Bijlage 4 Toelichting herstelbesluit Loo'se Tuinen fase 2
Tekst van het document
Hierin wordt aangegeven op welke wijze de komende jaren, met een doorkijk naar de toekomst, invulling wordt gegeven aan de zorgtaken rondom afval-, hemel- en grondwater. In dit document wordt ook ingegaan op hemelwaterzorgplicht. Het verwerken van het hemelwater op eigen terrein is daarbij een belangrijk speerpunt voor de komende jaren. Voor nieuwbouw is het verplicht om 60 mm waterberging op eigen terrein te realiseren. Als dit aantoonbaar niet
CroonenBuro5
22
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
Gemeente Bergeijk
doelmatig/haalbaar is of transport naar een opvanglocatie buiten het plangebied doelmatiger is, dan is verwerking buiten het plangebied toegestaan.
4.10.3 Eerder proces In het kader van de ontwikkeling van ’t Loo is in 2007 het ontwikkelbestemmingsplan opgesteld. Na onverwachte inundatie in 2010 heeft een serie onderzoeken en overleggen plaatsgevonden. Deze onderzoeken zijn opgenomen in het geldende bestemmingsplan, zoals vastgesteld in 2017. Doel hiervan was de waterhuishoudkundige situatie zo aan te passen dat wateroverlast in de toekomst zo goed mogelijk wordt voorkomen. Alle rapporten behorende bij dit proces zijn opgenomen in de bijlagen 6 t/m 8 van het voorliggende bestemmingsplan. De meeste maatregelen, die tijdens dit proces zijn bedacht, zijn op dit moment al uitgevoerd. Vanaf paragraaf 4.10.4 wordt ingegaan op de eerder opgestelde plannen en gemaakte afspraken. In de twee uitgevoerde onderzoeken is reeds rekening gehouden met de ontwikkeling van de Loo’se tuinen fase 2. Om deze reden zijn geen nieuwe afspraken gemaakt over de bergingsruimte voor water. De wijze waarop met water wordt omgegaan wijzigt niet. Het detailniveau van de eerder gemaakte afspraken, in bijvoorbeeld watervergunningprocedures, is niet opgenomen in dit bestemmingsplan. Daarnaast is deze procedure niet bedoeld om alle eerder gemaakte afspraken te herbevestigen.
4.10.4 Waterhuishoudkundige systeem Terlo In het kader van de realisering van Terlo is een waterhuishoudingsplan opgesteld (Waterhuishoudingsplan Ontwikkelingslocatie Terlo, Bergeijk, Oranjewoud, 8 november 2010). Aanvullend op dit waterhuishoudingsplan is een onderzoek uitgevoerd naar het functioneren van de Breerijt (Functioneren Breerijt, Arcadis, 14 juli 2011), naar aanleiding van de overstroming van het gebied op 13 en 14 november 2010. In de rapportage zijn ook maatregelen buiten Terlo opgenomen om de capaciteit van het watersysteem te vergroten. In deze rapportages zijn de kenmerken en het functioneren van het oude watersysteem en nieuwe watersysteem beschreven. Beide rapportages zijn goedgekeurd door Waterschap De Dommel en beoordeeld door Artesia (Hydrologisch neutraal bouwen van de wijk Terlo in Bergeijk, beoordeling maatregelen, Artesia, 1 juli 2011). Eén van de buiten Terlo genomen maatregelen om de capaciteit van het watersysteem te vergroten, is de tijdelijke berging in de natuurtuin (R5). Deze berging is integraal onderdeel van de oplossing die is ontworpen voor de bergingsproblemen binnen de waterhuishouding van Terlo. Berging R5 is een tijdelijke berging in die zin dat hier niet permanent water geborgen wordt, maar dat de berging alleen bij hevige/lange regenbuien gebruikt wordt. De berging als zodanig is permanent en inmiddels volledig gerealiseerd.
CroonenBuro5
23
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
Gemeente Bergeijk
Tekening waterberging R5 (ligt buiten plangebied)
4.10.5 Waterhuishoudkundig plan Om te komen tot een optimale waterhuishouding heeft er in het kader van de watertoets van Terlo op diverse momenten overleg plaatsgevonden tussen de gemeente Bergeijk, Waterschap De Dommel, de stedenbouwkundige en Oranjewoud. Uit de overleggen is gebleken dat het watersysteem in de huidige situatie vrij kritisch is. Vooral de bewoners kijken sceptisch naar de plannen, vanwege wateroverlast in het verleden. Door al in het beginstadium met de waterbeheerders de wensen en eisen ten aanzien van het toekomstige watersysteem te bespreken en in het ontwerp voldoende ruimte te reserveren voor de berging van water is ten behoeve van het bestemmingsplan Terlo een robuust waterhuishoudkundig ontwerp opgesteld. Het waterhuishoudingsplan is als bijlage bij voorliggend bestemmingsplan opgenomen. Onderstaand is een korte samenvatting van dit waterhuishoudingsplan opgenomen.
Huidige situatie Het plangebied Terlo is in totaal circa 10 hectare groot en heeft een hoogteligging tussen NAP + 30,5 meter en NAP + 32,5 meter. Grof genomen bestaat de bodem uit matig fijn zand dat zwak tot matig siltig is en plaatselijk matig humeus. Op grotere diepten (> 1,50 m-mv) komt plaatselijk matig grof zand voor. In maart 2006 is door Oranjewoud een infiltratieonderzoek uitgevoerd. Uit de metingen blijkt dat de gemiddelde doorlatendheid in Terlo 0,1 m/dag is. De locatie leent zich dan ook niet voor het infiltreren van hemelwater. Op basis van meetgegevens uit peilbuizen in het plangebied kan worden geconcludeerd dat het grondwater in Terlo behoorlijk kan stijgen. Door Terlo stroomt de Breerijt. Ten zuiden van het bebouwde gebied van Bergeijk stroomt de Keersop. In Terlo lopen verder nog enkele watergangen tussen de Weebosserweg en de Breerijt. De Breerijt is op diverse plaatsen overkluisd en heeft een afvoerende functie. Het gebied ten noorden van de Weebosserweg en buurtschap Lage Berkt watert af op de Breerijt. Ten westen van Terlo en de voetbalvelden stroomt watergang KS26. Deze watergang zorgt voor de afwatering van de landbouwgebieden ten westen van Terlo.
