Kort Beheerplan perceel 1172
Tekst van het document
Kort Beheerplan perceel 1172, Riethoven. Inrichting voor biodiversiteit.
Inleiding. Hieronder volgt een inrichtings- en beheerplan voor een stuk nieuw aan te leggen natuur in Riethoven. Het perceel, kadastraal nr 1172 heeft een oppervlakte van ongeveer 1670 m2. Het perceel, wordt omsloten door bos, een maisakker en een zandpad. De nieuwe natuur wordt in basis aangelegd waarbij er ruimte is voor een vrije ontwikkeling. Het beheerplan geeft ook een beheercyclus voor de komende tien jaar. De vraag was om een plan te maken voor het perceel waarbij de ontwikkeling van biodiversiteit de voorrang krijgt. Bij inrichtingen ten gunste van de biodiversiteit wordt vaak gedacht aan een inrichting met als doelsoorten vlinders en/of bijen. In dit plan wordt biodiversiteit omschreven als de onderlinge relaties en wisselwerkingen tussen de biotische en a-biotische factoren. Met andere woorden er wordt gestuurd op een inrichting van een bos (stukje natuurgebied), met de daarbij behorende flora en fauna, dat als van nature thuis hoort in het Kempische landschap. Deze benadering van de inrichting geeft de meeste kans op succes en verkleint de noodzaak van intensief beheer. Het betekent ook dat veel biodiversiteit niet zichtbaar is voor menselijke bezoekers van het bos maar wel aanwezig is. Een voorbeeld hiervan zijn de nachtvlinders en andere micro-fauna die een verborgen bestaan leiden.
Huidige situatie. Het terrein is nu in gebruik als maisakker. Eind 2023 wordt het ingericht als natuur. Het is gelegen nabij de sportaccommodaties van Riethoven. Het is ingesloten aan drie zijden door productiebos. Dit productiebos verkeert in een, enigszins verwilderde, onderhoudsstaat. Er is relatief veel dood hout aanwezig en oogt onverzorgd. Het productiebos bestaat hoofdzakelijk uit grove den (Pinus sylvestris) met onderbegroeiing van o.a. Lijsterbes (Sorbus aucuparius) Hulst (Ilex aquifolium), Berk (Betula pendula), braam (Rubus fruticosa), sporkehout (Rhamnus frangula) en eik (Quercus robur). In deze omliggende bossen is de successie, de ontwikkeling naar een natuurlijk stadium, van bossen zichtbaar. De open ruimten die ontstaan door uitval van de dennen worden opgevuld met inheemse struiken en bomen. Uiteindelijk zal hier, mits onderhoud en beheer achterwege blijven, en droog berken-zomereikenbos zich gaan ontwikkelen. Dit type bos hoort bij het Kempische landschap. De verwachting is dat het berken-eikenbos een positieve bijdrage is aan de Kempische biodiversiteit.
De nieuwe natuur. Het perceel voor de nieuwe natuur wordt aan de noord en oost zijde begrenst door bestaand bos. Aan de westzijde liggen grootschalige maisakkers. De zuid zijde wordt door een bospad gescheiden van bos. De inrichting van het perceel is een aanvulling op deze omgeving. Rond het perceel zal zich in de loop van de tijd een Kempisch bos gaan ontwikkelen. De biodiversiteit volgt deze ontwikkeling. Dit betekend dat niet alleen de biodiversiteit in het eindstadium van belang is maar ook de veranderende biodiversiteit in de ontwikkeling er naar toe.
Ook is het streven naar een onderhoud extensieve begeleiding waarbij natuurlijke ontwikkeling de ruimte krijgt. Het onderhoud bestaat hoofdzakelijk uit het voorkomen van overlast en hinder van de begroeiing op het zandpad en de aanliggende maisakker. Ter afscheiding van de maisakker wordt een losse gemengde haag als cultuurelement aangeplant. Het perceel wordt ontsloten door een wandelpad.
De aan te planten soorten zijn inheems, geen cultuurvariant en dragen, zowel iedere soort apart en als een geheel, bij tot versterking van de biodiversiteit. Deze bomen en struiken hebben een relatie (Tabel 1) met het voorkomen van vele soorten insecten. De aanplant dient niet alleen als voedselbron en leefomgeving voor het volwassenstadium van de microfauna maar is ook geschikt als biotoop voor het voltooien van de levenscyclus van de vele soorten insecten. Door te sturen op een goede leefomgeving voor insecten ontstaat als vanzelf een omgeving waarin hogere diersoorten, zoals vogels en kleine zoogdieren, zich van nature thuis voelen.
