Jaarstukken 2020 versie 8 juni 2021
Tekst van het document
Portefeuillehouders
PARAGRAFEN
85
4. Paragrafen 4.1 Paragraaf lokale heffingen Portefeuillehouder
Wethouder S. Luijten
Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in diverse gemeentelijke belastingen en heffingen. Bij gemeentelijke belastingen wordt onderscheid gemaakt tussen: belastingen: de opbrengst is bestemd voor de algemene middelen, zoals de onroerendezaakbelastingen (OZB) en de toeristenbelasting; bestemmingsheffingen: deze worden gebruikt om de kosten van de dienstverlening of voorziening te dekken, zoals de afvalstoffenheffing, rioolheffing en leges. Wettelijk kader Op grond van het Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten moet in de paragraaf lokale heffingen in ieder geval de volgende onderdelen worden vermeld: Onderdeel De geraamde inkomsten; Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, inclusief onderbouwing berekening maximaal kostendekkende tarieven Een aanduiding van de lokale lastendruk Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid
Op grond van art. 10, letter a BBV art. 10, letter b BBV art. 10, letter c BBV art. 10, letter d BBV art. 10, letter e BBV
Wat wilden we bereiken? Een lastendruk die in een goede verhouding staat tot het voorzieningenniveau. Dit betekent waar mogelijk kostendekkende tarieven. De raad heeft bij de behandeling van de begroting 2020 bepaald om voor de opbrengst van de OZB stijging het inflatiepercentage van het CEP te hanteren. De OZB is daardoor met 1,5% verhoogd. Daarnaast zijn de volgende beleidsuitgangspunten gehanteerd. Voor de rioolheffing en afvalstoffenheffing is uitgegaan van 100% kostendekking. De overige belastingen stijgen ook met het inflatiepercentage. Op basis van de meicirculaire 2019 bedroeg deze 1,5%. Het tarief voor de toeristenbelasting is 3,11% van de omzet. Algemeen De paragraaf “Lokale heffingen” heeft betrekking op de in de gemeente Bergeijk geheven belastingen en heffingen (retributies, rechten en leges). Er wordt ingegaan op de belastingsoort, beleid, de tarieven, berekening kostendekkende tarieven, de inkomsten en ontwikkelingen. De paragraaf sluit af met een overzicht van de lokale belastingdruk. Ontwikkelingen Woningtaxaties op basis van gebruiksoppervlakte De Waarderingskamer heeft gemeenten laten weten dat vanaf 2022 alle WOZ-woningtaxaties gebaseerd moeten zijn op de gebruiksoppervlakte van de woning. Gemeenten gebruiken nu veelal de bruto inhoud van de woning om woningen met elkaar te vergelijken of een andere maatstaf om een woning op te meten.
Het begin van dit traject is reeds ingezet, we gaan dit in fases invoeren zodat per 1-1-2022 elke woning getaxeerd wordt op basis van gebruiksoppervlakte. Op dit moment zijn de etagewoningen en de rij- en hoekwoningen reeds op deze wijze gewaardeerd.
86
Opbrengsten In onderstaande tabel geven we een overzicht van de opbrengsten aan lokale heffingen. Hierna volgt per belastingsoort een toelichting. Bedragen x € 1.000 a. Onroerende zaakbelastingen b. Toeristenbelastingen c. Forensenbelasting 1. Totaal algemene dekkingsmiddelen
Realisatie 2019 3.650 976 6 4.632
Begroot Begroot 2020 2020 na wijziging 3.710 3.710 935 795 6 6 4.652 4.511
Realisatie 2020 3.725 789 5 4.520
d. e. f. g. g. g. h. i. i. j. 2.
Reinigingsrechten (afvalstoffenheffing) Rioolheffing Rioolaansluitrechten Leges: Algemene dienstverlening Leges: Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Leges: Europese dienstenrichtlijn Lijkbezorgingsrechten Reclamebelasting centrummanagement Reclamebelasting Overige bestemmingsheffingen Totaal bestemmingsheffingen
1.326 1.770 27 654 425 4 20 28 1 30 4.285
1.327 1.821 22 530 482 3 14 30 1 31 4.260
1.362 1.821 22 483 582 3 14 30 1 14 4.330
1.451 1.847 19 425 693 6 17 27 1 15 4.499
3.
Totale opbrengst lokale heffingen (1+2)
8.916
8.911
8.841
9.019
Algemene dekkingsmiddelen a. Onroerende zaakbelastingen De onroerende zaakbelastingen worden geheven van eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen. De heffingsgrondslag is de vastgestelde economische waarde naar de peildatum 1 januari 2019 volgens de Wet waardering onroerende zaken. In 2020 is een opbrengst gerealiseerd van € 3.725.000 (2019: € 3.650.000). b. Toeristenbelasting (Kurtax) De Kurtax is een gemeentelijke belasting en wordt geheven van eigenaren van recreatieve accommodaties waar overnacht kan worden. De heffingsgrondslag bedraagt een vast percentage van de omzetten (Kurtax) en bedraagt 3,11%. De opbrengst 2020 bedraagt € 789.000 (2019: € 976.000). c. Forensenbelasting Onder de naam forensenbelasting wordt een directe belasting geheven van natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente een hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin over een gemeubileerde woning beschikken. De opbrengst 2020 bedraagt € 5.459 (2019: € 5.900). Bestemmingsheffingen Algemeen Bij de bestemmingsheffingen met de grootste omvang zijn overzichten opgesteld waardoor de kostendekkendheid van de betreffende heffing duidelijk wordt. In de overzichten zijn eerst de directe lasten en baten opgenomen.
