Parkeer- en Elektrisch laden Beleid 2024
Tekst van het document
Dit komt neer op 0,04 laadpunten per woning die niet op eigen terrein kan parkeren.
Groei elektrische laadpalen tot en met 2030 100
90 80 70
60 50
40 30 20
In de onderstaande afbeeldingen zijn de beoogde laadlocaties per kern opgenomen, rekening houdend met de ambities en uitgangspunten van dit beleid.
10 0
2024
2025
2026
2027
2028
22
2029
2030
-
Westerhoven:
Als gemeente Bergeijk hebben we de taak om ons huidige aanbod van laadvoorzieningen in de openbare ruimte uit te breiden met 74 extra laadpalen tegen 2030. Dit betekent dat we gemiddeld 13 laadpalen per jaar zullen plaatsen. Daarnaast hebben we, naast deze doelstelling, ook de opgave om nieuwbouwontwikkelingen zoals Hooge Berkt 2 en Westerhoven Noord te voorzien van laadvoorzieningen. Voor deze nieuwbouw hanteren we de ambitie dat 95% van de woningen zonder eigen parkeergelegenheid binnen 300 meter van een laadpaal moet liggen. Dit komt bovenop de eerder genoemde uitbreiding van 74 laadvoorzieningen. 23
2.5.2 Schaalsprong naar 2024 In de Kempische ontwikkelstrategie wordt uitgegaan van een maximale groei voor de gemeente Bergeijk van 3.000 woningen tot 2040. Deze strategie gaat ervan uit dat het merendeel van de nieuwe woningen bestemd zal zijn voor starters en senioren, en dat een groot deel van de woningen betaalbaar moet zijn. Dit betekent naar verwachting dat een groot aantal van deze woningen niet op eigen terrein kan parkeren. We gaan er voorlopig van uit dat 50% van de te realiseren woningen niet op eigen terrein kan parkeren, wat neerkomt op 1.500 woningen. Rekening houdend met een ratio van 0,04 laadpunten per woning, betekent dit een behoefte van 60 extra laadpunten tot 2040.
Groei elektrische laadpalen 2030 - 2040 140
120 100 80 60 40
20 0
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
2037
2038
2039
2040
24
2.6 Elektrisch laden op bedrijventerreinen Elektrisch laden op bedrijventerreinen is op dit moment nog geen actueel thema binnen de gemeente Bergeijk. Bedrijven realiseren hun laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen voornamelijk op eigen terrein, ten behoeve van hun wagenpark en personeel. We merken echter dat elektrisch laden op bedrijventerreinen, met name in relatie tot de netcapaciteit, steeds belangrijker wordt. Als gemeente blijven we de laatste ontwikkelingen op dit gebied nauwlettend volgen. Wij willen als gemeente het goede voorbeeld geven door laadvoorzieningen te realiseren op onze openbare ruimtes en gemeentelijke eigendommen. We streven naar een goed laadbereik voor onze inwoners en hopen hiermee ook een voorbeeld te zijn voor onze ondernemers. Daarnaast onderzoeken we de behoefte van het bedrijfsleven aan laadvoorzieningen in de openbare ruimte, bijvoorbeeld op verzamelparkeerplaatsen zoals Waterlaat 7. De gemeente vervult een faciliterende en stimulerende rol bij elektrisch laden op bedrijventerreinen en moedigt bedrijven aan om duurzaamheid actief mee te nemen in de plannen en ontwikkeling van hun bedrijf.
