Bijlage 2. Verslag uitkomsten evaluatie dorpsondersteuning 2021.pdf
Tekst van het document
VERSLAG UITKOMSTEN EVALUATIE DORPSONDERSTEUNING 2021
Kim van der Linden GEMEENTE BERGEIJK 03/08/2021
1. Inleiding 1.1 Achtergrond In 2015 is de gemeente Bergeijk, samen met de dorpsraden, gestart met de pilot dorpsondersteuning. Door de inzet van dorpsondersteuners hoopte men het welzijn van inwoners te verbeteren 1. Ook was een belangrijk uitgangspunt om met de inzet van dorpsondersteuners een bijdrage te leveren aan gemeentelijke doelstellingen1. Deze pilot is in 2016 omgezet naar een structurele inzet van dorpsondersteuners. In alle zes de dorpskernen in de gemeente Bergeijk is een dorpsondersteuner actief. In 2015 zijn landelijk middelen (segment 1 gelden) beschikbaar gesteld voor de verbinding tussen de zorg en het sociale domein. Deze middelen werden in Bergeijk, in overleg met de zorgaanbieders en zorgverzekeraar, ingezet voor dorpsondersteuning. Drie dorpsondersteuners werden gefinancierd vanuit deze middelen (Westerhoven, ’t Loo en de Weebosch). De overige drie dorpsondersteuners worden gefinancierd middels een structurele gemeentelijke subsidie (’t Hof, Riethoven en Luyksgestel). Er heeft echter een wijziging plaatsgevonden in de financiering. De segment 1 gelden zijn niet meer apart in te zetten, maar maken onderdeel uit van het uurtarief van wijkverpleegkundigen. Het is voor de zorgaanbieders niet meer mogelijk om de inzet van dorpsondersteuning op deze wijze voort te zetten.
Hiermee kwam per 1 januari 2021 een eind aan de financiering van de dorpsondersteuner in Westerhoven door ZuidZorg. Per 1 juli 2021 komt ook een eind aan deze vorm van bekostiging door Oktober, voor de dorpsondersteuners op de Weebosch en ’t Loo. De financiering van drie dorpsondersteuners dient opnieuw bekeken te worden om dorpsondersteuning in alle kernen van Bergeijk voort te kunnen zetten. Als gevolg van deze ontwikkelingen in het zorglandschap heeft een evaluatie dorpsondersteuning plaatsgevonden. Deze evaluatie en de uitkomsten worden nader toegelicht in dit verslag.
1.2 Doelstelling evaluatie Het doel van de evaluatie dorpsondersteuning is om inzicht te krijgen in (1) de huidige werkzaamheden van dorpsondersteuners, (2) de toegevoegde waarde van dorpsondersteuning (op welzijn en effectiviteit in de zorg voor elkaar) en (3) de aansturing en regie. Vervolgens worden aanbevelingen gedaan en op basis daarvan wordt een visie geschetst voor de inzet van dorpsondersteuning in de toekomst. De evaluatie dient bij te dragen aan het vinden van een juiste, structurele uitwerking van de visie op het voorliggend veld, de financiering van dorpsondersteuners en daarvan afgeleid de invulling van de werkzaamheden van de dorpsondersteuners in Bergeijk.
1 Eindevaluatie pilot dorpsondersteuning Bergeijk, GGD Brabant-Zuidoost, 18 mei 2016
1
2. Methoden 2.1 Betrokken partijen en evaluatie methoden De evaluatie bestaat uit gesprekken die hebben plaatsgevonden met verschillende belanghebbenden, evenals het informeren van en input ophalen bij het college van B&W, de Adviesraad Sociaal Domein en de gemeenteraad. In tabel 1 staat een overzicht van de betrokken partijen en de manier waarop de evaluatie heeft plaatsgevonden. De meeste gesprekken zijn gevoerd aan de hand van een semigestructureerde vragenlijst. Dit houdt in dat de beleidsmedewerker aan de hand van een vooraf opgestelde lijst met onderwerpen en vragen een gesprek voert met de betrokken partijen. De lijst zorgt voor een bepaalde basis, maar afhankelijk van het verloop van het gesprek worden de vragen aangepast en/of aangevuld. Enkele gesprekken zijn gevoerd door een onderzoekster van de GGD, vanwege het tijdspad waarin de gesprekken gevoerd moesten worden. De GGD heeft ook de vooraf opgestelde lijst met onderwerpen en vragen gebruikt en afgestemd met de beleidsmedewerker. Het merendeel van de gesprekken heeft digitaal plaatsgevonden, naar voorkeur van de betrokken partijen. De notulen zijn achteraf ter controle toegestuurd aan de gesprekspartners. Tussentijds is het concept van dit verslag besproken met zowel de dorpsondersteuners als lokale partijen tijdens een avond in het gemeentehuis. Ook de portefeuillehouder Marko van Dalen sloot hierbij aan.
Tijdens de avond van zowel de dorpsondersteuners als lokale partijen is nog aanvullende input meegegeven en verwerkt. Deze stap is belangrijk geweest in het creëren van draagvlak, met name voor hoofdstuk 4. Het college van B&W en de Adviesraad Sociaal Domein zijn geïnformeerd door middel van een presentatie. Tijdens deze presentatie bestond ook de mogelijkheid om vragen te stellen en input mee te geven. Daarnaast is het proces voor de evaluatie afgestemd. De gemeenteraad is geïnformeerd middels een raadsinformatieavond. Deze vond plaats op 10 juni 2021. Betrokken partijen Dorpsraden Bergeijk ’t Hof, Westerhoven, de Weebosch, Luyksgestel, stichting ’t Loo Ontmoet, Kernraad Riethoven samen met coöperatie Meer Riethoven Alle dorpsondersteuners
Wél!zijn de Kempen
Evaluatie methode Gesprekken aan de hand van semigestructureerde interviews, individuele gesprekken met iedere dorpsraad, stichting en coöperatie apart Gesprekken aan de hand van semigestructureerde interviews, individuele gesprekken met iedere dorpsondersteuner apart Open gesprek
Lumens
Open gesprek
Oktober
Open gesprek
ZuidZorg
Open gesprek
Kwartiermakers Lumens, GGZe, MEE + Wmo-consulent Portefeuillehouder Marko van Dalen
Gesprekken aan de hand van semigestructureerde interviews Gesprek aan de hand van semigestructureerd interview Tabel 1 Overzicht betrokken partijen en evaluatie methoden
Gespreksvoerder Kim van der Linden
Kim van der Linden
Kim van der Linden Sacha Kraaijenga Kim van der Linden Sacha Kraaijenga Kim van der Linden Sacha Kraaijenga Kim van der Linden Sacha Kraaijenga GGD Kim van der Linden
2
2.2 Gespreksonderwerpen De gesprekken zijn gevoerd aan de hand van een aantal onderwerpen, zoals eerder beschreven. Deze onderwerpen komen ook terug in de resultaten en zullen om deze reden worden toegelicht. De huidige werkzaamheden/taken van dorpsondersteuners De dagelijkse afstemming met de dorpsondersteuners is belegd bij de dorpsraden, stichting en/of coöperatie in de betreffende kern. Hierdoor heeft de gemeente niet altijd goed inzicht in de werkzaamheden en taken van de dorpsondersteuners. Tijdens deze evaluatie worden de huidige werkzaamheden en taken van dorpsondersteuners in kaart gebracht. Ervaringen met dorpsondersteuning Tijdens de evaluatiegesprekken zijn de ervaringen van gesprekspartners met dorpsondersteuning aan bod gekomen. Het gaat hierbij zowel om succesfactoren als knelpunten, om een beter beeld te krijgen van hetgeen goed gaat, maar ook van de mogelijke verbeterpunten. Toegevoegde waarde van dorpsondersteuning Een belangrijke doelstelling van de evaluatie is om de toegevoegde waarde van dorpsondersteuning inzichtelijk te maken.