Vervolgens is de overhead berekend op basis van de methodiek die is beschreven in hoofdstuk 3 financiële kaders begroting. De btw is berekend over de budgetten waarop een btw-component van toepassing is. De totale lasten zijn vervolgens afgezet tegen de opbrengsten die we genereren uit de heffing. d. Reinigingsrechten (Afvalstoffenheffing) Uit de werkelijke resultaten blijkt dat voor 2020 een dekkingsgraad van 92% is gerealiseerd. Dit verklaren we als volgt: 87
In 2020 is er een stijging te zien in het aantal keren dat de inwoners hun afvalcontainer aan de weg zetten. Het aanbieden van de groene container is t.o.v van 2019 met 20% gestegen. Dit heeft te maken met het feit dat mensen meer thuis waren vanwege de corona maatregelen. Er wordt meer thuis gegeten (thuiswerken en gesloten horeca) en meer in de tuin gewerkt. De inkomsten op het ledigen van de groene container gaan daarmee omhoog maar deze wegen niet op tegen de kosten die de afvalverwerker aan ons doorberekent per lediging. Ook op de milieustraat is het gedurende het jaar erg druk geweest. Gemiddeld is de milieustraat zo’n 200 keer meer bezocht per maand dan in 2019. Vooral in de maanden april, mei en november was er een sterke toename van het aantal bezoekers. Inwoners gingen massaal opruimen en wegbrengen. Hiermee zijn de kosten voor het afvoeren en verwerken van afval van de milieustraat zijn in 2020 gestegen.
Aantal ledigingen Rest GFT
2017 37.557 39.032
2018 37.090 44.738
2019 37.663 50.788
2020 40.886 60.900
65.000 60.000 55.000 50.000 45.000
Rest
40.000
GFT
35.000 30.000 25.000 2017
Bedragen x € 1.000 a. Lasten
2018
2019
Realisatie 2019
2020
Begroot Begroot 2020 2020 na wijziging
Realisatie 2020
Verschil
-1.435
-1.301
-1.421
-1.559
-139
b. Baten (excl. Afvalstoffenheffing)
322
284
284
346
62
c. Overhead
-69
-75
-75
-75
0
d. Btw
-255
-231
-256
-281
-25
e. Totaal lasten (a+b+c+d)
-1.437
-1.322
-1.468
-1.569
-101
f. Baten afvalstoffenheffing
1.326
1.327
1.362
1.451
89
92%
100%
93%
92%
Dekkingspercentage (f/e)
e. Rioolheffing De rioolheffing in de gemeente betreffen de rioolafvoerrechten. Deze heffing wordt geheven van de gebruikers van de panden op basis van het afgenomen drinkwater (met als uitgangspunt: geloosd afvalwater), volgens opgave van Brabant Water over het voorgaande jaar. Uitgangspunt is hierbij: de gebruiker betaalt. De rioolheffing behoort tot de bestemmingsheffingen. Het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP) 2020-2024 is op 19 December 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. Het VGRP is een beleidsstuk met een visie hoe de gemeente omgaat met de rioleringszorg in de komende periode. Bij de kostendekkingsberekening is als uitgangspunt genomen dat de kosten volledig worden gedekt uit de rioolheffing over een periode van 60 jaar. Om de rioleringszorg conform de wettelijke eisen en ambities van de gemeente Bergeijk uit te kunnen blijven voeren is de rioolheffing in 2020 verhoogd met 3,0%.
88
De heffingsgrondslag is het waterverbruik waarbij de volgende tarieven in 2020 zijn gebruikt. Klasse waterverbruik Klasse: ≤ 100 m³ Klasse: 101 - 350 m³ Klasse: ≥ 350 m³: opslag per 350 m³
2019 165,09 247,59 247,59
2020 170,04 255,00 255,00
De opbrengst rioolheffing bedraagt in 2020 € 1.847.000 (2019: € 1.770.000) De berekening van de kostendekkendheid van de rioolheffing is als volgt tot stand gekomen: Realisatie Begroot Begroot 2020 Realisatie Bedragen x € 1.000 2019 2020 na wijziging 2020 a. Lasten -1.329 -1.423 -1.423 -1.374 b. Baten (excl. Rioolheffing) 27 22 22 19 c. Btw -153 -227 -227 -205 d. Overhead -176 -193 -193 -193 e. Mutatie egalisatievoorziening -139 0 0 -93 f. Totaal lasten (a+b+c+d+e) -1.770 -1.821 -1.821 -1.846 g. Baten rioolheffing 1.770 1.821 1.821 1.847 Dekkingspercentage (g/f) 100% 100% 100% 100%
Verschil 49 -3 22 0 -93 -25 26
f. Rioolaansluitrechten De rioolaansluitrechten hebben betrekking op het aansluiten van woningen en andere gebouwen op het gemeentelijk rioolstelsel en het toerekenen van de kosten van een dergelijke aansluiting. De heffingsgrondslag is opgenomen in de gemeentelijke aansluitverordening waarin de verhouding wordt geregeld tussen de gemeente en de burgers betreffende het aansluiten op het rioolstelsel. Voor het jaar 2020 is het tarief voor de rioolaansluitrechten geïndexeerd met 1,5 %. Voor een aansluiting op een vrij-vervalleiding diende € 1.886 betaald te worden, voor een aansluiting op de drukriolering was dit € 2.577. De opbrengst rioolaansluitrechten 2020 is € 19.000 (2019: € 27.000). g. Leges Onder de naam ‘leges’ worden verschillende rechten geheven van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Leges vallen onder de bestemmingsheffing (meerdere programma’s). We streven naar 100% kostendekkende tarieven. De tarieven zijn opgenomen in de legesverordening 2020. Bij de bepaling van de kostendekkendheid van de leges maken we een onderscheid in de 3 titels uit de legesverordening: - Algemene dienstverlening - Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen - Europese dienstenrichtlijn De berekening van de kostendekkendheid van de leges is als volgt tot stand gekomen: Realisatie Begroot Begroot 2020 Realisatie Bedragen x € 1.000 2019 2020 na wijziging 2020 a.