CroonenBuro5
24
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
Gemeente Bergeijk
Het watersysteem Op basis van de uitgangspunten, randvoorwaarden en wensen van Waterschap De Dommel en de gemeente is een ontwerp voor een watersysteem gemaakt, dat inmiddels ook al is uitgevoerd. Het watersysteem van Terlo wordt gekenmerkt door een aantal waterpartijen waarvoor deels de Breerijt ter hoogte van het plangebied wordt verbreed en verdiept. De waterpartijen functioneren als waterbergingsvoorziening. Bij de verschillende keuzen ten aanzien van het watersysteem hebben de grondwaterstanden een grote invloed gehad. Door de regulering van het watersysteem wordt de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse van Terlo aanzienlijk verbeterd. Het watersysteem wordt met deze invulling robuuster en de kansen op overlast (vanuit grond- of oppervlaktewater) worden kleiner. De huidige watergang de Breerijt is plaatselijk verbreed, waardoor grote waterpartijen ontstaan. De waterpartijen fungeren als waterberging voor het hemelwater afkomstig van de (toekomstige) bebouwing en verharding. In de waterpartij wordt water geborgen door tijdelijk een peilstijging (met behulp van een stuw met opening) toe te staan. Wanneer de berging ‘vol’ is wordt ongelimiteerd afgevoerd over de stuw. Bij extreme situaties (T=100) wordt een peilstijging tot maximaal 31,80 m+ NAP geaccepteerd. Het uitgangspunt is hierbij dat geen inundatie optreedt vanuit het oppervlaktewater.
Na een regenperiode neemt het waterpeil langzaam af door het vertraagd afvoeren van het water via de opening in de stuw. De huidige maatgevende afvoer vanuit het achterliggende afwateringsgebied wordt gewaarborgd. De waterpartij dient, gezien de beoogde beeldkwaliteit, gedurende het gehele seizoen watervoerend te zijn. Voldoende doorstroming en waterdiepte vormen de belangrijkste randvoorwaarden voor een goede waterkwaliteit. De waterpartij staat gedurende het gehele jaar in direct contact met het grondwater (wordt dus niet bedekt met klei), dit bevordert de waterkwaliteit. Wanneer het regent is hemelwater de belangrijkste toevoer van water naar de waterpartij. Doordat de waterpartij beïnvloed wordt door het grondwater is bij het ontwerp rekening gehouden met de hoogst en laagst voorkomende grondwaterstand. Het hemelwater afkomstig van daken en bestrating wordt via een hemelwaterriool afgevoerd naar het oppervlaktewater. Alle woningen in het plangebied Terlo (en de nieuwe basisschool) worden aangesloten op een nieuw aan te leggen vuilwaterriool. Het nieuwe vuilwaterriool wordt via een nieuw rioolgemaal aangesloten op het bestaand gemeentelijk gemengde rioolstelsel.
Ontwatering In Terlo kan de grondwaterstand in de huidige situatie vrij hoog komen in de nattere perioden van het jaar. Voor de toekomstige wegen en woningen gelden minimumeisen voor de benodigde ontwateringsdiepte. Het ophogen van sommige delen van het plangebied is noodzakelijk om aan de ontwateringeisen te voldoen zonder dat de grondwaterstand structureel verlaagd wordt. De mate van ophoging varieert. Naast de ophoging wordt het plangebied voorzien van drainage. In de cunetten van de wegen in het plangebied wordt een drainagestelsel aangelegd. De drainage wordt afgestemd op de gemiddeld hoogste grondwaterstand.
Wateropgave Voor Terlo is een waterbalans opgesteld waarmee inzichtelijk is gemaakt hoeveel hemelwater binnen het plangebied moet worden geborgen om te voldoen aan de normen van het waterschap. Voor het plangebied Terlo is ten tijde van het opstellen van het voorgaande bestemmingsplan met het waterschap afgesproken dat 40 mm water binnen het plangebied moet worden geborgen, deze hoeveelheid komt overeen met een bui die eens in de 10 jaar (T=10) voorkomt. Onder extreme omstandigheden, een bui die eens in de 100 jaar (T=100) voorkomt, mag in het plangebied geen schade ontstaan door overstroming van het oppervlaktewater. Uit de berekening blijkt dat het
CroonenBuro5
25
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
Gemeente Bergeijk
watersysteem voldoet aan de gestelde normen van het waterschap. Een bui met een herhalingstijd van 10 jaar kan volledig worden geborgen en de T=100-bui blijft ruim onder de vloer- en wegpeilen. Aangezien Natuurtuin ‘t Loo en het perceel Weebosserweg 29 laag liggen, wordt een gronddam aangelegd, met de kruin op NAP+31,80 m, om inundatie vanuit het plangebied Terlo bij een T=100 situatie te voorkomen.
