CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit ADRA Metaalbewerking

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente BergeijkBij agendapunt: Advies aanvraag omgevingsvergunning Leemskuilen 24 a, uitbreiding bedrijfsperceel en bedrijfspand16.283 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

5 alinea's met “bopa”: 55 93 124 142 300

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit Uitbreiding ADRA Metaalbewerking BV 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV Leemskuilen 24a Auteur: Peter Verhoeven +31621914485

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing Geldende ruimtelijke kaders Procedure Leeswijzer

3 3 4 5 6

2.

Projectbeschrijving

7

2.1 2.2

Huidig gebruik Beoogde ontwikkeling

7 8

3.

Beleidskaders en programma’s

9

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid Instructieregels Rijk Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

9 9 11 13

4.

Omgevingsaspecten

18

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18

M.e.r.-beoordeling Stedenbouwkundige kwaliteit Verkeer en parkeren Bedrijven en milieuzonering Omgevingsveiligheid Geluid Geur Trillingen Ecologie Luchtkwaliteit Bodemkwaliteit Archeologie Cultureel erfgoed Kabels en leidingen Water Gezondheid Klimaatadaptatie Duurzaamheid

18 18 19 21 22 24 25 25 26 27 28 29 30 31 31 32 34 34

5.

Uitvoerbaarheid

35

5.1 5.2 5.3

Ruimtelijke uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Financiële uitvoerbaarheid

35 35 35

6.

Conclusie

36

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Akoestisch onderzoek industrielawaai Ecologisch onderzoek Ecologisch onderzoek stikstofdepositie Bureauonderzoek archeologie + verkennend booronderzoek Onderzoek milieuhygiënische bodemkwaliteit Verslag omgevingsdialoog blad 2 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel ADRA Metaalbewerking BV is voornemens om het bestaande bedrijfspand te Westerhoven uit te breiden. Het gaat om een uitbreiding die ten noordoosten van de bestaande bouw gelegen is. De te bouwen nieuwbouw wordt gekoppeld aan de bestaande bedrijfsbebouwing. De nieuwbouw is voorzien op een terrein dat nu een agrarische bestemming heeft en ook als zodanig gebruikt wordt. Een klein gedeelte is als groenstrook (in gemeentelijk eigendom) in gebruik. De gewenste ontwikkeling is op basis van het geldend ruimtelijk kader (het omgevingsplan) niet toegestaan. De beoogde activiteit(en) zijn in strijd met de regels van het omgevingsplan. Een verdere uitleg van het geldende ruimtelijk kader (en het omgevingsplan) volgt in paragraaf 1.3 van deze motivering. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit afgeweken te worden. Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan alleen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In voorliggende motivering wordt de beoogde ontwikkeling getoetst of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

1.2

Ligging en begrenzing De beoogde ontwikkeling wordt in het kader van de omgevingsvergunning gezien als een project. De locatie waar de ontwikkeling is voorzien betreft daarmee het projectgebied. Het projectgebied is gelegen in de kern Westerhoven, binnen het bestaande stedelijk gebied (als bedoeld in de Omgevingsverordening Noord-Brabant 2025). De ontwikkeling is voorzien in op een stuk agrarische grond, gelegen tussen woonbestemmingen aan Loveren/Leemskuilen aan de zuidzijde en bestemmingen bedrijventerrein aan noord, oost en westzijde. De uitbreiding leidt tot een doortrekking van de ‘paarse lijn’ met bedrijfsbestemmingen. In onderstaande figuur is het projectgebied weergegeven in rode lijn.

blad 3 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

Figuur 1-1: Ligging projectgebied

1.3

Geldende ruimtelijke kaders Het geldend ruimtelijk kader wordt gevormd door het tijdelijke omgevingsplan. Dit omgevingsplan is op 1 januari 2024 (met de inwerkingtreding van de Omgevingswet) van rechtswege in werking getreden. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit bestaande ruimtelijke besluiten, waaronder het bestemmingsplan ‘BP Westerhoven en De Kempervennen 2012’ (vastgesteld op 29-11-2012), een herziening op dat bestemmingsplan uit 2014 het ‘Parapluplan parkeren Bergeijk 2018’ (vastgesteld op 26-06-2018) en het ‘Parapluplan wonen en bijbehorende bouwwerken’ (vastgesteld op 26-11-2020). Daarnaast bestaat het tijdelijk omgevingsplan uit de bruidsschatregels. Dit zijn de voormalige rijksregels die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet over zijn gegaan naar decentrale overheden. Bestaande toegestane bouw- en gebruiksactiviteiten De bestaande bouw- en gebruiksactiviteiten die voor het projectgebied gelden zijn opgenomen in het bestemmingsplan ‘Westerhoven en De Kempervennen 2012’. In dit bestemmingsplan heeft het projectgebied de enkelbestemming ‘agrarisch’. Deze gronden zijn bestemd voor agrarisch gebruik en enkele aanpalende voorzieningen (groenvoorzieningen, paden en parkeren, waterhuishoudkundige voorzieningen en extensief recreatief medegebruik). Op basis van de bouwregels behorende bij deze enkelbestemming zijn gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogelijk.

Er is geen bouwvlak voorzien in het huidige bestemmingsplan. In het parapluplan Parkeren Bergeijk 2018 is het parkeerbeleid van de gemeente Bergeijk verankerd. Met de toevoeging van de planregel ten aanzien van parkeren wordt geregeld dat alle ruimtelijke plannen van de gemeente Bergeijk een planregel bevatten die waarborgt dat bij de verlening van omgevingsvergunningen getoetst wordt of voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Toetsing van dit parapluplan wordt in paragraaf 3.3 voorzien.

blad 4 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

Figuur 1-2: Uitsnede uit het vigerende omgevingsplan (van rechtswege). Binnen het projectgebied is de bestemming ‘agrarisch’ en de bestemming ‘groen’ aanwezig.

