CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Toelichting herstelbesluit Loo'se Tuinen fase 2

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente BergeijkBij agendapunt: Herstelbesluit Loo'se Tuinen15.988 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk Gemeente Bergeijk

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk Gemeente Bergeijk

Toelichting Regels Verbeelding Schaal 1:500 Datum: December 2024 Herstelbesluit 24 september 2025 Projectgegevens: TOE04-0461988-01B REG04-0461988-01A TEK04-0461988-01A Identificatienummer: NL.IMRO.1724.BPBlot1096-VAS2

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

Gemeente Bergeijk

Inhoud 1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

1 1 2 2 3

2

Planbeschrijving

4

2.1 2.2

Bestaande situatie Toekomstige situatie

4 4

3

Beleidskader

6

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijke beleid

6 8 11

4

Milieuhygiënische en planologische aspecten

13

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Bodem Geluid Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Flora & fauna Stikstof Water Archeologie en cultuurhistorie Verkeer en parkeren Besluit milieueffectrapportage

13 14 15 17 18 19 20 20 21 22 27 29 31

5

Juridische planopzet

33

5.1 5.2

Juridische planopzet Bestemmingen

33 33

6

Haalbaarheid

36

6.1 6.2

Financieel Maatschappelijk

36 36

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

Bijlagen: Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12: Bijlage 13: Bijlage 14: Bijlage 15: Bijlage 16:

Gemeente Bergeijk

Verkennend bodemonderzoek, Lankelma Geotechniek Zuid B.V., 9 december 2019 Evaluatie bodemsanering, Archimil, 25 mei 2020 Beschikking GS saneringsverslag. 7 juli 2020 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, De Roever, 17 juni 2020 Akoestisch onderzoek industrielawaai, De Roever, 17 januari 2023 Aanvulling akoestisch onderzoek industrielawaai, De Roever, augustus 2025 Flora- en fauna-inspectie, Faunaconsult, 22 juni 2020 Stikstofberekening, Antea Group, 9 december 2022 Functioneren Breerijt, Arcadis, 14 juli 2011 Waterhuishoudingsplan, Oranjewoud, 8 november 2010 Hydrologisch Neutraal Bouwen, Artesia, 1 juli 2011 Memo waterhuishouding Loose tuinen fase 2, 24 juni 2024 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, Antea Group, 14 december 2020 Nota van inspraak Bezonnings- en zichtlijnenstudie, CB5, 4 juni 2024 Nota zienswijzen

Globale ligging van het plangebied t.o.v. de kern Bergeijk

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

1 1.1

Gemeente Bergeijk

Inleiding Aanleiding en doel De gemeente Bergeijk is voornemens om medewerking te verlenen aan de realisatie van 13 woningen in fase 2 van de Loo’se tuinen te Bergeijk. De Loo’se tuinen betreft een herontwikkelingsproject van een voormalig agrarisch bedrijfsperceel en braakliggend terrein. De ontwikkeling is opgedeeld in fase 1 en fase 2. De ontwikkeling is ten oosten van de Terlostraat en ten noorden van de woningen aan de Frater Romboutsstraat en Loo gelegen. De ontwikkeling bestaat uit het realiseren van 4 twee-onder-een-kapwoningen, 5 rijwoningen en 4 geschakelde woningen. In het vigerende bestemmingsplan ‘Terlo 2017’ is voor de ontwikkeling van fase 2 reeds een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Gelet op de gewenste invulling, waarbij ook woningbouw is voorzien buiten de begrenzing van deze wijzigingsbevoegdheid, kan geen gebruik gemaakt worden van deze bevoegdheid. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken dient een nieuw juridisch-planologisch kader opgesteld te worden. Het voorliggend bestemmingsplan met bijbehorende onderzoeken betreft de noodzakelijke bestemmingswijziging van het plangebied.

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied Het plangebied bevindt zich in het zuidwesten van de kern Bergeijk. Dit deel van Bergeijk staat bekend als ’t Loo. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door fase 1 van de Loo’se tuinen, in het oosten en zuiden door bestaande woningen en tuinen. Ten zuiden bevindt zich ook de wijkontsluitingsweg Loo. Ten westen van het plangebied is de Terlostraat gelegen met daaraan bestaande woningbouw, het buurthuis en een peuterspeelzaal. In onderstaande afbeelding is de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.700 m2.

Begrenzing plangebied met ten westen de Terlostraat en ten zuiden de straat Loo

CroonenBuro5

1

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

1.3

Gemeente Bergeijk

Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert voor het merendeel het bestemmingsplan ‘Terlo 2017’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 28 september 2017. Ter plaatse van het overige deel (zuidwestelijke deel van het plangebied) vigeert het bestemmingsplan ’t loo’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 28 april 2011. Voor de gronden waarvoor het bestemmingsplan ’t loo’ vigeert is op 1 en 2 juli 2014 door de gemeenteraad het bestemmingsplan ’t loo, herziening 2014’ vastgesteld en op 26 en 28 juni het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeren Bergeijk 2018’. De gronden in het bestemmingsplan ‘Terlo 2017’ zijn bestemd als ‘Wonen’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Ter plaatse van de woonbestemming is de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied’ opgenomen. Op deze gronden is het toegestaan om door middel van een wijzigingsbevoegdheid maximaal 14 woningen te realiseren. Op de gronden zijn tevens de twee dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4.2’ opgenomen. De gronden in het bestemmingsplan ’t loo’ zijn bestemd als ‘Wonen’. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de vigerende bestemmingsplannen opgenomen.

Uitsnede verbeelding vigerende bestemmingsplannen met in het rood de ligging van het plangebied

1.4

Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: 1. een toelichting, waarin de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt, nader worden gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook beschreven wat het vigerend beleid inhoudt en hoe bij de ontwikkeling met (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden; 2. regels, waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen; 3. een verbeelding, waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

CroonenBuro5

2

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

1.5

Gemeente Bergeijk

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie van het plangebied en de planontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 3 is het relevante beleidskader geschetst. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de betreffende milieuhygiënische en planologische aspecten aan bod. Hierna wordt in hoofdstuk 5 aandacht besteed aan de financiële haalbaarheid. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de juridische planopzet en tot slot komen in hoofdstuk 7 de procedures aan bod.