4.10.6 Onderzoek functioneren Breerijt In het weekend van 13 en 14 november 2010 overstroomde de Breerijt in Bergeijk. In het gebied dat overstroomde, wordt de uitbreiding Terlo gerealiseerd. Op basis van het waterhuishoudingsplan Terlo (zie voorgaande subparagraaf), de hydraulische berekeningen en de kennis van gemeente en waterschap kon niet worden verklaard waarom het gebied is overstroomd. Omdat de kans bestaat dat de Breerijt in de toekomst weer overstroomt, is het functioneren van de Breerijt beter inzichtelijk gemaakt en zijn maatregelen bepaald om overlast als gevolg van een overstroming beheersbaar te houden. De resultaten van dit onderzoek zijn beschreven in de rapportage ‘Functioneren Breerijt’. In de rapportage wordt als eerste kort ingegaan op de waterhuishouding van het gebied. Vervolgens wordt het resultaat beschreven van het onderzoek dat is uitgevoerd om het functioneren beter in beeld te krijgen. Tenslotte wordt ingegaan op de maatregelen die kunnen worden genomen om het functioneren te verbeteren en overstromingen in uitzonderlijke situaties beheersbaar te houden. Uit het onderzoek blijkt dat de overstroming is veroorzaakt door een te kleine afvoercapaciteit van de Breerijt bij hoge debieten als gevolg van de hevige regenval (1 keer in 20 jaar). Vooral de overkluizing in de straat Breerijt geeft veel opstuwing.
Door de realisatie van het woongebied Terlo bestaat het risico dat elders de lagere gebieden bij hevige regenval overstromen doordat het gebied waar de Breerijt nu overstroomt wordt opgehoogd. De maatregelen die volgen uit de rapportage zijn: realiseren waterbergingen ten noorden van voetbalvelden en ter plaatse van het speelveld; ‘bypass voor de Breerijt door middel van een overkluizing in de Weebosserweg; hoger stuwpeil in vijverpartijen plangebied; instellen van een zomer- en winterpeil in de waterpartijen van Terlo; aanpassen van watergangen en duikers langs de Weebosserweg. Uit de hydrologische berekeningen blijkt dat met deze maatregelen de situatie aanzienlijk verbeterd en wateroverlast bij soortgelijke buien als in november 2010 redelijkerwijs kan worden voorkomen, zonder dat problemen naar andere locaties worden verschoven.
4.10.7 Hydrologisch Neutraal Bouwen van de wijk Terlo in Bergeijk Naar aanleiding van bezwaren op het waterhuishoudkundig plan en de geplande maatregelen heeft Artesia een rapportage opgesteld waarin wordt ingegaan op de zekerheden en onzekerheden van het hydrologische functioneren van de Breerijt en op de effectiviteit van de beoogde maatregelen om Terlo hydrologisch neutraal te ontwikkelen. In de rapportage ‘Functioneren Breerijt’ is door analyse van veldmetingen en door ondersteunende berekeningen overtuigend aangetoond dat de voorgestelde aanvullende maatregelen de wateroverlastproblematiek rond de Breerijt zeer sterk reduceren.
4.10.8 Wateropgave plangebied In het waterhuishoudingsplan voor Terlo is een waterbalans opgesteld waarmee inzichtelijk is gemaakt hoeveel hemelwater binnen het plangebied wordt geborgen. Met het waterschap is ten tijde van het opstellen van het voorgaande bestemmingsplan afgesproken dat 40 mm water binnen het plangebied wordt geborgen, deze hoeveelheid komt overeen met een bui die eens in de 10
CroonenBuro5
26
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
Gemeente Bergeijk
jaar voorkomt. Bij een bui die eens de 100 jaar voorkomt wordt 69 mm geborgen. Het waterhuishoudkundig systeem is hierop gedimensioneerd. Bij nieuwe plannen adviseert het waterschap op basis van de Keur om 60 mm te bergen. Gezien de bergingsruimte van 69 mm voor een T=100 bui zou de berekende berging ook conform de huidige Keur voldoen. In het kader van het beroep tegen dit bestemmingsplan Loo’se tuinen en het herstelbesluit van de gemeenteraad is de situatie opnieuw doorgerekend, met voor de nog niet gerealiseerde delen de eis van 60 mm berging. Hieruit wordt geconcludeerd dat de extra bergingsopgave van de ontwikkeling Loo’se Tuinen Fase 2 kan worden ingepast door het aanbrengen van zogenaamde Rockflow onder de verharding in openbaar gebied. Het plangebied van dit bestemmingsplan is onderdeel van het totale ontwikkelingsgebied Terlo en is dus meegenomen bij het bepalen van de wateropgave in het waterhuishoudingsplan. Het verhardingspercentage van het gebied dat binnen de grens van voorliggend bestemmingsplan valt, wordt niet hoger ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. De bergingsopgave blijft derhalve ongewijzigd. Geconcludeerd kan worden dat voorliggend bestemmingsplan past binnen de kaders van het waterhuishoudkundig plan voor Terlo en de daarin geformuleerde wateropgave. Aanpassing of aanvulling van het waterhuishoudkundig plan is daarom niet noodzakelijk.
Ondanks dat het gehele plangebied Terlo, inclusief Loo’se tuinen al geruime tijd geleden is ingericht op basis van het waterhuishoudkundig plan dat onder het moederplan ligt, wordt een regeling toegevoegd aan het bestemmingsplan die ook de waterberging in deze laatste fase borgt.
4.10.9 Geen nieuwe bouwontwikkeling Dit bestemmingsplan is een consoliderend bestemmingsplan en de water gerelateerde zaken zijn al in het voorgaande bestemmingsplan of middels de eerder uitgevoerde onderzoeken bepaald. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die extra druk leggen op de waterhuishouding door bijvoorbeeld een toename van verharding of een afname van het bergend vermogen.
4.10.10 Overleg met het waterschap In het kader van het opstellen van het waterhuishoudingsplan en de daarop volgende rapportages heeft veelvuldig overleg plaatsgevonden met Waterschap De Dommel.
