Projectplan DGZ-Z
Tekst van het document
Projectplan de Groene Zone Zonnepanelen
Inhoudsopgave 1.1 Inleiding ........................................................................................................................................................ 3 1.2 Voor wie is dit project ................................................................................................................................... 4 1.3 Samenwerking met DGZ-I ............................................................................................................................. 4 1.4 De looptijd van het project ............................................................................................................................ 4 1.5 De voordelen voor inwoners, VvE’s en particuliere verhuurders ................................................................... 4 1.6 De voordelen voor het bedrijfsleven ............................................................................................................. 5 1.7 De voordelen voor de Regio Zuidoost Brabant .............................................................................................. 5 1.8 Recente ontwikkelingen ................................................................................................................................ 5 2.
Ambitie ........................................................................................................................................................ 6 2.1 Kwalitatieve doelstelling ............................................................................................................................... 6 2.2 Doelen stellen................................................................................................................................................ 6 2.3 Doelgroep-ambitie per gemeente ................................................................................................................. 7 2.4 Kwantitatieve ambitie ................................................................................................................................... 7 3. Financiën ...................................................................................................................................................... 8 3.1 Algemeen ...................................................................................................................................................... 8 3.2 Voordelen ......................................................................................................................................................
8 3.3 Huiseigenaren met beperkte financiële middelen......................................................................................... 8 3.3 VvE’s .............................................................................................................................................................. 8 3.4 Geen geld van provincie lenen ...................................................................................................................... 8 3.5 Drempel: BKR-toets ....................................................................................................................................... 9 3.7 Kosten voor het project ................................................................................................................................. 9 4. Organisatie ................................................................................................................................................. 10 4.1 De projectorganisatie.................................................................................................................................. 10 4.2 Taakomschrijving ambtelijke werkgroep ..................................................................................................... 10 5.
Inkoop ........................................................................................................................................................ 11 6. Planning ..................................................................................................................................................... 12 7. Communicatie ............................................................................................................................................ 13 7.1 Algemene communicatie over het Zonnepanelenproject............................................................................ 13 7.2 Organisatie ................................................................................................................................................. 13 7.2 Gerichte communicatie richting doelgroepen ............................................................................................. 13 7.3 ‘Lessons Learned’ van DGZ 1.0 .................................................................................................................... 13 8. Processchema ............................................................................................................................................. 15
2
1. Algemeen 1.1 Inleiding Energietransitie De energietransitie voor eigenaren van woningen (ook in VvE’s) bestaat uit grofweg 4 stappen: • • • •
Besparen van energie, oftewel: de basis op orde hebben, middels gedragsverandering sturen op het minder gebruiken van energie en het isoleren van de woning; De woning aardgasvrij-ready maken, oftewel: voorbereid zijn op de overstap naar een duurzame warmtevoorziening; De woning/appartementencomplex aardgasvrij maken, oftewel: het overstappen naar verwarming op basis van een duurzame energiebron; Het opwekken van duurzame energie ten behoeve van voornamelijk eigen verbruik.
De gebouweigenaar heeft, naast het bijdragen aan een duurzamere leefomgeving en meer comfort, vooral behoefte aan een lagere energierekening, om op deze manier de vaste lasten zo laag mogelijk te houden. Gemeenten zoeken een manier hoe zij inwoners hierbij kunnen ondersteunen en faciliteren. Ervaringen van De Groene Zone 1.0 In de periode van 1 april 2019 tot 1 april 2022 werden door De Groene Zone 1.0 (vanaf nu: DGZ 1.0), een regionaal samenwerkingsproject tussen 12 MRE-gemeenten en een serviceprovider, circa 4.500 particuliere woningen door middel van een ontzorgingspropositie voorzien van zonnepanelen. Deelnemers van het project werden meteen eigenaar van de zonnepanelen en betaalden de voorinvestering in 15 jaar terug. Ze verdienden vanaf dag 1 geld op deze investering. Naast financieel voordeel bij de deelnemer, is een succesfactor van DGZ 1.0 dat de inwoners geheel zijn ontzorgd. De serviceprovider is hierin de ontzorgende partij voor zowel de gemeente als de inwoner. Bovendien is de gemeente als afzender en contractpartij een betrouwbare partij voor inwoners, wat een andere succesfactor is geweest voor het project. Binnen het project DGZ 1.0 zijn er 4.613 installaties aangelegd. Samen is dat goed voor circa 17.000.000k WH opwek per jaar, wat een besparing is van 6.400 ton CO2 per jaar.
