Bijlage 17 Bijlage Toelichting Vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie
Tekst van het document
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
Gemeente Bergeijk
Ruimtelijke ordening & Paardenhouderij Van Santvoort Advies B.V. Paterslaan 2a 5701 NZ Helmond 049 252 5552 www.vansantvoort.nl/advies
Colofon: Opgesteld door:
Van Santvoort Advies B.V. Berg 2-4 5671CC Nuenen
Plangebied:
Weerderdijk 5, Westerhoven
Kenmerk:
BCO100107
Datum:
9 februari 2023
Versie:
1
Pagina | 2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
Inhoud 1.
Algemeen .................................................................................................................................... 4
1.1
Inleiding ................................................................................................................................... 4
1.2
Plaats van de inrichting ............................................................................................................ 5
1.3
Voorgenomen activiteit ........................................................................................................... 6
1.4
Tijdslijn ..................................................................................................................................... 6
2.1
Doel van de activiteit ............................................................................................................... 7
2.2
Omvang van de activiteit ......................................................................................................... 7
2.3
Problemen bij niet uitvoering van het plan.............................................................................. 7
2.4
Milieugevolgen ........................................................................................................................ 7
2.5
Alternatieven ........................................................................................................................... 7
3.1
Huisvesting dieraantallen bestaande situatie .......................................................................... 8
3.2
Huisvesting dieraantallen aangevraagde situatie .................................................................... 8
3.3
Grondstoffen ........................................................................................................................... 8
3.4
Eind- en nevenproducten ........................................................................................................ 8
3.5
Afvalproducten ........................................................................................................................ 8
4.1
Bodem...................................................................................................................................... 9
4.2
Geluid....................................................................................................................................... 9
4.3
Luchtkwaliteit .......................................................................................................................... 9
4.4
Geur ....................................................................................................................................... 10
4.5
Externe veiligheid .................................................................................................................. 11
4.6
Waterhuishouding ................................................................................................................. 11
4.7
Cultuurhistorie en Archeologie .............................................................................................. 13
4.8
Natuur.................................................................................................................................... 14
4.9
Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 17
2.
Motivering activiteit .................................................................................................................... 7
3.
Kenmerken van de activiteit ........................................................................................................ 8
4.
5.
Milieu- en omgevingsaspecten .................................................................................................... 9
Conclusie ................................................................................................................................... 20
Pagina | 3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
1. Algemeen 1.1 Inleiding Aan de Weerderdijk 5 te Westerhoven was tot voorheen een melkveehouderij gevestigd met bedrijfswoning, diverse bedrijfsgebouwen en voorzieningen. De bebouwing is nog aanwezig echter is de bedrijfsvoering inmiddels beëindigd. De locatie is op dit moment in eigendom van provincie Noord-Brabant. Het huidige bouwvlak bedraagt 1,22 ha en is gesitueerd op een perceel van circa 5 ha. Een gedeelte van dit perceel is aangewezen als Natuur Netwerk Brabant (NNB). Deze gronden zijn overgedragen aan het waterschap. Initiatiefnemer heeft het deel van het perceel dat buiten het NNB is gelegen aangekocht om hier een volwaardig paardenhouderij te realiseren. De gronden die zijn aangewezen als NNB maken wel onderdeel uit van het plangebied, omdat het bestaande bouwvlak van de voormalige melkveehouderij moet worden wegbestemd. Het waterschap zal op een later moment invulling aan het NNB op deze gronden. De bedrijfswoning met aanbouw heeft een oppervlakte van circa 110 m2. De dierverblijven en overige bedrijfsgebouwen hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 2.109 m2. Ze verkeren in zeer verouderde staat en zijn tevens asbesthoudend. De omliggende gronden worden gebruikt als weiland/ akkerbouw. De locatie beschikt over een melding Activiteitenbesluit voor het houden van 125 melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar en 57 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar.
