Bijlage 3a Notitie Thuis in de Kempen inburgeren in de Kempengemeenten vanaf 2022 (002).pdf
Tekst van het document
Thuis in de Kempen Inburgeren in de Kempengemeenten vanaf 2022
Gemeente Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden
1. Inleiding 1.1 De aanleiding voor de Wet inburgering 2021 De nieuwe Wet inburgering treedt 1 januari 2022 in werking en vervangt de huidige Wet inburgering. In het huidige inburgeringsstelsel wordt van inburgeringsplichtigen verwacht dat zij in staat zijn om zelfstandig hun weg te vinden in het stelsel en te bepalen op welke manier zij aan de inburgeringsplicht kunnen voldoen. Uit de evaluatie van de huidige Wet inburgering en andere publicaties over de werking van het inburgeringsstelsel blijkt dat een aanzienlijk deel van de inburgeringsplichtigen het lastig vindt om zelfstandig invulling te geven aan de eigen inburgering. Het huidige stelsel staat verder veel op zichzelf en mist daarmee de aansluiting met andere belangrijke domeinen zoals onderwijs en participatie én is gevoelig voor fraude. Daarom is besloten om het inburgeringsstelsel grondig te herzien. Meer informatie over de wijzigingen van de wet vindt u hier.
1.2 Het doel van de Wet inburgering 2021 Het doel van de Wet inburgering 2021 is dat alle inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk en volwaardig kunnen meedoen aan de Nederlandse samenleving, het liefst via betaald werk. Gemeenten krijgen de regie over de uitvoering van de inburgering. Zij worden verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van inburgeringsplichtigen gedurende de inburgering. Om het doel van de Wet inburgering 2021 te bereiken, kent de wet vijf subdoelen. Deze dienen als uitgangspunt voor gemeenten en andere partijen in het stelsel: 1) Tijdige start van de inburgering Zodoende kunnen inburgeringsplichtigen vanaf het begin deelnemen aan de Nederlandse samenleving. 2) Snelheid van de inburgering Het is belangrijk dat inburgeringsplichtigen binnen het inburgeringstermijn van 3 jaar, maar het liefst sneller, voldoen aan de inburgeringsplicht. 3) Maatwerk Het is belangrijk dat het inburgeringsaanbod aansluit bij de startpositie en ontwikkelmogelijkheden van inburgeringsplichtigen. 4) Dualiteit: combineren van taal en participatie Het is belangrijk dat het leren van de Nederlandse taal wordt gecombineerd met activiteiten gericht op deelname aan het dagelijkse leven. 5) Kwaliteit van het inburgeringsaanbod Om de subdoelen 1 tot en met 4 te bereiken, is het belangrijk dat er een divers en kwalitatief hoogwaardig inburgeringsaanbod beschikbaar is.
Daarom zijn gemeenten in het nieuwe inburgeringsstelsel verantwoordelijk voor de inkoop en kwaliteit (van een deel) van het inburgeringsaanbod. Als gemeente kunnen we naar eigen inzicht en rekening houdend met de lokale omstandigheden invulling geven aan de taken, om zo bovenstaande uitgangspunten te bereiken. Deze notitie beschrijft hoe de Kempengemeenten, binnen de wettelijke kaders, invulling geven aan de (nieuwe) gemeentelijke taken in het inburgeringsstelsel. Daarbij wordt onder andere ingegaan op eerdere besluitvorming, openstaande beleidskeuzes en het financieel kader.
2
Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................................................... 2 1.1 De aanleiding voor de Wet inburgering 2021 ............................................................................ 2 1.2 Het doel van de Wet inburgering 2021 ...................................................................................... 2 2. Regiefunctie gemeenten ................................................................................................................. 4 2.1 Verantwoordelijkheden en taken gemeenten ............................................................................ 4 2.2 Aanbodplicht per inburgeringsdoelgroep ................................................................................... 4 2.3 Toelichting per taak ................................................................................................................... 4 3. Lokaal beleid ................................................................................................................................... 7 3.1 Uitgangspunten.......................................................................................................................... 7 3.2 Uitwerking taken ........................................................................................................................
8 3.3 De ondertussen-groep en ELIP ............................................................................................... 11 4. Financieel kader ............................................................................................................................ 12 4.1 Geldstromen en budgetten ...................................................................................................... 12 4.1.1 Structurele inkomsten vanuit het Rijk ............................................................................... 12 4.1.2 Incidentele inkomsten vanuit het Rijk ............................................................................... 13 4.2 Bestedingsplan ........................................................................................................................ 14 4.2.1 Structurele uitgaven Kempengemeenten ......................................................................... 14 4.2.2 Incidentele uitgaven Kempengemeenten ......................................................................... 15 5. Implementatie ................................................................................................................................ 16 5.1 Samenwerking .........................................................................................................................
16 5.2 Aandachtspunten ..................................................................................................................... 16 6. Planning en monitoring.................................................................................................................. 17 7. Bijlagen .......................................................................................................................................... 17
3
2. Regiefunctie gemeenten 2.1 Verantwoordelijkheden en taken gemeenten Gemeenten krijgen vanaf 2022 nieuwe taken om de regiefunctie in het stelsel te kunnen vervullen: - Het afnemen van een brede intake; - Het opstellen van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP); - Het volledige inburgeringsaanbod (waaronder taallessen) voor asielstatushouders en een deel van het aanbod voor gezinsmigranten en overige migranten; - Het monitoren van de voortgang van de inburgering voor alle inburgeringsplichtigen; - De maatschappelijke begeleiding van asielstatushouders; - Het financieel ontzorgen van bijstandsgerechtigde asielstatushouders. Hieronder wordt het inburgeringsproces schematisch weergegeven vanaf het moment dat de inburgeringsplicht is vastgesteld tot en met het moment van het vaststellen van het PIP.
Figuur 1. Inburgeringsproces (bron: VNG)
2.2 Aanbodplicht per inburgeringsdoelgroep We kunnen grofweg twee soorten inburgeringsplichtigen onderscheiden: asielstatushouders en gezinsmigranten. Asielstatushouders zijn personen die een asielaanvraag hebben ingediend, en een (tijdelijke) verblijfsvergunning toegewezen hebben gekregen. Dit geldt dus ook voor nareizende gezinsleden / asielstatushouders die vanwege gezinshereniging naar Nederland zijn gekomen. Zij zijn hier immers met een asielvergunning. Gezinsmigranten zijn onder te verdelen in gezinsherenigers en gezinsvormers. Onder gezinshereniging wordt de vestiging in Nederland verstaan van personen uit gezinnen die al vóór de immigratie bestonden, waarbij één of meer gezinsleden bij gezinsleden gaan wonen die eerder naar Nederland zijn gekomen. Gezinsvorming betreft de vestiging in Nederland van personen die hier komen om te trouwen, een partnerschap af te sluiten, of te gaan samenwonen met een al in Nederland wonende partner. Overige migranten zijn inburgeringsplichtigen die om uiteenlopende redenen naar Nederland zijn gekomen en die door Immigratie- en Naturalisatiedienst een vergunning tot verblijf hebben gekregen en moeten inburgeren. De aanbodplicht verschilt per inburgeringsdoelgroep.