4.11
Archeologie en cultuurhistorie Het grondgebied van Bergeijk kent een rijke historie, waardoor veel cultuurhistorisch en archeologisch waardevolle elementen aanwezig zijn. Naast een rijk archeologisch bodemarchief zijn onder andere de historische lintstructuren, de structuur van het landschap en de aanwezigheid van monumentale en beeldbepalende gebouwen van cultuurhistorische betekenis. Gemeenten zijn grotendeels verantwoordelijk voor het behoud van het archeologisch en cultuurhistorisch erfgoed. Om inzicht te krijgen in de aanwezige en te verwachten cultuurhistorische waarden is door de Kempengemeenten en A2-gemeenten een gezamenlijk erfgoedplan opgesteld. Het erfgoedplan bevat een uitgebreide inventarisatie van de archeologische en cultuurhistorische (verwachtings)waarden binnen het grondgebied van de betrokken gemeenten en een aanzet voor een integraal cultuurhistorisch beleid. De Erfgoedverordening gemeente Bergeijk 2012 is op 19 april 2012 vastgesteld. De erfgoedkaart behorende bij het erfgoedplan bestaat uit drie delen: een inventarisatiekaart (die op zijn beurt is onderverdeeld in kaarten betreffende het archeologisch, historisch en fysisch landschap en een verstoringenkaart), verwachtingen- en waardenkaarten voor archeologie en cultuurhistorie en beleidskaarten voor archeologie en cultuurhistorie. Op de beleidskaarten zijn de
CroonenBuro5
27
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
Gemeente Bergeijk
inventarisatie en waardering van archeologische en cultuurhistorische elementen samengebracht en geconcretiseerd. De beleidskaarten vormen de basis voor het gemeentelijk beleid op het gebied van cultuurhistorie en kunnen worden vertaald in bestemmingsplannen.
4.11.1 Archeologie Archeologische waarden Op de archeologische beleidskaart, die deel uitmaakt van de erfgoedverordening, zijn de archeologische (verwachtings)waarden voor het hele gemeentelijk grondgebied in beeld gebracht. Op basis van een analyse van landschappelijke, bodemkundige en archeologische informatie is een vlakdekkende kaart opgesteld. Binnen het grondgebied van de gemeente Bergeijk is een aantal terreinen met een monumentale status aanwezig en bevinden zich diverse gebieden van archeologische waarde. Daarnaast kunnen vier archeologische verwachtingszones worden onderscheiden. Ook kunnen gebieden worden aangemerkt waarvoor geen archeologische verwachting geldt. Op de beleidskaart wordt onderscheid gemaakt in 7 categorieën: categorie 1: archeologisch monument; categorie 2: gebied van archeologische waarde; categorie 3: gebied met hoge verwachting (historische kernen en linten); categorie 4: gebied met hoge verwachting; categorie 5: gebied met middelhoge verwachting; categorie 6: gebied met lage verwachting; categorie 7: gebied zonder archeologische verwachting.
Toetsing initiatief Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan wordt gezien als een gebied met hoge archeologische verwachtingen (categorie 3 en 4.2). Categorie 3 is opgenomen omdat het plangebied nabij een historisch lint (straat Loo) is gelegen. De voor ‘Waarde – Archeologie 3’ en 4.2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond verwachte archeologische waarden. In dit bestemmingsplan zijn de bovengenoemde dubbelbestemmingen onveranderd overgenomen. De potentieel aanwezige archeologische waarden worden door de in het plan opgenomen dubbelbestemming voldoende beschermd. In de verbeelding, behorende bij dit plan is de dubbelbestemming overgenomen zoals in het bestemmingsplan ‘Terlo 2017’ vigeert, zodat bij eventuele verdere ontwikkelingen aangetoond moet worden dat er geen aantasting van de archeologische waarden plaatsvindt. Er heeft door Antea Group een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen plaatsgevonden (december 2020). Tijdens het archeologisch booronderzoek is gebleken dat de bodemopbouw verstoord is; nergens zijn horizonten (restanten) van een oorspronkelijke podzol aanwezig. De verstoring heeft plaatsgevonden tot voorbij een potentieel archeologisch vlak.
De kans op het aantreffen van archeologische resten wordt dan ook als zeer lag ingeschat. Het advies op basis van de resultaten van het veldwerk luidt dan ook om de archeologische verwachting bij te stellen naar laag en de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken zonder verder archeologisch onderzoek uit te voeren. Bovenstaande is een advies. Het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze de gemeente Bergeijk. Dit besluit is nog niet genomen en vooralsnog is daarom in het ontwerpbestemmingsplan de dubbelbestemming overgenomen.
CroonenBuro5
28
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
Gemeente Bergeijk
Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.
4.11.2 Cultuurhistorie Toetsing initiatief Bij de planvorming van de locatie is rekening gehouden met de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het gebied. Het initiatief past binnen de stedenbouwkundige opzet. Er is geen sprake van de aantasting van cultuurhistorische waarden.
4.12
Verkeer en parkeren Het verkeer zal ontsloten worden op de bestaande Terlostraat. Met het voornemen zal de verkeersdruk op de Terlosestraat niet significant toenemen. Voor het parkeren is een berekening gemaakt voor zowel 1e als 2e fase. Het plangebied Loo’se tuinen (fase 1 plus fase 2) omvat 34 woningen. Bij deze berekening is uitgegaan van het gemeentelijk parkeerbeleid, dat aansluit bij de CROW richtlijnen. Uit de berekening blijkt dat er 74 parkeerplaatsen nodig zijn. Daarvan worden er 28,6 op eigen terrein aangelegd. Hierdoor zijn er 45,1 parkeerplaatsen in het openbaar nodig. Er worden 40 parkeerplaatsen aan het openbaar gebied toegevoegd. Dat zijn in beginsel 5 parkeerplaatsen te weinig.