Strijdigheid met bestaande ruimtelijke kaders Binnen de enkelbestemmingen ‘agrarisch’ en ‘groen’ zijn geen mogelijkheden voorzien voor de bouw van een bedrijfshal. De voorgenomen activiteit past dus niet in het omgevingsplan van rechtswege. Deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit voorziet in de motivering om een projectafwijkingsbesluit volgens de omgevingswet te nemen, aan de hand van het doorlopen van de reguliere procedure. Hierin worden de strijdige activiteiten getoetst aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast past de ontwikkeling niet, omdat bij ontwikkeling de bedrijfsgrootte de maximale oppervlakte van een bouwperceel van 5.000m2 overschrijdt. In het bestemmingsplan ‘Westerhoven en De Kempervennen’, dat op 1 januari 2024 van rechtswege is overgegaan in het ‘Omgevingsplan gemeente Bergeijk’, is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het toestaan van grotere bouwpercelen. Het instrument ‘wijzigingsbevoegdheid’, met daaraan gekoppeld het wijzigingsplan, bestaat niet meer onder de Omgevingswet. Er kan echter wel uitvoering gegeven worden aan beleid dat is vastgelegd in de wijzigingsbevoegdheden onder de Wro middels de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een BOPA, waarbij getoetst wordt aan de wijzigingsbevoegdheden onder de Wro.

Navolgend is de wijzigingsbevoegdheid voor grotere bouwpercelen uit het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Bergeijk 2015’ opgenomen en wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de voorwaarden.

1.4

Procedure De Omgevingswet gaat uit van snelle en eenvoudige procedures voor alle vergunningen die verleend moeten worden. Dit betekent dat in principe voor alle plannen de korte (reguliere) procedure uitgangspunt is en daarmee hoofdregel van de Omgevingswet. Hiermee is de kruimelregeling komen te vervallen. De beslistermijn voor de korte procedure is normaliter maximaal 8 weken (eventueel +6 weken bij verlenging van de beslistermijn). Daarna is er nog bezwaar en beroep mogelijk. De uitgebreide procedure is de uitzondering (26 weken). Op diverse plaatsen in de Omgevingswet en in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit staat wanneer de uitgebreide procedure geldt. In de uitgebreide procedure beslist het bevoegd gezag binnen 6 maanden na een aanvraag. Eventueel te verlengen met 6 weken. Tijdens de blad 5 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

uitgebreide procedure maakt het bestuursorgaan een ontwerpbesluit waarover zienswijzen openstaan. Nadat het besluit is genomen, is er nog beroep bij de rechtbank mogelijk. Een uitgebreide procedure geldt onder meer: • Wanneer een MER is vereist (niet aan de orde bij dit project); • Wanneer ADRA Metaalbewerking zelf dit verzoek heeft om bijvoorbeeld de plannen beter voor te bereiden en te kunnen participeren. Ook dat is niet aan de orde; • Indien het college bepaalt dat er sprake is vanwege aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving en wanneer de verwachting is dat verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Dit moet het college zelf goed motiveren en onderbouwen wanneer zij denken dat hier sprake van is. Ook dit is niet aan de orde gezien het doorlopen voortraject. De onderbouwing van deze conclusie is opgenomen in de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling (bijlage 1) Om bovenstaande redenen wordt voor deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit-procedure uitgegaan van de reguliere procedure. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen.

Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) (artikel 4.2 lid 1). In de voorliggende motivering is een verantwoording gegeven, waaruit blijkt dat de ontwikkeling voldoet aan een ETFAL.

1.5

Leeswijzer Deze motivering is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie van het projectgebied en de planontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 3 is het relevante beleidskader (en toetsing daaraan) geschetst. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de betreffende omgevingsaspecten aan bod. Hierop volgend wordt in hoofdstuk 5 aandacht besteed aan participatie en in hoofdstuk 6 de financiële haalbaarheid. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 de conclusie aangaande de ontwikkeling beschreven.

blad 6 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

2.

Projectbeschrijving

2.1

Huidig gebruik In de huidige situatie is het projectgebied, overeenkomstig met de daaraan toegekende bestemmingen, agrarisch dan wel als groenstrook in gebruik. In onderstaande actuele luchtfoto is de huidige situatie weergegeven.

Figuur 2-1: Overzichtsfiguur huidig gebruik

Ruimtelijke en functionele structuur Het projectgebied van ADRA Metaalbewerking wordt aan de noord-, oost- en westzijde begrensd door het bestaande industrieterrein. Ten zuiden van het projectgebied zijn de woningen die aan het historische lint Leemskuilen gelegen zijn aanwezig. De woning die ten zuiden van het projectgebied, verscholen achter de bedrijven en de woningen aan Loveren aanwezig is, lag in de vroegere situatie (voorafgaand aan de bouw van bedrijventerrein Leemskuilen) aan de doorgaande weg die in noord-zuidelijke richting lag. De structuur is in de 21e eeuw grotendeels bepaald door de layout van het bedrijventerrein. De straat Leemskuilen is in een L-vorm vormgegeven, met bedrijvigheid aan weerszijden van de straat. Het projectgebied is de laatste snipper agrarisch terrein, volledig omsloten door de bedrijventerreinen en aan de oostzijde een bedrijfswoning. Binnen het gebied is het terrein met bestemming agrarisch in gebruik als blijvend grasland. Op het oostelijke perceel is enige begroeiing en een beukenhaag aanwezig die het perceel omzoomt. Daar is eveneens een klein stukje verharding geweest die in gebruik is als hobbyruimte. De groenbestemming aan de westzijde van het projectgebied is weliswaar groen, maar grotendeels als tuin van de bedrijfswoning in gebruik.

blad 7 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

2.2

Beoogde ontwikkeling Het voornemen betreft de ontwikkeling van een bedrijfshal met een oppervlakte van 2.921 vierkante meter ter plaatse van het bestaande agrarisch gebied. Om deze nieuwe bedrijfshal te ontsluiten wordt een inrit gemaakt die tussen de bedrijfswoning (Leemskuilen 24) en het bestaande naburige bedrijfspand (Leemskuilen 22a) aansluit op Leemskuilen. Voor de bouwstijl van de hal is aansluiting gezocht met de bestaande bebouwing. Om deze redenen liggen de volgende uitgangspunten ten grondslag aan het ontwerp voor de bouw: 1. De nieuw te realiseren bebouwing krijgt een bouwhoogte van maximaal van 8 meter. 2. Qua materialisatie wordt gewerkt met een metaalbouwsysteem. Dit bestaat van binnen naar buiten uit een geperforeerde binnendoos, isolatie en metalen gevelbeplating met aan de onderkant een antracieten betonplint. 3. De ramen worden, vanwege het zicht op woningen aan de zuidzijde, alleen aan de onderkant van de bouw geplaatst en in de sheddaken die naar het noorden wijzen. Het omliggende terrein wordt gedeeltelijk gebruikt voor parkeren en kleine logistieke bewegingen (logistiek is voorzien aan de noordzijde van de bestaande bouw op grote afstand van de woningen). Hiertoe wordt een verhard terrein aangelegd met daarop ruimte voor 33 parkeerplaatsen. De tuin van de bedrijfswoning wordt in omvang iets vergroot naar het noordoosten.