In tegenstelling tot asielstatushouders zijn gezins- en overige migranten die gebruik maken van een inburgeringslening zelf verantwoordelijk voor het regelen van hun inburgeringscursussen, maar zij kunnen gebruik maken van het gemeentelijke aanbod. Gemeenten dienen wel een brede intake en een persoonlijk Plan voor Inburgering en Participatie (PIP) bij hen af te nemen en voortgangsgesprekken te voeren. Daarnaast dienen we de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en het Participatieverklaringstraject aan te bieden en te bekostigen. Aanvullend kan de gemeente adviseren over de te volgen leerroute. Dit betekent dat gezins- en overige migranten het taalonderwijs en de module ‘Kennis van de Nederlandse Maatschappij’ (KNM)1 zelf moeten betalen. Daarvoor kunnen zij wel een lening aan vragen bij Dienst Uitvoering Onderwijs. Bijlage 1 geeft de aanbodplicht ten aanzien van de verschillende onderdelen weer.
2.3 Toelichting per taak In onderstaande opsomming worden de nieuwe taken verder toegelicht. Hoofdstuk 3 gaat in op de lokale invulling per onderdeel. 1. Warme overdracht COA - gemeente Als een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, koppelt het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) de asielstatushouder zo snel mogelijk aan een gemeente op basis van het regioadvies 1 KNM wordt straks onderdeel van de leerroutes zelf (zie paragraaf 2.3 Toelichting per taak, punt 3 Leerroutes)
4
en de taakstelling van gemeenten. Vanaf dat moment zijn gemeenten verantwoordelijk voor asielstatushouders en daarmee de huisvesting en inburgering. Om een doorgaande lijn van de opvang naar de gemeente te creëren dient er een zogenaamde ‘warme overdracht’ van het COA naar de gemeente georganiseerd te worden. Enerzijds gaat dit over de overdracht van (digitale) informatie over de inbugeringsplichtige (via het Taakstelling Volg Systeem van het COA), anderzijds gaat dit over de relationele overdracht van de statushouder aan de gemeente. Bij voorkeur door een gesprek tussen een medewerker van de gemeente, een medewerker van het COA en de inburgeringsplichtige. 2. Casusregie Gemeenten dienen regie te voeren van de start tot en met de afronding van de inburgering. Onder casusregie verstaan we de regie op het gehele proces van brede intake, opstellen PIP tot aan monitoren en handhaven gedurende het gehele inburgeringstraject van het individu. Tijdens de brede intake wordt de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige in kaart gebracht en de leerbaarheid getest om inzicht krijgen in de startpositie en de ontwikkelingsmogelijkheden van een inburgeringsplichtige. Op basis van de brede intake wordt vervolgens samen met de inburgeringsplichtige een PIP opgesteld en binnen 10 weken vastgesteld door de gemeente middels een beschikking.
Het bevat informatie over: - Welke leerroute de inburgeringsplichtige gaat volgen om aan zijn inburgeringsplicht te voldoen; - Welke afspraken zijn gemaakt over de andere onderdelen van het inburgeringstraject zoals het Participatieverklaringstraject en de Module Arbeidsmarkt en Participatie; - De begeleiding naar financiële zelfredzaamheid; - De maatschappelijke begeleiding die wordt geboden tijdens het traject; - Afspraken over de manier waarop het leren van de taal gecombineerd wordt met werk, vrijwilligerswerk, studie of andere participatie-activiteiten. De voortgang van de inburgeringsplichtige wordt periodiek gecontroleerd. Indien afspraken van het PIP niet worden nagekomen kan de casusregisseur handhavend optreden. 3. Leerroutes Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het inburgeringsaanbod en taalonderwijs om de kwaliteit van onderwijs te waarborgen. Taalonderwijs is verdeeld onder drie leerroutes: a. Onderwijsroute: jongeren tot 28 jaar, gericht op het behalen van een Nederlands schooldiploma op minimaal mbo-2-niveau voor een goede startpositie op de arbeidsmarkt. b. B1-route: het gewenste resultaat is het behalen van de examens op niveau B1. De inburgeringsplichtige heeft dan een toereikend taalniveau om uit te stromen naar betaald werk (al tijdens het traject of als vervolg) of een andere vorm van participatie. c.
Zelfredzaamheidsroute (ook wel Z-route): een speciale route gericht op taal, activering en participatie, voor mensen voor wie de onderwijs- of B1-route buiten bereik ligt. Uitstroom naar betaald werk blijft wenselijk, maar zelfredzaamheid is het belangrijkste doel. In het huidige inburgeringsstelsel komt deze groep nog in aanmerking voor een ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen. In het nieuwe inburgeringsstelsel vervangt de Z-route deze mogelijkheid. 4. Financieel ontzorgen Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het financieel ontzorgen van bijstandsgerechtigde statushouders door middel van het inhouden van woon- en zorgkosten en het verstrekken van leefgeld in de eerste zes maanden. Dit dient financiële problemen te voorkomen en financiële rust te creëren. De focus ligt daarmee vanaf het begin op inburgeren. Daarnaast dienen gemeenten financiële zelfredzaamheid te stimuleren. Dit wordt onder punt 5. Participatie verder toegelicht. 5. Participatie inburgeringsplichtigen in de Z-route moeten in totaal 800 uur besteden aan activiteiten gericht op zelfredzaamheid, activering en participatie in de Nederlandse maatschappij. Voor de B1-route is wettelijk geen urennorm vastgelegd in het kader van participatie, wel kunnen hierover in het PIP afspraken worden vastgelegd.
In de Kempen maken we een onderscheid tussen arbeidsparticipatie en maatschappelijke participatie: a. Arbeidsparticipatie: KempenPlus voert de Participatiewet uit voor de Kempengemeenten en de participatiecoaches van KempenPlus begeleiden en ondersteunen statushouders richting de arbeidsmarkt. De meeste werkzaamheden in de Wet Inburgering op het gebied van 5
arbeidsparticipatie zijn dan ook geen nieuwe taken voor KempenPlus. Wel nieuw is de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Dit is de vervanger voor de huidige Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA), maar met een praktisch element. De ONA is op dit moment ondergebracht bij het taalonderwijs. Vanwege de inhoud en het praktische element stellen we voor om de MAP vanaf 2022 te koppelen aan de arbeidsparticipatie en te beleggen bij KempenPlus. In de MAP moeten de inburgeringsplichtigen kennismaken met de Nederlandse arbeidsmarkt en moeten ze kennis en vaardigheden opdoen die nodig zijn om duurzaam te participeren op de arbeidsmarkt. b. Maatschappelijke participatie: met maatschappelijke participatie bedoelen we alle activiteiten gericht op het deelnemen aan het leven in de gemeente en gemeenschap waarin de inburgeringsplichtige woont. Het doel hiervan is dat de inburgeringsplichtige zo snel mogelijk mee doet in de maatschappij en contacten in de nabije woonomgeving opdoet. Deze activiteiten kunnen dus meetellen voor de wettelijke uren voor de inburgering. Dat kunnen zowel individuele activiteiten zijn, als een collectieve activiteiten (workshops en excursies) waar de statushouder aan deelneemt.