2.7 Elektrisch laden fiets In 2024 heeft de gemeenteraad van Bergeijk ingestemd met de visie "Fietscultuur Bergeijk". Met deze visie wil de raad de fiets het belangrijkste vervoermiddel maken voor korte en middellange afstanden. "Fietscultuur Bergeijk" is een visie die de gemeente wil delen met alle inwoners en bezoekers. Het gaat verder dan alleen het aanleggen en verbeteren van fietspaden; er wordt ook ingezet op bewustwording en gedragsverandering. Fietsen maakt al deel uit van de cultuur en het DNA van de Bergeijkenaar, maar de gemeente wil dit verder versterken. Het doel is om de fiets niet alleen voor sportieve en recreatieve doeleinden te gebruiken, maar ook voor dagelijkse ritten, zoals naar de winkel of het werk. Dit draagt bij aan een duurzamere, leefbaardere, veiligere en gezondere omgeving. Dit beleid voor elektrisch laden moet aansluiten bij de "Fietscultuur Bergeijk". We zien de laatste jaren een sterke groei in het gebruik van elektrische fietsen, speed pedelecs en fatbikes. Deze groei maakt de fiets een steeds interessanter alternatief voor de auto. Als gemeente onderzoeken we de mogelijkheden om elektrisch fietsen toegankelijker te maken en meer te faciliteren, onder andere door pilots te starten voor het realiseren en testen van laadvoorzieningen voor elektrische fietsen in de openbare ruimte.
Door het testen en realiseren van laadvoorzieningen voor elektrische fietsen willen we het fietsgebruik verder stimuleren.
25
26
Bijlage 1: Beleidsregels ontheffing Parkeerschijfzone Regels voor het krijgen van een ontheffing voor de parkeerschijfzone in het centrum van Bergeijk. Artikel 1: Begripsbepaling Motorvoertuigen: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen; Ontheffing: een door of namens burgemeester en wethouders te verstrekken ontheffing waarmee zonder tijdsduurbeperking bij de blauwe markering in de blauwe zone in het centrum van Bergeijk mag worden geparkeerd; Ontheffinghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een ontheffing is verleend; Parkeerschijfzone: een parkeerschijfzone, ook wel blauwe zone genoemd, als bedoeld in artikel 25 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV 1990); Parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen. Artikel 2: Voorwaarden voor ontheffingsverlening Voor de parkeerschijfzone centrum Bergeijk kan op een daartoe strekkend verzoek ontheffing worden verleend door het gemeentebestuur van de gemeente Bergeijk. Voorwaarden voor ontheffingverlening: 1
De ontheffing kan uitsluitend worden verleend aan houders of gebruikers van motorvoertuigen met dien verstande dat nadere voorwaarden kunnen worden gesteld aan categorie, gewicht, lengte en breedte van het motorvoertuig waarvoor ontheffing wordt verleend.
2
Een ontheffing wordt uitsluitend verleend indien alle voor de aanvraag van desbetreffende ontheffing benodigde gegevens c.q. bescheiden zijn overlegd en door de aanvrager wordt voldaan aan alle in deze verordening beschreven omstandigheden om voor een ontheffing in aanmerking te komen.
3
De ontheffing wordt pas verleend nadat de aan de ontheffing verbonden legeskosten zoals beschreven in artikel 6, zijn voldaan.
4
De aanvrager staat ingeschreven als bewoner in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) op een adres gelegen binnen de parkeerschijfzone centrum Bergeijk.
5
De ontheffing geldt alleen voor de parkeerschijfzone centrum Bergeijk.
6
Er wordt maximaal één ontheffing per adres verleend en er is slechts één kentekenvermelding per ontheffing mogelijk.
7
De ontheffing geldt alleen voor het voertuig waarvan het kenteken op de ontheffing is vermeld.
8
Het kenteken van het voertuig staat op naam van de aanvrager of de aanvrager overlegt een schriftelijke verklaring van de eigenaar van het voertuig of een kopie van het leasecontract.
9
Er is geen eigen parkeergelegenheid behorende bij de woning op het adres van de aanvrager.
10 Voor het adres van de aanvrager is geen gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats
beschikbaar.
27
11 Een verstrekte ontheffing dient ten behoeve van controle met de voorzijde duidelijk zicht-
baar achter de voorruit van het geparkeerde motorvoertuig aanwezig te zijn. 12 De ontheffinghouder vrijwaart de gemeente Bergeijk voor alle aanspraken van derden die
voortvloeien uit het gebruik van de ontheffing. 13 Bij de aanschaf van een ander voertuig dient een nieuwe ontheffing te worden aange-
vraagd tegen inlevering van oude ontheffing. 14 Afhankelijk van het aantal aanwezige parkeerplaatsen binnen de parkeerschijfzone in het
centrum van Bergeijk is de gemeente gerechtigd om aan het aantal te verlenen ontheffingen een maximum te stellen. 15 Een ontheffing biedt geen garantie op een vrije parkeerplaats.
