Raadsvoorstel Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergeijk (APV 2024)
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Raadsvergadering d.d.
:
21 december 2023
Afdeling
:
Dienstverlening en Veiligheid
Portefeuillehouder
:
Burgemeester A. Callewaert - de Groot
Onderwerp
:
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergeijk (APV 2024)
Betreffend onderdeel programmabegroting
:
Taakveld 1 "Veiligheid"
Samenvatting In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) staat regelgeving rondom openbare orde en veiligheid die voor iedereen in de gemeente geldt. Inleiding Op grond van de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet is de gemeenteraad bevoegd de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) vast te stellen en aan te passen. Gebleken is dat aanpassingen aan de APV nodig zijn. Het betreft aanpassingen als gevolg van aanpassingen van de model-APV van de VNG als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024, inzichten bij de uitvoeringspraktijk en enkele redactionele aanpassingen. Dit met het doel een veilige leefomgeving voor onze inwoners te behouden en verder te versterken. Advies De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergeijk 2024 (APV 2024) vast te stellen onder intrekking van de Algemeen Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Bergeijk. Beoogd effect De APV te laten aansluiten op de veranderingen in de wetgeving die hebben plaatsgevonden of gaan plaatsvinden per 1 januari 2024 (invoering Omgevingswet), veranderingen in de maatschappij en jurisprudentie.
Argumenten Het betreft aanpassingen als gevolg van aanpassingen van de model-APV van de VNG als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024, inzichten bij de uitvoeringspraktijk en enkele redactionele aanpassingen. De aanpassingen zijn in bijgevoegde was-wordt-tabel opgenomen. In deze tabel zijn de aanpassingen vet gearceerd en is ook de motivering waarom de betreffende aanpassing wordt voorgesteld opgenomen. Alle aanpassingen zijn verwerkt in het ontwerpbesluit. Aanpassingen als gevolg van de model-APV van de VNG: •
Artikel 2:26 Ordeverstoring, Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties en Artikel 6:1 Sanctiebepaling Bij arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het in de APV opgenomen ‘colorverbod’ onverbindend verklaard, omdat dit in strijd is met het in artikel 7, derde lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting (ECLI:NL:HR:2021:1946). Hierom zijn artikel 2:26 en 6:1 aangepast en komt artikel 2:50a te vervallen.
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergeijk (APV 2024)
1
Raadsvoorstel
•
Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokaliteiten Het is voor slijters verboden in hun slijterij een proeverij te organiseren. Het is alleen toegestaan de klant te laten proeven indien hij daarom verzoekt en dat proeven moet bovendien gratis zijn (artikel 13, tweede lid, van de Alcoholwet). Artikel 25e van de Alcoholwet maakt het mogelijk om bij verordening vrijstelling te verlenen van dit verbod, zodat betaalde proeverijen in slijtlokaliteiten zijn toegestaan. Deze vrijstelling geldt voor alle slijters in de gemeente. Het nieuwe artikel 2:34g voorziet in die vrijstelling. De voorwaarden waaraan een proeverij moet voldoen staan in artikel 6.1 van het Alcoholbesluit. Zo mogen maximaal één proeverij per dag en maximaal drie proeverijen per week worden gegeven.
•
Artikel 2:50a Bij arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het in de APV opgenomen ‘colorverbod’ onverbindend verklaard, omdat dit in strijd is met het in artikel 7, derde lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting (ECLI:NL:HR:2021:1946). Artikel 2:50a moet dus vervallen
•
Artikel 2:50c Messen en andere voorwerpen als steekwapen Het wapenbezit in het algemeen en gebruik van steekwapens in het bijzonder is fors toegenomen. Het doel van het artikel is bescherming te bieden tegen mogelijke aantasting van de openbare orde en veiligheid door het bij zich hebben (dragen) van messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt te verbieden. Het artikel is een aanvulling op de Wet wapens en munitie (Wwm) en verbiedt het bij zich hebben van andere dan in de Wwm aangeduide messen of van voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, maar waarbij nog geen sprake is van een situatie waarin, gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder deze voorwerpen worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij zijn bestemd om letsel aan personen toe te brengen of te dreigen. Hierdoor kan aantasting van de openbare orde preventief worden voorkomen en wordt de veiligheid bevorderd. De Wwm verbiedt het dragen (= bij zich hebben) van wapens, waaronder nader aangeduide messen of voorwerpen die als wapen kunnen dienen als wel sprake is van bovengenoemde situatie. Voor de toepassing van de Wwm bepaalt de context dus of een voorwerp een wapen is of niet.
