CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 23 Bijlage Toelichting Nader soortgericht onderzoek

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan “Weerderdijk 5, Westerhoven”4.958 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader soortgericht onderzoek Weerderdijk 5 te Westerhoven Tussentijdse rapportage 12 november 2020

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

Verantwoording Titel

Nader soortgericht onderzoek Weerderdijk 5 te Westerhoven

Opdrachtgever

Provincie Noord-Brabant

Projectleider

Tim Vaessen

Auteur(s)

Karin Boelens MSc.

Tweede lezer

Saskia Wijte – van der Pols

Uitvoering meet- en inspectiewerk

S. van Baren, K. Boelens, J. Gijsbertsen, L. Ion, A. Mulder, K. Peterse

Projectnummer

1276779

Aantal pagina’s

24

Datum

12 november 2020

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon Tauw bv Ekkersrijt 4008 Postbus 1680 5602 BR Eindhoven T +31 40 23 25 55 0 E info.eindhoven@tauw.com

2/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

Inhoud 1

2

Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding .......................................................................................................................... 4

1.2

Huidige situatie................................................................................................................... 4

1.3

Leeswijzer .......................................................................................................................... 5

Methode..................................................................................................................................... 6 2.1

3

Verwachte soorten en functies ........................................................................................... 6

2.1.1

Kleine marterachtigen en steenmarter ........................................................................ 6

2.1.2

Vleermuizen ................................................................................................................ 6

2.1.3

Huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw ..................................................................... 6

2.1.4

Kerkuil en steenuil ....................................................................................................... 6

2.2

Mogelijke effecten .............................................................................................................. 7

2.3

Veldwerk ............................................................................................................................ 7

2.3.1

Kleine marterachtigen en steenmarter ........................................................................ 7

2.3.2

Vleermuizen ................................................................................................................ 8

2.3.3

Huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw ..................................................................... 9

2.3.4

Kerkuil en steenuil ....................................................................................................... 9

Resultaten en effectbeschrijving ............................................................................................. 10 3.1

Kleine marterachtigen en steenmarter ............................................................................. 10

3.2

Vleermuizen ..................................................................................................................... 12

3.3

Huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw .......................................................................... 15

3.3.1 3.4 4

Kerkuil en steenuil ............................................................................................................ 20

Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 21 4.1

Aanwezige soorten in het plangebied .............................................................................. 21

4.1.1

Kleine marterachtigen en steenmarter ...................................................................... 21

4.1.2

Vleermuizen .............................................................................................................. 21

4.1.3

Huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw ................................................................... 21

4.2 5

Nesten van huismus, huiszwaluw, boerenzwaluw en overige soorten ..................... 17

Vervolg en noodzakelijke maatregelen ............................................................................ 22

Literatuur ................................................................................................................................. 24

3/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Provincie Noord-Brabant is voornemens de huidige bebouwing te slopen aan de Weerderdijk 5 te Westerhoven en daar de bouw van een nieuwe woning met een paardenfokkerij voor paarden in hogere sportsegment te realiseren. Tauw heeft deze werkzaamheden in 2020 getoetst aan de natuurwet- en regelgeving in een natuurtoets (Tauw, 2020). Uit deze rapportage is gebleken dat het voornemen mogelijk negatieve effecten heeft op kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel) en steenmarter, vleermuizen, huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw, kerkuil en steenuil die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb). De kans bestaat dat als gevolg van de werkzaamheden deze soorten worden verstoord, gedood of verwond, of dat (essentiële) onderdelen van het leefgebied worden vernietigd. De Wnb (onderdeel soortenbescherming) gaat uit van het voorzorgsbeginsel en stelt dat een overtreding van verbodsbepalingen met zekerheid moet worden uitgesloten. In deze situatie is nader onderzoek naar de aanwezigheid van deze soorten noodzakelijk gebleken uit de natuurtoets. Tauw voert in opdracht van Provincie NoordBrabant dit nader onderzoek naar de kleine marterachtigen en steenmarter, vleermuizen, huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw, kerkuil en steenuil uit. Deze rapportage is een tussentijdse weergave van de stand van zaken van dit onderzoek.

Als de werkzaamheden daadwerkelijk negatieve effecten op beschermde soorten veroorzaken, moeten mitigerende maatregelen worden genomen om de functionaliteit van de voortplantingsen/of vaste rust- en verblijfplaatsen te garanderen en om het doden en verwonden van beschermde soorten te voorkomen. Deze maatregelen moeten bij een ontheffingsaanvraag worden voorgelegd aan het bevoegd gezag (Provincie Noord-Brabant). Op grond van een wettelijk belang uit de Habitatrichtlijn (Wet natuurbescherming, artikel 3.8, lid 5) kan een ontheffing worden aangevraagd voor het verstoren en/of doden van individuen en het aantasten van leefgebied van beschermde soorten. Bij het aanvragen van een ontheffing dient de aanwezigheid van de betreffende soort te zijn aangetoond. Hierbij geldt een ‘omgekeerde bewijslast’ waarbij de initiatiefnemer verantwoordelijkheid draagt.