Tijdens de gesprekken is dan ook gevraagd naar de toegevoegde waarde, waar bestaat deze uit en welke invloed lijkt de inzet van dorpsondersteuning te hebben op de gemeentelijke doelstellingen in relatie tot welzijn en effectiviteit van de zorg voor elkaar? Verwachtingen over de inzet van dorpsondersteuning Het is belangrijk om een goed beeld te hebben van de huidige werkzaamheden en taken van de dorpsondersteuners. Het is echter ook belangrijk om de verwachtingen rondom de inzet van dorpsondersteuning in kaart te brengen: wat verwachten de verschillende partijen van een dorpsondersteuner? Deze verwachtingen zijn belangrijk voor de aanbevelingen voor de inzet van dorpsondersteuning in de toekomst en het formuleren van een (vernieuwde) visie. Samenwerking Op welke manier werken dorpsondersteuners samen en wat zouden de betrokken partijen een ideale manier van samenwerking vinden? Hetzelfde geldt voor de samenwerking met andere (professionele) partijen in de gemeente.
Hebben deze partijen en de dorpsondersteuners elkaar in beeld, op welke manier werken zij samen en waar zou een ideale manier van samenwerking uit bestaan? Aansturing en regie Aan de betrokken partijen is gevraagd waar de huidige vorm van aansturing en evaluatie van dorpsondersteuners uit bestaat, welke succesfactoren en knelpunten hieraan zijn gebonden, maar ook waar de gewenste toekomstige aansturing zou moeten liggen. Daarnaast wordt in kaart gebracht waar de regie ligt op het werk van de dorpsondersteuners en wat de ervaringen hiermee zijn. Ideeën over de toekomst van dorpsondersteuning Aanvullend op het inzichtelijk maken van de huidige dorpsondersteuning, toegevoegde waarde en aansturing/regie, komen ook kansen en bedreigingen voor dorpsondersteuning in de toekomst aan bod.
3
3. Resultaten In dit hoofdstuk worden de belangrijkste uitkomsten van de evaluatiegesprekken weergegeven. Er wordt gestart met een samenvatting in het blauwe kader. Vervolgens worden de resultaten uitgebreid toegelicht. De resultaten worden per onderwerp behandeld, zoals toegelicht in paragraaf 2.2 (gespreksonderwerpen).
3.1 Huidige werkzaamheden/taken van dorpsondersteuners •
•
Alle dorpsondersteuners zijn een aanspreekpunt in hun dorpskern, pakken verschillende soorten (ondersteunings)vragen op, signaleren, zijn betrokken bij (groeps)activiteiten en themabijeenkomsten. Het accent op de aanpak van werkzaamheden kan echter verschillen, dit lijkt in relatie te staan tot de zorg- ofwel de welzijnsachtergrond van de dorpsondersteuner.
De dorpsondersteuners in Bergeijk lijken ieder een ander accent te leggen op de invulling van hun werk als dorpsondersteuner. Er zijn wel veel overeenkomsten te vinden in de werkzaamheden die zij oppakken: • Oppakken van (ondersteunings)vragen van inwoners Een taak die bij iedere dorpsondersteuner terugkomt, als aanspreekpunt in de dorpskern, is het oppakken van (ondersteunings)vragen van inwoners uit de betreffende dorpskern. Deze vragen zijn vaak zorg gerelateerd (eventueel over de Wmo), maar kunnen ook gaan over andere individuele problematiek zoals eenzaamheid, rouw/verlies, huishoudelijke sferen, mantelzorg of financiën. Wanneer in dit verslag wordt gesproken over vragen van inwoners, zijn deze gerelateerd aan bovengenoemde onderwerpen, een vraag om ondersteuning. Verenigingen en vrijwilligers stellen minder vaak een vraag aan de dorpsondersteuners. Wanneer er vragen komen, gaan deze vaak over het mee uitwerken of realiseren van een idee van een vereniging/coöperatie. Daarnaast wordt wel eens informatie en/of ondersteuning gevraagd aan de dorpsondersteuner wanneer een inwoner zich wil gaan inzetten als vrijwilliger. Ook zetten dorpsondersteuners vrijwilligers in voor het oplossen van de vragen van inwoners. Verderop wordt ingegaan op de aanpak van deze vragen. • Signaleren Een andere taak die alle dorpsondersteuners oppakken is het signaleren in de dorpskern.
In veel gevallen wordt er bij een vraag individueel contact gezocht met de inwoner. In de coronatijd is dit veelal telefonisch, maar wanneer huisbezoeken worden afgelegd kijkt de dorpsondersteuner verder dan enkel de gestelde vraag. Soms schuilt er meer achter een opgegeven probleem. • Activiteiten en bijeenkomsten De dorpsondersteuners zijn vaak betrokken bij (groeps)activiteiten in de kern. Er bestaat wel een verschil in de manier waarop zij betrokken zijn. De dorpsondersteuner kan een activiteit zelf opzetten en organiseren en hiermee betrokken blijven in de uitvoering. De dorpsondersteuner kan ook een burgerinitiatief ondersteunen en faciliteren en vervolgens een stap terug zetten wanneer de activiteit goed draait. De manier van betrokkenheid verschilt dus per dorpsondersteuner. Een voorbeeld zijn de huiskamerprojecten in iedere dorpskern van Bergeijk. Ook de dagbesteding in een aantal kernen is een goed voorbeeld van een taak die wordt opgepakt door de dorpsondersteuner. Naast activiteiten worden ook themabijeenkomsten georganiseerd door de dorpsondersteuner(s). Bijeenkomsten die hebben plaatsgevonden gingen bijvoorbeeld over het bevorderen van zelfredzaamheid, brandveiligheid en middelengebruik (onder jongeren).
