Bijlage regels 2020 02 03 cultuurhistroisch onderzoek Rund 8 Bergeijk.pdf
Tekst van het document
Cultuur- en bouwhistorische verkenning met waardenstelling RUND 8 BERGEIJK W. Beelen februari 2020
1
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
Colofon Teksten en fotografie: ir. W.H.R.M. Beelen tenzij anders vermeld Tekeningen: ir. W.H.R.M. Beelen Copyright: Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgevers Onderzoek- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Architectuur- en Cultuurhistorie. Hageheldlaan 36 5641 GP Eindhoven Tel.: 040 282 2132 Tel.: 06 29194404 E-Mail: whrmbeelen49@gmail.com
2
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
Inhoud 0
Inhoud
.
.
.
.
.
2
1.
Opdracht. .
.
.
.
.
.
4
2.
Voorwoord
.
.
.
.
.
5
2.1 Gemeentelijke bescherming
.
.
.
6
3.
Definities . . . 3.1 Bouwhistorisch onderzoek 3.2 Waardestelling . . 3.3 Criteria . . 3.4 Waarderingsmethodiek
. . . . .
. . . . .
. . . . .
6 6 6 7 7
4.
De ligging, landschappelijke situering
.
.
7
5.
Algemene omschrijving van de boerderij
.
.
14
6.
Nader omschrijving bouwwerk. . . . . 6.1 De voorgevel of zuidgevel . . . 6.2 De kopgevel of oostgevel . . . 6.3 De achtergevel of noordgevel. . . 6.4 De eindgevel of westgevel. . . . 6.5 De oostgevel van de vleugel loodrecht op de boerderij.
15 15 17 18 19 19
7.
Het interieur van het woongedeelte .
.
19
. .
19 19
. . . . . .
20 21 21 22 22 23
.
24
8.1 Nader omschrijving van de koestellen . . 8.2 Nader omschrijving van de deel en tasruimte.
. .
24 25
Korte beschrijving van de aanleunwoning.
.
.
26
.
.
27
.
7.1
De indeling van de begane grond van het woongedeelte en de ligging van de kelder. 7.2 Nader omschrijving van de gang . 7.3 Nader omschrijving van de slaapkamer aan de oostzijde van de gang . . . 7.4 Nader omschrijving van de woonkamer. . 7.5 Nader omschrijving van de woonkeuken. 7.6 Nader omschrijving van de opkamer. . 7.7 Nader omschrijving van de kelder. . 7.8 Nader omschrijving van de verdieping. . 8. De indeling van de voormalige bedrijfsruimte.
9.
10. De constructie.
.
.
.
3
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk 11. Bijzondere details.
.
.
.
.
.
28
12, Waarderingskaart.
.
.
.
.
.
28
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
1. Opdracht. In opdracht van de dhr. L. Theuws heeft ondergetekende dit rapport opgesteld waarin de cultuurhistorische waarden van de voormalige boerderij Rund 8 te Bergeijk zijn bepaald. De heer Theuws is voornemens het agrarisch bedrijf op te heffen en wil voor de vrijgekomen ruimte, een duurzame herbestemming. Van de gemeente Bergeijk ontving hij schriftelijk het volgende advies;
Splitsing van de woonboerderij mag enkel op voorwaarde dat de cultuurhistorische waarden van de woonboerderij daardoor behouden of hersteld worden, dit moet aangetoond worden doormiddel van een onderzoek. Daarin moet duidelijk worden wat er cultuurhistorisch waardevol is aan de boerderij en waarom dit voorstel nodig is om de waardevolle elementen in stand te houden. Wij wijzen voor u een bureau aan waar u dit onderzoek kunt laten uitvoeren, neem daarvoor contact met ons op. De resultaten van dit onderzoek moeten in de toelichting en in de regels verwerkt worden. Dit rapport is opgezet om de cultuurhistorische waarde aan te duiden om bij een verbouwing en restauratie van het pand als uitgangspunt te dienen. Het onderzoek met waardenstelling heeft eerst en vooral voor hen tot doel, te bepalen wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn bij een eventuele verbouwing. Het uitgevoerde onderzoek bestond uit een bouwhistorische verkenning ter plaatse en een archiefonderzoek. Voorts is gebruik gemaakt van bouwkundige tekeningen van de boerderij. Omdat het onderzoek in korte tijd kon worden uitgevoerd, is niet alle wenselijke, maar wel de noodzakelijke informatie vast komen te staan. In verschillende archieven kan aanvullende informatie aanwezig zijn. Deze gegevens kunnen meer duidelijkheid scheppen in de geschiedenis van de stichter en vroegere gebruikers van het pand.
Doordat er meerdere verbouwingen hebben plaats gevonden die op zorgvuldige wijze zijn uitgevoerd, is de datering van een aantal onderdelen van het gebouw moeilijk met absolute zekerheid vast te stellen. Verder heb ik het onderzoek diepgaand en zo volledig mogelijk uitgevoerd zodat degene welke dit rapport leest een duidelijk en volledig beeld kan vormen van deze voormalige boerderij. Mede opdat bij een herontwikkeling iedere architect aan de slag kan gaan. De fam. Theuws wil ik danken voor de verstrekte informatie, de gastvrije welwillende medewerking. W. Beelen Eindhoven Januari 2020
4
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
2. Voorwoord De traditionele boerderij is niet zomaar een gebouw waarin zich agrarische processen voltrokken, de boerderij is het resultaat van een extreem gecompliceerd complex van afwegingen, zowel bij de stichting en bouw als bij de latere wijzigingen of aanpassingen. Bij dat proces van afwegingen, hebben niet enkel economische factoren een rol gespeeld, het was een proces waarbij tal van factoren en aspecten een rol speelden van zowel natuurlijke- als door de mens gecreëerde omstandigheden. Het is goed ons te realiseren dat een boerderij voortkomt uit een lange traditie die gebouwd is op ervaringen uit het verleden waarbij succes en mislukkingen een grote rol hebben gespeeld. Tot de traditionele boerderij wordt gerekend, het erf met opstallen, artefacten en de bij de boerderij behorende gronden, ongeacht of het een keuterboerderij of een kasteelhoeve betreft. Een boerderij is het geheel van woning of woongebouw, stallen of stalruimten, hokken, erf, artefacten, en de eventueel bijhorende akkers, weidegronden, heidevelden, bossen en in sommige definities rekent men ook het vee tot onderdeel van de boerderij. Mede omdat vroeger gebouwd moest worden met materialen welke plaatselijk gevonden werden, is een grote verscheidenheid aan vormgeving en constructies ontstaan.