1.2

Huidige situatie

Het plangebied betreft de bebouwing aan de Weerderdijk 5 te Westerhoven met omliggende landerijen. De bebouwing bestaat uit een woonhuis met drie stallen. Aan de voorkant van het woonhuis is groen aangeplant. Rondom de bebouwing ligt een weiland. Het plangebied grenst aan de noordwest kant aan een bosschage. Het plangebied ligt aan de noordkant in het Natuurnetwerk Brabant en ligt op circa 150 meter van het Natura 2000-gebied ‘Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux’. Figuur 1.1 geeft de ligging van het plangebied weer. De beoogde werkzaamheden zijn dat huidige bebouwing wordt gesloopt. Er komt een nieuwe woning op de locatie en tevens een paardenfokkerij voor paarden in hogere sportsegment. Alle plannen blijven binnen het bouwblok en dit bouwblok ligt buiten NNB (Natuurnetwerk Brabant). Figuur 1.2 geeft een impressie van de beoogde ontwikkeling.

4/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

Figuur 1.1 Ligging van het plangebied met gebouwnummers. Gebouw 1 is het woonhuis, gebouw 2 t/m 4 zijn stallen.

Figuur 1.2 Impressie van de beoogde ontwikkeling.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de methode voor de nader soortenonderzoeken beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft de resultaten van de nader soortenonderzoeken. In hoofdstuk 4 is uitgewerkt wat de consequenties zijn ten aanzien van de aangetroffen beschermde natuurwaarden en welke vervolgstappen nodig zijn om te voldoen aan de bepalingen van de Wet natuurbescherming.

5/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

2 Methode Het doel van het soortgericht onderzoek is om aan te tonen of en hoe het plangebied van belang is voor de kleine marterachtigen en steenmarter, vleermuizen, huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw, kerkuil en steenuil.

2.1

Verwachte soorten en functies

2.1.1 Kleine marterachtigen en steenmarter Uit verspreidingsgegevens en op basis van het oriënterend veldbezoek (Tauw, 2020) kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen en foerageergebied van kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel) en steenmarter in het plangebied niet worden uitgesloten. Functie: verblijfplaats en foerageergebied Het plangebied heeft potentie als habitat voor verblijfplaatsen en foerageergebied voor kleine marterachtigen en steenmarter vanwege de aanwezigheid van dichte struiken, takkenhopen en rommelige hoekjes. De bebouwing in het plangebied is niet geheel afgesloten en is zodoende toegankelijk voor steenmarter. 2.1.2

Vleermuizen

Uit verspreidingsgegevens en op basis van het oriënterend veldbezoek (Tauw, 2020) kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied niet worden uitgesloten. Nader onderzoek naar vliegroutes en/of foerageergebied van vleermuizen kon worden uitgesloten in de quickscan. Functie: verblijfplaats Negatieve effecten op verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten konden niet worden uitgesloten in de quickscan. Dit betreft soorten als gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en ruige dwergvleermuis. 2.1.3 Huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw Uit verspreidingsgegevens en op basis van het oriënterend veldbezoek (Tauw, 2020) kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw in het plangebied niet worden uitgesloten. Nader onderzoek naar deze soorten kon worden uitgesloten in de quickscan. Functie: verblijfplaats Tijdens het veldbezoek zijn enkele exemplaren van huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw waargenomen. Het is niet uit te sluiten dat de soorten verblijfplaatsen in het plangebied hebben. 2.1.4

Kerkuil en steenuil

Uit verspreidingsgegevens en op basis van het oriënterend veldbezoek (Tauw, 2020) kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van kerkuil en steenuil in het plangebied niet worden uitgesloten. Nader onderzoek naar deze soorten kon worden uitgesloten in de quickscan.

6/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

Functie: verblijfplaats De kerkuil en steenuil zijn bewoners van (half)open landschappen, en komt in Nederland vooral voor op boerenland. Op basis van globale verspreidingsgegevens (NDFF) komen kerkuil en steenuil nabij het plangebied voor. De gebouwen zijn mogelijk geschikt voor kerkuil en steenuil.

2.2

Mogelijke effecten

Door de werkzaamheden worden mogelijk verblijfplaatsen vernietigd en daarbij kunnen de kleine marterachtigen en steenmarter, vleermuizen, huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw, kerkuil en steenuil worden verstoord en/of verwond of gedood.

