Raadsbesluit Regionale visie werklocaties (bijlage 4.)
Tekst van het document
Raadsbesluit
Raadsvergadering
:
19 december 2024
Onderwerp
:
Regionale visie werklocaties
De gemeenteraad van Bergeijk, overwegende het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 29 oktober 2024, overwegende het advies van de commissie GZ d.d. 21 november 2024, gelet op artikel 4:81 van de Awb: ‘ Een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen over het gebruik van een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid.’ besluit: 1. “Visie werklocaties Zuidoost-Brabant, versie 4.1” vast te stellen. 2. Kennis te nemen van de uitvoeringsstrategie en concept-uitvoeringsagenda. Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Visie op werklocaties voor een toekomstbestendige toppositie Leeswijzer Voor u ligt de visie werklocaties voor een toekomstbestendige toppositie van de Metropoolregio Eindhoven. Deze visie is de basis voor de programmeringsafspraken die later dit jaar opgesteld zullen worden. We starten deze visie met in hoofdstuk 1 een toelichting op de aanleiding en achtergrond voor het opstellen ervan. Vervolgens lichten we in hoofdstuk 2 de kernboodschap van de visie toe aan de hand van zeven bouwstenen. In hoofdstuk 3 zoomen we even uit en schetsen we de landelijke, provinciale en regionale context van bestaande visies en beleid, die als basis hebben gediend voor het opstellen van de visie. Daarna zoomen we in hoofdstuk 4 weer in en duiden we per bouwsteen de opgaven en de leidende principes voor programmering.
Regionale visie werklocaties
1
Raadsbesluit
1. De aanleiding en achtergrond van de visie werklocaties Visie werklocaties voor de ambitie van Metropoolregio Eindhoven: een toekomstbestendige toppositie Metropoolregio Eindhoven is een krachtige en innovatieve regio met een toppositie De Metropoolregio Eindhoven (MRE) is een krachtige regio die nationaal én internationaal bekendstaat om haar voorlopersrol op het gebied van technologische innovaties. NoordBrabant hoort bij de top van Europa op het gebied van innovatie: ze is nummer 41 van 240 Europese regio’s¹. Binnen de provincie Noord-Brabant heeft de MRE de snelst groeiende bruto toegevoegde waarde van de economie². Deze toppositie behouden vraagt om ruimte: kwantitatief en kwalitatief De MRE heeft de ambitie uitgesproken deze toppositie te willen behouden, maar staat tegelijkertijd voor de uitdaging meerdere opgaven in dezelfde ruimte te realiseren. Denk hierbij aan ruimte voor bedrijvigheid, maar ook aan het behouden en versterken van het woon- en leefklimaat. Het aantrekken van bedrijven en het bieden van de juiste vestigingsmilieus vraagt om kwantitatief en kwalitatief voldoende ruimte voor bedrijvigheid. Deze ruimte moet zorgvuldig worden ingepast in het stedelijk en landschappelijk raamwerk. De gemeenten in de MRE stellen hiervoor gezamenlijk met de provincie en waterschappen een visie werklocaties op.
Deze visie werklocaties formuleert welke keuzes de regio moet maken voor een toekomstbestendige toppositie Deze visie werklocaties richt zich op het behouden en creëren van kwantitatief en kwalitatief voldoende ruimte voor bedrijvigheid; niet door in te zetten op oneindige groei, maar door duidelijke keuzes te maken. De regio wil de groei van de economie weloverwogen faciliteren passend bij de snelheid die ontwikkelingen vragen. Dat moet enerzijds gebeuren met oog voor het behoud van de economische toppositie en anderzijds met aandacht voor de verbetering van de brede welvaart en ruimtelijke kwaliteit.
Bronnen: 1. Regional Innovation Scoreboard, EU, 2021 2. Feiten en cijfers Brabantse bedrijventerreinen, 2022; op basis van CBS-data over COROP-regio Zuid-Oost Brabant
Regionale visie werklocaties
2
Raadsbesluit
De Metropoolregio Eindhoven bestaat uit 4 subregio’s en 21 gemeenten
Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking. Zoals besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Bergeijk van 19 december 2024.
De gemeenteraad,
Y. van Bakel Raadsgriffier
A. Callewaert – de Groot Voorzitter
Zes processtappen hebben geleid tot deze visie werklocaties Analyse van data, beleid en onderzoek, en interviews leiden tot formulering van opgaven voor de vier subregio’s De visie werklocaties is een visie op het niveau van de MRE, maar geeft ook de subregionale kleur weer. De volgende processtappen hebben geleid tot deze uitwerking van de visie: •
• •
Er vond een subregionale analyse van data en bestaande documenten plaats. Denk bijvoorbeeld aan de behoefteraming bedrijventerreinen Noord-Brabant, de Strategische Agenda Brainport, kansenkaarten, lokale en regionale economische agenda’s en een analyse van IBIS. Er zijn interviews gehouden met ambtelijke en bestuurlijke stakeholders en met een ondernemersvertegenwoordiging in het SGE, De Peel en de A2-gemeenten. Per subregio hebben de analyse en interviews samen geleid tot een analyse- en opgavedocument. Voor De Kempen is door BMC een positionpaper opgesteld.
Regionale visie werklocaties
3
Raadsbesluit
•
Dit document is de basis voor een subregionale werksessie met zowel ambtelijke als bestuurlijke vertegenwoordiging.
Van vier analyse- en opgavedocumenten naar een gezamenlijke visie op werklocaties op MRE-niveau • In een ontwikkelatelier is de input uit alle vier de subregio’s samengebracht en is het gesprek gevoerd op basis van zeven bouwstenen die we later in dit document toelichten. • Deze bouwstenen zijn in deze visie verder uitgewerkt en zijn de basis voor gezamenlijke uitgangspunten voor programmering. Visie werklocaties biedt uitgangspunten voor regionale programmeringsafspraken rondom werklocaties In deze visie bepalen we aan de hand van zeven bouwstenen de uitgangspunten voor de Programmering Werklocaties. Deze uitgangspunten dragen bij aan het maken van duidelijke keuzes ten behoeve van een toekomstbestendig ondernemersklimaat. Op basis van deze uitgangspunten stellen we regionale programmeringsafspraken op.
Binnen welke context gaan we in op de ambitie voor een toekomstbestendige toppositie?
De ambitie om een toekomstbestendige toppositie te behouden vraagt meer dan visie en beleid voor economie en daarbinnen de werklocaties. De MRE werkt, met de Strategische Agenda Brainport als basis, op een groot aantal terreinen aan deze ambitie. Onder andere via de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant (over wonen, werken en bereikbaarheid), het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), met bijzondere aandacht voor NOVEX-gebied De Peel en middels inbreng in het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat (P-MIEK). Deze visie en de daaropvolgende Programmering Werklocaties kunnen worden gezien als een van de (sectorale) uitwerkingen van deze regionale (en provinciale) visies.
Waarover gaat deze visie werklocaties en de Regionale Programmering Werklocaties en waarover niet? Deze visie gaat over werklocaties binnen de MRE en dan specifiek over bedrijventerreinen. Bedrijventerreinen onderscheiden we in verschillende typen werkmilieus (zie bijlage 1 voor definities). Kantoorlocaties en plintlocaties maken geen onderdeel uit van deze visie. De Regionale Programmering Werklocaties, waar deze visie de basis voor is, gaat met name over de programmering van bedrijventerreinen. Hieronder vallen geen hoogstedelijke werkmilieus, omdat deze zich veelal niet op bedrijventerreinen bevinden. Gemengd stedelijke werkmilieus maken wel deel uit van de visie. Tevens is deze visie een aanzet tot hoe partijen gezamenlijk uitvoering gaan geven aan deze programmeringsafspraken.
