CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 5a Nota van zienswijzen.pdf

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Bergeijkse Omgevingsvisie23.313 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zienswijze 20o De jeugd van 14 tot 18 jaar kunnen maar beperkt een beroep doen op bestaande voorzieningen. Velen voelen zich er niet voldoende mee verbonden. Wij willen graag voorkomen dat ze tussen de wal en het schip geraken. Reactie 20o Ook deze zienswijze betreft het behoud van voorzieningen, waarover in de reactie op de vorige zienswijze is ingegaan. De zorg voor de jeugd wordt gedeeld, maar helaas betreffen jeugdvoorzieningen niet altijd zaken waarin de gemeente zeggenschap heeft. Deels vallen voldoende hippe voorzieningen voor de jeugd overigens niet binnen de kaders waar de Omgevingsvisie zich op moet richten, omdat ze niet altijd deel uitmaken van de fysieke leefomgeving. Desalniettemin onderschrijven wij ook hiervoor het belang van samenwerking dat in Onze koers – leefbare dorpen is benoemd. Aanpassing 20o De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Omgevingskwaliteit (groen, water erfgoed): Zienswijze 20p Luyksgestel is zeker een groen dorp. Het groen vormt de aankleding van een prettig woonklimaat. Het is van belang de invloed op het welbevinden van mensen te duiden en zo mogelijk te versterken. Reactie 20p Het belang van groenvoorzieningen voor de leefbaarheid van dorpen wordt in onze koers – leefbare dorpen - omgevingskwaliteit (water, groen en erfgoed) volledig onderschreven. Aanpassing 20p De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze 20q In het erfgoed van de bebouwing in Luyksgestel dragen het behoud van de Koperteutenwoningen en de typische Kempische langgevelboerderijen bij aan het historisch besef. Reactie 20q In onze koers – leefbare dorpen – omgevingskwaliteit is onze doelstelling tot behoud van het historisch erfgoed vastgelegd. Aanpassing 20q De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Verduurzaming van de bebouwde omgeving: Zienswijze 20r Er staan vele veranderingen op de rol als het gaat om klimaatneutraal zijn, aardgasvrij worden, isolatie woningen, gebruik van andere warmtebronnen. Nog niet zo lang geleden had de gemeente 35

als ambitie “Klimaatneutraal in 2025”. Waarschijnlijk is die niet haalbaar, maar het stellen van die ambitie werkt wel. We willen de gemeente aanmoedigen een nieuwe ambitie in de verduurzaming te stellen. Reactie 20r Klimaatneutraal worden, en andere ambities in verduurzaming, zijn verweven in deze omgevingsvisie. Deze doelstellingen zijn al nader uitgewerkt in bestaand beleid, dat naast deze omgevingsvisie in stand blijft, zoals de Warmtetransitievisie en de Klimaatadaptatiestrategie. Ter verduidelijking worden verwijzingen naar deze (en andere) beleidsdocumenten in een bijlage bij deze visie toegevoegd. Aanpassing 20r In de omgevingsvisie nemen we een bronvermelding op. Daarnaast brengen we op de gemeentelijke website een overzicht van de vigerende beleidstukken onder.

Gezondheid: Zienswijze 20s Wat is er nog belangrijker dan een gezonde, veilige en schone leefomgeving. We vragen de gemeente bij elk besluit of vergunning de gezonde, veilige, schone omgeving op nummer één te zetten. Reactie 20s Dit belang wordt verwoord in “Onze Koers, leefbare dorpen”, maar komt daarnaast ook op verschillende andere plekken in de visie terug. Aanpassing 20s De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Vitaal buitengebied: Zienswijze 20t De mooie ambitie luidt dat speelruimte wordt geboden aan de ontwikkelingen en de ruimte voor zowel toekomstbestendige bedrijven als aan stoppende bedrijven. Welke omgevingsvisie kan de gemeente daarbij inzetten ? Reactie 20t In deze omgevingsvisie worden de hoofdlijnen voor deze ambities uitgetekend. Een nadere uitwerking daarvan vindt later plaats in nog op te stellen documenten, zoals omgevingsplannen. Aanpassing 20t De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze 20u De opgave een vitaal en kwalitatief sterk buitengebied te behouden en een verbinding te leggen tussen landschap, natuur en landbouw is een hoge ambitie. Wij zien graag de concretere doelen in deze. 36

Reactie 20u De omgevingsvisie is bedoeld om op een hoger abstractieniveau de ambities voor de fysieke leefomgeving in beeld te brengen. Een concrete uitwerking volgt later, bijvoorbeeld in omgevingsplannen of ander nieuw beleid. Aanpassing 20u De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze v De opgave de natuur en het landschap te behouden door de aanleg van ecologische verbindingszones, passende landschapselementen etc. Hoe we dit samen gaan doen is nog een open ambitie. Graag aangeven hoe dit wordt gezien. Reactie 20v Zie 20u. Aanpassing 20v Zie 20u.

Grootschalige energieopwekking: Zienswijze 20w De Kempengemeenten hebben de opgave samen opgepakt grootschalige, duurzame energie op te wekken en energieneutraal te zijn. Welke gezamenlijke, concrete ambitie in deze complexe opgave is de stip aan de horizon ? Reactie 20w De concrete ambitie voor grootschalig opwekken van duurzame energie is uitgewerkt in het vastgesteld beleid Grootschalige zonne- en windenergie in de Kempen. Ter verduidelijking worden verwijzingen naar deze (en andere) beleidsdocumenten in een bijlage bij deze visie toegevoegd. Aanpassing 20w In de omgevingsvisie nemen we een bronvermelding op. Daarnaast brengen we op de gemeentelijke website een overzicht van de vigerende beleidstukken onder.

Weerbare economieën: Zienswijze 20x In de tekst over de Bergeijkse weerbare economie staan vele vragen. Een visie wordt een uitdaging genoemd. De ambitie wordt opgeworpen dat door een waardevolle schuifruimte kleinere bedrijven kunnen starten en doorgroeien. Hoe wordt deze ambitie concreet gemaakt ? Reactie 20x De omgevingsvisie is bedoeld om op een hoger abstractieniveau de ambities voor de fysieke leefomgeving in beeld te brengen. Een concrete uitwerking volgt in een later stadium. In het geval van schuifruimte op bedrijventerreinen kan hier bijvoorbeeld op worden ingespeeld zodra ontwikkelingen zich voordoen. 37

Aanpassing 20x De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Vestigingsklimaat: Zienswijze 20y De ambitie is behoud van bereikbaarheid en verbetering fietsbereikbaarheid. Wij denken dat het vestigingsklimaat voor startende ondernemers ook positief kan worden beïnvloed door bijvoorbeeld de mogelijkheid te stimuleren van “bedrijfsverzamelgebouw”. Reactie 20y Dit onderschrijven wij en wordt ook benoemd in de paragraaf Onze koers – Sterke economische structuur – Bedrijventerreinen. Aanpassing 20y De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Detailhandel: Zienswijze 20z De concentratie van detailhandel in het winkelgebied van ’t Hof is te begrijpen. Het gevaar daarvan is dat de kleinschalige voorzieningen in de kernen verdwijnen. Welke ambitie gaat dit fenomeen tegen? Reactie 20z De concentratie van detailhandel in de kern Bergeijk betekent niet dat in andere kernen geen detailhandel aanwezig kan zijn. Er wordt naar gestreefd het huidige voorzieningenniveau te handhaven. De gemeente heeft daarin echter slechts een faciliterende rol en is voor invulling van het streven naar behoud van winkels afhankelijk van derden. Aanpassing 20z De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

LUYKSGESTEL Zienswijze 20aa De duurzame energie-opwekking is vastgelegd voor locatie “Pielis”. De afweging van de belangen van de inwoners zal moeten blijken in de verdere uitwerking van de plannen. Wat is het plafond van deze ambitie en welke inspraak hebben direct aanwonenden nog? Reactie 20aa Dit is nader uitgewerkt in het beleid Grootschalige zonne- en windenergie in de Kempen. Draagvlak in de omgeving komt hierin als toetsingscriterium voor initiatieven aan bod. Ter verduidelijking worden verwijzingen naar deze (en andere) beleidsdocumenten in een bijlage bij deze visie toegevoegd. Aanpassing 20aa In de omgevingsvisie nemen we een bronvermelding op. Daarnaast brengen we op de gemeentelijke website een overzicht van de vigerende beleidstukken onder. 38

