CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 toelichting Nota zienswijzen

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente BergeijkBij agendapunt: Bestemmingsplan “3e Herziening Buitengebied Bergeijk”7.404 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Bestemmingsplan ‘3e Herziening Buitengebied Bergeijk’

1

Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘3e Herziening Buitengebied Bergeijk’ heeft overeenkomstig artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening van 21 december 2023 voor zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn kon eenieder een zienswijze indienen. Er zijn 11 zienswijzen ontvangen. In hoofdstuk 2 van deze nota zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord. Daarbij is aangegeven of de zienswijzen hebben geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. In verband met de privacy zijn de namen en adressen van de indieners van de zienswijzen niet opgenomen in de nota. Namen van organisaties zijn wel opgenomen. De volledige lijst van indieners is bekend bij de gemeente. Dat de zienswijzen samengevat zijn weergegeven, betekent overigens niet dat deze slechts gedeeltelijk zijn beoordeeld; bij de beantwoording zijn de volledige zienswijzen betrokken. In hoofdstuk 3 zijn de ambtshalve wijzigingen toegelicht.

blad 1 van 14

2

Zienswijzen

2.1

Petrochemical Pipeline Services Samenvatting zienswijze a.

b.

Door het plangebied loopt een pijpleiding voor het transport van vloeibare koolwaterstoffen. De leiding wordt beschermd door bepalingen uit het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen. Het moederplan en de herziening hebben een dubbelbestemming leiding en een veiligheidszone aan de leiding toegekend. In de herziening is tussen de Dommelsedijk en de Mgr. Smetsstraat de bestemming ‘natuur’ opgenomen. Indiener vreest onduidelijkheid ten aanzien van de mogelijkheden die de bestemming ‘natuur’ biedt, maar welke niet zijn toegestaan binnen de dubbelbestemming voor de leiding. De belemmeringenstrook dient toegankelijk te blijven voor de leidingbeheerder. Verzocht wordt bij de toekomstige herinrichting van het gebied vooroverleg te plegen met indiener om te voorkomen dat er een gevaar voor de leiding ontstaat.

Beantwoording zienswijze a.

b.

In het bestemmingsplan ‘3e Herziening Buitengebied Bergeijk’ is tussen de Dommelsedijk en de Mgr. Smetstraat het huidige onherroepelijke Wijzigingsplan Keersopperbeemden (vastgesteld 26-01-2021) overgenomen. De bestemming ‘natuur’, de dubbelbestemming ‘Leiding” en gebiedsaanduiding ‘Veiligheidszone leiding” zijn overgenomen uit het huidige onherroepelijke Wijzigingsplan Keersopperbeemden. De herziening maakt dus niet meer mogelijk. De verhouding tussen de dubbelbestemming en veiligheidszone en de onderliggende bestemming wijzigt ook niet. In de aanhef van bijvoorbeeld de bouwregels van de bestemming ‘leiding’ is bepaald dat geldt wat daar is geregeld, in afwijking van hetgeen elders in een andere bestemming is geregeld. Het opnemen van een voorrangsbepaling in de dubbelbestemming is uit juridisch oogpunt niet zinvol. Indien op een bepaalde locatie in het plangebied bouwwerken worden gerealiseerd of werken worden uitgevoerd, gelden daarvoor namelijk de regels van alle (dubbel)bestemmingen die voor de betreffende gronden gelden. Het al dan niet opnemen van een voorrangsbepaling doet daar niets aan af. Het beekherstelproject Keersopperbeemden is uitgevoerd door het waterschap. Over de herinrichting van het gebied heeft het waterschap overleg gepleegd met indiener. Op 30 augustus 2024 is het beekherstelproject Keersopperbeemden opgeleverd.

Gevolgen voor het bestemmingsplan Het bestemmingsplan behoeft geen aanpassing naar aanleiding van de zienswijze.

2.2

Provincie Noord – Brabant Samenvatting zienswijze Indiener is van mening dat het provinciale beleid over het algemeen goed in de herziening is vertaald. Met betrekking tot een aantal onderdelen is indiener van mening dat deze nog in strijd is methet provinciale beleid. Dit betreffen de volgende zaken: a. De herziening kent een regeling voor het oprichten van zonnevelden, bijvoorbeeld artikel 3.7.11 onder e en vergelijkbare bepalingen. Op de nieuwvestiging van zonnevelden is het provinciale beleid zoals bepaald in artikel 3.41 IOV van toepassing. In de voorgestelde planregeling ontbreekt de zonneladder, de bepaling dat de zonnepanelen na 25 jaar worden verwijderd en de overige voorwaarden zoals bepaald in artikel 3.41 IOV ziet indiener niet terug. b. De functie aanduiding ‘agrarisch – zonneveld’ kan indiener niet plaatsen, de tijdelijkheid is hierdoor niet geborgd. c. Verzocht wordt artikel 3.7.9. Wijziging naar paardenhouderij en vergelijkbare bepalingen aan te passen aan de provinciale Omgevingsverordening. Een gebruiksgerichte paardenhouderij (agrarisch-verwant bedrijf) is niet mogelijk in een gebied met groenblauwe, cultuurhistorische of aardkundige waarden.

blad 2 van 14

d.

e.

f.

g.

Verzocht wordt artikel 3.5.2. (agrarisch-verwante en agrarisch- technische hulpbedrijven als nevenactiviteit) en vergelijkbare bepalingen aan te passen aan de provinciale Omgevingsverordening. Dergelijke functies zijn niet toegestaan in een gebied met groenblauwe, cultuurhistorische of aardkundige waarden. Verzocht wordt de wijzigingsbevoegdheden voor wijziging naar niet agrarische functies aan te passen aan de provinciale Omgevingsverordening. Zo mist de bepaling dat de vestiging moet passen binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Er worden vraagtekens gesteld bij de juistheid van de bepaling in artikel 10.2 onder i. Hierbinnen wordt opslag met een oppervlakte van 7.460 m2 mogelijk gemaakt. Onduidelijk is of dit bestaand recht betreft. De opgenomen wijzigingen voor de locaties van de volkstuintjes, Broekhovenseweg 14, Bredasedijk 20 (met name met betrekking tot de functieaanduiding ‘agrarisch – zonneveld’) en de Witrijtseweg 11 zijn naar mening van indiener onvoldoende onderbouwd. De vraag wordt gesteld in hoeverre sprake is van bestaand recht.