Lasten 690 668 668 739 b. Baten (excl leges) 0 0 0 0 c. Btw 0 0 0 0 d. Overhead 742 747 747 890 e. Totaal lasten (a+b+c+d) 1.432 1.415 1.415 1.630 f. Baten leges 1.083 910 1.026 1.124 Dekkingspercentage (f/e) 76% 64% 73% 69%
Verschil 645 0 0 144 215 98
89
Realisatie 2020 Bedragen x € 1.000 Titel 1, Algemene dienstverlening Titel 2, Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Titel 3, Europese dienstenrichtlijn Totaal leges
Baten Lasten (excl leges) 284 0 446 9 739
0 0 0
Btw 0
Overhead 234
0 0 0
643 13 890
Baten Dekkingsleges percentage 425 82% 693 6 1.124
64% 25% 69%
Algemene dienstverlening Dit betreft vooral het verstrekken van rij- en reisdocumenten maar ook tal van in omvang kleinere producten die de gemeente verstrekt. Het verstrekken van reisdocumenten aan niet-ingezetenen vormt hierin een bijzondere plek. Vanaf 2014 hebben nieuwe paspoorten en rijbewijzen een geldigheid van 10 jaar. Daarop is in de begroting 2020 geanticipeerd door een terugloop op het aantal te verstrijken documenten te prognosticeren. Vanwege de coronapandemie zijn de grenzen met België in het voorjaar van 2020 enkele weken gesloten geweest. Hierdoor konden veel klanten de grens niet over om een reisdocument aan te vragen en dit heeft geresulteerd in een afname van de leges voor niet ingezetenen. Tevens zijn vooral huwelijken geannuleerd waardoor er minder leges opbrengsten Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen De opbrengsten van de legesvergunningen schommelen per jaar. Op de omvang van de opbrengsten hebben we maar beperkt invloed. Dit is namelijk afhankelijk van de aanvragen die ingediend worden. In 2020 is een toename waar te nemen in de aantal aanvragen waaronder ook een aantal grote aanvragen. Europese dienstenrichtlijn Hieronder vallen met name leges in verband met horeca activiteiten en evenementen. De opbrengst uit de legesverordeningen bedraagt in 2020 € 1.124.000 (2019 € 1.027.000). h.
Lijkbezorgingsrechten De gemeente Bergeijk beheert twee actieve begraafplaatsen. In het verleden is met het kerkbestuur afgesproken dat de begraafplaats in Westerhoven als algemene begraafplaats kan dienen. In ruil daarvoor voeren wij alleen het onderhoud uit. We maken geen graven en hebben hieruit ook geen rechten. De andere actieve begraafplaats is in de kern Luyksgestel. Rechten worden geheven voor het gebruik van deze begraafplaats. De tarieven zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij de Verordening Lijkbezorgingsrechten 2020. Er zijn voor 32 graven leges in rekening gebracht. De opbrengst in 2020 bedraagt € 17.000 (2019: € 20.000). De berekening van de Kostendekkendheid van lijkbezorgingsrechten is als volgt: Realisatie Begroot Begroot 2020 Bedragen x € 1.000 2019 2020 na wijziging a. Lasten 56 44 44 b. Baten (excl leges) -8 0 0 c. Btw 12 9 9 d. Overhead 9 9 9 e. Totaal lasten (a+b+c+d) 69 62 62 f. Baten leges 20 14 14 Dekkingspercentage (f/e) 29% 22% 22%
Realisatie 2020 52 0 11 9 72 17 24%
Verschil 8 0 2 0 10 4
i. Reclamebelasting Op verzoek van de initiatiefgroep Centrummanagement is met ingang van 2014 reclamebelasting ingevoerd. Deze belasting wordt geheven bij ondernemers in een vastgesteld gebied. De hoogte van de belasting is afhankelijk van de WOZ-waarde van het pand. De inkomsten worden volledig doorbetaald aan de stichting Centrummanagement. De opbrengsten in 2020 is € 28.000 (€ 2019 € 28.000). 90
j. Overige bestemmingsheffingen De overige bestemmingsheffingen bestaan uit de vergoedingen voor staangelden op de woonwagen-locaties en de opbrengsten uit de overeenkomst voor de organisatie van de kermissen. Kwijtscheldingsbeleid De gemeente kan kwijtschelding verlenen voor de ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Dit op basis van het door de raad vastgestelde kwijtscheldingsbeleid gemeentelijke belastingen 2019-2022. Dit geldt ook voor privébelastingen van ondernemers indien er sprake is van recht op een Bbz-uitkering. In 2020 werd € 34.000 geraamd voor te verlenen kwijtschelding. Het aantal gehonoreerde verzoeken was met 115 lager dan de 127 in 2019. Er is voor € 42.000 kwijtgescholden. 26 Aanvragen werden afgewezen. Er zijn alleen kwijtscheldingsverzoeken ingediend voor de afvalstoffen- en rioolheffing. Belastingdruk Voor de berekening van de belastingdruk gaan we uit van een gemiddelde WOZ-waarde in Bergeijk, zijnde € 301.000 (bron COELO, waarde 1 januari 2019). Voor de rioolheffing gaan we uit van een gemiddeld waterverbruik tussen de 100 en 350 m³. Bij de afvalstoffenheffing hanteren we een gemiddeld aanbod van ca 5 grijze en 5 groene containers.