De volgende thema’s vallen onder maatschappelijke participatie: • Maatschappelijke begeleiding: is een afgeleide van maatschappelijke participatie en gericht op het regelen van praktische zaken en het vergroten van de kennis van de Nederlandse samenleving. Het doel is het versterken van de zelfredzaamheid en de participatie van statushouders te vergroten door bijvoorbeeld deel te nemen aan het verenigingsleven. • Participatieverklaringstraject (PVT): draait om het kennismaken en kennisnemen van de Nederlandse kernwaarden (zoals gelijkheid en vrijheid). De nieuwe wet intensiveert dit traject van vier uur naar twaalf uur. Daarnaast moeten gemeenten straks een aanvullende activiteit of excursie opnemen in het PVT. Voorwaarde voor deze activiteit of excursie is dat deze maatschappelijke meerwaarde moet hebben (bijv. bezoek aan bibliotheek of verzorgingstehuis). In het huidige stelsel is een eigen bijdrage van gezins- en overige migranten voor het PVT verplicht. Deze verplichte bijdrage valt weg met de ingang van de nieuwe wet. • Financiële zelfredzaamheid: naast financieel ontzorgen dienen gemeenten ondersteuning te organiseren bij het aanleggen van financiële vaardigheden. De financiële ondersteuning begint op de dag dat het recht op bijstand ontstaat.
6
3. Lokaal beleid 3.1 Uitgangspunten Ambities en doelen In het voorjaar 2020 hebben de colleges van B&W van de gemeenten Bergeijk, Reusel-De Mierden, Eersel en Bladel bijgevoegde “startnotitie Wet inburgering” vastgesteld. Daarmee is er voor gekozen om de focus te leggen op de uitvoering van de wettelijk verplichte taken die zijn verbonden aan de veranderopgave Inburgering. De volgende ambities en doelen vloeien daaruit voort: Ambities: 1. Duurzame uitstroom naar betaald werk 2. Participatie naar vermogen (indien 1 niet haalbaar is) 2 3. Sociale integratie met respect voor ieders cultuur/achtergrond 4. Doorgaande lijn voor het ontwikkeltraject (het inburgeringstraject) 5. Integrale aanpak op alle leefgebieden 6. Zelfredzaamheid op alle leefgebieden 7. Inburgeren is een wederkerig proces Doelen: 1. Kandidaten van de onderwijsroute stromen binnen een jaar uit naar een opleiding op MBO2niveau of hoger; 2. Kandidaten van de B1-route behalen binnen 3 jaar een diploma op (minimaal) taalniveau B1 en stromen duurzaam uit naar werk; 3. Kandidaten van de Z-route stromen binnen drie jaar duurzaam uit naar werk of dagbesteding. Indien dat niet mogelijk blijkt is er sprake van duurzame inzet op het gebied van vrijwilligerswerk.
Samenwerkingsniveau Door de beperkte omvang van de doelgroep3 is het noodzakelijk om in de Kempen samen te werken om de Wet inburgering zo effectief en efficiënt mogelijk uit te voeren. Maar dit betekent niet dat samenwerking op alle onderdelen van de Wet inburgering noodzakelijk is. Lokaal waar het kan, en regionaal (Kempen) of bovenregionaal (regio Eindhoven) waar het moet. Dat is het uitgangspunt. In lijn met die gedachte hebben de colleges van de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden in het voorjaar 2020 de volgende besluiten genomen over het samenwerkingsniveau: 1) Bijgevoegde startnotitie Wet inburgering vast te stellen en daarmee in te stemmen met: a. De casusregie (inclusief brede intake, PIP, voortgang en handhaving) op Kempenniveau te organiseren en te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om dit te beleggen bij KempenPlus. De gemeente Eersel heeft besloten om dit onderdeel lokaal te organiseren; b. De B1 route op het niveau van de subregio Eindhoven in te richten om tot een passend aanbod te komen; c. De Onderwijsroute op het niveau van de subregio Eindhoven in te richten om tot een passend aanbod te komen; d. De Z-route op (boven)regionaal niveau in te richten waarbij de borging op Kempenniveau als uitgangspunt wordt genomen; e. Het financieel ontzorgen op Kempenniveau te organiseren en deze taak te beleggen bij KempenPlus; f.
De uitvoering van het Participatieverklaringstraject op Kempenniveau te organiseren in samenwerking met lokale partijen; g. De maatschappelijke begeleiding lokaal te organiseren en de huidige inzet te continueren; 2) In te stemmen met het voorstel van de gemeente Eindhoven en daarmee: a. Een Dienstverleningsovereenkomst "Regionale inkoop Inburgering" Zuidoost-Brabant (verder genoemd: DVO) aan te gaan; b. Mandaat te verlenen aan de gemeente Eindhoven voor de voorbereiding en uitvoering van de inkoop B1- en Onderwijsroute conform de uitgangspunten in bijlage b; 2 Bijstelling van een vastgesteld traject is mogelijk indien deze niet blijkt te passen bij de (capaciteit van de) inburgeraar. 3 Op basis van het totaal aantal asielstatushouders (inclusief nareizende gezinsleden) in 2019 in de gemeenten Eersel, Bla-
del, Bergeijk en Reusel-De Mierden gaan we uit van 28 asielstatushouders in de Kempen. Daarbij is ook gecorrigeerd op leeftijd. Mensen die jonger waren dan 17 en of ouder dan 67 zijn niet meegeteld.
7
c.
Het mandaatsbesluit te laten ondertekenen door burgemeester en secretaris en aan de gemeente Eindhoven toe te sturen.
3.2 Uitwerking taken In navolging op bovengenoemde besluiten zijn de verschillende onderdelen verder uitgewerkt. Hieronder lichten we per onderdeel toe wat de uitkomsten daar van zijn en welke besluiten er nog moeten worden genomen. In bijlage 3 wordt schematisch weergegeven wat er precies verandert in de nieuwe situatie. 1. Warme overdracht COA - gemeente De gemeente krijgt een taakstelling voor huisvesting van statushouders vanuit het Rijk en heeft via het taakvolgsysteem (TVS) inzicht in welke statushouders zijn gekoppeld aan de gemeente. Zij wordt daarover geïnformeerd door het COA. De gemeente stuurt aan op de huisvesting van gekoppelde statushouders in samenwerking met de woningbouwcorporaties. Dit wordt door de gemeente afgestemd met Vluchtelingenhulp of -werk. Momenteel gebeurt dit ook al op deze manier. Vanaf het nieuwe inburgeringsstelsel informeert de gemeente ook de casusregisseur over de koppeling en deelt de relevante informatie van het COA over de statushouder met de regisseur (zie ook punt 2. Casusregie). Indien nodig treedt de regisseur in overleg met het COA over de wijze waarop de voorinburgering wordt georganiseerd. Indien mogelijk en wenselijk voert de casusregisseur een kennismakingsgesprek met de inburgeringsplichtige, voorafgaand aan diens vestiging in de gemeente.