Tabel 1. Insecten op boomsoorten (Moraal, Alterra)
Ontwerp. Struweel met bloemenweide. Het terrein wordt ingericht met langs de randen een struweel en een losse haag. Het resterende terrein blijft open met een paar solitaire bomen. Langs het pad wordt een voedselbos van fruitbomen en klein fruit aangeplant. Het open gedeelte wordt ingezaaid met een weidevogelmengsel dat past in aan de omgeving bijvoorbeeld mengsel WV Weidevogelgeluk van Cruydthoek. Deze inrichting draagt bij tot meer biodiversiteit van de omgeving omdat struweel, losse haag en een open bloemrijk gedeelte meer variatie brengen in het bos en akkerland. Met name vogels en insecten kunnen van deze inrichting profiteren. De assortimentslijsten zijn als Tabel 2 en Tabel 3 bijgevoegd. De inrichting bestaat uit drie elementen: A. losse haag B. Bloemenweide C. struweel met solitaire bomen
Het beheer is gericht op het ontwikkelen van deze drie elementen. De losse haag en het struweel vragen periodiek (3 jaarlijks) onderhoud om te voorkomen dat doorgroei naar het naast liggende perceel en pad gaat plaatsvinden. Op het perceel zelf kan het struweel zich spontaan verder ontwikkelen. Uitgezonderd langs het wandelpad. Hier dient overgroei voorkomen te worden (3 jaarlijkse cyclus). Hierdoor kan zich langs het wandelpad en aan de randen van het perceel een kruiden vegetatie ontwikkelen. Op de bloemenweide wordt sinusbeheer, ook wel bekend onder de naam “meanderend maaien”, toegepast. Dit betekent dat er 1 tot 3 keer per jaar gefaseerd gemaaid wordt volgens de sinusmaaimethode. Voor uitleg van deze methode, en de invloed op de flora en fauna, wordt verwezen naar de website van de Vlinderstichting. Door het sinusmaaien ontstaat een gevarieerd maaibeeld met diverse stadia van de kruiden laag: van gemaaid tot overstaand. Deze maaimethode is een prima stimulans voor het voorkomen van de insecten en weidevogels. En zorgt ervoor dat deze soorten hun cyclus kunnen voltooien. In het struweel worden vier solitaire lindebomen geplant. In de bloemenweide worden een beuk en een esdoorn geplant. Tabel 2.
Beplantingsplan Steltakkers, Riethoeven, perceel C1172 Vak Plantverband Haag 2 rijen, om en om Haag Haag Haag Haag Haag Haag Solitair Solitair Solitair Solitair Struweel 1,25x1,25m Struweel Struweel Struweel Struweel Struweel Struweel Struweel
Type beplanting Heester Heester Heester Heester Heester Heester Heester Boom Boom Boom Boom Heester Heester Heester Heester Heester Heester Heester Heester
Soort Prunus spinosa Acer campestre Sambucus nigra Corylus avellana Carpinus betulus Amelanchier lamarckii Euonymus europaeus Acer pseudoplatanus Fagus sylvatica Tilia cordata Tilia platyphyllos Sambucus nigra Cytisus praecox Ilex aquifolium Corylus avellana Prunus spinosa Amelanchier lamarckii Acer campestre Rosa canina
Nederlandse naam Sleedoorn Veldesdoorn Vlier Hazelnoot Haagbeuk Krent Kardinaaalsmuts Gewone esdoorn Beuk Winterlinde Zomerlinde Vlier Brem Hulst Hazelnoot Sleedoorn Krent Veldesdoorn Hondsroos
Aantal (st)
1 1 2 2
Langs het wandelpad wordt het voedselbos aangelegd. Tabel 3 geeft een lijst van het assortiment. Tabel 3. Voedselbos Wandelpad Wandelpad Wandelpad Wandelpad Wandelpad
Boom Boom Boom Boom
Appel var. Peer var. Pruim Kers var. Aalbessen (rood, zwart, Heester wit)
Malus domestica var. Pyrus var Prunus domestica var. Prunus avium var. Ribes rubrum var
Voor een natuurlijke uitstraling is het advies om in een wild verband aan te planten. Het beheer bestaat uit het periodiek weghalen van hinder veroorzakende overgroei. En in de eerste twee jaren na de aanplant een controle op de vestiging van exoten zoals Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) en Amerikaanse eik (Quercus rubra) wenselijk. Exoten dienen zo spoedig als mogelijk verwijderd te worden omdat zij afbreuk doen aan de Nederlandse biodiversiteit. Referenties. - Moraal, L.. Insecten op inheemse en uitheemse boomsoorten. Dendrovaria, Alterra Wageningen UR . -De Vlinderstichting | Sinusbeheer