•
Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren In dit artikel vervangen we ‘opheffing van overlast’ door ‘beëindiging van overlast’ conform model APV VNG.
•
Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen waarvoor een verbod geldt om deze zonder vergunning uit te oefenen. Hij kan deze bevoegdheid inzetten als dat nodig is om verstoring van de openbare orde of nadelige beïnvloeding van de leefbaarheid tegen te gaan, als die wordt veroorzaakt door een onveilig en malafide ondernemersklimaat vanuit een gebouw, een branche of in een gebied. Daarom wordt het ook wel de ‘ondermijningsvergunning’ genoemd. Hiermee geeft dit artikel de mogelijkheid op te treden tegen malafide ondernemers.
•
Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke In dit artikel vervangen we ‘opheffing van overlast’ door ‘beëindiging van overlast’ conform model APV VNG.
•
Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan Artikel 5:10 over het zogenaamde ‘bermparkeren’ vervalt. Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat de bepaling in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van het Reglement
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergeijk (APV 2024)
2
Raadsvoorstel
verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). In verband hiermee is feitelijke handhaving/strafbaarstelling onmogelijk en is de bepaling een dode letter en kan deze dus vervallen. •
Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets In dit artikel vervangen we ‘opheffing van overlast’ door ‘beëindiging van overlast’ conform model APV VNG.
De invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024: •
Artikel: 1:1, 1:2, 1:4, 1:5,1:6, 2:10, 2:11, 2:12, 2:21, 2:28, 2:29, 2:39, 2:40a, 2:60, 2:71. 3:7, 3:9, 4:1, 4:5, 4:6, 4:13, 4:15, 4:18, 5:5, 5:6, 5:10a, 5:18, 5:20, 5:32, 5:33, 5:34 en 6:1. Naar aanleiding van de invoering en inwerkingtreding van de Omgevingswet is het nodig wettelijke grondslagen en formele verwijzingen te actualiseren, zodat vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 doorgewerkt kan worden met deze verordening onder de Omgevingswet. Het betreft een juridisch-technische omzetting. Dit is toegepast op voornoemde artikelen. In deze onderdelen worden grondslagen en formele verwijzingen geactualiseerd als gevolg van de Omgevingswet. Een aantal zijn vanwege het bijzondere karakter toegelicht: De overige behoeven geen afzonderlijke toelichting.
•
Artikel 1:1 Hier wordt een definitie van beperkingengebiedactiviteit opgenomen, waarbij wordt verwezen naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet. Dit begrip komt voor in diverse artikelen van de APV. Volgens genoemde bijlage is een beperkingengebied een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit binnen een beperkingengebied In diverse artikelen van de APV staat dat een verbod niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement. Dat wordt dan vervangen door de tekst dat het verbod niet van toepassing is op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
•
Artikel 1:2, 1:4, 1:5 en 1:6 In deze onderdelen wordt opgenomen dat de artikelen (artikelen 1:2 en 1:4) of het eerste lid (artikelen 1:5 en 1:6) niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Omgevingswet een uitputtende regeling voor de in deze artikelen geregelde onderwerpen: over de beslistermijnen in de paragrafen 16.5.2 en 16.5 3 van de Omgevingswet, over het nakomen van de voorschriften in artikel 5.5 van de Omgevingswet (eventueel in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit), voor wie de omgevingsvergunning geldt in artikel 5.37 van de Omgevingswet en over intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning in paragraaf 5.1.5 van de Omgevingswet.