Centraal staat daarbij opbouwen van de onderlinge band en het ophalen en delen van informatie voor het inburgeringsproces en de gemeente waar hij of zij wordt gehuisvest. 2. Casusregie De brede intake en het PIP Na de kennismaking met de inburgeringsplichtige neemt de casusregisseur samen met de belangrijke ketenpartners zoals Vluchtelingenhulp- en werk een brede intake af om alle leefgebieden en de (on)mogelijkheden in kaart te brengen. Aan de hand van de brede intake stelt de casusregisseur vervolgens een PIP op, binnen de wettelijke termijn. Dit doet de regisseur ook met de ketenpartners en met de inburgeringsplichtige zelf. Alle partijen dienen zich te committeren om de doelstellingen van het PIP te realiseren. Samen met deze partners zorgt de casusregisseur er voor dat de randvoorwaarden aanwezig zijn voor een succesvolle afronding van het inburgeringstraject. Voortgang en handhaving De casusregisseur moet het proces en tijdspad van de inburgering bewaken. Zo kan de leerroute indien nodig tijdig aangepast worden en kunnen inburgeringsplichtigen hun traject tijdig afronden. De inburgeringsplichtige is en blijft echter zelf verantwoordelijk over zijn of haar inburgering. Indien de inburgeringsplichtige zich niet houdt aan de gemaakte afspraken in het PIP dan zal de casusregisseur volgens de wet handhaven.
Een integrale benadering De Wet Inburgering en Participatiewet hebben veel raakvlakken. De casusregisseur moet zorgdragen dat er tijdens het opstellen van het PIP en inburgeringstraject sprake is van een integrale uitvoering van de wetten voor de statushouders met een uitkering en gezins- en overige migranten die re-integratie ondersteuning vragen. Tijdens het inburgeringstraject volgen de inburgeringsplichtigen duale trajecten die ervoor zorgen dat de inburgeringsplichtige taalonderwijs volgt en participeert in de maatschappij. De casusregisseur moet ook samen met de ketenpartners in het sociaal domein bekijken of de inburgeringsplichtige in aanmerking komt voor ondersteuning bij ketenpartners zoals Maatschappelijke Dienstverlening voor onder andere Wmo en bijzondere bijstand. Om de samenwerking tussen relevante ketenpartners (zoals Vluchtelingenhulp en -werk, MD, KempenPlus) goed te organiseren en om de integrale benadering van de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige te bewaken, wordt een ‘PIP-team’ samengesteld. Het PIP-team komt regelmatig bijeen om casuïstiek te bespreken. Op afroep kunnen andere partijen aansluiten. Casusregie en KempenPlus KempenPlus heeft ervaring met participatiecoaches die statushouders begeleiden naar werk/participatie vanuit de huidige takenpakket.
Na instemming van de gemeenteraden zal KempenPlus daarnaast regievoeren over het gehele inburgeringstraject op casusniveau voor de gemeenten Bergeijk, Bladel en Reusel-De Mierden. Hierdoor kan de Participatiewet en Wet Inburgering integraal worden uitgevoerd. 8
Procesregie De procesregie op inburgeren is tot slot een verantwoordelijkheid van de gemeenten. Dit is niet gericht op de individuele situatie maar gaat over het grotere, overkoepelende geheel. Wanneer bijvoorbeeld afspraken structureel niet door een taalaanbieder worden nagekomen is de procesregisseur verantwoordelijk voor het maken van verbeterafspraken, niet de casusregisseur. Een procesregisseur ziet er daarnaast op toe dat de samenwerking tussen de diverse partners soepel verloopt. Procesregie hoort bij de reguliere taken van de verantwoordelijke beleidsmedewerker bij de gemeente. Voorstel college van B&W: de gemeenteraden voor te stellen om akkoord te gaan met de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Participatiebedrijf KempenPlus om hiermee de uitvoering van het onderdeel casusregie (inclusief brede intake, PIP, voortgang en handhaving) mogelijk te maken voor de gemeenten Bergeijk, Bladel en Reusel-De Mierden. 3. Inkoop leerroutes Op basis van huidige cijfers gaat het in totaal om circa 3 deelnemers voor de onderwijsroute, 11 deelnemers voor de B1-route en 14 voor de Z-route. Om de inkoop van de B1 en Onderwijsroute te organiseren is een vierjarige dienstverleningsovereenkomst gesloten met de gemeente Eindhoven.
Namens elke subregio is één ambtelijke vertegenwoordiger aangesloten tijdens het inkooptraject om input te leveren en lokale belangen en aandachtspunten kenbaar te maken. Hieronder wordt de stand van zaken per leerroute beschreven. Er is voor de leerroutes gekozen voor een inspanningsgerichte financiering en de aanbieder van de leerroute wordt per taaltraject afgerekend. a. Onderwijsroute: De gemeente Eindhoven koopt voor de arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant en Helmond-De Peel de onderwijsroute in. De onderwijsroute bestaat uit een taalschakeltraject en is gericht op het beheersen van de Nederlandse taal op minimaal B1 niveau en de instroom in het reguliere Nederlands onderwijs, te weten MBO, HBO of de Universiteit. De gemeente Eindhoven heeft een marktverkenning verricht en gesprekken gevoerd met Fontys, Universiteit van Tilburg en MBO instellingen. De MBO scholen hebben aangegeven de onderwijsroute niet te willen aanbieden conform de condities die het ministerie nu stelt. Hierover heeft de VNG onlangs ook een brief gestuurd naar het ministerie. De uitkomsten van de overleggen op landelijk niveau worden afgewacht, alvorens de contracten met MBO, HBO en WO partijen gesloten kunnen worden. We worden door gemeente Eindhoven hiervan op de hoogte gehouden. b. B1-route: De gemeente Eindhoven koopt voor de arbeidsmarktregio Zuidoost-Brabant de B1route (inclusief KNM) in.
