Bijlage Was-wordt tabel Aanpassing APV gemeente Bergeijk
Tekst van het document
Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Lid 1: Conform VNG modelverordening.
1
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4°. de Eindversie 17 oktober 2025
zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; g. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; 2°. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
2.
3.
4.
5.
artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie; i. een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt; j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan; Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g, wordt gelijk gesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375,- bedraagt. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd:
Eindversie 17 oktober 2025
420quinquies, 426 en 429quater van het Wetboek van Strafrecht; 3°. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; 4°. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede de artikelen 6 juncto 8 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994; 5°. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; of 6°. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. i. een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is bereikt; j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt gelijkgesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of een onherroepelijk geworden strafbeschikking als bedoeld in artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom of geldboete minder dan € 375 bedraagt. 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met g, of tweede lid, aanhef onder a tot en met i, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend; d. als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beinvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; e. als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:15, eerste en tweede lid; f. als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven; Eindversie 17 oktober 2025
de datum van de intrekking van deze vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder g en h, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: a. voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met g, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking; b. als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3:6 gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; c. als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend;
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
g. als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanheft en onder a, van de Huisvestigingswet 2014 is verleend.
Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot vergunning 1. De vergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam van de exploitant; b. voor zover van toepassing die van de beheerder c. voor welke activiteit de vergunning is verleend d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend e. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt f. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend.
Eindversie 17 oktober 2025
d. als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd; e. als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3:15, eerste en tweede lid; f. als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven; g. als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend. Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot vergunning 1. De vergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam van de exploitant; b. voor zover van toepassing, die van de beheerder; c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; f. voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend;
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Lid 1: Toevoegen interpunctie.
4
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
g. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden h. voor zover van toepassing, de geldigheidsduur van de vergunning i. het nummer van de vergunning 2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt. Artikel 3:9 Intrekkingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken als: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a, 3:14, tweede lid, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°; d. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;
g. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; h. de geldigheidsduur van de vergunning; i. het nummer van de vergunning. 2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt.
Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
e. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h; f. de vergunninghouder dat verzoekt; g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan. 2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; e. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; f. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;
Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
g. de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; h. er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; i. gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning. Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:8, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet. Artikel 3:11 Verlenging vergunning 1. Op een aanvraag om verlenging van een vergunning zijn de artikelen 3:3, 3:5, 3:6 tot en met 3:8 en 3:15, derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat actuele gegevens en bescheiden waarover het bevoegde bestuursorgaan al beschikking heeft niet nogmaals overgelegd dienen te worden. 2. Als ten minste twaalf weken voorafgaand aan de vervaltermijn van de vergunning verlenging van de vergunning is aangevraagd, blijft de vergunning van kracht totdat op de aanvraag om verlenging is besloten. Afdeling 3
Uitoefenen seksbedrijf
Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
Paragraaf 3.1 Regels voor alle seksbedrijven Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang 1. Een seksinrichting mag vanaf 8:00 uur geopend zijn voor bezoekers en heeft van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag een sluitingstijd van uiterlijk 02:00 uur en op de andere dagen een sluitingstijd van uiterlijk 01:00 uur, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers. 3. Het is een prostituee verboden zich te bevinden in een seksrichting tussen 30 minuten voor openingstijd en 30 minuten na sluitingstijd, tenzij bij vergunning anders is bepaald. 4. Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting. Artikel 3:13 Adverteren Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf: a. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder e, van het nummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder i, en van de bedrijfsnaam;
Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
b. vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan bedoeld onder a, en c. als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen. Paragraaf 3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven- en prostituees Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf 1. Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostituee die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. 2. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000. 3. Het is een prostituee verboden: a. te handelen in strijd met het eerste lid; b. werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. Artikel 3:15 Bedrijfsplan 1. Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft: a. op het gebied van hygiëne;
Eindversie 17 oktober 2025
Artikel 3:15 Bedrijfsplan 1. Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft: a. op het gebied van hygiëne;
Lid 2: redactioneel.
4
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees; c. ter bescherming van de gezondheid van de klanten; d. ter voorkoming van strafbare feiten. 2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: a. De hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is b. Inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees; c. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn d. in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is e. de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek f. de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken; g. de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken; de prostituee
b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees; c. ter bescherming van de gezondheid van de klanten; d. ter voorkoming van strafbare feiten. 2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: a. de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is; b. inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees; c. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn; d. in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is; e. de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek; f. de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken;
Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft; h. de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft; i. aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; j. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen; k. de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt; l. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; m. de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie;
Eindversie 17 oktober 2025
g. de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken; h. de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft; i. de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft; j. aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; k. de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen; l. de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt; m. de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; n. de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
3. 4.
5.
6.
n. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken
Artikel 3:16 Minimale verhuurperiode werkruimte (niet opgenomen) Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf
Eindversie 17 oktober 2025
3. 4.
