CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Uitleg wijzigingen diverse verordeningen 2026

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente BergeijkBij agendapunt: Vaststellen belastingverordeningen 20262.095 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Een uitleg van de diverse verordeningen waarbij de wijzigingen zijn toegelicht. a. Verordening op de heffing en invordering van leges Onder de naam ‘leges’ worden verschillende rechten geheven van door het gemeentebestuur verstrekte diensten. Leges vallen onder de bestemmingsheffing (meerdere programma’s). Bij de bepaling van de kostendekkendheid van de leges maken we een onderscheid in de 3 titels uit de legesverordening: Algemene dienstverlening Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen Europese dienstenrichtlijn De tarieven zijn volgens de uitgangspunten uit de begroting 2026 met 2,03% verhoogd. Daarnaast zijn de geprognosticeerde hoeveelheden opnieuw op actualiteit beoordeeld. De berekening van de kostendekkendheid van de leges is in de volgende tabel opgenomen: Berekening kostendekkendheid leges 2026 (Bedragen x € 1.000) Titel 1 Titel 2 Titel 3 Kosten 853 858 9 Overhead 389 639 7 Baten 1.052 937 3 Kostendekking leges 84,7% 62,6% 18,8% Algemene dienstverlening Dit betreft vooral het verstrekken van rijbewijzen en reisdocumenten maar ook tal van in omvang kleinere producten die de gemeente verstrekt zoals uittreksels, afschriften. Ook vallen huwelijksvoltrekkingen vanuit de burgerlijke stand onder deze dienstverlening. Het verstrekken van reisdocumenten aan niet-ingezetenen vormt hierin een bijzondere plek.

Sinds 2014 geeft de gemeente Bergeijk, samen met 11 andere gemeenten, met succes reisdocumenten af voor niet-ingezetenen. Vanaf 2024 is een toename van het aantal te verstrekken reisdocumenten aan niet-ingezetenen voorzien. Hier is rekening mee gehouden in de begroting. Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen De opbrengsten uit de omgevingsvergunningen schommelen per jaar. Op de omvang van de opbrengsten hebben we maar beperkt invloed. Hier zijn we afhankelijk van de economische situatie. Wordt er veel gebouwd dan nemen de opbrengsten toe, en omgekeerd. De opbrengst voor 2026 is onder andere gebaseerd op de te verwachten nieuwbouw ontwikkelingen (woningbouwinitiatieven) en de opbrengsten vanwege de uitbreidingen en verbouwingen van bestaande woningen en bedrijfspanden. Europese dienstenrichtlijn Hieronder vallen met name leges in verband met horeca activiteiten en evenementen. Vergunningen voor categorie B evenementen zijn met ingang van 2019 gratis. Wijziging in Paragraaf 3.5 Standplaatsen In deze paragraaf zijn tarieven opgenomen voor een losse standplaatsvergunning. Voor deze paragraaf is een kostendekkendheidspercentage berekend van 192%. Uit onderzoek blijkt dat binnen titel3 niet op hoofdstuk, maar op paragraaf niveau kruisbestuiving plaats mag vinden.

Om deze reden is ervoor gekozen om met ingang van 2026 de tarieven te verlagen, zodat de kostendekkendheid binnen de paragraaf niet meer dan 100% bedraagt. b. Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen De onroerende zaakbelastingen 2025 worden geheven als een percentage van de waarde op grond van de Wet waardering onroerende zaken (de WOZ-waarden) met waardepeildatum 1 januari 2025. Nog niet alle WOZ-waarden zijn op dit moment definitief. De waarde van de woningen zijn in de gemeente Bergeijk, ten opzichte van de waardepeildatum 1-1-2024, met 8,06% gestegen (voorlopig cijfer). De waarde van de niet-woningen zijn in de gemeente Bergeijk, ten opzichte van de waardepeildatum 1-12024, met 2,99% gestegen (voorlopig cijfer).

