Raadsvoorstel belastingverordeningen 2023.
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Raadsvergadering d.d.
:
22 december 2022
Afdeling
:
Bedrijfsvoering en Publiekszaken
Portefeuillehouder
:
Wethouder S.C.A. Luijten
Onderwerp
:
Vaststellen belastingverordeningen 2023
Betreffend onderdeel programmabegroting
:
Paragraaf lokale heffingen
Samenvatting Om rechtmatige inning van belasting mogelijk te maken moet de raad verordeningen vaststellen. Dit doen we jaarlijks. Het doel is dit met onderhavig voorstel te effectueren. Belastingen stijgen minimaal met 3,17% met uitzondering van de Onroerende Zaakbelastingen. Dit is conform de reeds vastgestelde begroting 2023 incl. het amendement “schrappen indexering OZB in 2023” van 3-11-2022). 1.
Inleiding
Het beleid ten aanzien van lokale heffingen is gebaseerd op de uitgangspunten zoals opgenomen in de vastgestelde programma begroting 2023: a. Voor de rechten (rioolheffing en reinigingsrecht) is uitgegaan van 100% kostendekking. b. De OZB wordt niet verhoogd (conform amendement “schrappen indexering OZB in 2023” van 311-2022). c. De overige belastingen stijgen minimaal met 3,17%. d. Het tarief voor de toeristenbelasting bedraagt 3,11% van de omzet. e. Pachten en erfpachten zijn bepaald op grond van de “Notitie erfpachtbeleid 2012” en “Nota Pachtbeleid 2007”. 2.
Voorstel
Wij stellen u voor om de bijgaande verordeningen vast te stellen: 1) Verordening op de heffing en invordering van leges 2023; 2) Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2023; 3) Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2023; 4) Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2023; 5) Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2023; 6) Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2023; 7) Verordening op de heffing en invordering van aansluitrechten riolering 2023; 8) Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2023. 3.
Argumenten
De juridische grondslag is te vinden in de artikelen 220, 223, 224 en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b van de Gemeentewet.
Vaststellen belastingverordeningen 2023
1
Raadsvoorstel
4.
Te stellen kaders
Met het vaststellen van de verordeningen stelt de raad de kaders vast waarbinnen belastingen en rechten mogen worden geheven. 5.
Kanttekeningen
a. Verordening op de heffing en invordering van leges Onder de naam ‘leges’ worden verschillende rechten geheven van door het gemeentebestuur verstrekte diensten. Leges vallen onder de bestemmingsheffing (meerdere programma’s). Bij de bepaling van de kostendekkendheid van de leges maken we een onderscheid in de 3 titels uit de legesverordening: Algemene dienstverlening Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen Europese dienstenrichtlijn De tarieven zijn volgens de uitgangspunten uit hoofdstuk 2.1 met 3,17% verhoogd. Daarnaast zijn de geprognosticeerde hoeveelheden opnieuw op actualiteit beoordeeld. De berekening van de kostendekkendheid van de leges is als volgt tot stand gekomen: 1. Algemene dienstverlening 2. Dienstverlening fysiek leefomgeving/omgevingsvergunning
Netto lasten
Overhead
BTW
Totale lasten Totale baten
348 312
245 432
0 0
594 744
Dekkings %
521 583
88% 78%
3. Dienstverlening Europese dienstenrichtlijn
12
0
0
12
3
24%
Kostendekking totaal
672
677
0
1.349
1.108
82%
Algemene dienstverlening Dit betreft vooral het verstrekken van rijbewijzen en reisdocumenten maar ook tal van in omvang kleinere producten die de gemeente verstrekt zoals uittreksels, afschriften. Ook vallen huwelijksvoltrekkingen vanuit de burgerlijke stand onder deze dienstverlening. Het verstrekken van reisdocumenten aan niet-ingezetenen vormt hierin een bijzondere plek. Sinds 2014 geeft de gemeente Bergeijk, samen met 11 andere gemeenten, met succes reisdocumenten af voor nietingezetenen. Vanaf 2024 wordt er weer een toename van het aantal te verstrekken reisdocumenten aan nietingezetenen voorzien. Hier is rekening mee gehouden in de begroting. Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen De opbrengsten uit de omgevingsvergunningen schommelen per jaar. Op de omvang van de opbrengsten hebben we maar beperkt invloed. Hier zijn we afhankelijk van de economische situatie. Wordt er veel gebouwd dan nemen de opbrengsten toe, en omgekeerd. De opbrengst voor 2023 is onder andere gebaseerd op circa 60 nieuwbouwwoningen, circa 100 vergunningen voor uitbreiding / verbouw van bedrijven en opbrengsten vanwege verbouwingen van woningen. Een deel van de verbouwingen is overigens vergunningsvrij. De ophanden zijnde wijziging van de omgevingswet die naar verwachting in 2023 zal ingaan, zal mogelijk leiden tot het meer vergunningsvrij bouwen.
