Bijlage 4: Toetsingskader van Beleid grootschalige zonne-en windenergie in de Kempen
Tekst van het document
Bijlage B Toetsingskader Dit toetsin men: beleid). Het vaststellen van het beleid is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Het opstellen en vaststellen van het toetsingskader (wat een vorm van uitvoering van beleid is) ligt bij het college van Burgemeester en Wethouders (college B&W). De Kempengemeenten willen een actieve en faciliterende rol vervullen in de ontwikkeling van grootschalige duurzame energieproductie. In het beleid is vastgelegd dat: De individuele Kempengemeenten bepalen wanneer, waar en hoe ontwikkeld mag worden; Iedere initiatiefnemer doorloopt het proces zoals vastgelegd in het beleid; Iedere initiatiefnemer stelt een projectvoorstel op; Het deskundigenpanel geeft advies aan initiatiefnemer en gemeente(n) over projectvoorstellen. Dit toetsingskader geeft een verdere uitwerking van deze punten.
B.1
Faseren en openstellen gebieden
De individuele Kempengemeenten bepalen wanneer, waar en hoe ontwikkeld mag worden. De zoekgebieden voor grootschalige zonne- en windparken worden door de individuele Kempengemeenten opengesteld in fases. Tijdens de openstelling kunnen projectvoorstellen ingediend worden. De openstelling wordt vastgelegd door de Individuele Gemeenteraden. Mede op basis van de evaluatie van het beleid kunnen andere of nieuwe gebieden opengesteld worden. De Kempengemeenten informeren elkaar hier actief over. De zoekgebieden voor zonne- en windparken zoals vastgelegd in het beleid zijn weergegeven in onderstaande kaarten (zie ook Figuur 8 en Figuur 10 in het beleid). De open te stellen gebieden per gemeente worden bepaald door de Gemeenteraden.
50
B.2
Proces
Iedere initiatiefnemer doorloopt het proces zoals vastgelegd in de procestrechter in het beleid.
Initiatiefnemer heeft een projectidee Initiatiefnemer betrekt omgeving en stakeholders en ontwerpt samen met de omgeving een projectvoorstel Projectvoorstel wordt ingediend bij de gemeente Thematische en ruimtelijke toets door gemeente op projectvoorstel Gemeente vraagt advies aan bij het deskundigenpanel door het projectvoorstel aan hen voor te leggen Initiatiefnemer verbetert indien nodig projectvoorstel o.b.v. advies en aanbevelingen deskundigenpanel Verbeterd projectvoorstel wordt ingediend bij de gemeente in de vorm van een principe verzoek Gemeente neemt besluit over principe verzoek Indien positief: start vergunningsprocedure Indien vergunning verleend: start realisatie
Hieronder wordt de procestrechter verder uitgewerkt: Initiatiefnemer heeft een projectidee; inwoner of grondeigenaar. Initiatiefnemer betrekt omgeving en stakeholders en ontwerpt samen met de omgeving een projectvoorstel; Onder omgeving wordt in elk geval verstaan de omwonenden, grondeigenaren en bedrijven in het plangebied Onder stakeholders wordt in elk geval verstaan de elektriciteitsnetwerkbeheerder, natuurorganisaties, andere belangengroeperingen, etc. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk om 51
de juiste stakeholders de betrekken, bijvoorbeeld door eerst een stakeholders analyse op te stellen. Projectvoorstel wordt ingediend bij de gemeente; Een projectvoorstel voor een grootschalig zonne- of windpark wordt ingediend bij de gemeente(n) waar de initiatiefnemer wil ontwikkelen. Indien het plan het grondgebied van meerdere gemeenten betreft dan zal het verzoek bij alle betreffende gemeenten worden ingediend. Het projectvoorstel wordt digitaal ingediend via email bij de betreffende gemeente: info@Bergeijk.nl, info@bladel.nl , info@eersel.nl, info@oirschot.nl, gemeente@reuseldemierden.nl onder vermelding van Principe verzoek zonne- en of windpark [naam van project]. De Kempengemeenten informeren elkaar actief over de ingediende projectvoorstellen. De Kempengemeenten hebben ten minste ieder kwartaal ambtelijk overleg over de voortgang en uitvoering van het beleid. Ambtenaren Energietransitie7 en Ruimtelijke ordening zijn hierbij aanwezig en organiseren de overleggen. Overleggen worden voorafgaand aan het startend jaar voor een jaar ingepland. De vergaderlocatie rouleert. De beleidsmedewerker Energietransitie van de gemeente waar dit overleg plaatsvindt is notulist voor het overleg. Voorzittersrol in dit overleg rouleert tussen de andere aanwezigen van het overleg.