CroonenBuro5

3

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

2 2.1

Gemeente Bergeijk

Planbeschrijving Bestaande situatie Het plangebied bestaat uit een braakliggend terrein aan de oostzijde van de Terlostraat en ten noorden van de woningen aan de Frater Romboutsstraat en Loo in Bergeijk. Het gebied staat bekend als ’t Loo/ Terlo. In de omgeving van het plangebied hebben in de afgelopen jaren veel ontwikkelingen plaatsgevonden. Zo is ten noorden fase 1 van de Loo’se tuinen in ontwikkeling. Voorheen was op een deel van de gronden in het plangebied een agrarisch bedrijf aanwezig. Ten behoeve van de ontwikkeling zijn deze schuren reeds gesloopt. De overige gronden zijn al geruime tijd braakliggend.

Luchtfoto plangebied (rood omlijnd) – op deze foto zijn de schuren nog aanwezig

2.2

Toekomstige situatie De ontwikkeling van het plangebied bestaat uit het realiseren van 13 grondgebonden woningen in de vorm van twee-onder-een-kapwoningen en rijwoningen. De initiatiefnemer is voornemens om 4 twee-onder-een-kapwoningen, 4 geschakelde woningen en 5 rijwoningen te realiseren. In het bestemmingsplan is niet vastgelegd waar de twee-onder-een-kapwoningen en rijwoningen moeten worden gerealiseerd. Hiermee ontstaat enige mate van flexibiliteit. De gevels van de percelen parallel aan de Terlostraat worden gesitueerd richting deze straat. De voorgevels van de overige woningen is richting de nieuw te realiseren straat tussen fase 1 en 2 gesitueerd. De tuinen van de woningen zijn gelegen tegen de achtertuinen van de percelen aan de Frater Romboutsstraat 2, 2a en 4 en de percelen Loo 92 en 94. De achtertuinen van de geschakelde- en rijwoningen zijn te bereiken via achterpaden. Voor de woningen geldt een maximale goothoogte van 7 meter en een maximale bouwhoogte van 12 meter. De dakhelling van de woningen mag maximaal 60° graden bedragen. Uitzondering hierop is het mansardedak waar de maximale dakhelling 80° mag bedragen.

CroonenBuro5

4

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

Gemeente Bergeijk

Voor de twee-onder-een-kapwoningen geldt voor de bouw van het hoofdgebouw aan één zijde een afstandseis van 3 meter tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen. Bij de geschakelde woningen en rijwoningen geldt deze afstandseis niet.

In het kader van de ontwikkeling van fase 1 van de Loo’se tuinen wordt de openbare ruimte ingericht. Op de volgende afbeelding is de straat tussen fase 1 en fase 2 civieltechnisch uitgewerkt. Op deze afbeelding zijn ook de parkeerplaatsen weergegeven. Naast de openbare parkeerplaatsen worden bij de twee-onder-een-kapwoningen ook parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd.

Definitief ontwerp openbaar gebied. De woningen in het plangebied worden aan de onderzijde aangesloten op de infrastructuur

De woningen worden ontsloten via de nieuwe weg tussen fase 1 en 2, Terlostraat en Frater Romboutsstraat, waarna het verkeer via de straat Loo richting het noordoosten en zuidwesten kan bewegen. Bezonning Uit de uitgevoerde bezonningsstudie kan eenvoudig worden geconcludeerd dat er vanwege de ligging ten noorden van de horeca aan ’t Loo geen relevante schaduw vanwege gebouwen ontstaat. Dat is inzichtelijk gemaakt door (worst case) een bouwhoogte van 10,5 m (oorspronkelijke bouwhoogte) en bijgebouwen op de perceelsgrens te modelleren. De bezonningsstudie is als bijlage bijgevoegd.

CroonenBuro5

5

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

3 3.1 3.1.1

Gemeente Bergeijk

Beleidskader Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, is de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid zoals opgenomen in de SVIR richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet', over aan provincies en gemeenten. Sturing op verstedelijking, waaronder afspraken over binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, heeft het Rijk grotendeels losgelaten. Er is enkel nog sprake van een 'ladder voor duurzame verstedelijking', die is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt.

Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. In de realisatieparagraaf van de SVIR zijn per nationaal belang de instrumenten uitgewerkt die hiervoor worden ingezet. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening op 22 augustus 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgesteld. Op 1 oktober 2012 is een wijziging van het Barro vastgesteld. In het Barro zijn regels opgenomen ter bescherming van de nationale belangen, zoals vastgelegd in de SVIR. Deze regels moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijk verordeningen, bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen.

Relevantie initiatief Onderliggend bestemmingsplan heeft geen doorwerking op nationale belangen. Voor het plangebied betekent het beleid uit de SVIR concreet dat initiatieven van bewoners, bedrijven en organisaties leidend zijn voor de verdere stedelijke ontwikkeling. Vervolgens kan worden bekeken in hoeverre het bestaand stedelijk gebied en/of bestaande bebouwing geschikt is voor dergelijke initiatieven. In geval van nieuwbouw dient er zorg te zijn voor een optimale inpassing en bereikbaarheid. In het Barro zijn geen specifieke regels opgenomen die van toepassing zijn op voorliggend bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan is daarmee niet in strijd met de SVIR.

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking Naast het Barro heeft het Rijk een tweede besluit genomen om het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR: het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Op 1 oktober 2012 is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (verder: ‘de ladder’) als motiveringseis opgenomen. Doel van de ladder is het bereiken van een goede ruimtelijke ordening door optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

CroonenBuro5

6

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

Gemeente Bergeijk

Sinds 1 juli 2017 is de ladder voor duurzame verstedelijking gewijzigd in werking getreden. De traditionele drie opeenvolgende treden van ‘de ladder’ zijn hierbij komen te vervallen. De belangrijkste wijzigingen van de voorgaande regeling betreffen:  De begrippen 'actuele' en 'regionale' zijn geschrapt.  De nieuwe Ladder bevat geen treden meer. De treden 1 en 2 zijn samengevoegd en trede 3 is geschrapt.  Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht.  Er is een nieuw artikellid toegevoegd voor de Laddertoets bij uitwerkings- en wijzigingsplannen. De Laddertoets kan dan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van het wijzigings- of uitwerkingsplan.  De huidige definities worden niet gewijzigd. De uitgezette lijn in de jurisprudentie blijft hiermee in stand. Deze wijziging heeft als doel de regeling te vereenvoudigen, waarbij de effectiviteit van het instrument behouden moet blijven. Een onderzoek naar de behoefte heeft slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling.

