CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7. Aanvullend ecologisch onderzoek BOPA Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg (2026.01.16)

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente BergeijkBij agendapunt: BOPA fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg, Riethoven4.774 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg

Status van het document:

Definitief Datum:

06-01-2026

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Controleur Vrijgegeven door Datum Documentreferentie

Handelsregister 30129769 Rapport aanvullend onderzoek fietspad Walik 51028754-004 Accent Adviseurs B.V. Hidde Derks Maikel Sieben Roel Bouten 06-01-2026 NL26-648800269-159409

2/25

Inhoudsopgave

1 2

Inleiding ......................................................................................................................... 4 Gebiedsbeschrijving ...................................................................................................... 5 2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ................................................. 5 2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ....... 5

3 4 5

Resultaten voorgaand onderzoek ................................................................................. 7 Onderzoeksmethodiek .................................................................................................. 8 Onderzoeksresultaten ................................................................................................. 15 5.1 Marterachtigen .................................................................................................. 15 5.2 Vleermuizen ...................................................................................................... 16 5.3 Reptielen ........................................................................................................... 18 5.4 Vlinders ............................................................................................................. 18 5.5 Samenvatting .................................................................................................... 19

6

Toetsing aan wet- en regelgeving ............................................................................... 20 6.1 Marterachtigen .................................................................................................. 20 6.2 Vleermuizen ...................................................................................................... 20

7

Conclusies en aanbevelingen ..................................................................................... 21 7.1 Inleiding ............................................................................................................. 21 7.2 Voorgenomen ingreep ....................................................................................... 21 7.3 Functie onderzoekslocatie voor beschermde soorten ...................................... 21 7.4 Conclusie........................................................................................................... 21

Geraadpleegde bronnen Verklarende woordenlijst ............................................................................................. 23

3/25

1

Inleiding

Sweco heeft van Accent Adviseurs B.V. opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Eikestraat en Broekhovenseweg te Riethoven. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan natuurwaarden die Sweco in april 2025 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport “Rapport quickscan natuurwaarden Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg”). Het doel van het onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van mogelijk aanwezige soorten die in de quickscan voornomen zijn om zo een vergunning te kunnen verlenen voor het uitvoeren van de voornomen werkzaamheden.

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

4/25

2

Gebiedsbeschrijving

2.1

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie bestaat uit twee tracédelen waar de gemeente Bergeijk voornemens is twee fietspaden te realiseren. Het eerste tracédeel is circa 10 meter breed en circa 1.100 meter lang en is gelegen langs de Broekhovenseweg tussen de Schoolstraat en Wilgerijs, ten noordoosten van Broekhoven (zie figuur 2.1, het meest noordelijk gelegen tracédeel). Het tweede tracédeel is circa 10 meter breed en circa 1.720 meter lang en is gelegen langs de Eikestraat tussen de Bisschop Rijthoviusdreef en de N397, ten zuiden van Walik (zie figuur 2.1, het meest noordelijk gelegen tracédeel). De tracédelen bestaan voornamelijk uit berm, weiland en bos.

Figuur 2.1

2.2

Topografische ligging van de onderzoekslocatie (rood, nabij gele pijl).

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen

De initiatiefnemer is voornemens twee vrij liggende fietspaden te realiseren aan de Eikestraat en Broekhovenseweg nabij Walik. Hierbij wordt een strook van zo’n 8 a 10 meter vanaf de bestaande rijbaan bouwrijp gemaakt voor de aanleg van de fietspaden. Op tracédeel Eikestraat wordt het fietspad doorlopend van de rotonde aangelegd waardoor een strook van circa 75x10 meter bos verwijderd word. Hieronder de toekomstige situatie weergeven van de fietspaden, zie figuren 2.2 t/m 2.7.

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

5/25

Figuur 2.2 Situatieschets Eikestraat.

Figuur 2.3 Situatieschets Eikestraat.

Figuur 2.4 Situatieschets Eikestraat.

Figuur 2.5 Situatieschets Eikestraat.

Figuur 2.6 Situatieschets Broekhovenseweg.