De Kempengemeenten hebben ten minste ieder kwartaal bestuurlijk overleg over de voortgang en uitvoering van het beleid. Portefeuillehouders Energietransitie8 en beleidsmedewerkers Energietransitie en Ruimtelijke Ordening zijn hierbij aanwezig. De ambtenaren Energietransitie organiseren de overleggen. Overleggen worden voorafgaand aan het startend jaar voor een jaar ingepland, a twee weken na het ambtelijk overleg. De vergaderlocatie rouleert. De beleidsmedewerker van de gemeente waar dit overleg plaatsvindt is notulist voor het overleg. De portefeuillehouder van de betreffende gemeente is voorzitter van het overleg. Het projectvoorstel heeft de inhoudsopgave zoals omschreven in paragraaf A3 van dit document. Thematische en ruimtelijke toets door gemeente op projectvoorstel; De gemeente is binnen haar eigen gemeentegrenzen verantwoordelijk voor de toetsing van een projectvoorstel. De gemeente toetst naast het beleid voor grootschalige zonne- en windprojectvoorstel voldoende is om een advies te vragen aan het deskundigenpanel. De gemeente toetst het projectvoorstel na afloop van de inschrijftermijn voor een specifiek gebied. Voor windparken geldt de voorwaarde dat ontwikkelplan per zoekgebied wordt opgesteld en ingediend. Dat betekent dat initiatiefnemers moeten samenwerken indien meerdere projectvoorstellen voor windparken in zoekgebied worden ingediend.
Wanneer na afloop van de inschrijftermijn blijkt dat projectinitiatieven door verschillende ontwikkelaars zijn ingediend, worden de afzonderlijke projectinitiatieven niet in behandeling genomen, maar wordt aan de initiatiefnemers gevraagd om een nieuw gezamenlijk projectvoorstel in te dienen. De gemeente bepaalt de termijn waarbinnen dit moet gebeuren. Gemeente vraagt advies aan bij het deskundigenpanel door het projectvoorstel aan hen voor te leggen; De gemeente levert de stukken digitaal aan. De werking van het deskundigenpanel wordt omschreven in A.5 van deze bijlage. Het deskundigenpanel geeft aanbevelingen aan initiatiefnemer. 7
Niet in iedere gemeente is de naam van de functie van de beleidsmedewerker hetzelfde. De benaming kan bijvoorbeeld ook beleidsmedewerker Duurzaamheid of Milieubeleidsmedewerker zijn. In elk geval wordt bedoeld de medewerker die de energietransitie in zijn/haar taakveld heeft. 8 Niet in elke gemeente is de benaming van de portefeuille van de verantwoordelijk bestuurder hetzelfde. In elk geval wordt bedoeld de wethouder die het onderwerp energietransitie in zijn/haar portefeuille heeft.
52
Initiatiefnemer verbetert indien nodig projectvoorstel o.b.v. advies en aanbevelingen deskundigenpanel ; In de aanbevelingen voor de initiatiefnemer staat de termijn waarbinnen het aangepast projectvoorstel ingediend kan worden. Indien de aanpassingen niet tijdig worden doorgevoerd, kan dit ertoe leiden dat de projectaanvraag niet wordt doorgeleid naar de volgende stap in de procedure. Verbeterd projectvoorstel wordt ingediend bij de gemeente in de vorm van een principe verzoek; De gemeente ontvangt het aangepaste projectvoorstel en zet deze door naar het deskundigenpanel Deskundigenpanel ontvangt aangepaste stukken en formuleert een advies aan de gemeente. Gemeente neemt besluit betreffende principeverzoek; De gemeente neemt op basis van het projectvoorstel en het advies van het deskundigenpanel een besluit over het wel of niet verlenen van (planologische) medewerking. De gemeente is niet verplicht het advies van het deskundigenpanel over te nemen en kan hier gemotiveerd van afwijken. Indien positief: start vergunningsprocedure; Op de website www.zonenwindindekempen.nl wordt gemeld wanneer een ruimtelijke procedure voor een zonne- of windpark wordt opgestart. De gemeente Eersel beheert de website en plaatst de berichten. De provincie is verantwoordelijk voor de ruimtelijke inpassing van windparken van 5 tot 100 MW.