Artikel 3: Gegadigden voor ontheffing Voor een ontheffing voor de parkeerschijfzone centrum Bergeijk komen in aanmerking: Groep A: Permanent onbeperkt. Deze ontheffing verleent de ontheffinghouder het recht om altijd vrij te parkeren op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen binnen de parkeerschijfzone. Groep B: Permanent gedurende de geldigheidsduur van de ontheffing. Deze ontheffing geeft de ontheffinghouder het recht om op alle momenten en tijdstippen vrij te parkeren op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen binnen de parkeerschijfzone gedurende de geldigheidsduur van de ontheffing. Groep C: Tijdelijk. Deze ontheffing verschaft de ontheffinghouder het recht om vrij te parkeren op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen binnen de parkeerschijfzone gedurende een bepaalde termijn tot een maximumtermijn van 3 maanden. De dagen van de week en de uren op een dag waarvoor de ontheffing geldt, kunnen per ontheffing bepaald worden en kunnen variëren per ontheffinghouder. Tot groep A behoren: Politie, Brandweer, GGD en Beheer Openbare Ruimte van de gemeente Bergeijk. Voor deze groep is uitzondering verleend in het RVV 1990 of middels een ontheffing verleend door het college van burgemeester en wethouders. Tot groep B behoren: Bewoners / huurders van het binnen de parkeerschijfzone gelegen gebied. Tot groep C behoren: Kermis- en evenementenexploitanten en aannemers van werk in het gebied.
Artikel 4: Aanvraag ontheffing Een aanvraag voor een parkeerontheffing moet worden ingediend op een door burgemeester en wethouders vastgesteld (digitaal) formulier. Artikel 5: Geldigheidsduur De ontheffing is in principe één (kalender)jaar geldig. De ontheffing verliest haar geldigheid indien: 1
de geldigheidsduur van de ontheffing is verstreken
2
bij overlijden van de ontheffinghouder
3
de ontheffing door het college is ingetrokken of gewijzigd (zie artikel 7)
28
De gemeente Bergeijk zal ontheffinghouders tijdig informeren betreffende het aflopen van de ontheffing. Het tijdig verlengen van een ontheffing is en blijft echter de verantwoordelijkheid van de ontheffinghouder. Een aanvraag voor verlenging van een ontheffing dient uiterlijk zes weken voor verstrijken van de geldigheidsduur van de ontheffing te zijn aangevraagd. De gemeente Bergeijk heeft de bevoegdheid ten alle tijden te controleren of een aanvrager (nog) voldoet aan de criteria voor het verstreken van een ontheffing. Artikel 6: Kosten ontheffing De te betalen vergoeding voor een ontheffing wordt geregeld in de Legesverordening. Artikel 7: Intrekking of wijziging van de ontheffing Het college kan een ontheffing intrekken of wijzigen: 1
op verzoek van de ontheffinghouder
2
wanneer de ontheffinghouder niet (meer) voldoet aan de gestelde criteria
3
wanneer er een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de ontheffing
4
wanneer de ontheffinghouder handelt in strijd met de aan de ontheffing verbonden voorschriften of beperkingen
5
wanneer blijkt dat de ontheffinghouder bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt
6
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van ontheffingen komt te vervallen
7
wanneer blijkt dat de ontheffinghouder niet meewerkt aan een controle op juistheid van de (verstrekking van de) ontheffing
8
om redenen van algemeen belang
Artikel 8: Ontheffingen voor bijzondere situaties In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen aan bewoners, bezoekers, bedrijven of instellingen die niet woonachtig of gevestigd zijn op een adres binnen de blauwe zone in het centrum van Bergeijk.
