Quickscan V1 - Ridder van Dinterstraat 20, Luyksgestel
Tekst van het document
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING RIDDER VAN DINTERSTRAAT 20 TE LUYKSGESTEL
Colofon Quickscan soortenbescherming Projectnummer: E.00005857 Versie: 1 Datum: 2 mei 2024
Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Bedrijfsontwikkeling Exlan Waalkade 33 5347 KR Oss
Postbus 300 5340 AH Oss
Locatie Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Contactpersoon AvZ T: 088 – 488 2929 F: 088 – 488 2102 Email: exlanadvies@agrifirm.com Uitvoerders AvZ KvL Collegiale check AvZ
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN.
2 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Inhoudsopgave Quickscan soortenbescherming INLEIDING
4
HOOFDSTUK 1 TOETSINGSKADER
7
HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN
11
HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE
35
LITERATUUR
36
WAARNEMINGEN EFFECTEN INDICATOR SOORTEN PLAN PROJECTLOCATIE RAPPORT BESCHERMDE SOORTENINDICATOR (BESI)
37 40 42 43
3 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
7
11
35
Inleiding Planbeschrijving Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Ridder van Dinterstraat 20 te Luyksgestel. De plannen omvatten bouwen van een nieuwe woning in de achtertuin. Hiervoor zal een garage met overkapping gesloopt worden en een Acacia gekapt worden. Mogelijk dat ook een kastanjeboom verwijderd moet worden. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Omgevingswet, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing worden verkregen. De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Tevens worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. Plangebied Het plangebied ligt in de plaats Luyksgestel in de gemeente Bergeijk. Het plangebied bevindt zich binnen de verkeerskundige en stedenbouwkundige bebouwde kom van Luyksgestel.
Afbeelding 1: luchtfoto plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart, geraadpleegd op 01/05/2024)
4 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 2: luchtfoto detail plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart, geraadpleegd op 01/05/2024)
Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van bronnenonderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voor kunnen komen waaraan extra aandacht geschonken dient te worden tijdens het terreinbezoek. Na het bronnenonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is, op basis van de gegevens van het literatuuronderzoek, beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en daarmee welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Omgevingswet.
5 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Op woensdag 1 mei 2024 is de locatie tussen 09:30 en 10:45 uur ter plaatse geïnventariseerd, om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie was het 18 graden Celsius en zonnig. Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten. Doelstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de sloop-, rooi- en bouwwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en komt daarmee de staat van instandhouding in gevaar? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?
6 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Hoofdstuk 1
1 Toetsingskader Omgevingswet De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen door de Wet natuurbescherming. En per 1 januari 2024 zijn deze allen opgenomen in de Omgevingswet. De uitvoering van deze nieuwe wet is grotendeels in handen Gedeputeerde Staten van de provincies.
1.1
Gebiedsbescherming De Omgevingswet noemt bekende maar ook enkele nieuwe soorten natuurgebieden die bescherming behoeven: de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen, bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Bij ontwikkelingen met name in het buitengebied moet rekening worden gehouden met het al dan niet van toepassing zijn van de beschermingsregimes van deze natuurgebieden. Ieder gebied kent een eigen beschermingsregime dat afzonderlijk gewogen dient te worden in relatie tot plannen, projecten en andere handelingen met mogelijk nadelige effecten voor de beschermde natuurwaarden. Natura 2000-gebieden De bekendste natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden, zij kennen tevens het meest strikte beschermingsregime. De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000-gebied aangewezen. Daarnaast kent Nederland ook ‘bijzonder nationaal natuurgebied’. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald die betrekking kunnen hebben op de bescherming van specifieke flora en fauna alsook leefgebieden van soorten. Alle projecten en handelingen binnen of buiten de gebiedsgrenzen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen.
Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst. In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn belast met de taak een dergelijk netwerk tot stand te laten te komen en in stand te laten. De uitvoering hiervan is hoofdzakelijk gestuurd vanuit de ruimtelijke ordening (provinciale verordeningen). Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “ja-mits”- benadering. Overige gebieden Naast de bovengenoemde gebieden kunnen gebieden aangewezen worden als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’, ‘bijzondere provinciale landschappen’ of ‘nationaal park’. De bescherming van deze gebieden vindt net als bij het NNN plaats via het ruimtelijk spoor. Daarnaast kan een gebied aangewezen worden als ‘bijzonder nationaal gebied’, een soort voorloper van de aanwijzing als Natura 2000-gebied. De bescherming van deze gebieden stemt dan ook overeen met de bescherming van Natura 2000-gebieden.
7 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
1.2
Soortenbescherming De Omgevingswet verbiedt het om zonder omgevingsvergunning voor de activiteit flora en fauna, activiteiten te verrichten. In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wordt het beschermingsregime geregeld van alle van nature in Nederland in het wild voorkomende dieren en planten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten beschermingsregimes: 1) Beschermingsregime soorten vogelrichtlijn (paragraaf 11.2.2) 2) Beschermingsregime soorten habitatrichtlijn (paragraaf 11.2.3) 3) Beschermingsregime ander soorten (paragraaf 11.2.4) Daarnaast zijn er vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. Vogelrichtlijn Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Het is verboden om: Opzettelijk vogels te doden of te vangen; Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en – eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I (planten) en II (diersoorten) van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn.
In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Wat betreft deze soorten is het verboden om: Opzettelijk dieren te doden of te vangen; Opzettelijk dieren te verstoren; Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ook is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te koop of te ruil aan te bieden, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. Het beschermingsniveau van deze soorten kan per provincie verschillen. Het is verboden om: 1) Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2) Vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren te beschadigen of te vernielen; 3) Opzettelijk (vaat)planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten.