Regionale visie werklocaties
4
Raadsbesluit
Visualisering thema’s visie werklocaties
Grote behoefte aan duiding Programmeringsopgave Gedeputeerde Staten van de provincie vragen alle gemeenten in Noord-Brabant om voor het einde van 2023 regionale programma’s voor de werklocaties op te stellen. Zij stellen daarbij voor om minimaal op het niveau van EIB-laag-scenario te programmeren en bovendien al rekening te houden met de ruimtevraag die na 2030 wordt voorzien. Rechts is de tabel uit de onderliggende prognose bedrijventerreinen tot 2030 opgenomen en een tabel met daarin de uitbreidingsvraag per type werkmileu. Voor de periode 2030-2040 wordt een aanvullende behoefte van 100 tot 296 hectare voorzien. De prognose naar toekomstige ruimte voor werklocaties laat zich niet vangen in een eenduidig getal, zeker niet waar het de horizon richting 2040 betreft. Die toekomstige ruimtevraag is deels afhankelijk van (grotere) externe ontwikkelingen, maar ook van beleidskeuzes die de regio en de provincie maken.
Regionale visie werklocaties
5
Raadsbesluit
Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen Noord-Brabant, Stec 2022
Verdiepende analyse van beschikbare ruimte nodig voorafgaand aan opstellen programmeringsafspraken Er leeft een divers beeld over beschikbare ruimte om de prognose te kunnen faciliteren Op basis van de analyses is het noodzakelijk om, alvorens tot het daadwerkelijke programmeren over te gaan, een nadere duiding te geven van de kwantitatieve én kwalitatieve opgave, zowel op het niveau van de hele MRE als de subregio’s. Bovendien is het, vanuit het optimaal benutten van beschikbare ruimte, wenselijk om inzicht te verkrijgen in het oplossend vermogen dat bestaande locaties bieden om de groei van de bedrijvigheid op te kunnen vangen. De totale ruimtevraag is niet per definitie de ruimte die de regio zal creëren - niet alle vraag kan immers geaccommodeerd worden¹ . Voor de programmeringsafspraken voeren we daarom een verdiepende analyse uit die toeziet op: ● prognose versus hard en zacht planaanbod; ● hard en zacht planaanbod versus de behoefte vanuit de sectoren passend in het economisch profiel; ● aanbod door middel van intensivering; ● confrontatie vraag en aanbod na verdiepende analyse. Op deze wijze kunnen we de samenhang tussen ruimte op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen in beeld brengen en hebben we in beeld hoeveel hectare nieuwe terreinen er gerealiseerd moet worden.1
¹ Vanuit de regionale bedrijvenloketten wordt aangegeven dat er voor een groot aantal hectare bedrijventerrein aanvragers zijn die niet kunnen worden gefaciliteerd in hun ruimtevraag en dat er dus behoefte is aan het programmeren van nieuwe locaties.
Regionale visie werklocaties
6
Raadsbesluit
2. Kernboodschap van de visie in zeven bouwstenen Zeven bouwstenen voor het behouden van toppositie Deze visie werklocaties is de basis voor de regionale programmeringsafspraken. Op basis van de duiding in de analyse en opgavedocumenten voor de subregio’s is een aantal inhoudelijke thema’s bepaald die aan de orde moeten komen om uiteindelijk eind dit jaar te komen tot gedragen programmeringsafspraken. De thema’s hebben we vervolgens vervat in een zevental bouwstenen die de basis vormen voor onze visie en antwoord geven op: • Wat staat ons te doen om onze ambitie te bereiken? • Hoe realiseren we deze ambitie?
Regionale visie werklocaties
7
Raadsbesluit
Zo werken de bouwstenen samen 1. Economisch profiel De druk op ruimte dwingt de regio om te kiezen: het is kiezen of gekozen worden. Een helder economisch profiel helpt de regio bij de afweging welke bedrijvigheid de grootste bijdrage kan leveren aan het behouden van de toekomstbestendige toppositie en waaraan zij ruimte wil bieden. Daarnaast is ook het voorzienend mkb essentieel voor het maken van een schaalsprong en het behoud van een prettige leefomgeving. 2. Menselijk kapitaal De tekorten op de arbeidsmarkt zijn momenteel een belemmering voor de groei van bedrijven in de regio. Hoewel de ruimtelijke invulling van de Programmering Werklocaties slechts beperkt invloed heeft op menselijk kapitaal, is dit een essentieel ingrediënt voor een toekomstbestendige toppositie.
5 1
4 Toekomstbestendige toppositie
2
3
5. Toekomstbestendige werklocaties De regio staan nu én in de toekomst veel opgaven te wachten. In deze visie leggen we de nadruk op energie, mobiliteit, klimaat en circulariteit in relatie tot werklocaties. Bij het creëren van ruimte is het zinvol om zoveel als mogelijk al in te spelen in deze opgaven en op deze manier te zorgen dat werklocaties toekomstbestendig zijn. 4. Creëren van ruimte Bedrijvigheid heeft ruimte nodig. Op dit moment is de vraag groter dan het aanbod. Er zal dus nieuwe ruimte gecreëerd moeten worden, zowel via intensivering als realisatie van nieuwe terreinen. Het economisch profiel, menselijk kapitaal en diverse vraag en aanbod aan werkmilieus bepalen samen aan welk soort ruimte behoefte is en waar.
3. Complementaire werkmilieus De regio wil een goed ondernemersklimaat bieden. Het economisch profiel en de fase waarin een bedrijf zich bevindt leiden tot verschillende behoeften. Dat vraagt om diverse werklocaties. Met complementaire werkmilieus biedt de regio al haar bedrijvigheid een passende werklocatie.
6
Proactief programmeren en selectief alloceren Om de vijf bouwstenen te realiseren is het nodig dat de regio in staat is om in te spelen op vraag op korte en lange termijn. Het is van belang dat de regio scherpe keuzes maakt en dat duidelijk is welke keuzes waar worden gemaakt.
7
Rol overheid en bedrijven Zonder bedrijven is een toekomstbestendige toppositie niet mogelijk. Het is van belang dat voor alle partijen duidelijk is welke regie de overheid pakt en welke verantwoordelijkheid, middelen en vrijheid (een collectief van) bedrijven wordt toebedeeld.
Regionale visie werklocaties
8
Raadsbesluit
3. Landelijke, provinciale en regionale context
Wat zegt landelijk, provinciaal en regionaal beleid over werklocaties? In dit hoofdstuk geven we een korte samenvatting van wat bestaande visies en beleidsdocumenten zeggen over de economie en werklocaties in de MRE. De documenten bieden kaders en uitgangspunten bij het uitwerken van de visie. Achtereenvolgens komen aan bod: • Rijksagenda ruimte voor economie. • Visie op een toekomstbehendige economie voor Brabant. • Ontwerp beleidskader Wonen & Werken provincie Noord-Brabant. • Strategische Agenda Brainport. • Concept-ontwikkelstrategie Noord-Brabant.
Rijksagenda Ruimte voor Economie Ruimte voor economie is schaars: op dit moment nemen economische activiteiten 2,5% van het landoppervlak in. De overheid wil niet dat dit percentage afneemt. De overheid stimuleert een sterk en concurrerend bedrijfsleven, omdat dit zorgt voor welvaart in Nederland. Dit is alleen mogelijk als de economie genoeg ruimte krijgt, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen. Genoeg en goede ruimte voor bedrijven is bovendien belangrijk voor een goed vestigingsklimaat, en noodzakelijk om richting 2050 een transitie door te maken naar een klimaatneutrale en circulaire economie. De belangrijkste vier sectoren die ruimte nodig hebben: • de meest energie-intensieve bedrijven; • campussen; • het mkb; • grootschalige bedrijfsvestigingen, waaronder de grote distributiecentra. Aanpak: • zorgen voor meer balans in vraag en aanbod van werklocaties; • clusters van bedrijven versterken; • bestaande bedrijventerreinen beter benutten; • bedrijven helpen bij hun bijdrage aan het klimaatakkoord. Bron: Rijksoverheid.nl ‘Rijksoverheid wil genoeg ruimte voor de economie’
Provinciaal beleid: Visie op een toekomstbehendige economie voor Brabant De economische perspectieven van de regio Zuidoost-Brabant worden gedomineerd door de technologische maakindustrie. Brainport Eindhoven trekt veel hoogopgeleid personeel aan door de sterke groei van internationaal opererende bedrijven, de nabijheid van High Tech Campus, Eindhoven University of Technology en andere kennisinstellingen. In de regio is veel aandacht erop gericht om de internationale positie van Brainport te verbeteren. Middelen worden gericht gemobiliseerd op veelbelovende (sleutel)technologieën en markten, flexibilisering en doorontwikkeling van de huidige talentbasis. Verder steekt de regio er middelen in om meer gekwalificeerd talent op alle niveaus aan te trekken en de aantrekkelijkheid van het leef- en vestigingsklimaat te verbeteren.
