Bijlage 4 Reactie Adviesraad Sociaal Domein verordening leerlingenvervoer 2026 gemeente
Tekst van het document
Memo
Voor
:
Adviesraad Sociaal Domein
Van
:
J. Oomen
Afdeling
:
Maatschappij en Ruimte
Datum
:
woensdag 3 september 2025
Onderwerp
:
reactie gevraagd advies ASD concept verordening leerlingenvervoer gemeente Bergeijk 2026
Inleiding Op 30 juni 2025 is de Adviesraad Sociaal Domein (hierna: ASD) gevraagd advies te geven over de opgestelde concept verordening leerlingenvervoer Kempengemeenten 2025. De ASD heeft op 24 augustus 2025 hun schriftelijk advies ingestuurd. In dit advies komen een aantal aandachtspunten naar voren, die in dit schrijven van reactie worden voorzien. De ASD noemt het concept document in haar advies een gedegen verordening. Maar merkt voorafgaand op dat het desondanks een lastig leesbaar stuk is wat op sommige punten verwarring geeft. De ASD opent haar schrijven dan ook direct met een advies, luidend: Adviespunt ASD op de concept verordening leerlingenvervoer Kempengemeenten 2025 1. Advies om het ook op een meer toegankelijk stuk (B1 niveau) voor bijvoorbeeld ouders te maken. Reactie: De wettelijke grondslag voor het verstrekken van leerlingenvervoer is neergelegd in artikel 4, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO), artikelen 8.28 en 8.29 van de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (hierna: WVO2020) en artikel 4, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra (hierna: WEC). Op basis van drie wetten hebben gemeenten de opdracht om leerlingenvervoer te organiseren. Ondanks de beoogde verhoogde leesbaarheid van de nieuwe verordening, bevat het nog altijd juridische termen en complexe regelgeving.
De verordening is met name bedoeld voor de uitvoerende ambtenaren en hen een werkwijze te bieden die de opdracht in de hiervoor genoemde drie wetten aan de gemeente geeft. De toelichting bij de verordening kan meer duidelijkheid geven. Daarnaast worden alle gezinnen uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek en wordt er laagdrempelig en toegankelijker informatie verspreid in de vorm van een flyer en de organisatie van informatieavonden. Kanttekeningen ASD op de concept verordening leerlingenvervoer Kempengemeenten 2025 1. We realiseren ons dat de wet spreekt over kinderen die gehandicapt zijn. Echter dit is achterhaalde terminologie. Indien mogelijk zou ons advies zijn dit aan te passen naar de term ‘kinderen met een …. beperking” of “kinderen met een specifieke onderwijsbehoefte”. Onzes inziens zou dit in een lokale verordening wel aan te passen moeten zijn. Reactie: De gehanteerde definitief van ‘gehandicapt’ is de volgende: “Een leerling die door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken, wordt aangemerkt als een gehandicapte leerling in de zin van de Verordening leerlingenvervoer. ‘Centraal staat het feit dat de leerling vanwege
een handicap niet in staat is om zelfstandig naar school te reizen, de aard van de handicap is daarbij ondergeschikt.” Zoals opgenomen in deze kanttekening is het een term die voortkomt uit de wet; de wet heeft het zo genoemd en wij sluiten aan bij de begripsbepalingen. De gedachten hierachter is dat bij eventuele discussie er nooit iets anders kan zijn bedoeld als de wet heeft voorgeschreven. 2. In artikel 17, lid 2 en 3 wordt gesproken over een vergoeding op basis van kosten van het vervoer per fiets met daarbij de verwijzing naar het voorgaande punt. Wat is de reden dat wanneer een kind de fiets kan gebruiken er toch een kilometervergoeding tegenover staat? Het roept binnen de adviesraad vragen op hoe deze bepaling precies te lezen. De fietsvergoeding vindt zijn oorsprong in de wettelijke verplichting van de raad om een verordening vast te stellen voor het leerlingenvervoer. Te weten in artikel 4, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (hierna: Wpo), artikel 4, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra (hierna: Wec) en artikel 8.29, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 (hierna: Wvo 2020). Er wordt op basis van deze artikelen voorzien in een manier van vervoer die voor de leerling passend is. Op grond van de verordening leerlingenvervoer is een fietsvergoeding de eerst mogelijke vergoeding.