Europese dienstenrichtlijn Hieronder vallen met name leges in verband met horeca activiteiten en evenementen. Vergunningen voor categorie B evenementen zijn met ingang van 2019 gratis.
Vaststellen belastingverordeningen 2023
2
Raadsvoorstel
b. Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen De onroerende zaakbelastingen 2023 worden geheven als een percentage van de waarde op grond van de Wet waardering onroerende zaken (de WOZ-waarden) met waardepeildatum 1 januari 2022. Nog niet alle WOZ-waarden zijn op dit moment definitief. De waarde van de woningen zijn in de gemeente Bergeijk, ten opzichte van de waardepeildatum 1-12021, met 13,70% gestegen (voorlopig cijfer). De waarde van de niet-woningen zijn in de gemeente Bergeijk, ten opzichte van de waardepeildatum 1-1-2021, met 1,60% gestegen (voorlopig cijfer). Bij de begrotingsbehandeling heeft de raad besloten, conform het amendement “schrappen indexering OZB in 2023” van 3 november 2022, om de opbrengst van de OZB in 2023 niet te verhogen. Bij de berekening van de tarieven ozb zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - het behalen van de begrote ozb-opbrengst 2023; - waardepeildatum 01-01-2022 voor woningen en niet-woningen; - verwachte leegstand en vrijstelling volgens amendement Pater; - verwachte negatieve invloed van bezwaarschriften op de opbrengst van 0,30%; In de begrote ozb-opbrengst 2023 houden we geen rekening met extra opbrengsten in 2023 vanwege gerealiseerde areaaluitbreiding in 2022. De extra opbrengsten worden gemeld in de 1e Burap 2023 en Perspectievennota 2024-2027.
Deze handelswijze hebben wij ook in voorgaande jaren toegepast. Het voorstel is om de volgende tarieven vast te stellen voor: a. de gebruikersbelasting 0,1443% (was 0,1466%) b. de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0731% (was 0,0831%) 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,1804% (was 0,1833%) Belastingbedragen van minder dan € 10,-- worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Op basis van de verwachte gemiddelde WOZ waarde van € 427.000 (werkelijk 2022 € 376.000) wordt de gemiddelde opbrengst, op basis van de voorgestelde tarieven, voor een woning € 312,00 (afgerond).Ter vergelijking, in 2022 was dit werkelijk € 312,00 (afgerond). c. Verordening op de heffing en invordering van een forensenbelasting Op grond van artikel 223 van de Gemeentewet zijn gemeenten gerechtigd tot het heffen van forensenbelasting. Forensenbelasting is een directe belasting die geheven wordt van de natuurlijke personen die, zonder in de gemeente een hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar een woning tot zijn of haar beschikking hebben.
Het is hierbij niet noodzakelijk dat iemand daadwerkelijk meer dan negentig dagen per jaar in de woning aanwezig is. Het gaat erom dat men er meer dan negentig dagen per jaar zou kunnen verblijven. Ook is het niet vereist dat in een aaneengesloten periode over de woning beschikt kan worden. De belasting wordt berekend naar de WOZ-waarde van de woning. Voor 2023 wordt de forensenbelasting verlaagd van 0,192% naar 0,174%. d. Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting Het tarief voor de kurtax is 3,11%. Dit is conform de uitgangspunten in de programmabegroting 20232026.
Vaststellen belastingverordeningen 2023
3
Raadsvoorstel
e. Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inzameling van huishoudelijk afval en op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer zijn gemeenten gerechtigd tot het opleggen van een afvalstoffenheffing. Bergeijk kent het systeem van Diftar, waarbij de burger betaalt per lediging (volume-frequentie). Hiermee willen we bereiken dat de afvalstromen beter worden gescheiden en de hoeveelheid restafval wordt terug gedrongen. De afvalstoffenheffing 2023 gaat door in de lijn die de afgelopen jaren is ingezet. Dat is sturen op grondstoffen door slimmer in te zamelen, zodat grondstoffen behouden blijven voor recyclen/upcyclen en uiteindelijk het restafval daalt naar 5%. De Raad heeft hiervoor de kaders in 2019 vastgesteld in de Kadernota Grondstoffen. In 2014 hebben het Rijk (Ministerie van Infrastructuur en Milieu), gemeenten en gemeentelijke afvaldiensten gezamenlijk het Uitvoeringsprogramma VANG - Huishoudelijk Afval in 2014 ondertekend. Het Programma VANG (Van Afval Naar Grondstof) is gericht op het verminderen van de hoeveelheid restafval van huishoudens, en het scheiden van zoveel mogelijk recyclebare grondstoffen. Hierin is een ambitie opgenomen om in 2020 tot 75% afvalscheiding te komen.
