Kadernota 2025
Tekst van het document
Voorwoord Recent zijn we samen gestart met de strategische toekomstverkenning. Zoals gepland gaan we – bijna vijf jaar na de start van KempenPlus – samen aan de slag om de opdracht en dienstverlening van KempenPlus te actualiseren. Omdat we niet kunnen en willen vooruitlopen op de uitkomsten, is het uitgangspunt van KempenPlus vooralsnog dus ‘Ongewijzigd beleid’. Hoewel er vanuit de landelijke politiek voor het jaar 2025 weinig wijzigingen van wet- en regelgeving zijn voorzien, kunnen we onze ogen niet sluiten voor de recente verkiezingsuitslag. Het is afwachten hoe de formatie van een nieuw kabinet gaat lopen, maar het brengt helaas de nodige onzekerheden voor het sociaal domein met zich mee. Het is afwachten wat de impact zoal is op (de financiering van) de Participatiewet en bijvoorbeeld de uitvoering van de wet Inburgering. Ondanks ‘Den Haag’ en los van onze toekomstverkenning gaan we uiteraard niet stilzitten. Voor onze cliënten en de inwoners van de Kempengemeenten zorgen we ervoor dat we onze dienstverlening steeds verder verbeteren.
Een hele belangrijke stap daarbij is het meer methodisch ontwikkelen van onze doelgroepen en de daarbij behorende informatiemonitoring en -verstrekking: in de loop van 2024 gaan we dit graag met jullie delen! We zijn klaar om vanaf 2024 de bijzondere bijstand uit te voeren samen met onze collega’s van GRSK om een goede verbinding met armoedebeleid te houden. We blijven de Oekraïense vluchtelingen ondersteunen. We begeleiden de nieuwe inwoners van de Kempengemeenten bij hun inburgering. En bovenal blijven we er alles aan doen om iedereen zo regulier mogelijk aan het werk te helpen! Bladel, 27 november 2023 François Baudoin Directeur KempenPlus
Voor meer informatie mail je naar communicatie@kempenplus.com Correspondentieadres: KempenPlus Raambrug 8 5531 AG Bladel Kamer van Koophandel KvK 17267762
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 2
Inhoud 1
2
3
4
5
Algemeen perspectief ................................................................................................................................................. 4
1.1
Inleiding .......................................................................................................................................................... 4
1.2
Ontwikkelingen in 2024 met structurele effecten ............................................................................................ 5
1.3
Ontwikkeling in doelgroepen ........................................................................................................................... 6
1.4
Financieel perspectief op hoofdlijnen ............................................................................................................. 6
Deelprogramma Werk & Participatie ...........................................................................................................................7
2.1
Inleiding .......................................................................................................................................................... 7
2.2
Interne ontwikkelingen ................................................................................................................................... 8
2.3
Dienstverlening ............................................................................................................................................... 8
2.4
Financieel perspectief .................................................................................................................................... 9
Deelprogramma Werken ............................................................................................................................................ 10
3.1
Inleiding .........................................................................................................................................................10
3.2
De infrastructuur: Instroom, doorstroom en uitstroom ..................................................................................10
3.3
Hoofdactiviteiten in de infrastructuur ............................................................................................................ 12
3.4
Financieel perspectief op hoofdlijnen ............................................................................................................ 12
Deelprogramma Ondersteuning ................................................................................................................................. 13
4.1
Inleiding ......................................................................................................................................................... 13
4.2
Externe ontwikkelingen ................................................................................................................................. 13
4.3
Interne ontwikkelingen .................................................................................................................................. 13
4.4
Financieel perspectief op hoofdlijnen ............................................................................................................ 14
Uitgangspunten voor de begroting 2025 .................................................................................................................. 15
5.1
Inleiding ......................................................................................................................................................... 15
5.2
Begrotingswijziging 2024 ............................................................................................................................... 15
5.3
Bijzondere aandachtspunten ......................................................................................................................... 15
5.4
Financiële uitgangspunten ............................................................................................................................. 15
5.5
Kostenverdeling per deelprogramma ............................................................................................................. 16
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 3
1
Algemeen perspectief
1.1
Inleiding
De strategische toekomstverkenning die KempenPlus in gang heeft gezet gaat naar verwachting conclusies opleveren in de loop van 2024. De opdracht van de samenwerkende gemeenten wordt opnieuw bezien en mogelijk geactualiseerd. Dat geldt ook voor de wijze waarop KempenPlus de dienstverlening organiseert en bij de tijd houdt. In dit perspectief is het vertrekpunt voor de kadernota 2025 vooralsnog “Ongewijzigd beleid”. Dat vertrekpunt dient te worden verstaan als op dit moment niet vooruitlopen op bijstellingen van de koers van KempenPlus, omdat de uitkomsten van de lopende verkenning nog onbekend zijn. Daarmee is het uitgangspunt van ongewijzigd beleid een voorlopige aanname. Het begrotingsjaar 2025 met de meerjarenraming 2026 – 2028 is nog ver vooruit, in een domein dat een grote mate van dynamiek kent. De laatste jaren zijn nieuwe doelgroepen ontstaan voor KempenPlus, zoals Tozo, Inburgering en leefgeldregeling Oekraïners. Er is nieuwe dienstverlening ontstaan waarin de deelnemende gemeenten samen optrekken, in hun gemeenschappelijke regeling KempenPlus. De dynamiek in het werkveld en daarmee de beperkte mate van voorspelbaarheid is een gegeven waar steeds opnieuw op geacteerd wordt. Plannen maken tot en met 2028 is onvermijdelijk met onzekerheden omgeven.