Begroot na Realisatie Begroot wijziging Begroot 2019 2020 2020 2020 Realisatie (Gemeente) (Gemeente) (Gemeente) (COELO) 2020 Onroerende zaak belasting 298 302 302 301 301 Rioolheffing 248 255 255 255 255 Afvalstoffenheffing 159 161 161 187 161 Totale woonlasten 705 718 718 743 717 Woonlasten landelijk gemiddelde Woonlasten tov landelijk gemiddelde
740 95%
740 97%
776 93%
776 96%
776 92%
Voor de afvalstoffenheffing wordt door het COELO een gemiddeld bedrag berekend. Op aandringen van de gemeente hanteert het COELO als uitgangspunt voor de gemeente Bergeijk 8 ledigingen van een 140 liter container restafval voor een huishouden met 3 personen. Voor gft rekent ze met 5 ledigingen van een 140 liter container. De aantallen ledigingen zijn echter niet representatief voor de gemeente Bergeijk. In Bergeijk worden gemiddeld ca 5 groene (gft) en 5 grijze (restafval) containers van 140 liter aan de straat gezet.
91
4.2 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Portefeuillehouder
Wethouder S. Luijten
Inleiding Het gemeentelijk weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin we in staat zijn financiële tegenvallers op te vangen. Om dit te kunnen moet er een zekere mate van vrije ruimte zijn binnen de begroting en/of de vermogenspositie. Deze vrije ruimte heet ook wel de weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet geraamde kosten (onverwachte, onvoorziene omstandigheden) te dekken. Dit met inachtneming dat het niet ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. Risico’s worden in dit verband gedefinieerd als gebeurtenissen die de doelrealisatie van de gemeente Bergeijk negatief kunnen beïnvloeden, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële omvang zijn in relatie tot de financiële positie van de gemeente. Wettelijk kader Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten moet in de paragraaf financiering in ieder geval het volgende onderdeel worden vermeld: Onderdeel Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; Een inventarisatie van de risico’s; Het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s Verplicht opnemen van een aantal kengetallen Beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie
Op grond van art. 11 BBV
Beleid Nota reserves en voorzieningen gemeente Bergeijk (2019) Wat wilden we bereiken? De financiële positie is (ook op lange termijn) zodanig solide dat de gemeente zonder financiële problemen en zonder aanpassingen in het huidige beleid kan inspelen op externe ontwikkelingen. De omvang van de weerstandscapaciteit is toereikend voor het opvangen van financiële tegenvallers met structurele en incidentele gevolgen. De ratio weerstandscapaciteit (verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit) bedraagt minimaal 1. In de nota reserves en voorzieningen 2019 is dit verhoogd naar 1,4. Risico inventarisatie Van de risico’s maken we een inschatting van de waarschijnlijkheid dat een risico zich voordoet en wat de mogelijke schadeomvang kan zijn. Daarvoor stellen we de volgende 2 vragen: 1. Wat is de financiële impact? Dat wil zeggen de beste inschatting van het bedrag indien het risico zich voordoet. 2. Bepaal de kans dat de gebeurtenis zich voordoet aan de hand van de volgende score: Kans score Zeer gering Gering Waarschijnlijk Hoog
5% 25% 50% 75%
De risicoscore is de vermenigvuldiging van het ingeschatte financiële effect van het risico vermenigvuldigd met het percentage wat aansluit op de kans dat het risico zich voordoet. Indien een risico zich zeker voor zou doen dan wordt dit in de begroting opgenomen vanwege de stelregel dat de begroting realistisch 92
opgesteld moet worden. Alleen risico’s met een gekwantificeerd bedrag van > € 25.000 (ongeveer 0,05% van de totale begroting) nemen we op in de risicomatrix. Nadat de risico’s zijn gekwantificeerd wordt de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Vervolgens zetten we de benodigde weerstandscapaciteit af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Aan de hand van deze gegevens wordt de ratio weerstandscapaciteit berekend. Risicoanalyse Bedragen x € 1.000 Omschrijving risico 0. Taakveld Bestuur en ondersteuning a. Verkoop pachtgronden b. Algemene uitkering: effect wijzigingen c. Coronavirus 6. Taakveld Sociaal domein d. Programmakosten jeugdhulp 7. Taakveld Volksgezondheid en milieu e. Sanering bodemverontreiniging f. Afvalinzameling 8. Taakveld VHROSV g. Planschadeclaims actualisering bestemmingsplannen h. Risico's grondexploitatie i. Programma Aanpak Stikstof Organisatie/bedrijfsrisico j. Financieringsfunctie reserve Verbonden partijen k. GRSK / GGD / ODZOB / VRBZO / MRE Totaal
Af te dekken met:
Jaarrekening 2020
2e Burap 2020
Zeer gering Zeer gering Waarschijnlijk
AR AR AR
31 60 500
31 600 500
Waarschijnlijk
AR
150
150
Waarschijnlijk Hoog
AR AR
50 225
50 225
Waarschijnlijk Hoog Zeer gering
AR AR grex AR
50 1.583 125
50 1.531 625
Waarschijnlijk
AR
61
79
Waarschijnlijk
AR
253 3.088
67 3.907
Kans
Tabel risico-inventarisatie (AR=algemene reserve, AR Grex = algemene reserve risico’s grondexploitatie)
De kwantificeerbare risico’s zijn als input voor het risicosimulatiemodel gebruikt, met uitzondering van het risico op de grondexploitaties. Het risico op de grondexploitatie komt tot stand op basis van scenarioberekeningen van de exploitaties. Ten opzichte van de 2e Burap 2020 neemt het risico af met € 0,5 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een verlaagd risico omtrent het risico programmatische aanpak stikstof door het vaststellen van het bestemmingsplan Waterlaat 7 en het wegvallen van het risico inzake de GRSK flexibele schil jeugdhulp daar deze in de begroting van de GRSK is opgenomen. Daarbij zijn de eerste vooruitzichten inzake de herijking van het gemeentefonds voorzichtig positief voor de gemeente Bergeijk waardoor het risico als minimum bestempeld kan doen worden. Tevens is het risico inzake de vennootschapsbelasting opgenomen in de algemene reserve risico grondexploitatie. a. Verkoop pachtgronden (€ 31.000) In de begroting 2021-2024 is € 625.000 aan opbrengst uit grondtransacties van pachtvrije landbouwgrond opgenomen als structureel dekkingsmiddel. De opbrengst van gronden is afhankelijk van marktontwikkelingen en kopers. Om schommelingen op te vangen is daarom ook de afgeschermde algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties ingesteld. Het risico dat de opbrengst over een langere periode niet gehaald wordt is als zeer gering (5%) beoordeeld. b.