Regionale visie werklocaties
9
Raadsbesluit
Bron: Visie op een toekomstbehendige economie voor Brabant 2030
Provinciaal beleid: Ontwerp beleidskader Wonen & Werken Het is de ambitie van de provincie om te zorgen voor duurzame en toekomstbestendige werklocaties in Brabant die bijdragen aan een toekomstbestendige economie voor Brabant. De opgave voor werken is: • zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik met meerwaarde, door in te zetten op de juiste functie op de juiste plek, functiemenging waar dat kan en het beter benutten van bestaande werklocaties; • een balans tussen vraag en aanbod, voor verschillende typologieën van bedrijvigheid, waaronder ook bedrijven met een grote(re) impact op de omgeving; • inzet op duurzame, toekomstbestendige werklocaties met betekenis voor de Brabantse economie; • meer regie op (boven)regionale locatieontwikkeling, waaronder de vestigingsmogelijkheden van (X)XL-logistiek. Bron: Ontwerp Beleidskader Wonen & Werken, november 2022
Provinciaal beleid: Ontwerp beleidskader Wonen & Werken In haar provinciaal beleid wonen & werken maakt de provincie de volgende keuzes: ● Zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik o De provincie stimuleert de totstandkoming van vitale en toekomstbestendige werklocaties. Deze locaties zijn goed bereikbaar, liggen op een plek waar bedrijven zich willen vestigen, mensen willen werken en in de buurt van bedrijven die elkaar aanvullen en versterken. Tegelijk is het belangrijk overaanbod of leegstand te voorkomen, ter voorkoming van veroudering en kwaliteitsverlies. o Duurzame bedrijventerreinen zijn een belangrijke voorwaarde voor een toekomstbestendige economie en een goed en gezond werk-, woon- en vestigingsklimaat. Verduurzaming levert ook een substantiële bijdrage aan energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en de stikstofproblematiek
Regionale visie werklocaties
10
Raadsbesluit
Juiste bedrijf op de juiste plek, sturen op regionale meerwaarde ▪ De provincie wil beter kunnen sturen op (behoud van) kwaliteit van werklocaties. Dat betekent vraaggerichte ontwikkeling in plaats van het ontwikkelen voor voorraad. ▪ Ook gaat het om een passend werkmilieu op de goede plek met daarbij passend mobiliteitsaanbod, zoals voldoende watergebonden kavels, voldoende vervoersmogelijkheden in de omgeving en goede aansluiting bij het achterland en arbeidsaanbod. ▪ Bij (her)ontwikkeling van werkgebieden neemt de provincie de drijfveren en strategische opgaven van de (regionale) economie en de omgeving. Dit is een integrale afweging die ook uitgaat van knooppunten in infrastructuur, energie, kennis en stedelijkheden. ▪ We voeren voor de vestiging van grootschalige logistiek een selectief clusteringsbeleid en hanteren hierbij het principe van regionale meerwaarde. Grootschalige logistieke activiteiten worden geconcentreerd op een beperkt aantal bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. ▪ Het Rijksbeleid voor hyperscale datacenters (datacenters van 10 hectare of meer en een elektriciteitsaansluiting van 70 Mw of meer) beperkt vestigingsmogelijkheden voor deze doelgroep in Noord-Brabant. Voor grootschalige datacenters (< 10 hectare) zien wij in Brabant weinig ruimte, gezien de beperkte regionale meerwaarde, het effect op de ruimte en het effect op het energiesysteem.
Behoud en ontwikkeling van voldoende geschikte terreinen voor bedrijven met een impact op de omgeving - ook rekening houdend met de toekomstige ruimtevraag van deze bedrijven.
o
•
Regionale visie werklocaties
11
Raadsbesluit
Strategische Agenda Brainport Deze agenda beoogt om t/m 2030 een handelingskader te geven voor de samenwerking tussen Rijk en regio aan een zekere en toekomstbestendige economische groei voor Nederland op basis van hoogwaardige technologische productie die bijdraagt aan de strategische autonomie van Europa. De gezamenlijke ambities richting 2030 waarover Rijk en regio de beleidsdialoog voeren zijn, dat: a. de regio een ruimtelijke schaalsprong kan maken; b. voldoende talent beschikbaar is; c. het technologisch concurrentievermogen wordt versterkt; d. er sprake is van veerkrachtige toeleverende ketens. Concurrerend vestigingsklimaat en strijd om talent Een goed vestigingsklimaat is dan ook van cruciaal belang. Industrie- en innovatiebeleid helpen om ook in de toekomst bij te blijven dragen aan de zekere economische groei. Hiervoor zijn voldoende, betaalbare woningen, een goede bereikbaarheid, leefbaarheid en ruimte op het elektriciteitsnet nodig. Naast een ruimtelijke schaalsprong is de beschikbaarheid van talent cruciaal en zijn investeringen in excellent onderzoek en onderwijs op alle niveaus (praktisch, theoretisch én wetenschappelijk) van belang. De uiterst krappe arbeidsmarkt maakt het vinden van technisch geschoold personeel in Nederland al langer een uitdaging.
Nederland heeft vergeleken met het buitenland (waaronder een aantal concurrerende Europese landen) relatief weinig technisch geschoolden ten opzichte van de totale beroepsbevolking. Strategische doelen en ambities 2030 Door landelijke netwerken met andere (technologische) regio’s, bedrijven en kennis- en onderwijsinstellingen in Nederland leiden investeringen in technologie die ontwikkeld wordt in Brainport Eindhoven tot nieuwe start-ups en groei van de maakindustrie tot ver buiten de regio dankzij ketensamenwerking tussen grootbedrijf en mkb. Deze technologieën liggen ten grondslag aan innovatieve bijdragen aan duurzaamheid, mobiliteit, gezondheid en voedsel. Dit biedt verdere ontwikkelkansen om nieuwe en robuuste werkgelegenheid op te bouwen en - via export - economische groei en duurzaam verdienvermogen te borgen. Het strategisch doel is toekomstbestendige economische groei voor Nederland op basis van hoogwaardige technologische productie en die bijdraagt aan de strategische autonomie van Europa. Een onderdeel hiervan is de Nederlandse bijdrage aan de Europese ambitie om in 2030 ten minste 20% van de wereldwijde chipproductie naar Europa te halen.