De Groene Zone- Zonnepanelen Het succesvolle project DGZ 1.0, waarin inwoners werden ondersteund bij het kleinschalig opwekken van duurzame energie, wordt gebruikt als leidraad voor het beoogde vervolgproject: De Groene Zone 1.1 (vanaf nu: DGZ-Z). In dit project blijven we inzetten op ontzorging bij de aanschaf van zonnepanelen, met een focus op bepaalde doelgroepen. Veel particuliere woningeigenaren en VvE’s kunnen investeren in zonnepanelen (en andere verduurzamingsmaatregelen), maar geven aan dat zij stuiten op een aantal drempels waarvan het uitzoekwerk, de administratieve handelingen, de financiën en het zelf organiseren van het installatie en onderhoud de belangrijkste zijn. Deze belemmeringen worden in het DGZ-Z project weggenomen, er is sprake van volledige ontzorging op praktisch, organisatorisch en financieel gebied. Bovenal bieden we een heel aantrekkelijk ‘Zonnepanelen pakket’ aan.
3
1.2 Voor wie is dit project DGZ-Z is een vervolgproject op DGZ 1.0. We willen in dit project dan ook een focus leggen op een aantal doelgroepen: -
Particuliere woningeigenaren met beperkte financiële mogelijkheden; Particuliere woningverhuurders die het zelf organiseren ingewikkeld vinden en graag ontzorgd willen worden; Woningeigenaren binnen een Vereniging van Eigenaren (VvE), die graag inzetten op verduurzaming van hun woning maar dat in VvE-verband juridisch, financieel en operationeel moeten organiseren en daarvoor goed begeleid willen worden.
Naast bovenstaande doelgroepen kan iedereen met een kleine aansluiting (max 3x80A) deelnemen aan het project. Dit kunnen woningeigenaren zijn, maar ook kleine bedrijven of maatschappelijke instellingen. Met andere woorden: het project DGZ-Z staat voor iedereen met interesse open.
1.3 Samenwerking met DGZ-I Voor dit project zoeken we een nauwe samenwerking met DGZ-I(soleren). Het gezamenlijke doel waar we met de gemeenten aan werken is het verminderen van de energievraag. Voor sommige inwoners zal dit betekenen dat er prioriteit gegeven zal worden aan het isoleren van de woning om de grootste winst te behalen op het vlak van energiebesparing. Dit is ook wel bekend onder de naam Trias Energetica.
1.4 De looptijd van het project De doorlooptijd van DGZ-Z is (na vaststelling door de gemeenteraden) drie jaar, met de mogelijkheid om tweemaal met één jaar te verlengen. De startdatum van het project wordt waar mogelijk aangepast aan stabiele omstandigheden voor de inzet van zonnepanelen.
1.5 De voordelen voor inwoners, VvE’s en particuliere verhuurders De inwoner wordt ontzorgd van het begin (de aanvraag) tot het einde van het project (installeren PVinstallatie en ingebruikname en nazorg van de panelen), zodat een belangrijke deelnamedrempel voor de aanschaf van zonnepanelen wordt weggenomen. Het is bovendien belangrijk dat ook inwoners met beperkte financiële mogelijkheden in staat zijn aan DGZ-Z deel te nemen. Hiermee kunnen zij besparen op hun energiekosten en woonlasten, wat hen financiële en duurzame voordelen oplevert en energiearmoede tegengaat. Daarnaast wordt in de aanbesteding en de keuze voor de serviceprovider rekening gehouden met het leveren van garantie aan woningeigenaren. Voor de VvE’s is met name de juridische en operationele organisatie van zonnepanelen wat hen tegenhoudt. Door hen in deze organisatie te begeleiden worden daar drempels weggenomen. Voor de begeleiding van geïnteresseerde VvE’s kan er specifieke ondersteuning worden aangeboden, omdat het proces van interesse van een VvE in zonnepanelen tot en met de besluitvorming en implementatie langer duurt en met name meer juridische ondersteuning vraagt. Er zijn meerdere partijen die hiermee aan de slag zijn voor de VVE’s en hierin een rol zouden kunnen spelen.