Initiatiefnemer ziet mogelijkheden de vestigingen van zijn paardenhouderij samen te voegen op de Weerderdijk 5. Initiatiefnemer exploiteert namelijk een paardenhouderij waar springpaarden gefokt, afgericht, getraind en (internationaal) verhandeld worden. Op dit moment wordt deze paardenhouderij gerund vanuit diverse locaties wetende aan de Provincialeweg 9 te Westerhoven, Stokkelen 45 te Eersel en Voort te Riethoven. Initiatiefnemer zou graag de diverse locaties samenvoegen om de paardenhouderij vanuit één locatie te exploiteren en te professionaliseren. De gronden die vrijkomen aan de Provincialeweg 9 te Westerhoven zullen beschikbaar komen voor natuurontwikkeling in de omgeving. In de beoogde situatie wordt het bouwvlak ten behoeve van de paardenhouderij vergroot tot 1,5 ha en her gesitueerd, zodat deze volledig buiten het NNB komt te liggen. Er zullen 50 volwassen paarden en 20 paarden in opfok gehouden worden. Gezien het aantal paarden is het gewenst in ieder compartiment 3 was- en poetsplaatsen te voorzien zodat er voldoende ruimte is om de paarden klaar te maken voor training. In ieder compartiment is een zadelkamer gesitueerd, dicht bij de was- en poetsplaatsen om benodigd rijtuig netjes op te slaan. De stalcompartimenten worden gescheiden door een foyer en twee studio’s.
De studio’s worden voorzien in de vorm van Horse&Bed waarbij mensen met hun eigen paard op vakantie kunnen. Vanuit de foyer en studio’s is er zicht op de 25m x 60m binnenrijbaan. Daaraan grenzend bevindt zich de opslag van hooi, stro, voer etc. Ten noorden van het bedrijfsgebouw zal een buitenbak van 110 meter bij 40 meter met eb- en vloedsysteem gerealiseerd worden. Gezien het aantal paarden is deze afmeting noodzakelijk om voldoende ruimte te waarborgen bij het trainen van de paarden. Ten westen van het bedrijfsgebouw zijn een longeercirkel met een diameter van 18 meter, mestplaat, opslagloods (51,2 m x 15 m) met inpandige stapmolen (diameter 15 meter) en 16 parkeergelegenheden voorzien. Deze faciliteiten zijn nodig bij de training van de paarden en de exploitatie van de productiegerichte paardenhouderij. Aan de oostzijde van het bedrijfsgebouw zal de bestaande woning slechts verbouwd worden. Ten noorden van de bestaande woning zal een garage gerealiseerd worden. De bedrijfsbebouwing zal toegankelijk zijn via de inrit aan de Weerderdijk. De cultuurgronden in eigendom van initiatiefnemer zullen worden gebruikt voor de beweiding van de paarden. Dit betreft dus nadrukkelijk niet de NNB gronden in eigendom van het waterschap. Hier zullen geen bedrijfsactiviteiten meer plaatsvinden. Verder wordt het plangebied zorgvuldig landschappelijk ingepast.
Pagina | 4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
Om de realisatie van het initiatief planologisch vast te leggen dient het bestemmingsplan te worden gewijzigd. Aangezien het hier een activiteit betreft, voorkomend in kolom 1 van de D-lijst van het Besluit m.e.r., dient te worden beoordeeld of het plan MER-plichtig is. De drempelwaarde voor het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren ligt op 100 paarden en pony’s (categorie D.14). Het initiatief blijft hier met de realisatie van een paardenhouderij voor 50 volwassen paarden en 20 opfok paarden ver onder. Er geldt derhalve geen m.e.r.plicht. Wel dient er door het college van burgemeester en wethouders voorafgaand aan het besluit op het ontwerpbestemmingsplan een m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Hiervoor is deze vormvrije m.e.r.beoordeling opgesteld, op basis waarvan een besluit kan worden genomen.
1.2 Plaats van de inrichting Het plangebied is gelegen in het buitengebied van gemeente Bergeijk, ten westen van het dorp Westerhoven en ten zuidwesten van Valkenswaard. Het plangebied is plaatselijk bekend als Weerderdijk 5 te Westerhoven en is kadastraal bekend als gemeente Westerhoven, sectie D, nummers 774 en 143. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van circa 48.500 m2. Het is een agrarisch gebied en de omgeving is ‘groenrijk’ te noemen. Het plangebied wordt aan de noordzijde en westzijde begrensd door agrarische landerijen, aan de oostzijde door het eurocircuit Valkenswaard en aan de zuidzijde door Montana Snowcenter en Center Parcs De Kempervennen. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied, echter wel deels in de Natuur Netwerk Brabant. Het huidige bouwvlak is deels gelegen in het Natuurnetwerk Brabant. Dit is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Aan de Weerderdijk is het beheertype ‘nog om te vormen landbouwgrond’. Dit zijn gronden met een intensief agrarisch verleden die een natuurbestemming krijgen, bebouwing is hier niet wenselijk. Het bouwvlak wordt in de beoogde situatie als het ware gekanteld. In noordelijke richting wordt de grens van het NNB aangehouden en in de westelijke richting vormt het huidige zandpad de grens.