Zienswijze 20ab De voormalige boerenbondlocatie is een “aandachtspunt”. Het is onze ambitie daarop een woonbestemming te leggen. Reactie 20ab De omgevingsvisie is een visie voor de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen. Het aanwijzen van nieuwe functies op specifieke locaties betreft uitvoeringsaspecten, die later vorm krijgen. Een functiewijziging van de voormalige boerenbondlocatie naar een woonlocatie past prima binnen de hoofdlijnen van deze omgevingsvisie. Inmiddels lopen hier al gesprekken over. Aanpassing 20ab De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze 20ac Op het kaartje van Luyksgestel is vooral de huidige situatie aangegeven. Wij zien hier geen ambities in aangegeven. Welke ambities zitten hierin verstopt ? Graag deze concreet aangeven. Reactie 20ac De kaarten in de omgevingsvisie zijn geënt op de huidige situatie. De ambities daarbij zijn te vinden in de bijbehorende tekst. Hiervoor is gekozen omwille van het abstractieniveau. Zodra ambities een concrete plek op een kaart toegewezen krijgen, verlegt de discussie zich van het ambitieniveau naar afwegingen over de geschiktheid van locaties. Deze uitvoeringsaspecten dienen later afgewogen te worden. Aanpassing 20ac De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

39

Zienswijze 21 Cumela Cumela is een belangenorganisatie voor bedrijven in de groen-, grond- en infrasector. Zienswijze 21a Gevraagd wordt om in de omgevingsvisie mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken, zodat de ambities in de omgevingsvisie waargemaakt kunnen worden. In de visie wordt ruimte gegeven aan de landbouw om zich duurzaam te ontwikkelen, maar dat kan volgens Cumela niet zonder de inbreng en participatie van Cumela-bedrijven. Zij zorgen voor agrarisch beheer en productie van de landbouwgronden en dragen daarnaast zorg voor aanleg, onderhoud en beheer van de overige gronden binnen de gemeente. Cumela-bedrijven horen volgens Cumela niet op een bedrijventerrein thuis, omdat ontsluitingswegen veelal niet op de zware machines zijn berekend en het werk meestal in het buitengebied plaatsvindt. Door vestiging in het buitengebied worden verkeersbewegingen verminderd. Daarnaast is voldoende mogelijkheid voor (buiten)opslag nodig voor de Cumela-bedrijven die zich in het kader van een circulaire economie inzetten voor hergebruik van afval- en reststromen. Reactie 21a Wij onderkennen de problematiek van dit type bedrijf, dat vaak niet passend is op bestaande bedrijventerreinen en meestal ook te groot is voor invulling op een VAB-locatie.

Wij zien hier de oplossing vooral in maatwerk voor reeds gevestigde bedrijven. Dit betreft echter een uitvoeringsaspect dat later afgewogen dient te worden. Aanpassing 21a De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

40

Zienswijze 22 Brabant Water

De gemeente wordt gecomplimenteerd met de ontwerp omgevingsvisie. Zienswijze 22a Er wordt aandacht voor de drinkwaterwinning nabij Luyksgestel gevraagd. Er wordt verzocht om het waterwingebied en het grondwaterbeschermingsgebied op te nemen op de kaart van het buitengebied en in de tekst te benoemen dat grondwaterverontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen door het weren van vervuilende activiteiten. Reactie 22a Deze aandacht voor drinkwaterwinning ontbrak nog in de ontwerp omgevingsvisie. Deze zienswijze wordt overgenomen. Aanpassing 22a Het waterwingebied en het grondwaterbeschermingsgebied worden opgenomen op de visiekaart van het buitengebied en in de tekst wordt benoemen dat grondwaterverontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen door het weren van vervuilende activiteiten.

41

Zienswijze 23 Brabantse Milieufederatie Zienswijze 23a Wij missen een integrale visie voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving op de lange termijn. De ontwerp-Omgevingsvisie Bergeijk borduurt voort op bestaand beleid (goed is goed), zo staat er in de visie. Wij lezen dat het vigerend beleid de komende jaren niet wijzigt en wordt voortgezet en uitgevoerd. Welk bestaand beleid dat is en welk deel ervan wordt voortgezet, wordt in de ontwerpOmgevingsvisie echter niet duidelijk aangegeven. We missen ook de verwijzingen naar het bestaande beleid. Reactie 23a De Omgevingsvisie heeft naar mening van de gemeente Bergeijk het integrale karakter zoals beoogd in de Omgevingswet. De Omgevingsvisie is voor gemeenten het instrument waarin de strategische visie voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn is opgenomen. De hoofdlijn van dit beleid is opgenomen in de Omgevingsvisie, specifieke uitwerking vindt voor een aantal onderwerpen plaats in andere documenten en/of instrumenten. Daarnaast is in de gemeente Bergeijk voor veel onderwerpen het beleid in aanloop op de Omgevingsvisie geactualiseerd. Bij het opstellen van de visie is dit meegenomen en bezien of er knelpunten zijn wat betreft integraliteit. Daar waar nodig scherpen we het beleid aan of constateren we dat een nadere uitwerking nodig is.

Dat het vigerend beleid als basis fungeert voor die integrale visie, doet daar in onze ogen dus weinig aan af. In de Omgevingsvisie is het vigerend beleid als uitgangspunt genomen om een integratieslag te maken. Zo is ook te zien op de integrale kaarten en de perspectieven per dorp. Hierin zijn de verschillende thematische beleidsstukken gecombineerd tot een integraal beeld op de fysieke leefomgeving. Op enkele locaties wordt een verwijzing gemaakt naar het bestaand beleid, bijvoorbeeld onder “Onze koers - Leefbare dorpen”. We zijn het er mee dat de verwijzingen naar het bestaande beleid beter vormgegeven kunnen worden. Aanpassing 23a Als aanpassing voeren we door dat er door de tekst heen meer expliciet verwezen wordt naar vigerend beleid en nemen we een bronvermelding op. Daarnaast brengen we op de gemeentelijke website een overzicht van de vigerende beleidstukken onder.

Zienswijze 23b Landelijk, rust, ruimte, afwisselend landschap; • Groen (veel landbouw, bos, natuur); • Kempisch, gemoedelijk, Bourgondisch, sterke onderlinge verbondenheid; • Rustig wonen in dorpen en een levendige kleinschalige economie.’ De kwaliteiten van de fysieke leefomgeving worden per kern en voor het gehele buitengebied vrij beperkt aangestipt. De verschillende gebiedskenmerken en de verschillen in kwaliteit van de fysieke leefomgeving zijn in de ontwerp-Omgevingsvisie onderbelicht. De kaart biedt enig inzicht in kenmerken, maar de kwaliteiten komen onvoldoende naar voren, laat staan wat dat betekent voor de visie. Wat wil de gemeente op hoofdlijnen met de kwaliteiten van de fysieke leefomgeving, welke ontwikkelingen komen eraan, wat wil men beschermen en behouden? Hoe wordt voorkomen dat ambities onverenigbaar zijn of zelfs tegenstrijdig aan elkaar? Reactie 23b We zijn het er mee eens dat een analyse van de fysieke leefomgeving onderdeel is van het visieproces. Dat proces heeft ook plaatsgevonden. In het compacte karakter van de visie (en de interactieve websitevorm) zou dit een te grote plaats innemen. Om die reden zijn de kernkwaliteiten 42

kort, bondig, maar doeltreffend verwoord. De analyse is uiteraard wel gebruikt bij het afwegen en maken van keuzes in de visie. De basis voor die analyse van kernkwaliteiten is vindbaar in o.a. de vorige Structuurvisie (Bergeijk, tussen bossen, beken en boerenland) en actuele cijfers en kaartmateriaal zoals bijvoorbeeld over droogte. De analyse wordt als bijlage toegevoegd. Aanpassing 23b De ruimtelijk-functionele analyse wordt als bijlage bij de Omgevingsvisie beschikbaar gesteld.