Maar nog sterker is de vormgeving en constructie het gevolg van het gebruik van de boerderij welke voortkwam uit de plaatselijke bodemgesteldheid en grondsoort die als basis voor de gekozen bedrijfsvoering diende. Daarnaast hebben de beschikbare financiële middelen wellicht de grootste invloed gehad op de vormgeving van de boerderij. Om zinvol iets over een boerderij te schrijven of wijzigingen aan te brengen dienen we de bovengenoemde aspecten in het achterhoofd te houden. Een verbouwing of herbestemming dient duidelijk tegen de bovengenoemde achtergrond beoordeeld te worden. Als de boerderij, bijvoorbeeld een woon-stalhuis is en herbestemd wordt, staat die boerderij niet omringd in een park, maar op een erf. Dan heeft dat erf een logistieke indeling gehad welke veelal afleesbaar is. Dan zijn bijvoorbeeld de moestuin, de boomgaard en de karrensporen nog afleesbaar. Het is dan ook uitgesloten dat bijgebouwen of artefacten gesloopt moeten worden. Die dienen ideaalliter onderdeel te worden van een herbestemming. Iedere boerderij vertelt een verhaal, ieder boerderij heeft een eigen bouwgeschiedenis, een eigen gebruiksgeschiedenis en bijzondere kenmerken. Voordat een aanpassing gemaakt wordt is het goed te weten wat de cultuurhistorische waarde en betekenis van het gebouw en zijn onderdelen is.
Wanneer we deze waarde vastleggen op de onderhavige boerderij blijkt het een bijzondere en zeker cultuurhistorisch waardevolle boerderij te zijn. Gegevens uit dit rapport, vormen tevens de basis voor het ontwikkelen van een verbouwingsplan. Slechts weinig monumenten zijn sinds de bouw ongewijzigd gebleven. Ook dit monument kan worden aangepast aan zowel gerechtvaardigde wensen omtrent het nieuwe gebruik als aan eigentijdse eisen met betrekking tot isolatie en energieverbruik. In het verleden werden historische gebouwen vaak te drastisch verbouwd of aangepast of zelfs deels gereconstrueerd. Deze aanpak leidde tot soms onherkenbaar gewijzigde historische panden. Een historisch pand staat soms al eeuwen in een omgeving, de situering van de boerderij en zijn bijgebouwen vertellen eveneens een verhaal dat afleesbaar is en getuigt van het verleden.
5
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk Het bijzondere van deze historische boerderij wordt in hoge mate bepaald door de zichtbare ouderdom en de beleving van die ouderdom. Deze komen niet alleen tot uitdrukking in de verschijningvorm en de bouwstijl maar ook in de manier waarop materialen zijn verwerkt. Het maatschappelijk belang van bescherming van een historische boerderij kent een toenemende belangstelling. De gemeente Bergeijk heeft de waarde ervan herkend en de boerderij beschermd. Iedereen heeft een speciale binding met de streek waar hij of zij is opgegroeid, het huis waarin gewoond is, of de plaats waar gewerkt werd. Niet alleen historici maar een groeiende groep van mensen zien in oude gebouwen een tastbare herinnering en de sporen van hun voorouders. Men kan er inzien hoe men vroeger werkte en leefde. Deskundige architecten bewonderen historische gebouwen om hun interessante en inspirerende ontwerp. Historische gebouwen zijn niet star of onwijzigbaar maar verdienen bijzondere aandacht en zorg. Van belang is dat de genius loci door het ontwerp in stand blijft of zo mogelijk wordt verrijkt.
2.1. Gemeentelijke bescherming. Deze boerderij is op 18 mei 2011 ingeschreven in het register van gemeentelijk beschermde bouwwerken. De waardering daarbij was: De langgevelboerderij aan Rund 8 is van algemeen cultuurhistorisch belang. De boerderij is van architectonische waarde als goed voorbeeld van een traditionele streekeigen boerderij, zoals in deze streek rond 1915 gebruikelijk was. Voorts is de boerderij van belang vanwege de gaafheid van hoofdvorm en de gaafheid van de detaillering. Er is tevens sprake van architectonische waarde omdat de boerderij onder architectuur gebouwd is maar een ontwerp van architect Knapen uit Eersel. De boerderij is van stedenbouwkundig belang vanwege de markante ligging in de bocht van een weg in het buitengebied van Bergeijk
3.