De dorpsondersteuners lijken zich met name op de volwassen en wat oudere inwoners van de kern te richten, maar er zijn ook voorbeelden van het ondersteunen van een activiteit georganiseerd door jongeren, of het doorzetten van een ontvangen signaal of vraag naar de jeugdcoaches. Er liggen verschillende accenten op de manier waarop dorpsondersteuners bovenstaande werkzaamheden oppakken. De dorpsondersteuners acteren op twee verschillende velden, als spil tussen het informele- en formele veld. Dit houdt in dat de dorpsondersteuner eerst een oplossing zoekt in het eigen netwerk van de inwoner, of in het informele veld, waarbij bijvoorbeeld een vrijwilliger kan worden ingezet. De 4
dorpsondersteuner zet zich in dit geval in voor de individuele vraag, maar kijkt voor een oplossing in de bestaande netwerken en mobiliseert vrijwilligers. Wanneer nodig worden inwoners doorverwezen naar de juiste formele zorg, zoals bijvoorbeeld de Wmo. Dorpsondersteuners blijven soms nog betrokken bij de inwoner, ook na doorverwijzing of mobiliseren van het eigen netwerk/een vrijwilliger, als een soort “onderhoud”. Maar ook dit verschilt per dorpsondersteuner. In sommige gevallen pakt een dorpsondersteuner de vraag van een inwoner echter zelf op, en verleent hierbij individuele zorg en/of ondersteuning. Dit kan ook betekenen dat de dorpsondersteuner een inwoner helpt met het invullen van de juiste (Wmo) formulieren, of vervoer aanbiedt naar de dagbesteding. Op welke manier de werkzaamheden worden aangepakt lijkt in relatie te staan tot de achtergrond van de dorpsondersteuner. Ofwel een achtergrond als wijkverpleegkundige, ofwel een achtergrond als welzijnswerker. Het welzijnswerk lijkt zich meer te richten op collectiviteit, het vinden van oplossingen bij bestaande initiatieven en netwerken, waar inwoners worden ondersteund waar nodig, maar is minder gericht op het aanbieden van individuele zorg en ondersteuning. In de wijkverpleegkundige teams gaat het ook over preventief werk en de eigen kracht van inwoners, maar de nadruk ligt op de individuele zorg en ondersteuning.
Deze verschillen leiden mogelijk tot een ander accent in de aanpak van werkzaamheden door dorpsondersteuners met een verschillende achtergrond. De dorpsondersteuners geven aan dat hun verschillende professionele achtergronden een kracht kunnen zijn. Diversiteit leidt tot een andere visie op dezelfde problematiek/thema’s, waardoor ze elkaar kunnen aanvullen.
3.2 Ervaringen met dorpsondersteuning •
•
De inzet van dorpsondersteuning in Bergeijk wordt positief ervaren, waarbij de dorpsondersteuners goed werk verrichten in het voorliggend veld, bij het oppakken van vragen van inwoners en het organiseren/ondersteunen van activiteiten. Er zijn knelpunten benoemd. Deze hebben met name te maken met de manier waarop dorpsondersteuning is ingericht, en in mindere mate met de daadwerkelijke inzet van de dorpsondersteuners.
Er is sprake van een positief beeld over de dorpsondersteuning in Bergeijk. In de meeste gesprekken wordt aangegeven dat het een gemis zou zijn voor de dorpskern, mocht de inzet van dorpsondersteuning verdwijnen. In de gesprekken zijn echter ook knelpunten benoemd. In deze paragraaf worden de meest genoemde succesfactoren en knelpunten weergegeven. De succesfactoren kunnen overlappen met de toegevoegde waarde van dorpsondersteuning, wat in paragraaf 3.3 aan bod komt. Succesfactoren Het werk van de dorpsondersteuners van de afgelopen jaren lijkt zijn vruchten af te werpen. Uit de gesprekken blijkt dat de dorpsondersteuners steeds bekender worden in de dorpskernen, en daarmee ook steeds meer worden vertrouwd. Ze zijn goed te vinden voor de inwoners met een vraag. Er worden verschillende werkzaamheden genoemd die als positief worden ervaren: • De dorpsondersteuners pakken vragen van inwoners goed op, ze hebben veel kennis van zowel het zorgdomein (Wmo, Zorgverzekeringswet (Zvw)) als de sociale kaart waardoor inwoners goed worden ondersteund en doorverwezen wanneer nodig. • De dorpsondersteuners werken als verbindende factor, bovenop bestaande netwerken en initiatieven waardoor verschillende activiteiten succesvol zijn (zoals een eetpunt met 30 inwoners per avond, een wekelijkse inloop waar minimaal 20 inwoners aanwezig zijn).
• De dorpsondersteuner kijkt verder dan het formele veld van zorg. In de gesprekken wordt benoemd dat andere professionals dit niet altijd doen. De dorpsondersteuner kijkt ook naar oplossingen binnen het eigen netwerk en het aanbod binnen het informele veld. • De dorpsondersteuner is volgens een aantal gesprekspartners laagdrempeliger dan andere partijen (zoals de gemeente en zorgaanbieders) en komt daarmee ook sneller achter de voordeur bij zowel hulpvragers als hulpmijders. Een voorbeeld van laagdrempeligheid is het bieden van een luisterend oor, waar inwoners soms al mee geholpen zijn. 5
Knelpunten Er zijn echter ook knelpunten benoemd over dorpsondersteuning. Dit heeft niet altijd te maken met de daadwerkelijke inzet van de dorpsondersteuners, maar ook met de manier waarop dorpsondersteuning is ingericht. De meest genoemde knelpunten zijn: • Dorpsondersteuning is nog niet bij alle inwoners in de gemeente bekend. Dit gaat met name over inwoners die (nog) geen dorpsondersteuning nodig hebben, en dat maakt het ook lastig om hen te bereiken. De proactiviteit van dorpsondersteuners wordt hier ook aan gelinkt in de gesprekken. Er is genoemd dat dorpsondersteuners zich actiever zouden kunnen inzetten om nog onbereikte doelgroepen te leren kennen en daarmee zichtbaar te zijn voor hulpvragen. • Van sommige werkzaamheden en taken (zoals genoemd bij paragraaf 3.1) zijn enkele gesprekspartners niet zeker of dit past binnen de inzet van dorpsondersteuning. Het gaat hier met name over het organiseren van activiteiten, en het verlenen van individuele zorg/ondersteuning. Er wordt echter wel positief gesproken over deze werkzaamheden, ze zijn wel van toegevoegde waarde voor de dorpskern. • In een tweetal kernen heeft een snellere wisseling van dorpsondersteuners plaatsgevonden dan gewenst. Gelet op het opbouwen van bekendheid en vertrouwen in het dorp, zou een dorpsondersteuner volgens de gesprekspartners minimaal een paar jaar in dienst moeten zijn.
Wanneer iemand meer jaren op een functie zit, kunnen netwerken worden uitgebouwd en kan iemand zich verdiepen in het werk. • De vraag wordt gesteld, of de verwachtingen tegenover dorpsondersteuners reëel zijn, gelet op het beperkte aantal uren in de week. De afbakening van taken is daarnaast niet altijd duidelijk, waardoor een dorpsondersteuner veel op zijn/haar bordje krijgt. • Er is ook gesproken over de wijkverpleegkundige achtergrond van dorpsondersteuners (in het algemeen, niet specifiek voor de huidige dorpsondersteuners). Partijen geven aan dat de grenzen wellicht onduidelijk zijn: wanneer werkt diegene als wijkverpleegkundige bij een thuisbezoek, en wanneer als dorpsondersteuner? Daarnaast kan onafhankelijkheid een rol spelen, omdat de dorpsondersteuners met een wijkverpleegkundige achtergrond in dienst zijn van een commerciële organisatie.
3.3 Toegevoegde waarde van dorpsondersteuning • • •
De meest genoemde toegevoegde waarde van dorpsondersteuning is de laagdrempeligheid. Kernwoorden zijn: nabijheid, lokaal, toegankelijk en herkenbaar. De sociale cohesie en leefbaarheid wordt binnen de dorpskernen versterkt. Gemeentelijke doelstellingen: uit de evaluatiegesprekken kan geconcludeerd worden dat dorpsondersteuners een positieve bijdrage leveren aan deze doelstellingen.