Bij de module Kennis Nederlandse Maatschappij leren inburgeringsplichtigen onder meer over de omgangsregels, normen en waarden in Nederland, de Nederlandse geschiedenis en onderwijssysteem. De opdracht bestaat uit 2 percelen op basis van 2 leerprofielen: leerprofiel hoge leerbaarheid (hogere opleiding en/of hoge leerbaarheid en/of sneller leertempo vergelijkbaar met MBO 2 of hoger en lage leerbaarheid (lagere opleiding en/of lage leerbaarheid en/of langzamer leertempo). Het taalonderwijs wordt aangeboden vanuit een centrale locatie in Eindhoven, die goed bereikbaar is met het openbaar vervoer. De aanbesteding is in mei gepubliceerd en wordt in september afgerond. c.
Z-route: De Kempengemeenten willen de Z-route dichtbij huis organiseren, juist ook om de samenwerking met lokale partijen te stimuleren. Er is onder begeleiding van Bizob Kempenbreed een inkoop gestart voor het taalonderwijs (inclusief KNM) in deze leerroute. Er wordt van de opdrachtnemer onder andere verwacht gelet op de kleine aantallen maatwerk te leveren en de lessen te verzorgen op een locatie van KempenPlus. De aanbesteding wordt in september afgerond. Voor statushouders bestaat het programma daarnaast uit minimaal 800 uur aan participatieactiviteiten. Dit is inclusief de uren voor de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en het participatieverklaringstraject (PVT) (zie punt 5 en 6). In samenspraak met het PIP team en inburgeringsplichtige worden afspraken gemaakt in het PIP over de invulling van deze uren.
4. Financieel ontzorgen KempenPlus maakt in het derde kwartaal van dit jaar afspraken met relevante partijen zoals de woningstichting en werkt de interne processen uit om invulling te geven aan dit onderdeel. Nu gebeurt dit ook al op basis van maatwerk. Straks is dit een wettelijk verplicht onderdeel. 5. Arbeidsparticipatie
9
KempenPlus voert voor de Kempengemeenten de Participatiewet uit en heeft de benodigde kennis en expertise om inburgeringsplichtigen te begeleiden. In tegenstelling tot de oude inburgeringswet, zullen de inburgeringsplichtigen (asielstatushouders en gezins- en overige migranten die om ondersteuning vragen) onder de Wet Inburgering 2021 zo snel mogelijk een duaal traject volgen van taalonderwijs en participatie. De wijze en mate van participatie zal afhankelijk zijn van de (on)mogelijkheden van de inburgeringsplichtige. Daarbij houden we altijd rekening met belastbaarheid. De activiteiten arbeidsparticipatie die een inburgeringsplichtige gaat doen, vloeien voort uit het PIP. Regulier aanbod vanuit de Participatiewet De inburgeringsplichtige zal door middel van re-integratietrajecten, trainingen, workshops, stages, werkervaringsplaatsing en proefplaatsing gaan participeren. Dit is gebeurt nu ook al voor alle uitkeringsgerechtigden of werkzoekende niet-uitkeringsgerechtigden, die ondersteuning nodig hebben om door te stromen naar de arbeidsmarkt. Deze taak valt onder de reguliere uitvoering van de Participatiewet. Nieuw aanbod vanuit de Wet inburgering 2021 Vanwege het praktische element en de beoogde doelstelling wordt geadviseerd om de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) onderdeel uit te laten maken van arbeidsparticipatie en te beleggen bij KempenPlus.
De MAP is een nieuw onderdeel en vervangt de huidige Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA), wat was ondergebracht bij het taalonderwijs. De MAP moet ervoor zorgen dat mensen sneller en beter kunnen participeren in de arbeidsmarkt en moet door snellere uitstroom uit een uitkering zorgen voor lastenbesparing voor de gemeente op termijn. De module bestaat uit een aanvullend praktisch element van minimaal 40 uur bedrijfsbezoeken, stages en/of werkervaringsplaatsen. inburgeringsplichtigen moeten tijdens de MAP kennismaken met de Nederlandse arbeidsmarkt en doen vaardigheden op die ze nodig hebben om duurzaam te participeren op de arbeidsmarkt. Door middel van interactieve lessen van ongeveer 64 uur leren de inburgeringsplichtigen onder andere over de Nederlandse werkcultuur, netwerk opbouwen en krijgen ze sollicitatietraining. De MAP sluit af met een eindgesprek en moet behaald worden om het inburgeringstraject af te ronden. Deze module wordt zo vroeg mogelijk in het inburgeringstraject gegeven zodat de inburgeringsplichtigen de arbeidsmarkt leren kennen. Om ervoor te zorgen dat de inburgeringsplichtigen de lessen begrijpen en om misverstanden te voorkomen, worden ook tolken ingezet. Dit is kostbaar. Daarom wordt gezocht naar alternatieven.
Denk bijvoorbeeld aan de inzet van cliënten van KempenPlus of ex-deelnemers die meertalig zijn die tegen een financiële compensatie worden ingezet als tolk. Zodoende kunnen zij ook werkervaring opdoen. Voorstel college van B&W: de gemeenteraden voor te stellen om akkoord te gaan met de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Participatiebedrijf KempenPlus om hiermee de uitvoering van het onderdeel Module Arbeidsmarkt en Participatie mogelijk te maken voor alle deelnemende gemeenten. 6. Maatschappelijke participatie In samenwerking met Vluchtelingenhulp en -werk is uitgewerkt hoe we invulling kunnen geven aan maatschappelijke participatie. De maatschappelijke participatie activiteiten die een inburgeringsplichtige gaat doen, vloeien voort uit het PIP. Denk aan activiteiten zoals het verplichte basisprogramma PVT, workshops en excursies, maar ook onderdelen als het taalcafé en koffieuurtje voor moeders. Dit betreft het aanbod van Vluchtelingenhulp en -werk, maar dit kan ook aanbod van andere partners zijn zoals de bibliotheek. Activiteiten als sporten bij een vereniging, een schildercursus bij de Volksuniversiteit zijn ook mogelijk. Samen met Vluchtelingenhulp- en werk is het aanbod, dat mee kan tellen voor de inburgering per gemeente, geïnventariseerd.
Hieruit blijkt dat er op dit moment al veel activiteiten plaatsvinden in de verschillende Kempengemeenten die mee kunnen tellen voor de inburgering. Vluchtelingenhulp en -werk zorgen voor een (collectief) aanbod aan activiteiten maatschappelijke participatie dat passend is bij de doelgroep en dat inspeelt op ontwikkelingen. Dit kunnen zij zelf organiseren, in samenwerking met andere partijen of beleggen bij andere partners.