Definities. 3.1 Bouwhistorisch onderzoek. Bouwhistorisch onderzoek omvat het zoeken naar alle relevante gegevens, en de analyse en interpretatie daarvan, die kunnen leiden tot de beschrijving van de bouw en gebruiksgeschiedenis van bouwwerken of structuren. De belangrijkste conclusies over het bouwwerk of structuur, worden getrokken uit de bouwmassa, de indeling, de gevels, de constructie, de toegepaste materialen, de bewerking van de materialen en de afwerking van het interieur, details, met inbegrip van de wijzigingen, alle sporen en toevoegingen. Uit het voorhanden zijnde kaartmateriaal kunnen eveneens bouwhistorische conclusies worden getrokken. Ook kan een opmeting van het object onderdeel vormen van de documentatie. Het doel van bouwhistorisch onderzoek is: de documentatie van bouwwerken en structuren; bouwhistorische waardenstelling van bouwwerken en structuren, ten behoeve van een beter begrip als voorbereiding van planontwikkelingen; een basis te leveren voor een verantwoorde advisering bij verbouwingen; vergroting van kennis van de geschiedenis en betekenis van het bouwen en werken in het verleden. 3.2. Waardestelling. De waardenstelling is een vergelijking en weging van de waarden van een bouwwerk of structuur, en wel in relatie tot soortgelijke bouwwerken of structuren op landelijk, regionaal of op plaatselijk niveau.
Daarnaast vindt er een weging van de onderdelen van een bouwwerk plaats. Deze waardenstelling is alleen toepasbaar voor het betreffende
6
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk bouwwerk. Het doel van deze waardenstelling is het bepalen van het ‘relatieve’ belang van de monumentale waarden van de onderdelen van het bouwwerk. 3.3 Criteria. Een bouwhistorische waardenstelling wordt vastgesteld aan de hand van criteria, die door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg zijn opgesteld voor het MSP (Monumenten Selectie Project) Deze criteria vormen een uitwerking van de tekst van de Monumentenwet 1988, die de begrippen ‘cultuurhistorische waarden’, ‘schoonheid’ en ‘betekenis voor de wetenschap’ kent. Cultuurhistorische waarden, architectuur- en bouwhistorische waarden, en ensemblewaarden (samenhang) en stedenbouwkundige waarden. Bij de presentatie van de gegevens wordt in de regel onderstaande hoofdindeling toegepast; Context: stedenbouwkundige of landschappelijke situering Exterieur bouwmassa en gevels; Constructie, kelder, draagconstructie en kapconstructie; Interieur per bouwlaag: indeling, bouwkundige elementen, interieurafwerking; Andere historische aspecten; Conclusie. 3.4
Waarderingsmethodiek
De in deze rapportage opgestelde waardering en de waardenstelling is zo objectief mogelijk gegeven. Verder worden aspecten als bouwtechnische toestand, gebruikersbelangen, ontwerpoverwegingen en economische aspecten buiten beschouwing te laten. In het traject van ontwikkeling dienen de hier genoemde aspecten afgewogen te worden tegen de op bouwhistorische gronden opgestelde waardering in deze rapportage. Het kan dus zo zijn dat bouwtechnische aspecten of een economische situatie er toe leidt dat monumentaal hoog gewaardeerde onderdelen van het object dienen te verdwijnen. De afweging is te maken door de toetsende instanties. In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek (2009) wordt ten aanzien van het bepalen van de monumentale waarde onderscheid gemaakt in drie gradaties, te weten; hoge cultuurhistorische waarde, positieve cultuurhistorische waarde en indifferente cultuurhistorische waarde. Omdat er geen negatieve waarde in de richtlijnen zijn opgenomen en dus alles van waarde is, hanteer ik zelf ook een negatieve waarde, n.l. beeld verstorende waarde. Vast staat dat bij alle drie de gradaties sprake is van monumentale waarde. Indifferente monumentale waarde dient te worden toegekend aan elementen die van relatief weinig belang zijn voor de structuur en/of de betekenis van het object.
De richtlijnen laten geen ruimte om elementen aan te duiden die volstrekt geen monumentale waarde vertegenwoordigen. Vandaar de eigen toevoeging. De Rijksdienst heeft onlangs het voornemen uitgesproken de richtlijnen te herzien. In differente waarden zullen in principe gelden voor elementen die jonger zijn dan vijftig jaar, met dien verstande dat daarop uitzonderingen denkbaar zijn. Positieve monumentale waarde dienen volgens de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek toegekend te worden aan elementen die van belang zijn voor de structuur en/of de betekenis van het object. Hoge monumentale waarde moet worden toegekend aan zaken die van cruciaal belang zijn voor de structuur of de betekenis van het object. Deze definities laat ruimte voor interpretatie doordat, het onderscheid tussen ‘van belang’ en van ‘cruciaal belang’ niet zijn gegeven.
4 De ligging, landschappelijke situering De boerderij is in 1914 gebouwd op de locatie waar een eerdere boerderij stond welke door brand verwoest werd.
7
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
Afb. 1. Topografische kaart uit 1850
Afb. 2. Topografische kaart uit 1870
Afb. 3. Topografische kaart uit 1900
8
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
Afb. 4. Topografische kaart uit 1903.
Afb. 5. Topografische kaart uit 1920.
Afb. 6. Topografische kaart uit 1930.
9
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
Afb. 7. Topografische kaart uit 1940. De oorspronkelijke boerderij welke zich op de huidige locatie bevond staat afgebeeld op de topografische kaarten t/m 1910. Op de topografische kaart van 1930 toont de huidige boerderij. Opmerkelijk is dat het omringende landschap tussen 1850 en 1900 nauwelijks veranderd. De topografische kaarten na 1902 worden volgens een ander procedé vervaardigd en krijgen kleuren. Hierdoor zijn deze veel beter te lezen en worden de verschillen in grondgebruik en bebouwing veel duidelijker. Op de kaart van 1903 is meer aan infrastructuur zichtbaar. Ook te onderscheiden houten- en stenen duikers en bruggen worden in kaart gebracht. Dit alles blijkt te veel aan informatie die op de kaarten van 1930 en later niet meer is opgenomen. Een ander verschil van de kaart uit 1930 de afwezigheid van delen van de beek die vanuit west naar oost stroomt. Bijzonder is dat de weg welke langs de boerderij loopt niet recht is maar langs de verhogingen in het landschap. Ook op de kaart uit 1940 en 1950 is dat zichtbaar. In 1960 is een vloeiend verloop getekend.