Het huidige bouwvlak is 1,22 ha groot en zal worden vergroot tot 1,5 ha. De gronden gelegen in de NNB zijn in eigendom van het waterschap. Hier zullen geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. De beoogde ontwikkelingen (vergroting van een bestaand bouwvlak) zullen naar verwachting beperkte effecten op kwalificerende habitats en het natuurnetwerk veroorzaken door de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan voor de locatie. Hiervoor zullen mitigerende maatregelen getroffen worden. Verderop in dit rapport is eveneens beoordeeld dat er geen effecten op kwalificerende soorten zijn te veronderstellen. Tevens zullen op de vrijkomende gronden van initiatiefnemer mogelijkheden gecreëerd worden voor natuurontwikkeling. Afbeelding 1 geeft een luchtfoto op de omgeving van het plangebied weer.
Afbeelding 1: Luchtfoto plangebied (Bron: Google maps)
Pagina | 5 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
1.3 Voorgenomen activiteit De voorgenomen activiteit bestaat uit de bouw van een bedrijfsgebouw, een loopstal, was- en poetsplaatsen, zadelkamers, een foyer, twee studio’s, een binnenrijbaan en opslag. Er zullen 50 volwassen paarden en 20 paarden in opfok gehouden worden. Daarnaast is het gewenst een garage, een buitenrijbaan, opslagloods en stapmolen te realiseren. De bestaande woning zal blijven staan en slechts verbouwd worden. De beoogde ontwikkeling stemt niet overeen met het huidige bestemmingsplan. In de huidige situatie is ter plaatse een vollegrondsteeltbedrijf en/of veehouderij toegestaan. Voor het toestaan van een (productiegerichte) paardenhouderij moet een aanduiding ‘paardenhouderij’ zijn opgenomen, wat op dit moment niet het geval is. Daarnaast moet voor de beoogde situatie het bouwvlak worden gewijzigd en vergroot. Het college heeft in haar principebesluit d.d. 30-09-2020 aangegeven medewerking te willen verlenen middels een partiële herziening. Het bestemmingsplan moet derhalve worden herzien op conform artikel 3.1 van de Wro. In navolgende afbeelding is de beoogde situatie opgenomen.
Afbeelding 2: Plattegrond beoogde situatie
1.4 Tijdslijn Zodra de procedure rondom de vormvrije m.e.r.-beoordeling is afgerond zal de bestemmingsplanwijziging worden opgestart. Na afronding van de bestemmingsplanprocedure zullen de benodigde omgevingsvergunningen bouwen milieu worden aangevraagd. Naar verwachting zal dit in de eerste helft van 2023 zijn.
Pagina | 6 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
2. Motivering activiteit 2.1 Doel van de activiteit Initiatiefnemers zijn voornemens een paardenhouderij te ontwikkelen aan de Weerderdijk 5 te Westerhoven. Initiatiefnemers hebben de locatie gekocht om de huidige paardenhouderij op een locatie te exploiteren, waar voorheen de paardenhouderij verdeeld was over diverse locaties. Om de paardenhouderij aan de Weerderdijk 5 te Westerhoven te ontwikkelen dient de aanduiding ‘paardenhouderij’ opgenomen te worden. Daarnaast is het vereist het bouwvlak te wijzigen en te vergroten. De uitbreiding is noodzakelijk om tot een doelmatig gebruik van het plangebied te komen. De vormverandering is noodzakelijk om het bouwvlak buiten het Natuur Netwerk Brabant te situeren.
2.2 Omvang van de activiteit Het beoogde bouwvlak heeft in de nieuwe situatie een grootte van 1,5 hectare. In het beoogde bouwvlak is een bedrijfsgebouw voorzien met paardenboxen, was- en poetsplaatsen, zadelkamers, een foyer, twee studio’s, een binnenrijbak en opslagruimtes. Daarnaast is er een buitenrijbak (4.400 m2) voorzien, een opslagloods met inpandige stapmolen met een diameter van 12 meter en een longeercirkel met een diameter van 18 meter. Het plan is reeds voorgelegd aan het college middels een principeverzoek. In haar principebesluit d.d. 30-09-2020 heeft het college aangegeven medewerking te willen verlenen middels een partiële herziening.
