Geuronderzoek Westerhoven-Noord
Tekst van het document
ONDERZOEK GEURHINDER VEEHOUDERIJEN Westerhoven-Noord
1
De Roever Omgevingsadvies Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel T 073 594 10 11 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01
Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Antea.337.v01 5 april 2024 Antea Group
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
2
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ....................................................................................................................................... 4
1.1. 1.2.
Situatie ......................................................................................................................................... 4 Vraagstelling ................................................................................................................................ 5
2.
WETTELIJK KADER ...................................................................................................................... 6
2.1. 2.2.
Omgevingsplan ............................................................................................................................ 6 Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen ............................................................... 6
3.
UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN .............................................................................. 8
3.1. Uitgangspunten veehouderijen .................................................................................................... 8 3.2. Geuremissie en geurimmisie ....................................................................................................... 8 3.3. Verschillende beoordelingen ....................................................................................................... 8 3.3.1. Voorgrondbelasting.............................................................................................................. 8 3.3.2. Afstanden ............................................................................................................................. 9 3.3.3. Achtergrondbelasting ......................................................................................................... 10 3.4. 3.5. 3.6.
Geurbelasting versus geurhinder .............................................................................................. 11 Geurgevoelig object ................................................................................................................... 11 Bebouwde kom .......................................................................................................................... 12
4.
GEURBEOORDELING ................................................................................................................. 14
4.1. 4.2. 4.3.
Afstanden ................................................................................................................................... 14 Voorgrondbelasting ................................................................................................................... 15 Achtergrondbelasting ................................................................................................................. 16
5.
CONCLUSIE.................................................................................................................................. 18
BIJLAGE BIJLAGE
I. II.
AFSTANDEN ............................................................................................................. 19 VOORGRONDBELASTING ...................................................................................... 20
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
3
1.
INLEIDING
1.1.
Situatie
De initiatiefnemer heeft voornemen om aan de noordelijke zijde van Westerhoven woningen te realiseren. Het plan ziet toe op sociale huurwoningen, starterswoningen, levensloopbestendige woningen, middeldure woningen en dure koopwoningen. Het plangebied is aangegeven op afbeelding 1.
Afbeelding 1. Plangebied
In de omgeving van het plan liggen enkele veehouderijen. In dit rapport wordt het onderzoek naar de ligging van de geur- en afstandscontouren en naar de overige geuraspecten ten aanzien van het beoogde plan beschreven.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
4
1.2.
Vraagstelling
Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: 1. Is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? 2. Worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Het onderzoek dat in dit kader is uitgevoerd beperkt zich tot geur afkomstig van veehouderijbedrijven. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten en achtergronden die in dit onderzoek worden gebruikt. De beoordeling van de geursituatie wordt beschreven in hoofdstuk 4. Ten slotte volgen in hoofdstuk 5 de conclusies.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
5
2.
WETTELIJK KADER
2.1.
Omgevingsplan
In het Omgevingsplan staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten. De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning. Dit verspreidingsmodel geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Enkele begrippen die relevant zijn en gebruikt worden in dit rapport, zijn nader toegelicht in hoofdstuk 3.
2.2.
Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet worden gewaarborgd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op plaatsen waar het vestigen van een (geur)gevoelig object mogelijk wordt gemaakt. Verder moet worden voorkomen dat bestaande veehouderijen onevenredig in hun belangen worden geschaad. Om de milieucontouren te bepalen moet worden uitgegaan van de ‘omgekeerde werking’ van de milieuregelgeving. In de bestemmingsplantoets wordt daartoe getoetst of ter plaatse van de te bestemmen geurgevoelige objecten voldaan wordt aan de eisen die de milieuregelgeving stelt. Voor het aspect geur van veehouderijen moet een toets op grond van de geurwetgeving worden uitgevoerd. Bij de toets moet worden uitgegaan van de omvang van de veestapel volgens de verleende vergunning of ingediende melding. Uit jurisprudentie1 blijkt dat voor de geurcontouren of aan te houden afstanden in principe moet worden uitgegaan van de randen van het bouwvlak. De rand van het bouwvlak wordt aangehouden omdat de veehouderij in principe het recht heeft om overal binnen het bouwvlak te bouwen. In sommige gevallen kan niet het volledige bouwvlak worden benut, vanwege de ligging ten opzichte van reeds bestaande geurgevoelige objecten. In dergelijke gevallen wordt uitgegaan van het reëel te benutten bouwvlak.