Algemene uitkering (€ 60.000) Komende jaren vindt naast de overheveling van de resterende integratie-uitkering sociaal domein naar de algemene uitkering een herijking plaats van de verdeling van de andere middelen van de algemene uitkering. Beide trajecten lopen gelijk op. De nieuwe verdeling is uitgesteld naar 2022. Bij herverdeeloperaties zijn er winnaars en verliezers. Dat wil zeggen voor- en nadeelgemeenten. De omvang 93
van het gemeentefonds verandert immers niet bij deze herverdeeloperaties. Een veelgebruikte regeling bij dit soort operaties is dat gemeenten niet meer dan € 15 per inwoner per jaar mogen verliezen. Dit cumulatief voor 4 jaren. De beperking van dit verlies wordt betaald door de gemeenten die voordeel hebben. Deze afspraken betekenen dat de nieuwe verdeling vaak pas na een aantal jaren volledig wordt bereikt. Hierdoor krijgen de nadeelgemeenten meer tijd om hun begrotingen aan te passen aan de lagere inkomsten. Op basis van de huidige signalen lijkt het erop dat wij als gemeente een gering risico lopen. We verlagen daarom het risico naar "zeer gering". c. Coronavirus (€ 500.000) Nederland is in 2020 in de greep gekomen van het coronavirus. Door het rijk zijn forse maatregelen en compensatiepakketten uitgevoerd met als doel de volksgezondheid zo goed mogelijk te beschermen en de werkgelegenheid op peil te houden. Echter de kans bestaat dat er structurele effecten optreden, die moeilijk in te schatten zijn. Ook bij de gemeente is alles gericht op het beperken van de nadelige effecten van dit virus. Vooralsnog gaan we uit van een waarschijnlijk risico van 2% van onze begrotingsomvang. d. Programmakosten jeugdhulp (€ 150.000) Medio 2018 zijn in de Kempen kostenbeheersingsmaatregelen opgesteld. Deze hebben een positief effect op het risico.
Het risico schatten we hierdoor in op € 150.000. Het CJG+ De Kempen onderkend de volgende risico’s: - Achterblijvend rijksbudget - Wijzigingen in inkoop - Kwetsbaarheid kleine gemeenten - Wijzing woonplaatsbeginsel, compensatie voogdij en 18+ - Ouderproblematiek - Geen / beperkte invloed gemeente/CJG+ - Uitvoering Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg e. Sanering bodemverontreiniging (€ 50.000) Een substantieel gedeelte van de Openbare Ruimte is verontreinigd. Dit is vooral gerelateerd aan het gebruik in het verleden van zinkassen op wegen (en bermen). Een gedeelte van met name onze wegen en bermen buiten de kom zijn zinkassenverdacht. Op zinkassenverdachte wegen moet per definitie vooraf onderzoek plaatsvinden en op veel van die wegen en bermen is een zinkassen gerelateerde verontreiniging homogeen of heterogeen aanwezig. Vanaf 2019 is verontreiniging met PFAS ook actueel geworden. Ook bij de uitvoering van reguliere onderhoudswerkzaamheden is dit een reëel risico geworden, waarvan de extra kosten niet vooraf zijn in te schatten. f. Afvalinzameling (€ 225.000) Voor de periode 1-2-1997 t/m 1-2-2017 hebben de 6 Brabantse gewesten (vertegenwoordigd door de Vereniging van Contractanten (VvC)), namens de Brabantse gemeenten, een overeenkomst gesloten met Afvalsturing Brabant (nu: Attero) voor de verwerking van huishoudelijk restafval.
Hierbij is ook een garantieplicht (hoeveelheid aan te leveren afval) afgesproken. Door betere scheiding werd in 2011 voor het eerst niet meer voldaan aan de garantieplicht. Attero en de Brabantse gewesten hebben een juridisch geschil over de garantieplicht van aanlevering van brandbaar restafval. De zaak tussen Attero en de Brabantse gewesten over de garantieplicht van aanlevering van brandbaar restafval over de jaren tot en met 2014 is afgesloten en heeft niet geleid tot naheffing voor de MRE gemeenten. Tegenstrijdig aan het vonnis over de jaren tot en met 2014 heeft de rechter in een vonnis bepaald dat de Brabantse gewesten over de periode 2015 tot en met 2017 wel verplicht zijn de minderlevering te compenseren aan Attero. Als gevolg van deze uitspraak heeft de MRE (contractpartner namens de deelnemende gemeenten van de MRE) een naheffing ontvangen en is voorlopig een bedrag van € 6,1 mln betaald. Dit bedrag is gebaseerd op de totale minderlevering van de MRE gemeenten samen. Het geld staat op een geblokkeerde rekening en is betaald om verdere naheffingsrente te voorkomen. De VvC en de MRE zijn het niet eens met het vonnis. Op aanvraag van het DB van MRE heeft de VVC op 12 november 2019 een vernietigingsprocedure opgestart. Het vonnis over de vernietigingsprocedure wordt begin 2021 verwacht.
