Nota zienswijzen OBP Fietspad Heuvel - Dorpsstraat 2021-03-04
Tekst van het document
Nota zienswijzen en ambtshalve aanpassingen Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Nota zienswijzen en ambtshalve aanpassingen Ontwerpbestemmingsplan Fietspad Heuvel - Dorpsstraat
Gemeente Bergeijk
Datum: 4 maart 2021
Inhoud 1
Inleiding
1
2
Zienswijzen
2
2.1 2.2 2.3
Zienswijze 1 en zienswijze 2 Zienswijze Gasunie Zienswijze Waterschap De Dommel
2 4 5
3
Ambtshalve aanpassingen
8
1
Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Fietspad Heuvel – Dorpsstraat’ heeft overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening met ingang van 30 januari 2020 gedurende zes weken ter inzage gelegen op het gemeentehuis. Het bestemmingsplan was daarnaast digitaal toegankelijk via www.ruimtelijkeplannen.nl en de gemeentelijke website. Gedurende de periode van terinzagelegging kon eenieder een schriftelijke of mondelinge zienswijze indienen. Deze zienswijze mocht ook worden gericht tegen de herbegrenzing van het Natuur Netwerk Brabant, waarvoor een verzoek is ingediend bij Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant. Er zijn geen zienswijzen ingediend die betrekking hebben op de voorgestelde herbegrenzing. Tijdens de terinzagelegging zijn vier zienswijzen ontvangen, waarvan twee zienswijzen gelijkluidend zijn. De zienswijzen zijn in hoofdstuk 2 van deze nota samengevat en beantwoord. Dat de reacties samengevat zijn weergegeven, betekent overigens niet dat de zienswijzen slechts gedeeltelijk zijn beoordeeld; bij de beantwoording zijn de volledige reacties betrokken. In verband met de privacy van de indieners van de zienswijzen zijn de namen en adressen van de indieners niet opgenomen in deze nota. In hoofdstuk 3 is een overzicht gegeven van ambtshalve aanpassingen die bij de vaststelling van het bestemmingsplan worden doorgevoerd.
1
2
Zienswijzen
2.1
Zienswijze 1 en zienswijze 2 Er zijn twee zienswijzen ingediend die betrekking hebben op de aanleg van een vrijliggend fietspad in de Schoolstraat, ten noorden van Riethoven. De zienswijzen zijn gelijkluidend en worden hierna daarom gezamenlijk samengevat en beantwoord. De indieners van de zienswijzen maken bezwaar tegen de aanleg van een fietspad aan de oostzijde van de Schoolstraat, zoals was voorzien in het voorontwerpbestemmingsplan ‘Fietspaden Westerhoven – Riethoven 2019’. Hoewel het plan naar aanleiding van de inspraakreacties is opgeknipt en de Schoolstraat niet meer in het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan ‘Fietspad Heuvel – Dorpsstraat’ is opgenomen, dienen de zienswijzen in breder verband te worden gezien. Indieners geven aan dat het voor de hand ligt dat de (verkeerskundige) uitgangspunten die nu aan het zuidelijk deel van het tracé ten grondslag worden gelegd, later ook zullen worden gebruikt ter onderbouwing van het bestemmingsplan voor het noordelijk deel van het tracé (het tracé Schoolstraat en Broekhovenseweg). Er is immers een relatie tussen deze plannen, wat blijkt uit het feit dat sprake was van één voorontwerp. Indieners zijn van mening dat er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening en van een ondeugdelijke motivering en belangenafweging. De belangen van indieners zijn onvoldoende onderkend en meegewogen in de besluitvorming.
Het realiseren van een fietspad op gronden die nu een woonbestemming hebben doet af aan de gebruiksmogelijkheden van de percelen van indieners en indieners zien niet in waarom het fietspad aan de oostzijde van de Schoolstraat moet komen. De ruimtelijke impact van de aanleg van het fietspad is aanzienlijk en het ruimtebeslag op de percelen van indieners is onaanvaardbaar groot. Dit terwijl er geen noodzaak is voor de aanleg van een vrijliggend fietspad omdat niet is gebleken dat de huidige inrichting van de Schoolstraat niet voldoet aan de eisen of een knelpunt oplevert voor wat betreft de verkeersveiligheid. Aanleg van het vrijliggende fietspad is niet noodzakelijk uit oogpunt van verkeersveiligheid of uit oogpunt van de doorstroming van het verkeer. Beantwoording De indieners van de zienswijzen hebben eerder inspraakreacties ingediend over het voorontwerpbestemmingsplan ‘Fietspaden Westerhoven – Riethoven 2019’. Mede naar aanleiding van die inspraakreacties is het ontwerpbestemmingsplan gesplitst in een zuidelijk deel (ten zuiden van Riethoven) en een noordelijk deel (ten noorden van Riethoven). Omdat de inspraakreacties betrekking hadden op het noordelijk deel van het tracé, zijn de reacties beantwoord in de inspraaknota die is opgenomen bij het ontwerpbestemmingsplan ‘Fietspad Broekhovenseweg 2020’.
