Notitie+effecten+en+risico's+corona+voor+jaarrekening+2020+decentrale+overheden.pdf
Tekst van het document
Dat betekent een analyse per dossier. Deze discussie speelt dus zowel op het gebied van verstrekte subsidies als op het gebied van overheidsopdrachten in vrijwel alle door de decentrale overheid als gevolg van Covid-19 gecompenseerde sectoren.
23 Notitie Covid-19 effecten en risico’s voor decentrale overheden vertaald naar de jaarrekening 2020
Voorbeeld Op de website van VNG zijn de nadere regels gemakkelijk terug te vinden. Als voorbeeld lichten we de sectorafspraken doelgroepenvervoer uit. Ten aanzien van de uitgevoerde ritten worden de afspraken volgens de afspraken in de overeenkomsten vergoed. Afgesproken is om de uitgevallen ritten in eerste periode voor 80 procent te financieren in overleg met VWS, OCW en VNG. Deze afspraken zijn gemaakt tot 1 juli 2020. Nadien zouden decentrale overheden maatwerkafspraken met aanbieders moeten maken. Is geen sprake van aanpassingen in de overeenkomst, dan is bij doorbetaling sprake van staatssteun. Deze steun is mogelijk toegelaten/gemeld. Steun tot 1 juli is achteraf gemeld bij de Europese Commissie, bijvoorbeeld https://vng.nl/sites/default/files/2020-07/24062020-circulaire-voordoorbetaling-doelgroepenvervoer-vanwege-covid.pdf. Voor eventuele steun na 1 juli 2020 is geen collectieve voorziening getroffen en zal de decentrale overheid een aparte afweging moeten maken en dit moeten documenteren. 4.2.6 Personeel Voor de personeelslasten is een aantal aandachtspunten te identificeren als gevolg van Covid-19. Wat zijn de afspraken bij de betreffende decentrale overheid omtrent de reiskostenvergoeding en zijn deze ook gevolgd? Is er bij bepaalde onderdelen van de decentrale overheid (bijv.
handhaving) sprake van extra overwerk en de daarbij behorende overwerkvergoedingen en overige declaraties. Hoe is de decentrale overheid omgegaan met het opnemen van verlof, zijn er personeelsleden met hoge verlofsaldi per eind van het jaar.
Toelichting 4.3.1 Covid-19-paragraaf in de jaarrekening van decentrale overheden In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn voor het jaarverslag zeven paragrafen verplicht voorgeschreven. De paragrafen gaan over onderwerpen die de gehele decentrale overheid betreffen. Deze onderwerpen raken meerdere of zelfs alle programma’s en taakvelden. Het staat de decentrale overheid vrij om naast de zeven verplichte paragrafen zelf paragrafen aan de begroting of jaarstukken toe te voegen. Voorbeelden hiervan zijn subsidies en stadsvernieuwing. Covid-19 is ook een gebeurtenis die niet aan een programma of taakveld is toe te rekenen. Het heeft betrekking op de gehele decentrale overheid en heeft betrekking op veel programma’s en taakvelden. Om aan de gemeenteraad/provinciale staten/algemeen bestuur en burgers in één onderdeel overzichtelijk en integraal toe te lichten welke gevolgen Covid-19 op de decentrale overheid heeft (gehad) en welke maatregelen, activiteiten en werkzaamheden de decentrale overheid heeft genomen, is een Covid19-paragraaf een goed instrument. In deze paragraaf kan ook worden toegelicht wat de kosten, gemiste opbrengsten en risico’s van Covid-19 op de programma’s en taakvelden zijn (geweest) en kan aandacht worden geschonken aan de verwachte maatschappelijke en financiële gevolgen van Covid-19 voor 2021 en de jaren daarna.
De Covid-19-paragraaf kan worden ingedeeld op basis van de negen hoofdstukken van de taakvelden en de taakvelden zoals deze zijn voorgeschreven volgens het BBV. Per onderdeel kunnen dan de
24 Notitie Covid-19 effecten en risico’s voor decentrale overheden vertaald naar de jaarrekening 2020
maatschappelijke en financiële gevolgen worden toegelicht. De basis hiervoor vormt een Covid-19monitor die veel decentrale overheden hebben. Hieronder is een voorbeeld van de gemeente Eindhoven opgenomen. De hoofdstukindeling van de Covid-19 paragraaf kan als volgt zijn: 1.