2.3 Problemen bij niet uitvoering van het plan Als het plan niet wordt uitgevoerd kunnen huidige bedrijfsactiviteiten niet uitgebreid/geclusterd worden en kunnen initiatiefnemers de huidige exploitatie niet voortzetten. De omvang en staat van het bedrijf is op dit moment niet toereikend om in de toekomst voortgezet te worden. De realisatie van de beoogde gebouwen maakt het mogelijk de paardenhouderij te professionaliseren. Daarbij maakt de binnenrijhal het mogelijk de paarden gedurende elk jaargetij en bij elke weersomstandigheid te trainen. De grote buitenbak dient, gezien het aantal paarden, aan een grote afmeting te voldoen om paarden op een veilige manier te trainen. De stapmolen is noodzakelijk om de paarden voldoende van beweging te garanderen hetgeen tegemoetkomt aan de gestelde welzijnsrichtlijnen omtrent de beweging van paarden. De opslag is noodzakelijk gezien daar op het terrein geen geschikte plaats voor is. Tenslotte dienen er groomverblijven aanwezig te zijn voor grooms en stagiaires die de dagelijkse zorg van de paarden op zich nemen en de paarden verzorgen wanneer initiatiefnemers niet aanwezig zijn.
2.4 Milieugevolgen De ontwikkeling brengt milieugevolgen teweeg. Op de huidige locatie is een melding Activiteitenbesluit afgegeven voor het houden van 125 melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar en 57 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar. Dit veebestand zal, middels intern salderen, worden vervangen door 50 paarden en 20 paarden in opfok. De resterende stikstof zal ten goede komen aan de natuur.
2.5 Alternatieven Als het plan niet wordt uitgevoerd is het voor de bestaande paardenhouderij niet mogelijk zijn bedrijfsactiviteiten voort te zetten. Indien de paardenhouderij dan stopt, ontstaat leegstand van de bestaande gebouwen op de locaties elders. Daarnaast zullen ook de bestaande bedrijfsgebouwen op de beoogde locatie leeg blijven staan. De verkoop van de mogelijk leegstaande bedrijfsgebouwen behoort ook niet tot de opties omdat de mogelijkheden voor het houden van paarden gering zijn en het voor initiatiefnemers, zeker in de huidige markt, financieel niet aantrekkelijk is ergens anders te vestigen.
Pagina | 7 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
3.
Kenmerken van de activiteit
In onderhavig hoofdstuk worden de milieugevolgen in beeld gebracht.
3.1 Huisvesting dieraantallen bestaande situatie Momenteel is er op de locatie een voormalige melkveehouderij aanwezig waar 125 melk- en kalfkoeien en 57 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar worden gehouden. Deze dieren werden gehouden in de bestaande bedrijfsgebouwen.
3.2 Huisvesting dieraantallen aangevraagde situatie In de beoogde situatie zullen de melk- en kalfkoeien en vrouwelijk jongvee vervangen worden door 50 paarden 20 opfok paarden. Deze dieren zullen gehuisvest worden in het bedrijfsgebouw dat centraal is gelegen op het beoogde bouwvlak en de loopstal. Binnen het bedrijfsgebouw zijn stallen, een loopstal, opslag, een binnenrijbaan, een foyer, twee studio’s, was- en poetsplaatsen en een foyer. Aan de westzijde van het bouwvlak is een stapmolen en opslagloods voorzien. Aan de oostzijde van het bouwvlak blijft de bedrijfswoning behouden. Er zal gebruik gemaakt worden van intern salderen. Het overschot aan stikstof zal ten goede komen aan de natuur.
3.3 Grondstoffen De aanvoer van grondstoffen binnen de beoogde bedrijfsvoering zal met name bestaan uit voer, water en elektriciteit. Omdat het aantal dieren afneemt en vervangen wordt door paarden, zullen de grondstoffen voer en water in omvang en samenstelling wijzigen. Het verbruik van elektriciteit zal stijgen door het gebruik van de binnenrijhal, opslagloods en studio’s. Energiebeperkende maatregelen worden binnen het bedrijf daar waar mogelijk toegepast. De huidige stand der techniek is hierbij het uitgangspunt.
