Kadernota 2024 definitief.pdf
Tekst van het document
Kadernota 2024
KempenPlus
Pagina 22
5
Uitgangspunten voor de begroting 2024
5.1
Inleiding
Het vertrekpunt voor de begroting is “ongewijzigd beleid”. Dat wil zeggen dat het gevoerde beleid voor de komende jaren doorgetrokken wordt en dat de budgettaire gevolgen van in het verleden genomen beslissingen in de meerjarenraming zijn verdisconteerd. Voor een aantal externe factoren zoals rente- en prijsontwikkeling worden aannames bepaald. Ook is van belang om de verdeelsleutels van de kosten vast te stellen. Uitgangspunt is dat geen wijziging van verdeelsleutels wordt doorgevoerd. Het herijken van de sleutels van de kostenverdeling is wel raadzaam, en de bestuurlijke besluitvorming wordt in de loop van 2023 ambtelijk voorbereid. Bij het opstellen van de begroting 2024 en meerjarenraming kan met dit voornemen nog geen rekening worden gehouden.
Opstelling van het jaarplan 2024 Het jaarplan voor de Samenwerking Kempengemeenten ontstaat door bundeling van de deelprogramma’s van KempenPlus. Deze deelprogramma’s worden opgesteld aan de hand van de indeling in de zogenaamde drie W-vragen. Dit zijn: o Wat willen we bereiken? o Wat gaan we daarvoor doen? o Wat mag het kosten? De voorstellen van de afdelingsplannen worden door het management opgesteld. Daarin staan de concrete voornemens voor het dienstjaar en voor het meerjarenperspectief.
5.2
Begrotingswijziging 2023
In de procedure tot vaststelling begroting 2024 en meerjarenraming 2025 -2027 is ook een begrotingswijziging 2023 opgenomen. De primitieve begroting 2023 werd reeds vastgesteld in juli 2022. Een actualisering van deze begroting loopt mee in de procedure. De begrotingswijziging voor het jaar 2023 in de loop van het jaar stelt KempenPlus in staat om actuele inzichten en omstandigheden te verwerken in de begroting. Door opname in de begroting ontstaat autorisatie van het bestuur tot het (laten) doen van uitgaven voor vermelde doelen. Het besluit tot wijziging van de begroting 2023 is een separaat bestuursbesluit. Het proces van besluitvorming loopt gelijk op met de vaststelling van de begroting 2024.
5.3
Financiële uitgangspunten
Rente Voor de berekening van de rente geldt de aanname dat er geen rentekosten ontstaan. Deze aanname is gebaseerd op het gegeven dat er momenteel slechts een langlopende lening loopt, met een negatieve rente, van beperkte omvang. Naast deze lening loopt een kasgeldlening die begin 2023 expireert. Als gevolg van een wijziging van het BBV in 2017, geldt het volgende voorschrift: Rente die begroot wordt voor leningen, wordt uitgedrukt als een percentage van de waarde van materiële vaste activa per 1 januari 2024. Dit percentage is voor 2024 en verder bepaald op 0,0 %. Op deze wijze is, conform het advies van de commissie BBV, niet langer sprake van berekende rente.