Inleiding
2.
Algemeen
3.
Korte termijneffecten op de gemeente
4.
Verwachte lange termijneffecten op de gemeente
5.
Visie op genomen en te nemen maatregelen en activiteiten
6.
Totaal van de financiële effecten
7.
Totaal van de risico’s
8.
Inzet van de ambtelijke organisatie
9.
Verwachtingen voor 2021 en verder
Per programma, hoofdstuk van de taakvelden of taakvelden kan daarna aandacht worden besteed aan: 1.
Welke doelstellingen zijn wel en welke zijn niet bereikt
2.
Welke maatregelen en activiteiten zijn genomen
3.
Totaal van de lasten en gemiste opbrengsten
4.
Compenserende opbrengsten vanuit het Rijk
5.
Risico’s
6.
Uitgestelde taken en doelen
7.
Aandachtspunten rechtmatigheid subsidies, inkopen, contracten etc.
Voorbeeld van een indeling volgens de hoofdstukken van de taakvelden:
25 Notitie Covid-19 effecten en risico’s voor decentrale overheden vertaald naar de jaarrekening 2020
Bron: gemeente Eindhoven
26 Notitie Covid-19 effecten en risico’s voor decentrale overheden vertaald naar de jaarrekening 2020
5 Rechtmatigheid (Begrotings-)rechtmatigheid Het college dient altijd rechtmatig te handelen. Gezien de crisissituatie die zich in 2020 heeft voorgedaan zal dit wellicht niet altijd zijn gelukt. In algemene zin verwijzen wij voor het onderwerp rechtmatigheid naar de thans geldende Kadernota rechtmatigheid 2018 van de commissie BBV (https://www.commissiebbv.nl/file/download/57980269/Kadernota%20Rechtmatigheid%20okt2018.pd f). De uitgangspunten ten aanzien van rechtmatigheid zijn ongewijzigd. Wel kan er op onderwerpen sprake zijn van gewijzigde wetgeving en/of een beroep worden gedaan op specifieke artikelen in wet- en regelgeving die te maken heeft met crisissituaties, bijvoorbeeld ten aanzien van staatssteun. Dit heeft vanzelfsprekend invloed op de controle en de weging van bevindingen. Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. In de toelichting op het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) wordt begrotingsrechtmatigheid omschreven als: “Financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten en lasten, alsmede de balansposten, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium).
In de begroting zijn de maxima voor de lasten vermeld die door de gemeenteraad/provinciale staten/algemeen bestuur zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de toereikendheid van het begrotingsbedrag, alsmede het begrotingsjaar van belang zijn.” Als blijkt dat de gerealiseerde bedragen hoger zijn dan de, ook na de laatste begrotingswijziging, geraamde bedragen dan kan er sprake zijn van onrechtmatige uitgaven (begrotings-onrechtmatigheid) aangezien het budgetrecht van de gemeenteraad/provinciale staten/algemeen bestuur in het geding is. Casus 1 De begroting wordt overschreden omdat activiteiten zijn verricht die niet zijn begroot. Standpunt De tabel in paragraaf 4.2 “begrotingscriterium” van de van de Kadernota rechtmatigheid geeft inzicht in de verschillende typen begrotingsoverschrijdingen en de effecten op de rechtmatigheid en het oordeel van de accountant. Tot en met 31 december 2020 konden eventueel benodigde besluiten nog door de gemeenteraad/provinciale staten/algemeen bestuur worden genomen. In de praktijk kan per decentrale overheid heel verschillend zijn gehandeld ten aanzien van de Covid-19 gerelateerde afwijkingen van de begroting.