Vrijgestelde soorten De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook vallen de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en sommige exoten niet onder beschermingsregime van de Omgevingswet en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden. Daarnaast geldt, zoals hierboven reeds aangegeven, dat provincies de bevoegdheid hebben vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten.
8 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Jaarrond beschermde vogelnesten De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit artikel 11.42 van het Bal en is opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. De nesten zijn ingedeeld in categorieën (1 t/m 5) waarvan de categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn. Nesten in categorie 5 zijn enkel beschermd bij afwezigheid van voldoende alternatieven. 1) Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats 2) Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3) Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4) Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
5) Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
1.3
Houtopstanden Afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gaat over het vellen van houtopstanden en het herplanten van grond na het vellen van houtopstanden. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. Buiten de bescherming vallen: Houtopstanden binnen de ‘bebouwingscontour houtkap’. Dit bebouwingscontour dient door de gemeenteraad vastgesteld te zijn in het omgevingsplan; houtopstanden op erven of in tuinen; bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten zijn geteeld; houtopstanden die windschermen om boomgaarden vormen naaldbomen die duidelijk bedoeld zijn als kerstbomen én niet ouder zijn dan 20 jaar; kweekgoed; populieren of wilgen van: o wegbeplantingen o beplantingen langs waterwegen, of o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden het dunnen van een houtopstand om de groei van de overblijvende houtopstand te bevorderen. Bijvoorbeeld als onderdeel van het reguliere onderhoud van de houtopstand; beplantingen die bestaan uit populieren, wilgen, essen of elzen en duidelijk bedoeld zijn voor de productie van houtige biomassa onder de volgende voorwaarden: o Het oogsten vindt minstens 1 keer per 10 jaar plaats. o De beplantingen bestaan uit minstens 10.000 stoven per ha per beplantingseenheid.
o Een beplantingseenheid moet bestaan uit aaneengesloten beplanting zonder doorsnijding door meer dan 2 m brede onbeplante stroken. o De beplantingen zijn aangelegd na 1 januari 2013. houtopstanden met een oppervlakte van minder dan 10 are. Het gaat hier om de oppervlakte van de totale houtopstand dus niet alleen van het te vellen deel;
9 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
houtopstanden die bestaan uit een rijbeplanting van maximaal 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen). Het gaat hier om het aantal bomen in rijbeplanting van de totale houtopstand dus niet alleen het aantal te vellen bomen.
Naast de Omgevingswet kan ook een gemeente beperkingen opleggen ten aanzien van het kappen van bomen. Er is dan een omgevingsvergunning nodig voor het kappen van bomen op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). Tenslotte kan ook in een provinciale verordening een kapverbod opgelegd worden. Indien hier sprake van is, moet er bij de provincie een ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst. In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan.
10 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Hoofdstuk 2
2 Onderzoeksresultaten 2.1
Bronnenonderzoek Gegevens van websites als www.waarneming.nl en de verspreidingsatlas van de NDFF zijn geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het veldonderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden. Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied “Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux”. Het Habitatrichtlijnengebied is gelegen op een afstand van 3,2km ten noordoosten van de projectlocatie. De Keersop maakt ook onderdeel uit van dit Natura2000 gebied. Deze waterloop stroomt in noordelijke richting door het aangrenzende Natuurnetwerk.
Ook ten noorden van de kern van Luyksgestel is een natuurnetwerk aanwezig in de vorm van een waterloop. Het gaat om de Zoeferloop. Deze waterloop stroomt in westelijke richting naar het bosgebied van de Postelsche heide, ten westen van de kern van Luyksgestel.
Afbeelding
3:
ligging
Natuurnetwerk
Nederland
en
(bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten, geraadpleegd op 01/05/2024)
11 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Natura
2000
Tenslotte is er ook aan de andere kant van de grens een Natura 2000-gebied aanwezig. Het gaat om de gebieden ‘Valleigebied van de Kleine Nete’ en ‘Hamonterheide, Hageven, Buitenheide, Stamprooierbroek en Mariahof’. De gebieden liggen op een afstand van resprectievelijk 3,8; 2,3 en 5,5 km van de projectlocatie.
Afbeelding 4: ligging Natura 2000-gebieden in België (bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten, geraadpleegd op 01/05/2024)
Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd. Ongeveer 90% van het Natuurnetwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden zoals bijvoorbeeld de Biesbosch en de Maashorst. Maar het netwerk is nog niet compleet. Er ontbreken nog veel gebieden en verbindingen die belangrijk zijn voor dieren en planten. Vanwege de klimaatverandering veranderen hun leefomstandigheden en wordt dat nog urgenter. Zij moeten zich kunnen verplaatsen om genoeg voedsel te kunnen blijven vinden en zich voort te planten. Maar het Natuurnetwerk is er niet alleen voor planten en dieren, maar ook voor mensen. Mensen genieten, recreëren en ontspannen in de natuur en voelen zich gelukkiger. Natuur schept kansen voor ondernemers die natuur en hun bedrijf willen combineren en helpt tegen de gevolgen van klimaatverandering. Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “ja-mits”- benadering. Het project is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland en dus kan geconcludeerd worden dat het project geen gevolgen heeft voor het Natuurnetwerk.