Voor de particuliere verhuurder wordt zijn huis voorzien van een ‘duurzame upgrade’, waarmee het huis aantrekkelijker wordt voor potentiële huurders. De huurder betaalt minder voor de energierekening. Bovendien kan de verhuurder de investering doorberekenen in een (kleine) huurverhoging. We willen hiervoor verhuurders houden aan de richtlijn huurverhoging bij woningverbetering door de huurcommissie.
4
Bij DGZ-Z wordt (in tegenstelling tot DGZ 1.0) geen gebruik gemaakt van verkoop op afbetaling. In plaats daarvan wordt bij DGZ-Z gebruik gemaakt van de Energiebespaarlening van het Nationaal Warmtefonds. Over de financiële constructie en de overwegingen, leest u meer in hoofdstuk 3: Financiën.
1.6 De voordelen voor het bedrijfsleven Dit project omvat een redelijk investeringsvolume om woningen en appartementencomplexen te voorzien van zonnepanelen. Hoewel dat investeringsvolume zichzelf grotendeels terugverdient, blijft overeind dat dit project – vanwege de schaal en omvang – een kleine impuls kan geven aan de regionale werkgelegenheid. Bij de aanbestedingsprocedure wordt voorkeur gegeven aan een serviceprovider vanuit- of dicht bij de MRE-regio. Ook de woningscan, de uitvoering van de werkzaamheden en het klantcontact geschiedt bij voorkeur door regionale en lokale bedrijven. Dit betekent dat individuele werknemers zich moeten (blijven) ontwikkelen op het gebied van expertise en kennis. Ook is er een rol voor het bedrijfsleven weggelegd op het gebied van innovatie, bijvoorbeeld wat betreft de efficiëntie, circulariteit en esthetica van zonnepanelen. Gepoogd wordt om met dit project tevens een belangrijke “Spin-off” te geven voor zonnepanelen, net als met de voorgaande DGZ 1.0. Deze Spin-off realiseren we door de publiciteit en door het ervaren van de voordelen van de zonnepanelen door deelnemers.
1.7 De voordelen voor de Regio Zuidoost Brabant De Regio Zuidoost Brabant neemt met dit project het initiatief om het gebruik van zonne-energie op de daken van particuliere woningen te stimuleren en te faciliteren. Daarmee zetten de gemeenten een belangrijke stap in de realisatie van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord, de diverse gemeentelijke biedingen in de RES en het eigen gemeentelijke duurzaamheidsbeleid. Niet alleen deelnemers, maar ook gemeenten worden bovendien zo veel mogelijk ontzorgd in dit project. Hierdoor maken we maximale impact en beperken we de inspanningen voor gemeenten gedurende het project.
1.8 Recente ontwikkelingen -
Btw op zonnepanelen afgeschaft
De btw op zonnepanelen is vanaf 1 januari 2023 afgeschaft. De btw gaat omlaag van 21% naar 0%. Dit zogenoemde nultarief geldt alleen als de zonnepanelen worden geïnstalleerd op woningen of bijgebouwen van een woning, zoals een schuur. Particulieren hoeven de btw dan niet meer terug te vragen bij de Belastingdienst. -
Salderingsregeling voor zelfgeproduceerde elektriciteit
Zelfgeproduceerde elektriciteit mag u aan het elektriciteitsnet leveren. En wegstrepen tegen uw verbruik op een ander moment. Dit heet salderen. De salderingsregeling blijft voorlopig gelden. -
Terugleververgoeding
Door de grote toename van zonnepanelen en elektrische installaties en daarnaast onduidelijkheid over de salderingsregeling zijn er energieleveranciers die regelingen treffen om de balans op het energienet wat te herstellen. Zo kan het zijn dat de terugleververgoeding wordt verminderd of er dient een vergoeding betaald te worden om te mogen terugleveren.