Kadernota 2024
KempenPlus
Pagina 23
Loon- en prijsstijgingen Voor de indexering van lonen en prijzen hanteert KempenPlus dezelfde uitgangspunten als de vijf andere gemeenschappelijke regelingen in Zuid-Oost Brabant.8 Afgesproken is om als methode voor indexering van de begroting van het jaar t gebruik te maken van de percentages die in de Macro Economische Verkenning t-1 (uitgebracht in jaar t-2) zijn opgenomen voor het jaar t-1. Het gaat om de Loonvoet sector overheid voor de index van de lonen en de Prijs netto materiële overheidsconsumptie (imoc) voor de index van de prijzen. Aldus wordt de indexering 2024 van de lonen voor niet gesubsidieerd personeel bepaald op 3,3 %. De prijsindex voor 2024 wordt bepaald op 5,9 %. Voor de gesubsidieerde medewerkers wordt de indexering van de lonen voorlopig bepaald op 3,3 %. Ook voor de Cao Aan de slag rekenen we met hetzelfde percentage. Dat houdt in dat we over de hele linie rekenen met een uniform percentage. Daarbij geldt het voorbehoud dat ingeval er aanwijzingen ontstaan dat aanpassing van dit indexcijfer noodzakelijk is, gerekend wordt met het voortschrijdend inzicht. Voor de meerjarenraming 2025 en verder wordt uitgegaan van vaste prijzen en vaste lonen. Actualisatie lonen en prijzen 2023 In de begroting van 2023 is gerekend met een loonindex van 2,3% voor niet-gesubsidieerd personeel.
In de begrotingswijziging 2023 wordt vooralsnog rekening gehouden met een totale loonindex van 4,58% (11/12 * 5%) in 2023. 9 Dit op basis van het bod dat door de werkgevers is gedaan op 16 november. Indien ten tijde van het opstellen van de begroting meer bekend is over de CAO ontwikkeling 2023 wordt dit nog aangepast. In 2023 is gerekend met een prijsindexering van 1,6%. Ook dit percentage blijkt te laag. In deze kadernota wordt aansluiting gezocht bij de Macro Economische Verkenning die zijn opgenomen t-1. Dit betekent dat ook in 2023 uit wordt gegaan van een prijsindex van 5,9%. Bij het opstellen van de begroting zal beoordeeld worden of dit voldoende is. De eerste signalen wijzen erop dat 5,9% aan de lage kant zal zijn. Met name op het gebied van energieprijzen stellen we vast dat de prijsontwikkeling hoger ligt.
5.4
Ontwikkelingen in doelgroepen
Er wordt een inschatting gemaakt van het aantal gesubsidieerde medewerkers dat in dienst is bij KempenPlus gedurende de begrotingsperiode. De gegevens worden als uitgangspunten genomen voor de bepaling van de salariskosten van de gesubsidieerde medewerkers. In de toelichting op het deelprogramma Werken wordt nader inzicht gegeven in de samenstelling van het bestand van gesubsidieerde medewerkers dat werkzaam is in de infrastructuur ultimo 2022.
Resultaat meerjarenraming De meerjarenraming geeft een beeld van te verwachten saldi voor de komende jaren bij doortrekking van het bestaande beleid en het doorvoeren van nieuwe ontwikkelingen. De berekening van bijdragen van gemeenten geschiedt zodanig dat volledige dekking van lasten wordt bereikt.
8
Dit uitgangspunt wordt ook gehanteerd door de volgende verbonden partijen in de regio Eindhoven. MRE, Odzob, GGD, GRSK en Veiligheidsregio.
9
Omdat de nieuwe afspraken over aanpassing van de lonen ingaan op 1 februari 2023 wordt gerekend met 11 maanden.
Kadernota 2024
KempenPlus
Pagina 24
Onvoorzien In de begroting van 2023 en verder is geen rekening gehouden met onvoorziene uitgaven. Indien er onvoorziene uitgaven zijn dan worden deze toegelicht in de rapportage en of in de jaarstukken.