Beantwoording zienswijze a.

b.

blad 3 van 14

In het op 23 april 2020 door de gemeenteraad van Bergeijk vastgestelde ‘Beleid grootschalige zonne- en windenergie de Kempen’ is opgenomen dat op locaties van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing het bouwvlak onder voorwaarden kan worden benut voor het plaatsen van zonnepanelen. Omdat we in geval van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing willen voorkomen dat voormalige bebouwing niet wordt gesloopt omdat er zonnepanelen op de daken zijn gelegd zijn we voorstander van een dergelijke regeling. Dit is dus een bewuste afwijking van het principe eerst zon op dak (in dit geval juist niet wenselijk). We willen de sloop van voormalige agrarische bebouwing aantrekkelijker maken door de mogelijkheid aan te bieden voor het aanleggen van zonnepanelen bij bedrijfsbeëindiging. Artikel 3.41 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) ziet op nieuwvestiging van zonne-parken in Landelijk gebied. Nieuwvestiging is vestiging op een locatie waar ingevolge het geldende bestemmingsplan geen bebouwing of bedrijfsfunctie is toegestaan. Het onder voorwaarden benutten van het bouwvlak van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing voor het plaatsen van zonnepanelen valt strikt juridisch niet onder nieuwvestiging. In de nu geldende omgevingsverordening is nieuwvestiging echter vervangen door ontwikkeling.

Daarnaast heeft sinds het vaststellen van het ‘Beleid grootschalige zonne- en windenergie de Kempen’ op 23 april 2020 het thema energie niet stil gestaan en is er o.a. meer aandacht gekomen voor netcongestie. Met indiener heeft uitvoerig overleg plaatsgevonden wat heeft geresulteerd in een toekomstbestendige planregeling voor het oprichten van zonnevelden op locaties van vrijkomende agrarische bedrijfslocaties. Bij het wijzigen naar wonen is opgenomen dat zonnepanelen op de grond mogen worden gesitueerd, waarbij geldt: 1. Zonnepanelen worden aansluitend aan het nieuwe bestemmingsvlak ‘wonen’ en binnen het voormalige agrarische bouwvlak gerealiseerd. 2. De maximale oppervlakte van de zonnepanelen is 5.000 m2 en kleiner of gelijk aan de oppervlakte van de bebouwing en verharding van het voormalig agrarisch bedrijf. 3. De zonnepanelen dragen bij aan de vermindering van netcongestie of zorgen voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik, dat blijkt uit afstemming met de netbeheerder ten aanzien van de aansluiting op het net. 4. De zonnepanelen passen in de ontwikkelingsrichting van het gebied. 5. De zonnepanelen geven een maatschappelijke meerwaarde. 6. De zonnepanelen worden landschappelijk ingepast. 7. De zonnepanelen tasten het woon- en leefklimaat van de omgeving niet onevenredig aan. 8. De bouwhoogte van de zonnepanelen bedraagt maximaal 2,5 meter. 9.

De toestemming geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt. 10.Na het verstrijken van de termijn worden de zonnepanelen inclusief bijbehorende voorzieningen verwijderd. Op basis van het overleg met indiener is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – zonneveld’ gewijzigd, zodat ter plaatse van de aanduiding een zonneveld met bijbehorende voorzieningen is toegestaan, met dien verstande dat voor het zonneveld met bijbehorende voorzieningen voor een periode van 25 jaar na vaststelling van dit bestemmingsplan

toestemming wordt verleend en na het verstrijken van deze termijn het zonneveld inclusief bijbehorende voorzieningen en bebouwing ten dienste van het zonneveld wordt verwijderd.

blad 4 van 14

c.

Het ontwerpbestemmingsplan is ter visie gelegd onder de Wet ruimtelijke ordening en de daaronder geldende Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). In het overgangsrecht van de Omgevingswet is bepaald dat plannen welke ter inzage zijn gelegd voor 1 januari 2024 onder het ‘oude’ recht mogen worden afgerond (artikel 4.6, lid 2, sub a, onder 2, van de Invoeringswet Omgevingswet). De 3e herziening is dus voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage gelegd en daarvoor blijft het recht gelden zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening. De 3e herziening hoeft dus nog niet te voldoen aan de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De 3e herziening wijzigt de wijzigingsbevoegdheid verder niet, enkel de bepaling ten aanzien van landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering is qua eenduidigheid afgestemd op de overige regelingen in het bestemmingsplan. De overige bepalingen in de wijzigingsbevoegdheid maken geen onderdeel uit van de 3e herziening.

d.

Op basis van de Interim omgevingsverordening is omschakeling in groenblauwe mantel alleen mogelijk als dit bijdraagt aan een afname van de uitstoot van milieubelastende stoffen (ammoniak, geur en fijnstof) in het gebied. In de wijzigingsbevoegdheden in de bestemmingen ‘agrarisch met waarden – landschapswaarden – 1’, ‘agrarisch met waarden – landschapswaarden – 2’, ‘agrarisch met waarden – natuur- en landschapswaarden – 1’, waar wel overlap is met de groenblauwe mantel, is expliciet de genoemde voorwaarde opgenomen. In de bestemming ‘agrarisch met waarden – natuur- en landschapswaarden – 2’ is de wijzigingsbevoegdheid bewust nooit opgenomen. De bestemming ‘agrarisch’ kent nagenoeg geen overlap met groenblauwe mantel en daarom is de betreffende bepaling niet opgenomen. Een check met de meest actuele zonering van de groenblauwe mantel heeft uitgewezen dat enkele (onbebouwde) percelen in de bestemming ‘agrarisch’ zijn gelegen binnen groenblauwe mantel. Voor de zekerheid wordt daarom de bepaling zoals ook opgenomen in de genoemde artikelen ‘agrarisch met waarden’ ook opgenomen in 3.9.7. Dan is de regeling zeker in overeenstemming met de IOV.

e.

Het ontwerpbestemmingsplan is ter visie gelegd onder de Wet ruimtelijke ordening en de daaronder geldende Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). In het overgangsrecht van de Omgevingswet is bepaald dat plannen welke ter inzage zijn gelegd voor 1 januari 2024 onder het ‘oude’ recht mogen worden afgerond (artikel 4.6, lid 2, sub a, onder 2, van de Invoeringswet Omgevingswet). De 3e herziening is dus voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage gelegd en daarvoor blijft het recht gelden zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening. De 3e herziening hoeft dus nog niet te voldoen aan de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De betreffende bepaling in artikel 3.5.2. maakt geen onderdeel uit van de 3e herziening en is onderdeel van de onherroepelijke 2e herziening. Kijkend naar de wijzigingsbevoegdheden van agrarisch naar niet agrarische functies dan zijn deze volledig gewijzigd met de 3e herziening. Dit is gedaan om deze beter op elkaar en op de IOV af te stemmen. Daarin zijn voorwaarden opgenomen ten aanzien van wijziging naar een agrarisch-verwant en agrarisch-technische hulpbedrijf en is rekening gehouden met de voorwaarde vanuit de IOV dat de vestiging hiervan niet mogelijk is in de groenblauwe mantel. Inhoudelijk gezien voldoet de regeling daarmee aan de IOV.

De in de herziening opgenomen wijzigingsbevoegdheden naar niet-agrarische functies stellen diverse voorwaarden, o.a. met betrekking tot de niet-agrarische functies die zijn toegestaan en het slopen van overtollige bedrijfsbebouwing. Op basis van de reactie van indiener zijn de wijzigingsbevoegdheden uitgebreid met o.a. de voorwaarden dat de vestiging past binnen de ontwikkelrichting van het gebied en er geen splitsing plaatsvindt van het bouwperceel. De regeling is nu in overeenstemming met de IOV.

f.