De provincie kan deze bevoegdheid voor het verlenen van de omgevingsvergunning overdragen aan de gemeente. Indien er sprake is van een windpark zal het betreffende College van B&W aan Gedeputeerde Staten verzoeken de bevoegdheid voor het verlenen van de omgevingsvergunning over te dragen aan het gemeentebestuur. Indien naast de omgevingsvergunning een vergunning nodig is in het kader van de Wet natuurbescherming, dan blijft de provincie het bevoegd gezag. De betreffende gemeenteraad kan besluiten om de gemee 3.30 WRO) toe te passen. Indien vergunning verleend: start realisatie; Medewerking verlenen aan een principeverzoek betekent niet dat het initiatief zeker tot realisatie komt. Tijdens de ruimtelijke procedure tot het verlenen van de omgevingsvergunning kan alsnog blijken dat het initiatief niet haalbaar of niet wenselijk is op basis van onderzoeken in het projectMER voor een windpark, of ruimtelijke onderbouwing voor een zonnepark, de Wet natuurbescherming, zienswijzen of andere belemmeringen.
53
B.3
Projectvoorstel
- en windenergie in de kader. Al deze kaders samen zijn hieronder samengevat tot een checklist voor het projectvoorstel. Daarnaast is een specifieke hoofdstukindeling bepaald zodat projectvoorstellen uniform worden opgesteld en beoordeeld kunnen worden, te weten: 1. Inleiding 2. Parkontwerp 3. Participatie 4. Omschrijving vervolgproces Daarnaast gelden ook de volgende voorwaarden: De initiatiefnemer dient het projectvoorstel in conform het digitale aanvraagformulier; Het projectvoorstel wordt geschreven in de Nederlandse taal; Het projectvoorstel is ondertekend door of meer personen die bevoegd zijn om de aanvraag in te dienen; De initiatiefnemer kan aan de gemeente geen kosten in rekening brengen voor het uitwerken en indienen van een projectvoorstel; Door inschrijving gaat u akkoord met de gestelde procedurele eisen. Projectvoorstellen die niet aan de voorgeschreven vormvereisten voldoen kunnen niet getoetst en beoordeeld worden zoals gesteld in bijlage A.4. Dat betekent dat deze projectvoorstellen automatisch onvoldoende scoren en niet gehonoreerd zullen worden. Het projectvoorstel wordt getoetst aan de hand van de onderstaande checklist. Hoofdstuk
Checklist
1.
Voor de inleiding zijn geen specifieke punten uit het beleid waaraan het projectvoorstel moet voldoen.
Inleiding
De inleiding beschrijft hoe het projectidee is ontstaan en wie de initiatiefnemers zijn. 2.
Parkontwerp
Het hoofdstuk parkontwerp gaat in op alle ruimtelijke aspecten die in de beleidsnota zijn opgenomen.
Specifiek voor zonneparken: Het projectvoorstel beschrijft de omvang van het zonnepark, het landschapstype waarin het gelegen is, en toont duidelijk de ligging en begrenzing van een projectgebied, voorzien van een onderbouwing waarom de betreffende locatie past binnen de ruimtelijke strategie zonneparken in dit beleids- en toetsingskader van een gebied. Het projectvoorstel beschrijft onder welke trede van de zonneladder het voornemen valt. Indien de projectlocatie ligt binnen trede 4, beschrijft het projectvoorstel welke inzet is gepleegd om de treden 1 t/m 3 van de zonneladder te realiseren. Ook beschrijft het projectvoorstel de manier waarop invulling wordt gegeven aan de inspanningsverplichting tot het realiseren van zon op dak of het verwijderen van een VAB-locatie. Het projectvoorstel toont aan hoe en hoeveel zonnepanelen op dak worden gerealiseerd, als aanvulling op het grondgebonden zonnepark. Bij zowel de ontwikkeling van grote als middelgrote zonneparken geldt dat het projectvoorstel vergezeld moet gaan van een landschappelijk ontwerp.