CroonenBuro5
29
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
Gemeente Bergeijk
De parkeernota van de gemeente Bergeijk d.d. september 2022 maakt echter zogenaamd dubbelgebruik mogelijk. De parkeernormen zijn gebaseerd op de maximale behoefte, terwijl dit per moment van de dag kan verschillen. Dubbelgebruik geeft inzicht in de daadwerkelijk parkeerbehoefte en biedt daarmee ook de mogelijkheid voor een efficiënte inrichting van de ruimte. Als gevolg van de ontwikkeling wordt het terrein voor het gemeenschapshuis heringericht. Hier waren in de oude situatie 17 parkeerplaatsen beschikbaar, waarvan twee mindervalidenparkeerplaatsen. Bij het woonrijp maken zullen er 17 parkeerplaatsen voor het gemeenschapshuis terugkomen. Daarnaast is er een bestaande openbare parkeerplaats met 16 plekken, die gebruikt wordt voor gemeenschapshuis en school. Naast de 40 extra parkeerplaatsen zijn er dus 33 parkeerplaatsen in de openbare ruimte beschikbaar. In de norm voor het parkeren is per woning rekening gehouden met 0,3 parkeerplaats voor bezoekers. Dat betekent dat er in het totaal van 74 parkeerplaatsen 10,2 bedoeld zijn voor bezoekers. Daarvan kunnen er sowieso 5 worden opgevangen in de nieuw aan te leggen parkeerplaatsen. De 5 resterende parkeerplaatsen kunnen door middel van dubbelgebruik worden opgevangen op de bestaande 33 openbare parkeerplekken.
Met name op het moment dat de parkeerdruk voor wonen hoog is, in de avond en nacht is de parkeerbehoefte voor de school juist laag.
Inrichting openbaar gebied
CroonenBuro5
30
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
4.13
Gemeente Bergeijk
Besluit milieueffectrapportage
4.13.1 Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd.
Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.- beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd.
4.13.2 Activiteiten en drempelwaarden In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (D11.2) opgenomen. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1° een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2° een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3° een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het plan voorziet in maximaal 13 woningen. Het plangebied heeft een grootte van circa 0,27 hectare. De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de drempel van 2.000 woningen en/of 100 hectare zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.- beoordelingsplichting. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht.
4.13.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. De criteria vallen uiteen in criteria betreffende de:
CroonenBuro5
31
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
Gemeente Bergeijk
kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.
4.13.4 Toetsing initiatief Kenmerken van het project Het plan aan van de Terlostraat voorziet in de herontwikkeling van een voormalig agrarisch bedrijf op het perceel Frater Romboutsstraat 4a en braakliggend terrein achter de woningen aan de straat Loo. Het plan maakt onderdeel uit van een grotere ontwikkeling genaamd Loo’se Tuinen en is om deze reden opgeknipt in twee fases. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van fase 2. Fase 2 bestaat uit 13 grondgebonden woningen, waarvan 5 rijwoningen, 4 geschakelde woningen en 4 twee-onder-een-kapwoningen. Tevens is ruimte gereserveerd voor verhardingen, parkeerplaatsen, tuinen en (achter)paden. De initiatiefnemer is voornemens de woningen te ontwikkelen zonder gasaansluiting. Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten en de ontwikkeling heeft geen gevolgen voor natuurlijke hulpbronnen. Er wordt bijvoorbeeld geen grondwater onttrokken of grondstoffen in de omgeving gedolven. Er is geen sprake van de productie van afvalstoffen, anders dan regulier huishoudelijk afval. Plaats van het project Het project wordt uitgevoerd op een deel van de voormalige locatie van het agrarische bedrijf op het perceel Frater Romboutsstraat 4a en enkele braakliggende gronden. De locatie ligt in het bestaand bebouwd gebied van Bergeijk. De omgeving bestaat uit grondgebonden woningen.
Ten noorden is fase 1 van de Loo’se Tuinen gerealiseerd. Ten zuiden van de straat Loo is het buitengebied van Bergeijk gelegen. Binnen het plangebied is geen sprake van bijzondere landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarden die de ontwikkeling van het woningbouwproject in de weg staan. Uit het ecologisch onderzoek blijkt dat het plangebied niet ligt in beschermde gebieden (Natura 2000 en NNB). Door middel van een stikstofonderzoek is voldoende aannemelijk gemaakt, dat effecten van de plannen op de beschermde gebieden in de ruimere omgeving uitgesloten zijn. Kenmerken van het potentiële effect De effecten van het project blijven, zoals ook blijkt uit de voorgaande, beperkt tot het plangebied en de directe omgeving daarvan. Het plangebied zelf wordt ontwikkeld naar 13 grondgebonden woningen. De effecten zijn beperkt en de ontwikkeling van het woningbouwproject aan de Terlostraat stuit niet op bezwaren (zie de voorgaande aspecten). Er is zeker geen sprake van ‘belangrijke nadelige’ milieueffecten.
4.13.5 Conclusie In het kader van het bestemmingsplan is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de ontwikkelingen. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.- beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure.
CroonenBuro5
32
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
5
Gemeente Bergeijk
Juridische planopzet Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor 13 grondgebonden woningen in Terlo Bergeijk. In dit hoofdstuk is een toelichting op de systematiek en de inhoud van de verschillende toegekende bestemmingen van het bestemmingsplan gegeven.