Ten zuiden van Walik is in het bos een niet bestemde maar wel vergunde blokhut ten behoeve van de opslag van materiaal ten behoeve van bosonderhoud gelegen. Deze is vergund in 1998. De oppervlakte bedraagt 28 m2. Dit is onjuist opgenomen in de regels en wordt gecorrigeerd.

g.

De opgenomen wijzigingen voor de locaties van de volkstuintjes, Broekhovenseweg 14, Bredasedijk 20 (met name met betrekking tot de functieaanduiding ‘agrarisch – zonneveld’) en de Witrijtseweg 11 zijn naar mening van indiener onvoldoende onderbouwd. De vraag wordt gesteld in hoeverre sprake is van bestaand recht voor de locatie van de volkstuintjes. In de toelichting bij de 3e herziening zijn deze locaties kort gemotiveerd, deze motivering wordt als volgt aangevuld:

De volkstuintjes zijn van oudsher aanwezig, ze bestaan al van voor 2006. Ze zijn, onbedoeld, nooit aangeduid in het bestemmingsplan van 2011 en de latere herzieningen. De aanduiding volkstuin is daarom strak begrensd op het kadastrale perceel op het huidige gebruik waar de volkstuintjes zich bevinden. Het gebruik past in het karakter van het gebied in de randzone rondom de kernen. Daarom vinden we het juist dit gebruik passend te bestemmen. Bij de volkstuin in Westerhoven is in overleg met indiener de bestemming gewijzigd van bos naar agrarisch. Broekhovenseweg 14: In 2016 is een wijzigingsplan voor deze locatie vastgesteld. Op grond daarvan is de voormalige agrarische bestemming gewijzigd in een bedrijfsbestemming (ten behoeve van een (groot)handelsbedrijf in gereedschappen). In het kader van deze functiewijziging is een gedeelte van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen (ca 300 m2) gesloopt. De resterende 400 m2 is beoogd in te zetten voor de nieuwe functie. De bedrijfswoning is een cultuurhistorisch waardevolle boerderij en blijft na wijziging haar functie behouden. In het kader van het wijzigingsplan is ook de gevraagde kwaliteitsverbetering bepaald en vastgesteld in het wijzigingsplan met een voorwaardelijke verplichting: maximaal 400 m2 voormalige bedrijfsgebouwen, herstel en behoud van de cultuurhistorisch waardevolle boerderij en landschappelijke inpassing.

Omdat de bedrijfsactiviteiten nooit echt zijn opgestart en ook niet meer wenselijk zijn op deze locatie is aan de locatie nu een woonbestemming toegekend. Omdat bij de eerste planologische functiewijziging van agrarisch naar bedrijf al sloop en landschappelijke inpassing heeft plaatsgevonden en de hieraan gekoppelde voorwaardelijke verplichtingen zijn overgenomen in de 3e herziening is er ruimtelijk gezien geen sprake van een ontwikkeling of uitbreiding van de mogelijkheden op het perceel. Er is geen sprake van overtollige bebouwing. Er wordt daarom nu gewijzigd naar het daadwerkelijk gebruik, namelijk wonen. De voormalige veehouderij aan de Bredasedijk 20 is beëindigd, de vergunning is eind 2023 ingetrokken. De locatie is deelnemer aan een beëindigingsregeling voor veehouderijen. De veehouderij bestond uit nagenoeg 9.000 m2 bedrijfsbebouwing. In het kader van de functiewijziging wordt een groot gedeelte van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, bestaande uit stallen met een oppervlakte van circa 7.000 m2, gesloopt. Van de resterende oppervlakte is beoogd 1.600 m2 in te zetten voor de nieuwe functie binnenopslag en 400 m2 voor overige niet-agrarische bedrijfsactiviteiten. Daarmee wordt grotendeels voldaan aan de wijzigingsbevoegdheid voor het wijzigen naar een niet agrarische functie. De oorspronkelijke bedrijfswoning behoud een functie voor wonen.

De locatie is al landschappelijk goed ingepast. Ter plaatse van de aanduiding zonneveld is voor een periode van 25 jaar een zonneveld met bijbehorende voorzieningen toegestaan. Om het zonneveld landschappelijk in te passen wordt aan de zijde van de straat beplanting toegevoegd. In de herziening is een voorwaardelijk verplichting opgenomen om de sloop, landschappelijke inpassing en het intrekken van de milieuvergunning vast te leggen. Witrijtseweg 11: Het agrarisch bedrijf op deze locatie is beëindigd en wordt omgezet naar een woonbestemming met een functie voor statische opslag. Ten behoeve van de functiewijziging wordt bebouwing en verharding met een oppervlakte van circa 1.580 m2 geamoveerd. De oorspronkelijke bedrijfswoning behoudt een functie voor wonen. Er blijft 560 m2 bebouwing op het perceel aanwezig ten behoeve van statische opslag als nevenfunctie bij de woning. De locatie wordt landschappelijk ingepast. In de herziening is een voorwaardelijke verplichting voor sloop en de landschappelijke inpassing opgenomen. Gevolgen voor het bestemmingsplan De regels, toelichting en verbeelding van het bestemmingsplan zijn aangepast naar aanleiding van de zienswijze, zodat voldaan wordt aan het provinciaal beleid.

2.3

Waterschap De Dommel Samenvatting zienswijze Het waterschap kan nog niet instemmen met de 3e herziening omdat het van mening is dat het bestemmingsplan niet voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) op de volgende onderdelen:

blad 5 van 14

a. Regionale waterberging: de dubbelbestemming regionale waterberging komt niet geheel overeen met de IOV en ontbreekt gedeeltelijk in bijvoorbeeld het beekdal van de Run en de Keersop. b. Waterstaat EHS/ NNB: de dubbelbestemming Waterstaat EHS/ NNB komt niet geheel overeen met de IOV. c. De persleiding bij Riethoven is verlegd in het kader van de aanleg van het fietspad HeuvelDorpsstraat. Deze moet worden aangepast in de 3e herziening. Beantwoording zienswijze a. We kiezen er uit oogpunt van zorgvuldigheid voor de aanduiding regionale waterberging uit de IOV nog een keer in zijn geheel als dubbelbestemming ‘waterstaat – regionaal waterbergingsgebied’ over te nemen. De dubbelbestemming zoals opgenomen op de verbeelding van eerdere versies van het bestemmingsplan voor het buitengebied komt daarmee te vervallen en wordt vervangen door de nieuw op te nemen begrenzing voor de dubbelbestemming ‘waterstaat – regionaal waterbergingsgebied’ in de 3e herziening. De bijbehorende regels hoeven niet gewijzigd, deze zijn al in overeenstemming met de Interim omgevingsverordening. b. We kiezen er uit oogpunt van zorgvuldigheid voor de aanduiding attentiezone waterhuishouding uit de IOV nog een keer in zijn geheel als dubbelbestemming ‘waterstaat – attentiegebied EHS’ over te nemen.