Artikel 9: Hardheidsclausule Het gemeentebestuur is bevoegd, in gevallen waarin de toepassing van dit besluit naar haar oordeel tot onaanvaardbare gevolgen voor een betrokkenen kan leiden, ten gunste van de aanvrager af te wijken.
Artikel 10: Bezwaar en beroepsmogelijkheden Een ontheffing is een beschikking. Tegen het (niet) verkrijgen is bezwaar en beroep mogelijk in het kader van de Algemene Wet Bestuursrecht. Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling parkeerschijfzone centrum Bergeijk’.
29
Bijlage 2: Beleidsregels toewijzing gereserveerde gehandicapten-
parkeerplaatsen Voorgesteld wordt voortaan de volgende beleidsregels te hanteren bij de beoordeling van aanvragen voor gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen:
De aanvrager dient de beschikking te hebben over een geldige Europese Gehandicapten parkeerkaart voor bestuurders.
De aanvrager heeft op eigen terrein niet de beschikking over een eigen parkeerplaats, zoals een garage, oprit, verharde voortuin met als doel parkeren. Tenzij de parkeerplaats op eigen terrein niet bruikbaar is gegeven de handicap van de aanvrager.
Gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen worden enkel aangelegd nabij het woonadres van de aanvrager. Elders is de aanvrager aangewezen op de eventueel aanwezige algemene gehandicaptenparkeerplaatsen en overige parkeerplaatsen.
De verkeersveiligheid en/of verkeersdoorstroming mag niet nadelig beïnvloed worden door de aanleg van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats.
Voor het vaststellen van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is de Openbare Uniforme Voorbereidingsprocedure van toepassing.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats hoeven geen legeskosten betaald te worden.
De kosten voor aanleg en onderhoud van gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen komen voor rekening van de gemeente.
De kosten voor het opruimen van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats komen voor rekening van de gemeente.
In zeer bijzondere omstandigheden, ter beoordeling van het College van Burgemeester en Wethouders, waarbij afwijzing van een verzoek om in aanmerking te komen voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats, krachtens deze regeling of de toepassing van bepalingen in deze regeling tot kennelijk onredelijke situaties zou leiden, kan het College van Burgemeester en Wethouders ten gunste van de aanvrager van dit beleid afwijken.
30
Bijlage 3: Stappenplan Parkeeroverlast In een bestaande situatie komt het regelmatig voor dat door bewoners melding wordt gemaakt over de parkeersituatie of -druk. Voor de toetsing van de klachten en meldingen is een beoordelingssystematiek opgesteld. Uitgangspunten Er is van diverse locaties in de gemeente bekend dat hier met enige regelmaat overlast wordt ervaren door geparkeerde voertuigen. Het gaat hierbij om pieken in de parkeervraag op specifieke plekken en momenten, bijvoorbeeld bij activiteiten en rondom de scholen. De gemeente is zich bewust van deze gevallen en wil graag meedenken in oplossingsrichtingen. Uitgangspunt is dat het aantal parkeerplaatsen niet per definitie wordt afgestemd op de piekvraag. Ten eerste is hiervoor vaak onvoldoende ruimte beschikbaar en ten tweede gaat het dan om parkeerplaatsen die te beperkt gebruikt worden. Hier wordt terughoudend mee omgegaan. Het is niet wenselijk dat (onnodig) autogebruik wordt gestimuleerd, doordat er vaak sprake is van een verdeelprobleem. Indien realisatie van parkeervoorzieningen noodzakelijk blijkt en dit niet gefinancierd kan worden uit bestaande middelen wordt de raad verzocht om extra middelen. De gemeente kiest voor het handhaven van haar dorpse karakter met een aantrekkelijke woonomgeving.