Het ontwerpbestemmingsplan ‘Fietspad Broekhovenseweg 2020’ is in oktober 2020 ter inzage gelegd en heeft daarmee het bestemmingsplan ‘Fietspad Heuvel – Dorpsstraat’ (en de zienswijze van indieners, die dateert van maart 2020) ingehaald. In het kader van het ontwerpbestemmingsplan ‘Fietspad Broekhovenseweg 2020’ zijn alternatieven onderzocht voor een fietsverbinding tussen Riethoven en de Volmolen. Daarbij is nader onderzoek gedaan om de grens van de bebouwde kom in de Schoolstraat naar het noorden te verleggen, tot nabij de kruising met de Kapelstraat. Gebleken is dat het mogelijk is om de komgrens hier te verleggen. Na verlegging van de komgrens is de aanleg van een vrijliggend fietspad in de Schoolstraat niet meer aan de orde. Het fietsverkeer kan hier dan – net als in het overige deel van de kom van Riethoven – worden geregeld met fietssuggestiestroken op de rijbaan. Deze oplossing kan worden gerealiseerd binnen de bestaande verkeersbestemming. Aanpassing of verruiming van de bestemming is dus niet nodig. De Schoolstraat is daarom niet opgenomen in het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan ‘Fietspad Broekhovenseweg 2020’.
2
Indieners geven in hun zienswijzen aan dat het voor de hand ligt dat de (verkeerskundige) uitgangspunten die aan het zuidelijk deel van het tracé ten grondslag worden gelegd, later ook van toepassing zullen zijn voor het noordelijk deel van het tracé, en met name voor de Schoolstraat. Zoals hierboven aangegeven, is dat niet het geval: voor het tracé in de Schoolstraat wordt met het verleggen van de komgrens een ander uitgangspunt gekozen dan voor de aanleg van een fietspad langs de Heuvel-Dorpsstraat. Omdat de twee delen van de fietsverbinding worden gescheiden door de kom van Riethoven is er uit verkeerskundig oogpunt geen bezwaar tegen de andere invulling van deze delen van de fietsverbinding. De keuzes die zijn gemaakt in het bestemmingsplan ‘Fietspad Heuvel – Dorpsstraat’ zijn dus niet één op één van toepassing voor de Schoolstraat. Omdat de Schoolstraat geen deel uitmaakt van het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan ‘Fietspad Heuvel – Dorpsstraat’ en de zienswijzen primair betrekking hebben op de Schoolstraat, is er geen reden om het bestemmingsplan te wijzigen naar aanleiding van de zienswijzen. Aanpassing De zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
3
2.2
Zienswijze Gasunie De Gasunie kan instemmen met het plan. Wel wordt verzocht om in de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ de uitzondering van artikel 5.5.2 sub b te schrappen. Die uitzondering kan tot een gevaarlijke situatie leiden omdat vooraf geen advies wordt gevraagd bij de Gasunie. Beantwoording De uitzondering van artikel 5.5.2 sub b is een standaard uitzondering in de omgevingsvergunningenstelsels van de gemeente Bergeijk (en van veel andere gemeenten). De uitzondering bepaalt dat voor werken en werkzaamheden die al in uitvoering zijn op het van tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan of die al zijn vergund, niet opnieuw een vergunning hoeft te worden verleend. Het doel daarvan is om te voorkomen dat werkzaamheden die eerder zonder vergunning mochten worden uitgevoerd of werkzaamheden waarvoor eerder al een omgevingsvergunning is verleend (opnieuw) vergunningplichtig worden door vaststelling van een nieuw bestemmingsplan. De regeling luidt als volgt: Het in lid 5.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: b.