Tegelijkertijd is het juist vanwege de onzekerheid dat gemeenten en hun samenwerkingsverbanden nadrukkelijk stilstaan bij verwachte ontwikkelingen. Weloverwogen anticiperen is alleen mogelijk door de toekomst in te schatten. Ook de efficiënte en effectieve allocatie van middelen vereist vooruitzien. Veel ontwikkelingen zijn autonoom, oftewel deze voltrekken zich buiten de invloedssfeer van KempenPlus. Daarnaast zijn er ontwikkelingen die KempenPlus initieert om ook voor de komende jaren berekend te zijn op de uitvoering van onze taken. In de Kadernota 2025 leggen we gedeelde opvattingen en strategieën vast. De begroting met meerjarenraming die op basis van de kadernota wordt opgesteld wordt de concrete uitwerking in maatregelen met de financiële effecten daarvan. Opzet kadernota Hoofdstuk 1 is algemeen van opzet en beschrijft globaal de zaken die relevant zijn voor het opstellen van de kadernota. De hoofdstukken 2, 3, en 4 zijn specifiek voor de afdelingen van KempenPlus. Daarin komen de plannen per afdeling aan bod. Hoofdstuk 5 bevat de financiële uitgangspunten voor de begroting van 2025 en verder. Op de kadernota wordt geen zienswijze van raden gevraagd. Op de begroting is het een wettelijke verplichting om zienswijzen van raden te vragen. De termijn daarvoor is 12 weken. Proces In het proces van de begroting 2025 loopt een voorstel tot begrotingswijziging 2024 mee.
Sinds het vaststellen van die begroting zijn vele zaken gewijzigd, die aanleiding vormen om een voorstel tot begrotingswijziging vast te stellen. Het voorgeschreven proces voor een begrotingswijziging komt overeen met het proces van een nieuwe begroting. Om die reden worden 2e begrotingswijziging 2024 en begroting 2025 procesmatig samengevoegd.
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 4
1.2
Ontwikkelingen in 2024 met structurele effecten
Bijzondere Bijstand wordt toegevoegd aan het takenpakket van KempenPlus Vanaf 1 januari 2024 is KempenPlus volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. Dat houdt in dat de uitvoering van de Bijzondere Bijstand, - als deel van de Participatiewet – ook een verantwoordelijkheid wordt van KempenPlus. Deze verantwoordelijkheid verschuift van GRSK naar KempenPlus. De daadwerkelijke uitvoering blijft bij GRSK georganiseerd. KempenPlus huurt capaciteit in bij GRSK voor de uitvoering van deze taak. Op deze wijze worden de gevolgen voor cliënten en voor medewerkers tot een minimum beperkt. Over de praktische uitvoering worden nog nadere afspraken gemaakt met de betrokken partijen. Uitgangspunt is dat de nog te maken afspraken worden voortgezet in 2025 en verder. Gemeente Oirschot stapt uit de samenwerking in de Kempen De begroting 2025 wordt opgesteld vanuit de constatering dat gemeente Oirschot dan geen diensten meer afneemt van KempenPlus. Een Dienstverleningsovereenkomst voor 2024 wordt voorbereid. Dit gegeven wordt verwerkt in de begroting 2025. Verlies van schaalvoordeel is een effect dat naar verwachting gaat optreden. Afwikkeling van programmakosten vanaf 2024 door KempenPlus Vanaf 2024 wikkelt KempenPlus de programmakosten af voor de gemeenten. Daar zijn de nodige voorbereidingen voor getroffen.
Dit betekent dat zowel KempenPlus als GRSK onafhankelijk van elkaar de eigen programmakosten gaan afwikkelen.
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 5
1.3
Ontwikkeling in doelgroepen
In de ontwikkeling in doelgroepen tekenen zich stabiele trends af. De uitvoering van de Tozo is daarop een uitzondering. In onderstaande figuur is op grafische wijze weergegeven wat de ontwikkeling sinds de start van KempenPlus is geweest. Voor de komende jaren verwachten we een voortzetting van de trendmatige ontwikkelingen. De afname van het aantal Wsw-medewerkers wordt gecompenseerd door de toename in andere of in nieuwe doelgroepen. Ook de diversiteit in doelgroepen komt tot uiting in de figuur. De figuur geeft het aantal cliënten per doelgroep weer. De weergegeven aantallenzijn inclusief de gemeente Oirschot.
1.4
Financieel perspectief op hoofdlijnen
Het vertrekpunt voor het financieel perspectief voor de jaren 2025 en verder wordt bepaald in een 2e begrotingswijziging 2024. Verder wordt het financieel perspectief in overwegende mate bepaald door de doorrekening van de indexering van lonen en prijzen. Dat is de zogenaamde autonome ontwikkeling. Beleidswijzigingen met grote financiële impact zijn niet voorgenomen. De ontwikkeling op de arbeidsmarkt zorgt voor een krapte aan personeel. Verondersteld mag worden dat iedereen die kan werken geheel of gedeeltelijk aan de slag is. Dit betekent dat de groep die nu nog thuis zit een meer intensief traject nodig heeft. De doorontwikkeling van KempenPlus die in 2024 op de agenda staat, gaat mogelijk leiden tot inhoudelijke en financiële gevolgen die nu nog niet bekend zijn. Daarom geldt vooralsnog: ongewijzigd beleid als uitgangspunt. De ontwikkeling in gemeentelijke bijdragen kan pas bij de opstelling van de begroting 2025 plaatsvinden. In de ontwerpbegroting 2025 worden ook de parameters uit de kostenverdeelsleutels geactualiseerd.