Alleen in het geval dat sprake is van een overbelaste situatie (in de betreffende richting), kan van deze werkwijze worden afgeweken. Van een overbelaste situatie is sprake als in de vergunde situatie niet wordt voldaan aan de geurnorm of afstand. In dat geval kan een veehouderij de ‘geurrechten’ in de betreffende richting niet anders gebruiken dan in de vergunde situatie het geval is (het gaat daarbij om stallen en emissiepunten). Voor het bepalen van de geur- en afstandscontouren kan dan worden uitgegaan van de ligging van de vergunde stallen en emissiepunten. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat een bestaande veehouderij niet onevenredig in haar belangen mag worden geschaad.
1
ABRvS 201205174/1/R4, 22 januari 2014
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
6
Als uitgangspunt geldt dat in beginsel binnen de geur- en afstandscontouren rond de (bouwvlakken van de) veehouderijen geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Indien geurgevoelige objecten worden toegestaan binnen de afstandscontouren van een veehouderij, moet volgens jurisprudentie2 worden afgewogen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of de veehouderij in haar belangen wordt geschaad. Het woon- en leefklimaat in een gebied wordt behalve door de geurbelasting per veehouderij (voorgrondbelasting) ook bepaald door de achtergrondbelasting, de geurbelasting ten gevolge van alle veehouderijen samen. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de geurbelasting en geurhinder in een specifiek gebied acceptabel zijn.
2
AbRS 24 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY1045, r.o. 2.4.9 en AbRS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3014
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
7
3.
UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN
3.1.
Uitgangspunten veehouderijen
Het onderzoek naar de geursituatie gaat uit van de aanwezige veehouderijen en de bestaande en beoogde geurgevoelige objecten. In het onderzoek wordt zowel de vergunde geursituatie als de worst-case geursituatie beschouwd. De geurbelasting wordt bepaald op grond van geurberekeningen voor de voor- en achtergrondbelasting. Aan de hand hiervan kan ook het woon- en leefklimaat bepaald worden. Voor de huidige situatie worden de vergunde of gemelde bedrijfssituaties gehanteerd. In de worst-case situatie wordt aangehouden dat alle bestaande bebouwing wordt afgebroken en zodanig wordt teruggebouwd dat de geur- en afstandscontouren zo veel mogelijk richting het te bestemmen geurgevoelige object komen te liggen.
3.2.
Geuremissie en geurimmisie
De geuremissies worden uitgedrukt in Europese odour units (Europese geureenheden) per tijdseenheid: ouE/s. Deze geuremissies zijn bepaald op basis van metingen aan de geurconcentraties uit stallen. De emissiefactoren per dier zijn opgenomen in de Omgevingsregeling. De geurbelastingen (geurimissies) worden uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht: ouE/m3. Hiermee wordt het 98-percentiel van de geurconcentratie bedoeld. Dat is de geurconcentratie, berekend met een verspreidingsmodel, welke gedurende 2 procent van een jaar wordt overschreden.
3.3.
Verschillende beoordelingen
3.3.1.
Voorgrondbelasting
Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren waarvoor in de Omgevingsregeling een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). De standaardnormen uit het Omgevingsplan zijn in tabel 1 opgenomen. Tabel 1. Geurnormen Ligging geurgevoelig object3*
Binnen bebouwde kom
Buiten bebouwde kom
3 ouE/m3 2 ouE/m3
14 ouE/m3 8 ouE/m3
Concentratiegebied Geen concentratiegebied * de gemeente Bergeijk ligt in een concentratiegebied.
3
gebied als aangegeven in bijlage I bij de Meststoffenwet
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
8
Gemeenten hebben de mogelijkheid de standaard geurnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt in een gebied waarvoor in de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Bergeijk 2017 een aangepaste geurnorm van 10 ouE/m3 (oranje deel) en de generieke geurnorm van 3 ouE/m3 (witte deel) is opgenomen, zie afbeelding 2. Aangezien het plangebied in zijn geheel behoort tot een bebouwde kom, wordt voor het gehele plangebied aangesloten bij de geurnorm van 3 ouE/m3.
Afbeelding 2. Geurnormen
Bij het beoordelen van vergunningaanvragen is voor het bepalen van de geurbelasting het gebruik van het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning voorgeschreven. Hiermee kan op vooraf ingegeven locaties de geurbelasting worden berekend. Om een goed beeld van de geurbelasting te verkrijgen is het wenselijk om geurcontouren te kunnen berekenen en tekenen. Dit is mogelijk met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied.
