bijlage 6 - Woonvisie Bergeijk 2013-2021.pdf
Tekst van het document
4.2 Huurwoningen In gemeente Bergeijk zijn vijf woningcorporaties actief, met gezamenlijk 1129 huurwoningen. Daarnaast zijn er ook particuliere verhuurders actief, waarvan geschat wordt dat deze ca. 90 woningen in bezit hebben. Deze twee groepen verhuurders zijn goed voor een totale huurwoningvoorraad van 17%. Deze 17% is in vergelijking met de Kempengemeenten (20%), SRE (36%) en landelijk (37%) laag. Het voordeel van meer huurwoningen is dat meer gevarieerd woningaanbod aanwezig is, zodat er voor ‘ieder wat wils’ is. Om als gemeente een hoger percentage huurwoningen te halen wordt er een richtlijn gehanteerd. Deze richtlijn wordt tot op heden gehanteerd door bij nieuwbouwprojecten 60% te realiseren voor starters, senioren en huurders van een sociale huurwoningen, dit kunnen voor starters en senioren zowel koop- als huurwoningen zijn. Hierbij wordt dan gestreefd naar 1/3 ofwel 20% van de woningen t.b.v. sociale huur. Woningcorporaties zijn door EU-regelgeving verplicht om minimaal 90% van de sociale huurwoningvoorraad (max. huurprijs € 681,- per maand, peiljaar 2013) te verhuren aan huishoudens met een gezamenlijk inkomen van maximaal € 34.000. De resterende 10% mag worden verhuurd aan inkomens van de € 34.000 (tot veelal max.
€ 43.000) Door strengere regelgeving van AFM komen inkomens tussen de € 34.000 en €43.000 in de problemen, omdat zij veelal niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning en ook niet voldoende inkomen hebben om een koopwoning te financieren. Het is daarom van belang dat de komende tijd hier extra aandacht aan wordt geschonken door zowel overheid (gemeente) als woningcorporaties. Een instrument wat hiervoor kan worden ingezet is de starterslening, wat de mogelijkheden voor een starter verruimt om een betaalbare koopwoning aan te schaffen. Beleidskader Het handhaven van de richtlijn om minimaal 60% van de woningen in nieuwbouwprojecten te realiseren in de sociale sector waarvan minimaal 1/3 (=20%) sociale huur.
26
4.2.1 Woningcorporaties Een woningcorporatie is een organisatie die zich richt op het bouwen, beheren en verhuren van (sociale) (woon)ruimten. Dit doet zij zonder winstoogmerk. In de gemeente Bergeijk zijn vijf woningcorporaties actief met gezamenlijk 1129 huurwoningen. De woningcorporaties zijn; RSZK (96 (zorg)woningen), Vestia (582 woningen), Woningbelang (185 woningen), WoonInc (1 woning en voormalige weverij De Ploeg) en De Zaligheden (265 woningen). Hieronder is het woningbezit van de woningcorporaties per kern weergegeven. Kern Bergeijk
Luyksgestel
Riethoven Weebosch Westerhoven Totaal
Woningcorporatie(s) RSZK Vestia Woningbelang De Zaligheden RSZK Vestia WoonInc De Zaligheden De Zaligheden Woningbelang De Zaligheden
Woningen 70 483 183 36 26 99 1 22 103 2 104 1129
Totaal 772
148
103 2 104 1129
Bron: Woningcorporaties, peildatum 16-10-2012 1
In onderstaande tabel wordt een scheiding gemaakt op basis van de huurprijsgrenzen die gehanteerd worden met daarbij het aantal woningen (afgerond op tientallen). Huurprijzen zijn per maand en gelden voor 2013. Prijsgrenzen huurwoningen in Zuid-Oost Brabant (kosten per maand)
Prijsgrens Goedkoop
Aantal Absoluut 150
Relatief 12,3%
870
71,3%
200
16,4%
1220
100%
(sociale sector)
<€374,44 Middelduur (sociale sector)
€374,44 <> €681,02 Duur (vrije sector)
>€681,02 Totaal
Bronnen: • Prijsgrens: Rijksoverheid (2013), Huurprijsbeleid • Aantal: SRE (2011), Woningmarktonderzoek
4.2.2 Kernvoorraad De kernvoorraad is het aantal sociale huurwoningen in de gemeente. De sociale huurwoningen bestaan uit twee groepen, namelijk; de ‘goedkope’ en ‘middeldure’ woningen. Een sociale huurwoning heeft een maximale maandhuur tot € 681,02. In de gemeente Bergeijk behoren 2 1020 woningen tot de kernvoorraad, dit is 90,8% van het totale huuraanbod.