De dubbelbestemming zoals opgenomen op de verbeelding van eerdere versies van het bestemmingsplan voor het buitengebied komt daarmee te vervallen en wordt vervangen door de nieuw op te nemen begrenzing in de 3 e herziening. De bijbehorende regels hoeven niet gewijzigd, deze zijn al in overeenstemming met de Interim omgevingsverordening. c. De ligging van de persleiding bij Riethoven wordt aangepast aan de nieuwe ligging. Gevolgen voor het bestemmingsplan Op de verbeelding zijn de dubbelbestemming ‘waterstaat – attentiegebied EHS’, dubbelbestemming ‘waterstaat – regionaal waterbergingsgebied’ en de ligging van de persleiding bij Riethoven aangepast.

2.4

Locatie A Samenvatting zienswijze Indiener verzoekt de onherroepelijke vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming op te nemen als bijlage bij het bestemmingsplan. Hierover is ook een inspraakreactie ingediend. De vergunning zoals verleend op 17-02-2016 ontbreekt in bijlage 6 van de regels. Beantwoording zienswijze De door indiener genoemde onherroepelijke vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (17-02-2016) was opgenomen in het overzicht in bijlage 6 van het bestemmingsplan ‘2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017’ van de gemeente Bergeijk in verband met de daarin opgenomen regeling met betrekking tot stikstof vanuit veehouderijen. Op 22 januari 2020 heeft de ABRvS uitspraak gedaan over de regeling voor de veehouderij (mogelijke stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden vanwege bemesten en beweiden). In deze uitspraak heeft de Afdeling als volgt geoordeeld: De Afdeling heeft de Wnb-vergunningen beoordeeld waarnaar in de bijlagen bij de planregels wordt verwezen. Er zijn in totaal 21 Wnb-vergunningen in de bijlage opgenomen voor het houden van melkrundvee in een stalsysteem dat beweiden impliceert (de vergunning van indiener valt daar ook onder). De Afdeling heeft geconcludeerd dat 19 van deze 21 Wnbvergunningen wat het beweiden van vee betreft niet volledig waren benut ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan, waaronder deze van indiener.

De twee overige vergunningen waren ten tijde van de vaststelling van het plan wel volledig benut. Daarnaast is voor één veehouderij een geregistreerde PAS-melding in de bijlage opgenomen. Er is naar oordeel van de Afdeling sprake van 19 Wnb-vergunningen en één PAS-melding die uitbreiding van een melkrundveehouderij inclusief een toename van beweiding mogelijk maken.

blad 6 van 14

Omdat de effecten van (de toename van) beweiding niet passend zijn beoordeeld, is het plan voor zover het de verwijzingen naar deze vergunningen (waaronder die van indiener) betreft, vastgesteld in strijd met artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming. De Afdeling heeft het vaststellingsbesluit van 1 juni 2017 met betrekking tot het bestemmingsplan ‘2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017’ daarom vernietigd voor zover het betreft de 19 Wnb-vergunningen en de PAS-melding in de bijlagen bij de planregels. De betreffende vergunningen en de melding zijn verwijderd uit de bijlagen, waaronder die van indiener, waarna het plan opnieuw is gepubliceerd. Het plan is hiermee onherroepelijk geworden en de vergunning van indiener is daarom geen onderdeel meer van de bijlagen bij het bestemmingsplan. Als de vergunning van indiener ten tijde van vaststelling volledig was benut dan was de vergunning opgenomen in de bijlagen. Op deze locatie is herhaaldelijk geconstateerd dat er de afgelopen jaren geen dieren werden gehouden. Indiener heeft een principeverzoek ingediend voor het vestigen van een niet-agrarisch bedrijf met milieucategorie 1 of 2 waar tevens statische binnenopslag is toegestaan. Op 6 mei 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten onder voorwaarden in principe medewerking te verlenen.

Nu er geen dieren worden gehouden, er voor de betreffende inrichting geen beoordeling incl. beweiden heeft plaatsgevonden en indiener een niet-agrarisch bedrijf vestigt is er geen aanleiding voor het opnemen van de vergunning in het overzicht met “onherroepelijke Nbw/Wnb-vergunningen”. Gevolgen voor het bestemmingsplan Het bestemmingsplan behoeft geen aanpassing naar aanleiding van de zienswijze.

2.5

Locatie B Samenvatting zienswijze a. Verzocht wordt om een verschuiving van het bouwvlak centraal op het perceel, zodat alle bebouwing, verharding en voorzieningen binnen het bouwvlak vallen. Als bijlage bij de zienswijze is hiervoor een voorstel gedaan. b. In het bestemmingsplan Buitengebied Bergeijk 2011 valt de locatie binnen de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied’. Op de huidige plankaart bij de 3de Herziening Buitengebied Bergeijk 2022 is deze niet meer aanwezig. Verzocht wordt om duidelijkheid hieromtrent. c. Tenslotte wordt verzocht om een oplossing met betrekking tot het stallen van machines en werktuigen ten behoeve van agrarische bodemexploitatie (loonwerkbedrijf). Beantwoording zienswijze a. Het bouwvlak zoals opgenomen in het wijzigingsplan ‘Bredasedijk 51’ is verwerkt in de 3e herziening. Vormverandering, zonder vergroting, is niet mogelijk conform het bij de zienswijze gevoegde voorstel. Het geldende bouwvlak heeft namelijk een oppervlakte van 11.853,70 m2. Het voorgestelde bouwvlak heeft een oppervlakte van 14.814,95 m2. Dat is groter dan het huidige bouwvlak. Uitbreiding van het bouwvlak afwijkend van het geldende plan, past niet binnen de strekking van de herziening. Het voorgestelde bouwvlak kan dus niet worden overgenomen. b.

In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bergeijk 2011’ valt de locatie inderdaad binnen de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied’. In het bestemmingsplan ‘2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017’ is deze gebiedsaanduiding komen te vervallen en ook als zodanig op de verbeelding opgenomen. Omdat tussen de vaststelling van het bestemmingsplan uit 2011 en het bestemmingsplan van 2017 voor de locatie een wijzigingsplan is opgesteld, is de betreffende locatie niet opgenomen in het plangebied van de 2e herziening. Door het verwerken van het wijzigingsplan in de 3e herziening en het daarbij ook niet meer opnemen van de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied’ is deze ook niet meer van toepassing op deze locatie. c. In het wijzigingsplan “Bredasedijk 51” hebben de gronden de bestemming Agrarisch met waarden – Landschapswaarden 1. Er is geen sprake van een aanduiding voor een agrarisch loonbedrijf. Indiener wil de locatie gebruiken voor het stallen van machines ten behoeve van

blad 7 van 14

loonwerkactiviteiten. De “3e herziening Buitengebied Bergeijk” voorziet niet in ontwikkelingen met grote impact. Separaat kan desgewenst een principeverzoek worden ingediend. Gevolgen voor het bestemmingsplan Het bestemmingsplan behoeft geen aanpassing naar aanleiding van de zienswijze.