Indien het ruimtelijk plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien vereist.

Relevantie initiatief Onderhavig bestemmingsplan voorziet in een flexibele juridisch-planologische regeling voor de ontwikkeling van 13 woningen. Ingevolge jurisprudentie is er vanaf de ontwikkeling van 12 woningen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die getoetst moet worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Voorliggend bestemmingsplan is daarmee dus ‘ladderplichtig’. Aantonen behoefte Conform de woningbehoefte prognose van de provincie Noord-Brabant is er tot 2030 behoefte aan 600 extra woningen in de gemeente Bergeijk. De harde planvoorraad ligt onder de benodigde 600 woningen, waardoor er behoefte is aan nieuwe ontwikkelingsplannen. Er is hiermee dus behoefte aan de 13 woningen uit voorliggend initiatief. Op deze ontwikkeling is door middel van een wijzigingsbevoegdheid t.b.v. de realisatie van 14 woningen in het vigerende bestemmingsplan reeds voorgesorteerd. Uit de Kempische visie op wonen 2019 – 2023 blijkt tevens behoefte aan woningen in de verschillende segmenten, waaronder betaalde rijwoningen en woningen voor 1 + 2 persoonshuishoudens van 55 jaar in de vorm van geschakelde woningen. De realisatie van de twee-onder-een-kapwoningen stimuleert daarnaast de doorstroming op de woningmarkt.

Indicatie toename woningvoorraad per gemeente (2020 – 2040)

Ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied In lid twee van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening dient te worden gemotiveerd of de beoogde ontwikkeling plaats kan vinden binnen het bestaand stedelijk gebied. In het kader van duurzaam ruimtegebruik wordt de ruimtelijke ontwikkeling bij voorkeur opgevangen in het bestaand stedelijk gebied. Dit kan door op lege plekken de ruimte ‘in te vullen’, een andere bestemming te geven aan een gebied, door herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden.

CroonenBuro5

7

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

Gemeente Bergeijk

De definitie van het ‘bestaand stedelijk gebied’ is vastgelegd in artikel 1.1.1, lid 1 van het Bro en luidt als volgt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". De 13 woningen die in deze laddertoets worden onderbouwd, passen binnen de in de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant aangegeven grenzen van het bestaand stedelijk gebied. Bovendien heeft op een deel van het momenteel braakliggend terrein in het verleden al bebouwing gestaan. Het initiatief van het voorliggend bestemmingsplan bevat geen uitbreiding van het stedelijk gebied en wordt er dus voldaan aan de vereisten zoals omschreven in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Conclusie Aangetoond is dat de ontwikkeling van de 13 woningen in het plangebied van het onderhavige bestemmingsplan voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstelijking.

3.1.3

Conclusie rijksbeleid Gezien de kleinschalige aard van de voorgenomen ontwikkeling zijn er geen beperkingen vanuit de SVIR. De afweging vindt decentraal plaats. Tevens zijn er geen belemmeringen uit de Barro en Bro/ de ladder voor duurzame verstedelijking. Het voorliggend initiatief is niet van invloed op de opgenomen nationale belangen.

3.2 3.2.1

Provinciaal beleid Brabantse Omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld door de Provinciale Staten. De omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. Rode draad in de visie is om de kwaliteit van de Brabantse leefomgeving te behouden, te versterken en door te geven aan volgende generaties. De visie benoemt ambities over hoe Brabant er in 2050 uit moet zien. En stelt mobiliserende tussendoelen voor 2030. Deze doelen zijn zelfbindend voor de provincie. De provincie Noord-Brabant heeft ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie kwam in de afgelopen jaren, in samenwerking met een groot aantal partijen en inwoners, tot stand.

Brabantse energietransitie De doelstelling voor de energietransitie is tweedeling: het verminderen van energieverbruik en de verduurzaming van energie om in 2050 energieneutraal te zijn. Voor 2030 is de doelstelling om de reductie van broeikasgassen met ten minste 50 procent te verminderen ten opzichte van de uitstoot in 1990. Daarnaast dient 50 procent van de energie duurzaam opgewekt te worden. De provincie kiest voor een richting gevende en stimulerende rol. De hoofdrol voor de realisering wordt ingevuld door gemeenten en initiatiefnemers. De provincie blijft intensief in gesprek met de regio's om tot een gezamenlijk beeld van de kansen en koers voor een regio te komen en de opgave te realiseren.

Klimaatproof Brabant Als gevolg van klimaatverandering ontstaan meer extremen in temperatuur en neerslag. Dit heeft gevolgen voor de fysieke leefomgeving. De doelstelling is om in 2050 klimaatbestendig te zijn met een waterrobuuste inrichting. Dit wil zeggen dat de risico' s vanwege deze weerextremen in 2050 aanvaardbaar, draagbaar en beheersbaar zijn. In 2030 dienen de eerste grote klimaatbestendige

CroonenBuro5

8

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

Gemeente Bergeijk

en waterrobuuste gebiedsopgaven gerealiseerd te zijn. De provincie stelt samen met andere partijen (gemeenten, waterschappen, bedrijven en maatschappelijke organisaties) een strategie op om het water beheer op te vangen. Grondeigenaren zoals agrariërs en natuurterreinbeheerders spelen een belangrijke rol bij deze strategie.

Slimme netwerkstad De provincie Noord-Brabant heeft als doelstelling voor 2030 om met Brabantse partijen samen te werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied van Brabant. Binnen het netwerk Brabant vragen oplossingen voor een verschillende benadering. Enerzijds het ondersteunen en versterken van het centrale stedelijke netwerk en anderzijds zorgdragen voor de vitaliteit van krimpgebieden en het aanhaken op get centrale stedelijke netwerk. Daarnaast is het van belang rust, ruimte, cultuurhistorie en natuur binnen laag-dynamische gebieden te koesteren. De verantwoordelijkheid voor de aanpak van de integrale verstedelijkingsopgave is een samenspel tussen gemeenten, marktpartijen, burgers en de provincie. De provincie wil een actieve rol spelen bij de verstedelijkingsopgave door onder andere regionale afspraken, zoals over zorgvuldig ruimtegebruik en prognoses woningbehoefte, te bevorderen en het mogelijk maken van participatie in gebiedsgerichte stedelijke opgaven.