2.3

Veldwerk

Deze paragraaf beschrijft het veldwerk van het nader onderzoek naar de kleine marterachtigen en steenmarter, vleermuizen, huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw, kerkuil en steenuil. 2.3.1 Kleine marterachtigen en steenmarter Het onderzoek naar de aanwezigheid van de kleine marterachtigen en steenmarter is uitgevoerd door inzet van verschillende type cameravallen. In totaal zijn drie camera’s, verspreid over het plangebied, ingezet: één losse cameraval, één mostela en één struikrover. Figuur 2.1 weergeeft de positionering van de camera’s. Hiermee is gedurende de periode 30 juli 2020 tot en met 6 oktober 2020 data verzameld. Tijdens deze onderzoeksperiode zijn de batterijen vervangen en de geheugenkaartjes gecontroleerd. Na het ophalen van de camera’s worden alle opnamen op SDkaart bekeken om te bepalen welke soorten er in het plangebied voorkomen. Tabel 2.1 weergeeft de data van de uitgevoerde veldbezoeken.

Figuur 2.1 Nader onderzoek voor de kleine marterachtigen en steenmarter, positionering van de camera’s.

7/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

Tabel 2.1 Data van de uitgevoerde veldbezoeken voor de kleine marterachtigen en steenmarter. Datum veldbezoek

Doel

30 juli 2020

Plaatsen camera’s (losse cameraval, mostela, struikrover)

17 augustus 2020

Vervangen en controleren van batterijen en SD-kaarten

16 september 2020

Ophalen camera’s (losse cameraval en struikrover) Vervangen en controleren van SD-kaart en batterijen (mostela)

6 oktober 2020

Ophalen camera (mostela)

2.3.2 Vleermuizen Het vleermuizenonderzoek is uitgevoerd met behulp van een batdetector (type: Petterson D240X). Een batdetector is een apparaat dat ultrasone geluiden, die een vleermuis maakt, omzet in voor de mens hoorbare tikkende geluiden. Aan de hand van onder andere het ritme en de frequentie waarop de vleermuis het beste wordt gehoord, de zogenaamde piekfrequentie, kan in veel gevallen worden bepaald om welke vleermuissoort het gaat. Voor het determineren van soorten wordt gebruik gemaakt van opnameapparatuur en het programma BatSound. In totaal zijn vijf veldbezoeken uitgevoerd. Elk veldbezoek is uitgevoerd door twee ecologen. Meerdere bezoeken zijn nodig, omdat vleermuizen gebruik maken van een netwerk van verblijfplaatsen en foerageergebieden die in verschillende perioden in het jaar worden gebruikt. Door de bezoeken te spreiden wordt een beter beeld verkregen van de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied en hiermee van de betekenis van het plangebied voor vleermuizen. Vleermuizen zijn vooral bij (redelijk) gunstige weersomstandigheden actief. Dit houdt voor vleermuizen in dat er geen of weinig neerslag is en niet te veel wind. Daarom is alleen in dergelijke omstandigheden veldwerk uitgevoerd. In tabel 2.2 zijn de data en weersomstandigheden van elk veldbezoek weergegeven.

Alle veldbezoeken zijn conform vleermuisprotocol 2017 uitgevoerd (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2017). Tabel 2.2 Data en weersomstandigheden van de uitgevoerde veldbezoeken voor de vleermuizen. Datum veldbezoek

Dagdeel

Tijd

Focus

Weersomstandigheden

22 mei 2020

Avond

21.00 – 23.30

Zomer- en

Droog, windkracht 3, helder, ± 17◦C

20 juni 2020

Avond

21.45 – 00.15

10 juli 2020

Nacht

02.40 – 05.40

22 augustus 2020

Nacht

01.00 – 03.00

12 september 2020

Nacht

00.00 – 02.00

kraamverblijfplaatsen Zomer- en kraamverblijfplaatsen Zomer- en kraamverblijfplaatsen Zwermen, winter- en paarverblijfplaatsen Zwermen, winter- en paarverblijfplaatsen

Droog, windkracht 1, helder, ± 20◦C Droog, windkracht 3, half bewolkt, ± 14◦C Droog, windkracht 1, half bewolkt, ± 18◦C Droog, windkracht 1, helder, ± 10◦C

8/24

Kenmerk

2.3.3

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

Huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw

Het onderzoek naar huismus is uitgevoerd conform de onderzoeksinspanning als voorgeschreven in het kennisdocument huismus (BIJ12, 2017) en in soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (NGB, versie juli 2017). Er zijn vier veldbezoeken uitgevoerd in de periode 20 maart tot en met 20 juni. Tijdens het veldwerk gericht op huismussen wordt er tevens gelet op de aanwezige huis- en boerenzwaluwennesten. Tabel 2.3 weergeeft de data van de uitgevoerde veldbezoeken. Tabel 2.3 Data en weersomstandigheden van de uitgevoerde veldbezoeken voor de huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw. Datum veldbezoek

