehouder
:
Wethouder S.C.A. Luijten
Onderwerp
:
Delegatie bevoegdheden Omgevingswet
Betreffend onderdeel programmabegroting
:
Taakveld 8 "Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing"
Samenvatting Op 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. In grote lijnen blijft de bevoegdheidsverdeling in het kader van de nieuwe wet gelijk. De raad is bevoegd tot het vaststellen van plannen, het college verleent de vergunningen. Toch zijn er ook wijzigingen. Zo vervalt de mogelijkheid om een wijzigingsbevoegdheid op te nemen in een omgevingsplan. De wijzigingsbevoegdheid kan worden vervangen door een delegatiebesluit. En bij het verlenen van vergunningen moet de raad op voorhand bepalen in welke gevallen zij advies wil uitbrengen. Dit betekent dat de verdeling van bevoegdheden opnieuw moet worden beoordeeld. In het onderstaand voorstel wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de huidige werkwijze, maar is ook gekeken naar mogelijkheden tot verbetering. Door hierover goede afspraken te maken worden behandeltermijnen van aanvragen verkort en kan de werkdruk van zowel de raad als de organisatie worden verbeterd. Inleiding Op 1 januari 2023 treedt volgens planning de omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur.
Het doel van de wet is om te zorgen voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte te creëren voor lokaal maatwerk, te zorgen voor betere en snellere besluitvorming en het bevorderen van participatie. In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. De gemeenteraad is bevoegd tot het vaststellen van (delen van) Omgevingsplannen en het college is bevoegd voor het verlenen van omgevingsvergunningen, ook als die afwijken van het omgevingsplan. Doordat de wijzigingsbevoegdheden in bestemmingsplannen en de ‘verklaring van geen bedenkingen’ en de ‘lijst van kruimelgevallen’ bij omgevingsvergunningen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen te vervallen, heeft dit echter wel gevolgen voor de besluitvorming. De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om de vaststelling van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college (artikel 2.8 Omgevingswet). Ook kan de raad gevallen aanwijzen waarbij zij een (bindend) advies wil uitbrengen bij een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan (artikel 16.15a Omgevingswet). In het kader van de implementatie van de Omgevingswet is het noodzakelijk dat uw raad hierover een besluit neemt.
Delegatie bevoegdheden Omgevingswet
1
Raadsvoorstel
Voorstel 1. De bevoegdheid tot het vaststellen van het omgevingsplan in de volgende gevallen te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders: a) Voor het aanpassen van het omgevingsplan voor zover dat op basis van de Wet ruimtelijke ordening als wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht is opgenomen in een bestemmingsplan dat deel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan; b) Voor beleidsarme aanpassingen zoals wijzigingen van technische aard, verwerking hogere wetgeving, verleende omgevingsvergunningen, tekstuele correcties. c) Woningbouwontwikkelingen binnen de bebouwde kom van maximaal 5 woningen; d) De bouw van één woning buiten de bebouwde kom, mits: o voldaan wordt aan de gebiedsvisie bebouwingsconcentraties, of; o de woning bijdraagt aan het behoud van cultuurhistorisch waardenvol erfgoed (boerderijsplitsing). e) Nieuwbouw en/of uitbreiding van maatschappelijke voorzieningen tot 200 m2; f) Nieuwvestiging of uitbreiding van detailhandel in de kernen Riethoven, Westerhoven, De Weebosch, Luyksgestel, ’t Loo en kernwinkelgebied ‘t Hof tot 100 m2. 2.
Het adviesrecht voor omgevingsvergunningen voor het afwijken van omgevingsplannen toe te passen voor: a) Woningbouwontwikkelingen binnen de bebouwde kom vanaf 5 woningen; b) De bouw van meer dan één woning buiten de bebouwde kom c) Nieuwbouw en/of uitbreiding van maatschappelijke voorzieningen zoals scholen, sporthallen en gemeenschapshuizen vanaf 200 m2; d) - nieuwbouw of uitbreiding detailhandel binnen de kern ‘t Hof buiten ’het kernwinkelgebied’ en - nieuwbouw en uitbreiding van detailhandel in de kernen Riethoven, Westerhoven, De Weebosch, Luyksgestel en ’t Loo en kernwinkelgebied ’t Hof vanaf 100 m2 e) Nieuwbouw en uitbreiding van bedrijven in buitengebied vanaf milieucategorie 3 en hoger; f) Alle ontwikkelingen die plaatsvinden in het kader van de grootschalige energieopwekking (windmolens, zonneparken groter dan 1,5 ha, biocentrales, mestvergistingscentrales) g) Functiewijziging van terreinen vanaf 1000 m2, waarbij de belasting op de omgeving (bijvoorbeeld qua geluid, geur, luchtkwaliteit, verkeersdruk etc.) wordt vergroot. h) Uitbreidingen van veehouderijbedrijven of daarmee vergelijkbare agrarische bedrijven; i) Aanleg van fietspaden. 3. Dit besluit na een jaar te evalueren 4. Dit besluit in werking te laten treden op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet. 5.