Afb. 8. Topografische kaart uit 1950.
10
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
Afb. 9. Topografische kaart uit 1960. Niet alleen is de weg vloeiender op de kaart van 1960 ook de percelen zijn door samenvoeging veel groter. De groene opstanden tussen de percelen is bij de samenvoeging verdwenen maar in het grondgebruik is geen wijziging waarneembaar. De bebouwing welke op de eerdere kaarten rood aangegeven was wordt in 1960 in zwart aangegeven. In 1970 gaat men weer over tot een aanduiding in rood. Verder zien we op de kaart van 1970 een enorme toename aan bijgebouwen. Ook krijgen een aantal percelen een nieuw gebruik en worden als weiland aangegeven. Verder worden op de kaart uit 1970 de sloten met een blauwe lijn aangegeven.
Afb. 10. Topografische kaart uit 1970.
Afb. 11. Topografische kaart uit 1980.
11
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
Afb. 12. Topografische kaart uit 1990. Op de kaart uit 1980 is zichtbaar dat er meer weiland is aangelegd, een tendens die ook op de kaart uit 1990 waarneembaar is. Verder is op de kaart uit 1980 zichtbaar dat de zandweg voor de boerderij verhard is. Tien jaar later wordt ook de weg naar Luyksgestel verbreed en dingt een bescheiden verstedelijking in de richting van de boerderij. De percelen worden opnieuw groter. De verbinding in de richting naar het centrum van Bergeijk, het verlengde van de weg welke langs de boerderij loopt, vervalt.
Afb. 13. Topografische kaart uit 2000.
12
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
Afb. 14. Topografische kaart uit 2010. Op de kaart uit 2000 is iets meer van verstelijking zichtbaar in de vorm van een sportcomplex. Dit wordt aangegeven met de omcirkelde letter S. Westelijk van de boerderij wordt een boomkwekerij aangegeven en oostelijk wordt een bouwland getekend, waar eerder een weiland was. De kaart welke 10 jaar later geproduceerd wordt, toont weer een ander grondgebruik. De westelijk gelegen boomkwekerij verhuis naar de oostzijde van de boerderij. Verder schift de verstedelijking iets verder op in westelijke richting. Ook het verloop van sloten wijzigt. Meer van de weilanden worden bouwland. Op de laatste topografische kaart welke in 2018 vervaardigd is zien we dat de boomkweker beide percelen in gebruik heeft. Ook is nog meer van de weilanden omgezet in bouwland. De omgeving van de boerderij is dus verandert. Wanneer de economisch omstandigheden zich wijzigen, past de boer zijn omgeving aan. De bescheiden schop welke op de kaarten vóór 2010 staat is in 2018 vergroot. Daarnaast zien we dat ook verstedelijking langzaam agrarisch gebied binnendringt.
Afb. 15. Topografische kaart uit 2018. Het voornemen bij Rund 8 bestaat erin dat de grote stal achter de boerderij gesloopt wordt, waardoor de omgeving weer iets meer van de oorspronkelijke uitstraling krijgt.
13
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
5
Algemene omschrijving. De boerderij is ontworpen door een architect, waardoor de vormgeving evenwichtig is maar ook is een oplossing gevonden om op een perceel met een beperkte frontbreedte toch het gewenste volume te realiseren. De oplossing hierbij is dat de boerderij aan de straatzijde de functies kreeg, welke frequent vanuit de straat met paard en wagen bereikt moesten worden. De functies welke minder frequent bereikt moesten worden werden onder gebracht in de vleugel welke loodrecht op de boerderij gebouwd werd. De boerderij is voorzien van een rechthoekig zadeldak. Het zadeldak van de aangebouwde vleugel schuift hier tegenaan. De straatgevel (voorgevel) van boerderij is de zuidelijke gevel, de rechter (kop)gevel is de oostgevel, de linker (eind)gevel is de westelijke gevel en de achter ligt aan de noordzijde. Een vrij gelegen schop evenwijdig aan de boerderij creëert een rechthoekig erf. De boerderij dateert uit 1917. Het jaartal is middels gesmede gevelankers in de kopgevel aangegeven. De gevels zijn opgetrokken in een roodbruine machinale vormbaksteen gemetseld in kruisverband. Uitzondering hierbij is de eindgevel, dat is de westelijke gevel die geheel opnieuw is opgemetseld in een halfsteens metselverband.
De boerderij heeft een gepleisterde, grijs geschilderde plint rondom De lange gevels eindigen aan de bovenzijde met een fries bestande uit een uitkragende strekkenlaag waarover een uitkragende muizentand en vervolgens een strekkenlaag waar de muurplaat op bevestigd is. De zadeldaken zijn voorzien zinken mastgoten. De daken zijn voorzien van gesmoorde
Muldenpannen.
Afb. 16. Runt 8 Bergeijk
14
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
6 Nader omschrijving bouwwerk. . 6.1
De voorgevel of zuidgevel.