1 2
Vastgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken Woningmarktonderzoek SRE, 2011
27
4.2.3 Prestatieafspraken Prestatieafspraken zijn concrete afspraken tussen een gemeente en een woningcorporatie. Deze afspraken zijn afgeleid van een vijftal maatschappelijke vraagstukken die voor de gemeente Bergeijk van belang zijn. Deze vraagstukken zijn; vergrijzing, ontgroening, huisvesten bijzondere doelgroepen, levensvatbare wijken en duurzame ontwikkeling. In deze afspraken wordt voor een korte termijn (afspraken voor telkens één jaar) vastgelegd wat er dat betreffende jaar bereikt moet worden. Het doel van deze afspraken is dat deze een verlengstuk zijn van het volkshuisvestelijke beleid van de gemeente dat door de woningcorporaties zoveel mogelijk wordt vormgegeven. Voor het jaar 2013 heeft de gemeente Bergeijk reeds met woningcorporatie Woningbelang prestatieafspraken gemaakt (zie bijlage 2). De gemeente wil verder in 2013 nog met alle woningcorporaties prestatieafspraken afsluiten.(RSZK, Vestia, Woningbelang, WoonInc. en De Zaligheden). Ieder jaar dienen deze prestatieafspraken te worden geactualiseerd. Beleidskader Gemeente Bergeijk wil met alle woningcorporaties in 2013 prestatieafspraken afsluiten.
4.2.4 Toewijzing/verdeling van huurwoningen Onderstaand schema geeft de de toewijzingscriteria van woningen door de verschillende woningcorporaties weer. Woningcorporatie RSZK
-
-
Vestia
-
Woningbelang
-
-
WoonInc
-
Toewijzingscriteria Inschrijfgeld: Kosteloos. Inschrijfduur: Er wordt gezocht naar de zorgbehoefte, niet welke persoon het langst ingeschreven staat. De beoordeling van de zorgbehoefte is afhankelijk van de zorgindicatie. Urgentie: Voorrang voor die diegene die een Zorg Zwaarte Pakket hebben. Urgentie is kosteloos Overige voorwaarden: Echtparenhereniging is mogelijk Inschrijfgeld: Kosteloos. Inschrijfduur: De woningzoekende die het langst ingeschreven staat komt als eerste in aanmerking. Urgentie: Wordt onderzocht door een urgentiecommissie. Woningzoekenden met een urgentieverklaring hebben voorrang op overige woningzoekenden. Als voor een woning voorwaarden gelden, moeten ook urgent woningzoekenden daaraan voldoen. Urgentie is kosteloos. Overige voorwaarden: Vanaf 1-1-2013 neemt Woonbedrijf (Eindhoven) de uitvoerende taken op zich. Inschrijfgeld: Kosteloos. Inschrijfduur: De woningzoekende die het langst ingeschreven staat komt als eerste in aanmerking. Urgentie: Woningzoekenden met een urgentieverklaring hebben voorrang op overige woningzoekenden. Als voor een woning voorwaarden gelden, moeten ook urgent woningzoekenden daaraan voldoen. Urgentie is kosteloos. Overige voorwaarden: In sommige gevallen staan bij een woning voorwaarden vermeld, bijvoorbeeld leeftijd.
Dan wordt de woning aangeboden aan degene die het meest aan de voorwaarden voldoet én de langste inschrijftijd heeft. Inschrijfgeld: Kosteloos 28
-
-
De Zaligheden
-
-
Inschrijfduur: Geen wachtlijst. Mochten er huurwoningen vrijkomen, dan worden deze gepubliceerd en kan iedereen er op reageren en vindt loting plaats. Urgentie: Wordt onderzocht door een urgentiecommissie, een van de voorwaarden is dat het gezamenlijk inkomen lager is dan €34.000. Urgentie is kosteloos. Overige voorwaarden: N.v.t. e Inschrijfgeld: €20, na 2 jaar €10 per 2 jaar Inschrijfduur: De woningzoekende die het langst ingeschreven staat komt als eerste in aanmerking. Urgentie: Woningzoekenden met een urgentieverklaring hebben voorrang op overige woningzoekenden. Deze verklaring wordt afgegeven door een urgentie commissie. Als voor een woning voorwaarden gelden, moeten ook urgent woningzoekenden daaraan voldoen. Mogelijke redenen zijn; beëindigen relatie, financiële redenen, medische redenen. Urgentie is kosteloos Overige voorwaarden: Om in aanmerking te komen voor een zorgwoning, moet er een medische en/of welzijnindicatie zijn.