Figuur 2.7 Situatieschets Broekhovenseweg

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

6/25

3

Resultaten voorgaand onderzoek

Uit de quickscan die door Sweco op 11 april 2025 is uitgevoerd blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Omgevingswet, er op sommige punten meer informatie benodigd is. Het betreft de ondergenoemde soortgroepen: Vleermuizen Aanvullend onderzoek na verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden van boombewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis , gewone grootoorvleermuis, watervleermuis, franjestaart en baardvleermuis). Reptielen Aanvullend onderzoek na de gladde slang, hazelworm en levendbarende hagedis. Vlinders Aanvullend onderzoek na de kleine iepenpage, kleine ijsvogelvlinder en teunisbloempijlstaart. Marterachtigen Aanvullend onderzoek na de boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel. Verder is uit de quickscan geconcludeerd dat er ten aanzien van algemene broedvogels rekening gehouden moet worden met het broedseizoen. Er dient rekening gehouden te worden met de zorgplicht voor overige soortgroepen die eventueel in de omgeving voorkomen. Ook dient een effectenonderzoek omtrent het Natuurnetwerk Nederland uitgevoerd te worden en is er een meldingsplicht met mogelijke vergunningsplicht ten aanzien van houtopstanden van toepassing.

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

7/25

4

Onderzoeksmethodiek

4.1

Marterachtigen

Het onderzoek naar de marterachtigen is gedurende minimaal 8 weken uitgevoerd binnen de periode van juni tot en met half november. Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van drie cameravallen (inclusief jigglers met lokstof) en drie struikrovers. De camera’s en struikrovers zijn geplaatst bij potentiële vaste rust- of voortplantingsplaatsen, foerageergebieden en verbindingszones (zie figuur 4.1). Op basis hiervan zijn de cameravallen en struikrovers strategisch geplaatst op de onderzoekslocatie om de functie van het onderzoeksgebied voor bunzing, hermelijn, wezel, boommarter en steenmarter aan te tonen dan wel uit te sluiten. In totaal zijn vijf veldbezoeken uitgevoerd om de cameraval en struikrover te plaatsen, om tussentijds batterijen en SD-kaartjes van de camera’s te vervangen en om aan het einde de onderzoeksmaterialen weer te verwijderen. Op 19 september 2025 zijn de camera’s geplaatst, op 17 oktober 2025 zijn de camera’s verplaatst na de 2e locatie en op 21 november zijn de wildcamera’s opgehaald. (zie tabel 4.1). De inventarisatiemethode is uitgevoerd volgens het kennisdocument kleine marterachtigen (versie januari 2024), hiermee is ook voldoende onderzoeksinspanning verricht ten aanzien van de boom- en steenmarter.

Figuur 4.1 stippen).

Locaties van de struikrovers (groene stippen) en wildcamera’s (blauwe stippen) met locatienummers (cijfers naast de

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

8/25

Tabel 4.1

Overzicht veldbezoeken nader onderzoek marterachtigen.

Datum

Tijd

Functie veldbezoek

Weersomstandigheden

19-09-2025

n.v.t.

1e veldbezoek: plaatsen wildcamera’s en struikrovers

n.v.t.

03-10-2025

n.v.t.

2e veldbezoek: controle en verwisselen batterijen en SD-kaartjes

n.v.t.

17-10-2025

n.v.t.

3e veldbezoek: controle en verwisselen batterijen en SD-kaartjes + verplaatsen wildcamera’s en struikrovers

n.v.t.

07-11-2025

n.v.t.

4e veldbezoek: controle en verwisselen batterijen en SD-kaartjes

n.v.t.

21-11-2025

n.v.t.

5e veldbezoek: controle en weghalen wildcamera’s en struikrovers

n.v.t.