3.3.2.
Afstanden
De afstandseisen gelden voor dieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
9
afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er gehouden wordt en worden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden. Gemeenten hebben de mogelijkheid de standaard afstandseisen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. In de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Bergeijk 2017 zijn geen aangepaste afstandseisen opgenomen. Daarom gelden bovenstaande wettelijke afstandseisen. Daarnaast moet de afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf (onafhankelijk van de diersoort die er gehouden wordt) minimaal 25 meter bedragen tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 50 meter bedragen tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom (gevel-gevel afstand). De bedrijfswoning die tot dezelfde veehouderij behoort wordt overigens niet aangemerkt als geurgevoelig object.
3.3.3.
Achtergrondbelasting
De geurnormen gelden voor de geurbelasting van een individuele veehouderij. De (hoogste) geurbelasting van een individuele veehouderij op een geurgevoelig object wordt ook wel ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Dit is vergelijkbaar met het begrip cumulatieve stankhinder uit de ‘stankrichtlijnen’. Het verschil tussen voorgrondbelasting en achtergrondbelasting wordt toegelicht in de op afbeelding 3. Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting 3 ouE/m3 11 ouE/m3
4 ouE/m3 6 ouE/m
3
Afbeelding 3. Voorgrondbelasting versus achtergrondbelasting
De achtergrondbelasting die optreedt of op kan treden is dan ook een gevolg van de aanwezige veehouderijen en de individuele geurbelasting. De gemeenteraad beoordeelt of de milieukwaliteit (de mate van geurhinder) die behoort bij een bepaalde achtergrondbelasting acceptabel is en of deze past binnen de doelstellingen voor een gebied.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
10
3.4.
Geurbelasting versus geurhinder
In de Handreiking bij de voormalige Wet geurhinder en veehouderij is beschreven hoe kan worden bepaald hoeveel geurhinder kan worden verwacht in een gebied, gelet op de geurbelasting die daar is berekend. Op grond van de berekende geurbelastingen wordt met behulp van de tabellen A (achtergrondbelasting) en B (voorgrondbelasting) uit bijlage 6 van de Handreiking de te verwachten geurhinderpercentages bepaald. Het hoogste geurhinderpercentage (voorgrondbelasting of achtergrondbelasting) is maatgevend voor de geursituatie. Deze percentages zijn bedoeld om een vertaalslag te maken tussen de waarden voor de geurbelasting en de milieukwaliteit. De percentages zijn afkomstig uit het ‘Geuronderzoek stallen intensieve veehouderij’ (PRA Odournet, 2001). De geursituatie wordt beschreven in termen van milieukwaliteit, onderverdeeld in acht categorieën van ‘zeer goed’ tot ‘extreem slecht’. Deze termen zijn afkomstig uit de ‘GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002)’. Dit is beschreven in bijlage 7 van de Handreiking. Een overzicht van de geurbelasting in relatie tot de geurhinderpercentages en de milieukwaliteit is te zien in tabel 2. Tabel 2.
Woon- en leefklimaat versus geurgehinderden versus geurbelasting Milieukwaliteit Geurgehinderden Voorgrondbelasting* Achtergrondbelasting* Zeer goed 0–5% 0 – 1,5 ouE/m3 0 - 3 ouE/m3 3 Goed 5 – 10 % 1,5 – 3,7 ouE/m 3 - 8 ouE/m3 3 Redelijk goed 10 – 15 % 3,7 - 6,5 ouE/m 8 – 13 ouE/m3 3 Matig 15 – 20 % 6,5 – 10 ouE/m 13 – 20 ouE/m3 3 Tamelijk slecht 20 – 25 % 10 – 14 ouE/m 20 – 28 ouE/m3 3 Slecht 25 – 30 % 14 – 19 ouE/m 28 – 38 ouE/m3 3 Zeer slecht 30 – 35 % 19 – 25 ouE/m 38 – 50 ouE/m3 3 Extreem slecht 35 – 40 % 25 – 32 ouE/m 50 – 65 ouE/m3 * deze waarden gelden alleen voor concentratiegebieden, voor niet-concentratiegebieden bestaan andere waarden. De gemeente Bergeijk ligt in een concentratiegebied.
De omschrijving van de milieukwaliteit kan niet op zichzelf worden gezien. De beleving van deze aanduidingen sluit het beste aan bij woongebieden. Ook dan is er in de beleving van geur een hele stap tussen de twee opeenvolgende categorieën, zoals ‘redelijk goed’ en ‘matig’. Het verschil in geur tussen twee klassen kan nabij de grens daartussen (op korte afstand) niet worden waargenomen. Het ‘gat’ bestaat alleen tekstueel, omdat de geurbelastingen en hinderpercentages op elkaar aansluiten.