2.2
Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Er is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogelnesten. De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur. 12 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 5: Achtertuin Ridder van Dinterstraat 20
Afbeelding 6: te slopen garage met rechts een paardenkastanje
13 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 7: paardenkastanje in de tuin, daarachter de projectlocatie
14 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 8: Aansluiting dak garage met dak overkapping aan woonhuis
15 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 9: onderzijde dakgoot van de garage
16 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 10: Topgevel garage, kantpannen tegen gladde betimmering
17 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 11: dakaansluiting bij dakgoot
18 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 12: Overkapping aan garage
19 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 13: Houthok tegen achtergevel garage
20 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 14: voorgevel garage
21 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 15: Aansluiting garagedeur in metselwerk, strak aangewerkt
22 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 16: Onderzijde overkapping naast de garage
23 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 17: binnenzijde garage
24 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 18: Onderzijde dak van de garage
25 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 19: Kippen in de achtertuin, linksboven de te rooien Acacia
26 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 20: te rooien Acacia
27 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 21: te rooien groenstrook, projectlocatie
Afbeelding 22: Dakrand te slopen garage
28 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Afbeelding 23: Te rooien Acacia
Flora algemeen Bij de planlocatie zijn geen bijzondere beplantingen aangetroffen. Er is tevens gelet op de aanwezigheid van (beschermde) muurvegetatie. In de te rooien groenstrook staat een Acacia. Dit is geen inheemse soort. Verder staat hier opslag van hulst, beuk, dwergmispel, lijsterbes en hazelaar. Ook groeit hier stinkende Gouwe. In de achtertuin van de Ridder van Dinterstraat 20 staat een paardenkastanje. De perceelsgranzen van de projectlocatie bestaan uit conifeer en hedera. De tuin is ingericht met een kippenren waarin groenblijvende heesters staan. Verder staan er in de tuin enkele vruchtdragende planen en heesters.
29 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Grondgebonden zoogdieren Specifiek wordt bekeken of binnen de betreffende inrichting verwacht kan worden of er streng beschermde zoogdieren; steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, eekhoorn, bever en das kunnen worden aangetroffen. Door de aanwezigheid van (verwilderde) katten van diverse buren is dit geen interessante locatie voor grondgebonden zoogdieren. Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters enorm veel sporen achter. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort. De overkapping is tamelijk netjes opgeruimd. Kleine marterachtigen De onderzoekslocatie biedt geen geschikte verblijflocaties voor de hermelijn, wezel en bunzing. De soorten maken gebruik van oude holen van onder andere mollen en muizen, maar ook houtwallen, steenhopen en ruimtes onder boomwortels. Daarnaast komen deze kleine marterachtingen doorgaans niet in de bewoonde omgeving. Zij verblijven hoofdzakelijk in het buitengebied, ver van de bewoonde omgeving.
Desbetreffende soorten hebben binnen hun territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen marters of sporen van marters aangetroffen op de onderzoekslocatie. Echter, dit betekent niet dat het gebied niet potentieel in gebruik is door de hermelijn, wezel en/of bunzing als migratieroute. Gezien de onderzoekslocatie kleiner is dan één hectare kan gesteld worden dat deze geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied van een van genoemde soorten (Bouwens 2017). Indien bij sloop/herinrichting van het gebied groenstructuren rond het perceel behouden blijven, is er geen sprake van een negatief effect op genoemde soorten.
Hermelijn
Wezel
Bunzing
Eekhoorn Hoewel de eekhoorn doorgaans de voorkeur heeft voor verblijfplaatsen in een oud, dicht bos met een diversiteit aan bomen, kan een eekhoorn best verblijven in de omgeving van de projectlocatie. Er staan enkele grote, oude bomen voor het huis aan de Ridder van Dinterstraat 20. Echter zijn de bomen op de projectlocatie zelf te klein om als verblijfplaats voor eekhoorns te dienen. Daarnaast zijn er geen nesten aangetroffen in de betreffende bomen. Een negatief effect als gevolg van de werkzaamheden is uitgesloten. Bever Voor de bever is op de onderzoekslocatie geen geschikt habitat aanwezig door de afwezigheid van water. Vaste rust- en verblijfplaatsen van de bever kunnen worden uitgesloten. Das Tijdens het veldbezoek zijn op de onderzoekslocatie en de directe omgeving geen loop- of eetsporen, latrines en/of wissels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van de onderzoekslocatie door de das. Dassen zullen eerder hun leefgebied hebben in de nabijgelegen natuurgebieden en de aansluitende weilanden. Verstoring ten aanzien van de das als gevolg van de voorgenomen ingreep is niet aan de orde.
30 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld. Vleermuizen Het plangebied is zeer nauwkeurig beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing als verblijfplaats voor deze dieren: aanwezigheid van spouwgaten en andere openingen in muren en daken, vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten bij gevelopeningen. Verblijfsruimte voor vleermuizen hebben specifieke voorwaarden zoals een stabiele temperatuur en het tochtvrij zijn. Bij vleermuizen worden vier verblijfplaatsen onderscheiden; winterverblijven, zomerverblijven, kraamverblijven en paarverblijven. Aan de winterverblijven worden de hoogste eisen gesteld, daarna de kraamverblijven, dan de zomerverblijven en tenslotte de paarverblijven, waarbij de vleermuizen een zeer korte tijd op een bepaalde locatie kunnen verblijven. In de gevels van de garage zitten geen open stootvoegen. En de onderzijde van de dakranden is met glad plaatmateriaal afgewerkt waardoor geen naden aanwezig zijn. En aan het gladde materiaal kan geen vleermuis blijven hangen. Onder de overkappingen is geen dakbeschot aanwezig waarachter vleermuizen kunnen kruipen. Opvallend was, dat in de hele woonwijk nauwelijks huizen aanwezig zijn met open stootvoeten. En veel daken zijn voorzien van een verholen goot.
Dit zijn geen geschikte invliegopeningen voor vleermuizen. Het vermoeden bestaat dan ook dat er in deze woonwijk bijzonder weinig vleermuizen wonen. Er zijn in en om de te slopen garage geen sporen (vetstrepen, uitwerpselen, prooiresten) aangetroffen. Naast de onderzoekslocatie bevindt zich het woonhuis. Hoewel niet aannemelijk is dat er vleermuizen verblijven in het woonhuis (door het ontbreken van open stootvoegen, naden, kieren en de verholen dakgoot) zullen eventuele verblijfsplaatsen hierin geen hinder ondervinden van de werkzaamheden op de projectlocatie. Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal, gelet op de aanwezige habitat, gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen. In de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig in de vorm van bomenrijen en bosranden. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen zoals houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfsplaatsen en foerageergebieden. De grote bomen voor de woning aan de Ridder van Dinterstraat 20 vormen met andere bomen een cirkel. Dit zou een vliegroute kunnen zijn.