Hierin past een goed parkeerbeleid dat onder andere parkeerproblemen aanpakt en/of voorkomt en ervoor waakt dat niet al het groen onnodig wordt opgeofferd voor parkeerplaatsen. Randvoorwaarde voor parkeren in woongebieden is de bereikbaarheid voor hulpdiensten. Deze moet altijd gewaarborgd zijn. De doorgang moet voldoende breed zijn. De afmetingen van een brandweerauto zijn hiervoor maatgevend. Melding en behandeling Meldingen over parkeren kunnen op de reguliere wijze worden doorgegeven aan de gemeente, namelijk:
mondeling aan de balie bij het Klantcontactcentrum (KCC)
per brief
Meld- en herstellijn
via het hiervoor bestemde meldingsformulier op de website van de gemeente
Wanneer een klacht omtrent parkeren binnenkomt, moet eerst de aard van de klacht worden vastgesteld. Een klacht over foutief parkeren kan worden veroorzaakt door ongewenst gedrag of door een hoge parkeerdruk. Het vaststellen van de aard van de klacht kan op een aantal manieren plaats vinden:
door de gegevens van het meest recente parkeeronderzoek te raadplegen
in overleg met de BOA of politie
door een eigen inschatting van de verkeerskundige van de gemeente
door overleg te voeren met betrokkenen (en omgeving)
31
Parkeergedrag Wanneer ongewenst gedrag de oorzaak is van een parkeerprobleem wordt in eerste instantie ingezet op bewustwording en zelfredzaamheid. Daarna volgt handhaving. Bewustwording en zelfredzaamheid Het parkeerbeleidsplan is een hulpmiddel voor de gemeente om vraagstukken eenduidig te kunnen benaderen en beantwoorden. Binnen het sturende parkeerbeleid wordt ook ingezet op bewuste burgers, die begrijpen dat hun handelen gevolgen heeft voor hun omgeving. Dit betekent dat burgers onderling, elkaar moeten kunnen aanspreken op foutief of ongewenst gedrag. Het is niet een taak van de gemeente om geschillen op te lossen. Bij structurele problemen is de gemeente bereid mee te denken in oplossingsrichtingen, bijvoorbeeld door de structurele parkeerdruk in beeld te brengen (door het meest recente parkeerdrukonderzoek) en eventueel door een gesprek aan te gaan. Ook is winst te behalen met actieve communicatie, denk aan social media campagne, flyeracties en publicaties. Ook inwoners van Bergeijk kunnen hier actief in participeren. Handhaving In overleg met politie en BOA worden parkeerproblemen besproken en handhavingsprioriteiten vastgesteld. Aansturing van de politie vindt plaats in het driehoeksoverleg en kan zodoende niet alleen door de gemeente worden gedaan. Prioriteiten bij de politie liggen niet bij handhaving van parkeren.
Er is daarom behoefte aan voldoende capaciteit bij de BOA, om te kunnen handhaven op parkeren. Bevoegdheden moeten geregeld worden en uitbreiding van de inzet is wenselijk. Of de capaciteit voor parkeren wordt vergroot door prioriteiten van de BOA aan te passen of door meer uren in te kopen, wordt onderzocht. Uitgangspunt is vergroting van de handhavingsinzet op parkeren. Parkeerdruk Wanneer een hoge parkeerdruk de oorzaak van het probleem is, wordt eerst getoetst of de klacht of melding op waarheid berust, daarna wordt verder gedacht over oplossingsrichtingen. Bij een klacht over een te hoge parkeerdruk wordt een beoordelingssystematiek als instrument gebruikt om de klacht te objectiveren. Deze objectivering van de klacht kan dienen als onderlegger om samen met de omgeving een oplossing te bepalen.
32
Beoordelingssystematiek: 1. Begrens de omgeving van de klacht. Daarvoor worden de acceptabele loopafstanden van het CROW gebruikt. Deze zijn per hoofdfunctie: wonen: 100 meter winkelen: 200 meter werken: 500 meter ontspanning: 100 meter, 200 meter in het centrum gezondheidszorg: 100 meter onderwijs: 100 meter 2. Bepaal, binnen de omgeving met de acceptabele loopafstand, de gemiddelde bezettingsgraad aan de hand van het laatste parkeerdrukonderzoek. 3. Voer extra parkeertellingen uit wanneer niet de juiste gegevens beschikbaar zijn. Er kunnen klachten zijn over aanhoudende hoge parkeerdruk of over een hoge parkeerdruk voor bewonersparkeren. Het bewonersparkeren is vaak in de late avond of nacht. Werkgerelateerde problemen doen zich vaak overdag voor. De meetmomenten worden afgestemd op de klacht en het onderzoeksgebied. De metingen worden bij voorkeur over meerdere dagen verspreid om pieken of calamiteiten uit te sluiten. Uitgangspunt is dat het moment waarop de klacht zich voordoet, wordt meegenomen in het veldwerkonderzoek. Voor het uitvoeren van een parkeerdrukmeting maakt de gemeente bij voorkeur gebruik van langdurig werklozen of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. 4. De parkeerklacht is gegrond wanneer de parkeerdruk binnen het zoekgebied aantoonbaar hoog is.