Dagdeel

Tijd

Focus

Weersomstandigheden

22 mei 2020

Avond

18.00 – 21.00

Verblijfplaatsen en

Droog, windkracht 3, helder, ± 17◦C

2 juni 2020

Ochtend

07.00 – 11.00

7 juni 2020

Ochtend

08.00 – 10.00

20 juni 2020

Avond

19.00 – 21.45

broedgevallen Verblijfplaatsen en broedgevallen Verblijfplaatsen en broedgevallen Verblijfplaatsen en

Droog, windkracht 1, half bewolkt, ± 13◦C – ± 23◦C Droog, windkracht 3, half bewolkt, ± 14◦C Droog, windkracht 2, helder, ± 22◦C

broedgevallen

2.3.4 Kerkuil en steenuil Het ecologisch onderzoek naar steenuil/kerkuil wordt uitgevoerd conform de voorgeschreven onderzoeksinspanning als benoemd in het kennisdocument kerkuil en het kennisdocument steenuil (BIJ12, 2017). Hiervoor zijn drie inventarisatiemomenten nodig in de periode 15 februari tot en met 30 april, waarbij minimaal één maand zit tussen het eerste en laatste bezoek. Vanwege dit feit kan het onderzoek op zijn vroegst in 2021 plaatsvinden. Het onderzoek vindt ’s avonds plaats, vanaf zonsondergang tot en met twee uur daarna. Dit bij de juiste weersomstandigheden (droog, weinig wind).

9/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

3 Resultaten en effectbeschrijving In dit hoofdstuk worden de (tussentijdse) resultaten beschreven van het nader onderzoek naar de kleine marterachtigen en steenmarter, vleermuizen, huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw, kerkuil en steenuil.

3.1

Kleine marterachtigen en steenmarter

Op de foto’s van de cameravallen is een steenmarter waargenomen. Figuur 3.1 geeft de waargenomen steenmarter weer op 30 augustus 2020 om 19.59 uur. De steenmarter is aangetroffen op de camera in de struikrover. De positionering van de camera’s is weergeven in figuur 2.1. Er zijn geen kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel) waargenomen. De camera heeft wel andere soorten waargenomen, te weten: egel, huiskat, rat, verschillende soorten muizen en verschillende en algemene vogelsoorten zoals holenduif, koolmees, lijster, merel en roodborst.

Figuur 3.1 Tijdens het onderzoek met de wildcamera werd onder andere een steenmarter geregistreerd.

Tijdens de veldbezoeken zijn verschillende sporen van steenmarter aangetroffen. Er zijn geen sporen van kleine marterachtigen aangetroffen. Tijdens het vleermuisonderzoek op 22 mei 2020 zijn in gebouw 3 uitwerpselen van steenmarter waargenomen. Tijdens het vleermuisonderzoek op 2 juni 2020 is in gebouw 3 is een steenmarter jong hoorbaar roepend en krabbend op dakplaten

10/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

waargenomen. Tevens zijn hier prooiresten van duif, muizen, boerenzwaluw en zwarte roodstaart aangetroffen. Figuur 3.2 geeft een aantal van deze sporen van de steenmarter weer.

Figuur 3.2 Steenmartersporen in gebouw 2. Ruimte waarboven steenmarters verblijven (links), prooiresten (midden) en uitwerpselen (rechts).

Samenvattend Tijdens de veldbezoeken is een steenmarter waargenomen. Er is één verblijfplaats vastgesteld. Er zijn geen kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel) waargenomen. Figuur 3.3 geeft de waarnemingen van steenmarter weer.

Figuur 3.3 Resultaten onderzoek naar de kleine marterachtigen en steenmarter.