Concurrerende, duurzame economie De provincie Noord-Brabant wil een top kennis- en innovatieregio blijven. Om dit te blijven zal een omslag gemaakt moeten worden naar een verregaande circulaire economie waarin digitalisering steeds belangrijkers wordt. De transitie is op de eerste plaats een opgave voor de sector en hangt af van gezamenlijke acties met partijen. Om deze transitie te ondersteunen zet de provincie ook haar regulerende bevoegdheden in. Regels moeten geen belemmering vormen voor innovaties. duurzame, concurrerende en circulaire economie.

3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 6 november 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant in werking getreden. De omgevingsverordening bevat regelgeving die anticipeert op de komst van de Omgevingswet en kan gezien worden als een uitwerking van de ambities uit de Brabantse Omgevingsvisie in regels (net als dat de Verordening ruimte Noord-Brabant een uitwerking is van de SVRO). De omgevingsverordening integreert regels uit zes provinciale verordeningen (waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant). De omgevingsverordening heeft een beleidsneutraal karakter. Dat houdt in dat de omgevingsverordening geen nieuwe beleidswijzigingen doorvoert tenzij dit nieuwe beleid reeds opgenomen is in vastgestelde beleidsdocumenten. De omgevingsverordening is een interimdocument en daarmee een tussenstap naar een definitieve provinciale omgevingsverordening. Gelet op het beleidsneutrale karakter van de omgevingsverordening is het projectgebied in de omgevingsverordening net zo aangeduid als in de Verordening ruimte Noord-Brabant.

Relevantie plangebied In de volgende afbeelding is de themakaart stedelijke ontwikkeling van de interim omgevingsverordening opgenomen. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan valt binnen het stedelijk gebied. Het stedelijk gebied is onderverdeeld in het stedelijk concentratiegebied en de kernen in het landelijk gebied. Het plangebied is aangewezen als kern in het landelijk gebied.

CroonenBuro5

9

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

Gemeente Bergeijk

Uitsnede van de themakaart ‘stedelijke ontwikkeling’ met in het rood de begrenzing van de structuur ‘kern in het landelijk gebied’

Duurzame stedelijke ontwikkeling (artikel 3.42) De provincie Noord-Brabant heeft de ambitie tot de top van Europese kennis- en innovatie regio's te blijven behoren. Een aantrekkelijk leef-, woon- en vestigingsklimaat is hiervoor een essentiële voorwaarde. De provincie Noord-Brabant streeft naar duurzame verstedelijking. Het uitgangspunt voor een duurzame stedelijke ontwikkeling is eerst de mogelijkheid in het stedelijk gebied benutten of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Bij duurzame stedelijke ontwikkeling vormt zorgvuldig ruimtegebruik het uitgangspunt. Tevens dient de stedelijke ontwikkeling te passen binnen de regionale afspraken. Zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik is als basisprincipe opgenomen vanuit de zorg voor een goede omgevingskwaliteit. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen stedelijk gebied en dat de ruimte binnen Stedelijk gebied zo goed mogelijk wordt benut. Hierbij past ook dat er wordt gekeken naar eventuele hergebruiksmogelijkheden van leegstaand of leegkomend erfgoed, zoals industriële complexen, kloosters, verzorgingshuizen et cetera. Vanuit de ladder voor verstedelijking die in het besluit ruimtelijke ordening is opgenomen gelden dienaangaande ook voorwaarden.

Voorliggend initiatief gaat in op het realiseren van 13 grondgebonden woningen op een deels voormalige bedrijfslocatie en deels braakliggend terrein in Bergeijk. Het plangebied van de ontwikkeling is gelegen binnen het stedelijk gebied. Ingevolge jurisprudentie is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de ontwikkeling van 13 woningen. Voorliggend initiatief gaat in op het realiseren van 13 woningen. Hierdoor is in beginsel sprake van een stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 3.1.2. is reeds aangetoond dat dit plan bijdraagt aan het invullen van de behoefte aan woningen in Bergeijk. De nieuwe woningen sluiten qua positionering en omvang aan op de woningen in fase 1 van de Loo’se tuinen. De woningen bestaan uit twee lagen met een kap en hebben een maximale gooten bouwhoogte van respectievelijk 7 en 12 meter. De bestaande ruimtelijke kwaliteit van de

CroonenBuro5

10

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

Gemeente Bergeijk

woonwijk ‘t Loo wordt in stand gehouden. Met de ontwikkeling wordt rekening gehouden met de bestaande stedenbouwkundige opzet van de wijk. Hiermee wordt het gebied op een gewenste manier verdicht. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling inpasbaar is en sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Tevens dient er rekening gehouden te worden met een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. De aanwezige omgevingskwaliteiten van het plangebied komen in hoofdstuk 4 aan bod. Negatieve effecten op de omgevingskwaliteiten zijn niet te verwachten. Regionaal overleg Omdat de stedelijke ontwikkeling van wonen, werken en voorzieningen ook bovengemeentelijke gevolgen kan hebben, worden hierover binnen het regionale overleg afspraken gemaakt. Het is belangrijk dat stedelijke ontwikkelingen op een juist niveau zijn afgestemd met andere initiatieven zowel vanuit kwantiteit als vanuit kwaliteit. Voorliggend initiatief gaat in op het realiseren van 13 woningen. Een dergelijk aantal heeft geen bovengemeentelijke gevolgen.

3.2.3

Conclusie provinciaal beleid Het initiatief vindt plaats binnen het stedelijk gebied van de provincie Noord-Brabant en past binnen de interim omgevingsverordening gestelde voorwaarden. Het initiatief is passend binnen het provinciaal beleid.