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 6
2
Deelprogramma Werk & Participatie
De afdeling W&P ondersteunt de ontwikkeling van cliënten met als doel hen zo regulier mogelijk aan het werk te laten gaan en te laten blijven, of als dat niet mogelijk is zich bezig te houden met een andere vorm van nuttige dagbesteding, voert regie op en ondersteunt Inburgeraars bij hun inburgering en draagt zorg voor het tijdig en rechtmatig verstrekken van inkomen vanuit de Participatiewet, en voert de Leefgeldregeling Oekraïne uit.
2.1
Inleiding
Op het gebied van Werk & Inkomen zijn op dit moment geen grote wetswijzigingen voorzien in de aanloop naar en gedurende 2025. Eventuele beleidsaanpassingen vanuit het Rijk zijn pas te verwachten na de vorming van een nieuw kabinet. Op landelijk niveau lopen wel discussies over de effectiviteit van de Participatiewet in de huidige vorm en over bepaalde onevenwichtigheden daarin. Te verwachten is dat de Participatiewet aangepast zal gaan worden op basis van de opgedane ervaringen en nieuwe inzichten over hoe om te gaan met burgers die een beroep moeten doen op (financiële) ondersteuning vanuit de Participatiewet. Daarbij komt er waarschijnlijk meer ruimte voor gemeenten op het gebied van het maatregelenregime. In de komende periode zullen wel (kleinere) wijzigingen worden doorgevoerd in de Participatiewet, bijvoorbeeld ten aanzien van het thema “vrijlating giften”. Ten aanzien van de volumeontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden Participatiewet is de verwachting dat er sprake zal zijn van enige toename, hoewel deze ontwikkeling grotendeels wordt bepaald door diverse onzekere factoren, waarvan de economische ontwikkeling en het effect daarvan op de arbeidsmarkt één van de belangrijkste is. Verder vormt de omvang van de instroom van statushouders een onzekere factor, die een direct effect heeft op de mate waarin inwoners een beroep doen op de Participatiewet.
De volumeontwikkeling van het aantal te begeleiden Inburgeraars vanuit de Wet inburgering 2021 is afhankelijk van het aantal statushouders dat gehuisvest wordt door de gemeenten. Zoals bekend krijgen de gemeenten jaarlijks een taakstelling om een aantal statushouders te huisvesten. De mate waarin de gemeenten erin slagen deze taakstelling te realiseren is bepalend voor de instroom in de inburgeringstrajecten. Het Rijk gaat er vanuit dat 70% van de taakstelling inburgeringsplichtig is, omdat jongeren onder de 18 via onderwijs inburgeren. De taakstelling voor 2024 is nog niet bekend (taakstelling 2023: 234). Gezien de inburgeringstermijn van 3 jaar zullen in 2025, aanvullend op de nieuwe instroom, ook de inburgeraars uit 2023 en 2024 worden begeleid. Deze inburgeraars zullen meer richting werk worden begeleid, omdat ze door beheersing van het Nederlandse taal en het doorlopen van duale trajecten meer kans maken op uitstroom naar werk. Vanaf 2024 is de uitvoering van de Bijzondere Bijstand een formele taak/verantwoordelijkheid van KempenPlus. Over de wijze van uitvoering worden (werk-)afspraken gemaakt met de afdeling MD van de GRSK. De dienstverlening ten behoeve van de gemeente Oirschot zal in 2025 niet worden voortgezet; de huidige DVO kent een looptijd tot en met 31 december 2024. Om deze verlenging heeft gemeente Oirschot verzocht.
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 7
2.2
Interne ontwikkelingen
De dienstverlening aan de verschillende doelgroepen is gebaseerd op de huidige opdracht van de gemeenten aan KempenPlus, die de uitvoering van enkele wetten behelst (Participatiewet, Wsw en Wet inburgering 2021). Indien inwoners niet passen binnen de kaders van deze wetten is er in principe geen dienstverlening vanuit KempenPlus mogelijk. Er zijn echter (kwetsbare) burgers die zonder ondersteuning, in welke vorm dan ook, niet in staat zijn tot arbeidsparticipatie. Deze burgers worden thans niet bereikt met alle gevolgen van dien. KempenPlus wil in gesprek gaan met de gemeenten om te bezien of de dienstverlening mede ingezet kan/mag worden ten behoeve van potentiële cliënten die thans buiten beeld zijn. Dit thema wordt meegenomen in het proces “Strategische verkenning KempenPlus”. Wet Inburgering KempenPlus voert de Wet inburgering 2021 uit namens de Kempengemeenten. De gemeente Eersel voert een deel van de werkzaamheden zelf uit. Ook voor Oirschot wordt deze wet voor een afgesproken deel uitgevoerd in 2024. Door de toenemende asiel-instroom moeten de gemeenten meer asielstatushouders vestigen en hierdoor neemt de caseload van inburgeraars in de komende jaren voor KempenPlus toe. De inzet van KempenPlus is erop gericht om de inburgeraars zo snel mogelijk te laten inburgeren en participeren in de Kempische samenleving.
Voor het inburgeringsdeel werkt KempenPlus met gespecialiseerde participatiecoaches voor zowel de casusregie als de MAP trainingen, vanwege de complexiteit van de uitvoering van de Wet inburgering en om de inburgeraars de beste begeleiding te bieden. 1 KempenPlus werkt hierin ook samen met externe partijen zoals vluchtelingenhulp en vluchtelingenwerk. Het financieel ontzorgen wordt indien nodig door de Inkomensconsulenten verzorgd. Naast de zogenoemde “nieuwe wetters”, begeleidt KempenPlus ook de inburgeraars van de oude Wet inburgering vanuit de Participatiewet om ze te laten inburgeren en participeren.
