CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht verschillen planschade (Wro) en nadeelcompensatie (Ow)

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Verordening nadeelcompensatie Bergeijk 20242.415 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Planschade Wro (oud) versus Nadeelcompensatie Awb en Ow (nieuw) Onderstaand overzicht geeft weer welke regels golden met betrekking tot planschade op basis van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro), en welke regels gelden voor nadeelcompensatie onder de Omgevingswet (hierna: Ow). Dit overzicht is primair bedoeld voor intern gebruik. Shortlist Soort schade Schadeveroorzakend besluit Aanvraag indienen binnen vijf jaar Normaal maatschappelijk risico Voorzienbaarheid Planvergelijking Geen actieve risicoaanvaarding Anticumulatieregeling

Wet ruimtelijke ordening Artikel 6.1, eerste lid, Wro Artikel 6.1, tweede lid, Wro Artikel 6.1, vierde en vijfde lid, Wro Artikel 6.2, tweede lid, Wro Artikel 6.3 onder a Wro

Verschillen met toelichting Wet ruimtelijke ordening Artikel 6.1 tweede lid Wro: Een oorzaak als bedoeld in het eerste lid is: a. een bepaling van een bestemmingsplan, beheersverordening of inpassingsplan, niet zijnde een bepaling als bedoeld in artikel 3.3, artikel 3.6, eerste lid, of artikel 3.38, derde of vierde lid; b. een bepaling van een wijziging krachtens artikel 3.6, eerste lid, onder a, niet zijnde een bepaling als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid, of van een uitwerking krachtens artikel 3.6, eerste lid, onder b, of een nadere eis krachtens artikel 3.6, eerste lid, onder d; c.

een besluit omtrent een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, c of g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

d. de aanhouding van een besluit omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning ingevolge artikel 3.3, eerste lid, of 3.4 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; e. een bepaling van een provinciale verordening als bedoeld in artikel 4.1, derde lid, of van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3, derde lid, voor zover die

Omgevingswet Artikel 15.1, eerste lid, Ow Artikel 15.1, eerste, tweede en derde lid Ow Artikel 4.131 Awb Artikel 15.7 Ow Artikel 15.6 Ow Artikel 15.3 Ow Artikel 15.5 Ow Artikel 15.7 Ow

Omgevingswet en Algemene wet bestuursrecht Artikel 15.1 Ow: Schade die wordt veroorzaakt door het vaststellen, verlenen, stellen, treffen of, voor zover van toepassing, wijzigen of intrekken van: a. een peilbesluit als bedoeld in artikel 2.41, b. een besluit op grond van artikel 2.45, eerste of derde lid, c. een in een programma opgenomen beschrijving van een activiteit als gevolg waarvan de activiteit is toegestaan, d. een regel in het omgevingsplan, als het gaat om een regel als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, e. een regel in een waterschapsverordening, als het gaat om een regel als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, f. een regel in een omgevingsverordening, als het gaat om een regel als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, g. een regel in een algemene maatregel van bestuur, als het gaat om een regel als bedoeld in artikel 4.3, eerste of derde lid, h. een regel in een ministeriële regeling, als het gaat om een regel als bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, of 4.3, vierde lid,

f.

bepaling een weigeringsgrond bevat als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onder c, of 2.11, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

i. een maatwerkvoorschrift,

een bepaling van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, voor zover die bepaling een weigeringsgrond bevat als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onder c, 2.11, eerste lid, of 2.12, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

k. een omgevingsvergunning of het weigeren daarvan,

g. een koninklijk besluit als bedoeld in artikel 10.4.

j. een toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen,

l. een projectbesluit, m. een beslissing tot het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 19.4, n. een beslissing tot het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 19.5, o. een maatregel als bedoeld in artikel 19.15. De schadeveroorzakende besluiten zijn veranderd en toegenomen ten opzichte van de Wro.

Schademoment voor indirecte planschade wanneer het schadeveroorzakend besluit onherroepelijk is

Indirecte schade kan worden verhaald op het moment: - van inwerkingtreding van het schadeveroorzakend besluit; - dat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van een melding of - informatie van de start van de activiteit (bij vergunningvrij) Dit moment is naar voren gehaald ten opzichte van de Wro.

Onder de Wro wordt de schade beoordeeld op het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit (waardevergelijking).

De waardevergelijking vindt direct voor en direct na het tijdstip plaats dat: - het bevoegd gezag het besluit tot verlenen of wijzigen van het schadeveroorzakend besluit heeft meegedeeld (vergunningplichtige activiteit); - het bevoegd gezag informatie over de activiteit heeft gegeven (meldingplichtig) of - er is gestart met de activiteit (vergunningvrij)

De vergelijking vindt plaats op basis van maximale invulling van de planologische regimes

De vergelijking vindt plaats tussen de feitelijke situatie en de toekomstige feitelijke situatie op basis van het schadeveroorzakende besluit.

De aanvraag dient binnen vijf jaar te worden ingediend na het moment waarop die oorzaak onherroepelijk is geworden (artikel 6.1 lid 4 Wro). Voor een aanhouding van een besluit omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning moet de aanvraag binnen vijf jaar na terinzagelegging van het vastgestelde bestemmingsplan worden ingediend (artikel 6.1 lid 5, Wro).