Bij de begrotingsbehandeling heeft de raad besloten om de opbrengst van de OZB in 2026 met 2,03% te verhogen. Bij de berekening van de tarieven ozb zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - het behalen van de begrote ozb-opbrengst 2026; - waardepeildatum 01-01-2025 voor woningen en niet-woningen; - verwachte leegstand en vrijstelling volgens amendement Pater; - verwachte negatieve invloed van bezwaarschriften op de opbrengst van 0,30%; In de begrote ozb-opbrengst 2026 houden we geen rekening met extra opbrengsten in 2026 vanwege gerealiseerde areaaluitbreiding in 2025. De extra opbrengsten worden gemeld in de 1e Burap 2026 en Perspectievennota 2027-2030. Deze handelswijze hebben wij ook in voorgaande jaren toegepast. Het voorstel is om de volgende tarieven vast te stellen voor: a. de gebruikersbelasting 0,1559% (was 0,1574%) b. de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0697% (was 0,0738%) 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,1950% (was 0,1968%) Belastingbedragen van minder dan € 10,-- worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Op basis van de verwachte gemiddelde WOZ waarde van € 514.000 (werkelijk 2025 € 476.000) wordt de gemiddelde opbrengst, op basis van de voorgestelde tarieven, voor een woning € 358,00 (afgerond).Ter vergelijking, in 2025 was dit werkelijk € 351,00 (afgerond). c. Verordening op de heffing en invordering van een forensenbelasting Op grond van artikel 223 van de Gemeentewet zijn gemeenten gerechtigd tot het heffen van forensenbelasting. Forensenbelasting is een directe belasting die geheven wordt van de natuurlijke personen die, zonder in de gemeente een hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar een woning tot zijn of haar beschikking hebben. Het is hierbij niet noodzakelijk dat iemand daadwerkelijk meer dan negentig dagen per jaar in de woning aanwezig is. Het gaat erom dat men er meer dan negentig dagen per jaar zou kunnen verblijven. Ook is het niet vereist dat in een aaneengesloten periode over de woning beschikt kan worden. De belasting wordt berekend naar de WOZ-waarde van de woning. Voor 2026 wordt de forensenbelasting gewijzigd van 0,170% naar 0,161%. (Hierbij is rekening gehouden met de waardestijging van de woningen en de trendmatige belasting verhoging van 2,03%) d.

Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten De gemeente heeft de wettelijke inzamelplicht voor het ophalen en verwerken van het huishoudelijk afval (als gevolg van artikel 10.11 van de Wet milieubeheer). De functie van de afvalstoffenheffing is het dekken van de kosten die de gemeente maakt voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. De afvalstoffenheffing is geregeld in de Wet milieubeheer. Het feit dat de gemeente verplicht is om binnen het gehele gebied huisvuil in te zamelen is reden voor de heffing. Het belastbaar feit is het feitelijk gebruik van een perceel waarvoor op basis van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Afvalstoffenheffing moet worden betaald als een perceel feitelijk wordt gebruikt én de gemeente hier op basis van de wet verplicht is huishoudelijk afval in te zamelen. De gemeente Bergeijk hanteert de diftar methode. Dat betekent dat er een bedrag per lediging wordt betaald naast een vast tarief per perceel. De diftar methode is gericht op gedifferentieerde tarieven en houdt in dat de afvalstoffenheffing voor huishoudens afhangt van de hoeveelheid restafval die zij aanbieden. Door te sturen op het gescheiden aanleveren van afval blijven grondstoffen beschikbaar voor recyclen en upcyclen en daalt de hoeveelheid restafval.

We trekken met dit beleid één lijn met de andere Kempengemeenten. Ook vanuit het Rijk blijft het streven gericht op het streven om door middel van goede afvalscheiding hoogwaardige recycling te faciliteren. Het doel voor heel Nederland is om in 2050 volledig circulair te zijn. (bron: Uitvoeringsprogramma VANG - Huishoudelijk Afval ).

In Bergeijk is in 2024 66 kilo restafval (fijn en grof restafval) per inwoner ingezameld. We voldoen daarmee aan de VANG-doelstelling van 100 kilo restafval persoon per jaar. De berekening van de Afvalstoffenheffing is gebaseerd op zo goed mogelijke inschattingen van het aantal ledigingen van de containers en de verwerking van de hoeveelheden (tonnages) van de verschillende afvalstromen. Het tarief van het vastrecht gaat met 23,9% omhoog. De variabele tarieven voor restafval en GFT gaan met 15% omhoog. De tarieven van de milieustraat blijven gelijk. De gemiddelde afvaldruk als gevolg van de geprognosticeerde lasten zijn voor 2026 circa € 257 per huishouden. Deze stijgen in 2026 met circa € 44 ten opzichte van 2025. In 2025 zijn er nieuwe contracten gaan lopen voor de verwerking van GFT, huishoudelijk restafval, verwerking en transport milieustraat en de inzameling en verwerking van oud papier. Voor alle contracten geldt dat de prijzen flink omhoog gegaan zijn. De afvalverwerking wordt steeds duurder door de hoger kosten voor energie, brandstof en arbeid, een hogere CO2-heffing op verbranding door de overheid, en de toegenomen complexiteit en kosten van het verwerken van specifieke afvalstromen zoals gevaarlijk afval en verpakkingen.

Door ondercapaciteit bij de GFT verwerking en de papierinzameling met vrijwilligers geldt dat er weinig partijen zijn die de opdracht kunnen aannemen, wat prijsopdrijving in de hand werkt. De stijging was vorig jaar al zichtbaar. Echter de raad heeft er toen voor gekozen om via een amendement de kostenstijging enigszins te beteugelen. Door de totale inkomsten voor de afvalstoffenheffing met € 200.000 te verlagen en dit te verrekenen met de tarieven. Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren is de verwachting dat een gemiddeld huishouden in 2026 ongeveer 5 keer de restafvalcontainer aanbiedt en ongeveer 7 keer de GFT container.