5
-
Mogelijke impact netcongestie op eigen opwek elektriciteit in woonwijken
De energie-infrastructuur staat onder druk door de versnelling van de energietransitie. Tot nu toe zijn er geen structurele congestieproblemen bij kleinverbruikers (woningen & klein-mkb), maar met het snel uitrollen van zonnepanelen en de komst van laadinfra kan de druk op het lokale netwerk wel groter worden. Op lokaal laagspanningsniveau zien we dat we te maken hebben met spanningsklachten waardoor zonnepaneelinstallaties van mensen uitvallen. Hier is de spanning in de kabel het knelpunt en niet de capaciteit. Hierdoor is het soms niet mogelijk zonne-energie terug te leveren. -
Wet natuurbescherming
Wanneer er iets verandert aan een woning of deel van een woning (zoals het dak) kan de leefomgeving van kwetsbare dieren verstoord worden. Aangezien dit niet goed is voor de natuur en de biodiversiteit, is dit verboden volgens de Wet Natuurbescherming. Bij het plaatsen van zonnepanelen dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van beschermde vogelsoorten. We plannen de werkzaamheden dan ook vóór 1 april of na 1 augustus. Ook zorgen we dat er door de werkzaamheden geen nesten verwijderd worden(bron: milieucentraal.nl).
2. Ambitie 2.1 Kwalitatieve doelstelling Omdat de kwantitatieve doelstelling lastig vast te stellen is, is het voor dit project veel relevanter om een kwalitatieve doelstelling opstellen. De grootste focus in dit project ligt op mensen met minder financiële middelen. Het is voor een eerlijke energietransitie en het voorkomen van energiearmoede belangrijk om hen te bereiken en te laten zien dat zonnepanelen lonen. Elke PV-installatie die wordt gelegd binnen deze doelgroep, is een behaald doel voor het project DGZ-Z. “Het zo veel als mogelijk laten installeren van PV-installaties op daken van inwoners met een beperkte financiële middelen, particuliere verhuurders en VVE’s”.
2.2 Doelen stellen Zoals benoemd is DGZ-Z een vervolgproject op DGZ 1.0. Bij DGZ 1.0 zijn kwantitatieve doelstellingen gesteld. Men heeft op basis van het energieakkoord bepaald hoeveel PV-installaties geïnstalleerd moesten worden, en daarmee zijn de ambities voor DGZ 1.0 vastgesteld. Er zijn een aantal factoren van invloed op de te stellen ambitie voor DGZ-Z. Ten eerste zijn de markten beleidsomstandigheden anders dan in 2017. Zo zijn er in veel gemeenten sinds DGZ 1.0 of sinds 2017 al veel zonnepanelen gelegd. Ten tweede werken we bij DGZ-Z met een totaal andere doelgroep: in plaats van een brede aanpak en benadering zoals bij DGZ 1.0, wordt DGZ-Z de focus gelegd op de benoemde doelgroepen. Naast deze doelgroepen staat het project wel voor iedereen met interesse open. Er is dan ook voor gekozen om een specifieke doelgroepambitie op te stellen, waarbij we stellen dat de richtlijn voor dit project is om 25% van de gerealiseerde PV-installaties te realiseren van DGZ 1.0, specifiek voor de doelgroepen: inwoners met een beperkte financiële middelen, particuliere verhuurders en VVE’s. 6
Niet alle gemeenten van DGZ-Z hebben ook meegedaan aan DGZ 1.0. Voor de gemeenten die niet hebben meegedaan aan DGZ 1.0 is een gemiddelde genomen van de drie gemeenten die wat betreft inwoneraantal het dichtst bij de betreffende gemeente ligt.
2.3 Doelgroep-ambitie per gemeente Aantal inwoners (2023)
Gerealiseerde PVinstallaties DGZ 1.0 (2018-2022)
Doelstelling PVinstallaties DGZ-Z bij de specifieke doelgroep (planning vanaf 2024)
Asten 17.267 152 Bergeijk 19.092 51 Best 30.883 398 100 Cranendonck 20.879 275 69 Deurne 33.010 351 88 Eindhoven 243.721 1413 Eersel 20.004 54 Geldrop-Mierlo 40.484 374 Gemert-Bakel 31.364 236 Heeze-Leende 16.640 55 Laarbeek 23.186 209 Nuenen 24.015 49 Oirschot 19.197 51 Reusel-de Mierden 13.539 55 Someren 20.090 109 27 Son en Breugel 18.027 262 66 Valkenswaard 31.548 327 82 Veldhoven 46.417 88 Waalre 17.965 246 62 Totaal 897 Voor de gemeenten die niet hebben meegedaan aan DGZ 1.0 is een gemiddelde genomen van de drie gemeenten die wat betreft inwoneraantal het dichtst bij de betreffende gemeente ligt.