5.1
Juridische planopzet De bij dit plan behorende regels zijn opgenomen in 4 hoofdstukken: hoofdstuk 1 – Inleidende regels; hoofdstuk 2 – Bestemmingsregels; hoofdstuk 3 – Algemene regels; hoofdstuk 4 – Overgangs- en slotregels. Deze hoofdstukindeling is conform de richtlijnen uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). In hoofdstuk 1 worden ter voorkoming van interpretatieproblemen in de regels gebruikte begrippen nader verklaard. Ook wordt aangegeven op welke wijze in de regels gebruikte afmetingen gemeten moeten worden. In hoofdstuk 2 worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en voor welke doeleinden de in die bestemmingen opgenomen gronden en gebouwen gebruikt mogen worden. Daarnaast zijn per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. In hoofdstuk 3 (Algemene regels) zijn de bepalingen opgenomen die betrekking hebben op meerdere bestemmingen. Hoofdstuk 4 bevat het overgangsrecht en de aanhalingstitel van het bestemmingsplan. Hierbij is waar mogelijk aangesloten op de plansystematiek van het bestemmingsplan 'Terlo 2017' van de gemeente Bergeijk.
5.2 5.2.1
Bestemmingen Groen De tot ‘Groen’ bestemde gronden zijn onder andere bedoeld voor groenvoorzieningen, bermen en beplantingen, speelvoorzieningen, inritten, nutsvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Specifiek voor dit bestemmingsplan zijn de gronden ook bestemd voor voorzieningen voor verkeer en verblijf. Dit doordat de groenstrook in het plangebied in gebruik is als inrit/ ontsluiting van het naast gelegen perceel. Binnen deze bestemming zijn enkel gebouwen voor voorzieningen van algemeen nut toegestaan. Daarnaast zijn enkele maten en verboden opgenomen voor bouwwerken, geen gebouw zijnde.
5.2.2
Tuin De voortuinen bij woningen in de bestemming ‘Wonen’ zijn voorzien van de bestemming ‘Tuin’. Het bestemmingsvlak 'Tuin' is op de verbeelding opgenomen op de voortuinen, inclusief inritten, tot 1 m achter de voorgevelrooilijn. Binnen deze bestemming zijn erkers, portalen en luifels ten behoeve van de aangrenzende hoofdgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan. Erfafscheidingen mogen maximaal 1 meter hoog zijn. Ook zijn erkers (onder voorwaarden) ten behoeve van de aangrenzende hoofdgebouwen (woningen) toegestaan.
CroonenBuro5
33
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
Gemeente Bergeijk
Het oprichten van een carport/overkapping voor de voorgevelrooilijn is direct mogelijk binnen de bestemming 'Tuin'. Als voorwaarde geldt dat de carport/overkapping niet meer dan 1 meter uit de voorgevelrooilijn mag worden opgericht en dat deze open blijft aan alle kanten, uitgezonderd de zijde die tegen de gevel aan wordt geplaatst. Deze gronden mogen worden gebruikt als tuin, inclusief inritten, bij de woningen.
5.2.3
Verkeer – Verbijfsgebied De tot ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ bestemde gronden zijn onder andere bedoeld voor voorzieningen voor verkeer en verblijf, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en tot slot nutsvoorzieningen. Herinrichting van de wegen is, indien daar aanleiding toe is, mogelijk binnen deze bestemming. Op deze gronden zijn alleen gebouwen voor voorzieningen van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan. In de regels zijn nadere bebouwingsregels gegeven.
5.2.4
Wonen De voor ‘Wonen’ bestemde gronden zijn onder andere bedoeld voor wonen, al dan niet in combinatie met beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten. Ook toegestaan zijn inritten, tuinen, erven en verhardingen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op de verbeelding is het bestemmingsvlak 'Wonen' opgenomen voor het deel van het perceel waar bouwwerken (hoofdgebouw, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde) mogen worden opgericht. Uitsluitend binnen het op de verbeelding opgenomen bouwvlak mag het hoofdgebouw gebouwd worden. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. Binnen het bouwvlak mag het aantal woningen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven bij de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’. Verder gelden voor de bouwvlakken op de verbeelding de volgende uitgangspunten: Voor twee-aaneen gebouwde woningen geldt een minimale afstand van 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrens. Uitzondering hierop is als het bouwvlak op een kortere afstand van de zijdelingse perceelsgrens is gelegen. Indien hier sprake van is, dan geldt deze afstand als minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens. De maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6,3 meter en 10,5 meter zijn vastgelegd in de regels. De dakhelling mag niet meer bedragen dan 60 graden en bij een mansardedak maximaal 80 graden.
Het deel van het achtererfgebied binnen de bestemming 'Wonen' (exclusief het bouwvlak) mag voor maximaal 80% worden bebouwd tot een maximum oppervlak van 200 m2. De maximale goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt 3,2 meter. De maximale bouwhoogte bedraagt 5,5 meter, tenzij het hoofdgebouw is uitgevoerd met een plat dak. Dan geldt voor het met het hoofdgebouw verbonden bijbehorend bouwwerk een maximum bouwhoogte van 3,2 meter. Op de grens tussen Loo 92 en deels Frater Romboutsstraat 2-4 en het plangebied is een erfafscheiding van 3 m hoogte toegestaan. Binnen de bestemming zijn verschillende afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Voor het uitoefenen van een beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteit zijn specifieke gebruiksregels opgenomen. De toegestane beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten zijn opgenomen in een bijlage bij de regels.
CroonenBuro5
34
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
5.2.5
Gemeente Bergeijk
Waarde – Archeologie 3 en 4.2 Overeenkomstig de gemeentelijke erfgoedverordening zijn dubbelbestemmingen opgenomen ter bescherming van de archeologische (verwachtings)waarden. Voorliggend bestemmingsplan bevat de dubbelbestemmingen: Waarde - Archeologie 3 en Waarde - Archeologie 4.2. De systematiek van elke dubbelbestemming is hetzelfde, alleen de ondergrenzen zijn verschillend. Ter bescherming van de archeologische waarden kunnen burgemeesters en wethouders, als daar op basis van een archeologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Dit kan in de vorm van het treffen van technische maatregelen, het doen van een opgraving of archeologische begeleiding van werkzaamheden. Daarnaast is een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden opgenomen. Per dubbelbestemming gelden ondergrenzen voor wat betreft de oppervlakte en diepte van de verstoring. Voor verstoringen met een beperkt oppervlak of een beperkte verstoringsdiepte is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. De ondergrenzen variëren, overeenkomstig de erfgoedverordening, per dubbelbestemming.