Onderliggende ambities om dat te bereiken zijn: Woon-, leef- en vestigingsklimaat: In 2030 zijn er voldoende beschikbare woningen, infrastructuur, (groen)voorzieningen, werklocaties en netinfrastructuur om de groei van de regio (op een klimaatvriendelijke manier) te accommoderen met behoud van brede welvaart voor alle inwoners. Talent: In 2032 zijn er 50.000 Tech- en IT-arbeidsplaatsen in de regio ingevuld door extra talent op te leiden, bij- en om te scholen, gericht aan te trekken en te behouden. Internationale waardeketens: In 2030 zijn de Nederlandse strategische posities in bestaande internationale waardeketens versterkt en zijn er nieuwe (sleutel)technologieën en internationale waardeketens opgewerkt, waarin Nederland een sterke en strategische positie heeft. Bron: Strategische Agenda Brainport, provincie Noord-Brabant
Regionale visie werklocaties
12
Raadsbesluit
Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant biedt richting- gevende keuzes en ontwikkelprincipes voor werken De regio Zuidoost-Brabant stemt, tegelijkertijd met dit visiedocument werklocaties, in met de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. In deze Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant worden richtinggevende keuzes en ontwikkelprincipes voor wonen, werken en bereikbaarheid voor de periode tot 2040 voorgesteld. Deze Ontwikkelstrategie wordt tegelijkertijd met deze Visie Werklocaties geagendeerd op de Omgevingsdag van juli 2023. In dit document is onderstaand de tekst opgenomen die betrekking heeft op de richtinggevende keuzes en de ontwikkelprincipes met betrekking tot werken. Deze visie werklocaties kan worden gezien als de eerste uitwerking uit het Afsprakenkader uit de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Richtinggevende keuzes ten aanzien van ontwikkelprincipe 4: een internationale toppositie vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties • •
•
•
•
•
•
We zetten in op kwalitatieve groei van de economische activiteiten om daarmee zowel de mondiale als nationale toppositie te behouden én ervoor te zorgen dat alle inwoners van de regio profiteren van de versterking van de brede welvaart. We geven prioriteit aan het intensiveren, revitaliseren en het naar de huidige eisen aanpassen van bestaande bedrijventerreinen. Bovendien zijn er nieuwe terreinen nodig om de gewenste groei te kunnen faciliteren. We houden aandacht voor voldoende ruimte voor lokaal mkb omwille van leefbaarheid en benutten de hefboom van de groei van bedrijvigheid om deze opgave in te vullen. We zetten daarbij in op een gedifferentieerd aanbod van complementaire werkmilieus die ruimte bieden voor de grote diversiteit van economische activiteiten die de motor van onze regio vormen: (hoog)stedelijke woon-werkmilieus, campussen en toplocaties, grootschalige gemengde terreinen, regionale bedrijventerreinen en lokale bedrijventerreinen. We hanteren deze indeling om waar nodig te sturen op het juiste werkmilieu en ‘het juiste bedrijf op de juiste plek’.
We zetten nieuwe regionale bedrijventerreinen strategisch in voor de vestiging van nieuwe ‘stuwende bedrijven’ die het ecosysteem versterken, of het uitplaatsen van bedrijven die niet meer passen in stedelijke transformatiegebieden, of te intensiveren of revitaliseren bestaande bedrijventerreinen, en realiseren zodoende ‘schuifruimte’ voor bedrijven. We maken afspraken over hoe om te gaan met de schaarse ruimte, de beoogde transformatie van bedrijvenlocaties en met de inzet van regionale bedrijvenlocaties. o We sturen op het ruimte bieden voor die activiteiten die bijdragen aan het bestaande en geambieerde economische ecosysteem; we faciliteren dus niet alle ruimtevragen die zich voordoen. o We bieden op passende plekken ruimte voor bedrijven met hogere milieucategorieën. o We staan alleen logistieke activiteiten toe die hoofdzakelijk bijdragen aan het Brainportecosysteem. De beschikbaarheid van energie is een belangrijk vraagstuk in de Brainportregio. Er worden stappen gezet om hernieuwbare energieopwekking te stimuleren met zonneen windenergieprojecten, er liggen kansen voor toepassing van geothermie, waterstof, en het benutten van restwarmte. Ook moet het aanbod aan energieinfrastructuur aansluiten op de vraag. Hierin zijn (net als in het hele land) nog forse stappen te zetten.
Daarnaast wordt er ingezet op energie-efficiëntie en het verminderen van het energieverbruik in zowel de industrie als de gebouwde omgeving. Hier ligt een nauwe relatie met het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat (P-MIEK) en de doorvertaling in het Ruimtelijk Voorstel. Het streven naar een circulaire economie in de Brainportregio brengt ook de noodzaak met zich mee om ruimte te bieden aan circulaire activiteiten en
Regionale visie werklocaties
13
Raadsbesluit
infrastructuur. Het implementeren van circulaire processen en het faciliteren van de recycling en hergebruik van materialen vereisen specifieke ruimtelijke oplossingen. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de inrichting van recyclingfaciliteiten, opslagruimtes voor gerecyclede materialen en ruimte voor grootschalige circulaire productie. Dit vergt een zorgvuldige inpassing.
Regionale visie werklocaties
14
Raadsbesluit
4. Zeven bouwstenen voor een toekomstbestendige toppositie
1 ECONOMISCH PROFIEL De Metropoolregio zet primair in op het faciliteren van de HTSM-sector als stuwende sector. Subregio’s bieden ruimte op (bestaande) kansrijke sectoren (gerelateerd aan HTSM) voor diversificatie en innovatie. Daarnaast is er ruimte voor voorzienend regionaal en lokaal mkb. De regio biedt alleen ruimte voor (grootschalige) logistiek en datacentra als ze van toegevoegde waarde zijn voor het ecosysteem.
Wie niet kiest, wordt gekozen De argumentatie voor het kiezen van een economisch profiel als basis voor selectieve groei vinden wij in de volgende uitdagingen die voortkomen uit de analyse: • Maximaal benutten van sterk ecosysteem Het kiezen van een economisch profiel bevordert synergie tussen bedrijven in de regio. Dit is alleen succesvol wanneer ook gebruik wordt gemaakt van bestaande, succesvolle economische ecosystemen. • Schaarse ruimte Er is te weinig ruimte om alle bedrijvigheid die zich in de regio wil vestigen een plek te bieden en bestaande bedrijvigheid te laten groeien. Dit is een lastige positie, maar ook een luxepositie. De regio kan kiezen. Wanneer de regio niet kiest, zal de markt dat voor haar doen. Hier ligt een kans voor de MRE om het type bedrijvigheid ruimte te geven die de toppositie behoudt en bevordert én bijdraagt aan de transitieopgaven in de regio, bijvoorbeeld rond energie, mobiliteit en klimaat. • Schaarste van talent Door een economisch profiel te kiezen kan effectiever worden ingezet op het opleiden van talent en past vraag en aanbod van arbeid gemakkelijker op elkaar
Bron: Evaluatie 9 voor 1
Regionale visie werklocaties
15
Raadsbesluit
Het kiezen van een economisch profiel kan synergie tussen bedrijven in de regio bevorderen In de MRE is voldoende ruimte voor diverse economische profielen, maar voor optimaal gebruik van ruimte, talent en het ecosysteem is het van belang dat economische profielen samen een logisch geheel vormen. De grootste drager van van de economie in de MRE is de High Tech Systemen & Materialen (HTSM-)sector. Bestaande bedrijvigheid binnen het huidige ecosysteem bestaat uit de HTSM-sector of is ondersteunend aan bedrijven die zich in dit speelveld bewegen. We duiden de HTSM-sector dan ook als de overkoepelende drager van het economisch profiel van de regio. De HTSM-sector is in alle vier de subregio’s vertegenwoordigd. We zullen hier later verder op ingaan.
Bron: Monitor bedrijventerreinen 2022, Provincie Noord-Brabant, peildatum 1 januari 2022
Een vijftal technologie-marktcombinaties Om mondiaal concurrerend te blijven zet de MRE in op een vijftal technologiemarktcombinaties. Deze zijn bepaald in de Strategische Agenda Brainport. • • • • •
conversie en opslag van duurzaam opgewekte energie: bijdrage aan energietransitie door versneld grootschalige inzetbare en betaalbare technologie voor conversie en opslag van energie te ontwikkelen; slimme en duurzame mobiliteit: versterken inzet op smart mobility; gezondheid, vitaliteit en zorg: ondersteunen zorgtransitie door focus op medische technologie, innovatie en vernieuwing van zorg; voedselproducerende en -verwerkende industrie: inzet op smart farming en smart en mild food processing; veiligheid: slimme oplossingen voor veilig gebruik van data.
Door de inzet van technologie op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI), additive manufacturing (AM), het ontwerpen van nieuwe productie en digitale technologieën in combinatie met de inzet op de vijf eerder genoemde markten, behoudt de regio haar mondiale positie.