Zienswijze 23c De waarden van de gebieden zouden leidend moeten zijn en ontwikkelingsmogelijkheden moeten sturen. Hierbij dient onder meer aandacht te zijn voor geomorfologie, hydrologie, beekdalen, cultuurhistorische waarden en kleine landschapselementen. Wij adviseren u om bij de gebiedsanalyse en -indeling de zogenaamde lagenbenadering toe te passen voor de omgevingsvisie. De onderste lagen water, bodem en natuur zijn daarbij sturend voor functies, ontwikkelingen en bescherming. Als gebieden met bijzondere waarden verloren gaan, is dit verlies immers in de meeste gevallen onomkeerbaar. Wij vinden om deze reden dat de aanwezige waarden en kwaliteiten van de gebieden de kaders dienen te bieden voor de omgevingsvisie. Met een landschapskaart zou een analyse van de verschillende gebieden gemaakt kunnen worden. Ontwikkelingen kunnen gepaard gaan met kwaliteitsverbetering, waardoor natuur en landschap worden versterkt, hersteld en ontwikkeld en de biodiversiteit toeneemt. Een landschapsontwikkelingsbeleid met een programma zou een instrument kunnen zijn om ook de biodiversiteitsdoelen te halen. Reactie 23c Dit punt raakt het vorige punt uit de zienswijze. Deze analyse heeft plaatsgevonden en is uiteraard gebruikt bij het afwegen en maken van keuzes in de visie. Daarin is een vergelijkbare opzet als de lagenbenadering gehanteerd.

We hebben dat in de analyse opgedeeld in zes ‘raamwerken’: een bruin raamwerk (geomorfologie), geel raamwerk (cultuurhistorie), blauw raamwerk (water), groen raamwerk (natuur, landschap en landbouw), oranje raamwerk (recreatie, toerisme en sport) en rood raamwerk (infrastructuur, wonen, voorzieningen en bedrijvigheid). Deze raamwerken bieden de benodigde inzichten in de aanwezige waarden en kwaliteiten en zijn op kaartbeelden gevisualiseerd (en als bijlage bij de Omgevingsvisie gevoegd). Daarmee wordt ons inziens recht gedaan aan de zienswijze van de indiener. Aanpassing 23 c De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze 23d In de visie staat ‘De omgevingsvisie bevat veel ambities en doelen. De gemeente zal niet altijd het voortouw nemen. Haar rol varieert van het nemen van regie, tot het scheppen van voorwaarden of faciliteren van acties’. De ambities en doelen worden niet concreet geformuleerd. De instrumenten om vorm en invulling aan de ambities te geven zijn het omgevingsplan, dat voorlopig wordt ingevuld door de vigerende bestemmingsplannen Buitengebied 2014 en 2017, en het programma, waarbij wordt vermeld dat veel beleidsnota’s zoals de nota grootschalige zonne- en windenergie en de fietsambitie, het karakter van een programma hebben. Nieuwe programma’s zijn volgens de Omgevingsvisie mogelijk, maar aan welk doel ze zijn gekoppeld, blijft in het midden. Het enige concreet benoemde nieuwe instrument is het voeren van grondpolitiek. Ook het instrument Groenfonds wordt gehandhaafd. Het lijkt alsof de gemeente geen samenhangende visie nastreeft en geen integraal beleid voor de fysieke leefomgeving wenst te voeren. 43

Reactie 23d Op basis van de Omgevingswet (art. 3.2) bevat een Omgevingsvisie de volgende elementen: 1. de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving 2. de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, en 3. de hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving Punt 1 is ondergebracht in het hoofdstuk “Kernkwaliteiten” en “Opgaven”, punt 2 en 3 onder “Onze Koers”. Hiermee is invulling gegeven aan de eis uit de Omgevingswet om de hoofdlijnen van het strategisch beleid vorm te geven. De Omgevingsvisie is voor gemeenten het instrument waarin de strategische visie voor de fysieke leefomgeving voor de langere termijn is opgenomen. Dat er op dit moment geen grote, nieuwe beleidsmatige instrumenten voorzien zijn, betekent niet dat de gemeente geen integraal beleid voor de fysieke leefomgeving gaat voeren. De hoofdlijn van dit beleid is opgenomen in de Omgevingsvisie, specifieke uitwerking vindt voor een aantal onderwerpen plaats in andere documenten en/of instrumenten. Daarnaast is in de gemeente Bergeijk voor veel onderwerpen het beleid in aanloop op de Omgevingsvisie geactualiseerd. Bij het opstellen van de visie is dit meegenomen en bezien of er knelpunten zijn wat betreft integraliteit.

Daar waar nodig scherpen we het beleid aan of constateren we dat een nadere uitwerking nodig is. Bijvoorbeeld voor wonen, het beleid voor vrijkomende agrarische bedrijven en groen. Dit betekent dat grote onderdelen van het vigerend beleid in belangrijke mate geschikt zijn om invulling te geven aan onze strategische visie en de concrete uitwerking parallel daaraan of als uitwerking daarvan kan blijven functioneren. Aanpassing 23d De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze 23e In de visie ontbreekt het rekening houden met het voorzorgsbeginsel, het preventiebeginsel, het beginsel van aanpak bij de bron en het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. Er spreekt ook niet uit of er rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Reactie 23e Artikel 3.3 Omgevingswet bepaalt inderdaad dat in een omgevingsvisie rekening gehouden moet worden met deze beginselen. De beginselen komen tegemoet aan een wens van de Raad van State om inhoudelijke normstelling in de kerninstrumenten van de Omgevingswet te versterken. Door opname van deze beginselen in de omgevingsvisie begint deze normstelling al in de eerste stap van de beleidscyclus. Dit artikel betekent in essentie dat nagedacht moet worden over de wijze waarop met deze beginselen om moet worden gegaan, zodat zij later uitgewerkt kunnen worden in de regels van het omgevingsplan. In de Omgevingsvisie is impliciet rekening gehouden met de beginselen. Een aantal ruimtelijke ambities zeggen namelijk ook meteen impliciet iets over de beginselen. Zo is er in Onze koers – vitaal buitengebied bijvoorbeeld benoemd dat er sprake moet zijn van de juiste functie op de juiste plek, en dat we streven naar behoud van ontwikkelperspectief voor blijvende agrariërs met een economisch maar ook maatschappelijk en milieutechnisch gezond bedrijfsmodel.

Dat kan biologische of natuurinclusieve landbouw zijn, maar andere mogelijkheden voor verduurzaming van de landbouw zijn ook mogelijk. Voorwaarde is dat een nieuwe ontwikkeling niet leidt tot een verslechtering en bij moet dragen aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in brede zin. De zienswijze is wel aanleiding om de beginselen ook expliciet in de visie te benoemen.

44

Aanpassing 23e Om de beginselen explicieter een plek te geven voeren we als aanpassing door dat een passage in de visie wordt toegevoegd over de wijze waarop omgegaan is met de beginselen, inclusief een toelichting op hoe de doorwerking geregeld is in de Omgevingswet.