In het centrum wordt een maximale parkeerdruk van 85% geaccepteerd, in woonwijken is een hogere parkeerdruk acceptabel, daar ligt de grens op 95%. Klachten parkeerdruk oplossen Indien er sprake is van een objectief parkeerprobleem, niet veroorzaakt door foutief parkeergedrag, dient naar een integrale oplossing te worden gezocht. Vaak zit de oplossing niet in het aanleggen van parkeervakken, dus breder kijken is wenselijk. In sommige gevallen kunnen eenvoudig maatregelen worden getroffen, maar soms zijn belangen tegenstrijdig. Als afstemming met de omgeving wenselijk en burgerparticipatie belangrijk is, kunnen de volgende vier stappen ingezet worden voor het vinden van een breed gedragen oplossing.
33
Stap 1 Vaststellen van belangen Het is belangrijk vast te stellen wat bewoners van het betreffende onderzoeksgebied onder kwaliteit van de openbare ruimte verstaan. Vaak is dit al bekend door gebiedskennis en ervaring. Voor gevallen waar dat niet bekend is, biedt een (digitale) enquête eventueel een oplossing. De ene bewoner vindt bijvoorbeeld parkeren belangrijk, terwijl een andere bewoner groen belangrijker vindt. Het voordeel van de enquête is dat alle bewoners worden gehoord en niet alleen de melder of indiener van de klacht. Uiteraard zijn er ook andere manieren om de belangen vast te stellen, denk bijvoorbeeld aan bijwonen van vergaderingen van wijk- en buurtbeheer, schriftelijke inventarisatie et cetera. Stap 2 Kaders en randvoorwaarden vaststellen Samen met betrokken beleidsterreinen moeten de kaders en randvoorwaarden worden vastgesteld. De resultaten van de inventarisatie zijn een belangrijke input voor het vaststellen van de kaders en randvoorwaarden, waaronder financiën. Stap 3 Burgers laten participeren in het zoeken naar een oplossing Het is belangrijk om burgers tijdig te betrekken bij de oplossing van het probleem. Op deze manier krijgen bewoners binnen de kaders en randvoorwaarden de vrijheid en de mogelijkheid om hun eigen buurt te verbeteren. Indien er weinig animo is voor participatie draagt de gemeente haar eigen oplossing aan.
Stap 4 Oplossingsrichting uitwerken naar uitvoeringsplan Wanneer er overeenstemming is bereikt over de oplossing voor het parkeerprobleem wordt de oplossing uitgewerkt in een uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan kan vervolgens worden ingepland met de bestaande werkzaamheden (werk met werk) of als keuze worden voorgelegd aan de raad. Beslispunten klachten en meldingen De volgende beslispunten zijn voor de behandeling van klachten en meldingen gedefinieerd:
De gemeente kan niet iedere parkeerpiek en ieder moment dat overlast oplevert aanpakken. Er moet sprake zijn van aanhoudende klachten en structurele parkeerdruk.
De BOA kan ingezet worden voor handhaving van parkeerproblemen. Hiervoor moet voldoende capaciteit beschikbaar zijn.
Indien een rol is weggelegd voor de politie, dan wordt dit aangekaart.
Er wordt ingezet op zelfredzaamheid, waarbij de burger de eigen verantwoordelijkheden erkent, hiernaar handelt en een ander aanspreekt op ongewenst gedrag.