Als het vonnis wordt vernietigd, is compensatie aan Attero niet verplicht en zal er ook 94
geen afrekening plaatsvinden, de reeds betaalde € 6,1 miljoen zal dan door de MRE terug ontvangen worden. Als het vonnis niet wordt vernietigd, is compensatie aan Attero verplicht en wordt het voorlopig betaalde bedrag ad € 6,1 miljoen door MRE definitief. Dit zal dan doorgelegd worden naar de deelnemende gemeenten. g. Planschadeclaims actualisering bestemmingsplannen (€ 50.000) Inwoners hebben bij de actualisatie van bestemmingsplannen de mogelijkheid om een beroep te doen op planschade. Bij particulieren initiatieven is het uitgangspunt dat het risico op planschade middels een overeenkomst bij de betreffende ontwikkelaar wordt gelegd. Voor de gemeentelijke grondexploitaties wordt hiervoor verwezen naar de paragraaf grondbeleid. Door het verminderen van het aantal plannen is het risico beperkt. De omvang handhaven we op € 100.000 met een waarschijnlijk risico dat zich dit voordoet van 50%. h. Risico´s grondexploitatie (€ 1.583.000) op basis van de doorberekening Bij het opstellen van de jaarrekening 2020 is een actuele doorrekening van de grondexploitatie gemaakt. Daarnaast worden scenario’s beschreven waarin rekening is gehouden met tegenvallers als langere looptijden en geen indexering van de opbrengsten. Doordat Waterlaat 7 in exploitatie is genomen, is hier een belangrijk risico weggevallen.
Daartegenover staat de onzekerheid inzake de omvang van de vennootschapsbelasting. Hierop hebben we geanticipeerd door in onze algemene reserve risico grondexploitatie de toekomstige vennootschapsbelasting over de verwachten winsten over de grondexploitaties exclusief Waterlaat 7 op te nemen. De verwachting is dat de resultaten inzake de grondexploitatie Waterlaat 7 afdoende zijn om vennootschapsbelasting over Waterlaat 7 te dekken. i. Programma Aanpak Stikstof (€ 125.000) De PAS was tussen 15 juli 2015 en 29 mei 2019 de basis voor vergunningverlening in het kader van de Wet natuurbescherming. Op 29 mei 2019 is door de Raad van State bepaald dat de Programma Aanpak Stikstof (PAS) in strijd is met het Europees recht. Toepassing van het PAS in het kader van de Natuurbeschermingswet is niet meer toegestaan. Inmiddels zijn landelijk de normen aangepast. In de gevoeligheidsanalyse van de grondexploitaties was grotendeels rekening gehouden met dekking in de Algemene reserve risico grondexploitaties voor het deels afdekken van een mogelijke afwaardering van de grond van Waterlaat 7. Dit risico is kleiner geworden omdat het bestemmingsplan is vastgesteld. In het meest negatieve geval is het risico ca € 2,5 miljoen. We schatten dit risico op het moment van schrijven van de jaarrekening als “zeer gering” in. j.
Financieringsfunctie reserve (€ 61.000) gelijk Conform het beleid in de gemeente Bergeijk wordt de bespaarde rente toegevoegd als baat aan de exploitatie. Dit betekent dat niet vrij beschikt kan worden over de reserves. Het gaat daarbij om het deel van de reserves dat als weerstandsvermogen wordt gezien ter dekking van de risico’s. Dit deel zal immers ingezet moeten worden indien risico’s zich daadwerkelijk voordoen. Bij een inschatting dat maximaal 50% van de risico’s zich gelijktijdig werkelijk voordoen en een rekenrente van 2% betekent dit een risico van € 79.000 in de exploitatie. k. Verbonden partijen (GRSK, GGD, ODZOB, VRBZO, MRE en Kempenplus (€ 253.000) De GRSK houdt geen eigen vermogen aan als weerstandscapaciteit. Dit op basis van vastgesteld beleid. Als calamiteiten zich voordoen worden de deelnemende gemeenten aangesproken, volgens de vastgestelde systematiek. In de jaarrekening 2019 van de GRSK zijn de risico's geïnventariseerd. De risico's zijn niet gekwantificeerd in geld. Wij handhaven het eerder gehanteerde uitgangspunt van een risico van € 0,5 miljoen voor de 5 Kempengemeenten (ca € 100.000 per gemeente). Het is aan de deelnemende gemeenten om weerstandscapaciteit aan te houden. De vier grote verbonden partijen (GGD, VRBZO, ODZOB en MRE) hebben in hun begroting 2022/ jaarrekening 2020 een risicoanalyse gemaakt.
Deze risicoanalyse is afgezet tegen hun reservepositie. Daaruit resteert een deel niet afgedekte risico's, aandeel gemeente Bergeijk ca € 63.000). Indien zich dit voordoet kan dat betekenen dat de gemeente moet bijdragen. 95
Uit de op 29 maart 2021 door het bestuur vastgestelde jaarstukken 2019 van KempenPlus blijkt dat de verhouding tussen het weerstandsvermogen en de risico’s, met name door de fraude, gedaald is tot onder de 1, namelijk 0,72. Conform het financieel kader is de norm voor het weerstandsvermogen minimaal 100% en maximaal 140% van de risico’s. Hierdoor ontstaat er formeel een bijstortingsplicht. Gezien het feit dat de jaarstukken 2020 binnen afzienbare tijd worden opgesteld heeft het Bestuur besloten om bij de afwikkeling van de jaarstukken 2020 te bepalen hoe hiermee omgegaan wordt. Daarnaast kan er nog geen inschatting gemaakt worden van de bedragen die kunnen worden verhaald inzake de fraude. Deze kunnen nog een positief effect hebben op de bijstortingsplicht. Tegelijker tijd zijn er in 2020 en 2021 aanzienlijke kosten gemaakt voor het onderzoek naar de fraude en de afwikkeling van de jaarstukken 2019. Dat deze risico’s zich gaan manifesteren is als “waarschijnlijk” gewogen. Overige risico’s Risico’s met betrekking tot informatiebeveiliging en privacy Gemeenten gebruiken voor de uitvoering van hun taken over het brede spectrum van beleidsterreinen diverse mogelijkheden van informatie-uitwisseling, zowel onderling als met diverse keten-partners. Het is daarbij van belang dat gegevens beschikbaar en betrouwbaar zijn.