2.4 Kwantitatieve ambitie Naast deze doelgroep-ambitie hopen we ook anderen te enthousiasmeren voor dit project. Iedereen die ontzorgd willen worden bij het plaatsen van zonnepanelen op hun dak kan deelnemen. Er is momenteel sprake van een volwassen markt. Zonnepanelen zijn inmiddels een bekend fenomeen. Hierdoor verwachten we dat er in het algemeen nog wel een groep is die graag aan dit project wil deelnemen. Er zijn ook nog een aantal gemeenten waar we dit project voor het eerst doen, waar nog een grotere groep inwoners verleid kan worden. We verwachten dan ook een verdrievoudiging van de doelgroep-ambitie als de totale ambitie voor het project. Voor elke inwoners uit de doelgroep, denken we dat er 2 inwoners aansluiten die niet tot de specifieke doelgroepen behoren. Hiermee komt de totale ambitie van DGZ-Z op: 897 x 3 = 2691 installaties in een periode van 3 tot 5 jaar.
7
3. Financiën 3.1 Algemeen De financiering van zonnepanelen is een belangrijk onderdeel van de ontzorging voor geïnteresseerde inwoners. In tegenstelling tot DGZ 1.0 wordt bij DGZ-Z geen gebruik gemaakt van verkoop op afbetaling, maar van de Energiebespaarlening van het Nationaal Warmtefonds. De redenen hiervoor zijn uiteenlopend en worden hieronder toegelicht.
3.2 Voordelen Er zijn veel voordelen aan de Energiebespaarlening. Zo kan er maximaal €27.000 geleend worden en wordt er een scherpe rente geboden aan de huiseigenaren. De rente staat gedurende de looptijd van DGZ-Z vast en de looptijd van de lening is (deels) zelf te bepalen door de huiseigenaar. Er is geen bovengrens leeftijd voor de aanvraag. Ook is het mogelijk om de lening vervroegd af te lossen zonder daar een extra vergoeding over te betalen en je betaalt geen afsluitkosten.
3.3 Huiseigenaren met beperkte financiële middelen. Mocht het verzamelinkomen van de eigenaar of eigenaars gezamenlijk onder de €60.000,- liggen, dan is de rente gedurende de hele looptijd 0%. Voor huiseigenaren zonder leenruimte is het mogelijk om te lenen tot €10.000,-. De looptijd van de lening is twintig jaar. De huiseigenaar hoeft de eerste vijf jaren niet af te lossen en betaalt ook geen rente. Later wordt de draagkracht nogmaals getoetst. Op deze manier biedt de Energiebespaarlening ook mogelijkheden voor mensen met een beperkte financiële middelen. Zie voor meer informatie de website van het Warmtefonds: https://www.warmtefonds.nl/particulieren/energiebespaarlening-met-een-combinatielening Isoleren of zonnepanelen? Omdat de lening voor deze doelgroep beperkt is tot €10.000 is het wel belangrijk dat zij nadrukkelijk de keuze maken voor isolatie of zonnepanelen. Op basis van de Trias Energetica gaat het verminderen van de energievraag, dus isoleren, voor op duurzaam opwekken. Het geld kan immers maar 1x besteed worden. Hiervoor zullen we de afstemming zoeken met het project DGZ-Isoleren. In het uiteindelijke advies van de serviceprovider zonnepanelen aan de inwoner, wordt de Trias Energie als basis gebruikt.