5.
6.
beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie; o. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant. In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken.
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend. 2. De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat: a. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen; b. er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; 1° de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees; 2° de verhuuradministratie; 3°met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k; 4° de werkroosters van de beheerders. c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seks-inrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtingsen preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;
Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
e. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; f. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; g. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf. Paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie Artikel 3:18 Raamprostitutie 1. Het is een prostituee verboden: a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich b. ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden. Artikel 3:19 Straatprostitutie Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie. Artikel 3:20 Handhaving straatprostitutie Eindversie 17 oktober 2025
Artikel 3:18 Raamprostitutie Het is een prostituee verboden: a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en b. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden.
Lid 1.a: conform VNG modelverordening. Redactioneel. Eindigt na de eerste zin daar start Lid 2.
1+ 4
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:19, kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. Afdeling 4
Overige bepalingen
Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee. 3. Het verbod bedoeld in het tweede lid geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend. Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotischpornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Afdeling 1
Voorkomen of beperken geluidshinder en hinder door verlichting
Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; - Collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; - gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
Eindversie 17 oktober 2025
Artikel 4:1 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; - Collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; - gevoelige gebouwen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - gevoelige terreinen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer;
Redactioneel.
1
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
-
houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; - incidentiele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; - inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; - onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsvoorschriften, als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor deze aangewezen collectieve festiviteiten. 3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing
Eindversie 17 oktober 2025
-
-
-
-
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsvoorschriften, als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor deze aangewezen collectieve festiviteiten.
Lid 3: redactioneel. Het college kan op grond van de huidige APV nadere regels vaststellen met andere normen zoals bedoeld in het artikel. Dit is onwenselijk. Het is beter om te voorkomen dat er verschillende geluidsnormen worden gehanteerd. Ook de VNG modelverordening noemt deze bepaling niet. Lid 9 vervalt hiermee.
1+ 4
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
slechts geldt in een of meer kernen en/of wijken van de gemeente. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk om 01.00 uur beëindigd. Het college kan nadere regels vaststellen met andere normen zoals bedoeld in het zesde lid.
3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer kernen en/of wijken van de gemeente. 4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk om 01.00 uur beëindigd.
Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 4 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de
Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 4 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele
4.
5.
6.
7.
8.
9.
Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Lid 11: Het college kan nadere regels vaststellen met andere normen zoals bedoeld in het artikel. Dit is onwenselijk. Het is beter om te voorkomen dat er
1
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
2.
3. 4.
5.
6.
geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 niet van toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste 10 werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 4 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is mits de houder van de inrichting ten minste 10 werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. De melding wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.
Eindversie 17 oktober 2025
2.
3. 4.
5.
6.
festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 niet van toepassing zijn mits de houder van de inrichting ten minste 10 werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 4 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is mits de houder van de inrichting ten minste 10 werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. De melding wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen verschillende geluidsnormen worden gehanteerd. Ook de VNG modelverordening noemt deze bepaling niet. Lid 11 vervalt hiermee.
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
7. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 uiterlijk om 1.00 uur beëindigd. 9. De geluidsnorm bedoeld in het zesde lid geldt zowel voor het bebouwde gedeelte van de inrichting als voor de buitenruimte 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. 11. Het college kan nadere regels vaststellen met andere normen zoals bedoeld in het zesde lid.
gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 uiterlijk om 1.00 uur beëindigd. 9. De geluidsnorm bedoeld in het zesde lid geldt zowel voor het bebouwde gedeelte van de inrichting als voor de buitenruimte. 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
Artikel 4:5 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het
Artikel 4:5 Onversterkte muziek 1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Lid 6: Het college kan nadere regels vaststellen met andere normen zoals bedoeld in het artikel. Dit is onwenselijk. Het is beter om is het te voorkomen dat er verschillende geluidsnormen worden gehanteerd. Ook de VNG modelverordening noemt deze bepaling niet. Lid 6 vervalt hiermee.
1
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidshinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit Geluidshinder; zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus, als vermeld in de tabel, geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. 2. Tabel: 07:00– 19:00– 23:00– 19:00 23:00 07:00 uur
toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidshinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit Geluidshinder; zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus, als vermeld in de tabel, geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. 2. Tabel: 07:00– 19:00– 23:00– 19:00 23:00 07:00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
Eindversie 17 oktober 2025
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen LAr,LT in in- en
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
3.
4.
5.
6.
gebouwen LAmax 70 65 60 dB(A) op de ge- dB(A) dB(A) vel van gevoelige gebouwen LAmax in 55 50 45 dB(A) in- en dB(A) dB(A) aanpandige gevoelige gebouwen Onversterkte muziek vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode is uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel van toepassing. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3. Het college kan nadere regels vaststellen voor het bepaalde in het tweede lid.