54
Onderbouwd moet worden welke bouwhoogte wordt aangehouden, op welke wijze is aangesloten bij gebiedseigen randen en of beplanting/onder begroeiing wel of niet passend is. De landschappelijke onderbouwing in het projectvoorstel kan vervolgens worden uitgebreid tot een onderbouwing van de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan, een bestemmingsplanwijziging en/of vergunningaanvraag. Indien het zonnepark een dubbelfunctie heeft, moet deze in het projectvoorstel worden beschreven (bijvoorbeeld agrarisch gebruik, waterberging, overkapping parkeerterrein). Het projectvoorstel toont aan in welke mate met de aanleg van het zonnepark positieve effecten op de natuur worden bereikt. Voor projecten binnen de in het planMER aangewezen akker- en weidevogelgebieden dient uit het projectvoorstel duidelijk te worden dat er geen belangrijke nadelige effecten voor akker- en weidevogels optreden als gevolg van het project. Het projectvoorstel geeft aan hoe voorkomen wordt dat onomkeerbare effecten op de bodem plaatsvinden. Het projectvoorstel geeft aan of het zonnepark in of nabij aardkundige waardevolle gebieden ligt en wat de effecten hiervan zijn.
Indien een zonnepark op agrarische grond wordt ontwikkeld, moet het projectvoorstel een onderbouwing bevatten voor de keuze van de betreffende percelen waaruit blijkt dat de agrarische structuur wordt versterkt of ten minste niet wordt aangetast. Het projectvoorstel geeft inzicht of het zonnepark past in de gekozen plaatsingsstrategie van het gebied. De (productie)omvang van de projectlocatie wordt aangeduid en beargumenteerd wordt wat de relatie is met de omgeving. Indien bij een zonnepark sprake is van een VAB-locatie, wordt dit in het projectvoorstel omschreven. Specifiek voor windparken: Het projectvoorstel toont duidelijk de ligging en begrenzing van een projectgebied, met daarbinnen een overzicht van de geplande opstelpunten, voorzien van een onderbouwing waarom de betreffende locatie past binnen het beleids- en toetsingskader. Het projectvoorstel geeft inzicht in het parkontwerp (aantal, locatie en afmetingen) van het windpark en gaat daarbij in op de koppeling met bestaande landschappelijke structuren, de invloed op lokale landschappelijke kernkwaliteiten en de afstand tot bestaande of geplande andere windparken. Het projectvoorstel geeft inzicht in de gebruikswaarde, de belevingswaarde en toekomstwaarde in relatie tot het landschap. Het projectvoorstel geeft inzicht in de optimalisatiemogelijkheden op de projectlocatie en afstemming met projectlocaties in de omgeving.
De productieomvang van de projectlocatie wordt aangeduid en beargumenteerd wordt wat de relatie is met de omgeving . Voor zowel zonne- als windparken: Indien de combinatie van zonne- en windparken niet mogelijk is moet het projectvoorstel een toelichting bevatten van de reden(en) van deze onmogelijkheid.
55
Het projectvoorstel beschrijft op welke wijze het opruimen van het zonne- en/of windpark wordt gewaarborgd. 3.
Participatie
Het projectvoorstel omschrijft met welke rechtsvorm(en) het project ontwikkeld wordt.
Het hoofdstuk participatie beschrijft enerzijds de wijze waarop de omgeving is betrokken bij de inrichting van het project en anderzijds op welke wijze het project bijdraagt aan sociale randvoorwaarden waaraan het project voldoet. Beide aspecten dragen bij aan betrokkenheid en draagvlak.
Uit het projectvoorstel moet blijken op welke wijze de omgeving betrokken is bij de inrichting van het project. is voor inwoners en bedrijven van de individuele Kempengemeenten en onder welke voorwaarden. Het projectvoorstel moet beschrijven hoe hoog de storting in het omgevingsfonds is 1 per geproduceerde MWh), welke partijen in het bestuur van het fonds zitting nemen en hoe de bestemming van het geld wordt bepaald. Deze bestemmingen moeten een fysiek en/of ruimtelijk karakter hebben. Het fonds wordt beheerd door de omgeving. De omgeving zal dus bepalen waar de gelden aan besteed worden. Het projectvoorstel moet beschrijven hoe hoog de storting in het duurzaamheidsfonds is (minimaal 1 per geproduceerde MWh). Specifiek voor windparken: Het projectvoorstel omschrijft op welke wijze inwoners en grondeigenaren gekomen zijn tot gezamenlijk projectvoorstel. Het projectvoorstel toont aan op welke wijze gevolg is gegeven aan de eis voor gesocialiseerde gebiedsbijdrage. In het projectvoorstel moet zijn beschreven hoe hoog de gebiedsbijdrage is, hoe deze over de omgeving van het project is verdeeld en hoe deze tot stand is gekomen.
4.
Omschrijving vervolgproces
Voor het omschrijven van het vervolgproces zijn geen specifieke punten uit het beleid waaraan het projectvoorstel moet voldoen.