3.4 Eind- en nevenproducten Het bedrijf is gericht op het fokken van paarden en daarbij het africhten, trainen en verkopen van paarden. Dit zijn de eindproducten. Paarden produceren vaste mest (nevenproduct). Vaste mest leent zich uitstekend voor de bemesting van landbouwgronden. Bij de afzet van deze mest wordt voldaan aan de regels van de Meststoffenwet en de Wet bodembescherming. De totale mestproductie zal wegens het afnemen van het aantal dieren. De vaste mest wordt opgeslagen in de vaste mestopslag welke beoogd is aan de noordzijde van de longeercirkel. De mest wordt wekelijks/2-wekelijks afgevoerd door middel van mestwagens naar een mestverwerker.
3.5 Afvalproducten Op de paardenhouderij aan de Weerderdijk 5 te Westerhoven worden verschillende afvalstoffen geproduceerd zoals bedrijfsafval (huishoudelijk), landbouwplastic, lege emballage van reinigingsmiddelen en diergeneesmiddelen. Omdat het aantal dieren afneemt, nemen de afvalstoffen ook af.
Pagina | 8 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
4. Milieu- en omgevingsaspecten De belangrijkste emissies die binnen de paardenhouderij aan de Weerderdijk 5 ontstaan zijn geluid, ammoniak, geur en emissie van fijnstof.
4.1 Bodem In het kader van voorliggende herziening wordt het bouwvlak Weerderdijk 5 uitgebreid. Alle aanwezige bedrijfsbebouwing, met uitzondering van de bedrijfswoning, zal gesloopt worden waarna nieuwe bedrijfsbebouwing wordt opgericht. De gronden die voorzien zijn voor de bedrijfsbebouwing zijn voorheen gebruikt als agrarische productiegrond en deels bouwvlak. Om de bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied inzichtelijk te maken zijn een verkennend bodemonderzoek, en een nader onderzoek naar asbest in de bodem uitgevoerd. Uit deze onderzoeken is gebleken dat de grond ter plaatse van 3 deellocaties maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PADK en/ of minerale olie bevat. Deze aangetoonde verontreinigingen zijn echte van dermate lichte van aard dat nader onderzoek niet is vereist. In het freatisch grondwater zijn eveneens licht verhoogde concentraties van zware metalen aangetoond. Ook deze verontreinigingen zijn van dermate lichte aard dat nader onderzoek niet is vereist. In het mengmonster dat is samengesteld uit grond ter plaatse van de zuidoostelijke zijde van de stal (drupzones) is een verhoogd gehalte aan asbest gemeten. Hiervoor is een nader asbest onderzoek gedaan. Uit de analyseresultaten van het onderzoeksrapport is gebleken dat er geen sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde met asbest.
Er is dus geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. Echter wordt wel de toetsingsnorm voor de respirabele fractie ter plaatse van enkele sleuven overschreden. Dit leidt tot onaanvaardbare humane risico’s vanwege de omvang van de respirabele fractie. Deze verontreiniging zal worden gesaneerd voordat er graaf- en sloopwerkzaamheden plaatsvinden. Daarnaast zullen er in de toekomst geen activiteiten plaatsvinden die mogelijk bodembedreigend zijn. Hierdoor hebben beoogde activiteiten geen negatief effect op de bodemkwaliteit.
4.2 Geluid De beoogde ontwikkeling aan de Weerderdijk 5 te Westerhoven heeft weinig effect op de omgeving qua geluid. De activiteiten van het bedrijf zullen wijzigen van melkveebedrijf naar paardenhouderij. Voor de volledigheid is de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ geraadpleegd. Voor zowel een melkveehouderij als een paardenhouderij geldt een richtafstand van 30 meter voor geluid. De geluidsbelasting van deze twee typen agrarische bedrijven op de omgeving zal dus nagenoeg gelijk blijven. Dit heeft er mee te maken dat de activiteiten en het tijdstip waarop deze plaatsvinden overeenkomstig is. Ook de verkeersaantrekkende werking zal niet of nauwelijks toenemen. De beoogde activiteiten zullen dus geen negatief effect hebben op de geluidsbelasting.