Bron: Woningcorporaties, peildatum 26-10-2012
Beleidskader Gemeente Bergeijk zet zich in om de toewijzingscriteria gelijk te schakelen. Hierdoor wordt het o.a. eenvoudiger om urgente gevallen te plaatsen.
4.2.5 Huurtoeslag De huurtoeslag voor huurders van een sociale huurwoning is een inkomensafhankelijke toeslag om tegemoet te komen aan de huurkosten. Deze toeslag is geregeld in twee wetten, namelijk; de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen (AWIR) en de Wet op de huurtoeslag. In de AWIR zijn algemene begrippen en definities van toeslagen betreffende het inkomen en huishouden vastgelegd. In de Wet op de huurtoeslag staan regels omtrent de huur en de berekening van de hoogte van de huurtoeslag. De inkomensgrenzen worden jaarlijks bepaald door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Onderstaande tabel geeft inkomensgrenzen weer waarvoor huurtoeslag geldt voor het jaar 2013. Inkomensgrenzen voor 2013
Huishouden Alleenstaand, jonger dan 65 jaar Meerpersoons, jonger dan 65 jaar Alleenstaand, vanaf 65 jaar Meerpersoons, vanaf 65 jaar
Maximaal inkomen € 21.025,€ 28.850,€ 21.100,€ 28.725,-
Bron: Belastingdienst, peildatum 16-10-2012
29
5. Nieuwbouw 5.1 Bevolkings- en woonbehoeftenonderzoek + grafieken In januari 2012 heeft de provincie de bevolkings- en woningbehoefteprognose voor gemeente Bergeijk bekendgemaakt. Het uitgangspunt voor landelijke gemeenten is en blijft dat in de landelijke gemeenten gebouwd wordt voor “migratiesaldonul”. Dit houdt in dat deze gemeenten alleen mogen bouwen om de autonome groei op te vangen. Hieronder is een schematische weergave van de bevolkings- en woningbehoefteprognose voor gemeente Bergeijk. Om zo een inzicht te krijgen wat geprognosticeerd is. Jaar Omschrijving Prognose Indicatieverschil
2012
2021
2030
Inwoners
Woningen
Inwoners
Woningen
Inwoners
Woningen
18.140
7.225
18.315
7.885
18.120
8.290
n.v.t.
n.v.t.
+ 175
+ 660
-20 (2012) - 195 (2021)
+ 1065 (2012) + 405 (2021)
Bronnen: • Inwoners: Provincie Noord-Brabant (2012), Bevolkingsprognose 2011 • Woningen: Provincie Noord-Brabant (2012), Regionale Agenda Wonen Deel A
In de loop der jaren vindt een aanzienlijke verschuiving plaats in de leeftijdsopbouw van de bevolking in Noord-Brabant. Hieronder zijn drie grafieken opgenomen (1980, 2010, 2040) die de veranderingen van de bevolkingsopbouw naar leeftijd weergeven. De cijfers zijn weliswaar geldende voor de provincie Noord-Brabant, maar de trend die uit de grafiek blijkt geldt ook voor de gemeente Bergeijk.
1980
Bron: provincie Noord-Brabant
30
2010
Bron: provincie Noord-Brabant
2040
Bron: provincie Noord-Brabant
31
Zoals uit de grafieken blijkt, wordt de bevolkingsopbouw de komende tientallen jaren aanzienlijk anders dan in 2013 het geval is. De gemeente Bergeijk zal om deze reden haar woonbeleid dienen aan te passen, zodat de woningvoorraad toekomstbestendig is. Momenteel bestaat de grootste bevolkingsgroep uit de leeftijdscategorie 40-49 jaar terwijl over 30 jaar de grootste bevolkingsgroep 70-74 jaar is. Dit heeft o.a. grote impact op het aantal benodigde zorg- en seniorengeschikte woningen.
5.2 Regionaal Woningmarktonderzoek Om de vier jaar wordt door het SRE een woonbehoeftenonderzoek gehouden. In april 2011 is het meest recente rapport verschenen. Hieronder worden enkele conclusies weergegeven. •
De woningmarkt is de afgelopen jaren veranderd door onder andere de financiële crisis, de onzekerheid van de consument, de strengere regels voor een hypotheek, nieuwbouwplannen die stil vallen, verkoopsnelheid van bestaande woningen stagneert en dalende huizenprijzen. De verhuiswens blijft, maar wordt uit- of afgesteld.