Daarnaast mag informatie alleen voor bevoegden inzichtelijk zijn. De beveiliging van informatie moet daarom professioneel georganiseerd worden. Door het beveiligen van de informatievoorziening verlagen we het risico op beveiligingsincidenten en beperken we de mogelijk negatieve impact van dergelijke incidenten op privacy en de gemeentelijke informatie. Om de risico’s te beperken zijn beheermaatregelen genomen zoals: Een jaarlijkse audit op de ICT omgeving van de Kempengemeenten. Met een Third Part Mededeling (TPM) wordt een onafhankelijk oordeel afgegeven over de betrouwbaarheid van de geïmplementeerde beheersmaatregelen rondom de ICT-diensten die SSC de Kempen aan de Kempengemeenten levert. Het uitvoeren van een PEN-test, om de robuustheid van de systemen op dat moment te beoordelen Daarnaast is de gemeente Bergeijk en onze gemeentelijke netwerkbeheerder, SSC de Kempen, aangesloten bij de InformatieBeveiligingsDienst (IBD, onderdeel van de VNG). Vanuit de IBD worden wij geadviseerd over te nemen maatregelen naar aanleiding van bekende beveiligingslekken zoals het Citrix. Ondanks de aandacht voor informatiebeveiliging en het inzetten van beheersmaatregelen blijven er altijd risico’s bestaan. Het is onmogelijk om alle beveiligingsincidenten te voorkomen.
Mogelijke beveiligingsincidenten en daarmee verbonden risico’s zijn te verdelen in: - Het niet beschikbaar hebben van de benodigde informatie(systemen) (aspect beschikbaarheid). Het uitvallen van een kernapplicatie voor bijvoorbeeld het verstrekken van paspoorten of het uitbetalen van uitkeringen of subsidies, verstoort direct de bedrijfsprocessen, maar kan ook veel inwoners of organisaties direct in de problemen brengen. - Ongeautoriseerde toegang tot vertrouwelijke of geheime informatie (aspect vertrouwelijkheid). Wanneer onbevoegden toegang hebben tot gevoelige informatie kan dat verstrekkende gevolgen hebben. Zo kan de privacy van personen worden aangetast, maar er zou ook gevoelige informatie rondom grondposities kunnen uitlekken. Het kan in bepaalde gevallen zelfs leiden tot fysieke risico’s wanneer bijvoorbeeld via internet pompen, sluizen of gemalen gehackt worden. - Onjuiste of onvolledige informatie (aspect integriteit). Wanneer in administraties of basisregistraties onjuiste gegevens staan, kan dat leiden tot diverse problemen en fouten, bijvoorbeeld foutieve uitbetalingen. De komst van de AVG heeft geleid tot een versterking en uitbreiding van de privacy-rechten van inwoners. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid de privacy van haar inwoners te borgen.
Beveiligings- en privacy-incidenten brengen voor gemeenten het risico op imagoschade en financiële schade met zich mee. De hoogte van de eventuele financiële consequenties voor de gemeente is moeilijk in te schatten.
96
Weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen wordt gevormd door: Algemene reserve Algemene reserve resultaat Algemene reserve risico grondexploitaties Post onvoorzien. De algemene reserves betreft incidentele capaciteit en de post onvoorzien structurele capaciteit. Dit is vastgelegd in de nota reserves en voorzieningen 2019. In de nota is eveneens bepaald dat de algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties, de bestemmingsreserves, stille reserves en de beschikbare ruimte in de belastingcapaciteit niet meegenomen worden in de bepaling van de weerstandscapaciteit. Bestemmingsreserves kunnen eventueel tot de beschikbare weerstandscapaciteit worden gerekend indien de Raad de bestemming kan veranderen zonder financieel nadelige gevolgen. De dekkingsreserves maken geen deel uit van de weerstandscapaciteit, omdat de bestemming van dekkingsreserves niet kan wijzigen zonder nadelige gevolgen voor de exploitatie. De gemeente heeft een aantal stille reserves (verschil tussen marktwaarde en boekwaarde) door het bezit van vaste activa zoals pachtgronden, erfpachtgronden, bosgronden, gebouwen en terreinen. Een benadering van de marktwaarde van de bos- en landbouwgrond is per ultimo 2020: Omschrijving Aantal ha. per ha. in € per m² in € Marktwaarde in € Bosgronden
1.444
13.500
1,35
19.494.000
203
73.500
7,35
14.920.500
Geliberaliseerde pacht (6 jr)
86
73.500
7,35
6.321.000
Reguliere pacht
656
73.500
7,35
48.216.000
Erfpacht
359
36.750
3,68
13.193.250
Totaal
2.748
Geliberaliseerde pacht (1 jr)
102.144.750
tabel stille
reserves Met betrekking tot de onbenutte belastingcapaciteit van gemeenten zijn de belangrijkste eigen inkomstenbronnen de ozb-inkomsten, de afvalstoffenheffing en het rioolrecht. Uitgangspunt bij het bepalen van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing is 100% kostendekkendheid. De weerstandscapaciteitsratio drukt de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit uit. Hoe groot de beschikbare weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico’s die de gemeente loopt. Het gaat hierbij om de risico’s die niet goed kwantificeerbaar en niet regulier zijn. In het algemeenheid gaat het om risico’s die de gemeente zelf niet of slechts deels kan beïnvloeden. Voor de overige risico’s zijn beheersmaatregelen genomen, voorzieningen getroffen of verzekeringen afgesloten. In de nota reserves en voorzieningen 2019 staat dat de beschikbare reserves die betrokken worden bij de bepaling van de weerstandscapaciteit minimaal € 6,0 miljoen moet bedragen. De totale omvang van de algemene reserves, exclusief de algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties, is per 1 januari 2021 € 9.9 miljoen. De post onvoorzien is vastgesteld op € 25.000. Dit leidt tot de volgende weerstandscapaciteitsratio: Weerstandsratio (bedragen x € 1.000) 2017 2018 2019 2020 (balansstanden ultimo jaar) 1. Beschikbare weerstandscapaciteit 7.947 8.910 9.921 9.985 2.