3.5.
Geurgevoelig object
Een geurgevoelig object is in het Omgevingsplan gedefinieerd als: 'gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt'. Alleen een gebouw kan een geurgevoelig object zijn. Duidelijk is dat een woning een geurgevoelig object is, mits deze een positieve planologische bestemming heeft en feitelijk geschikt is en gebruikt wordt om in te wonen. Of een ander gebouw (niet zijnde een woning), bijvoorbeeld een bedrijfsgebouw een geurgevoelig object is moet worden beoordeeld aan de hand van de criteria die in de definitie verder zijn opgenomen.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
11
Het gebouw is bestemd voor menselijk verblijf. Gezien de toelichting op de voormalige Wet geurhinder en veehouderij betekent dit dat de locatie volgens een geschikte planologische bestemming een functie moet hebben voor menselijk verblijf. In een kantoorgebouw, werkruimte of expeditieruimte kunnen zich mensen ophouden. Het gebouw is blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk verblijf. Het gebouw moet zodanig zijn (aard, indeling en inrichting) dat het feitelijk gezien ook mogelijk is om in het gebouw te verblijven. Als aan het voorgaande wordt voldaan zal dit in de praktijk normaliter ook het geval zijn. Het gebouw wordt daarvoor (menselijk verblijf) permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, gebruikt. Onduidelijk is wat onder permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik wordt verstaan. Waar de grens ligt in de mate van gebruik zal uit de jurisprudentie moeten blijken. Gelet op de definitie wordt er van uitgegaan dat gebouwen, waarin zich gedurende langere tijd, vrijwel dagelijks (meerdere) mensen verblijven (in dit geval werken) aangemerkt worden als geurgevoelig object. Dit wordt bevestigd in jurisprudentie (onder andere ABRvS 200709155/1 van 24 december 2008, ABRvS 200801961/1 van 11 maart 2009, ABRvS 200902795/5/R3 van 14 oktober 2009 en ABRvS 201202274/1/A1 van 10 oktober 2012).
De beoogde woningen zijn geurgevoelige objecten.
3.6.
Bebouwde kom
Het begrip bebouwde kom is in het Omgevingsplan niet gedefinieerd. In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel van de voormalige Wet geurhinder en veehouderij is aangegeven dat de grens van de bebouwde kom ‘niet wordt bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving’. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. Als bebouwde kom wordt beschouwd: ‘het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft’ en waarin (dus) veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen of verblijven. Of een bepaalde omgeving een bebouwde kom is zal per geval moeten worden bepaald. Zoals gezegd is dit niet eenduidig gedefinieerd. De volgende zaken spelen in deze afweging en rol: - dichtheid bebouwing; - aard en structuur van de omgeving en bebouwing; - planologische karakter.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
12
Voor woningen gaan wij uit van een bebouwde kom, als deze in een woonwijk of woongebied zijn gelegen, waarbij de erven aan meerdere zijden aan elkaar aansluiten. Woningen die geconcentreerd zijn gelegen in een op zichzelf staande lintbebouwing beschouwen wij niet als bebouwde kom. Deze opvatting sluit aan bij de jurisprudentie over het begrip bebouwde kom zoals dat werd gehanteerd in de brochure veehouderij en Hinderwet (één van de 'stankrichtlijnen') en in de Stankwet. De beoogde geurgevoelige objecten maken onderdeel uit van een bebouwde kom.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
13
4.
GEURBEOORDELING
In de omgeving van het plangebied liggen veehouderijen. Deze veehouderijen en de totale geuremissies zijn aangegeven op afbeelding 4.
Afbeelding 4. Veehouderijen en geuremissies
4.1.
Afstanden
In paragraaf 3.3.2 is toegelicht dat voor dieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld een afstand van 100 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object buiten een bebouwde kom in acht moet worden genomen. Op afbeelding 4 en de kaart in bijlage I is de afstandscontour van 100 meter rondom de bouwvlakken van de relevante veehouderijen weergegeven.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
14
Afbeelding 4. Afstanden
Uit afbeelding 4 blijkt dat de beoogde woningen buiten de worst-case afstandscontour van 100 meter rondom de veehouderijen liggen. Daarom is sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Wanneer met het bestemmingsplan geen geurgevoelige objecten worden mogelijk gemaakt binnen de afstandscontour zoals weergegeven op afbeelding 4 en de kaart in bijlage I worden de belangen van de veehouderijen niet geschaad.