De rij met hazelaars en de te rooien Acacia grenzen wel aan deze bomenrij, maar zullen geen onderdeel uitmaken van een essentiële vliegroute. Vogels Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen voor vogels. Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen de bebouwde kom kunnen dit zijn: huismus, steenuil, kerkuil, huiszwaluw en gierzwaluw
31 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Steenuil en kerkuil De kerkuil en steenuil hebben een voorkeur voor cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. Beide soorten broeden in gebouwen en gebruiken ook graag speciale nestkasten. Daarnaast worden door de steenuil ook wel boomholten gebruikt, mits er zich grote holten in bevinden. De te slopen garage met overkapping en de te rooien bomen zijn in zijn geheel gecontroleerd op de aanwezigheid van steen- en kerkuilen en is vooral gelet op de aanwezigheid van sporen; braakballen, veren en uitwerpselen. Er zijn geen (sporen van) steen- en kerkuilen waargenomen. Er is geen sprake van een afname van belangrijk foerageergebied.
Steenuil
Kerkuil
Huismus Ook voor de huismus, die veel te vinden is in de bebouwde omgeving, is het nest jaarrond beschermd. Er zijn wel huismussen gehoord bij de woningen aan de andere zijde van de straat en in de groenstrook. Ze komen op het kippenvoer af dat op de projectlocatie aanwezig is. Er zijn geen nesten van huismussen aangetroffen. Alle dakpannen liggen strak op het dak (pannen zijn in 2016 nog vervangen), nergens komen takjes uit dakaansluitingen die duiden op de aanwezigheid van nesten. Huiszwaluw en gierzwaluw De huiszwaluw maakt een moddernest onder witte overstekken, aan de buitenkant van een gebouw. Het zijn hele sociale dieren. Huiszwaluwen broeden vaak in kolonies van grote aantallen nesten (soms wel meer dan 100). De te slopen garage is niet voorzien van een overstek. Daarnaast vallen deze nesten erg op. Er zijn geen zwaluwnesten aangetroffen tijdens het veldonderzoek. De gierzwaluw kan ook aangetroffen in gebouwen en deze verblijfplaatsen zijn beschermd. De Gierzwaluw heeft sterk de voorkeur voor hoge (oude) gebouwen in de oude kern van dorpen en steden. Ze bouwen hun nesten achter spleten en gaten. Een groot deel van hun leven bevinden ze zich in de lucht. Tijdens de broedtijd zitten ze op hun nesten. Voor hun nestgelegenheid zijn gierzwaluwen afhankelijk van beschikbaarheid van gebouwen met geschikte holtes.
De openingen in de bebouwing moet vrij zijn van versperringen, zodat er een invliegroute mogelijk is. Bovendien gebruiken gierzwaluwen hoogte om zich te laten vallen en zo snelheid te maken waardoor ze bij het wegvliegen minder gemakkelijk gegrepen kunnen worden door roofvogels. De openingen dienen derhalve op minimaal 2,5 meter of hoger te zitten. Aan deze voorwaarden voldoet de te slopen garage niet. Daarnaast zijn er geen sporen van gierzwaluwen waargenomen. Er valt te denken aan ontlasting tegen gevel of op dakpannen. Ook zijn er geen gierzwaluwen gehoord.
32 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Gierzwaluw
Huiszwaluw
Overige broedvogels De beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals de merel en winterkoning. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Er zijn geen nesten van overige broedvogels aangetroffen in de te slopen bebouwing. Er zijn vogels gezien en gehoord, namelijk:
Tabel 1: overzicht waargenomen vogels
Soort Koolmees Pimpelmees Huismus Holenduif (3stuks overvliegend vanuit de bomen voor de deur) Tjiftjaf Merel Kauw (op het dak van de woning aan de Prins van Luikstraat 89) Winterkoning Vink Roek (in de grote bomen voor de deur) Turkse tortel
Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn tijdens het terreinbezoek geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen op de projectlocatie. We zijn er kikkers uit het groene kikkercomplex gehoord in een vijver van de buren op nummer 18. Voor de in Nederland voorkomende reptielsoorten zoals de hazelworm, de levendbarende hagedis en ringslang biedt de onderzoekslocatie geen geschikt habitat. Deze soorten worden vrijwel alleen aangetroffen in specifieke natuurgebieden. Dit geldt ook voor de specifieke beschermende amfibieënsoorten die veel eisen stellen aan zijn habitat; alpenwatersalamander, heikikker, vinpootsalamander, poelkikker en rugstreeppad. Deze zijn allen uit te sluiten omdat de betreffende locatie geen goed habitat biedt voor deze soorten door het ontbreken van voldoende oppervlaktewater. Daarnaast migreren deze soorten niet ver van hun voortplantingsplaat. De onderzoekslocatie vormt wel een geschikt habitat voor algemene amfibieënsoorten als de bruine kikker en de gewone pad. Op de onderzoekslocatie kunnen deze soorten beschutting
33 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
vinden tussen de begroeiing en onder takken- of stenenhopen. Voor algemene amfibieënsoorten geldt in het kader van de Omgevingswet een vrijstelling, zodat een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is. Het is echter wel zaak om aandacht te schenken aan de zorgplicht. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater op de onderzoekslocatie kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Overige Van de overige soortgroepen, zoals dagvlinders, insecten en libellen, kan worden aangenomen dat deze soorten gedurende het jaar in het plangebied aanwezig kunnen zijn of dit gebied in de migratieroute hebben liggen. Afhankelijk van het seizoen zijn mogelijk algemene soorten te vinden op/of binnen de planlocatie. Specifieke beschermende soorten zijn voornamelijk afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke biotopen. Binnen het plangebied is een dergelijk biotoop niet aanwezig.
