CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Was-wordt tabel wijzigingen Reglement van Orde

Commissie Algemene Bestuurlijke Zaken 26 oktober 2023, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel wijziging Reglement van Orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en raadscommissies van Bergeijk16.849 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Was-wordt-tabel wijziging Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en raadscommissies van Bergeijk 2023 Leeswijzer wijzigingen In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, rood gemaakt. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens groen gemaakt.

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - Amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit; - Bespreekstukken: het deel van de raadsvergadering dat is bestemd voor de inhoudelijke beraadslaging en het politieke debat, inclusief besluitvorming; - College: het college van burgemeester en wethouders. - Commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - Commissievoorzitter: door de raad aangewezen voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - Griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger zoals bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; - Hamerstukken: het deel van de raadsvergadering dat is bestemd voor de besluitvorming over raadsvoorstellen zonder bespreking; - Initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; - Interpellatie: vragen om inlichtingen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda, teneinde hier vervolgens een debat over te kunnen voeren. - Interruptie: een korte verduidelijkende vraag of opmerking tijdens de spreektermijn van een ander raads- of commissielid. - Motie: verklaring waarmee een oordeel, wens, opdracht of verzoek wordt uitgesproken; - Ordevoorstel: een voorstel over de orde van de vergadering. - Presidium: een commissie ex.

artikel 83 dan wel artikel 84 van de Gemeentewet die het dagelijks bestuur van de raad vormt.

Nieuwe tekst Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - Amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit, dat naar de vorm geschikt is om direct daarin op te nemen; - Bespreekstukken: het deel van de raadsvergadering dat is bestemd voor de inhoudelijke beraadslaging en het politieke debat, inclusief besluitvorming; - College: het college van burgemeester en wethouders. - Commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - Commissievoorzitter: door de raad aangewezen voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; - Griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger - Hamerstukken: het deel van de raadsvergadering dat is bestemd voor de besluitvorming over raadsvoorstellen zonder bespreking; - Initiatiefvoorstel: voorstel afkomstig van een raadslid gericht aan de raad voor een verordening of ander voorstel; - Interpellatie: vragen om inlichtingen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda, teneinde hier vervolgens een debat over te kunnen voeren. - Interruptie: een korte verduidelijkende vraag of opmerking tijdens de spreektermijn van een ander raads- of commissielid. - Motie: verklaring waarmee een oordeel, wens, opdracht of verzoek wordt uitgesproken; - Ordevoorstel: een voorstel over de orde van de vergadering.

- Presidium: een commissie ex. artikel 83 dan wel artikel 84 van de Gemeentewet

-

Subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; Voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger;

-

die het dagelijks bestuur van de raad vormt. Subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; Voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger;

Bestaande tekst Artikel 2. De voorzitter De voorzitter is belast met: 1. het leiden van de vergadering. 2. het handhaven van de orde. 3. het doen naleven van het Reglement van orde Bergeijk 2019.

Nieuwe tekst Artikel 2. De voorzitter De voorzitter is belast met: 1. Het leiden van de vergadering. 2. Het handhaven van de orde. 3. Het doen naleven van het Reglement van orde Bergeijk. 4. De voorzitter kan bij raadsvergaderingen worden vervangen door een waarnemend raadsvoorzitter. Het op dat moment langstzittende raadslid neemt het raadsvoorzitterschap waar bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester.

Bestaande tekst Artikel 3. De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, vergaderingen van het presidium en in raadscommissievergaderingen. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de gemeentesecretaris, in overleg met het presidium, daartoe aangewezen ambtenaar. 3. De griffier kan op verzoek van de voorzitter aan beraadslagingen in de vergadering deelnemen.

Nieuwe tekst Artikel 3. De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen, vergaderingen van het presidium en in raadscommissievergaderingen. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger. Bij verhindering of afwezigheid van de (1e of 2e) plaatsvervangend griffier, wordt de griffier vervangen door een door de gemeentesecretaris, in overleg met het presidium, daartoe aangewezen ambtenaar. 3. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in raads- en commissievergaderingen deelnemen.