4.2.
Voorgrondbelasting
In paragraaf 3.3.1 is toegelicht dat binnen het plangebied sprake is van een geurnorm van 3 ouE/m3. Gelet op de geuremissie van de omliggende veehouderijen in relatie tot de afstand tot het plangebied is de veehouderij aan Aarperstraat 44a maatgevend voor de geurbelasting ter plaatse van het plangebied. Overige veehouderijen met een geuremissie liggen verder weg van het plangebied én hebben een lagere geuremissie. Voor de veehouderij aan Aarperstraat 44a is een berekening van de voorgrondbelasting uitgevoerd. Daarbij is uitgegaan van de op 16-06-1993 vergunde dieraantallen en het feitelijke emissiepunt. Het emissiepunt en de toetspunten zijn weergegeven op afbeelding 5 en op de kaart in bijlage II.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
15
Afbeelding 5. Emissiepunten en toetspunten
De hoogst berekende voorgrondbelasting ter plaatse van de beoogde woningen bedraagt 3 ouE/m3. Deze waarde voor de komt volgens tabel 2 in paragraaf 3.4 overeen met een ‘goed’ woon- en leefklimaat. Het woon- en leefklimaat is gelijk aan het ‘goed’ woon- en leefklimaat dat op grond van de geurnorm van 3 ouE/m3 aanvaardbaar wordt geacht. De hoogst berekende voorgrondbelasting ter plaatse van de bestaande woningen bedraagt 4,2 ouE/m3. De veehouderij wordt daarom niet in haar belangen geschaad door de beoogde woningen. Er zijn geen reële mogelijkheden om de geurbelasting in de richting van het plangebied te doen toenemen, aangezien de stal zich al op de rand van het bouwvlak bevindt, zo dicht mogelijk bij het plangebied.
4.3.
Achtergrondbelasting
De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen (zie paragraaf 3.3.3). De geuremissie is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. Bij een onderzoek naar de achtergrondbelasting worden alle veehouderijen binnen een straal van twee kilometer van het plangebied betrokken. Uit de kaart met achtergrondbelastingcontouren (ODZOB, juni 2023) op afbeelding 6 blijkt dat sprake is van een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. De achtergrondbelasting vormt geen belemmering voor het plan. De voorgrondbelasting is maatgevend voor het woon- en leefklimaat.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
16
Afbeelding 5. Achtergrondbelasting (ODZOB, juni 2023)
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
17
5.
CONCLUSIE
In dit onderzoek is de geur van veehouderijen ten aanzien van het plan Westerhoven-Noord onderzocht. In deze conclusie wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen, zoals gesteld in paragraaf 1.2. Uit de beoordeling in hoofdstuk 4 blijkt dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wanneer met het bestemmingsplan geen geurgevoelige objecten worden mogelijk gemaakt binnen de afstandscontour zoals weergegeven op afbeelding 4 en de kaart in bijlage I worden de belangen van de veehouderijen niet geschaad.
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
18
BIJLAGE
I. AFSTANDEN
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
19
BIJLAGE
II. VOORGRONDBELASTING
Onderzoek geurhinder veehouderijen Westerhoven-Noord Datum: 5 april 2024 ; Referentie: Antea.337.v01
20
Gegenereerd op: 5-04-2024
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 1
Naam van de berekening: Aarperstraat 44a Bergeijk Gemaakt op: 2024-04-05 15:40:09 Rekentijd: 0:00:25 Naam van het bedrijf: Aarperstraat 44a Bergeijk Berekende ruwheid: 0,295 m
Brongegevens: Volgnr. BronID 1
Rand bouwvlak
X-coord. 155 249
Y-coord. 371 781
EP Hoogte 1,5
EP Diam. 0,5
Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID
X-coord.
Y-coord.
Geurnorm
Geurbelasting
2
TP01
155 311
371 883
3,0
3,0
3
TP02
155 356
371 834
3,0
2,8
4
TP03
155 361
371 814
3,0
2,8
5
TP04
155 369
371 802
3,0
2,5
6
TP05
155 381
371 783
3,0
2,1
7
Lange Akkers 38
155 297
371 717
3,0
4,2
EP Uittr. snelh. E-Aanvraag 0,40
2 855
Geb. Hoogte 1,5
Gegenereerd op: 5-04-2024
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 2