4.2

Boombewonende vleermuizen

Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn, in de periode half juni tot en met september in totaal tien veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken zijn in de avonduren en/of ochtenduren uitgevoerd. Voorafgaand aan de veldbezoeken is, op 5 maart 2025, een boominspectie uitgevoerd. Tijdens deze inspectie zijn geschikte holtes voor vleermuizen in kaart gebracht en is gezocht naar vogelnesten. Er zijn geen geschikte nesten aangetroffen voor vogels. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de potentie voor zomer-, kraam-, paarverblijf en foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis, en voor zomer-, kraamverblijf en foerageergebied voor de baardvleermuis, franjestaart en watervleermuis. Het doel van het protocol is om de functies van onderzoekslocatie voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken is onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functie noodzakelijk. Iedere (verblijf) functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming.

Het totaal aantal voorgestelde veldbezoeken is vastgesteld op basis van de grootte van de onderzoekslocatie, waarbij de onderzoekslocatie in 4 deelgebieden is ingedeeld in de kraamperiode (zie figuur 4.2) en één gebied in de paarperiode. Verwacht wordt dat met indeling omtrent deze soortgroep voldoende zekerheid is verkregen over de functie van de onderzoekslocatie. Voor het onderzoek wordt gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Petters-son D240x of Elekon M batlogger). Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soorten) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van analyseprogramma Batsound.

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

9/25

Figuur 4.2

Indeling deelgebieden (gele vakken) van het kraamonderzoek na vleermuizen.

Tabel 4.1

Omstandigheden nadere onderzoeken vleermuizen.

Datum

Tijd

Type onderzoek

Deelgebied

Temperatuur

Weersomstandigheden

04-06-2025

02:20 - 05:29

Ochtendronde kraamverblijfplaats

1

14oC

Droog, windkracht 2 Bft

07-06-2025

02:20 - 05:28

Ochtendronde kraamverblijfplaats

3

11oC

Droog, windkracht 2 Bft

10-06-2025

02:20 - 05:24

Ochtendronde kraamverblijfplaats

2

13oC

Droog, windkracht 2 Bft

12-06-2025

02:21 - 05:25

Ochtendronde kraamverblijfplaats

4

14oC

Droog, windkracht 2 Bft

03-07-2025

21:56 - 00:30

Avondronde kraamverblijfplaats

1

20oC

Droog, zonnig, windkracht 2 Bft

08-07-2025

21:53 - 00:28

Avondronde kraamverblijfplaats

2

16oC

Droog, licht bewolkt, windkracht 2 Bft

11-07-2025

21:48 - 00:59

Avondronde kraamverblijfplaats

3

21oC

Droog, zonnig, windkracht 2 Bft

12-07-2025

21:49 - 00:26

Avondronde kraamverblijfplaats

4

20oC

Droog, half bewolkt, windkracht 1 Bft

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

10/25

18-08-2025

23:57 - 02:03

Paarverblijfplaats

n.v.t.

17oC

Droog, half bewolkt, windkracht 2 Bft

10-9-2025

22:15 - 00:16

Paarverblijfplaats

n.v.t.

16oC

Droog, half bewolkt, windkracht 2 Bft

4.3

Gladde slang, hazelworm en levendbarende hagedis

Het onderzoek na de gladde slang (voor de gladde slang is geen specifiek onderzoeksprotocol beschikbaar), hazelworm en levendbarende hagedis zijn in de periode juni t/m juli uitgevoerd. Op 2 juni zijn reptielenplaten geplaatst op de Eikestraat (figuur 4.3). Na een gewenningsperiode van 14 dagen zijn 5 controlerondes uitgevoerd. Tijdens de controlerondes zijn de reptielenplaten geïnspecteerd op de aanwezigheid van gladde slang, hazelworm en levendbarende hagedis. Verder zijn boomstammen en houtwallen in de omgeving omgedraaid en geïnspecteerd op aanwezigheid van de soorten. De onderzoeken zijn uitgevoerd tussen 9 en 12, met een minimum temperatuur van 17°C en maximum 23°C. Tijdens de controlerondes was het droog en half bewolkt met aan maximale windsnelheid van 3. Hiermee voldoet de onderzoeksinspanning aan de eisen opgesteld in het Soorteninventarisatieprotocol van de NGB voor de hazelworm, tevens is voldoende inzicht gekregen in de aan- of afwezigheid van de gladde slang. De onderzoeksperiode voor de levendbarende hagedis is buiten de ideale periode uitgevoerd. Gezien 5 controlerondes zijn uitgevoerd, waarvan 4 voldoen aan de ideale weeromstandigheden is voldoende inspanning geleverd om inzicht te krijgen in aan- of afwezigheid van de levendbarende hagedis.