Er is een beoordelingssystematiek opgesteld voor het objectiveren van klachten en meldingen. Dit instrument wordt niet toegepast bij iedere klacht, maar is geschikt voor aanhoudende klachten. Doel is om te bepalen of een klacht gegrond is of niet. De methodiek leidt niet automatisch tot maatregelen.
Voor het zoeken naar oplossingsrichtingen is een stappenplan opgesteld. De burger heeft hierin een rol en gezamenlijk belang wordt afgestemd. Ervaringen dienen als input voor toekomstige afhandeling van parkeerklachten in wijken of woonstraten.
34
Bijlage 4: Afmetingen parkeerplaatsen Om parkeervoorzieningen goed te kunnen gebruiken, dienen deze aan bepaalde maatvoeringen te voldoen. Parkeervoorzieningen zijn in beginsel opgebouwd uit twee elementen: 1. de parkeerplaats(en) 2. de parkeerweg(en) Parkeerplaats In tabel staat de minimale maatvoering voor personenauto’s op of langs de weg of een parkeerterrein, gebaseerd op het ASVV 20121. Breedte Haaksparkeren of gestoken parkeren (60o, 45o of 2,5 meter
Lengte 5,0 meter
30o) Langsparkeren 2,0 meter 6,0 meter tabel 1: minimale breedte en lengte parkeerplaatsen voor personenauto's Er wordt geen verschil gemaakt tussen lang parkeren en kort parkeren, omdat parkeerplaatsen vaak gebruikt worden door beide doelgroepen. Uitgangspunt is een zodanige maatvoering (zie tabel en tabel 2) dat te allen tijde parkeercomfort wordt geboden. Gehandicaptenparkeerplaatsen dienen zowel bij haaks-, als langsparkeren 3,5 meter breed te zijn of 3,0 meter als er een vrije uitstapstrook naast het parkeervak is. Parkeerweg De breedte van de parkeerweg moet zodanig zijn dat de parkeermanoeuvre in één keer kan worden uitgevoerd (zonder te steken). Naarmate de parkeerhoek kleiner is, is minder ruimte nodig. In veel gevallen noodzaken andere eisen (bijvoorbeeld van de brandweer) tot een grotere breedte van de parkeerweg. In tabel 2 staat de breedte van de parkeerweg bij gestoken en haaks parkeren (bij een parkeervakbreedte van 2,5 meter), gebaseerd op het ASVV 2012. Breedte parkeerweg Haaks parkeren
6,0 meter
Gestoken parkeren (60o, 45o of 30o) 4,0 meter tabel 2: breedte van de parkeerweg bij gestoken en haaks parkeren voor personenauto's De genoemde breedte van de parkeerweg geldt bij de minimale breedte van een parkeervak van 2,5 meter. Indien een parkeervak breder wordt gemaakt, kan de parkeerweg smaller worden.
1
Voor parkeergarages is de NEN 2443 van toepassing. Voor parkeergarages bedraagt de minimumbreedte 2,30 meter bij normaal gebruik en 2,50 meter bij intensief gebruik. De huidige aanbevolen parkeerbreedte is tenminste 2,40 meter.