Benodigde weerstandscapactiteit 2.265 2.441 4.027 3.088 Weerstandsratio (1 / 2) 3,51 3,65 2,46 3,23 Tabel weerstandsratio
De minimale norm van deze ratio is in de nota reserves en voorzieningen 2019 verhoogd van 1,0 naar 1,4. 97
Ontwikkeling van algemene reserves Naast de algemene reserves die onderdeel uit maken van de beschikbare weerstandscapaciteit is er de algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties. In de begroting is een structurele opbrengst uit grondtransacties geraamd van € 0,625 miljoen. De algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties is in het leven geroepen om schommelingen in de opbrengsten op te vangen. Daarom wordt deze niet betrokken bij de weerstandscapaciteit. De omvang van deze reserve is gemaximeerd op € 2,5 miljoen. In 2020 is 0.5 miljoen aan deze reserve onttrokken, saldo 31-12-2020 bedraagt € 1.4 miljoen. De overige algemene reserves zijn er voor het opvangen van risico’s. De ondergrens hiervan is bepaald op € 6,0 miljoen. In grafiekvorm geeft dit de meerjarige ontwikkeling algemene reserves in relatie tot de ondergrens voor het opvangen van risico’s weer. Dit per ultimo van het jaar.
Ontwikkeling algemene reserves 14.000
x € 1.000
12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2016
2017
Algemene reserve
Ondergrens
2018 Jaar
2019
2020
Grafiek verloop algemene reserves
Opbouw Algemene reserve 14.000
x € 1.000
12.000 10.000
Algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties
8.000
Rekeningresultaat
6.000 Algemene reserve risico grondexploitatie
4.000 2.000
Algemene reserve
0 2016
2017
2018
2019
2020
Jaar Grafiek opbouw algemene reserves
98
Ontwikkeling van bestemmingsreserves De bestemmingsreserves bestaan uit dekkingsreserves en overige bestemmingsreserves.
Ontwikkeling dekkingsreserves
x € 1.000
7.000
6.000
5.000
4.000 2016
2017
2018
2019
2020
Jaar
Grafiek verloop dekkingsreserves
Eind 2019 heeft de raad besloten om vanuit de bestemmingsreserve KC Kattendans € 447.000 te storten in een dekkingsreserve om vervolg te kunnen geven aan het proces Kattendans. Hier is in 2020 € 270.000 aan onttrokken.
Ontwikkeling bestemmingsreserves 7.000 6.000
x € 1.000
5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 2016
2017
2018
2019
2020
Jaar
Grafiek verloop bestemmingsreserves
Op basis van grondtransacties is een storting gedaan in de bestemmingsreserve ROL van € 186.000. Verder is vanuit deze reserve € 275.000 gestort in de dekkingsreserve Bewegen, ontmoeten en spelen. Vanuit de bestemmingsreserve Gebiedsakkoord N69 is € 300.500 onttrokken voor natuurcompensatie Diepveldenweg. Vanuit de bestemmingsreserve egalisatie sociaal domein is € 311.000 onttrokken voor eenmalige kosten jeugdhulp conform de 2e burap 2020 en € 234.000 voor dekking eenmalige kosten vorming participatiebedrijf. 99
Voor uitvoering van het programmaplan BErgeijkENERGY 2020 is € 326.000 onttrokken uit de BR duurzaamheid en klimaat. Kengetallen Bedragen x € 1.000 Kengetallen: Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteit Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Rekening 2019 41% 40% 42% 1,09% 27% 95%
Begroting 2020 63% 61% 36% 0,91% 14% 97%
Rekening 2020 35% 35% 39% 3,55% 29% 92%
Het Rijk heeft aan deze financiële kengetallen geen normen verbonden. Het Rijk heeft dit nadrukkelijk overgelaten aan raden en besturen. Het Rijk heeft wel geadviseerd om de kengetallen te relateren aan bijvoorbeeld signaleringswaarden die voor stresstesten gelden. Deze stresstesten geven ook informatie over de financiële positie. Vanuit het ministerie is de stresstest voor 100.000+ gemeenten. Alle toezichthouders gebruiken deze signaleringswaarden. Onderstaand overzicht bevat deze:
Onderlinge verhouding van de kengetallen (conclusie) De schuldpositie is verder verbeterd. Daardoor blijft dit in de schaal van het minste risico. De daling is voornamelijk het gevolg van grondtransacties en het niet volledig realiseren van investeringen. De solvabiliteit is iets gedaald. We sturen continu op een structureel sluitende begroting. De exploitatieruimte schommelt daardoor rond het nulpunt. De grondexploitatie is relatief groot van omvang maar neemt af. Dit wordt veroorzaakt door met name een tweetal plannen waarvoor negatieve resultaten worden verwacht. De verwachte negatieve resultaten zijn afgedekt door de voorziening tekorten grondexploitaties die gebaseerd is op eindwaarde. Op basis van de berekeningssystematiek van het COELO zou de belastingcapaciteit uitkomen op 92% van het landelijk gemiddelde. Dit geeft echter een vertekend beeld omdat het COELO andere aantallen ledigen berekent dan er daadwerkelijk opgehaald worden. Het werkelijke gerealiseerde percentage komt dus iets lager uit. Er is dus ruimte om meer inkomsten uit belastingen te genereren. Algemeen kan de conclusie getrokken worden dat de risico’s van de gemeente goed onderkend en afgedekt zijn en er voldoende mogelijkheden zijn om tegenvallers in eerste aanleg op te vangen.
100