In de gesprekken is gevraagd naar de toegevoegde waarde van dorpsondersteuning. De gesprekspartners lagen in hun antwoorden heel erg op één lijn. De meest genoemde toegevoegde waarde is de laagdrempeligheid van dorpsondersteuners, zoals al kort benoemd bij de succesfactoren. Het voordeel van dorpsondersteuners is dat zij onafhankelijk zijn. Soms hebben inwoners een negatieve ervaring met andere hulpverleners, maar staan zij wel open voor het contact met de dorpsondersteuner. Daarnaast wordt er niet direct een medisch dossier opgebouwd, wat volgens een aantal gesprekspartners de laagdrempeligheid versterkt. De nabijheid van dorpsondersteuners is ook een veel genoemd punt: er zijn korte lijntjes, wanneer ze werken zijn ze aanwezig in het dorp, zichtbaar. Sommige dorpsondersteuners wonen ook in de dorpskern, dit versterkt het gevoel van nabijheid. Kernwoorden die hierbij worden genoemd zijn: lokaal, toegankelijk en herkenbaar. Niet alle dorpsondersteuners zien het wonen en werken in het dorp als toegevoegde waarde. Dit heeft te maken met de balans tussen privé- en werktijd. Iedere dorpsondersteuner is echter blij met zijn/haar eigen situatie. Een andere toegevoegde waarde gelet op het feit dat dorpsondersteuners lokaal werken, is dat zij regelmatig verbindingen zoeken in de eigen kern (binnen het eigen netwerk van de hulpvrager, het bestaande aanbod in de kern of vrijwilligers).
Hierdoor wordt de sociale cohesie en leefbaarheid binnen de kern versterkt. 6
Inzet van dorpsondersteuning in relatie tot gemeentelijke doelstellingen en Wmo In de eindevaluatie van de pilot dorpsondersteuning van 2016 door de GGD2 worden verschillende gemeentelijke doelstellingen genoemd in relatie tot welzijn en effectiviteit in de zorg voor elkaar. Deze doelstellingen zijn: • Versterken van het voorliggend veld; • Verbinding maken tussen informele en formele zorg; • Signaleren en coördineren aan de voorkant van het sociale domein. Uit de evaluatiegesprekken blijkt dat de dorpsondersteuners inderdaad een positieve invloed hebben op bovenstaande doelstellingen. Er wordt genoemd dat de dorpsondersteuners een grote bijdrage leveren aan het voorliggend veld, omdat zij lokaal veel signaleren (horen en zien). Hiermee kunnen ze inwoners al vroegtijdig ondersteuning bieden of naar de juiste plek verwijzen/begeleiden. Er zou minder snel professionele zorg worden ingezet, doordat oplossingen worden gezocht in het voorliggende veld. De verwijzing naar de Wmo of een andere vorm van zorg is echter ook een meerwaarde van dorpsondersteuning. Wanneer professionele hulp nodig wordt geacht, komen inwoners op de juiste plek terecht en worden formulieren en processen begrijpelijker gemaakt met behulp van de dorpsondersteuner. Dit is een goed voorbeeld van de verbinding tussen informele en formele zorg.
Deze toegevoegde waarde van dorpsondersteuning is ook terug te vinden in de benoeming van de gemeente Bergeijk als “beste Wmo-loket”, als gevolg van een klanttevredenheidsonderzoek. Hiernaast worden door gesprekspartners voorbeelden van cases gegeven waarin ergere problematiek voorkomen is, door het vroegtijdig ingrijpen van de dorpsondersteuner. Het gaat hier niet alleen over zorg, maar ook over problematiek zoals armoede en eenzaamheid. Uit de evaluatiegesprekken kan geconcludeerd worden dat het werk van de dorpsondersteuner er regelmatig voor zorgt dat inwoners worden geholpen in het voorliggend veld en daarmee uit de Wmo zijn gebleven. De inzet van dagbesteding zonder indicatie is hier een goed voorbeeld van. Wanneer een verwijzing naar de Wmo wél nodig wordt geacht, wordt dit traject wanneer nodig toegankelijker gemaakt door de inzet van dorpsondersteuning.
3.4 Verwachtingen ten aanzien van de inzet van dorpsondersteuning • • •
• •
De resultaten uit de gesprekken bevestigen een verwachtingspatroon: de dorpsondersteuner acteert in het voorliggend veld en als schakel/verbinder met de Wmo, Zvw en Wlz. (Vroegtijdig) signaleren vormt hierin de basis. Een oplossing voor de vraag van een inwoner kan worden gezocht binnen het voorliggend veld, waarbij: o De dorpsondersteuner een netwerker en verbinder is tussen de vraag en het eigen netwerk van de inwoner/het bestaande aanbod van activiteiten/vrijwilligers in de kern; o De dorpsondersteuner de sociale cohesie in de kern versterkt. Mocht er geen oplossing te vinden zijn in het voorliggend veld, dan kan de dorpsondersteuner verwijzen naar de juiste formele zorg. De dorpsondersteuner houdt zich niet te veel bezig met de uitvoering, maar is echt een schakel tussen het informele en formele veld.
In de evaluatiegesprekken zijn veel verschillende verwachtingen benoemd. In deze paragraaf worden de meest genoemde verwachtingen weergegeven.
2 Eindevaluatie pilot dorpsondersteuning Bergeijk, GGD Brabant-Zuidoost, 18 mei 2016
7
Verwachtingspatroon De belangrijkste verwachting lijkt te zijn dat de dorpsondersteuner acteert in het voorliggend veld en daarin als verbinder/schakel optreedt richting de Wmo, de Zorgverzekeringswet (Zvw) en eventueel de Wet langdurige zorg (Wlz). Om als verbinder/schakel op te treden tussen deze verschillende richtingen van zorg, is het belangrijk om goede contacten op te bouwen en te onderhouden met andere professionals. Op de samenwerking met andere professionals wordt in paragraaf 3.5 verder ingegaan. Signaleren is de basis Een andere veelgenoemde verwachting is dat de dorpsondersteuner goed en vroegtijdig signaleert bij problematiek, dus de dorpsondersteuner weet wat er speelt in de dorpskern. Er zijn inwoners die zelf contact zullen opnemen met een vraag, maar om als dorpsondersteuner ook andere inwoners met problematiek te kunnen helpen dient actief te worden ingezet op het signaleren. Om een inwoner te kunnen helpen met zijn/haar vraag, kan sprake zijn van een oplossing in het voorliggend veld, maar kan de dorpsondersteuner ook een schakel vormen tussen de informele en formele zorg. Verbinder in voorliggend veld Binnen het voorliggend veld zijn er verschillende verwachtingen ten aanzien van de inzet van dorpsondersteuning. De dorpsondersteuner dient zowel als netwerker en verbinder te acteren wanneer hij/zij een vraag krijgt van een inwoner.