die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan, mits voor die werken en werkzaamheden in het voorheen geldende bestemmingsplan geen vergunningplicht was opgenomen dan wel die werken en werkzaamheden krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Bergeijk 2011’ (inclusief de herzieningen van 2014 en 2017) is voor de gasleidingen die de Heuvel – Dorpsstraat kruisen de dubbelbestemming ‘Leiding’ opgenomen. Op grond van die dubbelbestemming geldt nu al een vergunningplicht voor het uitvoeren van diverse werkzaamheden binnen de dubbelbestemming en heeft de leidingbeheerder een adviesrol. Het nieuwe bestemmingsplan verandert daar niets aan, en heeft ook niet tot gevolg dat werkzaamheden zonder vergunning (en dus zonder toetsing) kunnen worden uitgevoerd. Gelet op de formulering van artikel 5.5.1 sub b zijn werkzaamheden binnen de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ van het bestemmingsplan ‘Fietspad Heuvel – Dorpsstraat’ namelijk uitsluitend uitgezonderd van de vergunningplicht als daarvoor eerder (namelijk op grond van het huidige bestemmingsplan) een vergunning is verleend.
In dat geval heeft advies van de Gasunie op grond van de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2011’ plaatsgevonden bij de verlening van die vergunning. Werkzaamheden die zonder vergunning plaatsvinden, zijn in strijd met het huidige bestemmingsplan en worden door de bepaling van lid 5.5.1 sub b niet gelegaliseerd. De uitzondering kan dus niet leiden tot gevaarlijke situaties. Er is geen reden om de (standaard) bepaling te schrappen. Aanpassing De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
4
2.3
Zienswijze Waterschap De Dommel a. In de planbeschrijving is aangegeven dat de waterhuishoudkundige situatie niet verandert door de aanleg van het fietspad naast de bestaande bermsloot. Wat betreft de HNO-berekeningen is dit correct. Tijdens grote regenbuien stroomt een deel van het hemelwater van de aanliggende percelen echter oppervlakkig af richting de bestaande bermsloten. Als het nieuwe fietspad tussen de bestaande bermsloot en de agrarische percelen wordt aangelegd is dit niet langer mogelijk en kan sprake zijn van wateroverlast van de agrarische percelen in natte perioden. Om dit te voorkomen moeten maatregelen worden getroffen, bijvoorbeeld door de aanleg van een nieuwe bermsloot/zaksloot/greppel tussen het nieuwe fietspad en de agrarische percelen. b. Een groot deel van het fietspad volgt hetzelfde tracé als de bestaande rioolpersleiding van Waterschap De Dommel. Het waterschap stemt niet in met de aanleg van deze hoeveelheid verharding direct boven of in de beschermingszone van de leiding. Het bestemmingsplan is in deze vorm dus niet uitvoerbaar. Het waterschap gaat graag met de gemeente in overleg over de mogelijkheden om het nieuwe fietspad met sloten en de bestaande rioolpersleiding op een goede manier in te passen. c.
Artikel 6 ‘Leiding – Riool’ is niet in overeenstemming met de eisen en randvoorwaarden bij de uitvoering van werken door derden in de nabijheid van rioolwatertransportleidingen. Het waterschap wil geen grootschalige bebouwing, verharding of grondwerkzaamheden toestaan binnen de beschermingszone (zakelijk rechtstrook). Het overleg met de leidingbeheerder zal daarom steeds resulteren in een negatief advies. d. Het projectplan herinrichting Beekloop is een bijlage bij de planregels. Dit plangebied ligt echter ten zuiden van Westerhoven terwijl het fietspad ten noorden van Westerhoven ligt. Het waterschap adviseert de bijlage te verwijderen om onduidelijkheden te voorkomen. Beantwoording a. Zoals aangegeven in de toelichting van het bestemmingsplan ligt de GHG in en rond de HeuvelDorpsstraat relatief diep onder maaiveld (60 - 120 cm). In combinatie met de bodemopbouw (matig fijn zand tot ten minste 1 m-mv) infiltreert het hemelwater tijdens regenbuien grotendeels in de ondergrond. Bij zware regenbuien zal sprake zijn van enige oppervlakkige afstroming richting de bestaande bermsloten, maar die afstroming is beperkt vanwege de hoge infiltratiecapaciteit van de gronden. Het fietspad wordt gerealiseerd op dezelfde hoogte als de aangrenzende percelen en loopt iets af richting de zaksloten tussen fietspad en rijbaan.