2.3
Dienstverlening
Het deelprogramma “Ontwikkelen en Inkomensondersteuning” behelst twee hoofdtaken: het verstrekken van een inkomensondersteuning aan personen die (nog) niet in staat zijn om in de noodzakelijk kosten van het bestaan te voorzien en het bieden van ondersteuning, in welke vorm dan ook, aan personen die deze nodig hebben om participatie / re-integratie te realiseren. Centrale doelstelling in het beleid blijft het zo regulier mogelijk werken van onze cliënten en medewerkers. Iedere cliënt die in aanmerking komt voor ondersteuning met LKS wordt actief begeleid naar plaatsing bij een externe werkgever; in gevallen waarin dat (nog) niet mogelijk is, wordt een werkplek bij KempenPlus gerealiseerd. Er is blijvende aandacht voor ontwikkeling. Onze regio is aangehaakt bij het “Huis naar Werk” in Eindhoven, waar werkzoekenden en werkgevers terecht kunnen met hun vragen over de arbeidsmarkt in brede zin en waar getracht wordt vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bij elkaar te brengen en succesvolle matching te realiseren. Bij KempenPlus is een lokaal loket van het Huis naar Werk ingericht. Uitgangspunten voor de uitvoering zijn uiteraard wet- en regelgeving. Dat zijn de formele kaders waarbinnen de dienstverlening vorm moet worden gegeven.
Uitvoering is echter meer dan uitsluitend het volgen van formele regels; bij elk besluit zal bezien en beoordeeld moeten worden welke gevolgen dat besluit heeft in het individuele geval. Uitvoering vraagt ook om een zorgvuldige bejegening van de burger. In de verhouding overheid – burger hebben we oog
1
Om te voldoen aan de inburgeringsplicht, moeten inburgeringsplichtigen de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) succesvol
afronden.
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 8
voor de belangen en kwetsbaarheden van de burger, zeker in gevallen waarin sprake is van de afhankelijkheid van een basisvoorziening zoals bijvoorbeeld een bijstandsuitkering. Afwikkeling TOZO 2 De uitvoering van deze regeling blijft nog inzet vragen van KempenPlus, ook nadat de regeling is beëindigd. Dat komt onder meer doordat op verstrekte leningen beheer dient plaats te vinden tot dat leningen volledig zijn afgelost. Leefgeldregeling Oekraïners Sinds maart 2022 voert KempenPlus de “Leefgeldregeling Oekraïners” uit. Deze regeling kent in ieder geval een doorloop tot begin 2025 en zal wellicht gedurende geheel 2025 van kracht blijven. De uitvoering is tot op heden begroot als een tijdelijke taak. Bij het opstellen van de begroting wordt opnieuw een inschatting gemaakt van de looptijd.
2.4
Financieel perspectief
KempenPlus is een uitvoeringsorganisatie van en voor de Kempengemeenten. De uitvoeringskosten worden begroot en verantwoord door KempenPlus. Naast de uitvoeringskosten zijn er zogenaamde programmakosten. Dat zijn kosten die toerekenbaar zijn aan inwoners van de deelnemende gemeenten. Deze programmakosten maken geen deel uit van de begroting van KempenPlus, maar worden door de deelnemende gemeenten begroot en verantwoord. De financiële afwikkeling van de programmakosten is wel een taak KempenPlus. Voor het financieel perspectief van deelprogramma Werk en Participatie is toename in aantallen cliënten en de ontwikkeling in lonen en prijzen de belangrijkste aanleiding om de begroting 2024 te actualiseren. Voor 2025 en verder wordt ook met indexering van lonen en prijzen gerekend. Met name autonome ontwikkelingen – dat wil zeggen invloeden die liggen buiten de invloedssfeer van KempenPlus- zijn aanleiding tot actualisatie van de begrotingswijziging 2024. Voor de jaren 2025 en verder zijn geen wezenlijke koersveranderingen bepaald. Vooralsnog geldt de aanname van ongewijzigd beleid. Voor de kostenverdeling voor 2025 geldt het uitgangspunt dat de afspraken daarover die voor 2024 gelden worden voortgezet in 2025 en verder. Voornemen is om voor de 2e begrotingswijziging 2024 de kostenverdeling van Inburgering te actualiseren.
Voor de nieuwe taak Bijzondere Bijstand is ook een afspraak over kostenverdeling vanaf 2024 onmisbaar. De verwachting is dat de afspraken die voor 2024 worden overeen gekomen ook in 2025 worden voortgezet.
2
Tozo is een tijdelijke regeling die de overheid in het leven heeft geroepen voor zelfstandig ondernemers, waaronder zzp'ers, die
financieel in de problemen komen door de coronacrisis en niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. De uitvoering van deze regeling hebben de Kempengemeenten belegd bij KempenPlus.
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 9
3
Deelprogramma Werken
De afdeling Werken biedt, als geïntegreerd onderdeel van KempenPlus, werk aan mensen die vallen onder de Participatiewet en die (nog) niet in staat zijn om te kunnen werken bij een reguliere opdrachtgever. Onder het deelprogramma Werken vallen alle activiteiten van de afdeling Werken plus de individuele detacheringen die onder de afdeling Werk & Participatie vallen.