11/24

Kenmerk

3.2

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

Vleermuizen

In deze paragraaf worden eerst de resultaten van de veldbezoeken beschreven. Daarna wordt per soort de aangetroffen functies van het plangebied weergeven. Veldbezoek 22 mei 2020 Het eerste veldbezoek is uitgevoerd in de avond van 21.00 uur tot 23.30 uur. De weersomstandigheden waren gunstig. De focus lag op het vaststellen danwel uitsluiten van zomer- en kraamverblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn een aantal gewone dwergvleermuizen foeragerend waargenomen. Er is één gewone grootoorvleermuis uitvliegend vanuit gebouw 2 waargenomen. De verblijfplaats van de gewone grootoorvleermuis is vermoedelijk op het “zoldertje” aan de zuidzijde van gebouw 2. Er zijn geen andere soorten waargenomen. Veldbezoek 20 juni 2020 Het tweede veldbezoek is uitgevoerd in de avond van 21.45 uur tot 00.15 uur. De weersomstandigheden waren gunstig. De focus lag op het vaststellen danwel uitsluiten van zomer- en kraamverblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn twee gewone dwergvleermuizen en is één rosse vleermuis foeragerend waargenomen. Er zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen. Er zijn geen andere soorten waargenomen. Veldbezoek 10 juli 2020 Het derde veldbezoek is uitgevoerd in de nacht van 02.40 uur tot 05.40 uur. De weersomstandigheden waren gunstig. De focus lag op het vaststellen danwel uitsluiten van zomer- en kraamverblijfplaatsen.

Tijdens het gehele veldbezoek zijn enkele gewone dwergvleermuizen foeragerend waargenomen. Een half uur voor zonsopkomst is een gewone dwergvleermuis waargenomen aan de zuidzijde (achterzijde) van gebouw 1. De aanwezigheid van een verblijfplaats is hier niet uitgesloten. Tevens zijn drie gewone grootoorvleermuizen invliegend waargenomen in gebouw 2. De verblijfplaatsen van de gewone grootoorvleermuizen zijn vermoedelijk aan de noordzijde van gebouw 2 (zie figuur 3.4). Er zijn geen andere soorten waargenomen.

12/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

Figuur 3.4 Vermoedelijke verblijfplaats (rood contour) van de gewone grootoorvleermuis.

Veldbezoek 22 augustus 2020 Het vierde veldbezoek is uitgevoerd in de nacht van 01.00 uur tot 03.00 uur. De weersomstandigheden waren gunstig. De focus lag op het vaststellen danwel uitsluiten van zwermen, winter- en paarverblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek is één gewone grootoorvleermuis vliegend in en rond gebouw 2 waargenomen. Tevens is er één baltsende gewone dwergvleermuis rond gebouw 1 en 3 waargenomen. Gelet op het gedrag is de aanwezigheid van een paarverblijf zeer waarschijnlijk, er is echter geen in- of aanvliegend gedrag waargenomen waardoor het niet mogelijk was de precieze locatie van het paarverblijf vast te stellen. Ook is er één laatvlieger overvliegend waargenomen. Er zijn geen andere vleermuissoorten waargenomen. Er is wel een paartje torenvalken slapend waargenomen in gebouw 4. Veldbezoek 12 september 2020 Het vijfde veldbezoek is uitgevoerd in de nacht van 00.00 uur tot 02.00 uur. De weersomstandigheden waren gunstig. De focus lag op het vaststellen danwel uitsluiten van zwermen, winter- en paarverblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek is één foeragerende en later invliegende gewone grootoorvleermuis aangetroffen. Figuur 3.5 geeft de locatie van de invliegende en zittende gewone grootoorvleermuis weer. Verder is één passerende gewone dwergvleermuis waargenomen. Er zijn geen andere soorten waargenomen.

13/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

Detail vliegopening Zittende gewone Invliegende gewone

grootoorvleermuis

grootoorvleermuis

Figuur 3.5 Invliegende en zittende gewone grootoorvleermuis in gebouw 2.

Samenvattend Tijdens de veldbezoeken zijn de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis foeragerend en passerend waargenomen. Er is één zomerverblijfplaats en één paarterritorium van gewone dwergvleermuis vastgesteld en twee verblijfplaatsen van gewone grootoorvleermuis. Figuur 3.6 geeft de verblijfplaatsen en paarterritorium van vleermuizen in het plangebied weer.

14/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

Figuur 3.6 Resultaten onderzoek naar vleermuizen.

3.3

Huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw

In deze paragraaf worden eerst de resultaten van de veldbezoeken beschreven. Daarna wordt per soort de aangetroffen verblijfplaatsen weergeven. De locaties van de gebouwen zijn weergeven in figuur 1.1. Veldbezoek 22 mei 2020 Het eerste veldbezoek is uitgevoerd in de avond van 18.00 uur tot 21.00 uur. De focus lag op het vaststellen danwel uitsluiten van verblijfplaatsen. De weersomstandigheden waren gunstig. Huismus: er zijn vier à vijf huismussen bij de gebouwen in het plangebied waargenomen. In gebouw 1 zijn twee bezette nesten vastgesteld. Huiszwaluw: er zijn vier à vijf huiszwaluwen bij de gebouwen in het plangebied waargenomen. In gebouw 1 is één bezet nest waargenomen. Boerenzwaluw: er zijn ongeveer 50 boerenzwaluwen bij de gebouwen in het plangebied waargenomen. In gebouw 2, 3 en 4 zijn 43 (gedeeltelijk) intacte nesten aangetroffen, waarvan minstens negen nesten in gebruik. Het is mogelijk dat er meer nesten bezet waren, maar de boerenzwaluwen waren enorm schuw. Daarnaast vlogen de boerenzwaluwen ook in de silo (links van gebouw 4 in figuur 2.1). Het was echter niet mogelijk om de silo van binnen te onderzoeken.