•
De komende jaren gaat de bevolkingsopbouw structureel veranderen. Rond het jaar 2020 zwakt de bevolkingsgroei in veel gemeenten af. Er zal verdergaande individualisering plaatsvinden. Het aantal huishoudens stijgt de komende periode nog wel (gezinsverdunning), maar rond 2030 is de verwachting dat ook het aantal huishoudens zal krimpen (zie tabel in paragraaf 5.1).
•
Bouwkavels en luxe(re) eengezinswoningen zijn minder in trek, er is een toenemende vraag naar huurwoningen.
•
De huishoudens met een inkomen tussen € 34.000 en € 43.000 kunnen minder vaak gehuisvest worden in een huurwoning aangezien woningcorporaties 90% van hun woningen aan gezinnen met een inkomen tot € 34.000 moeten toewijzen. Ook is het voor deze groep lastig op de koopmarkt, want zij kunnen maar ca. € 150.000 - € 200.000 aan hypotheek financieren. Eindconclusie is dat de grootste tekorten van woningen in de huursector zitten, vooral in het middeldure segment.
•
5.3 Regionaal Woningbouwprogramma Jaarlijks wordt het realisatietempo en het voorgenomen woningbouwprogramma per gemeente afgestemd. Het is daarbij van belang dat op subregionaal niveau afstemming plaatsvindt en dat gemeenten elkaar aanspreken op de planning en realisatie. Mocht er aanleiding zijn voor bijstelling van het programma, dan zal het (sub)regionale portefeuillehouderoverleg de eventuele bijstellingen bespreken en adviseren aan de Regioraad SRE. Bijstelling vindt sowieso plaats als de actualisatie van de provinciale prognose (minimaal één keer per bestuursperiode) daartoe aanleiding geeft. Door deze flexibiliteit behoudt het programma zijn toekomstwaarde. Het regionaal woningbouwprogramma is vastgesteld in 2009 en is recentelijk in 2012 geactualiseerd.
5.4 Gemeentelijke woningbouwprogramma In de volgende subparagrafen wordt het gemeentelijk woningbouwprogramma weergegeven, waarbij dit wordt vergeleken met het woningbouwprogramma van de overige Kempengemeenten.
32
5.4.1 Woningbouwmatrix In onderstaande tabel worden woningbouwcijfers weergegeven voor de periode 2012 – 2021. Daarnaast is er een onderscheidt gemaakt tussen harde- en zachte plancapaciteit. De Kempengemeenten trekken steeds meer gezamenlijk op. Daarom worden woningbouwcijfers van gemeente Bergeijk en de overige Kempengemeenten weergegeven.
Gemeente
Totaal
Bergeijk Bladel Eersel Oirschot Reusel-De Mierden
Hard* 532 387 528 395 302
554 661 667 756 582
Plancapaciteit Zacht** 22 274 149 361 280
*: Harde plancapaciteit: Nieuwbouwplannen die vastgesteld of onherroepelijk zijn in een bestemmingsplan. **: Zachte plancapaciteit: Nieuwbouwplannen in ontwikkeling. Bron: Gemeentelijke woningbouwcapaciteit 2012
In onderstaande tabel wordt de huidige plancapaciteit vergeleken met de prognose van het aantal benodigde woningen.
Prognose Plancapaciteit* Verschil
Bergeijk
Bladel
Eersel
Oirschot
660 554 Abs. Rel. -106 84,0%
695 661 Abs. Rel. -34 95,1%
825 667 Abs. Rel. -158 80,9%
690 756 Abs. Rel. +66 110%
ReuselDe Mierden 585 582 Abs. Rel. -3 99,5%
*: Plancapaciteit: Harde en zachte plancapaciteit gezamenlijk. Bronnen: • Prognose: Provincie Noord-Brabant (2012), Regionale Agenda Wonen Deel A • Plancapaciteit: Gemeentelijke woningbouwcapaciteit
De gemeente Bergeijk heeft vooralsnog 106 woningen minder in de plancapaciteit zitten dan de huidige prognose aangeeft (84%) Dit geeft nog enige ruimte zodat er komende jaren enigszins flexibel omgegaan kan worden met woningbouwinitiatieven. In de meerjarenbegroting 2012-2016 is opgenomen dat er momenteel alleen ruimte is voor woningbouwinitiatieven die een groot maatschappelijk belang dienen. Dit ingegeven door de slechte situatie op de woningmarkt en het reeds hoge aantal in ontwikkeling zijde locaties. Een voorbeeld hiervan is dat een bedrijf op een niet-wenselijke locatie wordt gesaneerd en de locatie wordt ingericht ten gunste van woningbouw. In bovenstaand schema komt naar voren dat de gemeenten Oirschot en Reusel-De Mierden reeds met haar plancapaciteit voorziet in de prognose, waardoor er weinig flexibiliteit mogelijk is voor nieuwe woningbouwinitiatieven. Beleidskader Terughoudend zijn met nieuwe woningbouwinitiatieven. Nieuwe ontwikkelingen moeten een groot maatschappelijk belang dienen.