Ten zuiden van het gebied waarop bedrijfsactiviteiten worden toegestaan blijft een klein gedeelte als agrarisch terrein in gebruik. De zuidzijde van dit perceel met nu een agrarische bestemming wordt in de toekomstige situatie bestemd als groenstrook. Deze groenstrook wordt in overeenstemming met de Richtlijnen Inrichting Openbare Ruimte (RIOR) ingericht. In onderstaande tekening is het initiatief visueel geduid. In het ontwerp is zoveel mogelijk rekening gehouden met de opmerkingen van direct omwonenden, hier wordt nader op ingegaan in de Verslaglegging participatie (bijlage 7).

Figuur 2-2: plattegrond van de uitbreiding

blad 8 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

3.

Beleidskaders en programma’s

3.1

Rijksbeleid De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is door het Rijk opgesteld in het kader van de Omgevingswet. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de lange termijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en verandering energievoorziening. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het Rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Met de NOVI is de overgang naar een circulaire economie, waarbij Nederland tegelijk goed kan blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat kan bieden voorzien. Ter uitvoering van de in de NOVI gemaakte keuzes is een Uitvoeringsagenda opgesteld. Daarin staat hoe samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering zal moeten worden gegeven aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma's, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling. Daarnaast wordt gebiedsgericht gewerkt met Omgevingsagenda's en NOVI-gebieden.

3.2

Instructieregels Rijk De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur: het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving. In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Omgevingsbesluit Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage en financiële bepalingen. Besluit activiteiten leefomgeving Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat, samen met het Besluit bouwwerken leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers, bedrijven en overheden zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt het besluit voor welke van deze activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Dit besluit bevat regels om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen, zwemmers en cultureel erfgoed te beschermen.

De regels ter bescherming van het spoor en de zwemmers worden met het Invoeringsbesluit Omgevingswet ingevoegd. Besluit bouwwerken leefomgeving Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat, samen met het Besluit activiteiten leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Dit besluit bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden.

blad 9 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat ter bescherming van de nationale belangen instructieregels, waaronder : • waarborgen van veiligheid; • beschermen van waterbelangen; • beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; • beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; • het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; • het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; In hoofdstuk 4 van deze motivering worden de aspecten van de fysieke leefomgeving behandeld. Voor zover de instructieregels relevant zijn voor de voorliggende ontwikkeling, worden deze regels in hoofdstuk 4 bij het betreffende aspect behandeld.

3.2.1

Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor plannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op grond van Artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking betrekking op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Hierbij wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling en, indien de ontwikkeling buiten het stedelijk gebied is voorzien, de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied in die behoefte te kunnen voorzien. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Deze instructieregel geldt ook voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Dit regelt artikel 8.0b Bkl. Deze instructieregel geldt niet voor de omgevingsvisie. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan voor een stedelijke ontwikkeling. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921).

Bij woningbouw is vanaf 12 woningen (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953) sprake van een stedelijke ontwikkeling, bij winkels, bedrijfsgebouwen uitbreidingen boven 400 m², en bij kantoorruimten vanaf 540 m²,die ladderplichtig is. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Dit is in dit geval aan de orde, waardoor de Laddertoets onderdeel is van deze motivering. Relevantie initiatief Met deze ontwikkeling wordt de bouw een bedrijfshal mogelijk gemaakt. Deze bedrijfshal zal een BVO hebben van meer dan 500m², waardoor een toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking benodigd is. Daarnaast volgt uit de jurisprudentie van de Afdeling dat de geldende bestemming relevant is. Geldt er een agrarische bestemming die de ontwikkeling ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca niet mogelijk maakt dan is er géén sprake is van bestaand stedelijk gebied, zie uitspraak: ECLI:NL:RVS:2015:1340. Ook dit is aan de orde op de locatie. In de gehele gemeente Bergeijk is op dit moment geen uitgeefbaar oppervlak aanwezig. Verder geldt dat de onderhavige locatie ligt in ‘stedelijk gebied’ als door de provincie Noord-Brabant aangeduid.

Dit betekent (ondanks de eerdere kanttekening over bestaand stedelijk gebied in relatie tot de agrarische bestemming) dat deze locatie geschikt is om als onderdeel van nieuw stedelijk gebied te ontwikkelen. Hierbij geldt dat de huidige agrarische bestemming in ruimtelijk opzicht uiterst ondergeschikt is aan de bestaande stedelijke omgeving, waardoor in ruimtelijk opzicht al nagenoeg sprake is van stedelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat dit project in lijn met de Ladder voor duurzame verstedelijking ontwikkeld wordt. blad 10 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Brabantse Omgevingsvisie De Provinciale Staten hebben de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Met deze Omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De visie zal komende jaren nader worden uitgewerkt in diverse programma's. De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de opgave van een concurrerende, duurzame economie. Middels de beoogde ontwikkeling wordt ruimte geboden aan een gezond bedrijf om te voorzien in haar uitbreidingsbehoefte. Met het plan wordt invulling gegeven aan beleidsdoelen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en duurzaamheid.

Gelet op bovenstaande wordt het onderhavige plan passend geacht binnen de in de Omgevingsvisie Noord-Brabant gestelde doelen.

3.3.2

Omgevingsverordening Noord-Brabant Inleiding Provinciale Staten kunnen bij omgevingsverordening regels stellen over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente (instructieregels). Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. In aansluiting op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Omgevingsverordening. De provinciale omgevingsverordening bevat direct werkende algemene regels en instructieregels voor het buitengebied. Soms bevatten de instructieregels afwegingscriteria en soms concrete voorwaarden. De instructieregels voor het omgevingsplan in hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant hebben tot doel dat de gemeenteraad (of in een voorkomend geval het college van burgemeester en wethouders) de inhoud van de regels betrekt bij de vaststelling van een omgevingsplan. De instructieregels richten zich op een evenwichtige toedeling van functies. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving. De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Relevant voor deze ontwikkeling zijn de instructieregels die in paragraaf 5.1.2.

(basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies) en artikel 5.55 (duurzame stedelijke ontwikkeling) opgenomen zijn. De opgenomen gebiedsaanduidingen, voor zover relevant voor deze ontwikkeling, bevatten regels als hieronder opgenomen. Separate toetsing aan de gebiedsaanduidingen is dus niet aan de orde. Toetsing aan instructieregels paragraaf 5.1.2 Omgevingsverordening De volgende artikelen zijn in paragraaf 5.1.2 opgenomen: Artikel 5.7 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Een omgevingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Voor het realiseren van een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit wordt toepassing gegeven aan: zorgvuldig ruimtegebruik, de lagenbenadering en de meerwaardecreatie. Wat dit betekent is in de navolgende artikelen uitgewerkt. Artikel 5.8 Zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik houdt op grond van de verordening in dat: blad 11 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

a. b. c. d. e.

een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag; bij een ontwikkeling rekening wordt gehouden met de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtegebruik; bij stedelijke ontwikkeling toepassing wordt gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking, bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving; gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel ; en splitsing van een bestaand bouwperceel niet is toegestaan.

Op basis van de motivering ETFAL kan voldaan worden aan de hierboven genoemde voorwaarden. Hierbij geldt dat de ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied als bedoeld in de verordening, en tevens een laddertoets uitgevoerd is (zie paragraaf 3.2.1). Op basis hiervan kan geconcludeerd worde dat sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in artikel 5.8 van de omgevingsverordening. Artikel 5.9 Toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering is een hulpmiddel voor het maken van een goede afweging over ontwikkelingen. De lagenbenadering omvat de effecten op: • de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige- en archeologische waarden; • de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; en • de bovenste laag, zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden , de omvang van de functie en de bebouwing , de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving. Hoewel niet expliciet getoetst langs de systematiek van de lagenbenadering, bevat deze motivering ETFAL alle onderdelen die aan de orde komen in de lagenbenadering.

Op basis van deze motivering kan gesteld worden dat voldaan wordt aan het toepassen van de lagenbenadering, en deze ontwikkeling voldoet aan dit basisprincipe voor een evenwichtige toedeling van functies. Artikel 5.10 Meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: • de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; • de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. • de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Met de ontwikkeling van de bedrijfshal van ADRA Metaalbewerking BV komt het bedrijventerrein Leemskuilen logischer vormgegeven. Deze ontwikkeling behelst het afmaken van de logische lijnen in het landschap. Hoewel het niet om een expliciete verbetering van de landschappelijke kwaliteit gaat, leidt het wel tot een logischer stedenbouwkundig geheel, waarmee sprake is van meerwaardecreatie (een evenwichtige benadering van economische, ecologische en sociale aspecten) als bedoeld in de omgevingsverordening. Conclusie Gelet op bovenstaande is de beoogde ontwikkeling in lijn met de omgevingsverordening.

Toetsing aan instructieregels artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling De volgende bepalingen onder artikel 5.55 zijn relevant voor deze ontwikkeling: Lid 1: Een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen, werken of voorzieningen , wijst daarvoor een locatie aan binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken ; en b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.

blad 12 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

In dit kader zijn regionale afspraken zoals ontsloten via de regionale ontwikkeldagen gemaakt. De gemeente Bergeijk is onderdeel van de Kempenregio die daaropvolgend concretere afspraken gemaakt heeft. In de recent vastgestelde Ontwikkelstrategie De Kempen wordt een vraag naar bedrijventerreinen naar 60 hectare bedrijventerrein geraamd tot 2040. Deze prognose is gebaseerd op de scenario’s van het Economisch Instituut voor de Bouw. Deze ontwikkeling past binnen die regionale afspraken. Voorts zijn de provincie Noord-Brabant en waterschap De Dommel gevraagd in te stemmen met dit initiatief, waarna deze ketenpartners ingestemd hebben met het initiatief. Lid 2: Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen als: a. een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd, met aandacht voor een natuurinclusieve inrichting en een veilige en gezonde leefomgeving; b. toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang of infiltratie van water; e. de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut; en f.

wordt bijgedragen aan een circulaire economie door invulling te geven aan de toepassing van industrieel, demontabel bouwen en het gebruik van duurzame biobased materialen. Toetsing aan deze zaken is voorzien in deze motivering ETFAL. Op basis van de conclusie dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, kan eveneens geconcludeerd worden dat sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.55, lid 2. Het voornemen is dus in lijn met deze bepalingen. Lid 3: Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen op een bedrijventerrein , stelt het omgevingsplan regels over: a. een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; en b. het tegengaan van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, zoals: 1. bedrijfswoningen; 2. bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden, tenzij die bedrijven concept-versterkend werken en geclusterd worden; 3. voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden, tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden. Het omgevingsplan waarop een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt aangevraagd is in lijn met deze bepalingen. Over de bij de aard van het bedrijventerrein passende kavelomvang heeft het omgevingsplan voorwaraden gesteld.

Deze worden getoetst in paragraaf 3.4 van deze motivering. De genoemde beperkende ontwikkelingen worden niet voorzien in dit voornemen. Om deze reden kan geconcludeerd worden dat het voornemen in lijn is met zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in artikel 5.55, lid 3 van de omgevingsverordening. Conclusie De voorgenomen buitenplanse omgevingsplanactiviteit is in lijn met artikel 5.55 van de omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Bergeijk De Omgevingsvisie van de gemeente Bergeijk geeft aan wat belangrijk wordt gevonden in de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is alles wat we buiten zien en voelen: bijvoorbeeld hoe de gemeente eruitziet, wat de kwaliteit is van de lucht en welke bedrijven er zijn. De Omgevingsvisie gaat in op ambities, beleid en de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, wonen en werken en cultureel erfgoed. In de Omgevingsvisie zijn voor de gemeente de richting en ambities bepaald. De uitvoering hiervan strekt zich uit van korte naar lange termijn, afhankelijk van het opstellen van concrete plannen, blad 13 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

maatregelen en financiering. Het initiatief ligt daarbij zeker niet altijd bij de gemeente. De Omgevingsvisie biedt een handvat voor vernieuwing en initiatieven vanuit de samenleving en nodigt hier nadrukkelijk toe uit. Het besluitgebied is gelegen op bedrijventerrein ‘Leemskuilen’. In de Omgevingsvisie is een visie opgenomen voor de bedrijventerrein binnen de gemeente: “We streven ernaar onze bedrijventerreinen vitaal te houden, van hoge ruimtelijke kwaliteit en passend bij de vraag en schaal van de dorpen. In de Kempische bedrijventerreinenafspraken 2020 zijn daarvoor 4 actielijnen opgenomen: 1. Borging en bevordering van de toekomstige kwaliteit en aantrekkelijkheid van bedrijventerreinen 2. Realiseren van toekomstig aanbod (grote en kleine kavels) 3. Verduurzaming en vergroening van bedrijfspanden en bedrijventerreinen 4. Samenwerking tussen gemeenten en ondernemers” Deze visie betreft een uitwerking van hetgeen vastgelegd is in de kempische bedrijventerreinenafspraken 2020 tussen de gemeenten Eersel, Bladel, Reusel-De Mierden en Bergeijk. De gemeente geeft in haar visie aan de bedrijven binnen de gemeente erg honkvast zijn. De gemeente vindt het dan ook belangrijk om lokaal in uitbreidingsruimte te voorzien.