Figuur 4.3

Locatie reptielenplaten (groene vierkanten) op tracédeel Eikestraat.

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

11/25

Tabel 4.3

Omstandigheden nadere onderzoeken reptielen.

Datum

Tijd

Activiteit

Temperatuur

Weersomstandigheden

02-06-2025

9:32 – 14:24

Plaatsen reptielenplaten

17oC

Droog, half bewolkt, windkracht 3 Bft

17-06-2025

9:21 – 12:00

Eerste controleronde

17°C

Droog, half bewolkt, windkracht 2 Bft

27-06-2025

08:42 – 11:00

Tweede controleronde

19oC

Droog, half bewolkt, windkracht 2 Bft

04-07-2025

9:-01 – 13:04

Derde controleronde

18oC

Droog, half bewolkt, windkracht 2 Bft

11-07-2025

8:25 – 12:00

Vierde controleronde

18oC

Droog, half bewolkt, windkracht 2 Bft

18-07-2025

10:03 – 13:00

Vijfde controleronde + verwijderen materiaal

23°C

Droog, half bewolkt, windkracht 2 Bft

4.4

Vlinders

Voor het onderzoek naar iepenpage, kleine ijsvogelvlinder en teunisbloempijlstaart dienen eerst de waardplanten in kaart gebracht te worden. Tijdens het veldbezoek van de quickscan natuurwaarden, welke uitgevoerd is in maart 2025, konden de waardplanten niet worden bepaald vanwege het ontbreken van bladeren en identificeerbare onderdelen van de waardplanten. Op 2 juni 2025 is tijdens het plaatsen van de reptielenplaten een waardplantenonderzoek uitgevoerd. Hier zijn waardplanten voor de kleine ijsvogelvlinder (wilde kamperfoelie) en de teunisbloempijlstaart (basterdwederik, grote teunisbloem, harig wilgenroosje, kattenstaart, teunisbloem en wilgenroosje) aangetroffen, de locatie en soort waardplant zijn weergegeven in figuur 4.4 en 4.5. Na identificatie van de waardplanten is aanvullend onderzoek na de aanwezigheid van de kleine ijsvogelvlinder en de teunisbloempijlstaart gestart conform Onderzoeksprotocol vlinders en libellen van De Vlinderstichting. Onderzoek naar de aanwezigheid van de kleine ijsvogelvlinder is uitgevoerd door het zoeken naar vliegende of rustende imago’s van de soort in de omgeving van de waardplant. Hier zijn drie veldbezoeken voor uitgevoerd, op 27 juni, 4 juli en 11 juli 2025. Onderzoek naar de aanwezigheid van de teunisbloempijlstaart is uitgevoerd door het zoeken naar rupsen op de waardplanten.

Er zijn 3 veldbezoeken uitgevoerd op 4 juli, 11 juli en 6 augustus 2025. De vlindertellingen zijn begonnen na 10:00, waar de temperatuur niet onder de 18°C lag met maximaal halve bewolking. Hiermee voldoen de veldbezoeken aan de protocollaire eisen voor aanvullend vlinderonderzoek. In figuur 4.5 is een overzicht van alle veldbezoeken voor het vlinderonderzoek weergegeven.

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

12/25

Figuur 4.4

Aangetroffen waardplanten op tracédeel Eikestraat.

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

13/25

Figuur 4.5

Aangetroffen waardplanten tracédeel Broekhovenseweg.

Tabel 4.4

Omstandigheden nadere onderzoeken vlinders.