Alle gevel worden kijkend van links naar rechts omschreven. De voorgevel begint aan de linkerzijde met metselwerk, vervolgens een (dubbele) potstal deur onder een segmentboog. De segmentboog wordt overspannen door een anderhalf steens hoge strek. Boven deze strek is een hardstenen onderdorpel van het hooiluik dat gecentreerd is boven de potstal deur. Het hooiluik doorsnijdt het metselwerk op die plaats. Een schuin met het dakvlak oplopend dakvlak vormt het dakvlak boven de hooiluiken. Naast deze potstal deur is eerst een blind stuk gevel vergelijkbaar met het links van de dubbel deur gelegen deel. Naast dit gesloten deel is een travee waarin een rechthoekig houten stalraam is opgenomen. De detaillering van dit raam komt overeen met de detaillering van de ramen en deuren elders in de boerderij. Dit rechthoekig raam heeft een anderhalf steens hoge strek. Rechts naast dit raam is een tweede potstal deur. En ook hier is op een zelfde wijze een hooiluik geplaatst. Het tweede houten stalraam is in het aansluitende metselwerk opgenomen waardoor ook over deze potstaldeur een symmetrie is ontstaan. De deur tot de voergang eindigt het bedrijfsgedeelte aan de voorgevel. Dit is een opgeklampte gesloten deur. Boven deze deur is een z.g. bovenlicht. Het kalf heeft een zelfde rijke profilering als de voordeur. Het woongedeelte heeft de zolder hoger als boven het stalgedeelte.
Dit is zichtbaar aan de plaatsing van de gevelankers maar ook aan de hoogte van de gevelopeningen. De woonhuisramen zijn hoger dan de voergangdeur en stalramen. Het aansluitende woongedeelte, heeft twee schuiframen voorzien van raamluiken. De ramen zijn zesruits en hebben een bredere middenstijl en één smalle horizontale roede. Het kozijnhout is schuine inval profielen voorzien welke met een kapelletje beginnen en eindigen. De schuiframen staan op een hardstenen onderdorpel. De raam- en naastgelegen voordeur kozijnen hebben een overspanning van anderhalf steens strekken. Naast deze ramen volgt de voordeur. In deze deur is een klein venster, om te zien wie aangebeld heeft. Boven de deur is een kalf en bovenlicht. Het boevenlicht heeft en brede verticale roede. Naast deze voordeur is het gevelvlak voorzien van een daarin centraal geplaatst derde schuifvenster, gelijk aan de eerder beschreven exemplaren. In het gevelvlak tussen de gevelopeningen is telkens een gesmeed gevelanker. Het dakvlak is voorzien van vier prefab. legvensters. Een schoorsteen op de scheiding tussen woon- en stalgedeelte en een tweede schoorsteen bij de oostgevel doorbreken het verder dakvlak.
Afb. 17. De zuidgevel of voorgevel Rund 8 Bergeijk.
15
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
6.2 De kopgevel of oostgevel. De kopgevel heeft aan de linkerzijde een zelfde schuifvenster als de vensters in de voorgevel. Aan de rechterzijde is een tweede kleiner en hoger geplaatst, schuifvenster in de gevel opgenomen. De hogere plaatsing vertelt dat hier een opkamer boven een kelder is. Ook deze vensters zijn voorzien van luiken. In de topgevel is een derde venster opgenomen. Dit venster is minder hoog i.v.m. de hoogte van het zolderplafond. Wel heeft dit venster een vergelijkbare breedte als de overige vensters. Hierdoor zijn de zes ruiten ongeveer vierkant terwijl de ruiten in de andere ramen volgens de gulden snede verticaal zijn. Geheel bovenin zijn drie invlieg openingen voor een uil in het metselwerk gespaart. Langs de daklijn is de lijst met muizentand overgebracht. Langs de daklijn zijn gordingankers aangebracht. De overkraging van de schoorsteen begint met een kop en deze overkraging verbreedt zich trapsgewijs tot de gehele breedte van de schoorsteen. De afdekplaat van de schoorstenen rust op vier-lagen koppen welke op de hoeken van de schoorstenen zijn gemetseld. Tegen deze gevel zijn de gesmede jaartalankers op plafondhoogte aangebracht.
Afb. 18. Oostgevel met jaartalanker 1914. 6.3 De achtergevel of noordgevel. De achtergevel heeft in de plint een klein keldervenster. Dit raam is voorzien van z.g. diefijzers. Ter plaatse van de keuken bevind zich een schuifvenster zoals in de voorgevel. Naast dit venster is een tweede schuifvenster, echter kleiner zowel in de breedte als hoogte. Ook hierbij benaderen de ruiten de vierkante vorm. Dit kleiner en venster is ontstaan omdat er ooit een aanrecht onder bedacht was. De toegang tot de keuken was voorheen naast dit raam. Omdat er veel warmte door verloren ging wanneer de achterdeur gebruikt werd, is de aanbouw die tegen de achtergevel gerealiseerd was, verder doorgetrokken. Nu de toegang tot de keuken via deze aanbouw. De aanbouw ontneemt nu het zicht op de oorspronkelijke achterdeur. De oorspronkelijke aanbouw tegen de achtergevel is recentelijk geheel vervangen door een recentere. Deze recente aanbouw is gemetseld in een licht rode machinale strengperssteen. Het toegepaste metselverband is evenals de achtergevel in kruisverband. De aanvankelijke aanbouw was de varkensstal. De huidige fungeert grotendeels als bergruimte. De aanbouw is voorzien van een lessenaardak dat aansluit bij de onderkant van het dak van de boerderij. Het dak loopt in tegenstelling tot de aanbouw tot aan de
16
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk oorspronkelijke haaks op de voorgevel staande vleugel. Rechts van de aanbouw is dus een open, overkapte ruimte. De gevel evenwijdig aan de boerderij heeft een klein vierkant raam. En de gevel loodrecht op de boerderij heeft de toegangsdeur tot de berging en toegangsdeur tot de keuken.
Afb. 19. Noord of achtergevel.
6.4
De eindgevel of westgevel.