3.3 VvE’s Het Nationaal Warmtefonds heeft voor VvE’s een aparte Energiebespaarlening, waarbij de rente en aflossing onderdeel worden van de VvE bijdrage. Doet een VvE mee, dan profiteren alle VvE-leden van lagere elektriciteitskosten. Dat kan op twee verschillende manieren: enerzijds omdat het gemeenschappelijk energieverbruik omlaaggaat, anderzijds in het eigen energieverbruik op het moment dat zonnepanelen worden gekoppeld aan specifieke woningen. De besluitvorming is, vanwege meerdere eigenaren in hetzelfde pand, complexer dan bij een reguliere woning. Vanaf 1 december 2022 is bovenstaande mogelijk voor VvE’s tot acht appartementen. https://www.warmtefonds.nl/vve/voorwaarden-vve-energiebespaarlening
3.4 Geen geld van provincie lenen Bij DGZ 1.0 hebben gemeenten geld geleend van de provincie Noord-Brabant. Er werd een budget ingeschat door gemeenten, waarmee men zichzelf vastlegt voor een x-aantal PV-installaties dat geïnstalleerd kan worden middels DGZ 1.0. Bij DGZ-Z is er geen minimum of maximum: er worden wel doelen gesteld, maar het geld wordt door de deelnemer niet geleend van de deelnemende gemeenten. In plaats daarvan leent de inwoner desgewenst van het Nationaal Warmtefonds. 8
3.5 Drempel: BKR-toets In tegenstelling tot bij verkoop op afbetaling, is bij het Nationaal Warmtefonds wel sprake van een BKR-toets voorafgaand aan de aanvraag tot een lening. Ook wordt vijf jaar na het aangaan van de lening het financiële draagvermogen van de aanvrager opnieuw getoetst om uit te vinden hoeveel er afbetaald kan worden. Dit betreft echter wel alleen deelnemers die in beginsel geen leenruimte hebben.
3.7 Kosten voor het project Bij DGZ 1.0 is er een totaal van € 153.433,76 aan kosten gemaakt voor communicatie. Hiervoor werd de Social Media campagne opgezet, werd de website beheerd, is een communicatiecoördinator in de arm genomen, zijn nieuwe foto’s en video’s opgenomen en zijn interviews gehouden met inwoners en bestuurders om DGZ te promoten. De verwachting is dat er voor DGZ-Z minder budget nodig is, mede omdat een fors deel van het DGZ 1.0-materiaal hergebruikt kan worden. We laten ons bij de prognose voor de kosten van communicatie, gemeentelijke afstemming en administratie leiden door de kosten van het project DGZ-Isoleren (vanaf nu: DGZ-I). Hier wordt rekening gehouden met de volgende kosten, naast de kosten voor projectondersteuning: Communicatie (ca € 50.000, - bij DGZ-I geschat voor 19 gemeenten per jaar) • Coördinatie • Campagne • Informatieavonden • Website • Post onvoorzien Administratieve eenheid (ca € 50.000, - bij DGZ-I geschat voor 19 gemeenten per jaar) • Inzet vanuit de gemeenten • Begeleidingskosten • ICT ondersteuning/administratie • Faciliteren van de digitale handtekening • Post onvoorzien De kosten komen bij DGZ-I uit op € 100.000, - voor 19 gemeenten. Vertaald naar DGZ-Z komt dit voor 14 gemeenten uit op ongeveer € 75.000, -. Per gemeente komen de jaarlijkse kosten daarmee uit op € 75.000, - / 14 = (ongeveer) € 5.360,-.
Mocht aan het einde van het project DGZ-Z budget over zijn, dan wordt dit gedeeld door 14 en terugbetaald. Daarbij komen de eenmalige kosten voor de projectondersteuning. Dit bedraagt maximaal € 5.000,-. De mogelijkheid bestaat dat gedurende het project extra behoefte is aan bijvoorbeeld projectbegeleiding van een externe procesbegeleider of extra inzet op het gebied van communicatie. Mocht dit het geval zijn en zijn de financiële gereserveerde middelen niet toereikend, dan kan er per gemeente een extra eenmalige bijdrage worden gevraagd.