2.6

Locatie C Samenvatting zienswijze a. Indiener verzoekt de van oudsher op het perceel aanwezige pipowagen en recreatiewoning op juiste wijze te bestemmen. Indiener geeft aan dat in 1969 een toezegging is gedaan dat een schaftwagen op het perceel aanwezig mocht zijn en dat in 1996 door de gemeente is aangegeven dat het aangetroffen bouwwerk werd toegestaan. Beantwoording zienswijze a.

Ter plaatse van het perceel is sprake van een bestemming Bos. Binnen de bestemming Bos is enkel extensief recreatief medegebruik toegestaan. Een pipowagen en recreatiewoning betreft geen extensief recreatief medegebruik. De recreatiewoning zoals die daar nu staat is pas gerealiseerd na 1996. Er is geen sprake van overgangsrecht. De pipowagen en recreatiewoning worden niet opgenomen in de herziening.

Gevolgen voor het bestemmingsplan Het bestemmingsplan behoeft geen aanpassing naar aanleiding van de zienswijze.

2.7

Locatie D Samenvatting zienswijze a. Verzocht wordt de op de locatie milieuvergunde schapenhouderij ook planologisch op juiste wijze te bestemmen. b. Verzocht wordt de legaal feitelijk aanwezige oppervlakte van 962 m2 aan bedrijfsbebouwing, in plaats van de in het bestemmingsplan opgenomen 650 m2, op juiste wijze te regelen in het bestemmingsplan. Beantwoording zienswijze a. Het bedrijf beschikt over een onherroepelijk verleende milieuvergunning van 16-6-1993 voor het houden van 325 volwassen schapen, 20 melk- en kalfkoeien, 5 stuks vrouwelijk jongvee en 9 stuks overig vleesvee. Milieukundig gezien is het op de locatie toegestaan deze dieren te houden. In de praktijk wordt er geen rundvee meer gehouden binnen de inrichting. In het bestemmingsplan is niet geregeld dat er op deze locatie ook bedrijfsmatig dieren mogen worden gehouden. De schapenhouderij zal worden vastgelegd in het bestemmingsplan. Dit levert geen beperkingen op voor de eigen bedrijfsvoering en voor omwonenden en toekomstige omwonenden. Zo is voor de te ontwikkelen woonwijk Westerhoven-Noord een geuronderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat het houden van deze dieren op de locatie geen belemmeringen oplevert voor de geplande woningbouw én de toekomstige woningbouw geen beperkingen oplevert voor het bedrijf.

De schapenhouderij wordt in de regels van het bestemmingsplan opgenomen door in de tabel bedrijf bij het adres als soort bedrijf loonwerkbedrijf en schapenhouderij op te nemen. b. Het aanwezige vergunde bedrijfsgebouw heeft een oppervlakte van 860 m2. In de regels van het bestemmingsplan wordt de tabel bedrijf bij het adres aangepast, zodat 860 m2 is toegestaan als maximale oppervlakte. Gevolgen voor het bestemmingsplan De regels van het bestemmingsplan zijn aangepast naar aanleiding van de zienswijze.

blad 8 van 14

2.8

Locatie E Samenvatting zienswijze Het projectplan water Run Stevert, Heers en Grootgoor fase 2 is verwerkt in de 3e herziening. Hierop zijn een aantal zienswijzen ontvangen: a. Bij de aanleg van Grootgoor fase 1 zijn fouten gemaakt die ondertussen zijn toegegeven door het waterschap, maar er wordt nog weinig actie ondernomen om voor oplossingen te zorgen. b. Bij de aanleg van Grootgoor fase 1 zijn berekeningen uitgevoerd vanachter het bureau. In het veld komen deze berekeningen niet overeen met de werkelijke situatie, waardoor akkers zijn ondergelopen. Er is geen vertrouwen in de berekeningen van het projectplan water Run Stevert, Heers en Grootgoor fase 2. c. Het zou goed zijn om als preventieve maatregel een zandwal en treksloten met evt. stuwen in het plan aan te leggen, zodat agrariërs nooit last hebben van te hoog water van de Run. d. Er moeten een nulpunt van de grondwaterstand worden vastgelegd voor het project start en opgenomen moet worden hoeveel deze maximaal zou mogen stijgen. e. De gemeente geeft aan dat er volgens het waterschap geen of minimale peilverhoging optreedt, maar indiener ervaart een peilverhoging van 1 tot 1,50 meter waardoor akkers onder water staan. f. De gemeente stelt dat er nog stuwen komen die gunstig moeten zijn voor de landbouw, maar in de huidige situatie zijn die niet gewenst. g.

Door fase 2 zal het gebied nog meer vernatten wat ten nadelen komt van eigendommen van indiener. Indiener wil de garantie dat het waterpeil niet stijgt. h. Het projectplan waterwet is niet te raadplegen. i. De beek komt dichter bij de bedrijfslocatie te liggen en watergangen rondom de Run worden of wel gedempt of verondiept. De kans bestaat dat in natte perioden de afvoer van water middels de zaksloot afkomstig van het bouwvlak in het gedrang komt, omdat het waterschap het waterpeil van de Run zodanig verhoogd dat deze buiten haar oevers treed. Theoretisch gezien kan bij langere perioden van regenval water op de landbouwgronden van indiener stromen en wateroverlast op het bedrijf met de kans dat stallen onder water komen te staan. j. Verzoek is te wachten met de vaststelling van het bestemmingsplan tot het Projectplan Waterwet daadwerkelijk is vastgesteld. k. Goede landbouwgrond wordt omgezet naar natuur. Natuur kan een belemmering zijn voor de agrarische bedrijfsvoering, omdat door het sleutelen aan de stand van grond- en oppervlaktewater de nieuwe natuur voor natschade in de landbouw kan zorgen. Het waterschap is met indiener een tijdelijke mitigerende maatregel overeengekomen, bestaande uit een parallelsloot met pomp. Dat is slechts een tijdelijke maatregel, waardoor indiener wordt geschaad.