3.1
Inleiding
In het deelprogramma Werken, ook wel de infrastructuur van KempenPlus genoemd, worden de activiteiten met baten en lasten in de begroting opgenomen van de medewerkers waaraan KempenPlus passend werk biedt, omdat ze dit (nog) niet kunnen vinden bij een reguliere werkgever. Dit betreft zowel Wsw-medewerkers, alsmede cliënten vanuit de Participatiewet die ontwikkeling behoeven en werkervaring moeten opdoen, cliënten die aangewezen zijn op ondersteuning met loonkostensubsidie en cliënten die vallen onder de doelgroep Beschut Werk. KempenPlus is voor de gesubsidieerde medewerkers een bedrijf, maar heeft geen financieel winstdoel zoals commerciële bedrijven. De ‘winst’ van KempenPlus is elke cliënt die een baan gevonden heeft die bij zijn of haar mogelijkheden past. De ambitie is om een zo regulier mogelijk bedrijf te zijn waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen werken en leren. Het streven is om elk individu te laten groeien naar of zo dicht mogelijk richting de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zijn steeds voldoende opdrachten nodig die passend en uitdagend zijn. Dit kan ook alleen als we de infrastructuur voortdurend bij de tijd houden. De hoofdactiviteiten zijn: o Detachering o Groen o Facilitair o Productie
3.2
De infrastructuur: Instroom, doorstroom en uitstroom
Instroom: Participatiecoaches van W&P bepalen wie en hoe lang instromers gebruik maken van de infrastructuur van KempenPlus. Het aantal werkenden in de infrastructuur bepaalt voor het grootste deel de lasten; de instroom bepaalt in grote mate hoeveel mensen er in 2025 werken in de infrastructuur. Deze instroom bestaat voor veruit het grootste deel uit “nieuwe Nederlanders”. Politieke keuzes (nieuw kabinet) en realisering van taakstellingen huisvesting statushouder door onze gemeenten, zijn bepalend voor de instroom in 2025. Richtlijnen voor de infrastructuur zijn: o 3 dagdelen kunnen werken o 2 dagdelen voor een MAP-er (tijdelijke te werkstelling) o Een afstand tot de arbeidsmarkt die in principe ligt boven het niveau van arbeidsmatige dagbesteding (ca. 30% loonwaarde)
Doorstroom:
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 10
We hebben maximale focus op ontwikkelplekken. Dit betreft mensen waarvan de participatiecoach inschat dat binnen 1 tot 2 jaar uitstroom naar de reguliere arbeidsmarkt mogelijk is. Voor alle medewerkers, ook voor degenen die niet op een ontwikkelplek geplaatst zijn, geldt dat de werkleiding samen met P&O kijkt naar: o Maximaal werken naar vermogen o Het behalen van cursussen, trainingen, certificaten en diploma’s (o.a. de praktijkverklaringen in samenwerking met Summa) o Gedrag en veiligheid o Stimuleren gezondheid o Afstemming met het thuisfront / sociale organisaties Uitstroom: De uitstroom naar regulier werk is de voornaamste doelstelling. Het relatief erg lage percentage mensen in de bijstand in de Kempen betekent dat de afstand tot de arbeidsmarkt over het algemeen groot is. Daarbij is er vaak sprake van multi-problematiek, cultuurverschillen en werkt het niet beheersen van de Nederlandse taal de uitstroom naar de reguliere arbeidsmarkt niet in de hand. De verwachting is dat uitstroom uit de infrastructuur ook in 2025 niet heel groot zal zijn. Uitstroom als pensionering en andere uitstroom-redenen zijn redelijk goed te voorspellen.
personen per doelgroep 5
31 35 Beschut
104
ContractKempenplus Dagbesteding 2
Detachering Inlener 56
LKS Stage en inburgering
1
365
Werkervaring
Conjunctuur Momenteel is er nog sprake van krapte op de arbeidsmarkt, hoewel het tij lijkt te kantelen. In een ontwikkeling naar recessie voelen we als sociaal ontwikkelbedrijf meestal als eerste de veranderingen. Als het minder gaat in de economie stoppen bedrijven als eerste om werk aan ons uit te besteden. We constateren een teruggang in diverse branches en de recessie lijkt daarmee door te zetten. Dit zou ook kunnen betekenen dat er meer mensen in 2025 de infrastructuur van KempenPlus nodig hebben als voorziening/vangnet om te kunnen participeren. Voor die inwoners van de Kempengemeenten staat KempenPlus aan de lat.
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 11
3.3
Hoofdactiviteiten in de infrastructuur
Detachering: Detachering is het op een na hoogste doel na indiensttreding bij een reguliere opdrachtgever. Leiding en toezicht is daarbij de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever en de sociale begeleiding is de verantwoordelijkheid van KempenPlus. Medewerkers blijven bij ons in dienst en kunnen op ons terugvallen. We stimuleren dat in samenspraak met opdrachtgevers. We hebben mensen zowel individueel gedetacheerd, als in groepen (shop-in-shop, Groen Bergeijk, milieustraten en Pius X-College). We denken dat dit stabiel blijft of iets zal teruglopen in 2025. Dit is met name afhankelijk van de keuze van Bladel, Reusel-de Mierden en Eersel ten aanzien van de groenvoorziening. Groen De contracten voor de gemeenten Bladel, Reusel-De Mierden en Eersel lopen tot en met 2024. In de loop van 2024 zullen we met deze gemeenten in overleg gaan of deze verlengd worden of dat er voor een detacheringsconstructie gekozen wordt. Ook KempenPlus gaat zich beraden of zij een rol als aannemer kan blijven uitvoeren indien 1 of 2 gemeenten zouden kiezen voor detachering via een commerciële aannemer. Vooralsnog gaan we uit van de huidige werkwijze en zal het werkpakket worden afgestemd op het aantal groenmedewerkers, rekening houdend met de individuele beperkingen.