3.3 3.3.1

Gemeentelijke beleid Bergeijkse Omgevingsvisie (Bovi) Op 24 februari 2022 is de Bergeijkse Omgevingsvisie (Bovi) vastgesteld door de gemeenteraad. De Bovi is een actualisatie van de Structuurvisie Bergeijk uit 2010. De Bovi beschrijft de koers hoe de gemeente een veilige en gezonde fysieke leefomgeving kan realiseren, behouden en versterken. In de Bovi worden allereerst de kernkwaliteiten van Bergeijk omschreven:  Het groene karakter (tussen bossen, beken en boerenland);  Het sociale karakter (een sterke verbondenheid; van inwoners met hun omgeving, die ook in het DNA naar voren komt);  Het economisch karakter (met de Kempische maakindustrie als toeleverancier in de Brainportregio als voorbeeld). Vervolgens worden de opgaven in beeld gebracht, die een grote rol spelen in het behouden van de kernkwaliteiten. Dat zijn opgaven op gebied van:  Leefbare dorpen: behoud en versterking van het voorzieningenniveau en voldoende woningen;  Vitaal buitengebied: het succesvol combineren van ontwikkeling van de agrarische sector, water-, natuur- en energieopgaven;  Sterke economische structuur: het versterken van een weerbare economie met een goed vestigingsklimaat voor bedrijven. Daarna wordt voor elke opgave en deelopgave in beeld gebracht wàt de gemeente wil, hoe en waar. Een aantal aandachtspunten uit de koers zijn.

In het kader ‘Wonen’ wordt specifiek aandacht besteed aan bouwen voor de doelgroepen senioren, starters en gebruikers van sociale huurwoningen. Ook wordt concreet benoemd dat ‘voldoende woningen’ voor Bergeijk 1000 extra woningen betekent, zoals ook wordt verwoord in de subregionale ontwikkelstrategie. Voor woningbouw wordt, naast inbreiding, ook gekeken naar uitbreidingslocaties. Potentiële uitbreidingsrichtingen worden beschreven, maar niet concreet in beeld gebracht: dat betreft een latere concrete uitwerking van de visie.

CroonenBuro5

11

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

Gemeente Bergeijk

Het plangebied Loo’se tuinen fase 2 bevindt zich in Bergeijk ‘t Loo. Het gebied betreft een inbreidingslocatie voor woningbouw. Dit is een van de locaties rond ’t Loo waar ruimte is voor woningbouw zonder dat sprake is van een aantasting van duurzame waarden. In de Bovi is opgenomen dat woningbouwontwikkeling op deze locaties leidt tot een logische stedenbouwkundige afronding van de kern en behoeft geen grote infrastructurele aanpassingen. De herontwikkeling naar woningbouw sluit aan bij de uitgangspunten van de gemeentelijke visie.

CroonenBuro5

12

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

4 4.1 4.1.1

Gemeente Bergeijk

Milieuhygiënische en planologische aspecten Bodem Algemeen Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.

4.1.2

Toetsing initiatief In het plangebied zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Zo is door Ingenieursbureau Oranjewoud B.V. in 2006 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In februari 2017 is door Antea Group een actualiserend bodemonderzoek uitgevoegd. Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van het buitenterrein sterk verhoogde gehalten aan zware metalen zijn aangetoond. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Deze bevindt zich in de bovenste 0,5 m van de bodem. Door Lankelma Geotechniek Zuid B.V. zijn om deze reden in december 2019 twee bodemonderzoeken uitgevoerd. Uit het onderzoek voor de braakliggende gronden blijkt dat ervan uit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie. Dit onderzoek is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Voor de locatie onder de oude bedrijfsloods was sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de bovengrond. In het rapport is beoordeeld dat het terrein van 2500 m2 sterk verontreinigd is tot een diepte van 0,5 m–mv. Dit komt neer op een ernstig geval van verontreiniging met een omvang van circa 1.250 m3. Door milieu-adviesbureau Archimil is daarnaast een asbestonderzoek uitgevoerd.

Ter plaatse van de locatie onder de oude bedrijfsloods is een sterke verontreiniging aangetroffen ter plaatse van drie drupzones met een totale oppervlakte van circa 100 m2. Omgerekend is circa 20 m3 sterk verontreinigd met asbest. Om de locatie geschikt te maken voor herontwikkeling heeft een sanering plaatsgevonden. In de periode 20 t/m 22 april 2020 is de sanering uitgevoerd. Op basis van de verontreinigingscontouren uit de bodemonderzoeken, XRF-metingen en zintuiglijke waarnemingen in het veld is de verontreinigde grond ontgraven. Afronding/ eindsituatie sanering Op de saneringslocatie blijven geen sterke verontreinigingen achter alle monsters voldoen aan de terugsaneerwaarde. Uit de evaluatie blijkt dat de sanering dan ook afdoende is geweest. De evaluatie van de sanering is als bijlage bij dit bestemmingsplan bijgevoegd. De kadastrale gegevens van de eigenaar zijn vanwege de privacy niet bijgevoegd. Deze gegevens zijn bekend bij de gemeente Bergeijk. De bodemkwaliteit voldoet hiermee aan het beoogde gebruik conform dit plan. De provincie heeft de sanering goedgekeurd (zie bijlage met besluit GS d.d. 1 juli 2020, Kenmerk: Z.176122 / D.614189). De saneringsdoelstelling is behaald.

CroonenBuro5

13

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

4.2 4.2.1

Gemeente Bergeijk

Geluid Algemeen Conform de Wet geluidhinder (Wgh) dient een akoestisch onderzoek te worden verricht indien er sprake is van het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing binnen een geluidzone wegverkeerslawaai, vliegtuiglawaai en/of spoorweglawaai. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing (woningen) mogelijk gemaakt.

4.2.2

Toetsing initiatief De te projecteren woningen worden gesitueerd binnen de onderzoekzone van de straat Loo. De onderzoekzone van de straat Loo is 200 meter aan weerszijde van de weg. Door De Roever Omgevingsadvies is op 17 juni 2020 een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De rapportage is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen, de conclusies zijn hierna weergegeven. Het akoestisch onderzoek heeft tot doel de geluidbelasting op de gevels van de te projecteren geluidgevoelige bebouwing te bepalen en te toetsen aan de grenswaarden die in de Wet geluidhinder (artikel 76 en 77 Wgh) zijn gesteld.

Gehanteerde bouwvlakken in het akoestisch onderzoek

Hogere waarden De geluidbelasting door de weg Loo voldoet ter plaatse van bouwvlak 1 en 3 niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Maatregelen worden niet doelmatig geacht, zie paragraaf 3.3 van het akoestisch onderzoek. Het verlenen van hogere waarden wordt mogelijk geacht. Het aanvragen van de volgende hogere waarden ten opzichte van de weg Loo is nodig:  50 dB op 4,5 meter hoogte binnen bouwvlak 1;  51 dB op 7,5 meter hoogte binnen bouwvlak 1;  49 dB op 7,5 meter hoogte binnen bouwvlak 3.