Hoofdstuk II. Benoeming en installatie raadsleden en wethouders Bestaande tekst Artikel 4. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter, in afwijking van het voorgaande, een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Nieuwe tekst Artikel 4. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De griffier verzorgt de ambtelijke ondersteuning van deze commissie. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter, in afwijking van het voorgaande, een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

Bestaande tekst Artikel 5. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en vraagt van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

Nieuwe tekst Artikel 5. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet. 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.

Bestaande tekst Artikel 7. Benoeming en ontslag commissieleden 1. Fracties kunnen maximaal 6 personen van buiten de raad voordragen als commissielid. Een commissielid kan in ten hoogste 3 commissies worden benoemd. 2. Commissieleden moeten voldoen aan de eisen die artikel 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet aan raadsleden stelt. 3. Deze leden worden door de fracties voorgedragen bij het presidium. Bij de voordracht overlegt de fractie de documenten die aantonen dat de aangemelde persoon voldoet aan de wettelijke eisen. 4. De zittingsperiode van commissieleden is gelijk aan die van raadsleden in een commissie en eindigt aan het einde van de zittingsperiode van de raad. Het lidmaatschap eindigt verder van rechtswege bij commissieleden bij het niet meer voldoen aan de eisen zoals bedoeld in lid 2. 5. Wijzigingen in de door een commissielid beklede betrekkingen en nevenfuncties welke na de aanmelding optreden, deelt het desbetreffende lid terstond schriftelijk mee aan de griffier. 6. Indien blijkt dat een commissielid zich niet houdt of heeft gehouden aan de plicht tot naleving van dit reglement, kan het presidium besluiten over het al dan niet aanblijven van het commissielid. 7. Een fractie kan een commissielid die namens deze fractie in een commissie zit, te allen tijde overplaatsen of terugtrekken uit een commissie. De fractie maakt hiervan melding aan het presidium.

Nieuwe tekst Artikel 7. Benoeming en ontslag commissieleden 1. Fracties kunnen maximaal 6 personen van buiten de raad voordragen als commissielid. Een commissielid kan in ten hoogste 3 commissies worden benoemd. 2. Tussentijdse wisselingen van te benoemen commissieleden worden toegestaan tot maximaal 6 wissels per fractie per bestuursperiode. 3. Commissieleden moeten voldoen aan de eisen die artikel 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet aan raadsleden stelt. 4. Deze leden worden door de fracties voorgedragen bij het presidium. Bij de voordracht overlegt de fractie de documenten die aantonen dat de aangemelde persoon voldoet aan de wettelijke eisen. 5. De zittingsperiode van commissieleden is gelijk aan die van raadsleden in een commissie en eindigt aan het einde van de zittingsperiode van de raad. Het lidmaatschap eindigt verder van rechtswege bij commissieleden bij het niet meer voldoen aan de eisen zoals bedoeld in lid 2. 6. Wijzigingen in de door een commissielid beklede betrekkingen en nevenfuncties welke na de aanmelding optreden, deelt het desbetreffende lid terstond schriftelijk mee aan de griffier. 7. Indien blijkt dat een commissielid zich niet houdt of heeft gehouden aan de plicht tot naleving van dit reglement, kan het presidium besluiten over het al dan niet aanblijven van het commissielid. 8.

Een fractie kan een commissielid die namens deze fractie in een commissie zit, te allen tijde overplaatsen of terugtrekken uit een commissie. De fractie maakt hiervan melding aan het presidium. 9. Een commissielid kan te allen tijde zelf ontslag nemen. Het lid doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat direct in. 10. Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van commissieleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege.

Hoofdstuk III. Het presidium Bestaande tekst Artikel 8. Naam en samenstelling 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. Fractievoorzitters kunnen vervangen worden door elk ander raadslid van de eigen fractie bij afwezigheid in het presidium 3. De griffier en de secretaris zijn bij elke vergadering van het presidium aanwezig. 4. Het presidium kan anderen uitnodigen een vergadering van het presidium geheel of gedeeltelijk bij te wonen.