Regionale visie werklocaties
16
Raadsbesluit
Bron: Strategische Agenda Brainport, provincie Noord-Brabant
HTSM is de drager van de economie, maar het economisch profiel is diverser dan dat alleen Voor optimaal gebruik van ruimte, talent en het ecosysteem kiest de MRE om de focus op HTSM aan te houden en de subregio’s daarbinnen ruimte te geven om accenten aan te brengen. Bestaande bedrijvigheid binnen deze ecosystemen is vaak al gelieerd aan de HTSM-sector of is ondersteunend aan bedrijven die zich binnen dit speelveld bewegen. Lokaal moet voldoende ruimte zijn om het mkb een plek te geven, ook het mkb dat niet binnen het economisch profiel valt, maar wel voorzienend is voor de regio. MRE: High Tech Systemen & Materialen De MRE richt zich als geheel primair op de HTSM-sector. Deze HTSM-sector draait om ambitieuze groei in nieuwe technologieën. Binnen de HTSM-sector onderscheiden we de vijf technologie-marktcombinaties. Bedrijven die vallen binnen deze marktcombinaties en gelieerd zijn aan de HTSM-sector, vallen binnen het economisch profiel van de MRE. Subregio’s: ruimte voor subregionale focus We zien dat de subregio’s zich binnen de HTSM-sector onderscheiden. Daarmee zijn tussen subregio’s (en mogelijk daarbinnen ook tussen gemeenten) accenten waarneembaar. De vijf technologie-marktcombinaties vinden we dan ook terug in de vier subregio’s van de MRE. Zo richt het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) zich in Oirschot op veiligheid en in Helmond op mobility.
Met Metalot in Cranendonck liggen er kansen in het versterken van de technologie-marktcombinatie op het gebied van conversie en opslag van duurzame energie. Het economisch profiel in De Peel kenmerkt zich door de agro- en foodtechsectoren en daarmee zet De Peel in op de marktcombinatie voedselproducerende en -verwerkende industrie.
Regionale visie werklocaties
17
Raadsbesluit
Stuwend en voorzienend mkb Naast de HTSM-sector faciliteert de regio groei van het het regionale en lokale mkb. Daarbij richten we ons op de stuwende sectoren: sectoren die op innovatieve manieren nieuwe markten aanboren en zorgen voor nieuwe technologieën en export. De groei van stuwende bedrijfsactiviteiten leidt tot extra werkgelegenheid en een groei van het verzorgende, dienstverlenende gedeelte van de economie (groeimotor voor de brede Brabantse economie). De regio kent verder per gemeente individueel ook een groot aantal bedrijven in de bouw- en installatiesector, maar ook in andere sectoren zoals de leisure-industrie: gelet op de ambitieuze groei- en transitieopgaven zien we de meerwaarde om ook deze bedrijven ruimte te bieden. Dit valt onder het zogenaamde voorzienend mkb. 1 . Bron: brainporteindhoven.com, 2023
Subregionale accenten in het economisch profiel Een gebalanceerde selectieve groei Binnen het geheel van de MRE-regio hebben de subregio’s hun eigen kwaliteiten en ambities. Naast het onderschrijven van de algemene uitgangspunten bieden we ruimte om op het niveau van de subregio (en zelfs op het niveau van gemeente) accenten te leggen. Deze accenten vinden hun grondslag in het bestaand economische profiel én in de wijze waarop de balans wordt gezocht in het faciliteren van de ruimtevraag voor economische activiteiten ten opzichte van wonen, natuur en landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit. Op die manier ontstaat een ecosysteem dat op alle schaalniveaus in balans is. De HTSM-sector is in het SGE een belangrijke economische drager De HTSM-sector is met ASML in Veldhoven als grootste speler en belangrijke economische drager. In het economisch ecosysteem van de regio bevinden zich verspreid over de regio innovatie, stuwende mkb bedrijven die toeleverancier zijn van bedrijven in de HTSM-sector. Deze sector zit in het DNA van de gehele subregio. Daarnaast is nog een aantal beeldbepalende sectoren die de regio kenmerken. Zoals de automotive sector in Helmond en Eindhoven. Daarnaast zet Oirschot in op de high-tech-security. In de gehele regio is verder voorzienend mkb aanwezig.
Het belang wordt benadrukt ook deze bedrijvigheid in de toekomst voldoende ruimte te bieden, omdat deze een belangrijke rol speelt in de sociale cohesie. Het economisch profiel van de A2-gemeenten kenmerkt zich door industrie, handel en zakelijke dienstverlening De meeste banen zijn te vinden in industrie, handel en zakelijke/collectieve dienstverlening. Op het gebied van industrie springt met name Cranendonck in het oog, die op plek 24 van de 50 Nederlandse toplocaties voor industrie staat (Louter, 2022). Met de aanwezigheid van Kempenhaeghe is zorg een belangrijke economische drijver voor Heeze-Leende. Valkenswaard heeft een echte centrumfunctie, met sterke vertegenwoordiging in de detailhandel. Ook het lokale mkb is goed vertegenwoordigd in de drie gemeenten: het profiel van bedrijventerreinen bestaat hoofdzakelijk uit mkb (65%) en de opzet van de terreinen is voor 50% overwegend kleinschalig, en 43% deels kleinschalig/deels grootschalig. De Kempen kenmerkt zich door een breed economisch profiel Het huidig economisch profiel van De Kempen kenmerkt zich – in de breedte – door bedrijvigheid in de sectoren techniek, bouw, detailhandel, gezondheid, land- en tuinbouw en groothandel. Als we inzoomen op de economie op bedrijventerreinen, zien we dat in 2019 51% van de werkgelegenheid op bedrijventerreinen binnen de sector industrie valt.
Als we kijken naar de uitgegeven ha’s naar sector in de periode 2019-2021, wordt dat beeld versterkt: het valt op dat het overgrote deel uitgegeven is aan de HTSM-industrie. Hieruit kan worden geconcludeerd dat De Kempen een belangrijke schakel is in de (toeleverende) HTSM-industrie. Met name de technische maakindustrie bevat veel toeleveranciers aan eindproducten afkomstig uit de Brainportregio. Naast de HTSM-sector is het voor De Kempen vooral ook van belang om van meerwaarde te (blijven) zijn voor het lokale, voorzienend mkb, in onder meer de bouw, handel en reparatie sector.
Regionale visie werklocaties
18
Raadsbesluit
De slimme technische maakindustrie is in de De Peel een belangrijke economische drager De (technische/slimme) maakindustrie is in De Peel sterk vertegenwoordigd. Ook zien we veel bedrijfsvestigingen in De Peelgemeenten (inclusief Helmond) die opereren in de sectoren bouwnijverheid, detailhandel en specialistische zakelijke dienstverlening. Als we kijken naar de specialisatiegraad naar het aantal arbeidsplaatsen, kenmerkt De Peel zich vooral door de voedings- en genotmiddelenindustrie, land- en bosbouw en visserij, en metaalindustrie en overige industrie. De Peel ziet met name groei van lokaal (stuwend) mkb bedrijven die nauw verbonden zijn met het high-tech-ecosysteem van de Brainport, in de agrarische-, bouw- en maakindustrie. Wat hieruit sterk naar voren komt is dat er in De Peel sprake is van een breed profiel, waarbinnen innovatie wordt geambieerd als de verbindende factor.
Samengevat: het economisch profiel kent per schaalniveau een ander accent
*met de kanttekening dat bedrijvigheid rond toerisme en recreatie zich vrijwel niet op bedrijventerreinen bevindt
Leidende principes voor programmering Kijkend naar het economisch profiel als geheel, met de accenten per subregio daarbinnen, hanteren we de volgende leidende principes voor de programmering van werklocaties: • We kiezen voor de gehele Metropoolregio Eindhoven voor een duidelijk economisch profiel: o We zetten in op een toekomstbestendige HTSM-sector als hoofdkeuze voor de gehele regio. o Daarbinnen focussen we op de vijf technologie-marktcombinaties als beschreven in de Strategische Agenda Brainport. De vier subregio's leggen hierbinnen hun eigen accenten. We bieden ruimte voor het stuwende lokale en regionale mkb binnen de genoemde profielkeuze én voor het mkb in de voorzienende sectoren. • We onderkennen de noodzaak om in de programmeringsafspraken een zorgvuldige afweging te maken voor de balans tussen ruimte voor activiteiten die bijdragen aan de regionale doelstellingen en voldoende ruimte voor regionale en lokale economische activiteiten. Hierbij speelt ook een evenwichtige ruimtelijke ontwikkeling een belangrijke rol. • Het economisch profiel is leidend bij de vestiging of verplaatsing van bedrijven. • De op te stellen criteria vormen samen een afwegingskader dat wordt uitgewerkt in de programmeringsafspraken.