•
Artikel 2:17 De definitie van consumentenvuurwerk wordt aangepast in artikel 2:71. In artikel 5.43 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet wordt het Vuurwerkbesluit gewijzigd. De definitie van consumentenvuurwerk vervalt. Overal waar consumentenvuurwerk staat wordt dit in het Vuurwerkbesluit vervangen door ‘vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik’. Voor de toepassing van de APV wordt het begrip consumentenvuurwerk gehandhaafd. De verwijzing naar het Vuurwerkbesluit wordt vervangen door bovengenoemde definitie.
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergeijk (APV 2024)
3
Raadsvoorstel
•
Artikel 4:1 tot en met 4:5a Deze strekken ertoe de bepalingen over het voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting binnen of vanuit inrichtingen te handhaven. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:5a van de APV uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Omdat in verschillende artikelen wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen in artikel 4:1. Voor de andere genoemde wet- en regelgeving is de toevoeging in het betreffende artikel opgenomen (artikel 4;1 en artikel 4:5 van de APV).
•
Artikel 4:15 In dit onderdeel wordt artikel 4:15, tweede lid, aangepast. Het verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.
Aanpassingen naar aanleiding van inzichten bij de uitvoeringspraktijk: •
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Dit artikel is op verzoek van de politie aangescherpt met het doel aansluiting op regelgeving van onze buurgemeenten. Het bij zich hebben of vervoeren van voorwerpen of stoffen welke (mogelijk) tot ongeregeldheden leiden kunnen hiermee voorkomen worden. Tevens kan het toezicht hierop belegd worden Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s).
•
Artikel 2:25 Evenementenvergunning Het huidige artikel sluit onvoldoende aan bij de voorschriften zoals gesteld in het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. In dit besluit wordt geen onderscheid gemaakt tussen A, B of C categorie maar wordt uitgegaan van het aantal bezoekers aan een activiteit. Met de voorgestelde wijziging wordt deze leemte opgevuld. Tevens is de raad hiermee in de gelegenheid het kader te stellen tussen vegunningsplichtige en vergunningsvrije (meldingen) evenementen. In evenementenbeleid (nadere regels) kunnen afspraken over parkeren, publieksstromen, terugdringen afval, voorkomen gehoorschade etc. gemaakt worden. Om dit evenementenbeleid op te kunnen stellen wordt voorgesteld de burgemeester hiervoor te mandateren.
•
Artikel 2:25a Beslistermijn Lid 3 vervalt omdat er in het Bergeijkse geen sprake is van een roulatiesysteem bij evenementen. Derhalve kan dit lid vervallen.
•
Artikel 2:26 Ordeverstoring, Artikel 2:26a Openbare orde en veiligheid Gemeentelijke toezichthouders kunnen hiermee aanwijzingen geven bij bijvoorbeeld evenementen.
•
Artikel 2.73a. Carbid schieten Carbidschieten is niet zonder risico’s. Met de mogelijkheid voor ontheffing voor de huidige vrije periode is meer zicht op de activiteit mogelijk door vooraf een gerichte inschatting te maken op de omstandigheden waarbij ten aanzien van de risico’s specifieke maatregelen opgelegd kunnen worden.
Redactionele aanpassingen
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergeijk (APV 2024)
4
Raadsvoorstel
De redactionele aanpassingen zijn minimaal. Verdere toelichting is achterwege gelaten in dit voorstel. Kanttekeningen Niet van toepassing Financiën Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen. Maatschappelijk verantwoord inkopen Niet van toepassing. Communicatie De geactualiseerde APV wordt na vaststelling gepubliceerd en treedt in werking op de dag na de bekendmaking. De huidige APV 2021 wordt per die datum ingetrokken. Na inwerkingtreding wordt de APV tevens opgenomen op de gemeentelijke website en volgt publicatie in het digitaal gemeenteblad, de centrale regelingenbank en de Eyckelbergh. Uitvoering Niet van toepassing. Bijlagen 1. Ontwerpraadsbesluit Algemene Plaatselijke Verordening Bergeijk (APV 2024). 2. Was-wordt-tabel Algemene Plaatselijke Verordening Bergeijk (APV 2024) met toelichting 3. Concept persbericht.
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergeijk (APV 2024)
5