Het hoofdstuk vervolgproces beschrijft de processtappen die de initiatiefnemer gaat nemen indien een positief besluit is genomen op het principeverzoek.
56
B.4
Beoordelingskaders
Algemeen: De gemeente wil initiatieven zorgvuldig tot stand laten komen waarbij selectie plaatsvindt op basis van kwaliteit. De gemeente stelt gedurende een bepaalde periode een projectgebied open voor het indienen van projectvoorstellen. Alle initiatieven worden verzameld en na afloop getoetst aan de criteria. Het deskundigenpanel kent aan de hand van de beoordelingssystematiek punten toe. Inhoudelijke beoordeling: In paragraaf A.3 Projectvoorstel zijn de criteria beschreven waar een projectvoorstel aan moet voldoen. In de checklist zijn alle aandachtspunten uitgewerkt, waar een individuele score aan kan worden toegekend. Een projectvoorstel krijgt per aandachtspunt een score van 0, 2, 6, 8 of 10 punten. Per hoofdstuk wordt een eindscore berekend (gemiddelde van alle scores). De eindscore van het totale projectvoorstel wordt berekend op basis van een weging zoals hieronder beschreven. Een projectvoorstel waar op een of meerdere onderdelen 0 of 2 punten worden gescoord, vinden geen doorgang. De weging van de scores is als volgt: Inleiding Parkontwerp Participatie Omschrijving vervolgproces Totaal
5% 45% 45% 5% 100%
Scoregrondslag per beoordelingsaspect Cijfer 10
Waardering Uitstekend
8
Goed
6
Voldoende
2
Onvoldoende
0
Niets ingevuld
Omschrijving Het projectvoorstel toont aan dat het onderwerp zeer goed is beschreven en roept geen vragen meer op. Het biedt exwaarde zijn gesteld. Het projectvoorstel is helder beschreven en geeft goed inzicht welke prestatie het initiatief levert, dan wel welke kwaliteit wordt behouden. Het initiatief roept geen vragen op. Het projectvoorstel biedt voldoende aanknopingspunten om ervan uit te gaan dat wordt voldaan aan de minimale voorwaarden uit het beleid. Op ondergeschikte onderdelen kan de tekst nog vragen oproepen over de uitvoering in de realisatiefase. Het projectvoorstel toont onvoldoende aan dat wordt voldaan aan het beleid. De omschrijving roept veel vragen op, waardoor onvoldoende vertrouwen aanwezig is dat aan de voorwaarden wordt voldaan. Het projectvoorstel is niet of nauwelijks te beoordelen. Het projectvoorstel toont niet aan dat wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden.
57
B.5
Het deskundigenpanel
Het deskundigenpanel heeft
, maar geven de initiatiefnemer ook aanbevelingen voor de verbetering van het projectvoorstel. De initiatiefnemer is vrij om verbeteringen door te voeren. De betreffende gemeente(n) nemen het advies van het deskundigenpanel mee in hun afweging om wel of geen medewerking te verlenen aan het starten van de ruimtelijke procedure voor het verlenen van een omgevingsvergunning. Taken van het deskundigenpanel De taak van het deskundigenpanel is tweeledig: Projectvoorstellen die (nog) niet aan de eisen uit het beleids- en toetsingskader voldoen voorzien van aanbevelingen aan de initiatiefnemer om het voorstel te verbeteren. Zo worden de beste plannen gerealiseerd. Verbeterde projectvoorstellen beoordelen aan de hand van de beoordelingskaders en voorzien van een advies aan de gemeente. Wanneer komt het deskundigenpanel in actie Een projectvoorstel wordt door de initiatiefnemers ingediend bij de betreffende gemeente(n). De gemeente bepaalt of het projectvoorstel voldoende is om doorgezet te worden aan het deskundigenpanel . Indien de gemeente beoordeelt dat het projectvoorstel onvoldoende en/of onwenselijk is, zal het dus ook niet voorgelegd worden aan het deskundigenpanel.