Lunetzorg is de enige niet-gemeentelijke opdrachtgever, die we graag willen behouden gezien het passende werk dat daar uitgevoerd kan worden. In de doorontwikkeling zal ook aan bod komen wat het toekomstperspectief is van onze groenvoorziening. Facilitair We hebben 1 externe groepsdetachering en dat is bij het Pius X-College te Bladel. Aangezien schoonmaak een werksoort is met vele baankansen in de reguliere markt, willen we deze klant blijven bedienen. Het blijft echter lastig om mensen te stimuleren voor deze werksoort. Ook de reguliere markt heeft hier mee te maken. Imago en fysieke belastbaarheid zijn drempels, die zeker spelen bij de “nieuwe Nederlanders”. We blijven onze eigen panden schoonmaken en de catering verzorgen in onze eigen panden met mensen die (nog) niet gedetacheerd kunnen worden. Productie De meeste instroom start bij de verschillende productieafdelingen (verpakken, assemblage, montage, grafisch, elektro, metaal en orderverwerking voor webshops). We hebben hier 20 klanten benoemd, waarbij omzet en kosten cruciaal zijn voor onze financiële bijdrage. De andere ca. 80 klanten hebben we nodig om iedereen passend werk aan te kunnen bieden. Als aannemer van werk blijven we zeer afhankelijk van de conjunctuur.
Met collega-bedrijven blijven we samen zoeken hoe we inclusieve technologie kunnen inzetten om mensen hoogwaardiger werk aan te bieden en/of te ontlasten, maar ook om competitief te blijven in de markt.
3.4
Financieel perspectief op hoofdlijnen
Het vertrekpunt voor het financieel perspectief voor de jaren 2025 en verder wordt bepaald in een 2e begrotingswijziging 2024. Voor het financieel perspectief van deelprogramma Werken is de ontwikkeling in lonen en prijzen de belangrijkste aanleiding om de begroting 2024 te actualiseren. Voor 2025 en verder wordt ook met indexering van lonen en prijzen gerekend. Voor de jaren 2025 en verder zijn geen wezenlijke koersveranderingen bepaald. Vooralsnog geldt de aanname van ongewijzigd beleid. De prijsontwikkeling gaat ook optreden aan de batenzijde van de begroting. Ook de omzet wordt geïndexeerd. De kostenverdeling wordt gebaseerd op de bestaande afspraken.
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 12
4
Deelprogramma Ondersteuning
4.1
Inleiding
Het deelprogramma Ondersteuning wordt “Ondersteuning” genoemd, omdat de uitvoerende afdelingen Werk & Participatie en Werken organisatorisch steunen op de centrale afdeling Ondersteuning. Vanuit deze afdeling wordt een breed palet aan taken uitgevoerd, variërend van administratie, Planning & Control, communicatie, archief, ICT, Arbo, P&O, huisvesting enzovoorts. De afdeling Ondersteuning is voortdurend in ontwikkeling om de organisatie bij de tijd te houden, in de volle breedte van het takenpakket. Goed werkgeverschap, is een uitgesproken ambitie van KempenPlus. Om dat te realiseren waarborgt KempenPlus dat aan de nodige randvoorwaarden is voldaan.
4.2
Externe ontwikkelingen
Digitale richtlijnen en wetgeving De wetgeving rondom privacy, data-beveiliging, toegankelijkheid van informatie, et cetera is in beweging. Naar verwachting zal op de genoemde terreinen elk jaar nieuwe wetgeving van kracht worden. Op technisch gebied wordt KempenPlus in overwegende mate ontzorgd doordat de afdeling SSC van GRSK de ICT-dienstverlening verzorgt. Hierin wordt zoveel mogelijk samenwerking gezocht met de Kempengemeenten. Archiefwet Naar verwachting treedt per 1 januari 2025 de vernieuwde archiefwet in werking. Hoe de wet er precies uit komt te zien en wat het effect is op de bedrijfsvoering van KempenPlus is op dit moment nog niet helder. Naar verwachting zal de inhoud van de wet in 2024 bekend worden gemaakt. Op dat moment wordt onze inzet bepaald. Naar verwachting zullen er in 2024 en 2025 wel aanpassingen in onze huidige werkwijze nodig zijn, om te blijven voldoen aan de geldende voorschriften.
4.3
Interne ontwikkelingen
Personeel en HRM Momenteel is de toestand op de arbeidsmarkt zodanig dat een aantal vacatures moeilijk kunnen worden ingevuld. Des te belangrijker is het dat KempenPlus perspectief en ontwikkeling kan bieden aan haar medewerkers en aan mogelijke kandidaten waarmee vacatures worden ingevuld. Vacatures vast invullen is ook van belang om inhuur op vacatures in te dammen en om kennis op te bouwen binnen de eigen organisatie. Goed en aantrekkelijk werkgeverschap is daarvoor van essentieel belang. De arbeidsvoorwaarden moeten in lijn liggen met die van andere SW-bedrijven en met de Kempengemeenten. Thuiswerken KempenPlus is een moderne werkgever waarbij ook het thuiswerken wordt doorontwikkeld. Hiervoor zijn niet alleen beleid- en werkafspraken nodig, maar ook hardware en software die deze ontwikkeling ondersteunt. Hoewel er op dit gebied nog geen concrete maatregelen worden voorgesteld, omdat deze nog niet bekend zijn, duidt KempenPlus thuiswerken aan als een thema dat relevant is voor de organisatie. De uitwerking in concrete maatregelen wordt opgepakt.