Nieuwe uitbreidingen liggen dan voor de hand, maar ook het creëren van schuifruimte door verplaatsingen van grote bedrijven kan ruimte vrijspelen voor lokale (kleine) bedrijvigheid. De gemeente krijgt verschillende vragen over de huidige grens van maximaal 5.000 m² voor bedrijfskavels en geeft daarbij aan ruimte te willen bieden aan reeds bestaande bedrijven die vanwege schaalvergroting of groei van hun bedrijf behoefte hebben aan lokale ruimte voor hun bedrijvigheid. Ze willen in dat soort gevallen minder strikt vasthouden aan de 5.000 m²-grens. Dit is voor ADRA Metaalbewerking aan de orde. Hier worden wel voorwaarden aan verbonden. In de paragraaf ‘waar willen we dat?’ van de Omgevingsvisie geeft de gemeente aan dat uitbreidingen in Westerhoven (naast Bergeijk en Luyksgestel) voorstelbaar zijn. In het vigerend omgevingsplan is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen waarbij het, onder strikte voorwaarden, mogelijk is om een bouwperceel groter dan 5.000 m2 toe te staan. Deze toetsing is opgenomen in de hiernavolgende paragraaf. Conclusie De beoogde ontwikkeling pas gelet op bovenstaande binnen het beleid van de Omgevingsvisie.

3.4.2

Omgevingsplan Bergeijk Binnen de enkelbestemmingen ‘agrarisch’ en ‘groen’ zijn geen mogelijkheden voorzien voor de bouw van een bedrijfshal. De voorgenomen activiteit past dus niet in het omgevingsplan van rechtswege. Middels deze aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt voorzien in het passend maken van het gebruik. Daarnaast past de ontwikkeling niet, omdat bij ontwikkeling de bedrijfsgrootte de maximale oppervlakte van een bouwperceel van 5.000m2 overschrijdt. In het bestemmingsplan ‘Westerhoven en De Kempervennen’, dat op 1 januari 2024 van rechtswege is overgegaan in het ‘Omgevingsplan gemeente Bergeijk’, is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het toestaan van grotere bouwpercelen. Het instrument ‘wijzigingsbevoegdheid’, met daaraan gekoppeld het wijzigingsplan, bestaat niet meer onder de Omgevingswet. Er kan echter wel uitvoering gegeven worden aan beleid dat is vastgelegd in de wijzigingsbevoegdheden onder de Wro middels de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een BOPA, waarbij getoetst wordt aan de wijzigingsbevoegdheden onder de Wro. Navolgend is de wijzigingsbevoegdheid voor grotere bouwpercelen uit het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Bergeijk 2015’ opgenomen en wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de voorwaarden.

De genoemde voorwaarden zijn hieronder getoetst: Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het toestaan van bouwpercelen groter dan 5.000 m2 , waarbij de volgende voorwaarden gelden: a) De uitbreiding tot boven de 5.000 m² is noodzakelijk voor de continuïteit van het bedrijf. b) Het bedrijf draagt bij aan de lokale economie, door bijvoorbeeld een essentiële positie in een productieketen of door een belangrijke toevoeging aan de diversiteit van de lokale economie. blad 14 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

c) Het bedrijf is al minimaal 10 jaar gevestigd binnen de gemeente Bergeijk. d) Het aantal werknemers per 1.000 m² bedraagt meer dan 3. e) Voor bedrijven met een kavel groter dan 5.000 m² geldt dat er geen grote aaneengesloten gevels komen, maar wel een koppeling van hoofdmassa’s met ‘bijgebouwen’. Met dit concept ontstaat een gewenste geleding in de gevels van bedrijfsgebouwen, waardoor een minder massaal beeld ontstaat. De gebouwen krijgen hiermee de uitstraling van een ‘halfvrijstaand’ bedrijfsgebouw. Tevens is het gebouw hierdoor eenvoudig te splitsen in meerdere units, met als voorwaarde dat de kavelgrootte van elk onderdeel minder dan 5.000 m² bedraagt en waarbij alle onderdelen goed bereikbaar zijn. f) Er blijft voldoende ruimte bestaan voor parkeren, laden en lossen op eigen terrein. g) Het bedrijf blijft passen binnen de ter plaatse toegestane milieucategorieën. h) Er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen en belemmeringen voor derden. i) De toe te voegen gronden zijn al van een passende bedrijfsbestemming voorzien. j) De financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om door middel van zorgvuldig ruimtegebruik op het in gebruik zijnde perceel tegemoet te komen aan de ruimtebehoefte. k) Er zijn aantoonbare ruimtelijk‐economische belangen voor de lange termijn aanwezig die noodzaken tot uitbreiding of vestiging ter plaatse.

l) De financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om het bedrijf te verplaatsen naar of te vestigen op een bedrijventerrein in een nabijgelegen stedelijk concentratiegebied, een nabijgelegen regionaal bedrijventerrein of een ander bedrijventerrein in de gemeente. m) Er heeft regionale afstemming plaatsgevonden. Toetsing van de voorwaarden is hieronder opgenomen a) De uitbreiding tot boven de 5.000 m² is noodzakelijk voor de continuïteit van het bedrijf. ADRA is een bedrijf dat zich bevindt in een belangrijke groeimarkt, sterk door de regionale economie (in bredere Brainport context) gedreven. Om concurrend te blijven in deze markt is het niet alleen belangrijk om verder te specialiseren en “moderner” te worden, maar ook van belang om een voldoende robuuste bedrijfsvoering te hebben. Alleen dan kan een duurzame relatie opgebouwd worden met klanten die ook snel groeien. Het economisch model van ADRA is gericht op (1) langdurige relaties met een brede groep klanten (geen eenzijdige afhankelijkheid van ASML) en (2) kunnen blijven inspelen op vragen van die groep klanten. De bedrijven van de klanten groeien snel en besteden hun werk op zo min mogelijk adressen uit. Om in de pas te kunnen blijven lopen met het klantenbestand is uitbreiding noodzakelijk. Dat is in de geschiedenis van het bedrijf een constante geweest.