15/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

Overige soorten: er is een paartje zwarte roodstaart met nest in gebouw 2 waargenomen. Veldbezoek 02 juni 2020 Het tweede veldbezoek is uitgevoerd in de ochtend van 07.00 uur tot 11.00 uur. De focus lag op het vaststellen danwel uitsluiten van verblijfplaatsen. De weersomstandigheden waren gunstig. Tijdens het veldbezoek zijn voornamelijk broedvogels waargenomen. Huismus: in gebouw 1 is één broedgeval waargenomen. Huiszwaluw: in gebouw 1 is één broedgeval waargenomen. Boerenzwaluw: er zijn circa acht paren actief boven het erf aanwezig. Er zijn twee nesten met jongen vastgesteld en er is één op- en afvliegende boerenzwaluw waargenomen. Tevens zijn drie nesten aangetroffen met verse bouwsporen. Er zijn circa tien bezette nesten verspreid over de gebouwen 2, 3 en 4 aangetroffen. Overige soorten: er zijn voornamelijk broedende vogels waargenomen. In gebouw 1 is één broedende boomkruiper en in gebouw 2 is één broedende zwarte roodstaart waargenomen. In gebouw 4 zijn sporen van spreeuwennest aangetroffen. Verder is één witte kwikstaart en één holenduif met territoriaal gedrag waargenomen. Veldbezoek 07 juni 2020 Het derde veldbezoek is uitgevoerd in de ochtend van 08.00 uur tot 10.00 uur. De focus lag op het vaststellen danwel uitsluiten van verblijfplaatsen. De weersomstandigheden waren gunstig. Tijdens het veldbezoek zijn geen nieuwe verblijfplaatsen aangetroffen.

Veldbezoek 20 juni 2020 Het vierde veldbezoek is uitgevoerd in de avond van 19.00 uur tot 21.45 uur. De focus lag op het vaststellen danwel uitsluiten van verblijfplaatsen. De weersomstandigheden waren gunstig. Huismus: er zijn drie huismussen waargenomen. Er zijn geen nieuwe nesten vastgesteld. Huiszwaluw: er zijn vijf huiszwaluwen waargenomen. Tevens is er één nieuw nest vastgesteld aan de zuidzijde van gebouw 1. Boerenzwaluw: er zijn minimaal 40 boerenzwaluwen vliegend rondom plangebied waargenomen. Er zijn geen nieuwe nesten vastgesteld. Overige soorten: er zijn verschillende zwarte roodstaarten waargenomen. Ook is er een tweede (extra) broedgeval in hetzelfde nest in gebouw 2 vastgesteld.

16/24

Kenmerk

3.3.1

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

Nesten van huismus, huiszwaluw, boerenzwaluw en overige soorten

Huismus In gebouw 1 zijn aan de zuidzijde (achterzijde) twee nesten van huismus waargenomen. Eén nest is onder de derde kantpan vanaf de nok en één nest is in een verlaten nest van huiszwaluw. In één van deze nesten is een actief broedgeval vastgesteld. Figuur 3.7 geeft de locatie weer van de nesten van huismus.

Figuur 3.7 Aangetroffen nesten van de huismus in gebouw 1 (rode cirkel).

Huiszwaluw In gebouw 1 zijn aan de zuidzijde (achterzijde) drie bezette nesten van huiszwaluw waargenomen. Eén nest is rechts van de nok en twee nesten aan de daaronder liggende gebinten. In één van deze nesten is een actief broedgeval vastgesteld. Figuur 3.8 geeft de locatie weer van de nesten van huiszwaluw.

Figuur 3.8 Aangetroffen bezette nesten van de huiszwaluw in gebouw 1 (rode cirkel).

Boerenzwaluw In gebouw 2, 3 en 4 zijn 43 (gedeeltelijk) intacte nesten van de boerenzwaluw aangetroffen, waarvan minstens negen nesten in gebruik. De negen bezette nesten zijn in gebouw 2 (vier

17/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

nesten), in gebouw 3 (drie nesten) en in gebouw 4 (twee nesten) vastgesteld. In minimaal twee van deze nesten is een actief broedgeval vastgesteld. Figuur 3.9 geeft een aantal van deze nesten van de boerenzwaluw weer.