Datum

Tijd

Type onderzoek

Temperatuur Weersomstandigheden

27-06-2025

13:00 – 13:30

Kleine ijsvogelvlinder

19oC

Droog, half bewolkt, windkracht 2 Bft

04-07-2025

13:15 – 13:45

Kleine ijsvogelvlinder en teunisbloempijlstaart

18oC

Droog, zonnig, windkracht 2 Bft

11-07-2025

12:00 – 12:30

Kleine ijsvogelvlinder en teunisbloempijlstaart

18oC

Droog, half bewolkt, windkracht 2 Bft

06-08-2025

n.v.t.

Teunisbloempijlstaart

18oC

Droog, zonnig, windkracht 2 Bft

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

14/25

5

Onderzoeksresultaten

5.1

Marterachtigen

Tijdens het cameraonderzoek zijn steenmarters veelvuldig waargenomen op verschillende camera’s op beide tracés (zie figuur 5.2), op 20 en 21 november is de bunzing waargenomen op tracédeel Broekhovenseweg (zie figuur 5.3). In figuur 5.1 zijn de waarnemingen van de steenmarter en bunzing weergegeven. Gezien het aantal waarnemingen in het onderzoeksgebied is het aannemelijk dat de onderzoekslocatie essentieel leefgebied vormt voor de steenmarter en de bunzing. Gezien deze soorten meerdere verblijfplaatsen binnen hun territorium kunnen hebben (tot 32 verblijfplaatsen) kan de ingreep negatieve effecten hebben op het leefgebied van de steenmarter en bunzing (zie hoofdstuk 6). Op de struikrovers en wildcamera’s zijn daarnaast meerdere keren algemene soorten aangetroffen binnen de onderzoekslocatie. De aangetroffen algemene soorten zijn, ree, vos, haas en diverse muizensoorten (zie figuur 5.4 en 5.5).

Figuur 5.1 Verspreiding van marterachtigen op basis van inventarisatie in het seizoen 2025. De cijfers staan voor het aantal unieke dagen dat de soort op de locatie is aangetroffen.

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

15/25

Figuur 5.2 Steenmarter waargenomen op wildcamera 3.

Figuur 5.3 Bunzing waargenomen op struikrover 8 (datum is onjuist weergegeven op de afbeelding).

Figuur 5.4 Ree waargenomen op wildcamera 10.

Figuur 5.5 Haas waargenomen op wildcamera 6 (datum is onjuist weergegeven op de afbeelding).

5.2

Vleermuizen

Tijdens de veldbezoeken in het voor- en najaar zijn geen verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten aangetroffen binnen de onderzoekslocatie. Tijdens de veldbezoeken in de actieve periode zijn vliegroutes van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger aangetroffen, ook zijn foeragerende individuen van deze soorten waargenomen (zie figuur 5.6 en 5.7). De vliegroutes liggen gecentreerd op de beboste gebieden van de Eikestraat, al het groen in de omgeving wordt gebruikt als foerageergebied. Negatieve effecten van de ingreep op de functionaliteit van de vliegroutes en foerageergebieden ten aanzien van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn niet uit te sluiten (zie hoofdstuk 6).

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

16/25

Figuur 5.6

Verspreiding van gewone dwergvleermuis op basis van inventarisatie in het seizoen.

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

17/25

Figuur 5.7

5.3

Verspreiding van de laatvlieger op basis van inventarisatie in het seizoen.

Reptielen

Tijdens het protoculair reptielenonderzoek zijn geen individuen van de gladde slang, hazelworm of levendbarende hagedis waargenomen. Negatieve effecten op de gladde slang, hazelworm en levendbarende hagedis, kunnen uitgesloten worden.

5.4

Vlinders

Tijdens de waardplanteninventarisatie op 2 juni 2025 zijn geen waardplanten voor de Iepenpage gevonden. Tijdens de veldwerkrondes zijn geen rupsen, poppen of vlinders van de teunisbloempijlstaart of de kleine ijsvogelvlinder. Hiermee kunnen negatieve effecten op de Iepenpage, teunisbloempijlstaart en de kleine ijsvogelvlinder uitgesloten worden.