Nieuwe tekst Artikel 8. Naam en samenstelling 1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. Fractievoorzitters kunnen vervangen worden door elk ander raadslid van de eigen fractie bij afwezigheid in het presidium. 3. De griffier en de secretaris zijn bij elke vergadering van het presidium aanwezig. 4. Het presidium kan anderen uitnodigen een vergadering van het presidium geheel of gedeeltelijk bij te wonen. 5. De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die het presidium nodig heeft.

Bestaande tekst Artikel 9. Taken Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad. Daartoe behoren in ieder geval de volgende taken: 1. Het vaststellen van het vergaderschema voor raads- en commissievergaderingen en de vergaderingen van het presidium. 2. Het vaststellen en eventueel wijzigen van data en tijdstippen van overige activiteiten voor de raad en haar leden. 3. Het vaststellen van de voorlopige agenda’s voor raads- en commissievergaderingen en bepaling verdeling bespreek- en hamerstukken voor de raadsvergadering. 4. De benoeming en het ontslag van commissieleden tijdens het verloop van een bestuursperiode. Besluiten worden ter kennisgeving aangeboden aan de raad. 5. Voorstellen aan de raad te doen inzake: a. de wijze van afdoening van de bij de raad ingekomen stukken. b. aanpassingen en uitvoering van alle reglementen en verordeningen rondom het functioneren van de raad en haar commissies. c. de rechtspositie van de raadsleden, leden van raadscommissies en voor fractieondersteuning.

Nieuwe tekst Artikel 9. Taken Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies. Daartoe behoren in ieder geval de volgende taken: 1. Het vaststellen van het vergaderschema voor raads- en commissievergaderingen en de vergaderingen van het presidium. 2. Het vaststellen en eventueel wijzigen van data en tijdstippen van overige activiteiten voor de raad en haar leden. 3. Het vaststellen van de voorlopige agenda’s voor raads- en commissievergaderingen en bepaling verdeling bespreek- en hamerstukken voor de raadsvergadering. 4. De benoeming en het ontslag van commissieleden tijdens het verloop van een bestuursperiode. Besluiten worden ter kennisgeving aangeboden aan de raad. 5. Voorstellen aan de raad te doen inzake: a. de wijze van afdoening van de bij de raad ingekomen stukken. b. aanpassingen en uitvoering van alle reglementen en verordeningen rondom het functioneren van de raad en haar commissies. c. de rechtspositie van de raadsleden, leden van raadscommissies en voor fractieondersteuning. 6. Het beoordelen van verzoeken tot agendering op de raadsagenda van onderwerpen/ingekomen stukken/raadsinformatiebrieven gedaan door individuele raadsleden of fracties.

Bestaande tekst Artikel 10. Vergaderingen en vergaderfrequentie 1. Het presidium vergadert ten minste eenmaal per vergadercyclus van de raad. 2. Het presidium vergadert voorts als zijn voorzitter het nodig oordeelt of als twee leden daarom verzoeken. 3. De voorzitter roept de leden op, welke oproep met de daarbij behorende stukken, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste 7 kalenderdagen voor het tijdstip van de vergadering aan de leden ter beschikking wordt gesteld. 4. De vergaderingen van het presidium en de besluitenlijsten zijn openbaar en worden ten openbare kennisgeving gebracht door aankondiging op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 5. Het presidium kan bepalen, indien noodzakelijk, in algehele beslotenheid te vergaderen. 6. De in lid 4 genoemde bepalingen zijn niet van toepassing op privacygevoelige zaken en zaken waarbij openbaarheid de belangen van de gemeente kunnen schaden. Hierover beslist de voorzitter.