Er wordt verwacht dat de dorpsondersteuner eerst binnen het voorliggend veld zoekt naar een oplossing, ofwel binnen het eigen netwerk van de inwoner, ofwel bij het bestaande aanbod van activiteiten. Daarnaast is een verwachting dat de dorpsondersteuner vrijwilligers kan mobiliseren en enthousiasmeren, waarmee het voorliggend veld wordt versterkt. Ook kan een dorpsondersteuner initiatieven van inwoners en verenigingen ondersteunen en faciliteren. Hierbij wordt benoemd dat het belangrijk is om geen zaken uit het bestaande aanbod in de dorpskern over te nemen, maar juist om inwoners en verenigingen te faciliteren en verbinden, zodat zij zelf verantwoordelijk zijn voor een initiatief of activiteit. De verwachting is dat hiermee de sociale cohesie in de dorpskern wordt versterkt, zodat inwoners elkaar kunnen gaan ondersteunen waar mogelijk. Schakel met formele zorg Mocht er binnen het voorliggend veld geen oplossing zijn voor de vraag van een inwoner, dan is het belangrijk dat de dorpsondersteuner voldoende kennis heeft van zowel de sociale kaart als de formele zorg en op basis van deze informatie de inwoner kan doorverwijzen. Het doel hierbij is dat de inwoner met een vraag de juiste hulp ontvangt, waarbij de dorpsondersteuner kan helpen om de weg te vinden.
De dorpsondersteuner is hierbij dus niet direct de hulpverlener, maar wel de schakel tussen de inwoner en het zorgaanbod (de Wmo, de Zvw of de Wlz). Verwachte eigenschappen dorpsondersteuner Er zijn dus gebaseerd op de genoemde verwachtingen een aantal eigenschappen die worden verwacht van een dorpsondersteuner: • Is goed in staat om (vroegtijdig) te signaleren; • Is een netwerker en verbinder om vragen te kunnen oplossen; • Kan vrijwilligers mobiliseren en enthousiasmeren om de sociale cohesie in een dorpskern te versterken; • Heeft integrale kennis van de Steunwijzer en kan hierdoor een inwoner naar de juiste hulp verwijzen en waar nodig begeleiden; • Houdt zich niet te veel bezig met de uitvoering, maar is echt een schakel tussen het informele en formele veld; • Is laagdrempelig en toegankelijk voor inwoners en zet zich hiervoor flexibel in.
8
3.5 Samenwerking tussen dorpsondersteuners en met andere partijen •
• • • •
De samenwerking tussen dorpsondersteuners vindt plaats tijdens een maandelijks gezamenlijk overleg door het inbrengen van cases, optrekken in gezamenlijke thema’s en het erkennen van elkaars kennis en valkuilen. Wenselijk zouden de dorpsondersteuners van elkaar leren en kunnen dorpsondersteuners elkaar versterken bij het oplossen van problematiek. De samenwerking tussen dorpsondersteuners en de inzet in de eigen dorpskern hoeft elkaar niet tegen te werken, maar kan ook aanvullend/versterkend werken. De samenwerking van dorpsondersteuners met andere (professionele) partijen is lastig weer te geven, omdat gesprekspartners hier verschillende ervaringen mee hebben. De samenwerking tussen dorpsondersteuners en andere (professionele) partijen in de gemeente is al aanzienlijk verbeterd sinds het einde van de pilot dorpsondersteuning in 2016. De dorpsondersteuners geven aan meer erkenning te ervaren in de (zorg)netwerken, maar er zijn nog verbeteringen mogelijk in deze samenwerking.
De werkzaamheden van de dorpsondersteuners zijn voor het grootste deel gericht op hun eigen dorpskern. Contacten in zowel het informele- als formele veld, overkoepelende thema’s en lijntjes met de Wmo, Zvw en Wlz, zijn echter niet kern-gebonden. Samenwerking, zowel tussen dorpsondersteuners als dorpsondersteuners met andere partijen in de gemeente, wordt gezien als belangrijk onderdeel van het takenpakket van een dorpsondersteuner. In de evaluatiegesprekken is naar deze samenwerking gevraagd. In deze paragraaf worden de ervaringen hierover weergegeven. Samenwerking tussen dorpsondersteuners Op dit moment bestaat de samenwerking tussen de dorpsondersteuners uit een maandelijks gezamenlijk overleg, waarin verschillende werkzaamheden worden besproken. De dorpsondersteuners geven aan dat er regelmatig (moeilijke) cases worden ingebracht, zodat zij elkaar hierin kunnen ondersteunen. Daarnaast zijn er overkoepelende thema’s waar gezamenlijk in wordt opgetrokken, zoals armoede, om elkaar te versterken en meer in te zetten op preventie. Daarnaast kan de verschillende professionele achtergrond van de dorpsondersteuners een kracht zijn tijdens het overleg, waarbij ze een andere visie hebben op bepaalde problematiek/thema’s en elkaar zo kunnen aanvullen. De dorpsondersteuners geven aan steeds meer gebruik te maken van elkaars kwaliteiten.
Toch wordt het gezamenlijk optrekken bij bepaalde thema’s als verbeterpunt genoemd. Er wordt aangegeven dat de dorpsondersteuners veel in hun eigen kern bezig zijn, maar dit hoeft geen probleem te vormen wanneer zij elkaars vaardigheden en valkuilen kennen. Buiten het maandelijks gezamenlijke overleg om zijn er ook korte lijntjes tussen de dorpsondersteuners. Enkele gesprekspartners vragen zich af of de dorpsondersteuners nu te druk zijn voor een goede onderlinge samenwerking, met name omdat de ureninzet naar voorkeur van een aantal dorpsraden uitgaat naar de werkzaamheden in de eigen kern. In de gesprekken wordt benoemd dat iedere kern zijn eigen behoeftes heeft, het moet mogelijk blijven om hier als dorpsondersteuner apart op de acteren. De samenwerking tussen dorpsondersteuners en de inzet in de eigen dorpskern hoeft elkaar niet tegen te werken, het kan ook aanvullend/versterkend werken. In de evaluatiegesprekken is aangegeven dat het gewenst is dat dorpsondersteuners van elkaar leren, met name wanneer sprake is van dezelfde problematiek of dezelfde soort (ondersteunings)vragen van inwoners. Het is hierin wenselijk om herkenning en ervaringen te delen. Wanneer dorpsondersteuners elkaar op deze manier versterken kan problematiek in de eigen kern wellicht effectiever worden aangepakt.
Samenwerking van dorpsondersteuners met andere (professionele) partijen in de gemeente De samenwerking van dorpsondersteuners met andere partijen in de gemeente is erg afhankelijk van de partij en de dorpsondersteuner en daarom lastig om weer te geven. In de evaluatiegesprekken is gesproken met MEE, MD, Lumens en GGZE, dus de resultaten in deze paragraaf hebben met name betrekking op deze professionele partijen uit het zorglandschap. 9
Uit de evaluatiegesprekken blijkt dat de samenwerking regelmatig wordt opgezocht. Bijvoorbeeld wanneer een dorpsondersteuner samen met een andere partij optrekt in de problematiek van een bepaalde casus. Daarnaast zijn dorpsondersteuners regelmatig betrokken bij Wmo-meldingen, waarbij de Wmo-medewerker aangeeft ook weleens inwoners met een vraag door te verwijzen naar de dorpsondersteuners. Het kan dan gaan over vervoer, wonen en/of het activiteitenaanbod in de dorpskern. Het zou gaan om ongeveer 10-15 personen per jaar. Enkele dorpsondersteuners geven zelf in de gesprekken aan dat zij inderdaad signalen krijgen van andere partijen in de gemeente, maar dit kan afhankelijk zijn van de achtergrond van de dorpsondersteuner (of hij/zij al in dienst is bij een zorg- of welzijnsaanbieder). Andere dorpsondersteuners ervaren de samenwerking met het Wmo-loket niet altijd als prettig en hebben het gevoel tegen over elkaar te zitten, in plaats van samen te werken om de zorg zo goed mogelijk te organiseren. Hierdoor wordt het uit de evaluatiegesprekken niet helemaal duidelijk of de genoemde professionele partijen en dorpsondersteuners elkaar weten te vinden. De meningen verschillen hierover. De basis is er, maar de ene medewerker weet wellicht meer van de dorpsondersteuner dan een andere medewerker, en vice versa. Er is dus verbetering mogelijk in deze contacten.