5.4.2 Nieuwe woninginitiatieven Uit de woningbehoefteprognose 2011 blijkt dat er op korte termijn geen behoefte is aan verdere toevoegingen aan de harde plancapaciteit. In beginsel wordt daarom geen medewerking verleend 33
aan nieuwe verzoeken tot woningbouw, ook als die een individuele kavel betreffen. Alleen die verzoeken die naast de huisvesting als zodanig, een groot maatschappelijk belang betreffen kunnen vergund worden. Wel zijn verschuivingen mogelijk; door op een locatie restcapaciteit te schrappen of verder te faseren, kunnen elders nieuwe mogelijkheden worden gecreëerd. In beginsel dient er dan ook eerst elders capaciteit te worden weggehaald.
5.4.3 Ruimte-voor-Ruimteregeling en landgoederen De Ruimte-voor-Ruimteregeling heeft als doel het verminderen van intensieve veehouderij in de nabijheid van kernen en natuurgebieden in een gemeente. Per 1000m2 en 3,5 ton fosfaat mag één woning worden gebouwd op hetzelfde bouwblok waar voorheen het bedrijfsgebouw stond. Voor landgoederen geldt de “Verordening Ruimte” (2012) van de provincie Noord-Brabant. Hierin is het mogelijk om landgoederen te ontwikkelen, maar wel onder bepaalde voorwaarden. Enkele voorwaarden zijn; per woonfunctie moet tenminste 5 hectare landgoed aangewezen worden, waarvan tenminste 2,5 hectare openbaar toegankelijk moet zijn. In de toelichting van het bestemmingsplan Buitengebied is een ‘gebiedsvisie bebouwingsconcentraties’ opgenomen. Hierin zijn 11 bebouwingsconcentraties in het buitengebied benoemd waarbinnen Ruimte-voor-Ruimte-ontwikkelingen mogelijk zijn. Het kan hier dan gaan om sanering van (agrarische)bedrijfslocaties of het ontwikkelen van onbebouwde (agrarische) percelen.
5.4.4 Extramuralisatie Extramuralisatie is het motiveren van burgers om van intramuraal wonen (instelling) naar extramuraal wonen (zelfstandig) te gaan. Een reden hiervoor is dat de gemiddelde leeftijd zal stijgen en daarmee ook de behoefte van (intensieve) intramurale zorg. Om dit mogelijk te maken is door de provincie extra woningbouwcapaciteit beschikbaar gesteld.
5.4.5 Boerderijsplitsingen Boerderijsplitsingen worden toegepast om zo het cultuur historisch erfgoed te waarborgen binnen een gemeente. Deze splitsingen tellen niet mee met de regionale woningbouwafspraken. Gemiddeld genomen komt er per jaar één boerderijsplitsing aanvraag binnen.
5.4.6 Uitgiftesysteem van woningbouwgrond Het College publiceert een lijst van gemeentelijke kavels die te koop staan. Mochten er meer aanmeldingen zijn dan kavels, dan wordt er geloot. In het huidige beleid zijn er enkele voorwaarden, waaronder dat een gegadigde niet meer in aanmerking kan komen binnen 10 jaar voor een bouwkavel of projectwoning na het verkrijgen van een woningbouwkavel. Deze voorwaarden zijn echter geschreven in tijden van schaarste van woningen, daarom is het kritisch beoordelen van deze voorwaarden noodzakelijk. Beleidskader Het bijstellen van de voorwaarden voor de uitgifteprocedure van woningbouwgrond aan veranderde situatie op de woningmarkt, dit betekent eenvoudigere toewijzing.
5.4.7 Startersbeleid In de gemeente Bergeijk is één vereniging actief met belangenbehartiging voor starters, deze heet ‘Startersgroep Bergeijk’. Deze vereniging heeft het doel om woningen bereikbaar te maken voor starters. De gemeente wil graag starters binden en huisvestingsvraag van starters faciliteren.
34
6. Duurzaamheid In dit hoofdstuk wordt enerzijds de duurzaamheidproblematiek beschreven en anderzijds worden lopende projecten weergegeven. Hierbij wordt een beeld te geschetst welke projecte betrekking hebben wonen.