Vastrecht

Opbrengst Tarief Tarief 2026 Verschil 2026 2025 nieuw tarief 2025 € 1.309.104 € 127,08 € 157,44 23,90%

Restafval 40 liter 140 liter 240 liter 1100 liter Groenafval 25 liter 140 liter 240 liter Omzet milieustraat Ondergrondse containers

€ 3.384 € 680.144 € 1.783 € 1.313

€ 4,62 € 16,15 € 27,68 € 126,88

€ 5,31 € 18,57 € 31,83 € 145,91

15,00% 15,00% 15,00% 15,00%

€ 531 € 132.814 € 5.282 € 135.634 € 6.890

€ 0,32 € 2,04 € 3,42

€ 0,37 € 2,35 € 3,93 € 135.634 € 7,04

15,00% 15,00% 15,00%

€ 6,12

15,00%

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft de afvalstoffenheffingen voor 2024 in Nederlandse gemeenten met elkaar vergeleken. In 2024 is de gemiddelde afvalstoffenheffing ten opzichte van 2023 met 4,4 % gestegen. Uit de vergelijking blijkt onder meer dat: - de afvalstoffenheffing in Nederland in 2024 is gemiddeld € 316,- per huishouden; - de afvalstoffenheffing in een volume-frequentie Diftar-gemeente in 2024 is gemiddeld € 281,(Bron: ‘Afvalstoffenheffing 2024, februari 2025, Rijkswaterstaat) Met een gemiddelde afvalstoffenheffing van € 257 per huishouden zit Bergeijk iets lager dan het prijspeil van de gemiddelde van andere volume-frequentie gerichte Diftar-gemeenten.

e. Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing De rioolheffing in de gemeente betreft de rioolafvoerrechten. Deze heffing wordt geheven van de gebruikers van de panden op basis van het afgenomen drinkwater (met als uitgangspunt: geloosd afvalwater), volgens opgave van Brabant Water over het voorgaande jaar. Uitgangspunt is hierbij: De gebruiker betaalt. Op grond van artikel 228a Gemeentewet wordt de rioolheffing geheven. De baten en lasten in de begroting zijn het uitgangspunt van kostendekkendheid. Het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (verder: ‘VGRP’) 2025-2029 is op 26 september 2024 door uw raad vastgesteld. Het VGRP is een beleidsstuk met een visie hoe Bergeijk omgaat met de rioleringszorg in de komende periode. Dit plan vormt de basis voor de in te begroting te ramen lasten welke voortvloeien uit deze wettelijke taak. Om de rioleringszorg conform de wettelijke eisen en ambities van de gemeente uit te kunnen blijven voeren, is in het VGRP voorzien om de rioolheffing in 2026 te verhogen met 3,0%. Dit betekent de volgende rioolheffingstarieven: Klasse (waterverbruik) ≤ 100 m³ 101 – 350 m³ ≥ 350 m³: opslag per 350 m³

2025 € 186,72 € 279,99 € 373,35

2026 € 192,33 € 288,39 € 384,52

De berekening van de kostendekkendheid van de rioolheffing is in de volgende tabel opgenomen: Berekening rioolheffing Bedragen x € 1.000 Kosten taakveld Storting/ontrekking egalisatievoorziening Inkomsten taakveld (excl. Heffingen) Netto kosten taakveld 7.2 Toe te rekenen kosten: Kosten kwijtschelding Overhead BTW Totale kosten Opbrengst heffingen

Bedrag Dekking 1.837 -101 -23 1.713 28 220 285 2.246 2.246

100%

De rioolheffing bedraagt per belastingtijdvak bij een geloosd aantal kubieke meters: a. van 0 m3 tot en met 100 m3: € 64,11 (3x p.j. = € 192,33) b. van 101 m3 tot en met 350 m3: € 96,13 (3x p.j. = € 288,39) c. voor elke volgende volle 350 m3 afvalwater, boven de hoeveelheid van 350 m3, wordt het tarief genoemd in onderdeel b verhoogd met € 96,13. Hierbij wordt een gedeelte van een eenheid van 350 m3 afvalwater als een volle eenheid gerekend. f. Verordening op de heffing en invordering van aansluitrechten riolering De rioolaansluitrechten hebben betrekking op het aansluiten van woningen en andere gebouwen op het gemeentelijk rioolstelsel en het toerekenen van de kosten van een dergelijke aansluiting. De heffingsgrondslag is opgenomen in de gemeentelijke aansluitverordening waarin de verhouding wordt geregeld tussen de gemeente en de burgers betreffende het aansluiten op het rioolstelsel. De tarieven worden voor het begrotingsjaar 2026 met 3,0% verhoogd. Het tarief bedraagt voor 2026 per aansluiting: - op de vrij-vervalleiding € 2.262,00 (was € 2.196,00) - op de drukleiding € 3.092,00 (was € 3.002,00) g. Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten De tarieven voor 2026 zijn ten opzichte van 2025 trendmatig met 2,03% verhoogd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=07af5ca7-edac-4e9b-bcfd-614de7c666f4