Hoewel de verwachting is dat de tabel in de Kadernota voldoende houvast biedt, willen wij een aantal Covid-19-gerelateerde praktijksituaties hier onder de aandacht brengen:
27 Notitie Covid-19 effecten en risico’s voor decentrale overheden vertaald naar de jaarrekening 2020
1) De gemeenteraad/provinciale staten/algemeen bestuur is tijdig geïnformeerd over de Covid-19 -effecten op de financiële huishouding, maar dit heeft, al dan niet bewust, niet geleid tot begrotingswijzigingen: de overschrijdingen zijn onrechtmatig en tellen mee in de oordeelsvorming voor de jaarrekening als geheel. 2) De gemeenteraad/provinciale staten/algemeen bestuur is niet tijdig geïnformeerd over de Covid-19-effecten op de financiële huishouding, er is geen sprake van begrotingswijzigingen: de overschrijdingen zijn onrechtmatig en tellen mee in de oordeelsvorming voor de jaarrekening als geheel. 3) De gemeenteraad/provinciale staten/algemeen bestuur is tijdig geïnformeerd over de Covid-19 -effecten en er is een begrotingswijziging geweest, maar de lasten komen hoger uit: de overschrijding is onrechtmatig maar telt niet mee in de oordeelsvorming als deze extra lasten passen binnen het goedgekeurde beleid. 4) De gemeenteraad/provinciale staten/algemeen bestuur is tijdig geïnformeerd over de Covid19-maatregelen en er is een begrotingswijziging geweest, de lasten komen hoger uit maar worden (deels) gecompenseerd door Covid-19-gerelateerde hogere baten (Rijksbijdragen etc.); de overschrijding is onrechtmatig maar telt voor het aandeel dat gecompenseerd wordt door hogere baten niet mee in de oordeelsvorming voor de jaarrekening als geheel.
Met tijdig informeren wordt bedoeld dat het college de informatie al had op basis van bijvoorbeeld tussenrapportages, maar dat dit niet heeft geleid tot een voorstel om de begroting aan te passen, hetgeen wel had moeten gebeuren om vervolgens binnen een geautoriseerde begroting te kunnen handelen. Casus 2 Activiteiten zijn niet uitgevoerd omdat personeel op een ander programma is ingezet om bij te springen voor Covid-19 gerelateerde werkzaamheden. De personeelslasten drukken nog wel op het originele programma. Standpunt De decentrale overheid dient inzichtelijk te maken of en in welke mate hier sprake van is geweest en wat de financiële effecten zijn. Uiteraard dient de jaarrekening daarop te worden aangepast. Mogelijkerwijs is dit voor een decentrale overheid niet altijd achteraf volledig te reconstrueren. De accountant zal dit dan naar verwachting zelf ook niet kunnen. De accountant zal moeten beoordelen in hoeverre er sprake is van een risico op afwijkingen op de programma’s (en taakvelden) en welk financieel effect dit heeft. Indien het (mogelijke) financieel effect daarom vraagt, zal de accountant aandringen op een adequate toelichting in de jaarrekening. Afhankelijk van de materialiteit en de toelichting in de jaarrekening zal de accountant het financiële effect meewegen in zijn oordeelsvorming.
Casus 3 Er is sprake van begrotingsafwijkingen/onrechtmatigheden, deze zijn duidelijk omschreven en toegelicht in jaarrekening. Het college vraagt via jaarrekening om autorisatie aan de gemeenteraad/provinciale staten/algemeen bestuur. Kan dit de onrechtmatigheid wegnemen?
28 Notitie Covid-19 effecten en risico’s voor decentrale overheden vertaald naar de jaarrekening 2020
Standpunt Nee dit is niet het geval, want een toelichting in de jaarrekening maakt onrechtmatig handelen niet rechtmatig. Indien de gemeenteraad/provinciale staten/algemeen bestuur ernstige bedenkingen heeft rond de verantwoording kan zij een indemniteitsprocedure starten. De indemniteitsprocedure is een procedure waarin zij het college/bestuur vraagt bepaalde zaken rond onrechtmatigheden nader uit te leggen en/of verbetervoorstellen te doen. Deze procedure vindt vaak zijn aanleiding in de controleverklaring en verslag van bevindingen van de accountant. De indemniteitsprocedure is nadrukkelijk alleen bedoeld voor die onrechtmatigheden die de gemeenteraad/provinciale staten/algemeen bestuur van politiek belang acht en die de vaststelling van de jaarrekening in de weg staan.