35
Bijlage 5: Halen en brengen bij scholen
36
Bijlage 6: Loopafstanden Indien de parkeervraag niet (volledig) op eigen terrein kan worden opgelost, kan gekeken worden naar vervangende parkeergelegenheid. In tabel is aangegeven wat een acceptabele loopafstand tot deze alternatieve parkeergelegenheid is. De loopafstand wordt bepaald vanaf de eerste deur van een complex. Bij de woning is dat de voordeur, bij een kantoorpand de hoofdingang et cetera. Hoofdfunctie
Acceptabele loopafstand
Wonen
100 meter
Winkelen
200 meter
Werken
500 meter
Ontspanning
100 meter, in centrum 200 meter in verband met beschikbaarheid en verdeling van de aanwezige parkeercapaciteit
Gezondheidszorg Onderwijs tabel 1: acceptabele loopafstanden
100 meter 100 meter
37
Bijlage 7: Parkeerdruk meten In deze bijlage staat beschreven op welke manier de parkeerdruk wordt gemeten. De parkeerdruk is in dit geval het percentage parkeerplaatsen op de openbare weg waarop een auto staat geparkeerd. Daarbij wordt eerst het gebied bepaald waarin het onderzoek zal plaatsvinden. Vervolgens wordt het aantal legale parkeerplaatsen geteld, waarna op de genoemde tijdstippen het aantal geparkeerde auto’s wordt geteld. Afbakening gebied. In bijlage 5 staat de loopafstand waarbinnen een oplossing voor het parkeren gevonden moet worden. De loopafstand wordt gemeten vanaf de eerste deur van een complex. Bij een woning is dat de voordeur, bij een kantorenpand de hoofdingang etc. In het gebied dat binnen de in bijlage 5. genoemde loopafstand valt, wordt de parkeerdruk gemeten. Dit gebied wordt op kaart aangegeven. Aantal parkeerplaatsen. Vervolgens wordt van de legale en openbare parkeerplaatsen het aantal geparkeerde auto’s geteld. Een legale plek is: een parkeervak (uitgezonderd gehandicaptenparkeerplaatsen en gereserveerde plaatsen). Als er geen parkeervakken zijn, wordt de straatlengte in meters gedeeld door zes meter (lengte parkeervak volgens bijlage 2). De straatlengte wordt gemeten tussen kruispunten, onderbrekingen (een plaats in een parkeerstrook voor bijv. een boom, speelplek, afvalcontainer of een uitrit).
Ook mag vijf meter vanaf een bocht niet worden geparkeerd. Dit moet worden afgetrokken van de straatlengte. Indien de deling leidt tot een getal achter de komma, dan wordt het aantal plaatsen naar beneden afgerond, tenzij het getal achter de komma groter of gelijk is aan acht. Aantal geparkeerde auto’s Bij deze berekening wordt uitgegaan van de openbare parkeerplaatsen en de auto’s die op deze openbare plaatsen zijn geparkeerd. Dit betekent dat parkeerplaatsen op eigen terrein niet meetellen in deze meting. Het gaat immers om de situatie die mensen tegenkomen als zij in een bepaalde straat willen parkeren. Ook auto’s op gehandicaptenparkeerplaatsen en nadere gereserveerde parkeerplaatsen op de openbare weg tellen niet mee. Tijdstippen van meting. Doordeweekse avond/nacht Doordeweekse ochtend Doordeweekse middag Koopavond Zaterdagmiddag
23.00-01.00 uur 10.00-12.00 uur 13.00-15.00 uur 18.00-20.00 uur 13.00-15.00 uur
De doordeweekse tellingen geven een beeld van de ‘normale parkeerdruk’ en worden bij voorkeur op een dinsdag of donderdag uitgevoerd; de tellingen op koopavond en zaterdagmiddag geven een beeld van de tellingen tijdens de wekelijkse piekdrukte. De tellingen worden uitgevoerd buiten de vakantieperioden.
38
Parkeerdruk Parkeerdruk bestaand = (het aantal geparkeerde auto’s huidige situatie) / (het aantal legale parkeerplaatsen huidige situatie) Parkeerdruk toekomst = (parkeerbehoefte nieuwe situatie) + (het aantal geparkeerde auto’s huidige situatie) / (het aantal legale parkeerplaatsen huidige situatie) De verschillende tijdstippen kunnen een verschillende parkeerdruk opleveren. Immers ’s avonds kunnen de parkeerplaatsen anders gebruikt worden dan overdag. Per tijdstip wordt de bestaande en toekomstige parkeerdruk bepaald. De hoogste parkeerdruk die wordt gemeten op de aangegeven tijdstippen is maatgevend voor het bepalen of de parkeerdruk boven de 85% uitkomt. Dit betekent dat als op één van de gemeten tijdstippen de parkeerdruk boven de 85% uitkomt, er geen gebruik kan worden gemaakt van de restcapaciteit van de openbare weg.
39