Door de nieuwe inrichting van de beek neemt de overstromingsfrequentie van de beek toe, waardoor de belangen van indiener worden geschaad. Beantwoording zienswijze a.

b.

blad 9 van 14

Na aanleg van Run Grootgoor fase 1 is het lastig gebleken om het beheer en onderhoud goed in te regelen. Het waterschap heeft hierop inmiddels verbeteringen doorgevoerd en voor de ondervonden nadelige gevolgen is de nadeelcompensatieregeling toegepast. Daarnaast is gereageerd door aanvullende maatregelen te treffen. De resultaten uit het veld tonen dat de modellen waterstanden en effecten goed voorspellen. Zoals hierboven aangegeven is het wel van belang om het beheer en onderhoud dusdanig uit te voeren dat aangesloten wordt op de uitgangspunten zoals opgenomen in de modellering. Om dit beter in te regelen zijn de beheers- en onderhoudsrichtlijn en het monitoringsplan, die onderdeel zijn van het definitief Projectplan Waterwet, aangescherpt. Inmiddels hebben de jaren 2018, 2019, 2020 en 2022 nieuwe inzichten ten aanzien van extreme droogte opgeleverd en toont de winter van 2023-2024 een periode met een extreme hoeveelheid neerslag resulterend in een neerslagoverschot die in de afgelopen 40 jaar niet opgetreden is. Naar aanleiding van de (extreem) droge jaren is het ontwerp aangepast, zodat het systeem hier bestendiger voor wordt. In het plan wordt ingezet op het vasthouden van water op de flanken en het beekontwerp is zodanig aangepast dat er ook bij beperkte afvoeren stroming en water in de beek aanwezig blijft voor de ecologie in de beek.

c.

d.

e.

f.

g. h.

i.

blad 10 van 14

Ook wordt de grondwaterstand in een groot gebied in en langs het Rundal verhoogd, waardoor het systeem minder gevoelig wordt voor extreme droogte. Voor piekafvoersituaties en perioden met relatief veel neerslag en hiermee gepaard hogere afvoeren op de beek (net zoals in de winter van 2023-2024) biedt het beekontwerp ruimte voor water. Bij hogere afvoeren zal het water eerder in een bredere zone gaan stromen dan dat het water omhoog komt en voor aanzienlijke verhoging van de grondwaterstanden zorgt. Wel neemt door het verwijderen van de stuwen in de Run de stuurbaarheid af. Bij perioden met veel neer-slag kan dit bij deze extreme situatie (die bijvoorbeeld maar eens in de 10 jaar op zullen treden) lokaal leiden tot nadelige gevolgen voor landbouw ten opzichte van de situatie zonder dat de beek aangepast wordt. Hier tegenover staat dat er bij extreme droogte betere omstandigheden voor landbouw van toepassing zijn. Het projectplan water Run Stevert, Heers en Grootgoor fase 2 is inmiddels vastgesteld. Indiener heeft hierop kunnen reageren. De aanleg van parallelle watersystemen acht het waterschap niet wenselijk. Deze systemen zorgen voor het afvangen van kwel dat nodig is om bijzondere omstandigheden voor flora en fauna te realiseren. Daarnaast kan onjuist beheer van de stuwen in de parallelle watersystemen verdroging in de hand werken.

Om na uitvoering ervoor te zorgen dat de werkelijke situatie zoveel mogelijk aansluit op de uitgangspunten van het vastgestelde Projectplan Waterwet monitort het waterschap op diverse locaties in de beek continu de optredende waterstanden. Op basis hiervan wordt bepaald welke actie ondernomen moet worden om nadelige gevolgen te beperken. Daarnaast zijn er diverse peilbuizen in het gebied geplaatst. Hier kan objectief vastgesteld worden of de door het grondwatermodel berekende grondwaterstanden ook daadwerkelijk optreden. Dit wordt op gezette tijden door het waterschap geëvalueerd, waarbij bepaald wordt of er maatregelen nodig zijn om e.e.a. bij te stellen en/of aanvullend te compenseren. Voor de wijze over hoe gemonitord en het beheer en onderhoud uitgevoerd wordt verwijst het waterschap naar bijlage 4 van het definitief Projectplan Waterwet dat in mei 2024 is vastgesteld en van 6 juni t/m 17 juli 2024 ter inzage heeft gelegen. Indiener heeft in 2024 nadelige gevolgen van natte terreinomstandigheden ondervonden. Het waterschap is op de hoogte van de situatie. Ten dele is de ondervonden wateroverlast het gevolg van de uitzonderlijke klimatologische omstandigheden in de winter van 2023/2024. Ten dele zijn ook nadelige gevolgen ondervonden door onjuist beheer en onderhoud aan de nieuw aangelegde beek bij de herinrichting van Grootgoor fase 1.

Het waterschap heeft hierop een verzoek tot nadeelcompensatie gehonoreerd. Hierbij is gebleken dat de aansluiting van de watergang RN31 op de Run een kritisch punt in het beheer van het watersysteem vormt. Als gevolg van begroeiing in de Run stuwt het water bij stuw ST13 op, waardoor het uitvoeren van maaibeheer aan de beek kritisch is. Ook is op de RN31 een overstort van Riethoven aangesloten. Er zijn situaties waarin de RN31 en het overstortwater bij een hoog waterpeil op de Run kan overstromen op aanliggende agrarische percelen. Door de RN31 door te trekken wordt deze situatie voorkomen en door het afgekoppelde deel van de RN31 te voorzien van een stuw en pomp wordt het beheer en onderhoud op het benedenstrooms gelegen traject van de Run minder kritisch en beter uitvoerbaar, waarop minder vaak ingrijpen noodzakelijk is. Deze maatregelen zijn in het definitief Projectplan Waterwet opgenomen en het waterschap heeft de aanpassingen reeds uitgevoerd. Daarnaast worden inderdaad stuwen aangebracht. Deze zijn bedoeld om de landbouwkundige omstandigheden te verbeteren ten tijde van langdurige droge perioden. In overleg met de aanliggende agrariërs wordt het peilbeheer uitgevoerd. De stuwen in de RN31 worden bovendien automatische stuwen. Deze reageren automatisch op verhoogde afvoeren, bijvoorbeeld als de riooloverstort in werking treedt.

Verder is uit de hydrologische modellering van het Projectplan Stevert, Heers en Grootgoor fase 2 gebleken dat indiener geen nadelige gevolgen als gevolg van dit plan zal ondervinden. Het ontwerp Projectplan Waterwet van Run Stevert, Heers en Grootgoor fase 2 heeft in de periode van 1 september 2022 tot en met 12 oktober 2022 ter inzage gelegen. Het definitief Projectplan Waterwet heeft van 6 juni t/m 17 juli 2024 ter inzage gelegen. Het Projectplan Waterwet is op te vragen bij het waterschap of is hier te raadplegen: Informatieplatform Run Heers, Stevert (arcgis.com) De bestemmingsplanwijzing behelst alleen de omzetting van de functies ‘water’ en ‘agrarisch met waarden’ naar de functie ‘natuur’. Het kunnen realiseren van de maatregelen, zoals

j. k.

aanpassen van de Run, dempen van sloten, etc. wordt geregeld met het Projectplan Waterwet. Hierin zijn tevens de hydrologische effecten van het project Run Stevert, Heers en Grootgoor fase 2 opgenomen. Het waterschap heeft het definitieve Projectplan Waterwet in mei 2024 vastgesteld. In het kader hiervan heeft inmiddels nadere afstemming met indiener hierover plaatsgevonden. De indiener wordt voor beroep op de aanpassingen aan de waterstaatswerken en de hydrologische effecten verwezen naar de Waterwet-procedure. De genoemde zorgen zijn bij het waterschap bekend en met indiener besproken. Naar aanleiding hiervan zijn diverse wijzigingen in het definitief Projectplan Waterwet verwerkt. Een sloot wordt niet gedempt en er wordt bos ontwikkeld om te voorkomen dat zich weidevogels in de nabijheid van het bedrijf kunnen gaan vestigen. Het waterschap is er verder van overtuigd dat indiener geen nadelige gevolgen van de hydrologische maatregelen zal ondervinden. Indiener twijfelt hieraan. Hierop heeft indiener bij de Raad van State via de waterwetprocedure beroep kunnen aantekenen. Het projectplan water Run Stevert, Heers en Grootgoor fase 2 is inmiddels vastgesteld. Indiener heeft hierop kunnen reageren.