Nooit met enorme nieuwbouwprojecten, maar gematigde groei, passend bij een gestaag groeiend bedrijf. Met deze uitbreiding is dat uitgangspunt niet anders. b) Het bedrijf draagt bij aan de lokale economie, door bijvoorbeeld een essentiële positie in een pr oductieketen of door een belangrijke toevoeging aan de diversiteit van de lokale economie. ADRA Metaalbewerking telt in 2023 zo’n 40 vaste werknemers. Meer dan 75% van het personeelsbestand is woonachtig in Westerhoven. Daarnaast vervult ADRA voor jong Westerhovens talent een warm bad. Meer dan 15 jonge Westerhovenaren hebben een bijbaantje bij ADRA. Hier leren ze (naast het verspaningsvak) werken in een technische omgeving, basisvaardigheden als sleutelen “met de handen werken”. ADRA is hecht verbonden met het dorp: naast één van de belangrijke technische werkgevers ook een belangrijk sponsor: o.a. van alle sportverenigingen, carnavalsverenigingen (ADRA sponsort de helft van al het metaal op carnavalswagens), evenementen in het dorp etc. ADRA vervult een belangrijke positie in de lokale economie. Meerdere Bergeijkse bedrijven in dezelfde of aanverwante branches maken gebruik van de diensten van ADRA. Daarnaast besteedt ADRA grote hoeveelheden werk uit bij andere Bergeijkse bedrijven of koopt aanverwante diensten (nabehandeling van metaal, lassen, kantwerk etc.) in bij Bergeijkse bedrijven.

Daarnaast helpt ADRA meerdere jonge lokale ondernemers om voor zichzelf te beginnen. ADRA is voor een meerdere startende Bergeijkse ondernemers een belangrijke klant. c) Het bedrijf is al minimaal 10 jaar gevestigd binnen de gemeente Bergeijk. Het bedrijf is in 1994 opgericht op de huidige locatie, dus is al 29 jaar gevestigd in de gemeente Bergeijk. d) Het aantal werknemers per 1.000 m² bedraagt meer dan 3. Op het moment van schrijven (maart 2025) heeft ADRA 43 vaste werknemers en een vijftiental oproepkrachten (bijbaantjes). De uitbreiding leidt niet direct tot een grote groei van het personeelsbestand. Dit is ruim meer dan de 3 werknemers per 1.000m2, in zowel de huidige als toekomstige situatie.

blad 15 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

e)

Voor bedrijven met een kavel groter dan 5.000 m² geldt dat er geen grote aaneengesloten gevels komen, maar wel een koppeling van hoofdmassa’s met ‘bijgebouwen’. Met dit concept ontstaat een gewenste geleding in de gevels van bedrijfsgebouwen, waardoor een minder massaal beeld ontstaat. De gebouwen krijgen hiermee de uitstraling van een ‘halfvrijstaand’ bedrijfsgebouw. Tevens is het gebouw hierdoor eenvoudig te splitsen in meerdere units, met als voorwaarde dat de kavelgrootte van elk onderdeel minder dan 5.000 m² bedraagt en waarbij alle onderdelen goed bereikbaar zijn. Omdat situering op een binnenterrein plaatsvindt, met bestaande bedrijfsbebouwing aan de noord-, oost- en westzijde en (nieuw) robuust opgaand groen aan de zuidzijde, wordt de nieuwe bedrijfsbebouwing aan het oog onttrokken voor de omgeving. Daarom is in het ontwerp voorzien in een volume, dat door de eenvoudige vorm (‘doos’) optimaal en efficiënt bruikbaar is. Hierdoor kan het ruimtebeslag van de bebouwing zoveel mogelijk beperkt blijven wat bijdraagt aan zorgvuldig ruimtegebruik f) Er blijft voldoende ruimte bestaan voor parkeren, laden en lossen op eigen terrein Dit is onderdeel van de motivering ETFAL. Zie hiervoor paragraaf 4.3.2, waarin aangetoond wordt dat voor zowel parkeren als laden en lossen voldoende ruimte op eigen terrein is.

g) Het bedrijf blijft passen binnen de ter plaatse toegestane milieucategorieën. Op grond van het vigerend omgevingsplan is voor de bestaande werkplaats de enkelbestemming “bedrijventerrein – 4” van toepassing. Die enkelbestemming biedt mogelijkheden tot bedrijven in milieucategorie 3.2. In bijlage 1 bij het vigerend omgevingsplan is de bedrijfstak van ADRA opgenomen in milieucategorie 3.1 / 3.2 (afhankelijk van oppervlakte). De uitbreiding vraagt niet om een hogere milieucategorie. Het gaat om een uitbreiding van activiteiten die nu ook al uitgevoerd worden. h) Er zijn geen milieuhygiënische belemmeringen en belemmeringen voor derden. Op basis van de motivering ETFAL is gebleken dat er geen milieuhygiënische belemmeringen of belemmeringen voor derden ontstaan. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. i) De toe te voegen gronden zijn al van een passende bedrijfsbestemming voorzien. De toe te voegen gronden zijn nog niet van een passende bedrijfsbestemming voorzien. Daarom kan niet slechts gebruik gemaakt worden van de wijzigingsbevoegdheid en is deze aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit benodigd. Deze procedure voorziet in de passende bedrijfsbestemming. j)

De financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om door middel van zorgvuldig ruimtegebruik op het in gebruik zijnde perceel tegemoet te komen aan de ruimtebehoefte. De financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om door middel van zorgvuldig ruimtegebruik op het in gebruik zijnde perceel tegemoet te komen aan de ruimtebehoefte. De juridische en feitelijke mogelijkheden ontbreken: Het is voor de bedrijfsvoering (metaalbewerking, dus aanvoer van onbewerkt metaal en afvoer van bewerkt metaal; zware materialen) niet mogelijk om in meerlaagse bebouwing te werken en het is vanuit ruimtelijke optiek niet gewenst om meerlaagse bedrijfsbebouwing mogelijk te maken aan de rand van Westerhoven. k)

Er zijn aantoonbare ruimtelijk‐economische belangen voor de lange termijn aanwezig die noodzaken tot uitbreiding of vestiging ter plaatse.