Bij het criterium ‘werkgelegenheid’ kijken we niet alleen naar werkgelegenheid met een high-tech-karakter, maar ook naar werkgelegenheid voor praktisch opgeleiden en kwetsbare doelgroepen en het lokale Regionale visie werklocaties
19
Raadsbesluit
• • •
en regionale arbeidspotentieel in relatie tot werk voor arbeidsmigranten. Lokale gemengde bedrijventerreinen accommoderen lokale bedrijvigheid. Bedrijvigheid die niet binnen het economisch profiel past, wordt bij nieuwvestiging of verplaatsing niet actief gefaciliteerd. Denk hierbij ook aan grote ruimtevragers als airport parkeren of bijvoorbeeld opslagboxen. De regio biedt alleen ruimte voor (grootschalige) logistiek en datacentra als ze van toegevoegde waarde zijn voor het ecosysteem. De regio stelt een lijst van sectoren op die, op basis van het economisch profiel en een extensief ruimtegebruik in combinatie met weinig toegevoegde waarde, wordt uitgesloten voor vestiging of grootschalige uitbreiding.
Duiding terreinen met ruimte voor grootschalige logistiek In verband met het ‘niet, tenzij beleid’ (voorbereidingsbesluit grootschalige logistiek, 2023) zijn er een aantal locaties waar grootschalige logistiek kan landen indien die regionale meerwaarde kent. Namelijk: ● ● ● ● ● ●
Eindhoven: GDC Acht Helmond: BZOB(deels) Laarbeek: Bemmer A/B (deels) Nuenen: Eeneind West Oirschot: Westfields I en II en Westfields III Son en Breugel: Ekkersrijt (deels)
Grootschalig logistiek bedrijf: gebruik van gronden of bouwwerken op een van 3 hectare of groter, waarop grootschalige bebouwing staat en dat in hoofdzaak in gebruik is voor logistieke- of distributieactiviteiten, met een door de aard en schaal van de activiteiten hoge verkeersaantrekkende werking en impact op de omgevingskwaliteit; ontwikkeling van een bedrijf: gebruik van gronden of bouwwerken voor uitbreiding, vestiging of nieuwvestiging van een bedrijf.
2 MENSELIJK KAPITAAL De Metropoolregio wil haar toppositie behouden. Hiervoor moet zij investeren in menselijk kapitaal.
Strategische Agenda Brainport: Talent Talent is een van de drie pijlers uit de Strategische Agenda Brainport Prognoses laten zien dat de uitstroom in technische beroepen bij ongewijzigd beleid hoger is dan de instroom. Tegelijkertijd zijn er nog te veel mensen die er niet tussen komen en onnodig langs de kant staan. Een slimme bundeling van krachten van Rijk en regio is nodig om mensen naar werk te begeleiden en voor een blijvend goede aansluiting van onderwijs op de regionale en (inter)nationale arbeidsmarkt, zoals bijvoorbeeld in Europees verband. De ambitie is dan ook dat er in 2032 50.000 tech- en IT-arbeidsplaatsen in de regio zijn ingevuld door extra talent op te leiden, bij- en om te scholen, gericht aan te trekken en te behouden. Hiervoor is het volgende nodig: • de instroom van studenten verhogen en 12.000 extra afgestudeerden in techniekopleidingen;
Regionale visie werklocaties
20
Raadsbesluit
•
de participatiegraad vergroten via een publiek-private aanpak en 8.000 extra zijinstromers in tech en IT; • 9.000 extra talent behouden voor de techniek; • de stayrate verhogen naar 65% en internationale werknemers gericht aantrekken; • de arbeidsproductiviteit in de industrie in Brainport verhogen met 10% (van €138.000 in 2019 naar €151.800) en zorgen dat Nederland (zoals in 2017) weer in de top 6 staat van landen met de hoogste arbeidsproductiviteit (in 2021 op #10). Dit zorgt voor een vermindering van de extra benodigde arbeidscapaciteit van 5.000 arbeidsplaatsen. Opgave en vijf actielijnen Tot 2032 zullen in de Brainportregio circa 71.200 arbeidsplaatsen ontstaan in de brede HTSM-sector (43.485 op mbo en 27.715 op hbo en wo). Dit aantal is opgebouwd uit de vervangingsvraag door pensionering (18.500) en uitbreidingsvraag door groei (52.700). Met het huidige niveau van afstudeerders (gecorrigeerd naar instroom op de regionale arbeidsmarkt) worden 17.500 vacatures van dit aantal ingevuld. Daarmee resteert een opgave van ruim 50.000 mensen voor 2032. De focus ligt op technisch talent (tech en IT), omdat dat van cruciaal belang is voor de sterke (HTSM-)sector in de Brainportregio; een sector die het meest bijdraagt aan het verdienvermogen van Nederland en aan de maatschappelijke transities die we moeten realiseren.
Het regionale ecosysteem kan echter alleen goed functioneren als ook andere kritische sectoren zoals onderwijs, zorg, kinderopvang en bouw voldoende goed geschoolde mensen hebben. De arbeidsmarktopgave kan alleen gehaald worden als op vijf kernmaatregelen wordt ingezet aan de hand van drie uitgangspunten: • We bekijken de hele arbeidsmarkt, nadrukkelijk ook de groep mensen die nu nog aan de kant staan. • Waar mogelijk slechten we de traditionele barrières in opleidingen, bijvoorbeeld via doorlopende leerlijnen van po naar vo en van mbo naar hbo en wo. Hetzelfde geldt voor het onderscheid tussen publiek en privaat; we hebben bedrijven en kennisinstellingen nodig die samenwerken en investeren. • Tot slot kijken we goed welke opleidingen in de directe regio en welke in samenwerking met instellingen in andere regio’s verwezenlijkt kunnen worden. Gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt is het van belang om goed te kijken hoe en waar op korte termijn (versneld) doorbraken gestimuleerd kunnen worden. Om de arbeidsmarktopgave in tech en IT in te vullen is nodig: 1. vergroten participatiegraad via publiek-private aanpak; 2. verhogen instroom studenten en aantal afgestudeerden in techniekopleidingen; 3. behouden talent voor de techniek; 4. vergroten van de arbeidsproductiviteitsgroei; 5. gericht aantrekken van internationaal talent en verhogen stayrate.