2.3
Effecten van de ingreep De effecten op beschermde soorten zijn onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. Flora algemeen Er is geen bijzondere flora aangetroffen binnen het plangebied, negatieve effecten zijn uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Verstoring van algemene zoogdieren vindt mogelijk plaats. De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als de egel, konijn en diverse muissoorten. De verblijfsplaatsen van deze soorten worden door de voorgenomen ingreep echter niet aangetast. Verblijfplaatsen van beschermde zoogdiersoorten zijn ter plaatse niet aangetroffen. Vleermuizen Er zijn geen sporen van vleermuizen aangetroffen waaruit blijkt dat de gebouwen als verblijfplaats worden gebruikt. Nader onderzoek in het kader van de soortenbescherming is niet noodzakelijk. Vogels Door de voorgenomen ingreep worden geen vogels en jaarrond beschermde nesten aangetast. Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn geen reptielen, amfibieën en/of vissen instandhoudingsdoelstellingen komen niet in het gedrang.
waargenomen.
De
Overige Omdat er geen geschikt biotoop is waargenomen voor overige beschermde soorten, zijn negatieve effecten uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
34 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Hoofdstuk 3
3 Conclusie en aanbevelingen Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren is gekomen vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden.
3.1
Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Omgevingswet, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Alle sloop- en rooiwerkzaamheden dienen bij voorkeur verricht te worden buiten het broedseizoen (15 maart t/m 15 juli).
Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De specifieke zorgplicht (artikel 11.27 Bal) blijft onverminderd van toepassing.
35 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Literatuur
Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, van, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV, Utrecht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Provinciale Verordening (Wet) natuurbescherming Hollander, H., & Geest, van der, P., 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming, Utrecht. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en milieu, 2004. Nota Ruimte. De Nederlandse libellen, Nederlandse Fauna, deel 4 Nationaal historisch museum, KNNV uitgeverij (2002) Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ) Vleermuizen en planologie, Zoogdiervereniging (2010) Omgevingswet
www.waarneming.nl www.synbiosys.alterra.nl www.atlasleefomgeving.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.google.nl www.floron.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.natura2000.nl www.ecologica.eu
36 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Bijlage
1 Waarnemingen
37 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
38 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
39 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Bijlage
2 Effecten indicator soorten
40 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
41 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Bijlage
3 Plan projectlocatie
42 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Bijlage
4 Rapport
Beschermde
SoortenIndicator
(BeSI)
43 Quickscan Soortenbescherming – Ridder van Dinterstraat 20 Luyksgestel
Aanvraagdatum : 02-05-2024 Rapportnummer : 76745 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Op 02-05-2024 heeft u de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) geraadpleegd. Dit rapport geeft u inzicht in mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde plant- en diersoorten op de door u aangegeven locatie.
Werkzaamheid De werkzaamheid die u heeft aangegeven uit te willen voeren is: Nieuw gebouw bouwen
Locatie De locatie waar u deze werkzaamheid uit wil voeren, heeft u als volgt aangegeven:
Locatie : 150,820.70 /366,815.80
Oppervlakte : 1488
m2
De beschermde plant- en diersoorten die mogelijk nadelige effecten ondervinden van de uit te voeren werkzaamheid op de door u aangegeven locatie worden hieronder beschreven, inclusief een advies over hoe u met de soort rekening kunt houden. Bij iedere soort wordt vermeld of het een 1) vogel, 2) een zoogdier, 3) een andere diersoort dan vogel of zoogdier of 4) een plant is. Het BeSI-rapport heeft een signalerende functie. Informatie over de mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid krijgt u door de Vergunningcheck te doen. Dit rapport kunt u daarbij gebruiken om de vragen over natuur te beantwoorden. In de bijlage van het rapport worden de genoemde soorten uitgesplitst naar beschermingsregels. 1
Aanvraagdatum : 02-05-2024 Rapportnummer : 76745 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Antwoorden op vragen uit de Vergunningcheck Welke beschermde dieren en/of planten kunnen aanwezig zijn op de locatie van uw werkzaamheid? Vogels
Ja
Zoogdieren
Ja
Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren
Ja
Planten
Nee
Zie de volgende pagina's voor meer informatie over de leefgebieden van deze wettelijk beschermde dieren en planten en een advies over hoe u met deze soorten rekening kunt houden.
Vogels Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest het hele jaar beschermd is?
Ja
Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest alleen tijdens het broedseizoen beschermd is?
Nee
Lees altijd de adviezen van de mogelijk aanwezige vogelsoorten. Sommige provincies hebben voor bepaalde soorten uitzonderingen.
Zoogdieren Kies alle zoogdieren die aanwezig kunnen zijn op de locatie van uw werkzaamheid. Vleermuizen
Ja
Eekhoorns
Nee
Steenmarters
Nee
Andere marterachtige dan steenmarters
Nee
Andere zoogdieren
Nee
2
Aanvraagdatum : 02-05-2024 Rapportnummer : 76745 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Soorten en adviezen Vogels Huismus Beschrijving leefgebied: De huismus is een vogel en komt vooral voor in een bebouwde omgeving. De huismus leeft vooral in groenblijvende struiken (bij voorkeur met stekels), loofbomen en klimplanten. De huismus broedt in gebouwen, bijvoorbeeld onder dakpannen. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in het broedseizoen; de periode wanneer het nest wordt gebouwd of wanneer eieren en/of jongen aanwezig zijn. Deze periode loopt voor de huismus van maart t/m augustus. De huismus is zeer honkvast en is het hele jaar rondom het nest aanwezig. Daarom zijn nesten jaarrond beschermd. Haal nesten van de huismus nooit weg. Houd daarnaast bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de huismus. Bijvoorbeeld door struiken of klimplanten rondom de nesten te laten staan. Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12.