Deze ambitie is verder geconcretiseerd in maximaal 100 kg restafval (fijn en grof samen) per inwoner per jaar. In Bergeijk wordt in 67 kilo restafval (fijn en grof restafval) per inwoner ingezameld . Het aandeel restafval komt daarmee op 13% van het totale aanbod aan afval per inwoner in Bergeijk. We voldoen dus aan de VANG-doelstelling van 100 kilo restafval persoon per jaar in 2020. Bergeijk werkt nauw samen met de andere Kempengemeenten. We werken samen in het opstellen van beleid en de uitvoering hiervan. We proberen zoveel mogelijk een zelfde lijn aan te houden. Om een verdere scheiding van materiaalstromen (grondstoffen) te laten plaatsvinden is in 2019 door de Kempengemeenten de Kadernota Grondstoffen vastgesteld. Vanaf 1 januari 2021 voert Baetsen-Remondis de huis-aan-huis inzameling en verwerking van de afvalstromen restafval, gft, luiers en pmd uit. De berekening van de Afvalstoffenheffing is gebaseerd op zo goed mogelijke inschattingen van het aantal ledigingen van de containers en de hoeveelheden (tonnages) van de verschillende afvalstromen. De afvalbelastingdruk wordt voor het jaar 2023 begroot op €174 en blijft daarmee gelijk aan 2022. Het tarief op jaarbasis voor vastrecht blijft gelijk aan 2022. Het variabel tarief voor de ledigingen restafval stijgt met circa 3 % en GFT blijft gelijk.
Alleen het tarief voor de ondergrondse containers stijgt van € 3,76 in 2022 naar € 5,83 in 2023. Dit is dan omgerekend gelijk aan het tarief voor een 140 liter container. Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren is de verwachting dat een gemiddeld huishouden in 2023 ongeveer 5 keer de restafvalcontainer aanbiedt en ongeveer 7,5 keer de GFT container. Ook bij de milieustraat blijven de tarieven 2023 ongewijzigd ten opzichte van 2022.
Vaststellen belastingverordeningen 2023
4
Raadsvoorstel
Vastrecht Restafval 40 liter 60 liter vuilniszak 80 liter 140 liter 240 liter 1100 liter Groenafval 25 liter 80 liter 140 liter 240 liter Omzet milieustraat Ondergrondse containers
Opbrengst 2023 € 786.331
Tarief 2022 € 98,37
Tarief 2023 Verschil tarief nieuw 2022 € 98,37 0,0%
€ € € € € €
2.357 1.639 513.321 420 3.849
€ 3,77 € 5,66 € 7,54 € 13,20 € 22,62 € 103,70
€ 3,89 € 5,83 € 7,78 € 13,61 € 23,33 € 106,94
3,1% 3,1% 3,1% 3,1% 3,1% 3,1%
€ € € € € €
479 86.583 829 134.433 1.841
€ 0,24 € 0,84 € 1,50 € 2,52 € 112.473 € 3,76
€ 0,24 € 0,84 € 1,50 € 2,52 € 134.433 € 5,83
0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 19,5% 55,1%
Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft de afvalstoffenheffingen voor 2021 in Nederlandse gemeenten met elkaar vergeleken. In 2021 is de gemiddelde afvalstoffenheffing ten opzichte van 2020 met 8,8 % gestegen. Uit de vergelijking blijkt onder meer dat: - de afvalstoffenheffing in Nederland in 2021 gemiddeld € 287,- per huishouden bedroeg; - de afvalstoffenheffing in een volume-frequentie Diftar-gemeente gemiddeld € 255,- bedroeg. (Bron: ‘Afvalstoffenheffing 2021, februari 2022, Rijkswaterstaat) Met een gemiddelde afvalstoffenheffing van €174 per huishouden zit Bergeijk ruimschoots onder het gemiddelde. f. Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing De rioolheffing in de gemeente betreffen de rioolafvoerrechten. Deze heffing wordt geheven van de gebruikers van de panden op basis van het afgenomen drinkwater (met als uitgangspunt: geloosd afvalwater), volgens opgave van Brabant Water over het voorgaande jaar. Uitgangspunt is hierbij: de gebruiker betaalt. Op grond van artikel 228a Gemeentewet heffen we een rioolheffing. De baten en lasten in de begroting zijn het uitgangspunt van kostendekkendheid. Het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP) 2020-2024 is op 19 december 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. Het VGRP is een beleidsstuk met een visie hoe de gemeente omgaat met de rioleringszorg in de komende periode.