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 13
Huisvesting Om het onderhoud van gebouwen meerjarig te plannen en te spreiden in de tijd is in 2023 een Meerjaren-OnderhoudsPlan opgesteld. (Een MJOP) Duurzaamheid is een aspect dat ook daarin is meegenomen. Alle 7 locaties van KempenPlus zijn in het plan betrokken. Vanuit de uitgevoerde inventarisatie is KempenPlus aan de slag om te bepalen welke initiatieven voor onderhoud worden genomen. Ook worden acties uitgezet in de tijd, inclusief de investeringen in gebouwen. Daar komt bij dat naar verwachting de lopende strategische verkenning ook tot conclusies gaat leiden met betrekking tot huisvesting. Enkele initiatieven lopen reeds. Dat zijn de voorgenomen verkoop van de werf Bergeijk en het besluit om de locatie Hallenstraat aan te houden tot 2025. Kwaliteit, Arbo en Milieu Veiligheid is een thema waaraan structureel aandacht wordt besteed. Op dit gebied worden elk jaar initiatieven genomen op basis van actuele zaken. In 2023 waren deze onderwerpen bijvoorbeeld de Roadshows, Sterk aan het werk, brandmelders zijn verbeterd en toegangsbeleid is aangescherpt. De huidige werkwijze met doorlopend alert te zijn op punten waar behoefte aan is bij de medewerkers en zaken die beter kunnen voldoet goed aan de verwachtingen en wordt voortgezet.
Op dit moment is sprake van onvolledige benutting van de capaciteit om energie opgewekt met zonnepanelen van KempenPlus terug te leveren, vanwege capaciteitsproblemen op de infrastructuur van het elektriciteitsnet. KempenPlus blijft zoeken naar mogelijkheden om de onbenutte capaciteit te gebruiken.
4.4
Financieel perspectief op hoofdlijnen
Het vertrekpunt voor het financieel perspectief voor de jaren 2025 en verder wordt bepaald in een 2e begrotingswijziging 2024. Voor het financieel perspectief van deelprogramma Ondersteuning is de ontwikkeling in lonen en prijzen de belangrijkste aanleiding om de begroting 2024 te actualiseren. Voor 2025 en verder wordt ook met indexering van lonen en prijzen gerekend. Voor de jaren 2025 en verder zijn geen wezenlijke koersveranderingen bepaald. Vooralsnog geldt de aanname van ongewijzigd beleid. De nodige investeringen in onderhoud van gebouwen worden inde loop van 2024 omgezet in een voorstel om kredieten te voteren. Mogelijk ontstaan initiatieven uit het proces doorontwikkeling KempenPlus, die voor 2025 en verder gevolgen hebben.
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 14
5
Uitgangspunten voor de begroting 2025
5.1
Inleiding
Het vertrekpunt voor de begroting is “ongewijzigd beleid”. Dat wil zeggen dat het gevoerde beleid voor de komende jaren doorgetrokken wordt en dat de budgettaire gevolgen van in het verleden genomen beslissingen in de begroting en in de meerjarenraming zijn verdisconteerd. Voor een aantal externe factoren zoals rente- en prijsontwikkeling worden aannames bepaald. Ook is van belang om de verdeelsleutels van de kosten vast te stellen. Uitgangspunt is dat geen wijziging van de huidige verdeelsleutels wordt doorgevoerd. Opstelling van het jaarplan 2025 Het jaarplan voor de Samenwerking Kempengemeenten ontstaat door bundeling van de deelprogramma’s van KempenPlus. Deze deelprogramma’s worden opgesteld aan de hand van de indeling in de zogenaamde drie W-vragen. Dit zijn: o Wat willen we bereiken? o Wat gaan we daarvoor doen? o Wat mag het kosten? De voorstellen van de afdelingsplannen worden door het management opgesteld. Daarin staan de concrete voornemens voor het dienstjaar 2025 en voor de periode 2026 – 2028.
5.2
Begrotingswijziging 2024
In de procedure tot vaststelling begroting 2025 en meerjarenraming 2026 -2028 loopt ook een voorstel tot begrotingswijziging 2024 mee in de procedure. De primitieve begroting 2024 werd reeds vastgesteld in juli 2023. De 2e begrotingswijziging voor het jaar 2024 in de loop van het jaar stelt KempenPlus in staat om actuele inzichten en omstandigheden te verwerken in de begroting. Door opname in de begroting ontstaat autorisatie van het bestuur tot het (laten) doen van uitgaven voor vermelde doelen. Het besluit tot wijziging van de begroting 2024 is een separaat bestuursbesluit. Het proces van besluitvorming loopt gelijk op met de vaststelling van de begroting 2025.
5.3
Bijzondere aandachtspunten
In de voorbereiding van de begroting wordt bijzondere aandacht besteed aan instroom, uitstroom en doorstroom in de doelgroepen. Deze verwachte ontwikkeling ligt ook ten grondslag aan de ramingen die voor de omzet worden opgesteld. Ook de financiële consequenties van de door gemeente Oirschot aangekondigde beëindiging van de dienstverlening met ingang van 2025, worden aangemerkt als bijzonder thema met de opgave om mogelijke nadelige gevolgen tot een minimum te beperken.
5.4
Financiële uitgangspunten
Rente Voor de berekening van de rente geldt de aanname dat er geen rentekosten ontstaan. Deze aanname is gebaseerd op het gegeven dat er momenteel slechts een langlopende lening loopt, met een negatieve rente, van beperkte omvang. Naast deze lening loopt een kasgeldlening die begin 2024 expireert.