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

18/25

5.5

Samenvatting

In figuur 5.8 zijn de resultaten van het onderzoek samengevat weergegeven. Op tracédeel Eikestraat zijn de steenmarter, laatvlieger en gewone dwergvleermuis waargenomen. Het betreft rust- en verblijfplaatsen van de steenmarter en vliegroutes en foerageergebied van de laatvlieger en gewone dwergvleermuis. Op tracédeel Broekhovenseweg zijn de steenmarter en bunzing veelvoudig waargenomen. Het betreft rusten verblijfplaatsen van de soorten.

Figuur 5.8 Verspreiding resultaten veldonderzoek op en rondom de onderzoekslocatie (rode lijn), uitgevoerd in 2025. Aangetroffen zijn: Verschillende vliegroutes en foerageerlocaties van de laatvlieger en gewone dwergvleermuis (rode en groene pijlen en strepen) en rust- en verblijfplaatsen van de steenmarter en bunzing (oranje en blauwe stippen).

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

19/25

6

Toetsing aan wet- en regelgeving

6.1

Marterachtigen

Alle marterachtigen zijn beschermd onder artikel 11.54 van De Omgevingswet. Dit betekend dat de soorten beschermd zijn tegen opzettelijk doden en vangen, en het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantings- en rustplaatsen. Op basis van het uitgevoerde onderzoek vindt bij de voorgenomen werkzaamheden verstoring of vernietiging plaats van vaste rust- en voortplantingsplaatsen van de bunzing en steenmarter. Om de functionaliteit van de vaste rust- en verblijfplaatsen in omgeving te behouden, dient een maatregelenplan te worden opgesteld om de functionaliteit van de verblijfplaats van deze soort te behouden en de gunstige staat van instandhouding te garanderen. Deze maatregelen bestaan onder andere uit het aanbieden van nieuwe geschikte verblijfplaats en het verwijderen van de verblijfplaats in de minst kwetsbare periode (in de periode begin augustus-eind februari). Deze maatregelen dienen opgenomen te worden in een activiteitenplan en vervolgens ter goedkeuring worden voorgelegd aan de provincie Noord-Brabant, middels een ontheffingsaanvraag.

6.2

Vleermuizen

Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Omgevingswet ondergebracht in paragraaf 11.2.3 (Bal). De schadelijke handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen. Binnen de onderzoekslocatie zijn vliegroutes en foerageergebieden van de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger vastgesteld. Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. De werkzaamheden betekenen, zonder het nemen van maatregelen, verstoring van de vliegroutes en foerageergebieden van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger. In de omgeving blijft voldoende foerageergebied voor de soorten aanwezig. Om overtreding van de Omgevingswet ten aanzien van de vliegroutes te voorkomen dient een lichtplan te worden opgesteld en gewerkt te worden buiten kwetsbare periodes. Deze maatregelen dienen opgenomen te worden in een ecologisch werkprotocol. Dit ecologisch werkprotocol dient ten alle tijden aanwezig te zijn tijdens de werkzaamheden. Indien er niet aan het lichtplan gehouden kan worden dient er een activiteitenplan opgesteld te worden en ter goedkeuring aan de provincie Noord-Brabant te worden voorgelegd, middels een ontheffingsaanvraag.

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

20/25

7

Conclusies en aanbevelingen

7.1

Inleiding

Sweco heeft van Accent Adviseurs B.V. opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Eikestraat en Broekhovenseweg te Riethoven. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan natuurwaarden die Sweco in april 2025 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport “Rapport quickscan natuurwaarden Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg”). Het doel van het onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van mogelijk aanwezige soorten die in de quickscan voornomen zijn om zo een vergunning te kunnen verlenen voor het uitvoeren van de voornomen werkzaamheden.

7.2

Voorgenomen ingreep

De initiatiefnemer is voornemens twee vrij liggende fietspaden te realiseren aan de Eikestraat en Broekhovenseweg nabij Walik. Hierbij wordt een strook van zo’n 8 a 10 meter vanaf de bestaande rijbaan bouwrijp gemaakt voor de aanleg van de fietspaden. Op tracédeel Eikestraat wordt het fietspad doorlopend van de rotonde aangelegd waardoor een strook van circa 75x10 meter bos verwijderd word. De toekomstige situatie van de fietspaden is weergegeven in figuren 2.2 t/m 2.7.