Dit plan vormt de basis voor de in te begroting te ramen lasten die voortvloeien uit deze wettelijke taak. Om de rioleringszorg conform de wettelijke eisen en ambities van de gemeente Bergeijk uit te kunnen blijven voeren is in het VGRP voorzien om de rioolheffing in 2023 te verhogen met 3,0%.
Vaststellen belastingverordeningen 2023
5
Raadsvoorstel
Dit betekent de volgende rioolheffingstarieven Klasse (waterverbruik)
2022
2023
≤ 100 m³
170,04
175,14
101 – 350 m³
255,00
262,65
≥ 350 m³: opslag per 350 m³
255,00
262,65
De berekening van de kostendekkendheid van de rioolheffing is als volgt tot stand gekomen: Rioolheffing
Netto lasten Overhead
Btw
Totaal lasten
Bedragen x € 1.000
Riolering Kostendekking totaal
1.392 1.392
333 333
260 260
1.984 1.984
Totaal baten 1.984 1.984
Dekkings % 100% 100%
De rioolheffing bedraagt per belastingtijdvak bij een geloosd aantal kubieke meters: a. van 0 m3 tot en met 100 m3: € 58,38 (3x p.j. = € 175,14) b. van 101 m3 tot en met 350 m3: € 87,55 (3x p.j. = € 262,65) c. voor elke volgende volle 350 m3 afvalwater, boven de hoeveelheid van 350 m3, wordt het tarief genoemd in onderdeel b verhoogd met € 87,55. Hierbij wordt een gedeelte van een eenheid van 350 m3 afvalwater als een volle eenheid gerekend. g. Verordening op de heffing en invordering van aansluitrechten riolering De rioolaansluitrechten hebben betrekking op het aansluiten van woningen en andere gebouwen op het gemeentelijk rioolstelsel en het toerekenen van de kosten van een dergelijke aansluiting. De heffingsgrondslag is opgenomen in de gemeentelijke aansluitverordening waarin de verhouding wordt geregeld tussen de gemeente en de burgers betreffende het aansluiten op het rioolstelsel. De tarieven worden voor het begrotingsjaar 2023 trendmatig met 3,17% verhoogd. Het tarief bedraagt voor 2023 per aansluiting: - op de vrijvervalleiding € 2.025,00 - op de drukleiding € 2.768,00 h. Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten De tarieven voor 2023 zijn ten opzichte van 2022 trendmatig met 3,17% verhoogd. i. Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting De tarieven van de reclameverordening worden niet gewijzigd.
De tarieven zijn in overleg met de ondernemers tot stand gekomen en de opbrengst wordt volledig ter beschikking gesteld aan de Stichting Centrummanagement. De verordening behoeft niet opnieuw vastgesteld te worden maar blijft gewoon van kracht. Belastingdruk 2023 Door het vaststellen van de verordeningen op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2023, rioolheffing 2023 en afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2023 kan de volgende belastingdruk worden bepaald. Belastingdruk 2023 Belastingdruk Begroting Op basis van 2022 2023 voorliggend besluit Onroerende zaakbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing
314 255 174
Totaal belastingdruk
743
Vaststellen belastingverordeningen 2023
314 263 174 751
312 263 174 749
6
Raadsvoorstel
6.
Kosten en dekking
De voorstellen met betrekking tot de verordeningen zijn verdisconteerd in de opbrengsten zoals opgenomen in de vastgestelde begroting 2023. 7.
Draagvlak en communicatie
Conform de wetgeving worden de verordening elektronisch bekendgemaakt. Hiervan komt een verwijzing te staan in de Eyckelbergh. 8.
Procedures, planning, uitvoering
Deze verordeningen treden in werking op 1 januari 2023. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 9.
Samenwerking en relaties
N.v.t. 10.
Evaluatie
De resultaten worden gepresenteerd bij de Programmarealisatie 2023. 11.
Bijlagen bij voorstel
De verordeningen zijn bijgevoegd. 12.
Bijlagen ter inzage
De verordeningen waarin de wijzigingen zichtbaar zijn liggen voor u ter inzage. 13.
Advies Raadscommissie
De commissie ABZ heeft in haar vergadering d.d. 01 december 2022 geadviseerd om het stuk door te geleiden naar de raadsvergadering van 22 december 2022 als bespreekstuk.
Burgemeester en wethouders van Bergeijk,
J.J. van der Windt Gemeentesecretaris ad interim
A. Callewaert – de Groot Burgemeester
Vaststellen belastingverordeningen 2023
7