Buiten de genoemde professionele partijen om werken dorpsondersteuners ook samen met verenigingen, coöperaties/stichtingen en eventueel scholen in de dorpskern. In de gesprekken is ook gevraagd naar de voordelen van een samenwerking tussen de dorpsondersteuners en andere partijen in de gemeente en op welke manier deze samenwerking verbeterd zou kunnen worden. Er wordt aangegeven dat inwoners wellicht eerder naar de juiste ondersteuning en/of hulp gewezen kunnen worden wanneer de partijen en de dorpsondersteuners elkaar goed kennen. Daarnaast kunnen de dorpsondersteuners en professionele partijen elkaar versterken in het doorgeven van signalen. Ook hiermee wordt inwoners dan sneller de juiste zorg geboden. De dorpsondersteuners hebben al een (informeel) netwerk om in te zetten bij gesignaleerde problematiek. De Wmo-medewerkers, maar eventueel ook de andere genoemde partijen, kunnen hier wellicht vaker op aansluiten om de individuele ondersteuning effectiever op te pakken. Hierin lijkt dus met name een verbetering te liggen voor de professionele partijen betrokken bij deze evaluatie. Als mogelijke oplossing wordt genoemd dat dorpsondersteuners kunnen aansluiten bij het kwartaaloverleg van het zorgloket, georganiseerd door de gemeente. Dorpsondersteuners laten hiermee vaker hun gezicht zien aan andere medewerkers in het zorg- en welzijnslandschap.
Dit is een continue proces door de aanwas van nieuwe medewerkers. Ook kunnen in zo’n gezamenlijk overleg de prioriteiten op elkaar worden afgestemd. De gemeente ziet een kans in de halfjaarlijkse relatiebeheer gesprekken met de (zorg)aanbieders. Hierin kunnen ervaringen en ambities over de inzet van dorpsondersteuning met elkaar worden gedeeld, om te blijven monitoren en waar nodig verbeteren.
3.6 Aansturing en regie • • • •
•
In iedere dorpskern wordt de aansturing door de dorpsraad/stichting/coöperatie op een andere manier ingericht, er worden accenten gelegd of opdrachten meegegeven. Het verschilt per dorpskern of er een structurele manier van afstemming en/of evaluatie plaatsvindt, of dat de dorpsondersteuner meer vrij wordt gelaten in de werkzaamheden. Uit de evaluatiegesprekken blijkt dat er verschillende meningen zijn over zowel de succesfactoren als knelpunten, deze spreken elkaar op sommige vlakken tegen. De gesprekspartners verschillen ook van mening over de wenselijke aansturing, deze zou moeten worden belegd bij: o De gemeente of (zorg)aanbieder; o De dagelijkse afstemming blijft bij de dorpsraden, de gemeente kan echter de grote lijnen aangeven in een visiedocument voor meer eenduidige verwachtingen, vervolgens worden de werkzaamheden ingericht naar behoefte van de betreffende dorpskern. Een goede communicatie tussen de gemeente, dorpsraden en dorpsondersteuners zou volgens een aantal gesprekspartners bevorderlijk zijn voor de regie en het overdragen van duidelijke verwachtingen.
10
Bij de start van de pilot dorpsondersteuning in 2015 is afgesproken dat de dagelijkste afstemming met de dorpsondersteuners is belegd bij de betreffende dorpsraad, stichting en/of coöperatie in de kern. Tijdens de evaluatiegesprekken is gevraagd op welke manier de aansturing wordt ingericht, welke succesfactoren en knelpunten hierin worden ervaren, maar ook waar wenselijk de aansturing en regie op dorpsondersteuning ligt. Het is goed om te benoemen dat gesprekspartners hier verschillend over denken, in deze paragraaf worden de diverse resultaten weergegeven. Huidige vorm van aansturing Uit de evaluatiegesprekken blijkt dat iedere dorpsraad, stichting of coöperatie de aansturing van de dorpsondersteuner op een andere manier inricht. In de meeste kernen leggen deze partijen in afstemming met de dorpsondersteuner bepaalde accenten op de werkzaamheden. In andere kernen lijkt de aansturing wat meer eenzijdig plaats te vinden, waarbij de dorpsondersteuner verantwoording aflegt en de dorpsraad af en toe een activiteit meegeeft om op te pakken.
De volgende vormen van aansturing worden genoemd: • Er vindt in sommige kernen structureel een overleg plaats, ofwel met de dorpsraad/stichting/coöperatie, ofwel met een klankbordgroep/begeleidingsgroep bestaande uit verschillende inwoners (zoals een lid van het gemeenschapshuis, ouderenbond, inwoners van verschillende wijken of medewerker van een school). Tijdens deze overleggen worden activiteiten teruggekoppeld, nieuwe plannen besproken/afgestemd en worden signalen gedeeld. • De meeste partijen werken met een (jaar)programma waarin de verwachtingen en taken van de dorpsondersteuner worden beschreven. Deze documenten zijn echter niet in alle dorpskernen recent, maar zijn bijvoorbeeld opgesteld tijdens de pilot dorpsondersteuning in 2015. • Een aantal van deze partijen voert structureel evaluatiegesprekken over de inzet van dorpsondersteuning, eventueel met de (zorg)aanbieder. • In andere dorpskernen wordt de dorpsondersteuner meer vrij gelaten, waarbij wel wordt aangesloten tijdens vergaderingen, activiteiten worden teruggekoppeld en af en toe een opdracht wordt gegeven aan de dorpsondersteuner. Bij enkele professionele partijen uit het zorglandschap die zijn gesproken tijdens deze evaluatie heerste de gedachte dat de gemeente de dorpsondersteuners aanstuurt. Zij waren niet bekend met de dagelijkse afstemming in de dorpskern en konden hier ook geen ervaringen over delen.
De dorpsondersteuner ontvangt wel eens vragen en/of opdrachten vanuit de gemeente. Op deze ervaring wordt in de volgende alinea ingegaan. Ervaringen met de huidige aansturing en regie Er zijn positieve ervaringen naar voren gekomen in de evaluatiegesprekken. De meeste dorpsondersteuners ervaren de afstemming met hun dorpsraad/stichting/coöperatie/begeleidingsgroep als prettig, waarbij er sprake is van korte lijnen en een proactieve samenwerking. Het voelt tweeledig, als samen optrekken in de dorpskern. Wanneer de dorpsraad de dorpsondersteuner vertrouwen en vrijheid geeft, wordt dit als positief ervaren. Ook is het een succesfactor wanneer afspraken worden gemaakt tussen de dorpsraad en dorpsondersteuner en hier vervolgens in de uitvoering een gevolg aan gegeven wordt. Er zijn echter ook knelpunten benoemd tijdens de evaluatiegesprekken. Zoals uit de bovengenoemde resultaten blijkt, is er niet altijd sprake van een structurele vorm van afstemming of evaluatie. Bij een aantal gesprekspartners ontstaat de vraag of alle vrijwilligers geschikt zijn voor het aansturen van een professional, of dat het wellicht prettiger zou zijn dat de aansturing door de gemeente wordt gedaan. De aansturing door dorpsraden wordt dus als prettig ervaren, maar is volgens de gesprekspartners wellicht niet de beste manier om doelstellingen in het sociaal domein te behalen.