6.1 Problematiek duurzaamheid Het klimaat verandert. Dit komt onder andere door de toename van het gebruik van fossiele brandstoffen in de wereld. Daarnaast zijn de voorraden van deze brandstoffen eindig en stijgen de energieprijzen gestaag. Energie en duurzaamheid zijn de afgelopen jaren dan ook belangrijke thema’s geworden in gemeente Bergeijk. In april 2009 is door de Raad van Bergeijk de Kempische klimaatvisie vastgesteld. Hierin is de ambitie vastgesteld om met de Kempengemeenten in 2025 energieneutraal te zijn. In dat jaar wordt de energievraag in de Kempen volledig voorzien vanuit duurzame bronnen (zon, wind, water, biomassa). Om energieneutraal te zijn, moeten forse energiebesparingen en aanhoudende efficiencyverbeteringen in alle sectoren plaatsvinden. De Kempengemeenten trachten dit doel te bereiken door middel van twaalf projecten. Enkele van deze projecten zijn gerelateerd aan wonen. In de volgende paragraaf worden deze projecten m.b.t. wonen beschreven.
6.2 Projecten duurzaamheid •
Zonne-energie, een van de meest kansrijke manieren van duurzaam opwekken van energie is zonne-energie. Ondanks de continue technische ontwikkelingen blijft zonne-energie voor consumenten duurder dan elektriciteit van het net. Nieuwe doorbraken door innovatieve technologieën worden pas concurrerend als deze op grotere schaal kunnen worden uitgerold. Daarom wordt ingezet op twee deelprojecten, namelijk (1) het organiseren van gezamenlijke inkoop voor burgers en (2) asore/gosore 1) Misschien willen burgers wel, maar worden ze nu tegengehouden door beperkte technische kennis en het opzien tegen ingewikkelde processen en procedures. Door technische en organisatorische kennis te bundelen kan een gezamenlijke inkoop gerealiseerd worden. Het idee is dat een totaaloplossing geboden wordt, dus inclusief productie, transport, levering, installatie en garantie. 2) Door bundeling van (kleinere) investeerders en koppeling aan regionale innovaties zoals in het project ASORE (Agro SOlar REalisatie, pilot met innovatieve zonnecollectoren op het dak van een boerenbedrijf in Deurne, in samenwerking met het bedrijf Suncycle) kan het mes aan twee kanten snijden. De Kempengemeenten nemen via SRE deel aan het vervolgproject GOSORE (Gemeentelijke Organisaties SOlar REalisatie, dit project is gericht op de realisatie van zonnepanelen op gemeentelijke daken).
•
EPC-normen nieuwbouwwoningen, bij nieuwbouwprojecten, maar ook bij renovaties van bestaande gebouwen moeten duurzame maatregelen worden genomen. Om dit te realiseren zijn het opleggen van hogere normen met het duurzaamheidsinstrument GPR-gebouw en hiermee het realiseren van duurzame gebouwen met een verscherpte energieprestatie vereist. GPR-gebouw is een instrument (rekenprogramma) waarin integraal diverse duurzaamheidaspecten kunnen worden berekend. In dit programma worden de onderdelen energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde bepaald. 35
Met de Energieprestatienorm (EPN) kan het verwachte energiegebruik van een gebouw worden berekend. De verscherpte energieprestatie-eis (EPC) gaat uit van een wettelijke eis op dit moment van 0,6. Om de ambitie van de Kempenvisie waar te maken, wordt gepleit voor een scherpere eis in de Kempen dan op dit moment wettelijk vereist. •
Energieneutrale gemeentegebouwen, in de Kempische klimaatvisie is de opgave genoemd om energieneutraal te zijn. De gemeente Bergeijk vindt dat zij een voorbeeld functie heeft ten aanzien van haar burgers. Daarom is onlangs een onderzoek gestart wat de haalbaarheid is om de gemeentelijke gebouwen (vb. gemeentehuis, brandweerkazernes en sporthallen) energieneutraal te maken. Enkele maatregelen kunnen zijn; aanleggen van zonnepanelen, toiletten laten doorspoelen met regenwater.
•
Subsidieregeling, het ontwikkelen van een subsidieregeling/revolving fund biedt de mogelijkheid een nieuwe impuls te geven aan de toepassing van duurzame technieken. Een “revolving fund” is een fonds, opgezet door de overheid, dat investeert in een bepaald soort projecten. Tegen een laag rentetarief kunnen burgers geld lenen. De betaalde rente wordt weer teruggevoerd in het fonds en kunnen deze gelden opnieuw geïnvesteerd worden.