Subsidies Casus 1 Er zijn subsidies verstrekt voor activiteiten die vanwege Covid-19 niet hebben plaatsgevonden, en/of er hebben “vervangende” activiteiten plaatsgevonden. Decentrale overheden willen in verband met de continuïteit van de ontvangers de subsidies niet terugvorderen. Standpunt Dit is afhankelijk van de inhoud van de subsidieverordening. Geeft de subsidieverordening de mogelijkheid aan het college om af te wijken zonder separaat besluit van gemeenteraad/provinciale staten dan kan het college zelfstandig een besluit nemen (voor afgifte van de controleverklaring) en daarmee is de afwijking rechtmatig. Indien deze mogelijkheid niet bestaat dan zal de gemeenteraad/provinciale staten voor afgifte van de controleverklaring moeten besluiten over het afwijken van de subsidieverordening en of dat dit rechtmatig is. Als de gemeenteraad/provinciale staten dat besluit dan behoeft de accountant de afwijkingen niet te wegen voor het oordeel (maar zal dit wel rapporteren in het accountantsverslag). Een decentrale overheid loopt in de subsidiesfeer het risico op het verlenen van staatssteun. Decentrale overheden die steun willen verlenen om de negatieve gevolgen van Covid-19 tegen te gaan, moeten op de staatssteunregels letten.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft hieromtrent een brief4 opgesteld om decentrale overheden te informeren over de nationale en Europese staatssteunkaders en coördinatie vanuit Nederland. Op grond van artikel 107(3)(b) van het Verdrag voor de Werking van de EU kunnen lidstaten steun verlenen aan ondernemingen om zo een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen. Per 19 maart 2020 geldt een tijdelijk staatssteunkader in verband met de economische gevolgen van Covid-19. Op basis hiervan zijn verschillende nationale steunmaatregelen bij de Commissie 4
https://europadecentraal.nl/wp-content/uploads/2020/05/Brief-over-nationalestaatssteunco%C3%B6rdinatie-steunfondsen-Covid-19-tussen-gemeenten-en-de-Rijksoverheid.pdf 29 Notitie Covid-19 effecten en risico’s voor decentrale overheden vertaald naar de jaarrekening 2020
aangemeld, waaronder ook Nederlandse regelingen. Indien decentrale overheden zelf willen overgaan tot het doen van een melding/notificatie op basis van dit tijdelijke steunkader, dient er contact te worden opgenomen met het Coördinatiepunt Staatssteun voor Decentrale Overheden van het ministerie van BZK5. Casus 2 Normaliter wordt er voor het vaststellen van de subsidie gesteund op een proces waarbij de decentrale overheid en de instelling gedurende het boekjaar inhoudelijke afstemmingsmomenten hebben en in het jaar t+1 formeel verantwoording wordt afgelegd over de besteding van de subsidie. Gedurende 2020 is dit gestandaardiseerde proces niet altijd mogelijk gebleken. Er is geen sprake van een gewijzigde subsidieverlening. Wat betekent dit voor de subsidielasten ervan uitgaande dat niet alle instellingen aan de subsidievoorwaarden hebben kunnen voldoen en het daarmee onduidelijk is wat de hoogte van de vaststelling wordt? Standpunt Voor het bepalen van de last is het type subsidie en de subsidiebeschikking bepalend. Indien er op het moment van de controle geen vaststellingsbesluit ligt kan dit meewegen in de oordeelsvorming van de accountant. Dit kan voorkomen worden indien de decentrale overheid bijvoorbeeld generiek Covid-19 beleid heeft waaruit blijkt dat subsidies over 2020 niet worden teruggevorderd.
Daarnaast is de verwachting dat er altijd wel informatie voorhanden is op basis waarvan de decentrale overheid zelf een schatting kan maken van de uiteindelijke subsidielast. De accountant kan deze schatting controleren en hoeft niet te wachten tot alle vaststellingen zijn afgehandeld. Vanzelfsprekend kan deze situatie wel leiden tot een onzekerheid aangaande de schatting. Voor alle situaties geldt dat de juiste gremia (het college/bestuur en/of de gemeenteraad/provinciale staten/algemeen bestuur) aan de voorkant worden betrokken indien wordt afgeweken van de reguliere subsidieverordeningen.