4.3 Luchtkwaliteit De regelgeving omtrent de luchtkwaliteit is opgenomen in de Wet milieubeheer (Wm). De belangrijkste aspecten t.a.v. de Europese luchtkwaliteitseisen zijn vernoemd in de ‘Wet luchtkwaliteit’. Deze wet maakt onderdeel uit van de Wm; hoofdstuk 5, titel 5.2. Rijk, provincies en gemeenten werken samen om de Europese eisen en doelstellingen voor het verbeteren van de luchtkwaliteit te realiseren. Overheidsinstanties zijn verplicht om bij (ruimtelijke) ingrepen en ontwikkelingen de mogelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit in beeld te brengen. Het opstellen en vaststellen van een bestemmingsplan behoort tot deze categorie, daarom is het noodzakelijk dat de eventuele gevolgen voor de luchtkwaliteit in beeld worden gebracht. Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden, bestuursorganen bepaalde bevoegdheden mogen uitoefenen. Wanneer bij de planvorming sprake is van één van de volgende punten vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering: ▪ Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ Een plan leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Pagina | 9 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
▪ ▪
Een plan draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; Een plan past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Het besluit ‘niet in betekenende mate bijdragen’ staat plannen toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende plan niet in betekenende mate is. De afkorting NIBM staat voor ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ aan de luchtverontreiniging. Hiermee worden ruimtelijke plannen of (te vergunnen) activiteiten bedoeld die slechts een zeer geringe bijdrage hebben aan de luchtverontreiniging. In deze gevallen is een toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit niet nodig. Belangrijk bij toetsing van NIBM is dat aannemelijk gemaakt moet worden, dat de 3% grens niet wordt overschreden (artikel 2 van het Besluit NIBM). Wanneer gesteld kan worden dat het aannemelijk is dat de grens niet wordt overschreden, dan is het plan NIBM. De regeling NIBM geeft categorieën aan van gevallen en getalsmatige grenzen waarbinnen een plan altijd NIBM is, ongeacht de bijdrage ervan op de concentraties. Voor dergelijke gevallen mag er zonder meer van worden uitgegaan dat de bijdrage van het plan NIBM is. In alle overige gevallen of combinaties van bovenstaande grenzen moet middels een berekening worden aangetoond of de bijdrage niet in betekenende mate is of dat de grenswaarden niet worden overschreden. Met de beoogde ontwikkeling wordt een voormalig agrarisch bedrijf gesloopt en wordt er een nieuw paardenbedrijf gerealiseerd.
Voor paarden zijn geen emissiefactoren voor wat betreft de uitstoot van fijnstof vastgesteld. Wel dient bepaalt te worden of de (eventuele) toename in het aantal verkeersbewegingen van en naar de inrichting invloed heeft op de luchtkwaliteit in de omgeving. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft hier in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil een specifieke rekentool voor ontwikkeld. Met die tool kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of de verkeersaantrekkende werking van een functie ‘Niet In Betekenende Mate’ bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. De verkeersaantrekkende werking van de beoogde bedrijfsopzet is beschreven in paragraaf 4.6. Hieruit blijkt volgens de CROW dat de weekdaggemiddelde verkeersgeneratie van de beoogde paardenhouderij 13,2 verkeersbewegingen bedraagt. Uit de berekening van de NIBM-tool (Afbeelding 3) blijkt dat bij een dagelijkse toename van 13,2 verkeersbewegingen van en naar de inrichting de bijdrage aan de fijnstofconcentratie nog NIBM is. De beoogde ontwikkeling heeft dus met zekerheid geen significant negatieve effecten op de luchtkwaliteit in de omgeving.
Afbeelding 3: Uitsnede NIBM Tool
Daarnaast voorziet het planvoornemen niet in activiteiten die bijdragen aan extra luchtverontreiniging. Het planvoornemen zal dus geen negatief effect hebben op de luchtkwaliteit.
4.4 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. De Wgv kent bescherming toe aan zogenaamde geurgevoelige objecten. Hierbij gaat het in algemeen om gebouwen bestemd voor wonen en verblijf, zoals woningen en bedrijfsgebouwen. Deze wet schrijft afstanden voor tussen een veehouderij en
Pagina | 10 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
geurgevoelige objecten die moeten worden gehanteerd bij de verlening van een omgevingsvergunning milieu aan een agrarisch bedrijf waar vee wordt gehouden. Beoogde ontwikkeling voorziet in de oprichting van een nieuwe paardenhouderij. Er is reeds een melkveehouderij toegestaan (juridisch-planologisch en milieukundig). Conform artikel 5 In de Wgv is voor zowel melkveehouderijen als paardenhouderijen (dieren waarvoor bij ministeriele regeling geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld) een minimale afstand voorgeschreven van 50 meter (binnen bebouwde kom) en 25 meter (buiten bebouwde kom) tussen de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object. De geluidsbelasting van deze twee typen agrarische bedrijven op de omgeving zal dus nagenoeg gelijk blijven. Bovendien neemt het aantal dieren binnen de inrichting af van 125 melkkoeien en 57 stuks jongvee naar 50 paarden en 20 paarden in opfok. Het initiatief zal hierdoor geen negatief effect hebben de geurbelasting naar de omgeving toe.