9
4. Organisatie 4.1 De projectorganisatie Voor de invulling en begeleiding van het project wordt een ambtelijke werkgroep geformeerd. De werkgroep wordt aangestuurd door de stuurgroep. Deze stuurgroep is samengesteld uit bestuurders met de portefeuille Duurzaamheid van de gemeenten Best (Wethouder Slijper) en Nuenen (Wethouder Löwik). Stuurgroep
Ambtelijke projectgroep Gemeente Best Gemeente Cranendonck Gemeente Deurne Gemeente Heeze-Leende Gemeente NTB
Gemeente Bergeijk
Gemeente Heeze-Leende
Gemeente Son en Breugel
Gemeente Best
Gemeente Nuenen
Gemeente Valkenswaard
Gemeente Cranendonck
Gemeente Oirschot
Gemeente Veldhoven
Gemeente Deurne
Gemeente Reusel-de Mierden
Gemeente Waalre
Gemeente Eersel
Gemeente Someren
Ook uw gemeente?
4.2 Taakomschrijving ambtelijke werkgroep Taakomschrijving ambtelijke werkgroep 1. Voorbereidingsfase • • • • • • 2. Contractfase
Ambtelijke voorbereiding van het Project Aansturing van het Project Onderzoek naar financieringsconstructie Aanlevering stukken aan de betrokken gemeenteraden Informeren communicatieadviseurs Strategische communicatie
• Afstemming met juridische zaken • Afstemming met BIZOB • Voorbereiding van de aanbesteding • Selectiefase • Gunningsfase • Nota van Inlichting • Gunning 3. Uitvoeringsfase • • • • • •
Definitief bepalen van tarieven en risicopercentages Opstellen contract Ondersteuning van gemeentelijke communicatie Inrichten van Helpdesk Begeleiden van uitvoering Analyse van de energieproductie
10
5. Inkoop De aanbestedingsprocedure dient te voldoen aan de voorschriften van de Europese Richtlijn betreffende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten. Voor Nederland is deze richtlijn nader uitgewerkt in de aanbestedingswet. De regio Zuidoost Brabant heeft ten aanzien van aanbestedingen een consistent beleid dat geheel in overeenstemming is met deze vigerende regelgeving. Het doel van de aanbesteding van het project is vierledig: 1. Doelmatig inkopen en aanbesteden: systematisch en tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden (besparing en efficiëntie). Kortom: het verkrijgen van het beste product tegen een zo laag mogelijke prijs. 2. Proportioneel: de transactiekosten van de aanbesteding moeten in redelijke verhouding staan tot de kosten van het aan te besteden werk, levering of dienst. 3. Integer inkoop- en aanbestedingsbeleid: objectief, transparant (het inzichtelijk maken van de aanbestedingsprocedure voor gegadigden voor het stellen van heldere en duidelijke criteria voor selectie en gunning) en non-discriminerend. 4. Naleving van wet- en regelgeving op het gebied van inkoop- en aanbestedingsbeleid met het oog op het beheersen van risico’s van claims en procedures en het bieden van een kader voor controle en handhaving.
Voor de regio Zuidoost Brabant is het gemeenschappelijk inkoopbureau verantwoordelijk voor het in uitvoering brengen van deze aanbesteding. Deze inkoopsamenwerking is georganiseerd volgens het stichtingsmodel. De stichting kent een directeur en een stichtingsbestuur (Algemeen Bestuur). In dit bestuur is elke deelnemende gemeente vertegenwoordigd. Deze organisatie, “BIZOB” oftewel Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost Brabant, zal in een vroeg stadium betrokken worden bij dit project.
11
6. Planning
7. Communicatie 7.1 Algemene communicatie over het Zonnepanelenproject We starten pas met communiceren naar inwoners als alles klaar is. Daarvoor wordt nog niets over het project gecommuniceerd naar inwoners toe. Dit om ervoor te zorgen dat we er ook klaar voor zijn op het moment dat inwoners zich gaan aanmelden en extra informatie willen over het project. Verwachtingsmanagement en transparantie spelen een belangrijke rol in de communicatie naar inwoners toe. Belangrijk dus om gefaseerd naar buiten te treden met het project.