5
https://europadecentraal.nl/coordinatiepunt-staatssteun/
30 Notitie Covid-19 effecten en risico’s voor decentrale overheden vertaald naar de jaarrekening 2020
6 Bijlage Aanvullende informatie Hieronder hebben wij hyperlinks opgenomen naar documenten die wij relevant vinden omdat ze voor accountants belangrijke informatie bevatten voor de controle van de jaarrekening 2020. Tevens is meer detailinformatie opgenomen. •
•
•
•
I-Sociaal domein stukken inzake productieverantwoording en zorgcontinuering o https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-financieleregelingen/documenten/publicaties/2020/07/20/financiele-afspraken-coronacrisisjeugd-en-wmo o https://vng.nl/artikelen/continuiteit-financiering-meerkosten-en-compensatiesociaal-domein o https://vng.nl/sites/default/files/2020-04/20200415-uitwerking-continuiteit-vanfinanciering-jeugdwet-en-wmo-schoon_evd.pdf o https://i-sociaaldomein.nl/groups/view/57981492/administratieve-en-financieleprocessen-tijdens-coronacrisis o https://i-sociaaldomein.nl/groups/view/57981492/administratieve-en-financieleprocessen-tijdens-coronacrisis/files Doelgroepenvervoer o Notitie accountantscontrole Continuïteitsbijdrage Doelgroepenvervoer 2020 opgesteld door gemeenten in samenspraak met doelgroepvervoerders https://vng.nl/nieuws/verantwoording-continuiteitsbijdrage-doelgroepenvervoer2020 Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) o NBA SDO notitie volgt, inclusief NBA webinar op 3 maart as.
o https://vng.nl/rubrieken/onderwerpen/tijdelijke-overbruggingsregelingzelfstandig-ondernemers-tozo o https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/11/24/kamerbriefvaststellen-identiteit-aanvrager-tozo-en-recht-op-tozo-in-relatie-tot-aanspraak-opstudiefinanciering GGD-en en veiligheidsregio’s o Verantwoordingsinstructie meerkosten Covid-19 GGD o Verantwoordingsinstructie meerkosten Covid-19 Veiligheidsregio’s
Steunpakketten 6.2.1 Nadere toelichting en achtergrond eerste steunpakket Gedurende de pandemie stelt het Rijk aanvullende middelen beschikbaar. Dit is nog steeds in beweging en onderstaande is dus een momentopname. Het 1e steunpakket wordt deels als onderdeel in de algemene uitkering verwerkt en deels in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen.
31 Notitie Covid-19 effecten en risico’s voor decentrale overheden vertaald naar de jaarrekening 2020
Via de algemene uitkering: 1) Lokale culturele voorzieningen 2) Inhaalzorg en meerkosten Jeugdzorg 3) Inhaalzorg en meerkosten WMO 2015 Via de decentralisatie- en integratie-uitkeringen: 4) Compensatie parkeerbelasting 5) Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 6) Voorschoolse voorziening peuters 7) Wsw • Ad 1) Lokale culturele voorzieningen De medeoverheden zijn verantwoordelijk voor twee derde van alle subsidies aan cultuur en houden daarmee de lokale en regionale culturele infrastructuur overeind. Het kabinet heeft besloten om een bevoorschotting op de compensatie aan medeoverheden te verstrekken van € 60 miljoen voor de periode van medio maart 2020 tot en met 1 juni 2020. Dit met het oog op borging van de lokale en regionale culturele infrastructuur. Deze organisaties missen nu onder andere inkomsten uit kaartverkoop en horeca, terwijl de vaste lasten zoals huisvesting en beveiliging doorlopen. Het bedrag is toegevoegd aan de algemene uitkering als onderdeel van het gemeentefonds. Gezien het feit dat deze compensatie wordt vertrekt via de algemene uitkering moet deze verwerkt worden als bate in 2020.