In de gevallen dat de raad adviesrecht heeft voor omgevingsvergunningen voor het afwijken van omgevingsplannen een omgevingsdialoog verplicht stellen. Beoogd effect Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het nodig opnieuw een heldere en praktische verdeling van omgevingsbevoegdheden tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders af te spreken. Door hierover goede afspraken te maken worden behandeltermijnen van aanvragen verkort. Ook kan de werkdruk van zowel de raad (aantal te behandelen omgevingsplannen) als de organisatie (opstellen voorstellen voor de raad) worden verbeterd.
Delegatie bevoegdheden Omgevingswet
2
Raadsvoorstel
Argumenten 1.1 Delegatie De gemeenteraad is het bevoegd orgaan om (delen van) het Omgevingsplan vast te stellen. In artikel 2.8 van de Omgevingswet is de mogelijkheid opgenomen om deze bevoegdheid voor delen te delegeren aan het college. De bevoegdheid moet duidelijk omschreven zijn en kan niet voor het gehele Omgevingsplan gelden. Door het delegeren van een bevoegdheid wordt de behandeltijd van een omgevingsplan aanzienlijk verkort. Ter illustratie: Qua raadsplanning kan een plan dat op 1 juni (2022) gereed was door het zomerreces pas worden vastgesteld door de raad op 29 september. Het college had het plan al op 14 juni kunnen vaststellen. Ook kost de voorbereiding van een raadsvoorstel aanzienlijk meer capaciteit van zowel het bestuur (college en raad) als het ambtelijk apparaat. Door de bevoegdheid voor het vaststellen van delen van het omgevingsplan aan het college te delegeren wordt de werkdruk verminderd. Verlaging van de werkdruk zorgt er voor dat andere plannen sneller kunnen worden behandeld, waardoor dit indirect ook effect heeft op de behandeltijd van plannen. a) In de huidige Wet ruimtelijke ordening (verder: Wro) is de bevoegdheid van het vaststellen van bestemmingsplan ook gelegen bij de raad.
Onder de Wro kon de raad wel wijzigingsbevoegdheden in een bestemmingsplan opnemen, waarbij het college de bevoegdheid had om een bestemmingsplan op onderdelen (als genoemd in de wijzigingsbevoegdheid) te wijzigen. Deze wijzigingsbevoegdheden komen bij de inwerkingtreding van de wet te vervallen. De bestemmingsplannen zelf komen onder het overgangsrecht te vallen worden met inwerkingtreding geacht een omgevingsplan te zijn. Deze overgangsregeling geldt tot 1 januari 2029. Voorgesteld wordt om deze wijzigingsbevoegdheden uit de bestemmingsplannen te delegeren aan het college. Dit betreft zogezegd een delegatie binnen het bestaande beleid. Op het moment dat een bestemmingsplan wordt vervangen door het (deel van) omgevingsplan, kan opnieuw worden bekeken of delegatie gewenst is. b) Naast de wijzigingsbevoegdheden wordt ook voorgesteld om beleidsarme aanpassingen van het omgevingsplan te delegeren aan het college. Dit betreft wijzigingen waarover eigenlijk geen keuze mogelijkheden zijn of waar al eerder over besloten is. . Voorbeelden hiervan zijn wijzigingen van technische aard, verwerking van hogere wetgeving, verwerken van verleende omgevingsvergunningen en reparaties (foutherstel). c) Tenslotte willen wij uw raad voorstellen om nog enkele bevoegdheden te delegeren.
Ook hier gaat het om ‘kleinere’ ontwikkelingen waarover (naar wij verwachten) in zijn algemeenheid overeenstemming bestaat. Het betreft hier plannen • Woningbouwontwikkelingen binnen de bebouwde kom van maximaal 5 woningen; • De bouw van één woning buiten de bebouwde kom, mits voldaan wordt aan de gebiedsvisie bebouwingsconcentraties. • Nieuwbouw en/of uitbreiding van maatschappelijke voorzieningen tot 200 m2; • Nieuwvestiging of uitbreiding van detailhandel in de kernen Riethoven, Westerhoven, De Weebosch, Luyksgestel, ’t Loo en kernwinkelgebied ‘t Hof tot 100 m2 ; Wij baseren dit voorstel mede op de stellingen en de daaropvolgende discussie tijdens de raadsinformatieavond van 12 juli jongstleden. 2.1 Adviesrecht Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd orgaan om besluiten te nemen ten aanzien van aanvragen om een omgevingsvergunning. Dit geldt derhalve ook voor alle aanvragen welke toezien handelen in strijd met het omgevingsplan. Onder de Wro dient de raad bij aanvragen in afwijking van het bestemmingsplan een verklaring van geen bedenkingen af te geven alvorens het college de vergunning kon verlenen1. Deze ‘verklaring van geen bedenkingen’ komt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet te vervallen. Hierdoor heeft de raad in beginsel geen zeggenschap meer bij het verlenen van omgevingsvergunningen.