Nieuwe tekst Artikel 10. Vergaderingen en vergaderfrequentie 1. Het presidium vergadert ten minste eenmaal per vergadercyclus van de raad. 2. Het presidium vergadert voorts als zijn voorzitter het nodig oordeelt of als twee leden daarom verzoeken. 3. De griffier publiceert de agenda en daarbij behorende stukken uiterlijk zeven kalenderdagen voor het tijdstip van de vergadering. 4. De vergaderingen van het presidium en de besluitenlijsten zijn openbaar en worden ten openbare kennisgeving gebracht door aankondiging op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 5. Een (deel van de) vergadering van het presidium is besloten als de voorzitter of tenminste twee leden daarom verzoeken. 6. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag gemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het presidium anders beslist.

Bestaande tekst Artikel 12. Besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor de besluitenlijst van het presidium. 2. De conceptbesluitenlijst wordt gelijktijdig met de oproep aan de leden en aan de overige personen die het woord gevoerd hebben toegezonden. 3. Bij het begin van de vergadering wordt, zo mogelijk, de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld en door de voorzitter en griffier ondertekend. 4. De besluitenlijsten van het presidium zijn openbaar, tenzij het presidium besluit om een besluitenlijst, of een deel daarvan, niet openbaar te maken. Raadsleden hebben de mogelijkheid de niet openbaar gemaakte (delen van de) besluitenlijsten bij de griffier in te zien.

Nieuwe tekst Dit artikel is komen te vervallen en opgenomen in artikel 9 en 10.

Hoofdstuk IV. Raadsvergaderingen Paragraaf I. Voorbereiding Bestaande tekst Artikel 13. Oproep en voorlopige agenda 1. De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Het presidium stelt een voorlopige agenda van de raadsvergadering op. De agenda is onderverdeeld in bespreekstukken en hamerstukken. 4. Door het presidium wordt, in samenspraak met de voorzitter en de griffier, na behandeling in de raadscommissies bepaald welk agendapunt voor welk onderdeel van de raadsvergadering wordt geagendeerd. 5. Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. 6. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. 7. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 8.

Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Nieuwe tekst Artikel 12. Oproep en voorlopige agenda 1. De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Het presidium stelt een voorlopige agenda van de raadsvergadering op. De agenda is onderverdeeld in bespreekstukken en hamerstukken. 4. Door het presidium wordt, in samenspraak met de voorzitter en de griffier, na behandeling in de raadscommissies bepaald welk agendapunt voor welk onderdeel van de raadsvergadering wordt geagendeerd. 5. Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. 6. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. 7. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 8.

Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. 9. Op voorstel van een lid van de raad kunnen ingekomen stukken en raadsinformatiebrieven als agendapunt aan de agenda van een commissie- of raadsvergadering worden toegevoegd. Dit kan alleen met voorafgaande instemming van het presidium. Het verzoek tot agendering moet worden voorzien van een concrete doelstelling/vraagstelling.

Bestaande tekst Artikel 14. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website en het openbaar toegankelijke deel van het raadsinformatiesysteem van de gemeente geplaatst. 3. Stukken waaromtrent op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage.

Nieuwe tekst Artikel 13. Publicatie en ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden uiterlijk twee weken voorafgaande aan de vergadering op de website en het openbaar toegankelijke deel van het raadsinformatiesysteem van de gemeente geplaatst. 2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier . 3. Stukken worden op het gemeentehuis ter inzage gelegd en kunnen op verzoek worden ingezien.

Paragraaf II. Ter vergadering Bestaande tekst Artikel 16. Bespreking en besluitvorming 1. De raadsvergadering bestaat in de regel uit de volgende onderdelen: a. Opening, loting en vaststellen agenda b. Vragenhalfuurtje c. Behandeling mededelingen, ingekomen stukken, besluitenlijst, aandachtspunten en toezeggingen. d. Behandeling hamerstukken (alleen besluitvorming) e. Behandeling bespreekstukken (inclusief besluitvorming). f. Sluiting 2. Tijdens het bespreekstukken-deel wordt over geagendeerde onderwerpen inhoudelijk beraadslaagd en gedebatteerd en vindt aansluitend besluitvorming plaats. Bij de hamerstukken vindt alleen besluitvorming plaats. Daarbij is ruimte voor het afleggen van een stemverklaring.