Ad 2) Inhaalzorg en meerkosten Jeugdzorg en 3) Inhaalzorg en meerkosten WMO 2015 Omwille van de continuïteit van zorg voor cliënten tijdens coronamaatregelen én voor continuïteit van het stelsel nadien zijn maatregelen genomen, om cliënten op grond van de Jeugdwet en de Wmo 2015 hulp en ondersteuning te kunnen blijven bieden. Het Rijk heeft, in afstemming met de VNG, een zeer dringend beroep op gemeenten gedaan om hun aanbieders van jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering en maatschappelijke ondersteuning financieel zekerheid en ruimte te bieden, van 1 maart 2020 tot in elk geval 1 juni 2020. Deze afspraak is verlengd naar 1 juli 2020. Op 23 juni 2020 is bekend gemaakt dat de eerder gemaakte afspraken tussen VNG en het Rijk ten aanzien van het vergoeden van de meerkosten Wmo en Jeugd zijn verlengd van 1 juli tot en met 31 december 2020. Van het totaalbedrag van € 144 miljoen uit het compensatiepakket van 28 mei 2020 is een bedrag van € 46 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering. De overige € 98 miljoen betreft een voorschot voor meerkosten. Dit is toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang en de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (zie onderdeel 5). Decentralisatie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering onderdeel van het gemeentefonds en moeten verwerkt worden als bate in 2020.
Ad 4) Compensatie parkeerbelasting Gemeenten worden geconfronteerd met dalende inkomsten uit toeristen- en parkeerbelasting als gevolg van de coronamaatregelen. Het kabinet heeft in eerste instantie besloten de gemeenten voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 1 juni 2020 te compenseren. Hiermee is een bedrag van € 225 miljoen gemoeid. De middelen worden beschikbaar gesteld via een decentralisatie-uitkering en dienen daarmee in 2020 als bate verwerkt te worden.
32 Notitie Covid-19 effecten en risico’s voor decentrale overheden vertaald naar de jaarrekening 2020
Ad 5) Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang De decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang is met een bedrag van € 91 miljoen verhoogd in verband met de meerkosten die voortkomen uit de coronamaatregelen en het volgen van de RIVMrichtlijnen. De decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is om dezelfde redenen met een bedrag van € 7 miljoen verhoogd. De middelen worden beschikbaar gesteld via een decentralisatie-uitkering en dienen daarmee in 2020 als bate verwerkt te worden. Ad 6) Voorschoolse voorziening peuters De decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters is met € 8,3 miljoen verhoogd in verband met de (gedeeltelijke) sluiting van de kinderopvang in de periode 16 maart tot en met 7 juni 2020 in verband met Covid-19. Ouders/verzorgers zijn in maart opgeroepen om de rekening voor de opvang te blijven betalen in deze periode. Dit gold ook voor ouders/verzorgers van een kind dat gebruik maakt van de gemeentelijke regelingen voorschoolse educatie, peuteraanbod en sociaal medische indicatie. Op deze wijze kon het gemeentelijke aanbod rondom kinderopvang in stand worden gehouden. Daarbij is ook gecommuniceerd dat ouders een vergoeding krijgen voor het betalen van de eigen bijdrage in deze periode. Met deze eenmalige ophoging ontvangen gemeenten middelen om de eigen bijdrage van de ouders/verzorgers te vergoeden voor de hiervoor genoemde periode.
De middelen worden beschikbaar gesteld via een decentralisatie-uitkering en dienen daarmee in 2020 als bate verwerkt te worden. Ad 7) Wsw Als gevolg van Covid-19 zijn de Sociale Werkbedrijven geheel of gedeeltelijk gesloten. Daardoor vallen bedrijfsopbrengsten weg waarmee (deels) de loonkosten van medewerkers die werkzaam zijn voor een Sociale Werkbedrijf worden gefinancierd. Tekorten in de exploitatie worden in de reguliere systematiek opgevangen door een hogere gemeentelijke bijdrage. Deze financieringsbron staat onder druk omdat gemeenten financiële gevolgen hebben van Covid-19. Het kabinet heeft daarom besloten de integratieuitkering Participatie, onderdeel Wet sociale werkvoorziening (Wsw), te verhogen met € 90 miljoen voor de periode 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 ter compensatie van een deel van de loonkosten. De middelen worden beschikbaar gesteld via een integratie-uitkering en dienen daarmee in 2020 als bate verwerkt te worden. 6.2.2 Nadere toelichting en achtergrond tweede steunpakket Het 2e steunpakket is grotendeels een voortzetting van de maatregelen uit het 1 e steunpakket.