Zienswijze 23f In de opgave voor Leefbare dorpen worden veel vragen opgeroepen over de woningbouwopgave, zoals hoeveel, waar, inbreiding of uitbreiding, groen karakter in het dorp en hittestress, enzovoorts. De visie gaat niet in op de gevolgen ervan voor de fysieke leefomgeving, zoals water, bodem, natuur en landschap en maakt geen keuzes waar wel of waar niet. Wel wordt straks de mogelijkheid geboden van splitsing van woningen en bewoning van bijgebouwen. Er wordt echter geen inzicht geboden in de bijdrage van deze mogelijkheid aan het oplossen van de woningvraag onder de verschillende doelgroepen, terwijl dit toch relevant is voor de vraag hoeveel extra woningen dan nog nodig zijn. Ook of deze gebouwd kunnen worden via inbreiding kunnen we uit deze visie niet opmaken. De gemeente heeft aandacht voor verduurzaming van gebouwen en het fossielvrij maken ervan en benoemt haar rol als regisseur hierin. De gemeente vindt het behoud van het cultureel erfgoed van gebouwen, groen en landschap heel belangrijk, maar ziet ook het spanningsveld met inbreiding, groen en klimaatbestendigheid. Reactie 23f Indiener geeft een accurate opsomming van het te voeren beleid voor Leefbare dorpen. Een van de doelen is dat we als gemeente 1.000 nieuwe woningen willen bouwen om aan de behoefte te voldoen.

De route daar naar toe kent verschillende mogelijkheden (en die zijn complementair aan elkaar, dus het splitsen van woningen sluit nieuwbouw allerminst uit). De hoeveelheid woningen die gesplitst kan worden, nieuw gebouwd kan worden en in uit- of inbreiding is voor een gedeelte afhankelijk van hoe de markt zich gedraagt. Daarin heeft de gemeente een sturende rol, maar initiatiefnemers en grondeigenaren bepalen daarbij ook waar en hoe ontwikkelingen vormgegeven worden. De gemeente heeft als uitgangspunt in de visie verankerd dat de gemeente over de breedte bereid is tot meedenken met nieuwe initiatieven, zowel voor splitsing, inbreiding als uitbreiding. Daarbij zijn de potentiële negatieve effecten expliciet meegewogen. Alle drie de vormen van woningbouw mogen geen negatieve effecten op leefklimaat, natuur of landschap veroorzaken. Ook zijn de duurzaamheidsambities benoemd. Aanpassing 23 f De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze 23g Wij hebben bedenkingen bij het geschetst ontwikkelperspectief voor blijvende agrariërs. De milieutechnische maatregelen lopen tegen de grenzen aan. Een toename van stikstof en van fijnstof kan niet worden voorkomen bij uitbreiding van bedrijven. Fijnstof komt vrij bij het houden van dieren bij ammoniakemissies en bij uitlaatgassen van transport. Elke toename leidt tot een verslechterende situatie in de omgeving van veehouderijen. Dit is niet duurzaam en heeft effecten op de natuur en de gezondheid van mensen. Reactie 23g In de omgevingsvisie leggen we vast dat we een landbouwsector willen die in balans is met zijn omgeving. We streven naar behoud van ontwikkelperspectief voor blijvende agrariërs met een economisch maar ook maatschappelijk en milieutechnisch gezond bedrijfsmodel. Dat kan biologische of natuurinclusieve landbouw zijn, maar andere mogelijkheden voor verduurzaming van de 45

landbouw zijn ook mogelijk. Voorwaarde is dat een nieuwe ontwikkeling niet leidt tot een verslechtering en bij moet dragen aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in brede zin. Voor wat betreft de normstelling van de omgevingswaarden sluiten we conform het uitgangspunt voor deze visie aan bij bestaand beleid. Dat betekent dus ook dat we uitgaan van de met name landelijk vastgelegde normen voor o.a. stikstof en schone lucht. Deze normen worden niet aangescherpt. In de tekst die uit deze ambitie voortvloeit (zie Onze koers – Vitaal buitengebied) wordt naar voren gebracht dat wij hierbij streven ‘naar een gezamenlijke inzet van alle betrokken partijen en een betere samenwerking tussen ondernemers, maatschappelijke organisaties en inwoners.’ Naar onze mening wordt hiermee een stevige en vooral ook reële ambitie neergezet. Een voorlopersrol in verduurzaming van de landbouw groeit door gezamenlijk de schouders onder de haalbare doelstellingen te zetten. Niet door eenzijdig zeer hoge ambities te schetsen, voor problemen die voor een groot deel ook op regionaal en zelfs landelijk schaalniveau opgelost moeten worden. Aanpassing 23 g De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze 23h Indiener geeft aan welke visie zij hebben op hoe om te gaan met vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing. In de kernrandzone liggen de meeste mogelijkheden. Er dienen daarbij voorwaarden te worden gesteld voor verbetering van de omgevingskwaliteit. Deze voorwaarden kunnen zijn: sloop stallen en overtollige bebouwing, minimaal percentage toevoegen van groen en landschap, klimaatadaptatie, waterbuffers, energiedaken of energieopwekking binnen de bouwblokken (energy-farming), minder bebouwing, beperkte tuin, open houden van (voormalige) agrarische gronden, intrekking oude vergunningen, functie wijzigen in omgevingsplan. Nieuwe functies en (neven)activiteiten in het buitengebied dienen geen hinder en uitstralingseffecten te veroorzaken voor de omgeving. Welke activiteiten mogelijk zijn, hangt af van de locatie en de aspecten van de leefomgeving, zoals geluid, verkeer, licht, parkeren, geur, gezondheid, enzovoorts. Indiener voegt hiervoor ook een ‘notitie VAB’s’ toe aan de zienswijze. Reactie 23h Indiener noemt nieuwe invullingen op VAB’s die gunstig uitpakken voor een aantal omgevingsaspecten. Wij onderschrijven dit belang. In de Omgevingsvisie is daarom gekozen voor een richting waarbij initiatieven op VAB-locaties een positieve bijdrage moeten leveren aan de genoemde aspecten.

Die belangen hebben we in de Omgevingsvisie benoemd en worden betrokken bij concrete initiatieven. Dit zijn de strategische hoofdlijnen van ons beleid. Om flexibiliteit en maatwerk te kunnen bieden is daarom in de Omgevingsvisie geen limitatieve lijst opgenomen van mogelijke voorwaarden. Concretisering van het beleid vindt plaats in een herziening van het bestemmingsplan/ omgevingsplan voor het buitengebied. Aanpassing 23h De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Aanbevelingen voor duurzame landbouw Zienswijze 23i Pas aan de hand van een gebiedsanalyse een zonering toe van de verschillende gebieden: wijs bufferzones aan rond kwetsbare gebieden (ook buiten het Natuurnetwerk Brabant (NNB)). 46

Reactie 23i De NNB-gebieden en beekdalen (vaak NNB, N2000 (alleen beekdal Keersop en het gebied De Plateaux in het zuidoosten) of EVZ’s) zijn reeds als zodanig aangewezen en voorzien van een beschermend regime in het vigerend bestemmingsplan. In zones om die gebieden heen zijn door die aanwijzing al beperkingen aanwezig ter bescherming van de gebieden. Voor zowel NNN als Natura 2000 geldt daarnaast een beschermingsregime door externe werking. In de vigerende bestemmingsplannen is dus al in een zonering voorzien. Daarnaast wordt ook in de gebiedsgerichte aanpak rondom beekdalen hier aandacht aan besteed. De gemeente kiest aanvullend op deze regelingen, gebaseerd op rijks- of provinciaal beleid, voor een verplichting dat bij ontwikkelingen een positieve bijdrage aan natuur, landschap of klimaatadaptatie bewerkstelligd moet worden. Daarmee kiest de gemeente voor een kwalitatieve verbetering in de hele gemeente, aanvullend op de al bestaande bescherming in de zones en kwetsbare gebieden zelf. Aanpassing 23i De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze 23j Voorkom (verdere) concentraties van dieren in verband met de volksgezondheid. Door sturing op functies kan extensivering van het landgebruik worden bevorderd. Bij een krimp van de veestapel tot grondgebondenheid zijn er geen mestfabrieken meer nodig, waardoor ook vermindering van emissies zal plaatsvinden. Reactie 23j Als gemeente houden we ons aan de nationale en Europese wet- en regelgeving. Aanvullend daarop spreken wij in de Omgevingsvisie uit dat ontwikkelingen in de landbouw niet tot verslechtering van de situatie mogen leiden, zoals ook in de milieuvisie is verwoord. Aan bestaande rechten kan de gemeente niet tornen, maar in de toekomst kiest de gemeente wel voor een kwalitatieve verbetering van de milieudruk door veehouderijen. Nieuwe ontwikkelingen met negatieve impact op natuur of milieu staan we niet toe. Dat is verwoord in onze ambities als benoemd onder “omgevingskwaliteit”. Aanpassing 23j De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze 23k Stimuleer natuurinclusieve landbouwprincipes en maak boeren ook verantwoordelijk voor ontwikkeling en beheer van het landschap. Daar kan het pachtbeleid een rol in spelen. Door minder dieren per hectare komt er een evenwicht tussen veestapel en landgebruik, vermindering van emissies naar bodem, lucht en water. Dit bevordert een gezond, veerkrachtig bodemsysteem met een divers bodemleven, waardoor ook minder beregening nodig is, hetgeen met het oog op de klimaatverandering goed is voor landbouw en natuur. Dit biedt integrale voordelen voor de fysieke leefomgeving, de gezondheid en de biodiversiteit. Reactie 23k Voor het eerste deel van deze zienswijze verwijzen we naar onze reactie onder 23g. Voor wat betreft het pachtbeleid: Omdat we als gemeente behoorlijk wat gronden in het buitengebied bezitten kunnen we ook zelf meer doen voor landschap, klimaat en natuur. Dat deden we al en blijven we doen door via kavelruil gronden in de beoogde natuurgebieden (Natuurnetwerk Brabant) vrij te ruilen zodat deze voor natuur ingericht kunnen worden. Maar we kunnen ook de lokale agrarische bedrijven helpen om meer grond rond het bedrijf te krijgen, goede 47