Nieuwe tekst Artikel 15. Bespreking en besluitvorming 1. De raadsvergadering bestaat in de regel uit de volgende onderdelen: a. Opening, loting en vaststellen agenda b. Vragenhalfuurtje c. Behandeling mededelingen, ingekomen stukken, besluitenlijst, aandachtspunten en toezeggingen. d. Behandeling hamerstukken (alleen besluitvorming) e. Behandeling bespreekstukken (inclusief besluitvorming). f. Sluiting 2. Tijdens het bespreekstukken-deel wordt over geagendeerde onderwerpen inhoudelijk beraadslaagd en gedebatteerd en vindt aansluitend besluitvorming plaats. Bij de hamerstukken vindt alleen besluitvorming plaats. Daarbij is ruimte voor het afleggen van een stemverklaring. 3. Wanneer een raadsvoorstel slechts door één partij geagendeerd is als bespreekstuk bij een raadsvergadering, wordt de spreekvolgorde in die zin aangepast dat in eerste termijn wordt gestart met die partij die verzocht heeft om bespreking van het voorstel.

4. Bespreking van ingekomen stukken en/of raadsinformatiebrieven die op grond van artikel 12, negende lid van dit reglement van orde geagendeerd zijn, vindt als volgt plaats. Het verzoekende lid van de raad krijgt in eerste termijn als eerste het woord en licht eerst kort toe wat de reden/aanleiding van agendering is, daarna volgt de inhoudelijke inbreng. Hierna krijgen de andere fracties de gelegenheid om te reageren. Tot slot krijgt het college het woord. Indien de discussie er om vraagt, volgt een tweede termijn. Anders sluit de voorzitter het agendapunt direct ná de eerste termijn.

Bestaande tekst Artikel 23. Ordevoorstel Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.

Nieuwe tekst Artikel 22. Ordevoorstel Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Staken de stemmen dan wordt het ordevoorstel geacht niet te zijn aangenomen.

Paragraaf III. Stemmingen Bestaande tekst Artikel 26. Procedure stemmingen 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij de daarvoor bij loting aangewezen fractie. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.

Nieuwe tekst Artikel 25. Stemming; procedure en hoofdelijke stemmingen 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij de daarvoor bij loting aangewezen fractie, waarbij gestart wordt met het lid van de fractie die vanaf de voorzitter gezien het meest links van de fractie zit, en daarna wordt met de klok meegegaan.

6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Bestaande tekst Hier was nog geen artikel over opgenomen.

5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Nieuwe tekst Artikel 28 Beslissing door het lot 1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. 2. Deze briefjes worden, nadat zij door de griffier zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. 3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Paragraaf IV. Verslaglegging

Bestaande tekst Artikel 29. Besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor de besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Een besluitenlijst bevat in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de

Nieuwe tekst Artikel 29. Besluitenlijst 1. De griffier draagt zorg voor de besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Een besluitenlijst bevat in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de

3.

4. 5.

6.

raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 14 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. De conceptbesluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending aan de raadsleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de raadsvergadering waarop het betrekking heeft. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, worden besluitenlijsten zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Zodra de besluitenlijsten elektronisch beschikbaar zijn, worden ze op de website en het openbaar toegankelijke deel van het raadsinformatiesysteem van de gemeente geplaatst.

raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 14 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en griffier. 4. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, worden besluitenlijsten zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 5. Zodra de besluitenlijsten elektronisch beschikbaar zijn, worden ze op de website en het openbaar toegankelijke deel van het raadsinformatiesysteem van de gemeente geplaatst.

Paragraaf V. Besloten raadsvergaderingen Bestaande tekst Artikel 30. Kenmerken besloten raadsvergadering 1. Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. 2. Besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier. 3. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van de vastgestelde besluitenlijst.

Nieuwe tekst Artikel 30. Kenmerken besloten raadsvergadering 1. Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. 2. Besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier. 3. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van de vastgestelde besluitenlijst.

4. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. 5. Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

4. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. 5. Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Hoofdstuk V. Raadscommissies Paragraaf I. Installatie raadscommissies Bestaande tekst Artikel 35. Samenstelling 1. Een raadscommissie bestaat uit twee commissieleden per fractie. 2. De commissieleden worden door de raad, op voordracht van de fracties, na beoordelen van de geloofsbrieven door een geloofsbrievencommissie, benoemd. 3. Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. 4. Raadsleden en commissieleden uit andere raadscommissies mogen te allen tijde een commissielid vervangen.

Nieuwe tekst Artikel 35. Samenstelling 1. Een raadscommissie bestaat uit twee commissieleden per fractie. 2. Raadsleden en commissieleden uit andere raadscommissies mogen te allen tijde een commissielid vervangen.

Bestaande tekst Artikel 36. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een commissielid en -voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Een commissielid houdt op lid te zijn als niet meer voldaan wordt aan de in artikel 35, vierde lid, gestelde eisen. 3. De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 4. Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als de opvolger is benoemd. 5. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. 6. Als een fractie niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van

Nieuwe tekst Dit artikel is komen te vervallen. De inhoud van dit artikel is reeds opgenomen in artikel 7.

commissieleden die op voordracht van die fractie zijn benoemd van rechtswege. Paragraaf II. Voorbereiding Bestaande tekst Artikel 39. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op de website en het openbaar toegankelijke deel van het raadsinformatiesysteem van de gemeente geplaatst. Als omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de commissieleden op verzoek inzage.

Nieuwe tekst Artikel 38. Publicatie en ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden uiterlijk twee weken voorafgaande aan de vergadering op de website en het openbaar toegankelijke deel van het raadsinformatiesysteem van de gemeente geplaatst. 2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier . 3. Stukken kunnen op verzoek op het gemeentehuis ter inzage worden gelegd.

Paragraaf III. Ter vergadering Bestaande tekst Artikel 46. Spreekrecht van burgers 1. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die geagendeerd zijn. 2. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden. 3. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. 4. De spreker voert 5 minuten het woord, nadat de commissievoorzitter de spreker dit heeft verleend. De commissievoorzitter ziet hierop toe. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende

Nieuwe tekst Artikel 45. Spreekrecht van burgers 1. Burgers kunnen in een commissievergadering het woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die geagendeerd zijn. 2. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 24 uur voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden. 3. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. 4. De spreker voert maximaal 5 minuten het woord, nadat de commissievoorzitter de spreker dit heeft verleend. De commissievoorzitter ziet hierop toe. De commissievoorzitter kan de deelnemers

vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 5. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Bestaande tekst Artikel 49. Ordevoorstel Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over.

aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 5. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. Nieuwe tekst Artikel 48. Ordevoorstel Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over. Staken de stemmen dan wordt het ordevoorstel geacht niet te zijn aangenomen.

Paragraaf IV. Verslaglegging Bestaande tekst Artikel 50. Besluitenlijst 1. Een commissiegriffier draagt zorg voor de besluitenlijsten van commissievergaderingen. 2. Een besluitenlijst bevat in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke commissieleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van de namen van de commissieleden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring, en met aantekening van de namen van de commissieleden die zich niet uitgelaten hebben; e. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 36 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. De conceptbesluitenlijst wordt gelijktijdig met de verzending aan de commissieleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de vergadering waarop het betrekking heeft.

Nieuwe tekst Artikel 49. Besluitenlijst 1. Een commissiegriffier draagt zorg voor de besluitenlijsten van commissievergaderingen. 2. Een besluitenlijst bevat in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke commissieleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van de namen van de commissieleden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring, en met aantekening van de namen van de commissieleden die zich niet uitgelaten hebben; e. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 36 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. De vastgestelde besluitenlijst wordt ondertekend door de commissievoorzitter en commissiegriffier. 4. Zodra de besluitenlijsten elektronisch beschikbaar zijn, worden ze op de

4. De vastgestelde besluitenlijst wordt ondertekend door de commissievoorzitter en commissiegriffier. 5. Zodra de besluitenlijsten elektronisch beschikbaar zijn, worden ze op de website en het openbaar toegankelijke deel van het raadsinformatiesysteem van de gemeente geplaatst.

website en het openbaar toegankelijke deel van het raadsinformatiesysteem van de gemeente geplaatst.