CroonenBuro5

14

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

Gemeente Bergeijk

Het aanvragen van een hogere waarde is enkel nodig wanneer op de desbetreffende hoogten en geveldelen sprake is van geluidgevoelige ruimten.

Bouwbesluit en woon- en leefklimaat Benodigde gevelwering (wegverkeerslawaai) De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ten hoogste 57 dB. Voor de geveldelen bedraagt de vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k dan maximaal 57 - 33 = 24 dB voor bouwvlak 1. Voor bouwvlak 2 en 3 bedraagt de vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k maximaal 20 (standaard waarde Bouwbesluit) en 22 dB. In de praktijk wordt een gevelwering van 24 dB bij nieuwbouw in vrijwel alle gevallen behaald. Daarbij geldt dat de berekende waarden gelden voor de grens van de bouwvlakken. Een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels wordt niet noodzakelijk geacht. Woon- en leefklimaat De milieukwaliteit wordt geclassificeerd als ‘goed’ tot ‘matig’. Op basis van de toelichting in paragraaf 3.4.1 en 3.4.2 van het akoestisch onderzoek kan gesteld worden dat de cumulatieve geluidbelasting (wegverkeer) een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat niet in de weg staat.

4.3 4.3.1

Bedrijven en milieuzonering Algemeen Om te bepalen welke bedrijfsactiviteiten uit oogpunt van milieuhinder kunnen worden toegestaan, kan gebruik worden gemaakt van de systematiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009). In de VNG-brochure is een bedrijvenlijst opgenomen, die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Het doel van milieuzonering is tweeledig:  door het toepassen van milieuzonering wordt hinder ter plaatse van woningen of andere gevoelige objecten al in het ruimtelijk spoor voorkomen;  door het toepassen van milieuzonering wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun activiteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Op basis van de indicatieve afstanden zijn de bedrijven op de bedrijvenlijst in de VNG-handreiking ingedeeld in milieucategorieën die variëren van categorie 1 (indicatieve afstand van 10 meter) tot categorie 6 (indicatieve afstand van 1.500 meter). Als aan de indicatieve afstand kan worden voldaan, is een activiteit qua milieuhinder inpasbaar.

Enerzijds is dan ter plaatse van omliggende milieugevoelige objecten (waaronder woningen) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, anderzijds heeft het bedrijf voldoende zekerheid dat de bedrijfsactiviteiten binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen worden uitgeoefend.

4.3.2

Omgevingstype In de VNG-brochure worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk ‘rustige woonwijk’/ ‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. De richtafstanden uit de VNG-brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een daarmee vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied). De indicatieve afstanden zijn de afstanden die moeten worden aangehouden tot de gevels van woningen in een ‘rustige woonwijk’. Voor woningen in een ‘gemengd gebied’ mag de indicatieve afstand worden gecorrigeerd en kan de afstand met één trede worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en

CroonenBuro5

15

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

Gemeente Bergeijk

leefklimaat. Het omgevingstype van de woningen in de omgeving van het plangebied kan worden getypeerd als ‘rustige woonwijk’/‘rustig buitengebied’. Waardoor de indicatieve afstanden niet kunnen worden gecorrigeerd.

4.3.3

Toetsing initiatief Er dient een noodzakelijke ruimtelijke scheiding te worden aangebracht tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de leefkwaliteit. De milieuhinder van bedrijven dient te worden geanalyseerd op de invloed op mogelijke ontwikkelingen. Indien milieubelastende functies in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. De toelaatbaarheid van bedrijvigheid kan globaal worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (uitgave 2009). In deze brochure is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie geeft over de milieukenmerken van typen bedrijven. Vervolgens wordt in de lijst op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, stof, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstanden tussen bedrijfstypen en woningen in een rustige woonwijk, waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Deze afstand is gebaseerd op de grootste indicatieve afstand. De lijst is algemeen geaccepteerd als uitgangspunt bij het opstellen van ruimtelijke plannen. In het plangebied worden 13 grondgebonden woningen gerealiseerd. In de omgeving van het plangebied bevinden zicht enkele bedrijven en functies, waarvan de meeste zijn gevestigd aan de straat Loo.

In de volgende tabel is een overzicht opgenomen, dat is gebaseerd op de feitelijke situatie en de vigerende bestemmingsplannen. Adres

Bedrijf/functie

Categorie en indicatieve afstand

Terlostraat 7 en 9 Loo 67 Loo 77b Loo 81 Loo 83/85/87 Loo 89

Buurthuis/ peuterspeelzaal Bouwbedrijf Horeca Kerk Atelier Agrarische veehouderij Horeca (muziekcafé)

30 m

Afstand tot nieuwe woning 65 m

100 m 30 m 30 m 10 m 100 m

170 m 85 m 65 m 53 m 53 m

30 m

13 m

Loo 92

Uit de tabel blijkt dat ten opzichte van de meeste bedrijfsactiviteiten (ruimschoots) wordt voldaan aan de indicatieve afstand zoals opgenomen in de VNG-brochure. Een uitzondering hierop is de ligging van het plangebied t.o.v. de agrarische rundveehouderij Loo 89. Conform de VNG-brochure is de maatgevende indicatieve richtafstand bij een rundveehouderij 100 meter voor het aspect ‘geur’. De maximale richtafstand voor de overige aspecten bedraagt 30 meter. De rundveehouderij is gelegen op een afstand van circa 53 meter van het plangebied. De dierenverblijven van deze rundveehouderij zijn op een afstand van circa 85 meter gelegen. Hiermee voldoet enkel het aspect ‘geur’ niet aan de indicatieve afstand. In paragraaf 4.4. wordt nader ingegaan op het aspect ‘geur’. Nader onderzoek industrielawaai Er staan al bestaande woningen dichter bij de horeca. Deze vormen voor het horecabedrijf de beperkende factor, niet de nieuwe woningen. Er wordt met de nieuwe woningen voldaan aan de richtafstanden. Ondanks dat op basis van de voorgaande benadering wordt geconcludeerd dat ter hoogte van het voorliggend plangebied wordt voldaan aan de afstanden zoals opgenomen in de VNG-brochure, heeft nader onderzoek plaatsgevonden naar het aspect industrielawaai. Door De Roever Omgevingsadvies is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd.