CroonenBuro5
35
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
6
Gemeente Bergeijk
Haalbaarheid In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Het planvoornemen moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.
6.1
Financieel De kosten die met voorliggend bestemmingsplan gemoeid zijn, zijn volledig voor rekening van de gemeente. In haar begroting is met deze kosten rekening gehouden. Het bestemmingsplan is hiermee financieel uitvoerbaar.
6.2
Maatschappelijk Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk’ heeft in het kader van de inspraakprocedure met ingang van 28 februari 2021 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. De reacties op het voorontwerpbestemmingsplan hebben niet geleid tot een inhoudelijke aanpassing van het plan. Het voorontwerpbestemmingsplan is conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de betreffende personen en instanties. De Provincie Noord-Brabant en het Waterschap De Dommel hebben in een reactie aangegeven dat het voorontwerpbestemmingsplan in overeenstemming is met de provinciale en waterhuishoudkundige belangen. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk’ heeft overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening met ingang van 9 juni 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Het bestemmingsplan was digitaal toegankelijk via www.ruimtelijkeplannen.nl en de gemeentelijke website. Gedurende de periode van terinzagelegging kon eenieder een schriftelijke of mondelinge zienswijze indienen. Tijdens de terinzagelegging zijn twee zienswijzen ontvangen. Met reclamanten is overleg gevoerd. De verslagen daarvan en aanvullende stukken zijn aan de zienswijzen toegevoegd. De zienswijzen en de aanvullingen daarop zijn in een nota samengevat en beantwoord.
Deze is als bijlage bij de deze toelichting gevoegd. Naar aanleiding van de zienswijzen is het ontwerpbestemmingsplan op een aantal punten aangepast: Paragraaf 4.12 verkeer en parkeren is aangepast en de parkeerbehoefte is nader gemotiveerd; De maximale nokhoogte van woningen wordt verlaagd naar 10,5 m, de maximale goothoogte wordt verlaagd naar 6,3 m; Op de grens tussen Loo 92 en deels Frater Romboutsstraat 2-4 en het plangebied is een erfafscheiding van 3 m hoogte toegestaan. Op de verbeelding wordt het bouwblok aan de Terlostraat in 2 delen gesplitst. Het bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Bergeijk vastgesteld 23 maart 2023. Het vastgestelde bestemmingsplan heeft vervolgens 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn is beroep ingesteld. Op basis van de beroepen is op verzoek van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verweerschrift ingediend. Aanvullend op dit verweerschrift is aan de gemeenteraad voorgesteld een herstelbesluit te nemen. Het gaat dan om verduidelijking,
CroonenBuro5
36
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
Gemeente Bergeijk
aanvulling en aanpassing van het bestemmingsplan. Dit betreft de onderdelen geluid, water en bezonning. Aanvulling geluid a. Opnemen voorwaardelijke verplichting geluidscherm. Op grond van het akoestisch onderzoek van 17 januari 2023 is de realisatie van een geluidscherm van 3m hoog voorgesteld als afschermende maatregel. Abusievelijk is deze niet geborgd met een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. Deze wordt daarom nu toegevoegd aan de gebruiksregels van de bestemming wonen in artikel 6 onder 6.5.2 en luidt als volgt: “het gebruik van bebouwing als geluidgevoelige object is alleen toegestaan als ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – geluidwering’ een geluidsscherm of ander geluidsafschermend object met een hoogte van minimaal 3 m en een gesloten structuur met een massa van ten minste 15 kg/m2 is gerealiseerd en in stand wordt gehouden”. b. Aanvullende beoordeling en motivering geluid. Naar aanleiding van ingesteld beroep is voor het aspect geluid een aanvullende beoordeling gedaan ten aanzien van geluidbelasting op bijgebouwen en er is een toelichting en beoordeling gedaan met betrekking tot stemgeluid van het terras. Deze zijn opgenomen in de oplegnotitie welke als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. Op basis hiervan wordt het bestemmingsplan als volgt aangepast: 1.
De bouwhoogte voor bijbehorende bouwwerken wordt teruggebracht naar 3,2 meter in plaats van 5,5 m. Door deze bepaling kunnen buiten het bouwvlak alleen geluidgevoelige ruimten op de begane grond van bijbehorende bouwwerken gerealiseerd worden. Het bestemmingsplan maakt een bouwhoogte mogelijk van 5,5 m. Hierdoor is het mogelijk een kap op het bijgebouw te plaatsen. Dit kan weliswaar geen verblijfsruimte zijn omdat het Besluit bouwwerken leefomgeving voorschrijft dat een verblijfsgebied/ verblijfsruimte bij een woonfunctie een hoogte heeft van ten minste 2,60 meter boven de vloer (artikel 4.164, zesde lid). De bouwhoogte wordt gemeten vanaf het peil: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. De begane grondvloer ligt over het algemeen iets hoger: zo’n 10 à 20 centimeter boven peil. Uitgaande van een verdiepingsvloer van minimaal 20 centimeter en een dakpakket van minimaal 20 centimeter resteert een hoogte van 5,00 meter. Als de begane grond 2,60 meter hoog is, resteert voor de verdieping dus een hoogte van maximaal 2,40 meter. Op grond van het Bbl kan hierin geen verblijfsgebied/verblijfsruimte worden gemaakt omdat de plafondhoogte daarvoor onvoldoende is. Ruimten op de verdieping van een bijgebouw kunnen dus geen verblijfsgebied/verblijfsruimte zijn, en zijn daarom niet geluidgevoelig.