landbouwgebieden te beschermen en voorwaarden te stellen om landbouw en natuur te combineren. Dit sluit aan bij het voorstel zoals opgenomen in de zienswijze. Aanpassing 23k De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Aanbevelingen voor natuur en landschap en biodiversiteit Zienswijze 23l Wij vinden het een goed uitgangspunt om natuur en landschap te koesteren. Meer landschappelijke en natuurlijke kwaliteit in het buitengebied, ook buiten de beekdalen en dus meer inzetten op landschap, klimaat en natuur is een duidelijke ambitie, die nog wel concreter kan worden uitgewerkt. Reactie 23l De ambitie zoals nu opgenomen past ons inziens bij het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. Hierin is de strategische koers voor de komende jaren uitgezet. De nadere uitwerking volgt bijvoorbeeld in de Beheervisie klimaatslim bos en natuurbeheer en het Omgevingsplan. Aanpassing 23l De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze 23m Behoud, bescherming, herstel en ontwikkeling van het NNB vraagt om de nodige inzet en instrumenten. Grondpolitiek kan een van de instrumenten zijn. Maar ook een programma is een goed instrument om het NNB te realiseren. Het NNB moet gereed zijn in 2027 en daarvoor geldt een resultaatsverplichting; er is dus nog maar 5 jaar om het NNB te realiseren. Met name in de beekdalen van de Keersop, de Beekloop en de Run nabij het Grootgoor liggen nog veel hectares te realiseren NNB. Ook zijn er nog een zestal te realiseren ecologische verbindingszones (EVZ’s), die ontwikkeld moeten worden. Wij verzoeken de gemeente om in beeld te brengen wat de omvang van de opgave precies is, zodat in een programma de uitvoering gepland kan worden. Reactie 23m Realisatie van het NNB en EVZ’s is primair een provinciale taak of waterschapstaak. Daarbij hebben wij als gemeente ook een nadrukkelijke rol, maar de initiatiefnemer is de provincie. Wij ondersteunen de provincie en waterschap. Dat is nog niet expliciet in de visie verwoord. We nemen hierover een passende passage op over de wijze waarop we samen met andere overheden verder werken aan de realisatie van natuur. Aanpassing 23m Een passende passage wordt opgenomen over de wijze waarop we samen met andere overheden verder werken aan de realisatie van natuur.

Zienswijze 23n Ook voor de instandhoudingsdoelen van de natuur en Natura 2000-gebieden en soorten is inzet van de gemeente gevraagd, met name omdat de problemen, waaronder stikstof, lokaal worden veroorzaakt. Technische maatregelen bij de veehouderij bieden veelal geen oplossing, omdat de emissieruimte maximaal wordt opgevuld met aantallen dieren, zodat de deposities niet zullen afnemen. De oplossing ligt in een transitie naar duurzame en biologische landbouw, waarbij méér (landschapsinclusieve) boeren met minder dieren zorgdragen voor landschap en biodiversiteit. Wijs 48

daarom bufferzones rond Natura 2000-gebieden aan om de milieubelasting op natuur terug te dringen. Reactie 23n Stikstofdepositie is niet uitsluitend afkomstig uit bufferzones rondom Natura 2000-gebieden. Aan de verzuring en vermesting van de Natura 2000-gebieden dragen zowel industriële, agrarische als mobiliteitsbronnen bij. Daar hoort bij dat we de bestaande rechten van die uitstoters niet actief kunnen verkleinen. Daar is het wettelijk instrumentarium niet voor. Een bufferzone zou daar wel om vragen. We zetten als gemeente in op het leveren van een kwalitatieve bijdrage aan de transitie van het platteland, waarbij de natuurkwaliteit (bijvoorbeeld door vermindering van de uitstoot van NH3 of NOx) wordt verbeterd. Daarnaast participeren we in de door provincie en waterschap opgezette gebiedsgerichte aanpak. Aanpassing 23n De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze 23o Indiener vraagt om het opnemen van omgevingswaarden voor stilte en duisternis en de cultuurhistorische waarde van oude zandpaden. Wij verzoeken ook om omgevingswaarden op te nemen voor natuur en biodiversiteit. Met het oog op natuur, landschap, milieu en gezondheid vragen wij u om de lagenbenadering sturend te laten zijn voor de juiste functie op juiste plek. Reactie 23o In de Omgevingsvisie hebben we als gemeente vastgelegd wat we belangrijk vinden. We beschrijven onze strategische koers voor de langere termijn. In de definitieve Omgevingsvisie wordt ook een analyse als bijlage opgenomen waarin we concreter benoemen wat waardevolle gebieden en structuren zijn. Deze zouden grondslag kunnen bieden voor het benoemen van een omgevingswaarde die we vastleggen in het omgevingsplan. Het omgevingsplan is het instrument waarin de omgevingswaarden vastgelegd worden. In de omgevingsvisie en in onze omgevingsvisie hebben we op een hoger abstractieniveau de keuze gemaakt voor onderdelen die we waardevol vinden. Deze zijn beschreven in de kernkwaliteiten van Bergeijk (en worden nader toegelicht in de bij de definitieve omgevingsvisie gevoegde bijlage). Het benoemen van omgevingswaarden past niet bij het strategische niveau van onze visie. Aanpassing 23o De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze 23p Bergeijk heeft de locatie De Pielis aangewezen als locatie voor grootschalige duurzame energieopwekking, volgens de nota Grootschalige zonne- en windenergie in de Kempen. Hier ligt een zeker spanningsveld met natuur. Of deze keuze gebaseerd is op volledig onderzoek dat al is gedaan, blijkt niet uit de ontwerp-Omgevingsvisie. Een onderzoek naar flora, fauna, trekroutes voor vogels en vleermuizen is daarbij noodzakelijk. Wij gaan er van uit dat bij een onderbouwde keuze andere gebieden worden gevrijwaard van zon en windprojecten. Het ruimte geven aan grootschalige energie opwek vraagt duidelijk beleid om daarbij juist de meest geschikte locaties te selecteren en de overige minder geschikte ruimte te vrijwaren. Voor de locatie voor grootschalige opwek van duurzame energie dient er voldoende afstand tot het NNB en N2000-gebieden te worden gehouden. Overigens zou energiebesparing het eerste uitgangspunt van beleid moeten zijn, want wat je bespaart, hoef je niet op te wekken. De gemeente kan hier een rol spelen in de voorwaarden voor nieuwbouw en verbouw. Dat missen wij in de ontwerp-Omgevingsvisie. 49