Paragraaf V. Besloten commissievergaderingen

Bestaande tekst Artikel 51. Kenmerken besloten commissievergadering 1. Op besloten commissievergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. 2. Besluitenlijsten van besloten commissievergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de griffier. 3. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van de vastgestelde besluitenlijst. 4. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. 5. Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als de raadscommissie dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

Nieuwe tekst Artikel 50. Kenmerken besloten commissievergadering 1. Op besloten commissievergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. 2. Besluitenlijsten van besloten commissievergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de griffier. 3. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van de vastgestelde besluitenlijst. 4. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. 5. Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Bestaande tekst Hoofdstuk V. Raadsinstrumenten

Nieuwe tekst Hoofdstuk V. Bevoegdheden en instrumenten raadsleden

Bestaande tekst Artikel 55. Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.

Nieuwe tekst Artikel 54. Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging

3. Degene, die een motie heeft ingediend, krijgt van de voorzitter gelegenheid om daarop een korte toelichting te geven. In afwijking van het bepaalde in artikel 21 van dit reglement kan de voorzitter aan de beraadslaging over een aanhangig onderwerp een spreektermijn toevoegen, voor zover dat naar oordeel van de voorzitter voor de behandeling van een motie nodig is. 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 5. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk, totdat over wordt gegaan tot besluitvorming.

over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. Degene, die een motie heeft ingediend, krijgt van de voorzitter gelegenheid om daarop een korte toelichting te geven. De voorzitter kan aan de beraadslaging over een aanhangig onderwerp een spreektermijn toevoegen, voor zover dat naar oordeel van de voorzitter voor de behandeling van een motie nodig is. 4. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 5. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk, totdat over wordt gegaan tot besluitvorming.

Bestaande tekst Artikel 57. Collegevoorstel 1. Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Nieuwe tekst Artikel 56. Intrekken of wijzigen raadsstukken door college 1. Indien het college een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wenst te wijzigen of in te trekken geldt het volgende: a. wijzigingen van redactionele of procedurele aard in het raadsvoorstel (en/of bijlagen) zijn toegestaan zonder voorafgaande instemming van de raad, maar met voorafgaande kennisgeving aan de raad. Wijzigingen in het voorstel worden door het college geel gearceerd. b. wijzigingen van inhoudelijke aard of intrekken raadsvoorstel (en/of bijlagen): kunnen slechts worden doorgevoerd met voorafgaande (schriftelijke) instemming van het presidium. Wijzigingen in het voorstel worden door het college gemotiveerd en geel gearceerd. 2. Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Bestaande tekst Artikel 59. Schriftelijke vragen

Nieuwe tekst Artikel 58. Schriftelijke vragen

1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 10 werkdagen nadat de vragen zijn ingediend, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat deze beantwoordingtermijn onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 4. Het college of de burgemeester kan gemotiveerd het beantwoorden van schriftelijke vragen weigeren als de daarvoor noodzakelijke ambtelijke capaciteit naar oordeel van de secretaris in redelijkheid niet kan worden gevergd. 5. Als de secretaris aan het college of de burgemeester adviseert om het verzoek tot beantwoording van schriftelijke vragen te weigeren, deelt hij dit gemotiveerd mee aan de griffier en aan het raads- of commissielid door wie het verzoek is ingediend. De griffier, de secretaris of het raads- of commissielid treden zo spoedig mogelijk in overleg over de vragen en de mogelijkheden voor beantwoording. 6.