•
Omgevingswarme, voor het opwekken van duurzame energie moet gezocht worden naar alternatieve energiebronnen. Naast zon, wind, biomassa (hout/mestvergisting, kernenergie) is de warmte van de aarde een energiebron die gebruikt kan worden voor het opwekken van duurzame energie. Bij warmtekoudeopslag (WKO) gaat het om energieopslag in de bodem. Bij een WKO-systeem wordt tijdens de winterperiode water van een warme bron opgepompt. Dit water verwarmt door middel van een warmtewisselaar het verwarmingssysteem van een gebouw. Het afgekoelde water wordt terug in de grond gebracht in een zogenaamde koude bron. In de zomerperiode wordt het koude water opgepompt. Dit water zorgt via een warmtewisselaar voor verkoeling van het gebouw. Het opgewarmde water wordt vervolgens teruggebracht bij de warme bron. Door gebruik te maken van aardwarmte (WKO) wordt een belangrijke impuls en bijdrage geleverd aan de Kempen Klimaatvisie; Kempengemeenten; energie neutraal 2025.
Beleidskader Ambities van de gemeente met betrekking tot duurzaamheid opnemen in de prestatieafspraken met woningcorporaties.
36
Resumé beleidskaders 1. Faciliteren van initiatieven voor zorgwoningen. Meer flexibiliteit in bouwen. Woningen dienen langer mee te gaan voor alle doelgroepen en zijn makkelijk aanpasbaar voor verschillende doelgroepen. 2. De gemeente Bergeijk zet zich in voor een gelijke verdeling van statushouders naar verhouding bij de woningcorporaties. Dit zal dan ook opgenomen worden in de toekomstige prestatieafspraken met de woningcorporaties.
3. Het handhaven van de richtlijn om minimaal 60% van de woningen in nieuwbouwprojecten te realiseren in de sociale sector waarvan minimaal 1/3 (=20%) sociale huur. 4. Gemeente Bergeijk wil met alle woningcorporaties in 2013 prestatieafspraken afsluiten.
5. Gemeente Bergeijk zet zich in om de toewijzingscriteria gelijk te schakelen. Hierdoor wordt het o.a. eenvoudiger om urgente gevallen te plaatsen.
6. Terughoudend zijn met nieuwe woningbouwinitiatieven. Nieuwe ontwikkelingen moeten een groot maatschappelijk belang dienen.
7. Het bijstellen van de voorwaarden voor de uitgifteprocedure van woningbouwgrond aan veranderde situatie op de woningmarkt, dit betekent eenvoudigere toewijzing.
8. Ambities van de gemeente met betrekking tot duurzaamheid opnemen in de prestatieafspraken met woningcorporaties.
37
Definities- en afkortingenlijst Definitielijst • Extramurale zorg: Gezondheidszorg niet in instellingen, maar bijvoorbeeld in de eigen woning. • Harde plancapaciteit: Nieuwbouwplannen die vastgesteld of onherroepelijk zijn in een bestemmingsplan. • Intramuraal zorg: Gezondheidszorg in instellingen • Zachte plancapaciteit: Nieuwbouwplannen in ontwikkeling. Afkortingenlijst • AFM: Autoriteit Financiële Markten • AZC: Asielzoekerscentrum • BAG: Basisregistratie Adressen en Gebouwen • COA: Centraal Orgaan opvang Asielzoekers • GBA: Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens • Kempengemeenten: Samenwerking tussen vijf gemeente Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. • NHG: Nationale Hypotheek Garantie • SRE: Samenwerkingsverband Regio Eindhoven, hierin nemen de volgende 21 gemeenten deel: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.