De eindgevel welke ongeveer op de erfgrens staat is geheel vervangen door een nieuwe gevel. Deze gevel is gemetseld met een baksteen die eenzelfde kleur heeft als van de authentieke boerderij. Deze gevel is echter als spouwmuur opgetrokken in halfsteens verband. De afwerking langs de daklijn is dezelfde als aan de oostzijde. In de topgevel is een zelfde raam opgenomen als aan de oostgevel. Voor het overige is de gevel gesloten. De aansluitende gevel van de vleugel loodrecht op de voorgevel is gesloten en heeft delfde afwerking als de overige gevels. Hier is echter geen goot aangebracht.
Afb. 20. West- of eindgevel.
17
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk Tegen deze vleugel is later een bedrijfsuitbreiding geweest om varkens te houden. Deze is in de loop der tijd gesloopt en vervangen door een aanleunwoning. De westgevel van deze aanleunwoning heeft drie gevelopeningen waarin ramen zijn opgenomen. Deze ramen hebben een rechte steens hoge strek. De raamdorpel is in baksteen uitgevoerd. Hoewel de gevel lager is dan de bestaande gevel waar deze op aansluit, is de afwerking geheel overeenkomstig de afwerking van de boerderij. Er is een overkragende muizentand en het zadeldak is voorzien van een zinken mastgoot. Het metselverband is een z.g. wild verband. De noordelijke gevel van deze aanleunwoning heeft geheel overeenkomstig de overige topgevels lang de daklijn een klimmende muizentand. In de topgevel van deze woning is een stolpvenster opgenomen. De overige vensters zijn geblindeerd omdat deze woning buiten gebruik is. Op de begane grond zijn nog twee andere vensters in deze gevel. De uitbreiding van deze oorspronkelijke vleugel, de aanvankelijke varkensstal is vervangen door de aanleunwoning welke op deze plek. De aansluitende gevel heeft van links naar rechts eerst klein raam dan volgt de voordeur en twee woonkamer ramen. De voordeur is voorzien van een open bovendeel voorzien van een kruisroede. Het deurkozijn heeft een kalf met daarboven een bovenlicht.
Gecentreerd boven de voordeur is een dakkapel. Deze heeft in hoofdlijnen een zelfde vorm als de hooiluiken aan de voorgevel. Links van deze dakkapel is een dakvenster. Loodrecht op de scheiding tussen de oorspronkelijke vleugel en aanleunwoning is een afscheidingsscherm geplaatst bestaande uit een reeks van elementen die een laag gesloten deel onderkant en een transparant bovendeel hebben. 6,5
De oostgevel van de vleugel loodrecht op de boerderij.
Deze vleugel heeft oorspronkelijk gefungeerd als deel en tasruimte. Het meest linker deel van de gevel heeft een kleine gevelopening welke middels een luik afsluitbaar is. Dit luik bevindt zich onder het afdak van de achtergevel. Aansluitend tegen het afdak zijn de grote deeldeuren. De hooizolder boven de koeienstallen kon aan de straatzijde gevuld worden middels de hooiluiken en vanuit de achterzijde via deze grote poort. Rechts van de deel was eveneens tasruimte. De gevel heeft hier een klein raam en een deur. Deze hebben gefungeerd als toegang om de aandrijfriem van de dorsmachine naar binnen te brengen waarbij de Lister stationaire motor buiten werd opgesteld. Oorspronkelijk werd gebruik gemaakt van paardenkracht voor de aandrijving.
Afb.21. Links de overkapping aan de achtergevel en rechts de vleugel met deel en tasruimte.
18
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
7.
Het interieur van het woongedeelte.
7.1
De indeling van de begane grond en ligging van de kelder.
De traditionele indeling is grotendeels intact. Door de voordeur komt men in de gang met de woonkeuken als tegenoverliggende deur. Naast de deur welke in de keuken uitkomt is links en rechts is een deur die respectievelijk uitkomen in de woonkamer en slaapkamer. In het verlengde van de muur aan de rechterzijde loopt ook de muur die toegang verschaft tot de kelder en de trap naar de verdieping. De kelder is zoals de noordelijke buitengevel al aangeeft gelegen in de noordoost hoek van de boerderij. Deze kelder is ooit dieper gemaakt, en de trap naar de verdieping is vervangen door een nieuwe harthouten trap. De woonkamer is groter dan de oorspronkelijke waankamer doordat men de voergang bij de woonkamer betrokken heeft. In de vergrootte woonkamer is middels een sprong in de wand met de keuken de oorspronkelijke grootte van de woonkamer herkenbaar gehouden. Oorspronkelijk liep de voergang over de gehele breedte van de boerderij. De voormalige voergang is in de lengte opgedeeld, waarbij de helft bij de woonkamer gevoegd is en in het overige deel een doucheruimte en toilet gemaakt is. Deze ruimten zijn vanuit een portaal in het verlengde van de keuken bereikbaar. Op de verdieping is een ruime overloop waarlangs de slaapkamers en badkamer gelegen zijn. De overloop en slaapkamers krijgen daglicht via de ramen in de kopgevel en dakvensters. 7.2
Nader omschrijving van de gang.
De gang heeft een grijze tegelvloer welke diagonaal gelegd is . De wanden zijn voorzien van een houten lambrisering. Een houten balken plafond rust op sierlijk sleutelstukjes. De oorspronkelijke binnendeuren zijn vervangen door paneeldeuren met één paneel benden en een verticaal gedeeld paneel boven.
Afb. 22. De gang met voordeur.
19
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
7.3
Nader omschrijving van de slaapkamer aan de oostzijde van de gang.