Reactie 23p Door de Kempengemeenten is in 2019 gezamenlijk een planMER uitgevoerd om de meest kansrijke gebieden voor grootschalige duurzame energie-opwekking te onderzoeken. Op basis daarvan heeft de gemeenteraad van Bergeijk het voorkeursgebied Bergeijk Zuid-West (‘De Pielis’) hiervoor aangewezen. Voor de projecten die hier concreet uitgevoerd zullen worden, wordt een projectMER doorlopen om de milieueffecten nauwkeurig in beeld te brengen. Ook wordt daarbij rekening gehouden met de wettelijk aan te houden afstanden tot te beschermen natuurgebied. Met de keuze voor voorkeursgebied Bergeijk Zuid-West heeft de gemeenteraad ook besloten om in het overige grondgebied van de gemeente geen grootschalige energie-opwekking toe te staan, uitgezonderd dakopstellingen en opwek binnen bouwvlakken van vrijkomende agrarische bedrijven. Ook de besparing van energie heeft onze aandacht, zoals blijkt uit Transitie Visie Warmte (TVW) en het bijbehorend uitvoeringsprogramma. Hier wordt in de omgevingsvisie naar verwezen. Aanpassing 23p In de Omgevingsvisie is onder “Opgaven - leefbare dorpen” een verwijzing opgenomen naar deze Transitievisie warmte. In de omgevingsvisie nemen we een bronvermelding op. Daarnaast brengen we op de gemeentelijke website een overzicht van de vigerende beleidstukken onder.

Zienswijze 23q Gebaseerd op de zonneladder zou er een duidelijk kader gesteld moeten worden: zet maximaal in op het benutten van de duizenden hectare (platte) daken, zowel op huizen als bedrijfsgebouwen; innovatie kan ook ingezet worden op wegen en parkeerterreinen. Daarnaast zijn er volop kansen bij de aanzienlijke oppervlakte aan vrijkomende agrarische bebouwing. Ook bij geluidswallen-/schermen langs snelwegen liggen kansen, evenals bijvoorbeeld bij vuilstortplaatsen. Reactie 23q Onderdeel van het toetsingskader voor grootschalige energieopwekking is dat initiatiefnemers hun initiatief af moeten wegen aan de hand van de zonneladder. Voorts geldt dat er in de gemeente Bergeijk geen snelwegen (of andere grote infrastructurele verbindingen als spoorlijnen of kanalen) gelegen zijn die kansen bieden voor energieopwekking. Dit is dus al onderdeel van ons beleid. Daarnaast is bij het aanwijzen van het voorkeursgebied Bergeijk Zuid-West door de gemeenteraad tevens besloten dat initiatieven voor zonne-energie binnen bouwvlakken van vrijkomende agrarische bedrijven zijn toegestaan. In de bronvermelding die bij de omgevingsvisie is toegevoegd wordt hiernaar verwezen. Aanpassing 23q In de omgevingsvisie nemen we een bronvermelding op. Daarnaast brengen we op de gemeentelijke website een overzicht van de vigerende beleidstukken onder.

Zienswijze 23r Bij windparken dient maximaal ingezet te worden op het beperken van ecologische schade, door voldoende afstand te houden tot het NNB (minimaal 500 meter), dan wel door de inzet van technische middelen, zoals vogel- en vleermuisdetectie met stilstandvoorzieningen. Indien op regionaal niveau in beeld is gebracht dat er, met inbegrip van bovenstaande mogelijkheden, aanvullende ruimte nodig is, kan deze opgave worden ontwikkeld in de vorm van zonneparken, hoewel deze vanwege de grote ruimtelijke claim en enkelvoudige functie niet onze voorkeur hebben. Zoek daarom naar het combineren van meerdere functies. De meerwaardebenadering moet een plus voor biodiversiteit opleveren (ecologische meerwaarde), een landschappelijke meerwaarde als integraal onderdeel van het landschap en een sociale en maatschappelijke meerwaarde (onder 50

andere 50% lokaal eigendom). Locaties voor zon- en windprojecten moeten passen binnen de gebiedsgerichte benadering die bijdraagt aan zorgvuldig ruimtegebruik en goede omgevingskwaliteit. Reactie 23r Genoemde eisen zijn verwoord in het toetsingskader voor grootschalige duurzame energieopwekking. Hierin zijn effecten op NNB, beschermde soorten (vleermuizen en vogels), het combineren van zon en wind, een landschappelijke meerwaarde en de maatschappelijke meerwaarde door een duurzaamheidsfonds en een omgevingsfonds opgenomen. De door indiener genoemde wensen zijn dus al in ons beleid verwerkt en worden voortgezet op basis van de Omgevingsvisie. Aanpassing 23r De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze 23s De milieuknelpunten worden in de omgevingsvisie kort aangestipt onder het kopje ‘Omgevingskwaliteit’. Benoemd worden onder andere gezondheid en welzijn voor de mens, endotoxinen en geluid. Het lijkt alsof er weinig milieuknelpunten zijn, maar ze worden ook niet concreet in beeld gebracht. Wij missen de aspecten geur, fijnstof, zoönosen, beperken CO2 uitstoot, trillingen en laagfrequent geluid. Verder missen we hier de stikstofdeposities op natuur en het aspect lichthinder/duisternis; die zijn belangrijk voor de fysieke leefomgeving. In het kader van de zorgplicht voor kwaliteit van de leefomgeving verzoeken wij u in het omgevingsplan omgevingswaarden op te nemen, zoals voor lichthinder/duisternis, geur en klimaat. Dit kan gebiedsgericht worden ingevuld. Reactie 23s De Omgevingsvisie geeft de hoofdlijnen van het te voeren strategisch beleid voor onze leefomgeving weer. Daarbij baseren we onze visie op onder meer de vigerende Milieuvisie. In de Milieuvisie zijn knelpunten rondom geur, fijn stof, zoönosen, CO2-uitstoot, trillingen en laagfrequent geluid opgenomen. Deze zijn vervolgens beschreven in het hoofdstuk “Kernkwaliteiten” en worden door het genoemde beleid, de verdere uitwerking in vergunningen en het toekomstige Omgevingsplan geborgd. Dit wordt dan ook meer locatie- of gebiedsgericht (wat is waar mogelijk op basis van bestaande milieuhinder?) ingevuld.

Aanpassing 23s De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Participatie Zienswijze 23t Wij verzoeken u het verplichte participatieproces goed in te richten, zodat eenieder tijdig kan meedoen, inbreng kan geven en adviseren. Daarbij is een gelijk speelveld tussen overheid, maatschappelijke organisaties en bewoners van groot belang om de gelijke informatie te krijgen en oplossingen aan te dragen. Reactie 23t In de aanloop naar de ontwerp Omgevingsvisie hebben we een uitgebreid participatieproces doorlopen. Voor de totstandkoming hebben we hulp gezocht van eenieder die een steentje bij wil dragen aan de toekomst van onze dorpen. We hebben de dorpsraden en verschillende belangenverenigingen geïnterviewd om hun verhaal op te halen en mee te nemen in onze visie. We hebben ontmoetingen georganiseerd waarop iedereen welkom was om zijn of haar stem te laten 51

horen en we hebben door een online tool (“de wijkprikker”) iedereen de gelegenheid gegeven om een bijdrage te leveren. Ten slotte hebben we tijdens de tervisielegging op drie informatieavonden de ontwerp omgevingsvisie gepresenteerd. Al die input hebben we meegenomen en -gewogen bij onze visie. Aanpassing 23t De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze 23u Een omgevingsvisie is Mer-plichtig. We hebben geen MER-rapport aangetroffen bij deze ontwerpOmgevingsvisie. Wij nemen echter aan dat er een MER is of wordt opgesteld, zodat de milieueffecten van de visie goed in beeld worden gebracht. Reactie 23u We hebben in het proces van de Omgevingsvisie inzichtelijk gemaakt wat er allemaal op ons afkomt: klimaatverandering, vergrijzing, ontwikkelingen in de landbouw, het zijn allemaal veranderingen die ons als gemeente dwingen om keuzes te maken: waar willen we in de toekomst aan meewerken en waar niet? We hebben daarom een onafhankelijke analyse van onze leefomgeving laten maken die ons inzicht geeft in de huidige kwaliteiten van onze gemeente. Zoals eerder in de reactie op de ingediende zienswijze is aangegeven wordt deze ook als bijlage bij de definitieve omgevingsvisie gevoegd. Dit is een aanpak die aansluit op de aanpak die gehanteerd wordt in milieueffectrapportages, waarbij we onze koers constant spiegelen aan het milieubelang. Wat betekent uitbreiding van onze kernen? Wat betekent aanleg van nieuwe infrastructuur? Hier hebben we een breed afwegingskader in gehanteerd, wat uiteenloopt van de “traditionele” milieuaspecten tot “nieuwe” omgevingsaspecten als leefbaarheid, sociale cohesie en welvaart.