Als overleg met de secretaris en griffier niet leidt tot een ook voor het raads- of commissielid bevredigende oplossing, kan deze de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris in overleg te treden over de beantwoording van de ingediende schriftelijke vragen. 7. Als er, ten minste 48 uur voor aanvang van een raads- of commissievergadering schriftelijke vragen worden ingediend, kan het college of de burgemeester de vragen mondeling beantwoorden tijdens het vragenhalfuurtje, tenzij de gemeenteraad, raadscommissie of de voorzitter schriftelijke beantwoording wensen. 8. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden. 9. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raads- of commissievergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raads- of commissievergadering nadere

1. Raads- en commissieleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 10 werkdagen nadat de vragen zijn ingediend, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat deze beantwoordingtermijn onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 4. Het college of de burgemeester kan gemotiveerd het beantwoorden van schriftelijke vragen weigeren als de daarvoor noodzakelijke ambtelijke capaciteit naar oordeel van de secretaris in redelijkheid niet kan worden gevergd. 5. Als de secretaris aan het college of de burgemeester adviseert om het verzoek tot beantwoording van schriftelijke vragen te weigeren, deelt hij dit gemotiveerd mee aan de griffier en aan het raads- of commissielid door wie het verzoek is ingediend. De griffier, de secretaris of het raads- of commissielid treden zo spoedig mogelijk in overleg over de vragen en de mogelijkheden voor beantwoording. 6.

Als overleg met de secretaris en griffier niet leidt tot een ook voor het raads- of commissielid bevredigende oplossing, kan deze de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris in overleg te treden over de beantwoording van de ingediende schriftelijke vragen. 7. Als er, ten minste 48 uur voor aanvang van een raads- of commissievergadering schriftelijke vragen worden ingediend, kan het college of de burgemeester de vragen mondeling beantwoorden tijdens het vragenhalfuurtje, tenzij de gemeenteraad, raadscommissie of de voorzitter schriftelijke beantwoording wensen. 8. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden. 9. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raads- of commissievergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde

inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad of commissie anders beslist.

raads- of commissievergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad of commissie anders beslist.

Bestaande tekst Artikel 62. Intrekking oude regelingen & verordeningen De volgende oude regelingen en verordeningen worden ingetrokken: 1. Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Bergeijk 2016; 2. Verordening op de raadscommissies van Bergeijk 2016. 3. Reglement voor het presidium van Bergeijk 2016.

Nieuwe tekst Artikel 61. Intrekking oude regelingen & verordeningen De volgende verordening wordt ingetrokken: 1. Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Bergeijk 2019;

Bestaande tekst Artikel 64. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Reglement van Orde Bergeijk 2019”.

Nieuwe tekst Artikel 63. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: “Reglement van Orde Bergeijk 2023”

De toelichting behorende bij het Reglement is als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst Artikel 4. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde meldt schriftelijk aan de raad of deze de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat de benoeming wordt aangenomen legt de benoemde aan de raad stukken over waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: • een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die de benoemde bekleedt, • een uittreksel uit de basisregistratie personen met woonplaats, geboorteplaats en datum en (indien nietNederlander) stukken waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven en de beslissing over de toelating moeten in

Nieuwe tekst Artikel 4. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde meldt schriftelijk aan de raad of deze de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat de benoeming wordt aangenomen legt de benoemde aan de raad stukken over waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: • een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die de benoemde bekleedt, • een uittreksel uit de basisregistratie personen met woonplaats, geboorteplaats en -datum en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven en de beslissing over de toelating moeten in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.

Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de

een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na de raadsverkiezingen beslist de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering over de toelating van de nieuw gekozen leden. Met ingang van 00:00 uur de volgende dag treedt de nieuwe raad aan (artikel 18 van de Gemeentewet en artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet). De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten.

Het derde lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (of deze juist is vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang omdat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus.

vervulling van een tussentijdse vacature. Na de raadsverkiezingen beslist de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering over de toelating van de nieuw gekozen leden. Met ingang van 00:00 uur de volgende dag treedt de nieuwe raad aan (artikel 18 van de Gemeentewet en artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet). De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten. Het derde lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (of deze juist is vastgesteld). Zij doet dit op basis van het procesverbaal van het centraal stembureau.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=5707de59-b2a7-4b2b-b953-62a2cb327637