Het fietspad vormt hierdoor geen belemmering voor de oppervlakkige afstroming van water van de agrarische gronden richting de zaksloten, zodat wateroverlast op de agrarische percelen in natte perioden wordt voorkomen. Recent (2018/2019) is een vrijliggend fietspad aangelegd langs de Bisschop Rythoviusdreef tussen Riethoven en Walik waarbij – met instemming van het waterschap - eenzelfde profiel is gerealiseerd als nu voorgesteld voor het fietspad langs de Heuvel – Dorpsstraat (rijbaan – zaksloot – fietspad – agrarische percelen). Hier worden in de praktijk geen problemen ervaren met de oppervlakkige afstroming van hemelwater van agrarische percelen. De GHG en bodemopbouw rond de Bisschop Rythoviusdreef zijn vergelijkbaar met de GHG en bodemopbouw rond de Heuvel – Dorpsstraat. Gelet op het goede functioneren van het waterhuishoudkundig systeem in de Bisschop Rythoviusdreef mag worden aangenomen dat eenzelfde systeem langs de Heuvel – Dorpsstraat ook zonder problemen functioneert.
5
b. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze heeft overleg plaatsgevonden met het waterschap over de ligging van de rioolpersleiding. Het fietspad valt over een lengte van circa 800 meter samen met de huidige leiding. Dit is voor het Waterschap niet aanvaardbaar. Daarom is in overleg besloten om de rioolpersleiding te verplaatsen naar de buitenzijde van het fietspad. De leiding wordt op een afstand van 3 meter van de rand van de buitenberm van het fietspad (en daarmee op circa 3,5 meter van de rand van de verharding) gelegd. De zakelijk rechtstrook van 2 x 3 meter valt daarmee niet meer samen met het fietspad, behalve ter hoogte van de locatie waar de rioolpersleiding de Heuvel – Dorpsstraat nu al kruist (net ten zuiden van huisnummer 39). Na het verleggen van de leiding is er geen sprake meer van een belemmering om het fietspad te realiseren. De aanleg van ondergrondse buis- en leidingstelsels is op grond van artikel 2, 18e lid van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht vergunningvrij voor bouwen en voor planologisch gebruik, met uitzondering van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen die onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vallen. Een rioolpersleiding valt niet onder het Bevb. Dit betekent dat het niet nodig is om het nieuwe tracé van de buisleiding in het bestemmingsplan op te nemen en het te bestemmen als ‘Leiding – Riool’.
Verleggen van de leiding is in planologisch opzicht al mogelijk omdat geen vergunning voor planologisch gebruik benodigd is. De nieuwe leiding wordt daarom niet opgenomen in het plangebied van het bestemmingsplan ‘Fietspad Heuvel – Dorpsstraat’. Wel wordt de dubbelbestemming verwijderd op gronden waar de leiding straks niet meer ligt: hier is planologische bescherming van de leiding – na verplaatsing ervan – immers niet meer nodig. Rond de bestaande leiding is sprake van een zakelijk rechtstrook, waarbinnen het waterschap recht van opstal heeft. Privaatrechtelijk is daarmee geborgd dat er – tot het moment dat de leiding is verlegd – geen ontwikkelingen kunnen plaatsvinden die het belang van de leiding schaden. Omdat hiermee privaatrechtelijk in afdoende bescherming is voorzien, hoeft in het bestemmingsplan geen aanvullende regeling te worden opgenomen. De dubbelbestemming ter hoogte van de bestaande kruising van de rioolpersleiding met de Heuvel blijft wel gehandhaafd. c. De dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’ is een standaard dubbelbestemming voor de bescherming van rioolpersleidingen zoals die in alle bestemmingsplannen van de gemeente Bergeijk wordt opgenomen. De dubbelbestemming bevat – zoals gebruikelijk bij dit soort bestemmingen een bouwverbod met afwijkingsmogelijkheid en een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden.
Op grond van de planregels moet de leidingbeheerder (in dit geval het waterschap) voorafgaand aan het verlenen van een vergunning voor bouwen of een vergunning voor werkzaamheden schriftelijk om advies worden gevraagd. De belangen van de leidingbeheerder zijn hiermee beschermd. Er is dan ook geen reden om de dubbelbestemming aan te passen. Gelet op het samenvallen van de leiding met het fietspad is er wel reden om de leiding – en daarmee ook de dubbelstemming – te verplaatsen, zodat de dubbelbestemming niet langer samenvalt met het fietspad. In de beantwoording onder b is hier al op ingegaan. d. Om het fietspad langs de Heuvel – Dorpsstraat te kunnen realiseren, is herbegrenzing van het Natuur Netwerk Brabant nodig. Zoals aangegeven in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan worden ter compensatie van het verlies aan NNB drie kadastrale percelen nabij de Beekloop ingericht voor natuur. Deze percelen zijn opgenomen in het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan. Het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan ligt, in tegenstelling tot wat in de zienswijze is aangegeven, dus zowel ten noorden van Westerhoven (Heuvel – Dorpsstraat) als ten zuiden van Westerhoven (compensatiepercelen). Het gebruik van een fietspad is via een voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan de inrichting van de compensatiepercelen.