Zoogdieren Boombewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Boombewonende vleermuizen leven in bossen, bosranden, lanen en parken. Ze verblijven daar in boomholtes, in scheuren in bomen en ruimten achter bast. Voorbeelden zijn de rosse vleermuis en de watervleermuis. Advies voor deze soort: De holtes en spleten waar boombewonende vleermuizen in leven zijn beschermd. Laat daarom in het leefgebied van boombewonende vleermuizen bomen staan. Hetzelfde geldt voor bossen, bosranden, lanen en parken omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voorkom daarnaast het verlichten van de bomen en het leefgebied. Raadpleeg voor meer informatie over de rosse vleermuis en de watervleermuis de kennisdocumenten op de website van BIJ12. Gebouwbewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Gebouwbewonende vleermuizen leven in alle typen landschappen. Deze vleermuizen verblijven in gebouwen, onder andere achter betimmering en daklijsten, in spouwmuren, of onder dakpannen. Advies voor deze soort: De spleten en andere openingen in gebouwen waar gebouwbewonende vleermuizen in leven zijn beschermd. Voorkom daarom het dichtmaken van invliegopeningen en holle ruimtes in muren en daken. Laat bomenrijen en bosjes staan en behoud water omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voorkom het verlichten van gevels waarin de invliegopeningen zitten.
Raadpleeg voor meer informatie over de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis de kennisdocumenten op de website van BIJ12. Kijk voor meer informatie over natuurvriendelijk isoleren op natuurvriendelijkisoleren.nl. 3
Aanvraagdatum : 02-05-2024 Rapportnummer : 76745 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren Alpenwatersalamander Beschrijving leefgebied: De alpenwatersalamander is een amfibie en leeft onder andere in bospoelen, vennen, sloten en tuinvijvers. De winterslaap begint ongeveer half oktober en eindigt rond eind februari. De meeste alpenwatersalamander overwinteren op het land. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in de voortplantingsperiode (water) en tijdens de winterrust (land). Voor alpenwatersalamanders betekent dit dat werkzaamheden in en nabij het water het beste kunnen worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus tot en met 15 oktober. Werkzaamheden op het land worden bij voorkeur niet tussen half oktober en eind februari uitgevoerd. Houd bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de alpenwatersalamander. Bijvoorbeeld door te zorgen voor houtstronken of houtstapels om onder te overwinteren. Bruine kikker Beschrijving leefgebied: De bruine kikker is een amfibie en leeft o.a. in sloten, poelen, vennen en tuin- en stadsvijvers. De soort leeft zowel in het water maar vaker nog op het land. De bruine kikker heeft een voorkeur voor water waar weinig of geen vis zit. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling.
Niettemin geldt de zorgplicht; zorg daarom voor kleine oppervlaktewateren met weinig of geen vis zodat de larven van de bruine kikker niet worden opgegeten. Een deel van de dieren verblijft ook na de voortplanting in of bij het water. Laat daarom, ook in het kader van de zorgplicht, bij baggeren verwijderde modder en planten 24 uur op de oevers liggen zodat de bruine kikkers eruit kunnen kruipen. Gewone pad Beschrijving leefgebied: De gewone pad is een amfibie en plant zich voort in poelen, vijvers, vennen, sloten en weteringen en zwak stromende beken. De gewone pad leeft buiten de voortplantingstijd (maart) vooral op het land. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg daarom voor poelen, vijvers en sloten waarin de gewone pad zich kan voortplanten. Voorkom sterfte op wegen door in de paartijd, als de padden trekken, schermen te plaatsen en/of wegen tijdelijk af te sluiten.
4
Aanvraagdatum : 02-05-2024 Rapportnummer : 76745 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Kleine watersalamander Beschrijving leefgebied: De kleine watersalamander is een amfibie en leeft in poelen, vennen, sloten, en tuin- en stadsvijvers. De kleine watersalamander overwintert in vorstvrije en ruimten zoals muizenholen, tussen boomwortels en in spleten in muren of hout. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg voor water en oevers met veel planten om te kunnen schuilen en stenen en houtstronken om onder te overwinteren. Kleine watersalamanders verblijven vanaf maart tot in de zomermaanden in het water. Laat daarom, ook in het kader van de zorgplicht, bij baggeren de verwijderde modder en planten 24 uur op de oevers liggen zodat de kleine salamanders eruit kunnen kruipen.
5
Aanvraagdatum : 02-05-2024 Rapportnummer : 76745 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Hoe BeSI is gerealiseerd wordt beschreven in de onderstaande twee documenten: 1. Kwaliteitsborging Beschermde SoortenIndicator 2. Toelichting kansenkaarten beschermde soorten Bekijk deze documenten.
Disclaimer: In de Omgevingswet is vastgelegd dat iedere Nederlander zorgdraagt voor levende dieren en planten en hun directe omgeving. Dit noemen we de zorgplicht voor natuur. De Beschermde SoortenIndicator (BeSI) helpt u om aan deze zorgplicht te voldoen. In principe houdt BeSI rekening met alle Vogelrichtlijn-, Habitatrichtlijn- en andere wettelijk beschermde soorten. Ook wordt rekening gehouden met Rode-lijst soorten met een status ‘Bedreigd’ of ‘Ernstig bedreigd’. De voorwaarde die hierbij altijd geldt, is dat het mogelijk moet zijn om te berekenen hoe groot de kans is dat een soort voorkomt (kansenkaart). BeSI houdt alleen rekening met beschermde en bedreigde planten en dieren. Mogelijk gelden er ook andere natuurbeschermingsregels. Indien u daar meer informatie over wilt, kijk dan op https://iplo.nl/thema/natuur/ Het BeSI-rapport heeft alleen een signalerende functie van de mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde en bedreigde planten en dieren op de door u aangegeven locatie. Het BeSI-rapport is dus geen bindend advies. Het BeSI-rapport geeft geen informatie over een mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid. Het geeft ook geen enkel oordeel over de inhoud of status van een vergunningsplichtig voorgenomen werkzaamheid. Raadpleeg hiervoor de vergunningcheck uit het Omgevingsloket.