De vloer in deze slaapkamer wordt door de vloerbedekking aan het zicht onttrokken. De wanden zijn gestuct en met behang afgewerkt. Het plafond is met brede schroten afgewerkt.
Afb. 23. Slaapkamer op begane grond.
7.4
Nader omschrijving van de woonkamer.
De woonkamer heeft hardhouten stroken parket vloer. De wanden zijn met sierstuc afgewerkt. Het plafond is een balkenplafond waarbij de balken op fraai vormgegeven sleutelstukjes rust. Vanuit de woonkamer is er een deur naar het kantoor.
Afb. 24. De woonkamer met rechts een sprongetje in de wand.
20
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk 7.5
Nader omschrijving van de woonkeuken.
De vloer in de woonkeuken is dezelfde als de gang en bestaat uit grote grijze, diagonaal gelegde tegels. De wanden zijn, waar niet betegeld of schoon metselwerk is, met sierstuc afgewerkt. De originele schouw - met schouwlijst- is betegeld met z.g. witjes. De wand waarin de deur naar de kelder en opkamer is in schoon metselwerk uitgevoerd. Naast deze twee deuren is een derde deur welke voor de voorraadkast is. Het plafond is ook hier een balken plafond zoals beschreven bij de gang en woonkamer. De toegangsdeur van de gang heeft boven het beneden paneel twee horizontale en twee verticale roeden en dus negen ruitjes. Naar de woonkamer is een dubbele deur met eenzelfde ruit verdeling enkel is hier het paneel beneden vervallen en zijn hier ook ruitjes toegepast. Onder de schouw is een aanrecht met een kookplaat en in het muurdeel aan de linkerzijde is een oven en magnetron ingebouwd.
Afb. 25. De woonkeuken.
Afb. 26. De authentieke schouw in de woonkeuken.
7.6
Nader omschrijving van de opkamer,
De opkamer is vanuit de ruimte voor de trap naar de verdieping bereikbaar. Deze heeft een vergelijkbare afwerking als de andere slaapkamer.
21
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
7.7
Nader omschrijving van de kelder.
De vloer van de kelder is ooit dieper aangelegd, Hierdoor is de kelder beter bruikbaar, de vloer en wanden zijn betegeld. De onderkant van de verdiepingstrap en het plafond is met schrootjes afgetimmerd. Alle deurdorpels van de ruimten waar tegels liggen zijn uitgevoerd in hardsteen.
Afb. 27. De kelder. 7.8
Nader omschrijving van de verdieping.
Een hardhouten trap voert naar de verdieping en komt uit op een ruime overloop. Deze overloop ligt aan de noordzijde van de boerderij. Aan de zuid- en oostzijde liggen de slaapkamers en badkamer. De vloeren zijn belegd met laminaat. De wanden zijn gestuct, met uitzondering de schoonmetselwerkwand,. De plafonds en schuine kanten bij het dak zijn met schroten afgewerkt. De badkamer is geheel betegeld.
Afb. 28. De ruime overloop.
22
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
Afb. 29. De ruime overloop.
8. De indeling van de voormalige bedrijfsruimte. De bedrijfsruimte had aansluitend aan het woongedeelte een ruime voergang. Daarnaast lagen twee koestallen. Deze waren aanvankelijk uitgevoerd als potstallen, en zijn gewijzigd in grupstallen In 1990 zijn deze stallen veranderd in varkensstallen. Boven deze potstallen was de hooiberging. Bijzonder is dat er oorspronkelijk (in 1914) al twee potstallen waren. De deel was in de vleugel loodrecht op de boerderij gesitueerd. De deel was de aansluitende ruimte. Hier konden hoog opgeladen wagens met hooi en veldvruchten worden gelost. Naast de deel lag dan ook de tasruimte waar de veldvruchten werden opgeslagen.
Afb. 31. De achterkant met de oorspronkelijke bedrijfsruimten. 8.1. Nader omschrijving van de koestallen. De koeienstallen zijn aanvankelijk uitgevoerd geweest als potstallen. Dat blijkt uit de dubbele deuren aan de straatzijde. Deze zijn in de loop der tijd gewijzigd in grupstallen. Weer later verloren deze grupstallen hun functie en werd er een grote varkensstal ingericht. Die laatste stal was gesitueerd in de vleugel welke loodrecht op de boerderij lag en omvatte de tasruimte, de deel en de koestal welke aan de westzijde van de boerderij was. De koestal welke naast de voergang lag werd als garage hergebruikt.
23
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
Afb. 32. De als garage hergebruikte potstal. De vloer van de varkensstal was samengesteld uit een betonnen roostervloer afgewisseld met betonnen looppaden. De dubbele deur aan de straatzijde werd aan de binnenzijde voorzien van een kalkzandsteen binnenwand waardoor het uiterlijk behouden bleef. Ook is de hoge poort van de deel aan de binnenzijde dichtgemetseld geweest. Thans zijn alle stalruimten ontmanteld. 8.2
Nader omschrijving van de deel en tasruimte.
De “deel” was oorspronkelijk een ruimte waar gedorst werd. Het dorsen gebeurde vroeger handmatig met een dorsvlegel en later met behulp van een dorsmachine. De dorsmachine stond in de regel op de deel opgesteld. De aandrijving werd aanvankelijk met behulp van paardenkracht en later met een Lister stationaire motor. De tasruimte is de plaats waar oorspronkelijke de oogst werd opgeslagen. Die oogst kon in de aansluitende deel gedorst worden. De deel en tasruimte vormden één ruimte. Deze ruimte is nu in hergebruik als hobbytimmerwerkplaats. De vloer is glad afgewerkt beton en de wanden zijn gestuct. Het plafond is met isolatieplaten afgewerkt.