Zie ad a. l)

De financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om het bedrijf te verplaatsen naar of te vestigen op een bedrijventerrein in een nabijgelegen stedelijk concentratiegebied, een nabijgelegen regionaal bedrijventerrein of een ander bedrijventerrein in de gemeente. Verplaatsing naar een regionaal bedrijventerrein is voor ADRA, gelet op de verbinding met de lokale Westerhovense economie, geen haalbare businesscase. Het meest dichtbij zijnde regionale bedrijventerrein is Hapert. Er is geen draagvlak binnen het personeelsbestand voor een verplaatsing naar een ander bedrijventerrein. m) Er heeft regionale afstemming plaatsgevonden. In het kader van het eerder ingediende principeverzoek en het daarop (niet causaal) volgende beleid omtrent het verruimen van bedrijfsgroottes boven de 5.000m2 heeft op initiatief van de gemeente Bergeijk regionale afstemming plaatsgevonden.

blad 16 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de genoemde voorwaarden voor vergroting van de bedrijfsgrootte boven de 5.000m2. Voor de voorwaarden waar nog niet aan voldaan wordt, geldt dat deze middels deze BOPA-procedure mogelijk gemaakt worden.

blad 17 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

4.

Omgevingsaspecten In dit hoofdstuk wordt beoordeeld of, ten aanzien van de relevante omgevingsaspecten, met de beoogde ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.1

M.e.r.-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage (mer) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. In het milieueffectrapport (MER) worden de effecten van een ontwikkeling voor alle relevante milieuaspecten systematisch in beeld gebracht. Tevens wordt nagegaan of er alternatieven of maatregelen zijn waarmee eventuele negatieve effecten kunnen worden verminderd of voorkomen. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. De verplichting een MER op te stellen is van kracht sinds 1 september 1987 en is verankerd in de Omgevingswet (en voorheen Wet Milieubeheer). Voor sommige plannen of projecten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een MER te laten maken. In het Omgevingsbesluit is opgenomen voor welke activiteiten de mer-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten kunnen hebben op het milieu. Beoordeling Voor de voorgenomen ontwikkeling is een mer-beoordeling uitgevoerd.

Deze mer-beoordeling is opgenomen als bijlage 1 bij deze motivering. Hieronder wordt ingegaan op de conclusie van de beoordeling. De beoogde ontwikkeling wordt in bijlage V van het Omgevingsbesluit aangemerkt als industrieterrein (categorie J10). Voor dit project geldt, op basis van kolom 2, geen mer-plicht. Op basis van kolom 3 geldt echter wel een merbeoordelingsplicht. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie die niet in of bij beschermde natuurgebieden ligt en het feit dat er geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten, maakt dat kan worden volstaan met een mer-beoordeling. Uit de opgestelde mer-beoordeling volgt dat er geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Conclusie Op basis van de aanmeldnotitie mer kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling van het besluitgebied niet leidt tot nadelige milieueffecten. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een mer-procedure of het opstellen van een MER.

4.2

Stedenbouwkundige kwaliteit Kader Naast veiligheid en gezondheid is 'een goede omgevingskwaliteit' opgenomen in de centrale doelstelling (artikel 1.3 Omgevingswet). Dit geeft aan dat bijvoorbeeld cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap belangrijk zijn. Het gaat daarbij om zowel de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden. Overheden moeten stedenbouwkundige kwaliteit meenemen bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties in het omgevingsplan (artikelen 2.4 en 4.2 Omgevingswet). Er gelden voor stedenbouwkundige kwaliteit slechts enkele instructieregels van de Rijksoverheid. Hierdoor heeft de gemeente de vrijheid om stedenbouwkundige kwaliteit zelf in te vullen. Daarbij kan ze gebruikmaken van wettelijke instrumenten, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan. De Gemeente Bergeijk heeft geen eisen in de omgevingsvisie vastgelegd die om een bepaalde stedenbouwkundige kwaliteit vragen. In aanvulling

blad 18 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

hierop is het gebied welstandsvrij verklaard als onderdeel van het bestaande bedrijventerrein (Welstandsnota 2016-2019). Beoordeling De ontwikkeling betreft het bouwen van een bedrijfshal. Vanuit stedenbouwkundig perspectief is relevant dat deze bouw past binnen het bestaande bedrijventerrein. De bouw leidt tot het ‘afmaken’ van de stedenbouwkundige lijn die vanuit oostelijke zijde richting Leemskuilen loopt. Hier komt bij dat de nieuwe bedrijfsbebouwing geen zicht krijgt vanuit openbaar gebied. Hierdoor worden er geen grote oppervlakken toegevoegd die het kleinschalige bedrijventerrein in opzet ‘massaler’ maken. Om het zicht vanuit de woningen aan Loveren goed te mitigeren gelden de volgende conclsuies: 1. Het zicht wordt in belangrijke mate ontnomen door ook de groenstrook in de richting oost-west af te maken. 2. Er zijn geen ramen op hoogte opgenomen. 3. De hoogte van de bebouwing sluit aan bij de hoogte van de bestaande bebouwing van Veco Industriële Lakspuiterij. Er ontstaat daardoor een rechtlijnig geheel van het bedrijventerrein. Conclusie Er zijn vanuit de stedenbouwkundige kwaliteit gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

4.3

Verkeer en parkeren Mobiliteit speelt op alle schaalniveaus (Rijk, provincie, regio en gemeente). Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat verschillende rijksinstructieregels voor de instandhouding van de rijksinfrastructuur (paragraaf 5.1.6.2, 5.1.7.4, 5.1.7.6 en afdeling 5,2 artikel 5.163). Mobiliteit is verder een aspect dat in de omgevingsvisies, de omgevingsverordening en het omgevingsplan meeweegt vanuit een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Bij een ontwikkeling dient daarom aangetoond te worden wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling en dient in beeld gebracht te worden of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s, fietsen en/of scooters.