Het resultaat is een integraal afgewogen visie waarbinnen alle omgevingsaspecten een volwaardige en vroegtijdige rol gespeeld hebben. Wanneer de beleidsvoornemens leiden tot concrete projecten worden waar nodig voor die concrete ontwikkelingen of projecten mer-beoordelingsnotities en/of milieueffectrapportages opgesteld. Aanpassing 23u De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

52

Zienswijze 24 Stichting Milieuwerkgroep Kempenland en Stichting Groen Kempenland

Zienswijze 24a Soms is de ontwerp omgevingsvisie onvoldoende concreet om de lezer een duidelijk beeld te geven van de richting waarin gekoerst wordt, van de ambitie daarbij en van de criteria die gehanteerd zullen worden om afwegingen te maken bij nieuwe initiatieven. Reactie 24a Dit hangt samen met het abstractieniveau van de omgevingsvisie. Aanpassing 24a De visie wordt niet aangepast naar aanleiding van deze zienswijze.

Zienswijze 24b Er ontbreken essentiële elementen, zoals aandacht voor gezondheid, de toepassing van het voorzorgsbeginsel en de andere Europese beginselen, terwijl in de samenwerkingsafspraken van april 2012 tussen rijk, provincies, waterschappen en gemeenten afgesproken is dat deze punten terug zullen komen in iedere omgevingsvisie. Tevens zijn deze elementen opgenomen in de Nationale omgevingsvisie, die richting gevend is voor gemeentelijke omgevingsvisies. In de Omgevingswet is in artikel 3.3 benoemd dat in een omgevingsvisie rekening gehouden wordt met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. Reactie 24b Hiervoor verwijzen wij naar zienswijze 23e. Aanpassing 24b Hiervoor verwijzen wij naar aanpassing 23e.

Zienswijze 24c – verbetervoorstellen De tekst onder ‘koers – vitaal buitengebied’ moet op 23 punten aangepast worden. Daarvoor worden argumenten en verbetervoorstellen gegeven. Reactie 24c – verbetervoorstellen De bedoelde zinnen/delen van tekst zijn hieronder overgenomen (normaal lettertype). Daarna volgt steeds het argument (schuingedrukt) en het tekstvoorstel (onderstreept) van de indieners van deze zienswijze. Daarna volgt steeds onze reactie in een omlijnd kader. 24c-1 We willen de vitaliteit en kwaliteit van ons buitengebied behouden en versterken. (1) (1) schetst geen reëel beeld: er zijn in ons buitengebied ook minpunten, die hersteld moeten worden We willen de vitaliteit en kwaliteit van ons buitengebied, waar nodig herstellen, behouden en versterken. Dit tekstvoorstel nemen wij niet over, omdat versterken ook kan zien op herstel.

53

24c-2 Het buitengebied in Bergeijk is een waardevolle combinatie van agrarisch landschap en natuurlijk landschap. (2) (2) incomplete typering van het buitengebied, In het buitengebied van Bergeijk vindt men natuur, landbouw, recreatie, toerisme, wonen en andere bedrijvigheid. Dit tekstvoorstel nemen wij niet over, omdat het gaat om een beschrijving van landschapstypen en niet om de verschillende functies die daar gebruik van maken. 24c-3 Dit landschap vormt een tegenhanger van het stedelijk gebied binnen de Metropoolregio Eindhoven.(3) (3) Het landschap is iets anders dan de huidige invulling met agrarisch of natuur. In het hoofdstuk “Het groene karakter” wordt de diversiteit van het landschap getypeerd. Het gevarieerde landschap in het landelijk gebied vormt een tegenhanger van het stedelijk gebied binnen de Metropoolregio Eindhoven. Dit tekstvoorstel nemen wij niet over, omdat de strekking van de tekst gelijk is. 24c-4 Ons landschap is waardevol en moet gekoesterd worden.

We streven daarbij naar een vitale agrarische sector die in harmonie is met de omgeving, waar agrarisch landschap en natuur samengaan en elkaar aanvullen.(4) (4) te smal geformuleerd en opnieuw door elkaar halen van landbouw en landschap We streven daarbij naar een vitale agrarische sector die in harmonie is met de andere functies die in het buitengebied vervuld worden, waarbij landbouw en natuur samengaan en elkaar over en weer aanvullen. Dit tekstvoorstel nemen wij niet over omdat de strekking van de tekst gelijk is 24c-5 Onze uitdaging is deze verschillende opgaven met elkaar te combineren: hoe dragen ontwikkelingen op het gebied van (agrarische) bedrijvigheid, wonen en mobiliteit bij aan de natuurlijke rust en uitgestrektheid van het agrarisch en natuurlijk buitengebied (5) ? (5) mobiliteit? Dit zouden wij graag weglaten. Dit voorstel nemen wij niet over, omdat wegen en fietspaden nu eenmaal belangrijke functies zijn in het buitengebied. Ook ontwikkelingen met betrekking tot mobiliteit moeten dus afgewogen worden ten opzichte van de andere genoemde aspecten en indien mogelijk ook een bijdrage leveren aan de kwaliteit van het buitengebied. 24c-6 We willen meer landschappelijke en natuurlijke kwaliteit in het buitengebied, ook buiten de beekdalen. Dat betekent dat we nog meer moeten inzetten op landschap, klimaat en natuur.

(6) (6) klimaat komt wel voor in de conclusie, maar de onderbouwing ontbreekt

54

We willen meer landschappelijke en natuurlijke kwaliteit in het buitengebied, ook buiten de beekdalen, met name met het oog op realisatie van een gezonde leefomgeving en de klimaatadaptatie. Dat betekent dat we minder moeten inzetten op efficiëntie van de agrarische productie en meer moeten inzetten op versterking van de klimaatfuncties van landbouw, landschap en natuur. De onderbouwing voor het woord ‘klimaat’ volgt uit de eerder beschreven opgave. Het tekstvoorstel nemen wij niet over, omdat in de omgevingsvisie al is aangegeven dat ontwikkelingen in de landbouw niet mogen leiden tot een verslechtering van de situatie. 24c-7 We willen de vitaliteit en kwaliteit van ons buitengebied behouden en versterken. (7) (7) aanvullen we streven naar herstel van minpunten, zoals emissies vanuit naar bodem, lucht en water, die de kwaliteit van onze leefomgeving en van de natuur negatief beïnvloeden Dit tekstvoorstel nemen wij niet over, omdat versterken ook herstel omvat.

24c-8 Dat betekent voor de vitaliteit dat: (8) - we streven naar behoud van ontwikkelperspectief voor blijvende agrariërs met een economisch maar ook maatschappelijk en milieutechnisch gezond bedrijfsmodel; (9) - we beseffen dat de trend van stoppende agrarische bedrijven de komende jaren zal doorzetten en dat daarom hergebruik van gebouwen en locaties zorgvuldig moet worden afgewogen;(10) - de groene (natuurlijke en agrarische) ruimte, als voedingsbodem voor vitale bedrijven en vitale inwoners, verzorgd en behouden moet blijven. (11) (8) Hier biedt je als gemeente, zonder nadere concrete criteria te stellen, die aansluiten bij het landelijk beleid uit de NOVI, alle ‘blijvers’ behoud van ontwikkelperspectief; mogelijk hebben een aantal thans helemaal geen ontwikkelperspectief omdat hun bouwblok al helemaal vol is. we willen perspectief bieden aan agrariërs die hun bedrijfsmodel ontwikkelen in de richting van natuurinclusieve landbouw en/of grondgebonden kringlooplandbouw Niet alle ‘blijvers’ hebben ontwikkelperspectief, er staat immers dat ‘blijvers’ een bedrijfsmodel moeten hebben dat zowel in economisch, als in maatschappelijk en milieutechnisch opzicht gezond moet zijn.