10
Daarnaast hebben we afgesproken dat het de verantwoordelijkheid van Vluchtelingenhulp en -werk is om met de statushouder toezicht te houden op de uren die gemaakt moeten worden voor maatschappelijke participatie en hoe die uren ingevuld worden en hierover met de casusregisseur af te stemmen. Beiden als onderdeel van de maatschappelijke begeleiding die Vluchtelingenhulp en werk biedt. In onderstaande opsomming gaan we in op de onderdelen die horen onder maatschappelijke participatie. a. Financiële zelfredzaamheid In het verlengde van de opdracht die Maatschappelijke Dienstverlening (MD) heeft in het kader van preventie en vroegsignalering ‘Schuldhulpverlening en Armoedebestrijding’, wordt uitvoering gegeven aan deze taak. De regiefunctie wordt belegd bij de casusregisseur of Vluchtelingenwerk/Vluchtelingenhulp. Afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte van de inburgeringsplichtige is er aanbod beschikbaar om financiële vaardigheden aan te leren. Dit aanbod ziet er als volgt uit: Lichte ondersteuning Begeleiding Vluchtelingenwerk/ Vluchtelingenhulp Startpunt Geldzaken Sociaal Raadsliedenwerk Eurowijzer Thuisadministratie Wèl Beschermingsbewind
x x x
Matig intensieve ondersteuning x
Intensieve ondersteuning x
x x x
x x x x x (alleen indien noodzakelijk)
Meldpunt vroegsignalering bij betalingsachterstanden
x
x
x
b. Participatieverklaringstraject Door de afname van het aantal statushouders en om statushouders tijdig een participatieverklaringstraject aan te kunnen bieden, is het wenselijk dat de Kempengemeenten samenwerken bij de participatieverklaringstrajecten. Om ons hier goed op voor te bereiden vindt er dit najaar een Kempische pilot PVT plaats, in samenwerking met Vluchtelingenhulp en -werk. Na afloop evalueren we de pilot en stellen we het traject waar nodig bij. c.
Maatschappelijke begeleiding Dit onderdeel organiseren we lokaal. De inzet van Vluchtelingenhulp en -werk wordt dan ook gecontinueerd. Zij kennen immers de lokale gemeenschap en weten waar de behoefte ligt. Waar mogelijk en relevant vindt echter wel Kempensamenwerking plaats tussen Vluchtelingenhulp- en werk op onderdelen. Daarbij kan worden gedacht aan de organisatie van workshops, themabijeenkomsten of excursies. Inmiddels is bovendien per gemeente een overzicht gereed, waarin het aanbod van vluchtelingenhulp of -werk grotendeels is opgesomd. Dit geeft de casusregisseur inzicht in de mogelijkheden voor maatschappelijke begeleiding per inburgeringsplichtige, per gemeente. Daarnaast maakt het inzichtelijk op welke onderdelen samenwerking tussen partijen eventueel mogelijk of gewenst zou zijn.
3.3 De ondertussen-groep en ELIP Momenteel onderzoeken we met onze ketenpartners hoe we kunnen zorgen voor een soepele overgang van het huidige inburgeringsstelsel naar het nieuwe inburgeringsstelsel voor de “ondertussen-groep”. Dit zijn inburgeringsplichtigen die later dit jaar starten met hun inburgering en nog vallen onder het huidige inburgeringsstelsel. Het accent ligt daarbij met name op het voorkomen van problemen voor deze groep op het gebied van taalonderwijs. De groep die al eerder is gestart met inburgering blijven we daarnaast goed monitoren en begeleiden om er voor te zorgen dat zij hun inburgering tijdig afronden. Vergunninghouders die onder de huidige wet vallen en die hun inburgering niet dreigen te behalen, worden uitgenodigd voor een gesprek. Vervolgens wordt samen bekeken wat er nodig is om dit alsnog voor elkaar te krijgen. Dit wordt financieel mogelijk gemaakt met extra middelen vanuit het Rijk. Dit geldt ook voor inburgeringsplichtigen die hun lening vrijwel hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. Dit wordt ook wel de Einde Lening Inburgeringsplicht (ELIP)-groep genoemd.
11
4. Financieel kader 4.1 Geldstromen en budgetten Gemeenten ontvangen structureel en incidenteel budget vanuit het Rijk voor de uitvoering en invoering van het nieuwe inburgeringsstelstel. Hieronder wordt dit nader toegelicht. 4.1.1 Structurele inkomsten vanuit het Rijk Het structurele inburgeringsbudget kent twee soorten kosten: 1) Uitvoeringskosten: deze middelen worden verstrekt via een integratie-uitkering binnen het gemeentefonds en zijn bedoeld voor de brede intake, het PIP, de voortgangsgesprekken, het ontzorgen en overige uitvoeringskosten. Verdeling onder gemeenten vindt plaats op basis van het aantal inwoners en het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond. De bedragen voor de structurele uitvoeringskosten voor 2022 en verder zijn terug te lezen in onderstaand overzicht. 2) Kosten voor inburgeringsvoorzieningen: deze middelen worden verstrekt via een specifieke uitkering (SPUK) en moeten worden besteed aan voorzieningen die bijdragen aan het voldoen van de inburgeringsplicht. Onder de inburgeringsvoorzieningen vallen onder andere de kosten voor de taalonderwijs4, de MAP, maatschappelijke begeleiding, het PVT en de inzet van tolken. Het betreft vanaf 2026 een prestatiebekostiging waarbij prestaties van gemeenten gemeten zullen worden aan de hand van het aantal afgeronde inburgeringstrajecten in jaar t-2.
Het gewicht hiervan in de verdeling wordt beperkt tot 10% van het gewicht van de leerroutes. De verdeling van deze SPUK-middelen wordt uitgewerkt in de lagere wet- en regelgeving behorende bij de Wet inburgering. Naar verwachting is over de hoogte van dit bedrag meer bekend in september 2021. Onderstaande gegevens zijn daarom een indicatie op basis van de huidige ervaringsgegevens.
Uitvoeringskosten Integratie-uitkering SZW
Indicatie (!) inburgeringsvoorzieningen (SPUK) op basis van rekentool
Indicatie totaal structurele inkomsten vanuit het Rijk per gemeenten per jaar
Bergeijk
2022 € 51.623
2023 € 56.792
2024 € 56.792
2025 € 56.792
RDM
€ 36.365
€ 40.006
€ 40.006
€ 40.006
Eersel
€ 54.278
€ 59.713
€ 59.713
€ 59.713
Bladel
€ 57.266
€ 63.000
€ 63.000
€ 63.000
Totaal
€ 199.532
€ 219.511
€ 219.511
€ 219.511
Bergeijk
2022 € 59.777
2023 € 89.177
2024 € 96.527
2025 € 96.527
RDM
€ 41.468
€ 61.863
€ 66.962
€ 66.962
Eersel
€ 60.665
€ 90.501
€ 97.961
€ 97.961
Bladel
€ 65.811
€ 98.179
€ 106.271
€ 106.271
Totaal
€ 227.720
€ 339.720
€ 367.720
€ 367.720
Bergeijk
2022 € 111.400
2023 € 145.969
2024 € 153.319
2025 € 153.319
RDM
€ 77.833
€ 101.869
€ 106.968
€ 106.968
Eersel
€ 114.943
€ 150.214
€ 157.674
€ 157.674
Bladel
€ 123.077
€ 161.179
€ 169.271
€ 169.271
€ 427.253
€ 559.231
€ 587.232
€ 587.232
Totaal
4 Aanbieders geven te kennen dat zij de onderwijsroute niet kunnen leveren voor het bedrag dat door het Rijk beschikbaar is
gesteld. Verschillende partijen (o.a. gemeenten) verzoeken de minister dan ook met klem om als stelselverantwoordelijken in gesprek te gaan met de diverse aanbieders van de Onderwijsroute om gezamenlijk tot een oplossing te komen die recht doet aan de doelstelling van de nieuwe Wet inburgering.