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 15
in de bevoorschotting door gemeenten stellen we werkafspraken voor die er toe leiden dat KempenPlus geen leningen hoeft aan te trekken. Als gevolg van een wijziging van het BBV in 2017, geldt het volgende voorschrift: Rente die begroot wordt voor leningen, wordt uitgedrukt als een percentage van de waarde van materiële vaste activa per 1 januari 2025. Dit percentage is voor 2025 en verder bepaald op 0,0 %. Op deze wijze is, conform het advies van de commissie BBV, niet langer sprake van berekende rente. Schatkistbankieren levert naar verwachting rentebaten op voor KempenPlus. Hiervan wordt een reële verwachting geraamd in de begroting 2025. Loon- en prijsstijgingen Voor de indexering van lonen en prijzen hanteert KempenPlus dezelfde uitgangspunten als de vijf andere gemeenschappelijke regelingen in Zuid-Oost Brabant.3 Afgesproken is om als methode voor indexering van de begroting van het jaar t gebruik te maken van de percentages die in de Macro Economische Verkenning t-1 (uitgebracht in jaar t-2) zijn opgenomen voor het jaar t-1. Het gaat om de Loonvoet sector overheid voor de index van de lonen en de Prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc) voor de index van de prijzen. Aldus wordt de indexering 2025 van de lonen voor niet gesubsidieerd personeel bepaald op 6,5 %. De prijsindex voor 2025 wordt bepaald op 3,5 %.
Voor de gesubsidieerde medewerkers wordt de indexering van de lonen voorlopig ook bepaald op 6,5 %. Ook voor de Cao Aan de slag rekenen we met hetzelfde percentage. Daarbij geldt het voorbehoud dat ingeval er aanwijzingen ontstaan dat aanpassing van dit indexcijfer noodzakelijk is, gerekend wordt met het voortschrijdend inzicht. Voor de meerjarenraming 2026 en verder wordt uitgegaan van vaste prijzen en vaste lonen. Resultaat meerjarenraming De meerjarenraming geeft een beeld van te verwachten saldi voor de komende jaren bij doortrekking van het bestaande beleid en het doorvoeren van nieuwe ontwikkelingen. De berekening van bijdragen van gemeenten geschiedt zodanig dat volledige dekking van lasten wordt bereikt. Onvoorzien In de begroting van 2025 en verder is geen rekening gehouden met onvoorziene uitgaven. Indien er onvoorziene uitgaven zijn dan worden deze toegelicht in de rapportage en of in de jaarstukken.
5.5
Kostenverdeling per deelprogramma
In het financieel kader van KempenPlus is overeengekomen dat de gemeenten een bijdrage betalen in de exploitatie van KempenPlus die los staat van de rijksmiddelen die gemeenten ontvangen. Voor de gemeentelijke bijdragen is een verdeelsleutel per deelprogramma vastgesteld. In 2021 zijn de deelprogramma’s gelijk aan de afdelingen binnen KempenPlus. o Ondersteuning o Werken o Werk en participatie
3
Dit uitgangspunt wordt ook gehanteerd door de volgende verbonden partijen in de regio Eindhoven. MRE, Odzob, GGD, GRSK en Veiligheidsregio.
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 16
Om de lasten van huisvesting door te kunnen berekenen aan de deelprogramma’s is een inschatting gemaakt van het gebruik door de afdelingen. De huisvestingslasten worden als verdeeld: o Ondersteuning 15% o Werken 70% o Werk & Participatie 15% De lasten van de deelprogramma’s worden voor de bepaling van de gemeentelijke bijdragen als volgt verdeeld. o Ondersteuning: ▪ 20% volgens de verdeelsleutel van het deelprogramma Werk en Participatie ▪ 30% volgens de verdeelsleutel van het deelprogramma Werken ▪ 50% aan de gemeenten op basis van het aantal inwoners per gemeente. Hiervoor wordt het voortschrijdende gemiddelde gebruikt uit de begroting. o Werken: op basis van het aantal fte uit doelgroepen (Wsw, LKS + nieuw beschut) per gemeente. o Werk en Participatie op basis van het aantal uitkeringsgerechtigden per gemeente.
Peildata voor de kostenverdeling Bij inwoners, fte in doelgroepen en bij het aantal uitkeringen, wordt uitgegaan van het voortschrijdend driejaarsgemiddelde. Aantallen worden bepaald op t-2, t-3 en t-4. Dit houdt in dat in de begroting 2025 en de meetmomenten liggen op 1 januari 2023, 1 januari 2022 en 1 januari 2021. Het gemiddeld aantal van die drie meetmomenten wordt gehanteerd. Bij het vormen, onttrekken en storten van bestemmingsreserves wordt de verdeelsleutel gebruikt van het deelprogramma c.q. die van de huisvestingslasten waarop de bestemmingsreserve betrekking heeft. In het deelprogramma werken hanteert KempenPlus marktconforme tarieven voor de dienstverlening aan Werken en aan gemeenten. Dit uitgangspunt geldt voor alle dienstverlening: productie, facilitair en voor Groen. Met toepassing van dit uitgangspunt wordt oneerlijke concurrentie voorkomen. In de dienstverlening in de groenvoorziening op vraag van gemeenten wordt ook dit uitgangspunt gehanteerd. Op deze wijze maakt het voor gemeenten geen financieel verschil of KempenPlus of een commercieel bedrijf de werkzaamheden uitvoert. Inburgering op basis van maatwerk De kosten van inburgering worden begroot bij de afdeling Werk & Participatie.
Over de uitvoering van deze taak en over de kostenverdeling worden in de voorbereiding van een 2e begrotingswijziging 2024 nieuwe afspraken gemaakt met de deelnemende gemeenten. Deze afspraken worden in 2025 voortgezet. Bijzondere Bijstand Vanaf 2024 is de uitvoering van de Bijzondere Bijstand een verantwoordelijkheid van KempenPlus. Over de uitvoering van deze taak en over de kostenverdeling worden in 2023 afspraken gemaakt met de deelnemende gemeenten. Deze afspraken worden in 2025 voortgezet.
Kadernota 2025
KempenPlus
Pagina 17