Eindversie 17 oktober 2025
aanpandige gevoelige gebouwen LAmax 70 65 60 dB(A) op de dB(A) dB(A) gevel van gevoelige gebouwen LAmax in 55 50 45 dB(A) in- en dB(A) dB(A) aanpandige gevoelige gebouwen 3. Onversterkte muziek vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode is uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 4. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel van toepassing. 5. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
Artikel 4:5d Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen Het is verboden buiten een inrichting zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder ontstaat.
Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of van het Activiteitenbesluit milieubeheer op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor omwonende en/of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt of een ernstig risico bestaat op letsel en/of andere vormen van gehoorschade. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het college kan nadere regels vaststellen om geluidhinder en letsel en/of andere vormen van gehoorschade als bedoeld in het eerste lid te voorkomen. 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het
Eindversie 17 oktober 2025
Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt of een ernstig risico bestaat op letsel en/of andere vormen van gehoorschade. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen “Het is verboden zich buiten een inrichting 3 met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder ontstaat”, is een nieuw artikel. Het betreft een optionele bepaling uit VNG modelverordening. In verband met de aanzienlijke toename van meldingen van geluidsoverlast door motorvoertuigen is dit artikel toegevoegd. Wijziging volgens VNG modelverordening. 1 + 4 Lid 3: vervalt, het is niet wenselijk om nadere geluidsnormen vast te stellen die niet in de APV staan. Lid 4: redactionele wijziging. Lid 5: vervalt. De Lex Silencio Positivo is sowieso niet van toepassing als dit niet van toepassing wordt verklaard. Er is geen inhoudelijke wijziging.
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen
Activiteitenbesluit milieubeheer, het Bouwbesluit 2012 of de provinciale milieuverordening. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Afdeling 2
Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen. Artikel 4:9a Ballonnen oplaten 1. Het is verboden ballonnen, van welk materiaal dan ook, door middel van hete lucht afkomstig van vuur, dan wel door middel van helium of andere gassen, op te laten stijgen. 2. Onder een ballon wordt mede verstaan: herdenkingsballon, vuurballon, sfeerballon, geluks-lampion, Thaise wensballon, papierballon en geluks-ballon, dan wel een voorwerp dat door middel van open vuur of gas opstijgt en zonder sturing wegdrijft. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een heteluchtballon, zijnde een luchtvaartuig. Afdeling 3
Het bewaren van houtopstanden en overig gemeentelijk groen
Artikel 4.10 Uitvoeringsregels
Eindversie 17 oktober 2025
Artikel 4:10 Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder:
Sommige definities (eerst in artikel 4:10a) kwamen niet voor in de APV en zijn
1+ 2
Was: Algemene Plaatselijke Verordening 2024
Wordt: Algemene Plaatselijke Verordening 2026
Oude tekst is cursief gearceerd
Nieuwe tekst is vet gearceerd
Op deze afdeling zijn de uitvoeringsregels opgesteld in "Uitvoeringsregels behorende bij: Hoofdstuk 4 Bescherming van milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden" van toepassing.
- houtopstand: (lint-)begroeiing van heesters en struiken in enige omvang, beplanting van een bosplantsoen, hakhout, een houtwal of een of meer bomen; - hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. 2. In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: kappen of rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Artikel 4:10a Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: - houtopstand: (lint)begroeiing van heesters en struiken in enige omvang, beplanting van een bosplantsoen, hakhout, een houtwal of één of meer bomen; - hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; - dunning: velling, welke uitsluitend als voorzorgsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd; - monetaire boomwaarde: de financiële waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB);
4:10a wordt 4:10, voormalig 4:10 vervalt
Eindversie 17 oktober 2025
Toelichting 1. Wijzigingen als gevolg van gewijzigde wetgeving en jurisprudentie, aansluiting VNG modelverordening 2. Wijzigingen als gevolg van gemeentelijk beleid en regels 3. Wijzigingen als gevolg van inzichten bij de uitvoeringspraktijk 4. Redactionele aanpassingen daarom niet nodig om op te nemen. In het bomenkapbeleid komen deze wel voor en worden de definities genoemd. Het voormalig artikel 4:10 Uitvoeringsregels vervalt, omdat deze bepaling overbodig is. Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat, in dit geval, het college beleidsregels kan vaststellen over de haar toekomende bevoegdheid. Die beleidsregel (het Bomenkapbeleid) hoeft niet genoemd te worden in de APV. De beleidsregel geldt automatisch. De VNG modelverordening kent een dergelijk artikel ook niet. Het voormalig artikel 4:10 Uitvoeringsregels vervalt, omdat deze bepaling overbodig is. Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat, in dit geval, het college beleidsregels kan vaststellen over de haar toekomende bevoegdheid. Die beleidsregel (het Bomenkapbeleid) hoeft niet genoemd te worden in de APV. De beleidsregel geldt automatisch. De VNG modelverordening kent een dergelijk artikel ook niet.