De verjaringstermijn van vijf jaar start op de datum waarop het schadeveroorzakend besluit onherroepelijk was. Dit geldt voor besluiten waartegen beroep open staat (artikel 4.131 tweede lid Awb). Voor besluiten waartegen geen beroep openstaat, de datum waarop de aanvrager bekend is geworden met de schade.

De aanvraag verjaart in ieder geval twintig jaar, nadat de schade is veroorzaakt (artikel 4.131 eerste lid Awb).

Het normaal maatschappelijk risico blijft voor rekening van aanvrager. Artikel 6.2 Wro bepaalt een minimum forfait van 2% bij waardedaling van een onroerende zaak. Voor inkomensderving geldt een minimum van 2% van het jaarinkomen. Dit geldt bij indirecte planschade.

Voor besluiten waartegen geen beroep openstaat, wordt de verjaringstermijn dus verruimd. Het normaal maatschappelijk risico blijft voor rekening van aanvrager. Onder de Omgevingswet is er een vast forfait bij waardedaling van een onroerende zaak van 4%. Dit regelt artikel 15.7 Omgevingswet. Bij directe schade en inkomensschade is er geen wettelijk forfait. Dit betekent dat het normaal maatschappelijk risico standaard wordt verruimd van 2% naar 4%. Het bevoegd gezag mag dit percentage niet verhogen of verlagen. Onder omstandigheden geldt een anticumulatieregeling van het wettelijk forfait (artikel 15.7 tweede en derde lid Omgevingswet).

Normaal maatschappelijk risico van 2% gold voor schade in de vorm van een vermindering van de waarde van een onroerende zaak (indirecte planschade). Bij schade in de vorm van een inkomensderving gold dat een gedeelte gelijk aan twee procent van het inkomen onmiddellijk voor het ontstaan van de schade voor eigen rekening van de aanvrager bleef.

Anders dan bij indirecte planschade is bij directe schade en inkomensschade geen wettelijk forfait vastgesteld in de Ow. Dit kan voordelig zijn voor aanvragers maar kan ook in gevallen leiden tot een hoger normaal maatschappelijk risico want het toepassen van een drempelwaarde is toegestaan. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gevallen worden aangewezen waarin de schade wordt geacht niet uit te gaan boven het normale maatschappelijke risico. Artikel 15.7 vierde lid Ow.

Passieve risicoaanvaarding heeft vorm gekregen in de jurisprudentie.

In de Omgevingswet staan expliciet de gevallen wanneer aan een eigenaar passieve risicoaanvaarding kan worden tegengeworpen. Dit regelt artikel 15.6 Omgevingswet. De aanvrager heeft het risico van het ontstaan van schade aanvaard als: a. het bevoegd gezag ten minste een jaar voorafgaand aan de wijziging van die regel, van het voornemen daartoe kennis heeft gegeven in overeenstemming met artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht,

b. gedurende drie jaar onmiddellijk voorafgaand aan die kennisgeving, geen activiteit is verricht die in overeenstemming is met de regels in het omgevingsplan of de omgevingsverordening die van toepassing waren, en c. vanaf het tijdstip van die kennisgeving tot het tijdstip van de wijziging van die regel, geen activiteit is verricht die in overeenstemming is met de regels in het omgevingsplan of de omgevingsverordening die van toepassing waren of de voor een activiteit op die locatie benodigde voorbereidingen niet zijn getroffen. Actieve risicoaanvaarding is voorzienbaarheid? Op moment van aankopen van de onroerende zaak was op basis van concrete schriftelijke beleidsvoornemens voorzienbaar dat een bepaalde planologische wijziging zich ging voordoen. Thans geldt als toetsingscriterium de datum van aankoop van de onroerende zaak.

Actieve risicoaanvaarding is voor consumenten niet langer aan de orde, wanneer het omgevingsplan is vastgesteld en de omgevingsvergunning is verleend. Wanneer dat nog niet het geval is, maar de voorzienbaarheid wel al blijkt uit bijvoorbeeld de omgevingsvisie, dan kan actieve risicoaanvaarding wel nog worden tegengeworpen bij consumenten. Er is geen actieve risicoaanvaarding door de aanvrager als de aanvraag betrekking heeft op schade die voortvloeit uit een omgevingsplan en de aanvrager een particuliere woning voor zichzelf heeft gekocht. Dan kan niet gesteld worden dat de aanvrager de schade had kunnen voorzien. (Artikel 15.5 Ow) Het recht op schadevergoeding gaat onder de volgende voorwaarden over van de verkoper naar de koper: • Het gaat om waardedaling van een woning die een consument koopt op basis van artikel 7:2, eerste lid BW. • De indiening van het verzoek om schadevergoeding betreft niet de vaststelling van het omgevingsplan. Dit is de omgevingsvergunning, het geven van informatie of de start van de activiteit. Dit regelt artikel 15.5 Omgevingswet. • De koper had in het omgevingsplan kunnen zien, dat de activiteit mogelijk was. Toch blokkeert deze kennis het recht op nadeelcompensatie niet. Onder deze voorwaarden is er dus geen risicoaanvaarding door de koper.