Bron: Strategische Agenda Brainport, provincie Noord-Brabant
Behouden van de toppositie vraagt om investeren in werknemers Investering in onderwijs, woningaanbod en werving blijft nodig om te voorzien in de behoefte aan talent Het behouden van de toppositie vraagt nadrukkelijk ook om aandacht voor het human capital. De strategisch agenda Brainport is hiervoor de basis. Investeringen in onderwijs, woningaanbod en imago/werving zullen nodig blijven om te voorzien in de behoefte aan voldoende gekwalificeerd personeel. Zonder goede werknemers is het namelijk niet mogelijk om de ambities van de regio waar te maken: een toekomstbestendige economie vraagt om toekomstbestendige medewerkers. De MRE zet in op het bieden van kansen aan lokale talenten (knappe koppen én slimme handen) en het aantrekken van internationale talenten. Het krijgen, boeien en binden van competente werknemers is noodzakelijk voor een goed functionerend bedrijfsleven en een goed functionerend economisch ecosysteem. Een gezamenlijk arbeidsmarktbeleid draagt hieraan bij, evenals samenwerking met en tussen de Regionale visie werklocaties
21
Raadsbesluit
arbeidsmarktregio’s. Naast het opleiden van mensen is de samenhang met fysieke opgaven even zo belangrijk. Ook het huisvesten van arbeidsmigranten brengt zo zijn eigen opgaven met zich mee. Eerdere analyses wijzen al op noodzaak van talent, ook buiten de eigen regio In een eerdere analyse door Buck¹ wordt benadrukt dat ook talent van buiten de regio en Nederland nodig is om groei te faciliteren. De regio moet voor dit talent fysiek bereikbaar blijven en voldoende woonruimte bieden. In deze analyse wordt gekeken naar de potentie van woonruimte op toplocaties binnen de subregio SGE. Buck acht het realiseren van nieuwe substantiële woonruimte niet logisch en stelt dat op gecombineerde locaties moet worden toegezien dat woonruimte niet te dominant wordt. Bron: Kansenkaarten en Toekomststrategie gemengde woon-/werkmilieus op de toplocaties in het Stedelijk Gebied Eindhoven, Buck Consultants International, 2022
Leidende principes voor programmering •
•
We erkennen dat investeringen in onderwijs, woningaanbod en imago/werving nodig zullen blijven om te voorzien in de behoefte aan voldoende gekwalificeerd personeel, kortom: dat inzet op je menselijk kapitaal een onmisbare bouwsteen is. We onderkennen het belang van werkgelegenheid voor zowel praktisch als theoretisch geschoolden en waken voor een gezonde verhouding tussen de regionale beroepsbevolking en de inzet van arbeidsmigranten. Ten behoeve van de visie werklocaties en de programmeringsafspraken gaan we uit van de reeds gemaakte afspraken in de Strategische Agenda Brainport
3 DIVERS AANBOD COMPLEMENTAIRE WERKMILIEUS De regio zorgt voor een gedifferentieerd aanbod van complementaire werkmilieus om ruimte te bieden voor de bedrijvigheid die past in het economisch profiel.
Een hoogwaardig ondernemersklimaat biedt een diversiteit aan werkmilieus Om de bedrijven die bijdragen aan het economisch ecosysteem optimaal te kunnen accommoderen, is een divers aanbod aan werkmilieus (zie bijlage 1 voor de definitie van werkmilieus) noodzakelijk. Dit diverse aanbod is complementair aan elkaar. Dat wil zeggen dat de werklocaties aanvullend zijn op elkaar met betrekking tot het type bedrijvigheid dat ze kunnen huisvesten. Alleen zo krijgen de bedrijven die passen in het economisch profiel de kans om te groeien en zorgen we voor het juiste bedrijf op de juiste plek. Een hoogwaardig ondernemersklimaat biedt binnen de diverse werkmilieus ruimte aan zowel hoogwaardige campusmilieus, grootschalige productielocaties, als locaties voor regulier gemengde bedrijvigheid en stedelijke milieus voor start-ups. Er blijft ook ruimte nodig voor voorzienende mkb-bedrijvigheid en bedrijven met hogere milieucategorieën, onder andere voor de circulaire economie. Wat betreft de vestiging van voorzienende mkb’s heeft de regio de wens uitgesproken ook kleinere kavels (tot 5000 m2) uit te kunnen geven, passend bij de vraag vanuit de ondernemers. Regionale visie werklocaties
22
Raadsbesluit
Het onderzoek van Buck¹ vraagt aandacht voor de ‘roltrapstrategie’ voor bedrijven op toplocaties. Dit houdt in dat voor elke levensfase van een bedrijf adequate huisvestingsmogelijkheden beschikbaar zijn. De werkmilieus differentiëren we op basis van drie criteria: 1. grootte van de bedrijven op de terreinen; 2. type bedrijvigheid; a. sector b. grootte 3. milieucategorie.
Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen provincie Noord-Brabant . Bron: Kansenkaarten en Toekomststrategie gemengde woon-/werkmilieus op de toplocaties in het Stedelijk Gebied Eindhoven, Buck Consultants International, 2022 1
Criterium 1 | Grootte van bedrijventerreinen Totaal huidige terreinen: 160 Conform classificatie in IBIS: Campus: 4 terreinen Stedelijk klein-middelgroot: 42 terreinen Functioneel klein-middelgroot: 94 terreinen Functioneel grootschalig: 20 terreinen
Regionale visie werklocaties
23
Raadsbesluit
Criterium 2 | De subregio’s kennen de volgende typen werkmilieus en bedrijvigheid
Bron: IBIS, berekend op basis van aantallen bedrijven (2022)
Welke campussen kennen we binnen de MRE? In de afbeelding onder staan de campussen vermeld die sectorgerelateerd zijn. Daarnaast bevinden zich in de regio nog een viertal corporate campussen die gelieerd zijn aan bedrijven: • ASML, Veldhoven • Philips Healthcare, Best • Prodrive, Ekkersrijt, Son en Breugel • als potentiële campuslocatie was ook Metalot, Cranendonck, aangeduid. De ontwikkeling hiervan op beoogde locatie ligt echter stil. Deze campussen leveren een belangrijke bijdrage aan het behouden van de toppositie.
Regionale visie werklocaties
24
Raadsbesluit
Bron: Uitvoeringsagenda Toekomstbestendige clusters en triple helix samenwerking provincie NoordBrabant
Criterium 3 | Milieucategorie (MC) Op meer dan de helft van de bedrijventerreinen binnen de MRE geldt een maximale milieucategorie. Tegelijkertijd hebben slechts negentien bedrijventerreinen een minimale milieucategorie. Dit kan in praktijk betekenen dat bijvoorbeeld een sportschool zich bevindt in de nabijheid van een circulaire afvalverwerker op een terrein met maximaal categorie 5. Je wilt de ruimte van de sportschool eigenlijk benutten voor een bedrijf dat zich alleen kan vestigen op een plek met milieucategorie 5. Een sportschool kan zich vestigen op een terrein met een lagere milieucategorie. Er liggen kansen voor de regio om te onderzoeken of het introduceren van een minimale milieucategorie eraan kan bijdragen dat overlastgevende bedrijven zich clusteren. Tevens borg je zo voldoende ruimte voor deze bedrijven. Daarnaast voorkomt een minimale milieucategorie dat bedrijvigheid die zich laat mengen met wonen, schaarse ruimte inneemt op terreinen waar die bedrijvigheid eigenlijk niet past. Het is de moeite waard om op het moment van intensivering of revitalisering met het zittende bedrijfsleven in gesprek te gaan omtrent een passende milieucategorie in relatie tot de gevestigde en gewenste bedrijvigheid. • 86 van 161 terreinen vallen in de hoogste categorieën 4 en 5 • 3 van 9 terreinen met maximale milieucategorisering 5 bevinden zich in Son en Breugel
Regionale visie werklocaties
25
Raadsbesluit
Leidende principes voor programmering •
•
• •
•
We zetten in op voldoende complementaire werkmilieus die ruimte bieden voor de grote diversiteit van economische activiteiten die de motor van onze regio vormen: gemengd stedelijk, regulier werkmilieu, grootschalige distributie en grootschalige productie. Mogelijk moeten we in de programmering nog tot een nadere duiding van werkmilieus komen. Bepalende differentiaties voor werkmilieus zijn: o grootte van de bedrijvigheid; o type bedrijvigheid en economische sector; o milieucategorie. We heroverwegen de huidige ‘grootte-indeling’ van bedrijfskavels als criterium voor lokale regionale bedrijventerreinen, om daarmee gedifferentieerd te kunnen inspelen op een adequaat gemeentelijk aanbod van middelgrote kavels. We hanteren bij nieuwe terreinen zowel een boven- als ondergrens met betrekking tot deze milieucategorie. Op deze manier borgen we dat de juiste bedrijven op de juiste plek terechtkomen. We voorkomen hiermee dat schaarse ruimte ingenomen wordt door bedrijven die bijvoorbeeld ook bij uitstek passen in een gemengde woonwerkomgeving. Bij bestaande terreinen voeren we op het moment van revitalisering, intensivering of transformatie het gesprek met het zittende bedrijfsleven omtrent de passende milieucategorie op het betreffende terrein.