12
4.1.2 Incidentele inkomsten vanuit het Rijk Het incidentele budget kent twee soorten kosten: 1) Kosten begeleiding ondertussen-groep: deze middelen zijn bedoeld om de begeleiding van asielstatushouders onder het huidige inburgeringsstelsel (de ondertussen-groep) verder op te pakken. Voor de instroom van inburgeraars in 2021 wil het Rijk gemeenten stimuleren om deze begeleiding zo veel als mogelijk in de geest van de nieuwe wet vorm te geven. Denk aan een warme overdracht, intake en PIP-advies (excl. leerbaarheidstoets en niet in de vorm van een beschikking). Daarnaast ontvangen gemeenten een aanvullend budget voor de begeleiding van de Einde Lening Inburgeringsplicht (ELIP)-groep. Dit zijn inburgeraars die hun lening vrijwel hebben uitgeput maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. Het is nog onbekend wat de hoogte van dit bedrag zal zijn. 2) Invoeringskosten: deze middelen zijn bedoeld om de wet te implementeren. Vanwege het uitstel van de nieuwe wet en verlenging van de implementatieperiode heeft het Rijk extra invoeringsmiddelen beschikbaar gesteld aan gemeenten. Dit noemen we ook wel de compensatiemiddelen.
Kosten begeleiding ondertussen-groep (ook wel de decentralisatieuitkering verhoging taalniveau statushouders SZW genoemd)
2022
2023
2024
2025
Bergeijk
€ 4.804
€ 3.017
€ 1.537
€ 577
RDM Eersel
€ 3.381 € 4.979
€ 2.123 € 3.126
€ 1.082 € 1.593
€ 406 € 598
Bladel
€ 5.257
€ 3.301
€ 1.682
€ 190
Totaal
€ 18.421
€ 11.567
€ 5.894
€ 1.771
2022 € 6.750 € 4.749 € 6.995
2023 € 3.266 € 2.298 € 3.385
2024 € 2.533 € 1.782 € 2.625
2025 € 1.029 € 724 € 1.066
€ 7.385
€ 3.574
€ 2.771
€ 1.126
€ 25.879
€ 12.523
€ 9.711
€ 3.945
2022
2023
2024
2025
Bergeijk
€ 11.554
€ 6.283
€ 4.070
€ 1.606
RDM
€ 8.130
€ 4.421
€ 2.864
€ 1.130
Eersel
€ 11.974
€ 6.511
€ 4.218
€ 1.664
Bladel
€ 12.642
€ 6.875
€ 4.453
€ 1.316
Totaal
€ 44.300
€ 24.090
€ 15.605
€ 5.716
Bergeijk Invoeringskosten RDM (specifieke integratie-uitkering Eersel SZW) Bladel Totaal
Totaal incidentele inkomsten
13
4.2 Bestedingsplan In onderstaande tabellen is per taak een raming opgenomen van de te verwachtte kosten (in euro’s) voor de Kempengemeenten. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen structurele lasten en incidentele lasten. Dit is gebaseerd op ervaringscijfers. De taakstelling van huisvesting statushouders is in 2021 toegenomen maar de taakstelling voor de komende jaren is onbekend en er zijn onvoorziene kosten voor extra instroom opgenomen. De meerkosten MAP is door ontoereikende Rijksmiddelen vanuit inburgeringsvoorziening om de inburgeraars een programma 64 uur voor 4 groepen aan te bieden om de Nederlandse arbeidsmarkt te leren kennen en 40 uur praktijkervaring op te doen. Verantwoording aan de raad en eventuele bijstelling zal plaatsvinden via de P&C-cyclus. Gelet op alle onzekerheden, worden restanten geoormerkt voor inburgering. 4.2.1 Structurele uitgaven Kempengemeenten 1. Uitvoeringskosten
2022
2023
RDM
Eersel
Casusregie
17.120
11.876
-
18.852
20.827
14.447
-
Financieel ontzorgen
2.117
1.468
2.148
2.330
2.117
1.468
1.654
1.147
1.678
1.821
1.654
17.040
12.187
6.194
18.270
10.136
7.032
10.287
3.557
2.468
187
Financiële zelfredzaamheid Ondersteunende processen (beleid, kwaliteit, HR, ICT etc.) Meerkosten MAP Onvoorziene extra kosten (instroom: casusregie en financieel ontzorgen) Restant oormerken t.b.v. inburgering Totaal
51.624
36.178
Bladel
Bergeijk
RDM
2024
Bergeijk
Eersel
Bladel
2025
Bergeijk
RDM
Eersel
22.934
24.435
16.950
-
26.908
24.435
16.950
-
26.908
2.148
2.330
2.117
1.468
2.148
2.330
2.117
1.468
2.148
2.330
1.147
1.678
1.821
1.654
1.147
1.678
1.821
1.654
1.147
1.678
1.821
17.162
12.280
6.194
18.392
17.287
9.197
6.194
18.517
12.690
9.197
1.399
13.443
11.160
8.151
5.655
8.272
8.974
6.182
4.289
6.274
6.807
6.182
4.289
6.274
6.807
1.151
3.918
3.557
2.468
1.151
3.918
3.558
2.469
1.151
3.917
3.588
2.469
1.151
3.917
-
915
3.324
2.541
-
4.631
4.486
-
2.701
6.126
4.486
-
7.775
21.458
56.351
53.468
37.465
19.443
58.369
35.520
17.445
60.299
50.666
35.520
12.650
55.225
1.560 55.232
Bladel
Bergeijk
RDM
Eersel
Bladel
2. Inburgeringsvoorzieningen
2022
2023
Bergeijk
RDM
Eersel
Bladel
14.848
10.300
15.068
MAP
2.029
1.407
Vluchtelingenhulp/werk
p.m.
p.m.
16.877
11.707
Aanbieden taalonderwijs
Totaal
2024
2025
Bergeijk
RDM
Eersel
Bladel
Bergeijk
RDM
Eersel
Bladel
Bergeijk
RDM
Eersel
Bladel
16.347
44.543
30.900
45.205
49.040
59.391
41.200
60.273
65.386
59.391
41.200
60.273
65.386
2.059
2.233
2.029
1.407
2.059
2.233
2.029
1.407
2.059
2.233
2.029
1.407
2.059
2.233
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
17.127
18.580
46.572
32.307
47.264
51.273
61.420
42.607
62.332
67.619
61.420
42.607
61.420
67.619
Eersel
Bladel
4.2.2 Incidentele uitgaven Kempengemeenten Onderdeel
2022 Bergeijk
RDM
Ondertussengroep
7.556
5.316
Invoeringskosten
6.750
4.749
ELIP Dienstverleningsovereenkomst Onderwijsroute en B1
p.m.
p.m.