Figuur 3.9 Enkele aangetroffen nesten van de boerenzwaluw in gebouw 2 (links), 3 (midden) en 4 (rechts).

Overige soorten In het plangebied zijn verschillende nesten van broedvogels waargenomen. In gebouw 1 is één broedende boomkruiper vastgesteld. In gebouw 2 is één broedende zwarte roodstaart vastgesteld. In gebouw 4 zijn sporen van een spreeuwennest aangetroffen. Verder is één witte kwikstaart en één holenduif met territoriaal gedrag waargenomen. Figuren 3.10, 3.11 en 3.12 geven de locaties van de nesten van de boomkruiper, zwarte roodstaart en spreeuw weer.

Figuur 3.10 Aangetroffen nest van de broedende boomkruiper in gebouw 1 (rode cirkel).

Figuur 3.11 Waarneming van een zwarte roodstaart. Zwarte roodstaart op gebouw 4 (links), aangetroffen nest van de broedende zwarte roodstaart in gebouw 2 (midden en rechts).

18/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

Figuur 3.12 Aangetroffen sporen van een spreeuwennest in gebouw 4 (rode cirkel).

Samenvattend Tijdens de veldbezoeken zijn nesten van verschillende soorten aangetroffen, te weten: huismus (2), huiszwaluw (3), boerenzwaluw (43), boomkruiper (1) en zwarte roodstaart (1). In deze nesten zijn een aantal actieve broedgevallen vastgesteld, te weten: huismus (1), huiszwaluw (1), boerenzwaluw (10), boomkruiper (1) en zwarte roodstaart (1). Figuur 3.13 geeft de verblijfplaatsen per soort in het plangebied weer.

Figuur 3.13 Resultaten onderzoek naar huismus, huiszwaluw, boerenzwaluw (en overige broedvogels).

19/24

Kenmerk

3.4

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

Kerkuil en steenuil

In 2020 zijn, vanwege onderzoeksperiodes, geen nader soortgerichte onderzoeken naar kerkuil en steenuil uitgevoerd. Deze worden van begin februari 2021 tot eind april 2021 uitgevoerd. Er zijn wél waarnemingen van zowel kerkuil en steenuil gedaan tijdens de onderzoeken naar andere soort(groep)en in de periode van 15 mei tot 15 juli 2020. Uilensporen zijn gevonden in gebouw 3 en 4. In gebouw 3 zijn veertjes en braakballen van kerkuil aangetroffen. Tevens zijn twee kerkuilen overdag uitvliegend uit gebouw 3 waargenomen. In gebouw 4 zijn braakballen van steenuil aangetroffen. Tevens is één steenuil ’s ochtends uit gebouw 4 uitvliegend waargenomen. Er zijn geen kuikens of andere nestplaats indicerende zaken waargenomen. Het is wél zeer aannemelijk dat er een nestplaats aanwezig is op bijvoorbeeld de dakplaten van schuur 3. Figuur 3.14 geeft een aantal sporen weer uit gebouw 3 en 4 van kerkuil en steenuil. Figuur 3.15 geeft de locatie weer van de aangetroffen uilensporen.

Figuur 3.14 Uilensporen. Veertjes van kerkuil in gebouw 3 (links), braakballen van kerkuil in gebouw 3 (midden) en braakballen van steenuil in gebouw 4 (rechts).

Figuur 3.15 Locatie van de aangetroffen uilensporen.

20/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

4 Conclusies en aanbevelingen Provincie Noord-Brabant is voornemens de huidige bebouwing te slopen aan de Weerderdijk 5 te Westerhoven en de bouw van een nieuwe woning met een paardenfokkerij voor paarden in hogere sportsegment te realiseren. Tauw heeft in opdracht van Provincie Noord-Brabant dit nader onderzoek naar de kleine marterachtigen en steenmarter, vleermuizen, huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw uitgevoerd. Het onderzoek naar kerkuil en steenuil wordt in 2021 uitgevoerd.

4.1

Aanwezige soorten in het plangebied

4.1.1 Kleine marterachtigen en steenmarter Uit het nader onderzoek naar kleine marterachtigen en steenmarter blijkt dat de steenmarter gebruik maakt van het plangebied. Tevens is er één verblijfplaats met jongen vastgesteld in gebouw 3. Er zijn geen kleine marterachtigen waargenomen. 4.1.2

Vleermuizen

Uit het nader onderzoek naar vleermuizen zijn de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis foeragerend en passerend waargenomen. Er is één zomerverblijfplaats en één paarterritorium van gewone dwergvleermuis vastgesteld en twee verblijfplaatsen van gewone grootoorvleermuis. 4.1.3

Huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw

Uit het nader onderzoek naar huismus, huiszwaluw en boerenzwaluw zijn nesten van verschillende soorten aangetroffen, te weten: huismus (2), huiszwaluw (3), boerenzwaluw (43), boomkruiper (1) en zwarte roodstaart (1). In deze nesten zijn een aantal actieve broedgevallen vastgesteld, te weten: huismus (1), huiszwaluw (1), boerenzwaluw (10), boomkruiper (1) en zwarte roodstaart (1). Tabel 4.1 geeft een samenvattend overzicht weer van de waargenomen soorten per gebouw en in de omgeving van de gebouwen, maar wel binnen de grenzen van het plangebied. Tabel 4.1 Samenvattend overzicht waargenomen soorten per gebouw en in de omgeving (binnen het plangebied). Gebouw 1

Gebouw 2

Gebouw 3

Gebouw 4

Omgeving

Grondgebonden zoogdieren Kleine marterachtigen Steenmarter

X

X

X

X

Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis

X X

X

Laatvlieger

X

Rosse vleermuis

X

21/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

Gebouw 1

Gebouw 2

Gebouw 3

Gebouw 4

Omgeving

Vogels (met jaarrond beschermd nest) Huismus

X

X

Huiszwaluw

X

X

Boerenzwaluw

X

Kerkuil

X

X

X

Steenuil

X X

X

X

Overige (broed)vogels Boomkruiper

X

X

Holenduif

X

Spreeuw

X

X

Torenvalk

X

X

Witte kwikstaart Zwarte roodstaart

4.2

X X

X

Vervolg en noodzakelijke maatregelen

Uit de nader onderzoeken blijkt dat steenmarter, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis, huismus gebruik maken van het plangebied. Negatieve effecten op deze soorten kunnen tijdens de werkzaamheden niet worden voorkomen. Er is dan ook voor deze ontwikkeling een ontheffing nodig. Het is noodzakelijk om een ontheffing Wet natuurbescherming aan te vragen bij het bevoegd gezag (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant). Voor het indienen van een ontheffingsaanvraag moet een activiteitenplan worden opgesteld. Hierin staan de algemene gegevens van de beoogde ontwikkeling, de uitgevoerde onderzoeken en resultaten, een alternatievenafweging, het wettelijk belang van de beoogde ontwikkeling en mitigerende en compenserende maatregelen. De mitigerende en compenserende maatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten op soorten en individuen zoveel als mogelijk het voorkomen. Vervolgonderzoeken De onderzoeken naar kerkuil en steenuil worden uitgevoerd in de maanden februari – april 2021. Algemene broedvogels Vogels kunnen gedurende het gehele jaar tot broeden komen. Het aantasten van nesten met een broedgeval is een overtreding van de Wnb, hiervoor is een ontheffing nodig.

Tijdens een broedvogelcontrole voorafgaand aan de werkzaamheden wordt gelet op deze nesten zodat maatregelen genomen kunnen worden waardoor het nest onaangetast blijft en de wet niet wordt overtreden. Het is daarom zaak om hier voorafgaand aan het werk rekening mee te houden. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode maart t/m augustus. Een controle op nesten van broedende vogels is voorafgaand aan de werkzaamheden noodzakelijk om overtreding van de

22/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

wet te voorkomen. Indien een broedgeval aanwezig is, dient een verstoringsvrije zone te worden aangehouden, waarbinnen gedurende de periode van broeden niet wordt gewerkt. De breedte van deze zone dient door een ter zake kundige te worden bepaald. Aangeraden wordt om niet tijdens het reguliere broedseizoen te starten met de beoogde ontwikkelingen. Als er wel in het broedseizoen gestart wordt met de beoogde ontwikkelingen dan is een broedvogelcontrole noodzakelijk voorafgaand aan de werkzaamheden. Indien voorgenoemde maatregelen worden uitgevoerd zijn negatieve effecten op broedvogels uitgesloten en is er geen ontheffing nodig.

23/24

Kenmerk

R002-1276779KHB-V02-efm-NL

5 Literatuur BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis Plecotus auritus, juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Kerkuil Tyto alba, juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Steenuil Athene Noctua, juli 2017. Kapteyn, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Schuyt en Co, Haarlem & Provincie Noord-Holland, Haarlem. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Limpens, H.J.G.A., P. Twisk & G. Veenbaas, 2004. Met vleermuizen overweg. Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Delft & Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming, Arnhem. Tauw, 2020. Natuurtoets Weerderdijk 5 te Westerhoven. Met kenmerk R001-1276779KHB-V01efm-NL, d.d. 22 juni 2020. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017) Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl.

24/24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=8ce88aa2-ddf6-47e5-89e7-d625cdd621b0