Het waterschap heeft met indiener gesproken over de herinrichting van de Run, welke effecten optreden, welke nadelige gevolgen dit voor indiener heeft en op welke wijze dit gemitigeerd of gecompenseerd kan worden. Met indiener is over de wijze van compensatie geen overeenstemming bereikt. Hiermee valt indiener terug op de nadeelcompensatieregeling zoals voorzien in de Waterwet. De bestemmingsplanwijzing behelst alleen de omzetting van de functies ‘water’ en ‘agrarisch met waarden’ naar de functie ‘natuur’. Het kunnen realiseren van de maatregelen, zoals aanpassen van de Run, dempen van sloten, etc. wordt geregeld met het Projectplan Waterwet. Hierin zijn tevens de hydrologische effecten van het project Run Stevert, Heers en Grootgoor fase 2 opgenomen. Het waterschap heeft het definitieve Projectplan Waterwet in mei 2024 vastgesteld. Indiener heeft hierop kunnen reageren.

Gevolgen voor het bestemmingsplan Het bestemmingsplan behoeft geen aanpassing naar aanleiding van de zienswijzen.

blad 11 van 14

3

Ambtelijke wijzigingen In het bestemmingsplan zijn tevens ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Dit betreffen aanvullingen, verbeteringen, correcties en actualisaties ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Navolgend worden de wijzigingen kort opgesomd: - Op het perceel RHV-A-1646 ontbraken in het ontwerpbestemmingsplan een aantal dubbelbestemmingen en aanduidingen. De ontbrekende dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn toegevoegd op de verbeelding en gebord in de regels. - Op de locatie Broekhovenseweg 14 ontbraken in het ontwerpbestemmingsplan een aantal dubbelbestemmingen en aanduidingen. De ontbrekende dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn toegevoegd op de verbeelding en geborgd in de regels. - Op de locatie Neerrijt 11 ontbraken in het ontwerpbestemmingsplan een aantal dubbelbestemmingen en aanduidingen. De ontbrekende dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn toegevoegd op de verbeelding en geborgd in de regels. Tevens is voor de locatie een landschappelijk inpassingsplan opgesteld en toegevoegd als bijlage bij de regels. - Grenzend aan de locatie Bosweg 1 is de agrarische bestemming met aanduiding ‘inrit’, zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, vervangen voor de bestemming ‘Verkeer’.

Op de locatie Bosweg 1 ontbraken in het ontwerpbestemmingsplan tevens een aantal dubbelbestemmingen en aanduidingen, deze zijn toegevoegd op de verbeelding en geborgd in de regels. Tevens is voor de uitbreiding van de woonbestemming op deze locatie een landschappelijk inpassingsplan opgesteld en toegevoegd als bijlage bij de regels. - Aan de Hooge Berkt 28 is de veehouderijtak reeds beëindigd. De bedrijfsactiviteiten in de vorm van een gebruiksgerichte paardenhouderij (specifiek pensionstalling) worden voortgezet. Derhalve wordt de agrarische bestemming met aanduidingen ‘paardenhouderij’, specifieke vorm van agrarisch – paardenpension’ en ‘specifieke vorm van agrarisch – veehouderij’ gewijzigd in de enkelbestemming ‘Agrarisch-Paardenhouderij’ en komen de aanduidingen te vervallen. Tevens vindt vormverandering van het bouwvlak plaats. Daar waar het bouwvlak dichter bij omliggende functies komt te liggen wordt de bouwmogelijkheid voor dierenverblijven en mest- en voeropslag uitgesloten. - Op de locatie Weebosserweg 82 is de woonbestemming aangepast zodat de te behouden bijgebouwen binnen de woonbestemming komen te vallen. Tevens wordt de bestaande boerderij aangeduid als karakteristiek en woonboerderij en is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld en bijgevoegd als bijlage bij de regels. - Op de locatie Lommelsedijk 15 is de woonbestemming aanpast aan het beoogde gebruik.

Daarnaast ontbraken in het ontwerpbestemmingsplan een aantal dubbelbestemmingen en aanduidingen. De ontbrekende dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn toegevoegd op de verbeelding en geborgd in de regels. Tevens is voor de locatie een landschappelijk inpassingsplan opgesteld en toegevoegd als bijlage bij de regels. - Op de locatie Bredasedijk 20 vindt ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan een beperkte wijziging plaats van de mogelijke bedrijfsactiviteiten. Hier wordt binnenopslag toegestaan in combinatie met een agrarisch loonbedrijf/groothandel of ander bedrijf met ten hoogste milieucategorie 2. Aansluitend aan de locatie wordt een zonneveld gerealiseerd. Voor het zonneveld is, mede naar aanleiding van een zienswijze, de voorwaarde opgenomen dat deze voor maximaal 25 jaar wordt toegestaan. Tevens wordt bij het zonneveld de mogelijkheid geboden voor het toestaan van een gebouw ten dienste van het zonneveld (voor de trafo, batterij etc.). Tenslotte is inpassing van het zonneveld geborgd door het opnemen van een haag als landschappelijke inpassing. Deze is als bijlage bij de regels gevoegd. - Op de locatie Witrijtseweg 11 is het bestemmingsvlak ‘Wonen’ verkleind en zijn tevens aanduidingen opgenomen om de maximale oppervlakte en hoogte van de beoogde bijgebouwen te borgen. Tenslotte is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld en als bijlage bij de regels gevoegd.