1.871
Totaal
16.177
2023 Eersel
Bladel -
Bergeijk
RDM
8.267
4.804
3.381
7.385
3.266
2.298
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
1.327
1.792
2.049
1.871
11.392
1.792
17.701
9.941
2024 Eersel
Bladel -
Bergeijk
RDM
2025 Eersel
Bergeijk
RDM
3.301
2.114
1.488
2.771
1.029
724
5.257
3.017
2.123
3.574
2.533
1.782
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
1.327
1.792
2.049
1.871
1.327
1.792
2.049
1.871
1.327
1.792
2.049
7.006
1.792
10.880
7.421
5.232
1.792
8.121
5.014
3.539
1.792
5.047
2
-
Bladel
-
1.872 1.126
5. Implementatie 5.1 Samenwerking De belangrijkste samenwerkingspartners (KempenPlus, Vluchtelingenhulp en -werk en Maat-schappelijke Dienstverlening) worden intensief betrokken bij de voorbereidingen op de invulling van de verschillende wettelijke taken. Met deze partners staan we stil bij de diverse vragen. Met welke lokale en Kempische organisaties komt de inburgeringsplichtige in aanraking? Wat is ieders rol en taak? Op welke momenten vindt afstemming plaats tussen partners? Wat moet daarvoor georganiseerd worden? Dit is een dynamisch proces. Daarnaast zijn ook met lokale partners gesprekken gevoerd om hen te informeren over de nieuwe wet. Na besluitvorming in de raad gaan we verder met alle voorbereidingen. Dan informeren we ook andere partners in het sociaal domein over de Wet inburgering 2021 en stemmen we met hen af welke rol zij daarin kunnen en willen spelen. De gemeenten blijven als procesregisseur optreden.
5.2 Aandachtspunten Om succesvolle inburgering mogelijk te maken moeten met de volgende zaken rekening gehouden worden: a. Kinderopvang: veel inburgeringsplichtigen hebben jonge kinderen die nog niet naar school gaan. Goede kinderopvang kan sterk bijdragen aan de mate waarin deze mensen om te kunnen voldoen aan hun inburgeringsplicht. Om die reden is het belangrijk dat ook de kinderopvang aansluit bij het netwerk van inburgering en tijdig weet als er inburgeringsplichtigen aan de gemeente zijn gekoppeld met (jonge) kinderen. b. Bereikbaarheid: inburgeringsplichtigen moeten de locatie van de inburgeringsactiviteiten kunnen bereiken. De inburgeringsplichtigen dienen voor de B1 route en onderwijsroute naar Eindhoven of andere steden af te reizen. Daarnaast dienen inburgerinsplichtigen af te reizen naar KempenPlus voor bijvoorbeeld het onderwijs in de Z-route. Momenteel wordt onderzocht welke vervoersmogelijkheden er ingezet kunnen worden (al dan niet binnen het netwerk van de inburgeringsplichtigen). c. Spanningsveld inburgering en re-integratie: de gemeentelijke regie op het inburgeringsaanbod maakt het beter mogelijk om de inburgering te verbinden met andere relevante beleidsterreinen in het sociaal domein, zoals de Participatiewet. Dit betreft zowel de aspecten van doelmatigheid (de weg naar betaald werk) als rechtmatigheid (ontzorgen en inkomen).
Zo is er sprake van een spanningsveld tussen inburgering en re-integratie. Centraal staat daarbij de vraag in hoeverre gemeenten kiezen voor snelle of duurzame uitstroom van statushouders (en andere bijstandsgerechtigden). Het huidige beleid biedt reeds mogelijkheden om maatwerk te leveren aan bijstandsgerechtigden. Daarbij kun je bijvoorbeeld kiezen om klanten zo snel mogelijk uit te laten stromen richting werk, ‘tenzij..’. Het is immers vanuit de Participatiewet niet alleen de taak van gemeenten om mensen aan het werk te krijgen, maar ook om ze aan het werk te houden. Omdat we gaan werken in een PIP-team waarin de relevante ketenpartners zijn aangesloten, worden de belangen van de inburgeringsplichtige straks integraal bewaakt. d. Financiën en aantallen: de financiële middelen voor de lokale uitvoering van de Wet inburgering worden uiterlijk in de septembercirculaire 2021 bekendgemaakt. Hoewel deze informatie later beschikbaar komt, moeten gemeenten vanwege de ingangsdatum toch al hun voorbereidingen treffen. Daarnaast is het aantal inburgeringsplichtigen een onzekere factor. De cijfers zijn gebaseerd op basis van de huidige ervaringscijfers. We weten niet welke toestroom van statushouders we in de toekomst kunnen verwachten. Een financiële indicatie van de lokale invulling van de wet is opgenomen in hoofdstuk 4. e.
ICT- en werkprocessen: Momenteel worden de secundaire processen verder uitgewerkt, zoals de werkprocessen, ICT-systemen, communicatie, informatievoorziening. In de Kempen is met behulp van beschikbare landelijk modellen een informatiemodel opgesteld. Dit model helpt om inzicht te verkrijgen welke processen, systemen en overeenkomsten dienen te worden ingericht, ook gelet op de privacy wetgeving. De AVG is hierin ook een belangrijk aandachtspunt.
6. Planning en monitoring De nieuwe Wet inburgering gaat 1 januari 2022 van kracht. De focus ligt op de uitvoering van de wettelijk verplichte taken die verbonden zijn aan de veranderopgave Inburgering. Dit is een heel omvangrijk proces. Momenteel bereiden we ons dan ook zo goed mogelijk voor om invulling te geven aan deze nieuwe taken, samen met onze ketenpartners. In de praktijk zal uiteindelijk zichtbaar worden in hoeverre de uitwerking op papier uitpakt. Het is daarom belangrijk om goed te monitoren en waar nodig tijdig bij te sturen. Dit doen we middels een structureel overleg met onze samenwerkingspartners. Het blijft een dynamisch proces. Verantwoording richting de raad vindt jaarlijks plaats via de reguliere P&C-cyclus. Na een jaar zullen we de processen en samenwerking evalueren en waar nodig aanpassen. Na twee jaar evalueren we de gehele uitvoering om te bezien of doelstellingen worden behaald.
7. Bijlagen 1) Aanbodplicht per doelgroep, per taak. 2) Startnotitie Wet inburgering 3) Lijst met wijzigingen Bovengenoemde bijlagen zijn opgenomen in een apart PDF-bestand.
2