Ook is er sprake van meerdere opdrachtgevers, door de inrichting van dorpsondersteuning in Bergeijk, zijnde de gemeente, de (zorg)aanbieder en de dorpsraad/stichting/cooperatie. Hierdoor ontstaat er soms een spanning, want welke partij bepaalt wat? Zoals eerder genoemd krijgen de dorpsondersteuners wel eens vragen en/of opdrachten vanuit de gemeente. Niet alle dorpsraden en dorpsondersteuners ervaren dit als prettig, er wordt in de gesprekken aangegeven dat hier vooraf te weinig afstemming over plaatsvindt. Andere dorpsraden en dorpsondersteuners geven echter aan dit geen probleem te vinden.
11
Wenselijke aansturing Ook over de vraag waar wenselijk de aansturing van de dorpsondersteuners belegd zou zijn verschillen de gesprekspartners van mening. Een aantal van de eerdergenoemde professionele partijen uit het zorglandschap zou gaan voor een aansturing door de gemeente, of de (zorg)aanbieder waar de dorpsondersteuner in dienst is. Hiermee zou het (zorg)aanbod wellicht beter op elkaar kunnen worden afgestemd. Een andere veelgenoemde vorm van aansturing is dat de dagelijkse afstemming met de dorpsondersteuners bij de dorpsraden/stichting/coöperatie blijft belegd, in de dorpskern. De gemeente kan echter wel de grote lijnen aangeven in een visiedocument, waarbij doelstellingen worden gemonitord. Dan komt er meer eenduidigheid in de werkzaamheden van de dorpsondersteuners, maar kunnen de werkzaamheden wel worden ingericht naar behoefte van de betreffende dorpskern. Wat betreft de regie geven meerdere gesprekspartners aan dat de gemeente belangrijke thema’s kan bespreken met de dorpsondersteuners en partijen in de dorpskern, zodat ze zich daar gezamenlijk voor kunnen inzetten. Communicatie is hierin een belangrijke voorwaarde. Daarnaast zou het helpen dat er één aanspreekpunt is bij de gemeente, om deze communicatie te versterken.
3.7 Ideeën over de toekomst van dorpsondersteuning • •
Een van de meest genoemde ideeën voor dorpsondersteuning in de toekomst, is dat dorpsondersteuners meer zouden kunnen betekenen in het voorliggend veld, met name in relatie tot de Wmo. Uit de evaluatiegesprekken komt één bedreiging meermaals naar voren: onrealistische verwachtingen, die niet uitvoerbaar blijken te zijn.
In de evaluatiegesprekken is ook de ruimte geboden om ideeën over de toekomst van dorpsondersteuning te bespreken. Hierbij is gevraagd naar zowel kansen als mogelijke bedreigingen voor de toekomst, anders dan verbeterpunten die eerder in de resultaten al zijn benoemd. Het is belangrijk om bij het lezen van deze kansen en bedreigingen in gedachten te houden dat het om een persoonlijke visie van een gesprekspartner of gesprekspartners gaat die wordt weergegeven, de kansen en bedreigingen zijn wellicht niet realistisch of passen niet binnen de bestaande ontwikkelingen. Mogelijke kansen voor dorpsondersteuning in de toekomst Een van de meest genoemde ideeën voor de toekomst is dat de dorpsondersteuners nog meer zouden kunnen betekenen in het voorliggend veld. Dan gaat het met name om de samenwerking met de Wmo, waarin dorpsondersteuners in een vroeg stadium contact en aanvragen van inwoners kunnen overnemen. Dan gaat het om inwoners waar zij al contact mee hebben (gehad). Hiermee zou volgens gesprekspartners betere afstemming plaatsvinden tussen de dorpsondersteuners en de Wmo en wordt gebruik gemaakt van bestaande netwerken en vertrouwensrelaties. Hier voelen enkele gesprekspartners ook wel iets voor om te implementeren in Bergeijk. Een ander idee, wat ook past binnen het voorliggend veld, is om vrijwilligers nog meer te betrekken bij problematiek in de dorpskern.
Een gesprekspartner opperde het idee om een soort bestand met vrijwilligers te creeren in iedere kern, zodat de dorpsondersteuner deze vrijwilligers gemakkelijk kan benaderen wanneer nodig. Daarnaast is in meerdere evaluatiegesprekken benoemd dat de dorpsondersteuner actief kan blijven bijdragen aan het betrekken van inwoners bij verenigingen en initiatieven in de kern, zodat de vrijwilligers niet “uitsterven”. Een vraag die hierbij wordt gesteld is of er dan (onnodig) overlap plaatsvindt met de werkzaamheden van Wél!zijn de Kempen. Een goede afstemming is hierin dus belangrijk. Mogelijke bedreigingen voor dorpsondersteuning in de toekomst Eén bedreiging kwam naar voren in meerdere evaluatiegesprekken, namelijk het realisme van de verwachtingen over de inzet van dorpsondersteuning. Er is een beperkt aantal uren beschikbaar in de week voor iedere dorpsondersteuner, hierin moeten soms prioriteiten worden bepaald, ondanks de vele verwachtingen. Dit zou een bedreiging kunnen zijn voor de inzet van dorpsondersteuning in de toekomst, wanneer de verwachtingen niet realistisch en uitvoerbaar blijken te zijn. 12
4. Aanbevelingen en visie op dorpsondersteuning 4.1 Aanbevelingen Conclusies uit de eindevaluatie van de pilot dorpsondersteuning van 2016 door de GGD samen met de resultaten uit deze evaluatie dorpsondersteuning leiden tot een aantal aanbevelingen over het formuleren van doelstellingen en vervolgens het monitoren van dorpsondersteuning. •
•
•
• • •
•
Het beleidsteam van de gemeente komt, als gevolg van de evaluatie en afstemming met betrokkenen, tot een heldere visie op de doelen en taken van de dorpsondersteuner, waarbij ruimte is voor een lokale invulling van dorpsondersteuning. Om op hoofdlijnen gemeentelijke doelstellingen specifiek en meetbaar te formuleren, zodat deze een goede basis vormen voor de lokale invulling in de kernen door dorpsraad/coöperatie/stichting en dorpsondersteuners. Iedere kern heeft een actueel werkplan waarin lokale aandachtspunten en concrete actiepunten beschreven staan. Hiermee wordt de communicatie tussen dorpsraad en dorpsondersteuner helder en zijn verwachtingen inzichtelijk. In het werkplan wordt ook beschreven op welke manier verantwoording zal worden afgelegd. De dorpsondersteuner en dorpsraad/coöperatie/stichting hebben structureel contact over het actuele werkplan, zodat er altijd inzicht is in het resultaat van de werkzaamheden en activiteiten. Er is één aanspreekpunt voor dorpsondersteuners binnen de gemeente over de voortgang van dorpsondersteuning en beleidsontwikkeling.