Alle projectvoorstellen die naar het deskundigenpanel gaan zijn inzichtelijk voor de vijf Kempengemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-de Mierden, ongeacht welk grondgebied het projectvoorstel betreft. Het deskundigenpanel beoordeelt het projectvoorstel en brengt advies uit. De initiatiefnemer krijgt aanbevelingen die leiden tot aanpassing van het projectvoorstel. De initiatiefnemer kan het projectvoorstel aanpassen. Indien nodig wordt het aangepaste projectvoorstel voor de tweede keer beoordeeld door het deskundigenpanel. Een adviesronde bestaat uit aanbevelingen op het projectvoorstel aan initiatiefnemer, eenmaal kans om te verbeteren en een eindadvies aan gemeenten over het aangepaste projectvoorstel. Het aangepaste projectvoorstel wordt door de initiatiefnemer ingediend als principeverzoek. Samenstelling van het deskundigenpanel Het deskundigenpanel bestaat uit een aantal inhoudelijke experts, op het gebied van: Voorzitter; deze rol wordt vervuld door de beleidsmedewerker energietransitie van de betreffende gemeente. De voorzitter leidt de gesprekken van het deskundigenpanel , is verantwoordelijk voor de bemensing van het deskundigenpanel en onderhoudt een relevant netwerk aan deskundigen om ervoor te zorgen dat eventuele pieken- en dalen in projectvoorstellen opgevangen kunnen worden.
Vanzelfsprekend is het onderhouden van een relevant netwerk vooral bedoeld om de kwaliteit van het deskundigenpanel te waarborgen. Secretaris; deze rol wordt vervuld door een medewerker van de betreffende gemeente. De secretaris is verantwoordelijk voor het organiseren en plannen van de bijeenkomsten van het deskundigenpanel , reserveert de vergaderlocatie, levert de stukken aan, maakt de agen bij het schrijven van de aanbevelingen en het advies. Landschapsdeskundige; deze rol wordt ingevuld door de landschapsdeskundige van de betreffende gemeente. Indien gewenst kan de betreffende gemeente een externe landschapsdeskundige inschakelen.. 58
Specialist Ruimtelijke Ordening (RO); deze rol wordt vervuld door een RO medewerker van de betreffende gemeente. Deze specialist is verantwoordelijk voor het beoordelen van de ruimtelijke voorwaarden die in het beleid worden gesteld. Ecologie; deze rol kan worden ingevuld door de ecoloog van de betreffende gemeente. Indien gewenst kan door de betreffende gemeente een externe ecoloog inschakelen. Participatie specialist; deze rol wordt vervuld door een externe specialist op het gebied van participatie bij zonne- en windparken. Deze specialist is verantwoordelijk voor het beoordelen van de sociaal-maatschappelijke voorwaarden die in het beleid worden gesteld en de mate waarin de omgeving betrokken is bij het plan. Specialist f deze rol wordt vervuld door een externe specialist - en windparken. Deze specialist is vera energetische haalbaarheid. Deze specialist beoordeelt ook in welke mate het project bijdraagt aan optimale benutting van het zoekgebied. De samenstelling van het deskundigenpanel kan verschillen per samenkomst. Het deskundigenpanel wordt door de vijf Kempengemeenten samengesteld op basis van interne en externe beschikbaarheid en geschiktheid binnen de verschillende specialismes. Hoe toetst het deskundigenpanel Het deskundigenpanel toetst aan de hand van de beoordelingskaders zoals opgenomen in paragraaf A.4 van dit document.
Kosten deskundigenpanel Het deskundigenpanel wordt bekostigd door de Kempengemeenten en door de initiatiefnemers van een projectvoorstel. Iedere gemeente bepaalt zelf, op basis van haar eigen inzicht, welk projectvoorstel als realistisch- en uitvoerbaar aangemerkt kan worden en welke dus geselecteerd wordt voor aanvullend onderzoeken advies (door het deskundigenpanel) met als gevolge De eerste beoordeling- en advies van Het deskundigenpanel wordt door de Kempengemeenten bekostigd en dan specifiek bekostigd door de betreffende gemeente op wiens grondgebied het projectvoorstel gerealiseerd dient te worden; Mocht blijken dat er binnen het projectvoorstel dermate veel ruimte is tot bijvoorbeeld verbetering en aanvullend onderzoek, dan brengt Het deskundigenpanel een negatief advies uit voor het projectvoorstel (inclusief advies betreffende benodigde aanpassingen). Wanneer deze aanvullingen/aanpassingen uitgevoerd zijn, dan kan het projectvoorstel opnieuw ingediend worden bij de gemeente. Het deskundigenpanel beoordeelt vervolgens desgewenst het projectvoorstel opnieuw met als gevolg dat de kosten voortvloeiend uit dit advies op kosten van de initiatiefnemer komen. e advies) vanuit Het deskundigenpanel wordt bekostigd door de initiatiefnemer van het projectvoorstel.
59