Het tweede steunpakket ziet toe op een 7-tal beleidsonderdelen: 1) Inkomstenderving precariobelasting en markt- en evenementenleges 2) Lokale culturele voorzieningen 3) Buurt- en dorpshuizen 4) Toezicht en handhaving 5) Vrijwilligersorganisaties Jeugd 6) Verkiezingen 7) Sociale werkbedrijven Ad 1) Inkomstenderving precariobelasting en markt- en evenementenleges Door de Covid-19 maatregelen waren er in de periode van 1 maart tot 1 juni geen terrassen opgesteld en zijn er geen markten en evenementen geweest. Gemeenten zijn daardoor geconfronteerd met een
33 Notitie Covid-19 effecten en risico’s voor decentrale overheden vertaald naar de jaarrekening 2020
terugval van inkomsten uit terrasprecario en uit markt- en evenementenleges. Het kabinet heeft besloten de gemeenten voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 1 juni 2020 voor dit doel te compenseren voor een bedrag van € 20 miljoen. Dit bedrag wordt uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering en moet derhalve als bate in 2020 worden verantwoord. Ad 2) Lokale culturele voorzieningen Het kabinet stelt aan gemeenten in aanvulling op de middelen uit het 1 e steunpakket € 60 miljoen beschikbaar voor de periode van 1 juni tot en met 31 december 2020. De € 60 miljoen zal worden toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds en derhalve als bate moeten worden verantwoord in 2020. Ad 3) Buurt- en dorpshuizen Het kabinet stelt € 17 miljoen voor 2020 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra uitgaven voor de dorps- en buurthuizen. Deze extra uitgaven bestaan onder andere uit het kwijtschelden van huur en het compenseren van tegenvallende inkomsten uit bijvoorbeeld horeca en zaalverhuur van buurt- en dorpshuizen. Dit bedrag zal worden toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds en moet derhalve als bate in 2020 verantwoord worden.
Ad 4) Toezicht en handhaving Het kabinet stelt € 50 miljoen voor 2020 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra toezicht- en handhavingskosten als gevolg van onder andere de extra inzet van boa’s en de extra verkeersmaatregelen. Ook dit bedrag zal worden toegevoegd aan de algemene uitkering en moet derhalve in 2020 als bate verantwoord worden. Ad 5) Vrijwilligersorganisaties Jeugd Het kabinet stelt € 7,3 miljoen beschikbaar om lokale vrijwilligersorganisaties, zoals de scouting en speeltuinen, te compenseren. Dit bedrag zal worden toegevoegd aan de algemene uitkering en zal derhalve in 2020 als bate verantwoord moeten worden. Ad 6) Verkiezingen Het kabinet stelt € 30 miljoen beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra kosten bij de herindelingsverkiezingen in november 2020 en de Tweede Kamerverkiezing in 2021 als gevolg van de Covid-19 maatregelen. De extra kosten hangen onder meer samen met aanvullende kosten voor de inrichting van stemlokalen, voor het mogelijk moeten huren van alternatieve locaties die in de coronacrisis beter geschikt zijn om als stemlokaal in te richten, voor toegankelijkheid van die locaties en voor de aanvullende werkzaamheden die gemeenten moeten doen ter voorbereiding van de verkiezingen. Dit bedrag wordt uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering en moet derhalve in 2020 als bate verantwoord worden.
Ad 7) Sociale werkbedrijven Het kabinet stelt aan gemeenten in aanvulling op de middelen uit het 1 e steunpakket € 50 miljoen beschikbaar voor de periode van 1 juni tot en met 31 december 2020. Dit bedrag zal worden toegevoegd aan de integratie-uitkering Participatie via een verhoging van de Rijksbijdrage Wsw en moet derhalve als bate in 2020 verwerkt worden.
34 Notitie Covid-19 effecten en risico’s voor decentrale overheden vertaald naar de jaarrekening 2020