7.3

Functie onderzoekslocatie voor beschermde soorten

Binnen en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn beschermde functies aanwezig van de steenmarter, bunzing, gewone dwergvleermuis en laatvlieger die negatieve effecten ondervinden van het planvoornemen. Verder broeden er mogelijk algemene vogels binnen de onderzoekslocatie en zijn algemene grondgebonden zoogdieren waargenomen binnen de onderzoekslocatie. Er zijn geen beschermde functies van overige boombewonende vleermuizen, gladde slang, levendbarende hagedis, hazelworm of vlinders op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie waargenomen.

7.4

Conclusie

De voorgenomen ingreep zal leiden tot het verlies van rust- en verblijfplaatsen van de steenmarter en bunzing. Er dienen mitigerende maatregelen genomen te worden ten aanzien van de steenmarter en bunzing om de beschermde functies te waarborgen tijdens en na de ingreep. Deze maatregelen dienen vervolgens te worden vastgelegd in een activiteitenplan en middels een vergunningsaanvraag voor een flora en fauna-activiteit ter goedkeuring te worden gelegd bij de provincie Noord-Brabant. Zonder het nemen van maatregelen gaan vliegroutes van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger verloren als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen. Om behoud van de vliegroutes te garanderen dient een lichtplan te worden opgesteld en gewerkt te worden buiten kwetsbare periodes. Deze maatregelen dienen opgenomen te worden in een ecologisch werkprotocol. Dit ecologisch werkprotocol dient ten alle tijden aanwezig te zijn tijdens de werkzaamheden. Ten aanzien van algemene broedvogels dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen (globaal van maart tot half augustus). Er dient tevens rekening te worden gehouden met de zorgplicht ten aanzien van algemene soorten als haas, ree, diverse muissoorten en andere grondgebonden zoogdieren. Dergelijke maatregelen dienen te worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol.

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

21/25

Geraadpleegde bronnen BIJ12 (2024a). Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten. BIJ12 (2024b). Kennisdocument kleine marterachtigen. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2025). Kennisdocument laatvlieger. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/. BIJ12 (2017). Kennisdocument levendbarende hagedis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/kennisdocument-levendbarende-hagedis/. Netwerk Groene Bureaus (2023). Soorteninventarisatieprotocollen. Opgehaald van https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/soortinventarisatieprotocollen/protocollen-vis-amfibiereptielvogel. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisprotocol 2021. Opgehaald van https://netwerkgroenebureaus.nl/vleermuisprotocol. Vlinderstichting (2023). Onderzoeksprotocol vlinders en libellen. Opgehaald van https://assets.vlinderstichting.nl/docs/d6244e52-8087-4ca0-9d87-a52e208a1751.pdf.

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een vergunningssaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen.

Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart 1 september.

Foerageergebied Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt.

Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied).

Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen.

Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.

Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten.

Kraamkolonie De kraamkolonie bestaat uit alle vruchtbare vrouwtjes binnen een kolonie vleermuizen een kraamkolonie bestaat uit meerdere kraamgroepen.

Kraamverblijfplaats

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren.

Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren.

Omgevingsvergunning Het onderdeel soortbescherming onder de Omgevingswet heeft als om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Omgevingswet een aantal schadelijke handelingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een omgevingsvergunning benodigd zijn. Een omgevingsvergunning is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.

Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.

Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen.

Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Omgevingswet. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten.

Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Omgevingswet significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen.

Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Omgevingswet omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk.

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.

Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen.

Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.

Sweco | Rapport Aanvullend onderzoek Fietspad Eikestraat-Broekhovenseweg Projectnummer 51028754-004 Datum 06-01-2026

Versie D1

Documentreferentie NL26-648800269-159409

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=fcdf9fbe-2913-4e03-9ad6-00e61fd99128