Nota zienswijzen_20210510
Tekst van het document
Nota zienswijzen Bestemmingsplan ‘Prinses Beatrixstraat 20’
1
Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Prinses Beatrixstraat 20’ heeft overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening van 18 februari 2021 tot en met 31 maart 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn van terinzagelegging kon eenieder een zienswijze indienen. Er is één zienswijze en een reactie van het Waterschap ontvangen. In paragraaf 2 van deze nota zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord. Daarbij is aangegeven of de zienswijzen hebben geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. In verband met de privacy van de reclamanten zijn de namen en adressen van de reclamanten van de zienswijzen niet opgenomen in het verslag. De lijst van reclamanten is bekend bij de gemeente. Dat de reacties samengevat zijn weergegeven, betekent overigens niet dat deze slechts gedeeltelijk zijn beoordeeld; bij de beantwoording zijn de volledige reacties betrokken. In paragraaf 3 is een overzicht gegeven van de aanpassingen die naar aanleiding van de zienswijzen worden gedaan.
blad 1 van 5
2
2.1
Beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Prinses Beatrixstraat 20’ Zienswijze 1 Datum zienswijze: 21 maart 2021 Ontvangen: 22 maart 2021
1a
1b 1c
Samenvatting zienswijze Indiener vraagt om mondelinge afspraken gemaakt door indiener en initiatiefnemer via een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan op te nemen. Deze afspraken betreffen een ‘blinde’ achtergevel (geen dakkapel op de achtergevel, dakraam is geen probleem) en het in stand houden van de huidige groene afscherming met bijbehorende hoogte op de perceelgrens, die zijn privacy waarborgt.
Indiener wijst op het ontbreken van een AERIUS-stikstofberekening. Indiener wijst op het incomplete artikel 5.5.2 onder a. ‘Hemelwater, afkomstig van daken van woningen en bijgebouwen zoals bedoeld in XXX’
Beantwoording zienswijze De gemaakte afspraken betreffen zaken die mogelijk zijn op basis van de landelijke wet voor vergunningsvrij bouwen. Hiervan afwijken met een voorwaardelijke verplichting is enkel mogelijk indien hiermee een goede ruimtelijke ordening wordt gewaarborgd. De gemaakte afspraken tussen initiatiefnemer betreffen geen waarborging van een goede ruimtelijke ordening, daarom is het niet mogelijk deze afspraken via een voorwaardelijke verplichting op te nemen in het bestemmingsplan. AERIUS-berekening is uitgevoerd en toegevoegd als bijlage. Wordt gewijzigd: Hemelwater, afkomstig van daken van woningen en bijgebouwen zoals bedoeld in artikel 5.2 (…)
Conclusie De zienswijze leidt wel tot aanpassing ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, zie paragraaf 3 Resumerend.
2.2
Zienswijze 2 Datum zienswijze: 4 maart 2021 kenmerk: Z64340/U133519 Ontvangen: 4 maart 2021
2a
blad 2 van 5
Samenvatting zienswijze Er wordt ingestemd met het bestemmingsplanplan in het kader van de watertoetsprocedure. Het plan is van gering waterhuishoudkundig belang. In totaal wordt middels een herstructurering 230m2 verhard oppervlak gerealiseerd. Het gemeentelijk hemelwaterbeleid is daardoor van toepassing. Bij het definitieve bouwplan dient de
Beantwoording zienswijze n.v.t.
2b
2c
Samenvatting zienswijze uiteindelijke hemelwatervoorziening opgenomen te zijn. Als suggestie voor de parkeerplaatsen wordt meegegeven deze uit te laten voeren in halfverharding. Opmerking regels 5.2.2 voorwaardelijke verplichting hemelwater ‘XXX’ in punt wordt nader toegelicht; Vanwege het formaat van deze ontwikkeling wordt de verhouding van de te realiseren bergingsvoorziening aangepast naar 6m3 per 100m2 verhard oppervlak. Let hierbij op de wijziging van ‘dakvlak’, naar ‘verhard oppervlak’. Deze toevoeging is essentieel om overeen te komen met het gemeentelijk hemelwaterbeleid.
Beantwoording zienswijze
Zie beantwoording zienswijze onder 1c
Wordt gewijzigd: Hemelwater, afkomstig van daken van woningen en bijgebouwen zoals bedoeld in artikel 5.2 en overige verhard oppervlak dient op eigen terrein te worden geborgen dan wel te worden geïnfiltreerd, waarbij een bergingsvoorziening c.q. infiltratievoorziening met een minimale omvang van 60 m³ per 100 m² verhard oppervlak dient te worden gerealiseerd.
Conclusie De zienswijze leidt wel tot aanpassing ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, zie paragraaf 3 Resumerend.
3
Resumerend 1) AERIUS-berekening is uitgevoerd en toegevoegd als bijlage bij de toelichting. Uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanlegfase en gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. 2) Artikel 5.5.2 Voorwaardelijke verplichting hemelwater onder lid a. is gewijzigd van: Hemelwater, afkomstig van daken van woningen en bijgebouwen zoals bedoeld in XXX dient op eigen terrein te worden geborgen dan wel te worden geïnfiltreerd, waarbij een bergingsvoorziening c.q. infiltratievoorziening met een minimale omvang van 60 m³ per 1.000 m² dakvlak dient te worden gerealiseerd. Naar: Hemelwater, afkomstig van daken van woningen en bijgebouwen zoals bedoeld in artikel 5.2 en overige verhard oppervlak dient op eigen terrein te worden geborgen dan wel te worden geïnfiltreerd, waarbij een bergingsvoorziening c.q. infiltratievoorziening met een minimale omvang van 60 m³ per 100 m² verhard oppervlak dient te worden gerealiseerd;
blad 3 van 5
blad 4 van 5
blad 5 van 5