De rapportage is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. De conclusies zijn hierna weergegeven. Het

CroonenBuro5

16

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

Gemeente Bergeijk

akoestisch onderzoek heeft tot doel om vast te stellen of het café aan Loo 92 wordt beperkt in de bedrijfsvoering en of bij de nieuwe woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gewaarborgd. Op basis van de onderzoeksresultaten kan gesteld worden dat de nieuwe woningen niet leiden tot een belemmering van de bedrijfsvoering. Andersom kan gesteld worden dat er voor de nieuwe woningen een goed woon- en leefklimaat is. Aanvullend akoestisch onderzoek herstelbesluit Naar aanleiding van ingesteld beroep is voor het aspect geluid een aanvullende beoordeling gedaan ten aanzien van geluidbelasting op bijgebouwen en er is een toelichting en beoordeling gedaan met betrekking tot stemgeluid van het terras. Deze zijn opgenomen in de oplegnotitie welke als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. Ondanks dat de horeca inrichting ten zuiden van het plangebied door de ruimtelijke ontwikkeling niet (verder) in haar bedrijfsvoering wordt beperkt, wordt geadviseerd om in het kader van een goede ruimtelijke ordening, voorwaarden te stellen aan de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen. Naar aanleiding van de aanvullende berekeningen wordt het bestemmingsplan aangepast wat betreft:  Voorwaardelijke verplichting geluidscherm plangrens.  Maximale bouwhoogte bijgebouwen buiten bouwvlak.

 Hogere geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie op de verdieping. In het ontwerpbestemmingsplan was al geregeld dat geluidgevoelige bebouwing alleen tot een afstand van maximaal 3 meter van het bouwvlak mag worden gebouwd, deze bepaling is zekerheidshalve in het plan behouden. Geconcludeerd kan worden dat er uit oogpunt van bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling in het voorliggend bestemmingsplan.

4.4 4.4.1

Geur Algemeen De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Voor de geurbelasting op geurgevoelige objecten gelden wettelijke geurnormen. Voor een concentratiegebied geldt een maximale geurbelasting van 3 odour units per kubieke meter lucht (oue/m³) binnen de bebouwde kom en een norm van 14 oue/m³ buiten de bebouwde kom. Ten aanzien van bedrijven waar dieren worden gehouden waarvoor in de Wgv geen geuremissie is vastgesteld (paarden en rundvee) dient een vaste afstand aangehouden te worden. Voor een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom geldt een vaste afstand van 50 meter tot een dergelijk veehouderijbedrijf. De gemeenteraad van de gemeente Bergeijk heeft begin 2017 in aanvulling op de Wgv de ‘Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij Bergeijk’ vastgesteld. Anders dan voorheen is het middels een geurverordening mogelijk maatwerk te leveren, niet per bedrijf of object, maar per gebied. De gemeente kan zo een balans vinden tussen de gewenste ruimte voor de veehouderijen enerzijds en de bescherming van gevoelige objecten anderzijds.

CroonenBuro5

17

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

4.4.2

Gemeente Bergeijk

Toetsing initiatief Op het perceel Loo 89 is een veehouderij gelegen. Het betreft een kleinschalige veehouderij binnen de bebouwde kom van Bergeijk. In onderstaande tabel zijn de vergunde dieren weergegeven.

Omdat het bedrijf in een woonomgeving is gelegen zijn er geen uitbreidingsmogelijkheden of mogelijkheden om vee te verplaatsen. Hierdoor kan de afstandseis bepaald worden aan de hand van het emissiepunt. Aangezien het emissiepunt niet bekend is, is de hoek van de stal aangehouden. Hieruit blijkt dat de toekomstige woningen binnen een afstand van 100 meter van de stal zijn gelegen. De toekomstige woningen worden op een afstand van circa 85 meter van de dierenverblijven, waar de dieren zich bevinden, gerealiseerd. Het feit dat een deel van de woningen binnen de afstandscontour van 100 meter het emissiepunt van een dierenverblijf ligt, wil niet per definitie zeggen dat geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De veehouderij is namelijk zeer beperkt gelet op de dierenaantallen. De bestaande dierenaantallen kunnen daarnaast niet toenemen, aangezien geurgevoelige objecten in de omgeving op kortere afstand zijn gelegen. Daarnaast zijn er binnen de gemeente Bergeijk geen geurklachten over deze locatie bekend. De afstand bedraagt circa 85 meter, dus meer dan 50 meter. De 50 meter is de minimale afstand die een gemeente kan aanhouden voor geurgevoelige objecten bij het opstellen van geurbeleid middels een geurverordening, dus binnen de bandbreedte die de Wgv biedt. Daarnaast zijn in de omgeving geen andere veehouderijen met een relevante geuremissie aanwezig.

Er is daardoor geen sprake van een hoge waarde voor de achtergrondbelasting (cumulatieve geurbelasting) De veehouderij wordt daarnaast ook niet beperkt in diens bedrijfsvoering. Er zijn namelijk reeds bestaande geurgevoelige objecten (in dezelfde richting) op een kortere afstand gelegen. Deze geurgevoelige objecten hebben reeds een belemmerende werking op de veehouderij. Gelet op bovenstaande kan gesteld worden dat de veehouderij niet beperkt wordt in dienst bedrijfsvoering en er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er bestaan voor wat betreft het aspect ‘geur’ geen belemmeringen.

4.5 4.5.1

Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten is verbonden voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid in

CroonenBuro5

18

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

Gemeente Bergeijk

Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR):  het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute of nabij een inrichting verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer, de opslag en/of de handeling van gevaarlijke stoffen. Daarbij is de omvang van het risico een functie van de afstand waarbij geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De risico’s worden weergegeven in PR risicocontouren;  het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute of een inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde. Deze oriëntatiewaarde kan gezien worden als een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag wordt gemotiveerd. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpgtankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen.

Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), waarin de Basisnetten voor weg, spoor en water zijn vastgelegd. Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

4.5.2

Toetsing initiatief Risicovolle inrichtingen In en rondom het plangebied (straal van één kilometer rondom) van het voorliggende bestemmingsplan zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. Hiermee ligt het plangebied niet in een invloedsgebied van een buisleiding en vormt dit aspect geen belemmering. Buisleidingen In en rondom het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan liggen geen buisleidingen. Hiermee ligt het plangebied niet in een invloedsgebied van een buisleiding, en vormen buisleidingen geen belemmeringen voor de herziening van het bestemmingsplan. Vervoer van gevaarlijke stoffen In de omgeving van het plangebied liggen geen wegen die deel uitmaken van het Basisnet weg. Er is daarom ook geen sprake van belemmeringen door de aanwezigheid van een weg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Geconcludeerd kan worden dat er uit oogpunt van externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling in het voorliggend bestemmingsplan.

4.6

Kabels en leidingen In het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling.

CroonenBuro5

19

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

4.7 4.7.1

Gemeente Bergeijk

Luchtkwaliteit Algemeen In de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: a. er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; b. de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk; c. het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; d. de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. Voor ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven.

Er is volgens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’.

4.7.2

Toetsing initiatief De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de toevoeging van 13 extra grondgebonden woningen. Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven zoals genoemd in de ‘Regeling niet in betekende mate bijdragen’. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het bepaalde in de Wet milieubeheer. Er bestaan voor wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ geen belemmeringen.

4.8 4.8.1

Flora & fauna Beleid en regelgeving Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet heeft drie wetten vervangen: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Provincies bepalen voor hun grondgebied wat wel en niet mag in de natuur. Zij zijn verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid is alleen nog verantwoordelijk voor de ontheffingsaanvragen en de gedragscodes. De wet kent twee sporen, namelijk een gebiedsgericht en een soortgericht spoor. De Wnb richt zich op de bescherming van:  Natura 2000-gebieden;  Soorten van de Vogelrichtlijn;  Soorten van de Habitatrichtlijn;  ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). Het Natuur Netwerk Nederland is niet verankerd in de Wet natuurbescherming, maar wordt beschermd via het provinciaal beleid.

CroonenBuro5

20

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

4.8.2

Gemeente Bergeijk

Toetsing initiatief Gebiedsbescherming Er bevindt zich geen Natuurnetwerk Brabant (NNB) binnen het plangebied. Er is van directe aantasting van het NNB dan ook geen sprake. In de omgeving van het plangebied liggen wel enkele NNB-gebieden. De ontwikkeling in het plangebied heeft, gezien de afstand en beperkte omvang, geen effect op de directe omgeving van het plangebied. Daardoor zijn significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB uitgesloten. Vanuit dit oogpunt zijn er voor NNB geen belemmeringen. Uit de bureaustudie blijkt dat op 1,3 kilometer afstand van het plangebied het Natura 2000-gebied ‘Leenderbos, Groote heide & De Plateaux’ gelegen. In paragraaf wordt 4.8 wordt ingegaan op het aspect stikstof.

Soortenbescherming In het kader hiervan is door Faunaconsult een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd (d.d. 22 juni 2019). Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan deze toelichting, de conclusies worden hieronder beschreven. Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Noord-Brabant een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016). Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vleermuizen en huismussen In het westelijk deel van het plangebied zijn recent alle bomen gekapt, is de pluimveestal gesloopt en grond vergraven in verband met de bodemsanering. In de nieuwe woningen worden daarom nieuwe vleermuisverblijven en nestlocaties voor huismussen gerealiseerd.

Omdat er geen gebouwen meer aanwezig zijn, zijn er bij de toekomstige werkzaamheden geen verdere overtredingen meer te verwachten. Algemene vogels De opgaande vegetatie in het plangebied functioneerde mogelijk als nestplaats voor algemene vogelsoorten. Deze was tijdens het veldbezoek al verwijderd/gekapt. De kap heeft gelijktijdig met de sloop plaatsgevonden (december 2019). Er zijn daarom geen beschermde vogelnesten vernietigd van algemeen voorkomende soorten.

4.9 4.9.1

Stikstof Algemeen Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet worden drie eerdere wetten vervangen. Het gaat om de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) inclusief het Programma Aanpak Stikstof, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is ondervangen in onderdeel gebiedsbescherming (vervangt Nb-wet). Voor

CroonenBuro5

21

Bestemmingsplan Loo’se tuinen fase 2, Bergeijk

Gemeente Bergeijk

bestemmingsplannen is het toetsingskader voor deze gebieden in de basis ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Nb-wet. Als (een wijziging van) een bestemmingsplan negatieve gevolgen heeft voor de Natura 2000gebieden kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. In dat geval moet het bevoegd gezag volgens artikel 2.8, van de Wet natuurbescherming (Wnb) eerst een passende beoordeling opstellen. Uit de passende beoordeling moet blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan.

4.9.2

Toetsing initiatief Gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019, kan de PAS niet meer worden gehanteerd als toetsingskader op grond van de Wet natuurbescherming. Om deze reden is door Antea Group een stikstofdepositieonderzoek verricht. De rapportage is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen, de conclusies zijn hierna weergegeven. Voor de voorgenomen ontwikkeling berekent AERIUS Calculator voor zowel de realisatie- als gebruiksfase een bijdrage van niet meer dan 0,00 mol per ha per jaar op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn om de voorgestane ontwikkeling mogelijk te maken.

4.10

Water

4.10.1 Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is het opstellen van een waterparagraaf verplicht, mede in relatie tot de watertoets. In deze paragraaf wordt verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding.

4.10.2 Beleid en regelgeving Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Waterschap De Dommel heeft in 2015 het Waterbeheerplan ‘Waardevol Water’ vastgesteld. Dit waterbeheerplan beschrijft de doelen en inspanningen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021. Aansluitend op het waterbeheerplan hebben de drie Brabantse waterschappen sinds 1 maart 2015 de beschikking over één gezamenlijke verordening: de Brabant Keur. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 2.000 m2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden met de algemene rekenregel van het waterschap. Voor ontwikkelingen met een toename van het verhard oppervlak < 2.000 m² wordt door het waterschap geen compensatie geëist, omdat deze oppervlakten hydrologisch gezien tot dermate kleine afvoeren leiden dat ze geen probleem vormen voor het lokale watersysteem. Voor dergelijke kleinschalige initiatieven is het gemeentelijk beleid dus maatgevend. Het aspect ‘water’ heeft ook een plaats gekregen in het beleid van de gemeente Bergeijk, in de vorm van het ‘Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, 2020-2024’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=d90047e5-d91a-4378-acd5-499e0f312f7c