Met de fietsvergoeding wordt het vervoer per fiets gestimuleerd. De vergoeding voor de fietser in dit artikel geldt alleen voor leerlingen van basisonderwijs, speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs die meer dan 6 km van school wonen. Men ontvangt een vergoeding per gefietste kilometer. Een fietsvergoeding gaat ook op voor een begeleider wanneer de leerling niet zelfstandig naar school kan fietsen vanwege de leeftijd van de leerling of vanwege een structurele beperking. Ook de veiligheid van de route en de afstand wordt in deze overweging meegenomen. De financiële ondersteuning kan een reden zijn voor ouders om te kiezen voor deze vervoersvoorziening met het doel in ogenschouw nemend: om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en het gezin te stimuleren. Waar mogelijk proberen we -dus- de mogelijkheden van de leerling te benutten en het reizen van fietsen in deze specifieke gevallen te stimuleren. Leerlingen van het voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs krijgen geen fietsvergoeding op het moment dat zij zelfstandig kunnen fietsen. Vanaf deze leeftijd wordt -in principe- verwacht dat zij zelfstandig kunnen fietsen. 3. Artikel 22 en 23 behelst de financiële vergoeding voor ouders met als laatste opmerking dat het drempelbedrag niet van toepassing is voor ouders met een kind met een beperking.
Advies is om die opmerking als eerste te benoemen zodat ouders daar meteen duidelijkheid over hebben of het voor hen van toepassing is. Het kan nu verwarring geven. Het heeft de voorkeur om eerst de inhoud van het artikel te geven zodat duidelijk is waar het artikel betrekking op heeft, zodat duidelijk is waar het om gaat. Het is niettemin terecht dat u aandacht vraagt voor de leesbaarheid van het document. Nu de verordening in beginsel bedoeld is voor de uitvoerende ambtenaren (zoals hierboven aangehaald in de reactie op uw advies) schenken wij extra aandacht aan uitleg van de artikelen in het persoonlijk gesprek waarvoor ouders worden uitgenodigd. Ook met de georganiseerde informatieavonden en het uitbrengen van een flyer aan alle ouders met concrete wijzigingen in duidelijke taal, menen we deze verwarring weg te kunnen nemen. 4. Worden er bij de aanbesteding afspraken gemaakt, eisen gesteld aan chauffeurs die de taxi’s rijden waarmee kinderen worden gehaald en gebracht? Er is al enige tijd (landelijke) discussie rondom het leerlingenvervoer, met name over de kwaliteit en betrouwbaarheid van het vervoer en de belasting van chauffeurs. De verordening regelt met name de relatie tussen inwoner en gemeente; bijvoorbeeld hoe een inwoner een aanvraag kan doen.
2 van 3
In de aanbesteding hebben we afspraken gemaakt met de vervoerder, bijvoorbeeld in relatie tot eisen aan chauffeurs. In algemene zin zijn wij (zeer) tevreden met de uitvoering van de opdracht door Van der Wijst, een lokale vervoerder. De signalen, zoals gepresenteerd in de media, herkennen wij gelukkig niet. Slotconclusie Het advies en de kanttekeningen die de ASD in haar gevraagde advies naar voren brengt, worden meegenomen in de vervolgstappen die genomen zullen worden: -
We maken bij iedere aanvraag vanaf schooljaar 2026-2027 een afspraak voor een, bij voorkeur persoonlijk, gesprek. Zo blijft een aanvraag laagdrempelig en is er ruimte voor het stellen van vragen bij onduidelijkheden. Ouders/verzorgers die al een kind in het leerlingenvervoer hebben worden bovendien in het nieuwe kalenderjaar geïnformeerd over de aanpassingen in de verordening en worden uitgenodigd voor een inloopavond waar zij met vragen en onduidelijkheden terecht kunnen.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van de gemeente Bergeijk,
3 van 3