Afb. 33. De als hobbytimmerwerkplaats hergebruikte deel en tasruimte. De voormalige stalruimte nabij de straat (zuidzijde) is slechts ontmanteld maar niet in hergebruik genomen. Hier is een gaatje in de straatwand gemaakt waardoor iets van een oorspronkelijk stalen stalraam zichtbaar is. Ook zijn hier nog mestgoten nog aanwezig.
24
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
Afb. 34. Fragment van gietijzeren of stalen stalraam.
9.
Korte beschrijving van de aanleunwoning
De aanleunwoning gerealiseerd voor de ouders van de eigenaar, is niet meer in gebruik. De gevels van deze woning zijn gemetseld met een machinale strengperssteen in een genuanceerde lichtbruine kleur. Deze herbouwde gevels zijn gemetseld in wild metselverband. Het zadeldak is evenals het dak van de boerderij gedekt met gesmoorde Muldenpannen. De gevelopeningen zijn in dezelfde kleuren geschilderd als de boerderij.
Afb. 35. Aanleunwoning Deze woning heeft achter de voordeur een korte gang met rechts een open keuken die overgaat in de woonkamer. Aan de linker zijde zijn twee slaapkamers. Verder is er een toilet en een badkamer. De wanden zijn deels in sierpleisterwerk of in schoonmetselwerk uitgevoerd. De vloer in de woonkamer en slaapkamer is uitgevoerd in laminaat, in de gang zijn tegels gelegd. De plafonds zijn met hardhouten schrootjes afgewerkt. De sanitaire ruimten zijn betegeld.
25
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
Afb. 36.Keuken aanleunwoning
Afb. 37. woonkamer aanleunwoning
Afb. 38. Slaapkamer aanleunwoning
26
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk
Afb. 39. Badkamer aanleunwoning
10.
De constructie.
De constructie van deze boerderij was die van een langgevelboerderij. De gevelankers getuigen nog van het verankeren van de moerbalken. Echter bij een verbouwing waarbij het dak geïsoleerd is, is de traditionele spantconstructie vervangen door thermisch verzinkte stalen spanten. In deze staalprofielen zijn de gordingen opgenomen waarover de isolatieplaten bevestigd zijn. De spanten zijn zover naar binnen geplaatst dat er uiterlijk bij de topgevels geen verschil waarneembaar is. Door het vervangen van de traditionele spanten door de huidige is niet allee een grote ruimtewinst ontstaan maar wordt ook de ruimte niet doorbroken door spanten. Deze vervanging van spanten en het aanbrengen van isolatieplaten heeft over de gehele boerderij plaats gevonden.
Afb. 40. Zolder met stalen spanten.
11.
Bijzondere details.
Een der bijzondere details was zichtbaar aan de binnenzijde van de voorgevel. Het betrof een fragment van een stalen stalvenster dat nu door metselwerk buiten aan het zicht onttrokken is. Op een oud schilderijtje deze boerderij voorstellend, zijn dergelijke stalraampjes afgebeeld. De huidige houten rechthoekige stalraampjes hadden
27
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk oorspronkelijk dus stalen of gietijzeren voorgangers welke een segmentboog als overspanning hadden. Zie afbeelding 34.
12.
De waarderingskaart.
De waarderingskaart kent zoals eerder vermeld vier waarderingen. Bij deze boerderij is echter de vierde waardering niet van toepassing en vielen alle waarderingen in de eerste drie niveaus. De kleur blauw wil zeggen van hoge cultuurhistorische waarde, hier zijn geen wijzigingen toegestaan. De kleur groen wil zeggen positieve cultuurhistorische
28
Cultuur- en bouwhistorische verkenning Rund 8 Bergeijk waarde, wijzigingen zijn toegestaan mits de noodzaak van de wijziging wordt aangetoond. De kleur geel wil zeggen indifferente cultuurhistorische waarde, Hierin zijn wijzigingen mogelijk, ook de sloop van een geel gekleurde wand of gevel is mogelijk.
De kleur blauw is van toepassing op de authentieke of vervangende buitengevels en op het nog aanwezige deel van de brandgevel. Voorts is de achterwand van de schouw, een authentieke scheiding tussen woonkeuken en kamer, van hoge cultuurhistorische waarde. De vervangen eind- of westgevel is slechts groen gewaardeerd omdat hier oorspronkelijk een gietijzeren stalraam was. Het raam in deze westelijke topgevel is op die plek een wezensvreemde toevoeging, omdat hier een hooizolder was. Het is begrijpelijk dat hier daglicht gewenst is, maar in de vorm van een woonhuisraam, is in het bedrijfsgedeelte onwenselijk. Dit omdat het verwarrend is. De scheiding van de voormalige potstal en deel is nog authentiek en derhalve groen gewaardeerd. Ook zijn de buitengevels van de aanleunwoning welke op de plaats van een voormalige varkensstal staan, zijn groen gewaardeerd. Hierdoor blijft een fase uit het agrarisch bestaan, plaats vast verankerd. Wijzigingen in de gevels zelf zijn zeker denkbaar, maar sloop is voorkomen. Ook de (opnieuw) gebouwde aanbouw is groen gewaardeerd omdat deze op dezelfde plaats staat waar voorheen ook een aanbouw was. De binnenwanden in de voormalige bedrijfsruimte zijn nagenoeg alle indifferent gewaardeerd. Ook de niet authentieke wanden in het woongedeelte zijn als indifferent gewaardeerd.
De kelder is van hoge cultuurhistorische waarde ook al is deze verder uitgediept. De heringedeelde zolderverdieping boven het woongedeelte is indifferent. Het restant van de brandgevel op de verdieping moet als positief worden bestempeld.
Ir. W. Beelen 12 februari 2020
29