Het BeSI-rapport wordt gemaakt op basis van de huidige beschikbare informatie over beschermde en bedreigde planten en dieren. Als u later dan drie maanden na het maken van het BeSI-rapport start met uw werkzaamheid, dan wordt geadviseerd een nieuw actueel rapport te maken. Bewaar het door u gemaakte BeSI-rapport goed. Het kan zijn dat ernaar wordt gevraagd, bijvoorbeeld door de gemeente waar u de werkzaamheid uitvoert.
6
Aanvraagdatum : 02-05-2024 Rapportnummer : 76745 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Soorten uitgesplitst naar beschermingsregels Vogelrichtlijn Huismus - Passer domesticus - Kansenkaart versienummer 1
29-11-2022
Habitatrichtlijn Boombewonende vleermuizen - Boombewonende vleermuizen - Kansenkaart versienummer 1 24-03-2023 Gebouwbewonende vleermuizen - Gebouwbewonende vleermuizen - Kansenkaart versienummer 1 24-03-2023 Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten Alpenwatersalamander - Ichthyosaura alpestris - Kansenkaart versienummer 1 02-12-2022 Bruine kikker - Rana temporaria - Kansenkaart versienummer 1 28-11-2022 Gewone pad - Bufo bufo - Kansenkaart versienummer 1 28-11-2022 Kleine watersalamander - Lissotriton vulgaris - Kansenkaart versienummer 1 28-11-2022
7
Aanvraagdatum : 02-05-2024 Rapportnummer : 76750 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Op 02-05-2024 heeft u de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) geraadpleegd. Dit rapport geeft u inzicht in mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde plant- en diersoorten op de door u aangegeven locatie.
Werkzaamheid De werkzaamheid die u heeft aangegeven uit te willen voeren is: Boom of beplanting onderhouden of weghalen
Locatie De locatie waar u deze werkzaamheid uit wil voeren, heeft u als volgt aangegeven:
Locatie : 150,820.70 /366,815.80
Oppervlakte : 1488
m2
De beschermde plant- en diersoorten die mogelijk nadelige effecten ondervinden van de uit te voeren werkzaamheid op de door u aangegeven locatie worden hieronder beschreven, inclusief een advies over hoe u met de soort rekening kunt houden. Bij iedere soort wordt vermeld of het een 1) vogel, 2) een zoogdier, 3) een andere diersoort dan vogel of zoogdier of 4) een plant is. Het BeSI-rapport heeft een signalerende functie. Informatie over de mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid krijgt u door de Vergunningcheck te doen. Dit rapport kunt u daarbij gebruiken om de vragen over natuur te beantwoorden. In de bijlage van het rapport worden de genoemde soorten uitgesplitst naar beschermingsregels. 1
Aanvraagdatum : 02-05-2024 Rapportnummer : 76750 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Antwoorden op vragen uit de Vergunningcheck Welke beschermde dieren en/of planten kunnen aanwezig zijn op de locatie van uw werkzaamheid? Vogels
Ja
Zoogdieren
Ja
Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren
Ja
Planten
Nee
Zie de volgende pagina's voor meer informatie over de leefgebieden van deze wettelijk beschermde dieren en planten en een advies over hoe u met deze soorten rekening kunt houden.
Vogels Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest het hele jaar beschermd is?
Nee
Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest alleen tijdens het broedseizoen beschermd is?
Ja
Lees altijd de adviezen van de mogelijk aanwezige vogelsoorten. Sommige provincies hebben voor bepaalde soorten uitzonderingen.
Zoogdieren Kies alle zoogdieren die aanwezig kunnen zijn op de locatie van uw werkzaamheid. Vleermuizen
Ja
Eekhoorns
Nee
Steenmarters
Ja
Andere marterachtige dan steenmarters
Nee
Andere zoogdieren
Ja
2
Aanvraagdatum : 02-05-2024 Rapportnummer : 76750 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Soorten en adviezen Vogels Kauw Beschrijving leefgebied: De kauw is een vogel en leeft vooral in een bebouwde omgeving. Daarnaast in de kauw te vinden op akkers en kleinschalige weiden en in kleinere bossen. Kauwen broeden vooral in gebouwen (schoorstenen), maar ook in holle bomen. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in het broedseizoen; de periode wanneer het nest wordt gebouwd of wanneer eieren en/of jongen aanwezig zijn. Deze periode loopt voor de kauw van half maart tot begin juli. Koolmees Beschrijving leefgebied: De koolmees is een vogel en leeft in bossen, maar komt ook veel voor in dorpen en steden, bij houtsingels en houtwallen en bij gebouwen in het buitengebied. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in het broedseizoen; de periode wanneer het nest wordt gebouwd of wanneer eieren en/of jongen aanwezig zijn. Deze periode loopt voor de koolmees van half maart tot in juli. De koolmees broedt vaak op hetzelfde nest of in de directe omgeving. Daarom zijn nesten binnen het broedseizoen beschermd. Haal nesten buiten het broedseizoen alleen weg als in de omgeving voldoende geschikte plekken zijn om een nieuw nest te bouwen. Roodborst Beschrijving leefgebied: De roodborst is een vogel en leeft in struiken, struikgewas en bos. In de winter leeft de roodborst ook in stadstuinen.
Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in het broedseizoen; de periode wanneer het nest wordt gebouwd of wanneer eieren en/of jongen aanwezig zijn. Deze periode loopt voor de roodborst van half maart tot eind juli.
3
Aanvraagdatum : 02-05-2024 Rapportnummer : 76750 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Spreeuw Beschrijving leefgebied: De spreeuw is een vogel en zoekt zijn voedsel vooral in graslanden. De spreeuw broedt in holten van bomen en gebouwen in nestkastjes, enz.. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in het broedseizoen; de periode wanneer het nest wordt gebouwd of wanneer eieren en/of jongen aanwezig zijn. Deze periode loopt voor de spreeuw van eind maart tot begin juli. De spreeuw broedt vaak op hetzelfde nest of in de directe omgeving. Binnen het broedseizoen zijn nesten beschermd. Haal nesten buiten het broedseizoen alleen weg als in de omgeving voldoende geschikte plekken zijn om een nieuw nest te bouwen.
Zoogdieren Boombewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Boombewonende vleermuizen leven in bossen, bosranden, lanen en parken. Ze verblijven daar in boomholtes, in scheuren in bomen en ruimten achter bast. Voorbeelden zijn de rosse vleermuis en de watervleermuis. Advies voor deze soort: De holtes en spleten waar boombewonende vleermuizen in leven zijn beschermd. Laat daarom in het leefgebied van boombewonende vleermuizen bomen staan. Hetzelfde geldt voor bossen, bosranden, lanen en parken omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voorkom daarnaast het verlichten van de bomen en het leefgebied. Raadpleeg voor meer informatie over de rosse vleermuis en de watervleermuis de kennisdocumenten op de website van BIJ12. Egel Beschrijving leefgebied: De egel komt op veel plekken voor zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn. Voorbeelden van gebieden waar egels voorkomen zijn: tuinen, parken, struiken, houtwallen en loofbossen. Advies voor deze soort: Met uitzondering van Overijssel geldt voor de egel in alle provincies het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht. Houd daarom bij werkzaamheden rekening met het leefgebied van de egel, bijvoorbeeld door struiken aan te planten en bladerhopen te laten liggen zodat de egel zich kan verstoppen.
4
Aanvraagdatum : 02-05-2024 Rapportnummer : 76750 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Gebouwbewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Gebouwbewonende vleermuizen leven in alle typen landschappen. Deze vleermuizen verblijven in gebouwen, onder andere achter betimmering en daklijsten, in spouwmuren, of onder dakpannen. Advies voor deze soort: De spleten en andere openingen in gebouwen waar gebouwbewonende vleermuizen in leven zijn beschermd. Voorkom daarom het dichtmaken van invliegopeningen en holle ruimtes in muren en daken. Laat bomenrijen en bosjes staan en behoud water omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voorkom het verlichten van gevels waarin de invliegopeningen zitten. Raadpleeg voor meer informatie over de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis de kennisdocumenten op de website van BIJ12. Kijk voor meer informatie over natuurvriendelijk isoleren op natuurvriendelijkisoleren.nl. Steenmarter Beschrijving leefgebied: De steenmarter leeft in Nederland op verschillende soorten plekken, maar is vooral te vinden in de buurt van dorpen, boerderijen en (zelfs in) grote steden. De steenmarter is vooral ’s nachts actief. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in de kwetsbare periode. Voor de steenmarter is dit de periode dat de jongen worden geboren en bij de moeder blijven tot ze zelfstandig zijn. Deze periode loopt van maart tot en met juli.
In Friesland geldt voor de steenmarter het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In Limburg geldt deze vrijstelling van 15 augustus tot en met eind februari.
Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren Alpenwatersalamander Beschrijving leefgebied: De alpenwatersalamander is een amfibie en leeft onder andere in bospoelen, vennen, sloten en tuinvijvers. De winterslaap begint ongeveer half oktober en eindigt rond eind februari. De meeste alpenwatersalamander overwinteren op het land. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in de voortplantingsperiode (water) en tijdens de winterrust (land). Voor alpenwatersalamanders betekent dit dat werkzaamheden in en nabij het water het beste kunnen worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus tot en met 15 oktober. Werkzaamheden op het land worden bij voorkeur niet tussen half oktober en eind februari uitgevoerd. Houd bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de alpenwatersalamander. Bijvoorbeeld door te zorgen voor houtstronken of houtstapels om onder te overwinteren.
5
Aanvraagdatum : 02-05-2024 Rapportnummer : 76750 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Bruine kikker Beschrijving leefgebied: De bruine kikker is een amfibie en leeft o.a. in sloten, poelen, vennen en tuin- en stadsvijvers. De soort leeft zowel in het water maar vaker nog op het land. De bruine kikker heeft een voorkeur voor water waar weinig of geen vis zit. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg daarom voor kleine oppervlaktewateren met weinig of geen vis zodat de larven van de bruine kikker niet worden opgegeten. Een deel van de dieren verblijft ook na de voortplanting in of bij het water. Laat daarom, ook in het kader van de zorgplicht, bij baggeren verwijderde modder en planten 24 uur op de oevers liggen zodat de bruine kikkers eruit kunnen kruipen. Gewone pad Beschrijving leefgebied: De gewone pad is een amfibie en plant zich voort in poelen, vijvers, vennen, sloten en weteringen en zwak stromende beken. De gewone pad leeft buiten de voortplantingstijd (maart) vooral op het land. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg daarom voor poelen, vijvers en sloten waarin de gewone pad zich kan voortplanten. Voorkom sterfte op wegen door in de paartijd, als de padden trekken, schermen te plaatsen en/of wegen tijdelijk af te sluiten.