Ondanks deze regeling vanuit het Bbl wordt om geheel uit te sluiten dat ruimten op de verdieping van bijbehorende bouwwerken als verblijfsruimten worden gebruikt, de maximale bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken teruggebracht naar 3, 2 m. 2. Opnemen voorwaardelijke verplichting geluidwering 1e verdieping Ondanks dat de horeca-inrichting door de ruimtelijke ontwikkeling niet (verder) in haar bedrijfsvoering wordt beperkt, wordt op grond van het akoestisch onderzoek geadviseerd om in het kader van een goede ruimtelijke ordening, voorwaarden te stellen aan de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen. Uitgaande van een bronhoogte van 1,7 meter, 120 personen en 50% sprekende personen, bedraagt het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ten hoogste 58 dB(A) etmaalwaarde op een beoordelingshoogte van 5 meter. Om een binnen niveau van 35 dB(A) etmaalwaarde te waarborgen moet de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie (GA) minimaal 23 dB bedragen voor de geluidgevoelige ruimten op de verdieping. Om een extra veiligheid in te bouwen wordt ter overweging gegeven om voor de voorwaarde in de regels uit te gaan van een minimale geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie (GA) van 25 dB. Hierbij wordt opgemerkt
CroonenBuro5
37
Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk
Gemeente Bergeijk
dat een geluidwering van 25 dB met moderne bouwmaterialen, in combinatie met een gebalanceerd ventilatiesysteem (mechanische toe- en afvoer, WTW) zonder, of met zeer beperkte aanvullende voorzieningen gerealiseerd kan worden. De voorwaardelijke verplichting wordt daarom toegevoegd aan de gebruiksregels van de bestemming wonen in artikel 6 onder 6.5.2 en luidt als volgt: “Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - minimale geluidwering' dienen de gevels en dakvlakken van een hoofdgebouw die zijn gericht naar de aanduiding 'gevellijn', vanaf de eerste verdieping te worden uitgevoerd met een geluidwering van ten minste 25 dB(A)”. 3. Bijbehorende bouwwerken en vergunning vrije bouwwerken waar een woonfunctie in gerealiseerd kan worden. Bijgebouwen mogen tot op perceelsgrens gebouwd worden. Deze kunnen later vergunningsvrij gebruikt worden als bijvoorbeeld een mantelzorgwoning. Dit levert echter geen belemmering op voor de naastgelegen horeca inrichting, bestaande woningen zijn al maatgevend. Toch is er in de aanvulling van het akoestisch onderzoek specifiek gerekend op meetpunten in de achtertuinen, met een worst-case benadering. Er is gerekend op een afstand van 3m, 4m, 8m en 12m vanaf het bouwvlak.
Op basis hiervan is geconcludeerd dat het realiseren van uitbouwen niet leidt tot een (verdere) beperking van de horeca inrichting ten opzichte van de huidige situatie. De geluidimmissie op de uitbouwen van de nieuwe woningen is, bij een gelijke geluidemissie vanuit de horeca inrichting, in alle gevallen lager dan die op de achtergevel van de bestaande en maatgevende woningen aan de Frater Romboutstraat 2- 4 en lager dan die op de maatgevende verdieping van de nieuwe woningen. De inrichting wordt dus niet belemmerd door de komst van de nieuwe woningen. In het eerder uitgevoerde akoestisch onderzoek van 17 januari 2023 was al gebleken dat er daarnaast ook een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd door het nemen van een maatregel, het realiseren van 3 m hoge geluidwering. Hiervoor is nu een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het plan waardoor deze maatregel ook daadwerkelijk kan worden afgedwongen. Deze is afgestemd op de resultaten van het akoestisch onderzoek. Dat geldt ook voor de voorwaardelijke verplichting die duidelijk maakt dat in bepaalde delen van de tuinen geen bewoning mag plaatsvinden (in verband met de geluidbelasting). Aanvulling van het aspect water In het kader van dit bestemmingsplan Loo’se tuinen is de situatie opnieuw doorgerekend, met voor de nog niet gerealiseerde delen de eis van 60 mm berging.
Hieruit wordt geconcludeerd dat de bergingsopgave van de ontwikkeling Loo’se Tuinen Fase 2 kan worden ingepast door het aanbrengen van zogenaamde Rockflow onder de verharding in openbaar gebied. In het bestemmingsplan wordt aan de algemene gebruiksregels een regeling toegevoegd die ook in deze laatste fase de waterberging borgt: “Het bebouwen en verharden van de gronden binnen het plangebied is slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 0,06 m3 per 1 m2.” Aanvulling van het aspect bezonning De uitgevoerde bezonningsstudie wordt toegevoegd als bijlage bij de toelichting en in de planbeschrijving wordt een passage hierover toegevoegd. Uit de bezonningsstudie kan eenvoudig worden geconcludeerd dat er vanwege de ligging ten noorden van de inrichting geen relevante schaduw vanwege bijgebouwen kan ontstaan. Alleen in de avonduren kan schaduw vanwege de bijgebouwen over het terrein van De Tierelier vallen, maar dan doet de schaduw vanwege de hoofdgebouwen dat ook al. Dat is inzichtelijk gemaakt door (worst case) bijgebouwen op de perceelsgrens te modelleren. Daaruit kan worden geconcludeerd dat bijgebouwen niet veel ‘extra’ doen en slechts tot een beperkte hoeveelheid ‘extra’ schaduw leiden. Bovendien is afgesproken een 3 meter hoge erfafscheiding te realiseren.
Bijbehorende bouwwerken tot een hoogte van 3 meter geven ten opzichte van die erfafscheiding natuurlijk niet meer schaduw. Bij vergunningvrij bouwen geldt een kapbepaling waardoor schaduwhinder wordt voorkomen.
CroonenBuro5
38