Voor deze voorwaardelijke verplichting is het noodzakelijk om in een bijlage bij de regels aan te geven hoe de herinrichting moet plaatsvinden. De bijlage kan daarom niet worden verwijderd. Overigens worden de
6
compensatiepercelen bij de vaststelling van het bestemmingsplan via ambtshalve aanpassing uit het plangebied gelaten en wordt het Projectplan herinrichting Beekloop vervangen door een concreet inrichtingsplan voor de betreffende percelen. In hoofdstuk 3 van deze nota wordt dat nader toegelicht. Aanpassing De verbeelding wordt aangepast door de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’ te verwijderen van de gronden waar de rioolpersleiding na verplaatsing niet meer ligt. De kruising van de leiding met de Heuvel houdt de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’. De planregels worden niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze. De toelichting wordt in overeenstemming gebracht met de afspraken die met het waterschap zijn gemaakt over de verplaatsing van de rioolpersleiding.
7
3
Ambtshalve aanpassingen Naast aanpassingen naar aanleiding van de zienswijzen worden de volgende ambtshalve aanpassingen gedaan bij de vaststelling van het bestemmingsplan: 1. De compensatiepercelen in de omgeving van de Beekloop (WTH D713, WTH D714 en een deel van WTH 663) zijn zowel opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan ‘Fietspad Heuvel – Dorpsstraat’ als in het bestemmingsplan ‘Fietspad Broekhovenseweg 2020’. Het bestemmingsplan ‘Fietspad Broekhovenseweg 2020’ is op 28 januari 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. De compensatiepercelen hebben door de vaststelling van dat bestemmingsplan al de juiste (natuur)bestemming gekregen. Het is in juridisch-planologisch opzicht niet zinvol om de bestemming van deze percelen tweemaal te wijzigen in een natuurbestemming. De compensatiepercelen worden daarom uit het plangebied van het bestemmingsplan ‘Fietspad Heuvel – Dorpsstraat’ verwijderd. De voorwaardelijke verplichting, die het gebruik van het fietspad langs de Heuvel – Dorpsstraat koppelt aan de inrichting van de compensatiepercelen voor natuur, blijft gehandhaafd. Wel wordt de bepaling tekstueel aangepast omdat de percelen niet meer in het plangebied liggen. De regels en toelichting worden aangepast naar aanleiding van deze aanpassing van het plangebied. 2.
In het ontwerpbestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die bepaalt dat gebruik van het fietspad uitsluitend is toegestaan als de compensatiepercelen binnen 3 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan zijn ingericht overeenkomstig het Projectplan herinrichting Beekloop. Het projectplan is als bijlage aan de regels toegevoegd. Inmiddels is het projectplan voor de compensatiepercelen uitgewerkt in een concreet inrichtingsplan. De voorwaardelijke verplichting wordt daarom aangepast, zodat die niet langer verwijst naar het (globale) projectplan maar naar het (concrete) inrichtingsplan. In de bijlage wordt het projectplan vervangen door het inrichtingsplan. De toelichting wordt hierop aangepast. 3. Bij de uitwerking van het inrichtingsplan voor het fietspad is de aansluiting van het fietspad op de fietssuggestiestroken in de Dorpsstraat in Riethoven aangepast. In de Dorpsstraat wordt een middengeleider aangelegd ten zuiden van huisnummer 22. Het fietspad hoeft daardoor aan de oostzijde van de weg niet meer te worden gerealiseerd op het perceel Dorpsstraat 22 (perceel RHV E920), maar buigt al vóór dit perceel terug richting de rijbaan. Aan de westzijde van de weg is een uitbuiging van het fietspad voorzien zodat een comfortabele fietsoversteek ontstaat.
8
Het bestemmingsplan wordt hierop aangepast. Dit betekent dat het plangebied aan de oostzijde van de weg wordt ingekort, zodat het plangebied niet meer op het perceel RHV E920 ligt. Aan de westzijde van de weg wordt een klein stukje plangebied met een verkeersbestemming toegevoegd, zodat de uitbuiging van het fietspad binnen het plangebied past. De toelichting wordt hierop aangepast.
9