Daarnaast biedt het voorstel van indiener alleen perspectief voor agrariërs die kunnen ontwikkelen in de richting van natuurinclusieve landbouw en/of grondgebonden kringlooplandbouw en sluit het alle andere vormen van verduurzaming uit. Dit is vanuit maatschappelijk oogpunt ongewenst. Het tekstvoorstel wordt daarom niet overgenomen. 24c-9 - we streven naar behoud van ontwikkelperspectief voor blijvende agrariërs met een economisch maar ook maatschappelijk en milieutechnisch gezond bedrijfsmodel; (9) (9) de stoppers eerst noemen, en daarna de blijvers

55

we beseffen dat de trend van stoppende agrarische bedrijven de komende jaren zal doorzetten en dat daarom hergebruik van gebouwen, locaties en grond zorgvuldig moet worden afgewogen, waarbij wij voorrang geven aan invullingen die aansluiten bij de maatschappelijke behoeften, de natuurlijke waarden van het gebied en de klimaatadaptatie. Het voorstel om de volgorde om te draaien wordt niet overgenomen, de volgorde zegt niets over de prioriteit. Het tekstvoorstel wordt niet overgenomen, omdat wij elders in de tekst benoemen dat iedere ontwikkeling gepaard moet gaan met kwaliteitsverbetering: ‘Om de vitaliteit en kwaliteit te optimaliseren vragen we voor het hele grondgebied van onze gemeente bij ruimtelijke ontwikkeling initiatiefnemers om een bijdrage te leveren aan klimaatadaptatie, natuurontwikkeling, versterking van het landschap en/of de cultuurhistorische kwaliteiten van de bebouwde en onbebouwde omgeving’. 24c-10 - we beseffen dat de trend van stoppende agrarische bedrijven de komende jaren zal doorzetten en dat daarom hergebruik van gebouwen en locaties zorgvuldig moet worden afgewogen;(10) (10) voegt niets toe: svp weglaten Dit voorstel nemen wij niet over, omdat het juist vanwege de toename van het aantal stoppende bedrijven nodig is om na te denken over hergebruik en kansen voor kwaliteitsverbetering.

24c-11 - de groene (natuurlijke en agrarische) ruimte, als voedingsbodem voor vitale bedrijven en vitale inwoners, verzorgd en behouden moet blijven. (11) (11) Dit is bestemmingsplanachtig denken, de NOVI heeft met het oogpunt op zuinig omgaan met onze ruimte de voorkeur aan multifunctionaliteit er sprake is van de juiste functie of combinatie van functies die bijdraagt aan versterking van de waarden van het gebied Wij denken dat hier per ongeluk een fout in de nummering van de zienswijze is geslopen. Wij gaan ervan uit dat hier verwezen wordt naar de volgende tekst in de omgevingsvisie: ‘er sprake is van de juiste functie op de juiste plek’. We nemen het voorstel niet over. Uiteraard wordt gestreefd naar versterking van de waarden in een gebied, maar soms zijn functies niet verenigbaar. Een nieuw fietspad kan leiden tot aantasting van waarden, maar vanuit andere overwegingen toch noodzakelijk zijn. Dan zal een zo goed mogelijke inpassing en compensatie plaats moeten vinden. 24c-12 - functies optimaal ingepast worden in het landschap; (13) (12) functies kunnen niet ingepast worden in het landschap, bedoeld zal zijn gebouwen of installaties

56

Wij denken dat hier per ongeluk een fout in de nummering van de zienswijze is geslopen en hebben in de zienswijze de combinatie veranderd. Deze tekst passen wij niet aan, omdat met functies verwezen wordt naar gebouwen en/of installaties, maar ook naar het gebruik van gronden. Ook het gebruik van gronden moet landschappelijk ingepast worden. 24c-13 de natuurlijke, landschappelijke en hydrologische waarden niet worden aangetast maar versterkt.(14) (13) Verbetervoorstel: de bestaande verschraling van de biodiversiteit, de negatieve impact op natuur en de aantasting van de kwaliteit van bodem, water en lucht hersteld wordt waarbij versterking van deze kwaliteiten naar de toekomst toe geldt als criterium bij elke nieuwe ontwikkeling. Wij denken dat hier per ongeluk een fout in de nummering van de zienswijze is geslopen en hebben in de zienswijze de combinatie veranderd. Dit tekstvoorstel nemen wij niet over, omdat er in beginsel hetzelfde staat. 24c-14 Ook inwoners willen wij stimuleren om na te denken over hun rol: hoe kunnen Bergeijkse inwoners samen met de agrarische sector en de gemeente het vitale buitengebied, dat in het DNA verankerd is, behouden en verbeteren.

(15) (14) Behalve inwoners ook expliciet omwonenden noemen; aanvullen: Wij denken hierbij aan structurele participatie door bijvoorbeeld het inrichten van een Omgevingstafel waarin inwoners en betrokken organisaties van het begin af aan betrokken worden bij het verkennen en bespreken van transities en nieuwe ontwikkelingen. Wij denken dat hier per ongeluk een fout in de nummering van de zienswijze is geslopen en hebben in de zienswijze de combinatie veranderd. Met het voorstel om ook ‘omwonenden’ te stimuleren om na te denken over hun rol zijn wij akkoord, dit wordt aangepast. In plaats van een omgevingstafel hebben wij aangegeven het gesprek tussen de verschillende stakeholders in het buitengebied te willen faciliteren. Welke vorm dat krijgt is een punt van nadere uitwerking. Overigens worden inwoners bij grotere ontwikkelingen altijd betrokken en vragen wij daarnaast aan initiatiefnemers om een dialoog te voeren met hun omgeving over hun voorgenomen plan. 24c-15 Ook inwoners willen wij stimuleren om na te denken over hun rol: hoe kunnen Bergeijkse inwoners samen met de agrarische sector en de gemeente het vitale buitengebied, dat in het DNA verankerd is, behouden en verbeteren. (15) (15) zie punt 4 en laatste zin weglaten 57

Om de vitaliteit en kwaliteit te optimaliseren vragen we (11) voor het hele grondgebied van onze gemeente bij ruimtelijke ontwikkeling initiatiefnemers om een bijdrage te leveren aan klimaatadaptatie, natuurontwikkeling, versterking van het landschap en/of de cultuurhistorische kwaliteiten van de bebouwde en onbebouwde omgeving Wij denken dat hier per ongeluk het tekstvoorstel van nummer 16 in de zienswijze is opgenomen. Dit omdat bij 15 al staat ‘zie punt 4 en laatste zin weglaten’, dit suggereert dat er geen tekstvoorstel meer komt. De suggestie bij punt 4, zonder de laatste bijzin is: ‘We streven daarbij naar een vitale agrarische sector die in harmonie is met de andere functies die in het buitengebied vervuld worden’. Wij gaan er daarom vanuit dat bedoeld wordt dat deze zin ook hier toegevoegd moet worden. Dit voorstel nemen wij niet over, omdat dit eerder in de tekst al als streven benoemd zal worden. 24c-16 Voor stoppende agrarische bedrijven geldt dat de mogelijkheden voor hergebruik afgewogen worden aan de bijdrage die geleverd wordt aan de vitaliteit van het buitengebied. Vanzelfsprekend mogen zij passende bestaande functies niet verstoren of belemmeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=c4d684e0-5c0d-4b37-b357-951a726c56a0