7.2 Organisatie Om de communicatie in goede banen te leiden leggen we de coördinatie bij 1 verantwoordelijke. We sluiten aan bij de lessen die we geleerd hebben uit De Groene Zone 1.0. Deze communicatieverantwoordelijke onderhoudt de website, communiceert met de betrokken partijen, levert persberichten aan, monitort de voortgang en staat in verbinding met de communicatiemedewerkers van de deelnemende gemeenten. Toch is één communicatieverantwoordelijke niet voldoende om dit project te laten slagen. We zijn afhankelijk van de commitment van iedere deelnemende gemeente. Via de gemeentelijke kanalen moet de boodschap worden overgebracht naar inwoners. Daarom vragen we om commitment in de vorm van 4 uur per maand voor projectgroep of 2 uur per maand voor het plaatsen van berichten op de gemeentelijke kanalen.
7.2 Gerichte communicatie richting doelgroepen DGZ-Z heeft een drietal specifieke doelgroepen waarop het project zich richt: huiseigenaren met een beperkte financiële middelen, particuliere verhuurders en VvE’s. Alhoewel het project ook openstaat voor huiseigenaren die niet onder deze doelgroepen vallen, wordt er in communicatie zoveel als mogelijk gericht gecommuniceerd naar de specifieke doelgroepen. Aangezien deze groepen de wat complexere doelgroepen waren tijdens DGZ 1.0, moet er in de communicatie anders worden geacteerd. Om zoveel mogelijk woningeigenaren te bereiken maken wij gebruik van de doelgroepenbenadering waarbij we inspelen op de verschillende motivaties van woningeigenaren. Een deel van de groep staat het meest open voor informatie via experts, een goed overzicht van de kosten en energiebesparing etc. Alle mensen horen het verhaal liever van vrienden of bekenden dus lokale ambassadeurs inzetten is belangrijk. De gemeente wordt als een betrouwbare partij gezien dus dat vertrouwen moeten we gebruiken. We zetten verschillende communicatiemiddelen in om de boodschap bij inwoners over te brengen. Denk aan: social media, persberichten in huis-aan-huisbladen, flyers, het organiseren van informatieavonden, aansluiten bij bestaande evenementen, het creëren van ambassadeurs.
7.3 ‘Lessons Learned’ van DGZ 1.0 •
• • •
Aan de voorkant de communicatiemedewerkers van de betrokken gemeenten meenemen in het plan en hen op de hoogte brengen ten aanzien van de inhoud van het project en de verwachtingen. Afspraken maken met de communicatiemedewerkers van de betrokken gemeenten, zodat iedereen ook de verantwoordelijkheid voelt voor dit project. Communicatie flexibel inzetten: elke gemeente moet de communicatie kunnen inpassen in hun eigen strategie. Inwoner moet koppeling met de eigen gemeente meteen maken om over te komen als betrouwbare partij. Dit betekent voor de communicatie: gebruik maken van de gemeentelijke
•
•
communicatiekanalen, inzetten op het gemeentelogo, brieven vanuit de gemeente versturen naar inwoners. Opstartproblemen: voorbereid zijn op veel vragen van inwoners in de beginfase. Benoemen in de communicatie hoe wij de kwaliteit waarborgen, om zo vertrouwen te bieden aan inwoners. Goed inspelen op de actualiteiten. Wanneer de stijgende energieprijzen veel in het nieuws zijn bijvoorbeeld, hier dan gelijk De Groene Zone aan koppelen in persberichten.
14
8. Processchema Het proces kent de volgende partijen: 1. De deelnemende gemeenten. Zij zijn de centrale spil binnen het proces. 2. De Service Provider. Deze neemt het aanvragen van de lening bij het Nationaal Warmtefonds en de administratieve werkzaamheden op zich. Ook de gehele logistiek, het administratieve proces en het verzorgen van de kwaliteitscheck op de uitgevoerde maatregelen komt voor rekening van de Service Provider. Dit wordt allemaal meegenomen in de aanbesteding. 3. De deelnemer. De deelnemer krijgt zonder eigen inspanningen te leveren en desgewenst ook zonder eigen investering de zonnepanelen op de woning. 4. Vanwege de specifieke doelgroep kan specifieke hulp/advies nodig zijn door bijvoorbeeld energie coöperaties, sociale partners, VVE- adviseurs, financiële bemiddeling. In onderstaande figuur is het processchema visueel weergegeven.
15