Er wordt door de gemeente structureel een werksessie georganiseerd om de (zorg)professionals en dorpsondersteuners uit de gemeente bij elkaar te brengen, zodat er een goede afstemming is, dorpsondersteuners zichtbaar zijn en daarmee mogelijk de drempels lager zijn om contact met elkaar te zoeken wanneer dit kan bijdragen aan het bieden van de juiste ondersteuning aan inwoners. Wanneer van de dorpsondersteuner inzet wordt verwacht door de gemeente, bijvoorbeeld in de uitvoering van beleid of bij een tijdelijk project, dan wordt deze verwachting afgestemd met de dorpsraad/coöperatie/stichting, zodat zij inzicht houden in de inzet van de dorpsondersteuner.
4.2 Visie op dorpsondersteuning 2021 De genoemde doelstellingen uit 2016, de resultaten van de evaluatie dorpsondersteuning en de aanbevelingen leiden tot een vernieuwde visie op dorpsondersteuning: “Om met de inzet van dorpsondersteuning de leefbaarheid in de dorpskern, het welzijn van inwoners en de juiste ondersteuning aan inwoners te bevorderen door het voorliggend veld te versterken, inwoners en de lokale gemeenschap in hun eigen kracht te zetten en vervolgens waar nodig een juiste verbinding te kunnen maken tussen het informele en formele veld.” Gemeentelijke doelstellingen Deze visie dient onderbouwt te worden met een aantal concrete gemeentelijke doelstellingen waar de inzet van dorpsondersteuning uit zou moeten bestaan. Deze doelstellingen vormen de basis voor de invulling in de dorpskernen. Hieronder worden een aantal doelstellingen voorgesteld. - Dorpsondersteuners zijn zichtbaar in de kern, de manier waarop invulling wordt gegeven aan zichtbaarheid staat beschreven in het lokale werkplan. - De dorpsondersteuners hebben zicht op de actuele (sociale) vraagstukken in de dorpskern. - Dorpsondersteuners signaleren (vroegtijdig) problematiek door actief contact te leggen met inwoners, en contact te leggen met inwoners waar zij signalen over doorgespeeld krijgen.
- De werkzaamheden van dorpsondersteuners richten zich op een verscheidenheid aan thema’s zoals zorg, armoede, eenzaamheid, huiselijke sferen, veiligheid. - Versterken van het voorliggend veld door aantoonbaar (ondersteunings)vragen op te lossen via het eigen netwerk of initiatieven van verenigingen en/of vrijwilligers in de kern. 13
-
-
Inwoners, wanneer de oplossing niet in het voorliggend veld gevonden kan worden, op een juiste manier verwijzen of toeleiden naar de Wmo, Zvw of Wlz. De dorpsondersteuners faciliteren en/of ondersteunen nieuwe initiatieven en voorzieningen met verenigingen en vrijwilligers en dragen de (structurele) uitvoering over aan inwoners. Hiermee ontstaat meer tijd en ruimte om nieuwe werkzaamheden op te pakken. Er is een goede afstemming tussen de dorpsondersteuners en tussen de dorpsondersteuners en de gemeente. Hiervoor vindt maandelijks een gezamenlijk overleg plaats waar de contactpersoon van de gemeente bij aanwezig is.
Eigenschappen dorpsondersteuner Uit de resultaten blijkt dat er, op basis van de verwachtingen, een aantal eigenschappen zijn die worden verwacht van een dorpsondersteuner. Deze eigenschappen vormen de basis voor een functieprofiel (op hoofdlijnen) voor de inzet van dorpsondersteuning in de toekomst: • De dorpsondersteuner heeft gevoel voor het dorp en weet wat er in het dorp leeft; • De dorpsondersteuner is goed in staat om (vroegtijdig) te signaleren; • De dorpsondersteuner is een netwerker en verbinder om vragen van inwoners op te kunnen lossen; • De dorpsondersteuner kan vrijwilligers mobiliseren en enthousiasmeren om de sociale cohesie in een dorpskern te versterken; • De dorpsondersteuner heeft integrale kennis van de Steunwijzer en kan hierdoor een inwoner naar de juiste hulp verwijzen en waar nodig begeleiden; • De dorpsondersteuner houdt zich niet te veel bezig met de uitvoering, maar is echt een schakel tussen het informele en formele veld; • De dorpsondersteuner is laagdrempelig en toegankelijk voor inwoners en zet zich hiervoor flexibel in; • De dorpsondersteuner bezit in ieder geval over de waarden professionaliteit, vertrouwelijkheid en integriteit.
14
5. Monitoring Uit de aanbevelingen en doelstellingen komen acties naar voren. In dit hoofdstuk zal beknopt worden weergegeven op welke manier deze acties worden gemonitord, en daarbij getoetst aan de beschreven kaders.
5.1 Lokale werkplan en verantwoording Een doel in de afstemming tussen de gemeente en de dorpsraad, coöperatie en/of stichting in de kern is het hanteren van korte lijnen, waarbij de werkzaamheden en activiteiten van de dorpsondersteuner inzichtelijk zijn en op een natuurlijke wijze aan de beschreven kaders kunnen worden getoetst (zie paragraaf 5.1.1). Hiervoor zal in het laatste kwartaal van 2021 contact plaatsvinden tussen de gemeente en dorpsraad, coöperatie en/of stichting binnen iedere kern. In dit kwartaal worden afspraken gemaakt over het opstellen van een concreet werkplan inclusief vorm van verantwoording. De gemeente kan waar nodig ondersteuning bieden aan de lokale partij wanneer deze tegen knelpunten aanloopt in het opstellen van zo’n werkplan/jaarplan. 5.1.1 Toetsing op visie Er is sprake van korte lijntjes tussen de gemeente, lokale partij en dorpsondersteuner in iedere kern. De invulling van de inzet van dorpsondersteuning ligt, zoals bij de aanbevelingen genoemd, lokaal. De visie en doelstellingen bieden echter wel een basis voor deze lokale invulling. Het is daarom belangrijk om samen met de dorpsraad, coöperatie en/of stichting en dorpsondersteuner afstemming te zoeken over het werkplan, zodat de lokale visie en concrete activiteiten kunnen worden getoetst aan de kaders zoals genoemd in hoofdstuk 4 van deze evaluatie.
Hierbij houdt “toetsen” in dat wordt gekeken of het werkplan zich verhoudt tot de visie en doelstellingen van de gemeente, waarbij behoeften en signalen van de betreffende dorpskern niet uit het oog worden verloren. Ook kan in deze afstemming de input van de gemeente worden besproken: welke onderwerpen vindt de gemeente dit jaar van belang waar de dorpsondersteuner een rol in kan hebben?
5.2 Vervolgstappen Concreet zijn er dus een aantal vervolgstappen in de uitvoering en monitoring van deze evaluatie: • Gemeente maakt afspraak met dorpsraad, coöperatie en/of stichting over opstellen werkplan; • Dorpsraad, coöperatie en/of stichting stelt lokaal werkplan op in samenwerking met de dorpsondersteuner; • Gemeente gaat in gesprek met iedere dorpsraad, coöperatie en/of stichting waarmee het lokale werkplan wordt getoetst aan de kaders uit deze evaluatie; • Gemeente geeft in dit gesprek belangrijke gemeentelijke speerpunten aan; • Waar nodig wordt, in overeenstemming, het lokale werkplan aangevuld/aangepast door de dorpsraad, coöperatie en/of stichting; • Jaarlijks wordt in een gesprek gereflecteerd op de inzet van dorpsondersteuning, het lokale werkplan en de communicatie.
15