1 Dit geldt niet voor binnenplanse afwijkingen en afwijkingen op basis van de kruimelgevallen-regeling.
Delegatie bevoegdheden Omgevingswet
3
Raadsvoorstel
Op grond van artikel 16.15a van de Omgevingswet kan de raad gevallen aanwijzen waarbij zij een advies wil uitbrengen voor een aanvraag omgevingsvergunning die in strijd is met het omgevingsplan. Dit advies is bindend. Dat houdt in dat het college een omgevingsvergunning niet kan verlenen wanneer de raad een negatief advies heeft uitgebracht. Omdat wij begrijpen dat uw raad inspraak wil behouden bij omgevingsvergunningen met ingrijpende afwijken van het bestemmingsplan, stellen wij uw raad voor om het adviesrecht voor omgevingsvergunningen voor het afwijken van omgevingsplannen toe te passen in de onderstaande situaties.
a) Woningbouwontwikkelingen binnen de bebouwde kom vanaf 5 woningen; b) De bouw van meer dan één woning buiten de bebouwde kom c) Nieuwbouw en/of uitbreiding van maatschappelijke voorzieningen zoals scholen , sporthallen en gemeenschapshuizen vanaf 200 m2; d) - nieuwbouw of uitbreiding detailhandel binnen de kern ‘t Hof buiten ’het kernwinkelgebied’ en - nieuwbouw en uitbreiding van detailhandel in de kernen Riethoven, Westerhoven, De Weebosch, Luyksgestel en ’t Loo en kernwinkelgebied ’t Hof vanaf 100 m2 e) Nieuwbouw en uitbreiding van bedrijven in buitengebied vanaf milieucategorie 3 en hoger; f) Alle ontwikkelingen die plaatsvinden in het kader van de grootschalige energie-opwekking (windmolens, zonneparken groter dan 1,5 ha, biocentrales, mestvergistingscentrales) g) Functiewijziging van terreinen vanaf 1000 m2, waarbij de belasting op de omgeving (bijvoorbeeld qua geluid, geur, luchtkwaliteit, verkeersdruk etc) wordt vergroot. h) Uitbreidingen van veehouderijbedrijven of daarmee vergelijkbare agrarische bedrijven; i) Aanleg van fietspaden. 3.1 Evaluatie Met de nieuwe verdeling van bevoegdheden onder de Omgevingswet wordt vanaf 1 januari 2023 ervaring opgedaan. Indien uit de praktijk blijkt dat dit wenselijk is kan worden voorgesteld om het delegatiebesluit en/of het adviesrecht (op onderdelen) aan te passen.
Een dergelijk verzoek kan door zowel het college als door uw raad worden gedaan. Wij verwachten dat na één jaar een beeld bestaat over het aantal genomen besluiten, de gevolgen daarvan, de werkdruk en de proceduretijd. Daarom is dat een goed moment voor een evaluatie en zo nodig een andere verdeling van bevoegdheden. 5.1 Verplichte omgevingsdialoog Momenteel is het beleid in de gemeente Bergeijk dat bij nieuwe bestemmingsplannen of wijzigingen/afwijkingen van bestaande bestemmingsplannen de initiatiefnemer/vergunningsaanvrager wordt verzocht een omgevingsdialoog met de directe omgeving te doen. Een verslag van de omgevingsdialoog wordt als bijlage bij de stukken toegevoegd en de uitkomst van de dialoog wordt betrokken bij de verdere beoordeling van het bestemmingsplan. De omgevingsdialoog is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. De wet biedt nu ook mogelijkheden om een omgevingsdialoog verplicht te stellen. Beter gezegd: Een vergunning kan worden geweigerd wanneer er geen omgevingsdialoog is gehouden. Wij stellen voor om aanvragen om een omgevingsvergunning, in afwijking van het omgevingsplan, een omgevingsdialoog verplicht te stellen in die gevallen waarin uw raad adviesrecht heeft. Het voorgaande wil niet zeggen dat in andere gevallen geen omgevingsdialoog hoeft plaats te vinden.
Het beleid voor het toepassen van een omgevingsdialoog bij aanvragen / plannen waar wordt afgeweken van het omgevingsplan blijft gelden. Kanttekeningen Niet van toepassing.
Delegatie bevoegdheden Omgevingswet
4
Raadsvoorstel
Financiën Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen. Maatschappelijk verantwoord inkopen Er is geen sprake van een inkoop/aanbesteding naar aanleiding van dit voorstel. Communicatie In de voorlichting over de nieuwe Omgevingswet wordt meegenomen welke invulling aan de verdeling van bevoegdheden is gegeven. Uitvoering Het besluit treedt tegelijkertijd met de Omgevingswet in werking. Bijlagen 1. Kaart kernwinkelgebied ’t Hof 2. Memo adviesrecht Groenlinks-PvdA Bergeijk Advies Raadscommissie De commissie GZ heeft in haar vergadering d.d. 04 oktober 2022 geadviseerd om het stuk door te geleiden naar de raadsvergadering van 1 november 2022 als bespreekstuk.
Burgemeester en wethouders van Bergeijk,
J.J. van der Windt Gemeentesecretaris ad interim
A. Callewaert – de Groot Burgemeester
Delegatie bevoegdheden Omgevingswet
5