38
Literatuurlijst Gebruikte bronnen: CBS (2011), Gemeente op Maat – Bergeijk CDA/PvdA Bergeijk (2010), Coalitieakkoord 2010-2014 Companen (2004), Verkenning samenwerking wonen - ´Samen halen we meer uit’ Companen (2006), Bergeijk kernen in ontwikkeling – ‘Dorpenontwikkelingsplan’ Croonen Adviseurs (2010), Structuurvisie Bergeijk – ‘Bergeijk: leven en Beleven Tussen Bossen, beken en boerenland’ Gemeente Bergeijk (2009), iDOP Bergeijk ’t Hof – ‘Sociale Paragraaf’ Gemeente Bergeijk (2009), iDOP Bergeijk ’t Loo - ‘Sociale Paragraaf’ Gemeente Bergeijk (2009), iDOP Westerhoven – ‘Sociale Paragraaf’ Gemeente Bergeijk (2011), Klimaatbeleid Gemeente Bergeijk 2011-2012 - Kempen Energieneutraal in 2025 Gemeente Bergeijk (2012), Kansrijke klimaatprojecten Kempen 2012-2016 Gemeente Bergeijk (2012), Milieu Uitvoeringsprogramma 2013 – Duurzaam doorzetten Gemeente Bergeijk (2012), Uitvoeringsplan Wmo 2013-2015 Gemeente Bergeijk (2012), Woningbouwcapaciteit 2012 Gemeente Bladel (2012), Woningbouwcapaciteit 2012 Gemeente Bladel (2012), Woonvisie gemeente Bladel – ‘Dáár wil je (blijven) wonen’ Gemeente Eersel (2010), Notitie Wonen, welzijn en zorg in de gemeente Eersel – ‘Voor de doelgroepen ouderen, chronisch zieken en mensen met een beperking’ Gemeente Eersel (2012), Woningbouwcapaciteit 2012 Gemeente Helmond (2012), Woonvisie gemeente Helmond Gemeente Oirschot (2012), Woningbouwprogramma 2012
Gemeente Reusel-De Mierden (2012), Woningbouwcapaciteit 2012 Gemeente Rhenen (2007), Beleidsnota mantelzorgwoningen – ‘vanuit het perspectief van de ruimtelijke ordening’ Gemeente Veldhoven (2010), Woonvisie gemeente Veldhoven Geul, A. (2005). Beleidsconstructie, coproductie en communicatie: zes beproefde methodieken van beleidsontwikkeling. Utrecht, LEMMA.
39
http://www.brabant.nl, opgevraagd op 4-12-2012 http://www.hetccv.nl/dossiers/Nazorg+ex-gedetineerden/landelijk+-+samenwerkingsmodel, opgevraagd op 15-10-2012 http://www.opmaat.nl/koopgarant/product/92/, opgevraagd op 18-10-2012 http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/koopwoning/huurwoning-kopen, opgevraagd op 18-102012 http://www.rszk.nl/, opgevraagd op 15-10-2012 http://www.startersgroepbergeijk.nl/, opgevraagd op 16-10-2012 http://www.vestia.nl/, opgevraagd op 15-10-2012 http://nl.wikipedia.org/wiki/Huurtoeslag, opgevraagd op 18-10-2012 http://www.woningbelang.nl/, opgevraagd op 15-10-2012 http://www.wooninc.nl/, opgevraagd op 15-10-2012 http://www.wsz.nl/, opgevraagd op 15-10-2012 Michiels, F. C. M. A., Snijders, H.J. (2012). Kluwer collegebundel 2012-2013: Wetteksten. Deventer: Kluwer.
Provincie Noord-Brabant (2011), Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant – ‘actualisering 2011’ Provincie Noord-Brabant (2011), Structuurvisie ruimtelijke ordening Provincie Noord-Brabant (2012), Monitor Bevolking en Wonen – ‘Gemeente Bergeijk’ Provincie Noord-Brabant (2012), Regionale Agenda Wonen 2012 – ‘deel A’ Provincie Noord-Brabant (2012), Verordening ruimte 2012 SRE (2006), Tijdelijk (werken en) wonen SRE (2007), Handreiking huisvesting bijzondere doelgroepen – ‘Wonen-Welzijn-Zorg’ SRE (2009), iDOP Luyksgestel – ‘Sociale Paragraaf’ SRE (2009), iDOP Riethoven – ‘Sociale Paragraaf’ SRE (2009), iDOP Weebosch – ‘Sociale Paragraaf’ SRE (2009), Regionaal Woningbouwprogramma 2010-2020 SRE (2010), Woonbarometer SRE (2011), SRE Monitor Wonen SRE (2012), Actualisatie Regionaal woningbouwprogramma SRE (2012), Begrippenlijst voor de periode 1 januari 2012 tot 1 januari 2013. 40
SRE (2012), Woonbehoeftenonderzoek Zuidoost-Brabant - ‘Achtergrondrapportage’ SRE (2012), Veranderingen op de Woningmarkt – ‘Conclusies uit het Woonbehoeftenonderzoek Zuidoost-Brabant 2011’ SRE (2012), Woonvisie Regio Eindhoven – Samen werken aan drie uitdagingen voor de regionale woningmarkt Verhoeven, N. (2011). Wat is onderzoek?: Praktijkboek methoden en technieken voor het hoger onderwijs. Den Haag: Boom Lemma uitgevers. VNG (2012), Factsheet Huisvesting arbeidsmigranten – ‘Communicatie’
41