5.5
Kostenverdeling per deelprogramma
In het Financieel kader van KempenPlus is overeengekomen dat de gemeenten een bijdrage betalen in de exploitatie van KempenPlus die los staat van de rijksmiddelen die gemeenten ontvangen. Voor de gemeentelijke bijdragen is een verdeelsleutel per deelprogramma vastgesteld. In 2021 zijn de deelprogramma’s gelijk aan de afdelingen binnen KempenPlus. • Directie en bedrijfsvoering • Bedrijven • Werk en participatie Om de lasten van huisvesting door te kunnen berekenen aan de deelprogramma’s is een inschatting gemaakt van het gebruik door de afdelingen. De huisvestingslasten worden als verdeeld: • Directie & Bedrijfsvoering 15% • Bedrijven 70% • Werk & Participatie 15% De lasten van de deelprogramma’s worden voor de bepaling van de gemeentelijke bijdragen als volgt verdeeld. • Directie en Bedrijfsvoering: o 20% volgens de verdeelsleutel van het deelprogramma Werk en Participatie o 30% volgens de verdeelsleutel van het deelprogramma Bedrijven o 50% aan de gemeenten op basis van het aantal inwoners per gemeente. Hiervoor wordt het voortschrijdende gemiddelden gebruikt uit de begroting. • Bedrijven: op basis van het aantal fte uit doelgroepen (Wsw, LKS + nieuw beschut) per gemeente. • Werk en Participatie op basis van het aantal uitkeringsgerechtigden per gemeente.
Bij inwoners, fte in doelgroepen en bij het aantal uitkeringen, wordt uitgegaan van het voortschrijdend driejaarsgemiddelde. Aantallen worden bepaald op t-2, t-3 en t-4. Dit houdt in dat in de begroting 2024 en dus ook de jaarstukken de meetmomenten liggen op 1 januari 2022, 1 januari 2021 en 1 januari 2020. Het gemiddeld aantal van die drie meetmomenten wordt gehanteerd. Bij het vormen, onttrekken en storten van bestemmingsreserves wordt de verdeelsleutel gebruikt van het deelprogramma c.q. die van de huisvestingslasten waarop de bestemmingsreserve betrekking heeft. In het Financieel kader is ook opgenomen dat een besloten vennootschap opgericht voor het uitvoeren van re-integratie taken voor derden (B.V. KempenActief) niet meer noodzakelijk is en zal worden opgeheven. Bepaald is dat het eigen vermogen van deze BV wordt toegevoegd aan de algemene reserve van het participatiebedrijf. Als de B ’s worden opgeheven wordt het vermogen met de eigendomsverhoudingen van de WVK-groep (25% per gemeente) verdeeld. Deze eigendomsverdeling is ook van toepassing als verhaal mogelijk blijkt met betrekking tot de fraude, naar rato van de fraude van vóór en na de vorming van KempenPlus. In het deelprogramma werken hanteert KempenPlus marktconforme tarieven voor de dienstverlening aan bedrijven en aan gemeenten. Dus dit uitgangspunt geldt voor alle dienstverlening: productie, facilitair en
Kadernota 2024
KempenPlus
Pagina 25
voor Groen. Met toepassing van dit uitgangspunt wordt oneerlijke concurrentie voorkomen. In de dienstverlening in de groenvoorziening op vraag van gemeenten wordt ook dit uitgangspunt gehanteerd. Op deze wijze maakt het voor gemeenten geen financieel verschil of KempenPlus of een commercieel bedrijf de werkzaamheden uitvoert. KempenPlus heeft te weinig capaciteit om alle werkzaamheden uit te voeren. Maar, meer of minder inzet voor een gemeente heeft geen voor- of nadeel voor de betreffende gemeente.
Inburgering op basis van maatwerk De kosten van inburgering worden verdeeld op basis van afspraken met betreffende gemeenten. In de nader te maken afspraken wordt een kostendekkende bijdrage per gemeente overeengekomen.
5.6
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen geeft aan in welke mate KempenPlus zelfstandig in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in gevaar komt. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de volgende formule.
Weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
In het Financiële kader is met de gemeenten overeengekomen dat het weerstandvermogen tussen 1 en 1,4 moet bedragen. Onder 1 storten de gemeenten bij, boven de 1,4 wordt het meerdere uitgekeerd aan de gemeenten. Na het vaststellen van de jaarstukken 2022 en bij het opstellen van de begroting wordt opnieuw de ratio bepaald.
Kadernota 2024
KempenPlus
Pagina 26