Artikel 6.7 Wro schrijft voor dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld omtrent de inrichting en behandeling, en nadere regels omtrent de indiening, de motivering en de wijze van beoordeling, van een aanvraag voor een tegemoetkoming in de schade. Die regels kunnen de verplichting voor de gemeenteraad en provinciale staten inhouden

In de Omgevingswet staat geen regeling voor een procedureverordening over nadeelcompensatie. Hiervoor bestaan de eigen autonome verordenende bevoegdheden. De gemeente kan procedurebepalingen in een verordening en/of in het omgevingsplan regelen. Als de gemeente kiest voor regels in het omgevingsplan en/of verordening, moeten de regels goed op elkaar worden afgestemd. De

hieromtrent een verordening vast te stellen. Zie daartoe artikel 6.1.3.3. Bro.

regels in het omgevingsplan gelden alleen voor de schadeveroorzakende besluiten in het omgevingsplan. De regels mogen niet in strijd zijn met hogere regelgeving, zoals de Awb. Het heeft de voorkeur van de VNG een nadeelcompensatieverordening vast te stellen en niet gebruik te maken van het omgevingsplan. De gemeente dient haar legesmodel, de mandaatregelingen en de procedureverordening planschade aan te passen op de situatie per 11-2024.

Kostenverhaalovereenkomst met derdebelanghebbende

Het bevoegd gezag kan de kosten van nadeelcompensatie geheel of gedeeltelijk verhalen op de initiatiefnemer. Dit kan worden geregeld in een overeenkomst (artikel 13.3c Omgevingswet). De initiatiefnemer is dan belanghebbende bij het besluit tot toekenning van de schadevergoeding. Het bevoegd gezag kan de betaalde nadeelcompensatie publiekrechtelijk verhalen, tenzij: •

de schadevergoeding redelijkerwijs voor rekening van het bestuursorgaan moet blijven

•

de schadevergoeding voldoende op andere manier is verzekerd (artikel 13.3d Omgevingswet)

(schadevergoedingsovereenkomst) art. 13.3c lid 1: De rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort dat vergoeding van schade als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 15.1, eerste lid, toekent, kan met degene die de activiteit verricht overeenkomen dat de door het bestuursorgaan toe te kennen schadevergoeding en de daarmee samenhangende kosten geheel of gedeeltelijk voor rekening komen van degene die de activiteit verricht. art. 13.3c lid 2: Degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid is gesloten, is belanghebbende bij het besluit tot toekenning van de schadevergoeding.

De planologische vergelijking houdt rekening met de maximale invulling en indien planologisch voordeel optreedt, mag dit worden meegewogen in de vergelijking. Dit blijft onder de Omgevingswet ook zo.

Artikel 4:126 Awb Indien een schadeveroorzakende gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid tevens voordeel voor de benadeelde heeft opgeleverd, wordt dit bij de vaststelling van de te vergoeden schade in aanmerking genomen.

Ter zake van een aanvraag om vergoeding van planschade is een drempelbedrag verschuldigd. De wet bepaalt dat teruggaaf wordt verleend indien op de aanvraag geheel of gedeeltelijk positief wordt beslist.

Artikel 4:128 Awb: 1. Bij wettelijk voorschrift kan worden bepaald dat van de aanvrager een recht van ten hoogste €500 kan worden geheven voor het in behandeling nemen van de aanvraag. 2.Het in het eerste lid bedoelde wettelijk voorschrift kan voor bestuursorganen van de centrale overheid bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld. Uit artikel 4:129 volgt vervolgens dat dit recht wordt terugbetaald als een vergoeding wordt toegekend.

Met betrekking tot de aanvraag, artikel 6.1.2.2 Bro Onverminderd artikel 4:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6.1 van de wet bevat de aanvraag: a. een aanduiding van de oorzaak, bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, van de wet, ter zake waarvan een tegemoetkoming in de schade wordt gevraagd; b. een aanduiding van de aard van de schade;

Met betrekking tot de aanvraag, artikel 4:127 Awb geldt het volgende: De aanvraag bevat mede:

c.een omschrijving van de wijze waarop aan de schade naar het oordeel van de aanvrager tegemoet dient te worden gekomen indien hij geen vergoeding in geld wenst.

In combinatie met de algemene regels van artikel 4:2 Awb De aanvraag wordt ondertekend en bevat ten minste:

2Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gegeven omtrent de aanvraag.

a.de naam en het adres van de aanvrager; b.de dagtekening; c.een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd.

Artikel 4:2 Awb De aanvraag wordt ondertekend en bevat ten minste: a.de naam en het adres van de aanvrager; b.de dagtekening; c.een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd.

a. een aanduiding van de schadeveroorzakende gebeurtenis; b. een opgave van de aard van de geleden of te lijden schade en, voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade en een specificatie daarvan.

2. De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

2. De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Termijnen uit de procedureverordening

Termijnen uit artikel 4:130 Awb

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=aacc7673-4f2f-4ca3-a404-f692fee9fab0