Regionale visie werklocaties
26
Raadsbesluit
4 CREËREN VAN RUIMTE De regio maakt slim gebruik van wat schaars is: ruimte. Intensiveren draagt bij aan het creëren van meer ruimte voor bedrijvigheid. In de programmeringsafspraken geven we prioriteit aan het creëren van ruimte op bestaande terreinen én zorgen we dat nieuwe terreinen tijdig worden voorbereid.
Visie op creëren van ruimte De beschikbare ruimte in de MRE toont een neerwaartse trend en is niet toereikend voor prognoses van de provincie. Hierbij plaatsen we de voetnoot dat deze prognoses de totale vraag weergeven en niet enkel de vraag binnen het economisch profiel. De prognose van de provincie toont tot 2030 een ruimtevraag van 242 tot 376 hectare. De provincie vraagt de regio in ieder geval uit te gaan van het lage scenario tot 242 ha en daarnaast rekening te houden met de ruimtevraag die na 2030 wordt voorzien. In de programmeringsafspraken geven we prioriteit aan het creëren van ruimte op bestaand terrein én zorgen we dat nieuwe terreinen tijdig kunnen worden voorbereid Ruimte is schaars. Daarom zet de regio in eerste instantie in op het creëren van ruimte op bestaande bedrijventerreinen en het creëren van schuifruimte¹. De eerste analyses wijzen erop dat er te weinig ruimte is om alle hectares op bestaande terreinen te laten landen. Er is om deze reden dus ook nieuwe ruimte nodig. De route naar nieuwe terreinen zullen we dan ook verkennen. We realiseren ons dat intensiveren en het realiseren van nieuwe terreinen een ander tijdspad vragen. We zorgen ervoor dat, mede gelet op de doorlooptijden, we hierop inspelen in de programmeringsafspraken zodat we tijdig kunnen starten met de planvoorbereiding.
Leidende principes komen voort uit de ontwikkelstrategie en bouwsteen 1 en 3 De leidende principes ten behoeve van het creëren van ruimte komen voort uit de leidende principes rondom ruimte en werklocaties in de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant en bouwsteen 1 en 3 van dit document. De beperkte ruimte die beschikbaar is zetten we in voor bedrijven die passen in het economisch profiel en het regionale ecosysteem. Deze bedrijven hebben behoefte aan een plek binnen een kwalitatief en kwantitatief passend werkmilieu. De leidende principes uit de Ontwikkelstrategie zijn: • We geven prioriteit aan het intensiveren, revitaliseren en het naar de huidige eisen aanpassen van bestaande bedrijventerreinen. Bovendien zijn er nieuwe terreinen nodig om de gewenste groei te kunnen faciliteren. We houden aandacht voor voldoende ruimte voor lokaal mkb omwille van leefbaarheid en benutten de hefboom van de groei van bedrijvigheid om deze opgave in te vullen. • We zetten nieuwe regionale bedrijventerreinen strategisch in voor de vestiging van nieuwe ‘stuwende bedrijven’ die het ecosysteem versterken, of het uitplaatsen van bedrijven die niet meer passen in stedelijke transformatiegebieden, of te intensiveren of revitaliseren bestaande bedrijventerreinen, en realiseren zodoende ‘schuifruimte’ voor bedrijven.
• We maken afspraken over hoe om te gaan met de schaarse ruimte, de beoogde transformatie van bedrijvenlocaties en met de inzet van regionale bedrijvenlocaties.
Regionale visie werklocaties
27
Raadsbesluit
Bronnen: ● IBIS, 2017-2022 ● Stec, Behoefteraming bedrijventerreinen Noord-Brabant, 2022
Leidende principes voor programmering • • •
• •
•
We zetten als MRE stevig in op het intensiveren van het ruimtegebruik op bestaande bedrijventerreinen. Daartoe zullen we een 'intensiverings-percentage' als ambitie opnemen; in de uitwerking bieden we maatwerk. We zetten in op het revitaliseren en naar de huidige eisen aanpassen van bestaande terreinen We gaan terughoudend om met transformatie van bedrijventerreinen naar wonen. Dit vraagt om een afweging over de meerwaarde van wonen en 'waardeverlies bedrijvigheid', én om het realiseren van een alternatieve locatie voor te hervestigen bedrijvigheid. We spannen ons in om nog onbenutte geprogrammeerde bedrijventerreinen alsnog aan het werkelijke aanbod toe te voegen; als dit niet mogelijk blijkt halen we deze uit de kortetermijnprogrammering. Op basis van de nadere analyse van de confrontatie van de toekomstige vraag en het beschikbare, werkelijke (harde en zachte) aanbod brengen we de behoefte aan nieuwe terreinen in beeld, zowel op niveau van de regio, de sub-regio’s als naar werkmilieus. We programmeren op basis daarvan nieuwe locaties of duiden voor de langere termijn na 2030 strategische ruimtelijke afwegingen.
We wegen hierbij zowel ruimtelijke als economische belangen af en zetten in op een evenwichtige economische ontwikkeling en ruimtelijke inrichting van de regio en de subregio’s waarbij ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit, identiteit en voldoende ruimte voor wonen, bereikbaarheid en natuur en landschap afwegingscriteria vormen. We zetten nieuwe regionale bedrijventerreinen strategisch in voor de vestiging van nieuwe ‘stuwende bedrijven’ die het ecosysteem versterken of het uitplaatsen van bedrijven die niet meer passen in stedelijke transformatiegebieden, of te intensiveren of revitaliseren bestaande bedrijventerreinen, en realiseren zodoende ‘schuifruimte’ voor bedrijven.
Regionale visie werklocaties
28
Raadsbesluit
•
We realiseren nieuwe lokale bedrijventerreinen alleen als er onvoldoende ruimte is op bestaande terreinen en zetten deze strategisch in (voor het accommoderen van nieuwvestiging of doorgroei van lokaal en regionaal mkb en het creëren van schuifruimte).
•
We hebben bij het realiseren van deze nieuwe terreinen aandacht voor bedrijven die behoefte hebben aan kleine kavels tot 5000 m2. We faciliteren voldoende ruimte voor bedrijvigheid in een hoge milieucategorie ten behoeve van circulaire activiteiten en infrastructuur Voormalig agrarische bedrijfslocaties (VAB’s) zien wij niet als mogelijkheid voor nieuwe bedrijventerreinen of vestiging van industriële bedrijven. Dat neemt niet weg dat op deze locaties nieuwe (bij de kwaliteiten van het (buiten)gebied) economische activiteiten gevestigd kunnen worden.
• •
5 TOEKOMSTBESTENDIGE WERKLOCATIES Werklocaties zijn toekomstbestendig. Het revitaliseren van bedrijventerrein draagt bij aan transitieopgaven energie, mobiliteit, klimaat en circulariteit.
Zo visualiseert de provincie het heden (links) en de toekomst (rechts) van bedrijventerreinen
Bron: Factsheet Grote Oogst, Provincie Noord-Brabant, 2023
Regionale visie werklocaties
29
Raadsbesluit
Vier transitieopgaven voor toekomstbestendige werklocaties: energie, mobiliteit, klimaat en circulariteit Werklocaties moeten niet alleen nu, maar ook in de toekomst een plek bieden aan bedrijvigheid binnen het economisch profiel. Nederland en de MRE staan voor verschillende grote uitdagingen. In deze bouwsteen focussen we ons op vier belangrijke uitdagingen in relatie tot werklocaties: energie, mobiliteit, klimaat en circulariteit. De intensivering en revitalisering van terreinen is een ingewikkelde klus, mede door het (tijdelijk) stilleggen of verhuizen van bedrijvigheid. Daarnaast is het ontbreken van een passende toekomstbestendige energie-infrastructuur op dit moment een beperkende factor bij de ontwikkeling van ruimte voor bedrijvigheid. Daarom is het van extra groot belang dat de vier transities integraal worden meegenomen om het terrein toekomstbestendig te maken. Daarbij leveren werklocaties ook een belangrijke bijdrage aan deze transities. Energie