4.3.1

Verkeer Kader Een nieuw bedrijfspand zal leiden tot meer en nieuwe voertuigstromen in het gebied. De verkeersgeneratie van een gebouw is het aantal motorvoertuigstromen dat per etmaal ontstaat door het bestaan van dat gebouw. In de Nota Parkeernormen Bergeijk zijn geen verkeersgeneratie opgenomen. Om deze reden is met behulp van de CROW-publicatie 381 het aantal motorvoertuigen per etmaal bepaald. Als uitgangspunt is aangehouden dat de ontwikkellocatie wordt gecategoriseerd als ‘niet stedelijk’ . Evenals bij de parkeernormen is de gemiddelde waarde aangehouden. Het weergegeven getal geeft het gemiddelde aantal motorvoertuigbewegingen per weekdag weer. Voor de ligging van het projectgebied wordt buitengebied aangehouden. Tabel 4‐1 Kencijfers CROW publicatie verkeersgeneratie

Programma

Kencijfers verkeersgeneratie CROW mvt/etm week 10 per 100 m2

Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (werkplaats)

Kencijfers verkeersgeneratie CROW mvt/etm werkdag 13,3 per 100 m2

Beoordeling Het programma bedraagt in totaal 2.921m2 bedrijfsruimte. Er is geen ruimte voorzien voor kantoren of andere ruimte. Hieronder de tabel met de gemiddelde verkeersgeneratie. Tabel 4‐2 Mvt/etm per weekdag en werkdag

Programma

Aantal m2

Per

Bedrijfsruimte

2.921

100 m2

Aantal mvt/etm weekdag 292

Aantal mvt/etm werkdag 389 blad 19 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

Totaal

1.797

2.391

Het nieuwe plan leidt tot een gemiddelde aantal motorvoertuigbewegingen per weekdag van 292 en per werkdag van 389. Het verkeer zal hoofdzakelijk via de Leemskuilen, Provincialeweg en N397 richting het hoofdwegennet rijden, overeenkomstig met de wijze waarop dit in de huidige situatie plaatsvindt. Daarmee vindt ontsluiting van het projectgebied plaats via bestaande doorgaande wegen. Van de voornoemde doorgaande wegen kan worden aangenomen dat deze over voldoende capaciteit beschikken om het verkeer veilig af te wikkelen. Hierbij dient aangetekend te worden dat de nieuwbouw van ADRA Metaalbewerking naar verwachting een significante lagere verkeersgeneratie veroorzaakt. Het mobiliteitsprofiel van het bedrijf is sterk fietsgeoriënteerd. Meer dan 50% van de huidige werknemers komt per fiets naar werk. Ook voor het afwikkelen van fietsverkeersstromen biedt het netwerk meer dan voldoende capaciteit. Conclusie Er zijn vanuit de verkeer gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

4.3.2

Parkeren Kader Iedere ruimtelijke functie zoals wonen, werken en winkelen trekt een bepaalde hoeveelheid autoverkeer aan en vraagt daarmee ook om een bepaalde parkeerbehoefte. Een parkeernorm is een getal dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen voor een dergelijke functie nodig zijn per eenheid of oppervlakte. De parkeernormen die we in deze nota voorstellen, bieden houvast bij het bepalen van de benodigde aantal parkeerplaatsen (de parkeereis) bij woningen, kantoren, winkels, etc. Het aantal aan te leggen plaatsen is afhankelijk van de grootte van de voorziening en de parkeernorm die bij die ontwikkeling hoort. Het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeren Bergeijk 2018’ is van rechtswege opgenomen in het ‘Omgevingsplan gemeente Bergeijk’. In dit plan is bepaald dat het gemeentelijk parkeerbeleid ‘Nota Parkeernormen 2017’ gehanteerd dient te worden voor het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen. In de ‘Nota Parkeernormen 2017’ is bepaald dat de gemeente Bergeijk de parkeerkencijfers van het CROW voor het bepalen van de parkeereis bij ruimtelijke ontwikkelingen gebruikt. De parkeerkencijfers van het CROW maken onderscheid naar stedelijkheidsgraad. Deze is voor de gemeente Bergeijk “niet stedelijk”, op basis van de demografische kerncijfers van het CBS per gemeente. De gemeente Bergeijk gaat uit van een gemiddelde parkeernorm, aansluitend bij omliggende gemeenten.

In de ‘Nota Parkeernormen 2017’ zijn parkeernormen opgenomen voor de functie ‘werken’. De bedrijvigheid ter plaatse is voornamelijk voor fijnmetaal bedoeld. De bedrijvigheid kan gezien de werkzaamheden gezien worden als arbeidsextensief bedrijf. Voor dergelijke bedrijvigheid geldt een parkeernorm van 1,1 parkeerplaats per 100 m² bvo. Beoordeling De voornoemde parkeernorm geldt voor nieuwe bedrijfsgebouwen. Voor deze aanvraag geldt dat, vanwege de nieuwbouw van een bedrijfshal met 2.921m2 aan bedrijfsruimte, ruimte gemaakt moet worden voor nieuwe parkeerplaatsen. Op basis van de parkeernorm van 1,1 parkeerplaats per 100m 2 dienen voor deze nieuwbouw 32,13 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. In het ontwerp zijn om deze reden 33 parkeerplaatsen voorzien op eigen terrein. Het afwijkende mobiliteitsprofiel van ADRA Metaalbewerking (groter aandeel fietsers) geeft geen aanleiding om de parkeernorm van het CROW anders te interpreteren. Conclusie Er zijn vanuit parkeren gezien geen belemmeringen om de voorgenomen ontwikkeling op deze locatie toe te staan.

blad 20 van 36

Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit 15 mei 2025 ADRA Metaalbewerking BV

4.4

Bedrijven en milieuzonering Kader Voorheen werd vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een goede ruimtelijke ordening beoogd bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen. Deze goede ruimtelijke ordening is gericht op het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. In dat kader is een systematiek ontwikkeld die middels richtafstanden voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) op voorhand regelt om hinder en gevaar te voorkomen: De VNGbrochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. Deze milieuzonering dient twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; het bieden van voldoende ruimte en zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een nieuwe werkwijze geïntroduceerd, waarbij het werken met milieucategorieën voor bedrijven komt te vervallen en de regeling daarvoor wordt vervangen door direct milieuregels in het omgevingsplan op te nemen: 'Milieuzonering nieuwe stijl'. Ook onder deze nieuwe regeling blijven beide doelen die met milieuzonering worden nagestreefd gelden. Het toepassen van de ‘milieuzonering nieuwe stijl’ is echter vrijwillig. Er kan ook op een andere wijze getoetst worden aan de milieunormen. In een motivering bij een omgevingsvergunning van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit dient in ieder geval te worden onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan door voldoende afstand tussen de milieubelastende en de woonactiviteiten aan te houden. Wat voldoende is, hangt af van de aard en omvang van de milieubelastende activiteiten die op het bedrijventerrein zijn toegelaten. De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ biedt hierbij nog steeds een basis voor een indicatie voor de inpasbaarheid van de activiteit en kan nog steeds worden gebruikt. De VNG-brochure bevat specifieke regelingen voor "gemengde gebieden" en "gebieden met functiemenging".

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=aedbfb51-bacc-429b-8071-33ae1ecb645d