- De veehouderij op de locatie Woeste Polder 9 heeft besloten de veehouderijactiviteiten te beëindigen. De bedrijfsactiviteiten ten behoeve van akkerbouw en de nevenactiviteiten ten behoeve van dag- en verblijfsrecreatie zullen worden voortgezet. Derhalve is het bouwvlak verkleind naar een passende omvang bij de beoogde functie. Tevens zijn de aanduidingen ‘overige zone – kleinschalig kampeerterrein’ en ‘specifieke vorm van recreatie – dagrecreatie 1’ van vorm en omvang gewijzigd. - Op de locatie Loo 121 is in het ontwerpbestemmingsplan aan de straatzijde een gedeelte van het bouwvlak weggevallen. Dit gedeelte is weer aan het bouwvlak toegevoegd. Tevens is het

blad 12 van 14

bouwvlak aan de achterzijde aangepast zodat de bestaande bebouwing en silo’s binnen het bouwvlak vallen. - Op de locatie Hoge Rijt 32 is de woonbestemming aangepast zodat het bijgebouw bereikbaar blijft. Tevens is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld en als bijlage bij de regels gevoegd. - De woning aan Barrier 6a is aangeduid als karakteristiek pand. Het betreft een gemeentelijk monument. - Ter plaatse van de volkstuin gelegen aan Hoge Bochten is de bestemming Bos gewijzigd in Agrarisch. - Op de locaties Fressevenweg 7, Burgemeester Aartslaan 22a, Runderbochten 3, Looerheideweg 3, Bredasedijk 51 en Bredasedijk 35 is de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veehouderij’ opgenomen. Op de locaties waar in het ontwerp de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – intensieve veehouderij’ was opgenomen is deze aanduiding komen te vervallen. - De locatie Hongarijesedijk 12 is van de verbeelding geschrapt en verwijderd uit de lijst met verwerkte plannen. - Voor de locatie Boshovensestraat 21 zijn de voorwaardelijke verplichtingen (sloop en beplantingsplan) uit het wijzigingsplan verwerkt in de regels. Tevens zijn het maximale productieen bouwoppervlak in de regels opgenomen. - In het ontwerpbestemmingsplan is per abuis het wijzigingsplan ‘Maaij 1’ niet verwerkt. Dit plan is toegevoegd aan de verbeelding en in de lijst met verwerkte plannen.

- De recreatiewoning aan de Eikestraat (perceel D703) is specifiek aangeduid binnen de bestemming ‘Bos’. - Op de locaties Molestraat 36, Stevertsebaan 20, Veldhovensedijk 2, Oude Postelseweg 24, Berkterbeemden 5, Looerheideweg 1, Postelseheideweg 5, Neerrijt 57 en Lommelsedijk 29 wordt de aanduiding ‘overige zone - intensieve veehouderij vervallen’ vervangen voor de aanduiding ‘overige zone - veehouderij vervallen’. - Het begrip statische (binnen)opslag is gewijzigd naar statische binnenopslag. - Het begrip karakteristiek is aangepast. - Als gevolg van wijzigingen elders in dit bestemmingsplan vervallen de (voormalige) artikelen 3.1l 3.1p, 3.1v, 3.4.3f, 3.4.3j, 4.2.3e, 9.2.3f, 10.1k, 10.2j, 12.3.1d, 16.3.1d, 19.2.1g, 19.2.2g1, 19.4.2g - In artikel 5.1 is een extra bepaling ‘veehouderij uitgesloten’ opgenomen ter verwerking van het wijzigingsplan op de locatie Fressevenweg 7. - In artikel 5.2.6b is de aanduiding ‘agrarisch – veldschuur 1’ vervangen voor de aanduiding ‘agrarisch met waarden – veldschuur 1’. - In artikel 7 wordt de bepaling ten aanzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – hondenfokkerij’ aangepast zodat hier maximaal het aantal honden mag worden gehouden zoals vastgelegd in de milieuvergunning.

- In artikel 7.4.3i zijn de toegestane activiteiten ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – dagrecreatie 1’ nader omschreven. - Aan artikel 9.4.3 wordt de mogelijkheid voor elektrisch laden toegevoegd. - De tabel ‘bedrijf’ is geactualiseerd. - Artikel 15.2.3g-i en 15.2.4j-l komen te vervallen. - De goothoogte van bijgebouwen is in het hele plan gelijk getrokken en aangepast naar 3,2 meter. - Voor bijgebouwen bij een bedrijfs(woning) is een dakhelling en een mogelijkheid tot afwijken van de dakhelling opgenomen. - De bouwhoogte van luchtwassers is aangepast en een mogelijkheid tot afwijken van de bouwhoogte van luchtwassers is opgenomen. - De wijzigingsbevoegdheden van een agrarische bestemming naar een niet-agrarische bedrijfsfunctie (artikel 3.7.10, 4.6.3, 5.7.10, 6.7.8, 7.7.7 en 8.7.2) zijn tekstueel aangepast en verduidelijkt. - De wijzigingsbevoegdheden van een agrarische, bedrijfs-, horeca, recreatie en sportbestemming naar de bestemming wonen (artikel 3.7.11, 4.6.4, 5.7.11, 6.7.9, 7.7.8, 8.7.3, 9.6.4, 12.5.3, 15.6.4 en 16.5.2) zijn tekstueel aangepast en verduidelijkt. - De regeling voor aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven in de diverse bestemmingen is tekstueel aangepast. Aanvullend is specifiek in artikel 19.4.1 de tekst ‘bedrijfswoning’ vervangen voor ‘woning’.

blad 13 van 14

- In de tabel sport uit artikel 16 is het adres Stokskesweg 41a Westerhoven gecorrigeerd naar Stokskesweg 41a Bergeijk. - In artikel 10.2i is in het ontwerpbestemmingsplan een onjuiste oppervlakte opgenomen. Mede naar aanleiding van een zienswijze is de maximale oppervlakte gewijzigd naar 28 m2. - De voorwaarden voor het toestaan van meergeneratiewoningen (artikel 35.2) zijn aangepast zodat deze overeenkomen met het gewijzigde beleid. - De wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van een plattelandswoning is komen te vervallen. - De plangrenzen van dit bestemmingsplan zijn op enkele locaties aangepast aangezien hier een separaat bestemmingsplan is vastgesteld. Het betreft een gedeelte van het te verplaatsen voetbalveld bij Westerhoven-Noord en een gedeelte van het noordelijke voetbalveld bij Terlo. - In het bestemmingsplan zijn diverse leidingen opgenomen. Deze zijn ten behoeve van de vaststelling geactualiseerd. - Bijlage 4 Richtlijnen huisvesting arbeidsmigranten Bergeijk 2019 is komen te vervallen. In de regels van het bestemmingsplan wordt verwezen naar de recentere Beleidsregel huisvesting arbeidsmigranten Bergeijk 2023 of diens rechtsopvolger. - Bijlage 5 bij de regels ‘Tabel diersoorten veehouderijen’ is geactualiseerd naar aanleiding van de te verwerken wijzigingsplannen. - Naar aanleiding van bovenstaande wijzigingen is de toelichting geactualiseerd en verduidelijkt.

- Bijlage 1 bij de toelichting ‘Gebiedsvisie Bergeijk, actualisatie 2022/2024’ is komen te vervallen. - In de regels en toelichting zijn redactionele wijzigingen toegepast ter verbetering van de leesbaarheid. Ook zijn type- en taalfouten verbeterd. - Diverse kleine wijzigingen.

blad 14 van 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=443470ec-c1b6-4d84-bc50-35e94191101c