4.5 Externe veiligheid Het rijksbeleid voor externe veiligheid heeft tot doel het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving. Het gaat hierbij om situaties waarbij gevaarlijke stoffen en/of vliegtuigen nabij luchthavens betrokken zijn. Bij gevaarlijke stoffen moet men denken aan het vervoeren, transporteren, opslag, produceren etc. Bij externe veiligheid wordt het mogelijk risico in kaart gebracht wat derden lopen bij een eventuele calamiteit. Het gaat hierbij om ‘slachtoffers van buiten de poort’. Mensen die niets met een activiteit van gevaarlijke stoffen en/of vliegtuigen te maken hebben, maar hier wel de dupe van worden bij een ramp. Bij externe veiligheid wordt een onderscheid gemaakt in externe veiligheid voor inrichtingen, voor transport van gevaarlijke stoffen en voor luchthavens. Het externe veiligheidsbeleid stelt twee doelstellingen centraal: Plaatsgebonden risico (PR): De bescherming van personen die zich bevinden in de nabijheid van een risicobron tegen de kans op overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen of ten gevolge van een ongeval met een vliegtuig op of nabij een luchthaven; Groepsrisico (GR): De bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een dergelijke ramp met een groot aantal slachtoffers.
Het beleid ligt vast in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), besluit externe veiligheid transportleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Met het initiatief worden geen risicovolle objecten en/of risicovolle activiteiten aan het plangebied toegevoegd. Hierdoor zal er geen negatief effect voor omwonende en de omging ontstaan voor wat betreft externe veiligheid.
4.6 Waterhuishouding In de bestaande waterhuishoudkundige situatie wordt het afvalwater van huishoudelijke aard geloosd op het gemeentelijk riool net zoals het bedrijfsafvalwater. Het mest houdend afvalwater, afkomstig van het reinigen van de rundveestallen en veewagens wordt direct opgevangen in de drijfmestkelders hetgeen samen met de drijfmest uitgereden wordt over landbouwgronden in overeenstemming met het Besluit gebruik meststoffen. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel niet-verontreinig hemelwater geloosd wat afkomstig is van de dagen en erfverharding. Gemiddeld valt er jaarlijks 0,8 m 3 niet-verontreinigd hemelwater per m 2 verhard oppervlak. Door middel van afschot van daken en erfverharding wordt dit hemelwater geloosd op omliggende perceelsloten. Op dit moment vinden er geen bedrijfsactiviteiten op de locatie plaats. Het niet-verontreinigde hemelwater wordt dus zonder problemen geloosd op de omliggende perceelsloten. In de beoogde situatie worden de huidige bebouwing, met uitzondering van de bedrijfswoning, en perceelsverharding (+/- 3.710 m2) gesloopt en wordt er nieuwe bedrijfsbebouwing gerealiseerd (circa 9.790 m2). Het bedrijfsgebouw en de Bed & Breakfast kunnen mogelijk gebruik maken van de bestaande rioolaansluiting. Het hemelwater wat terecht komt op de erfverharding zal onder afschot afvloeien naar omliggende de gronden.
De eigen gronden beschikken over voldoende bergingscapaciteit om dit in de bodem te laten infiltreren. Het hemelwater wat terecht komt op de buitenrijbak wordt via het eb- en vloedsysteem opgevangen en gereguleerd. Het water wordt vastgehouden in natte periodes en vrijgegeven in droge periodes. Overig hemelwater zal afgekoppeld worden volgens de Keur.
Pagina | 11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
Door middel van de Keur van Waterschap de Dommel kan worden bepaald bij welke ontwikkelingen mitigerende maatregen getroffen moeten worden. Dit om versnelde afvoer van hemelwater op het watersysteem te voorkomen. Bij voorkeur wordt ervoor gezorgd dat het hemelwater alsnog kan infiltreren in de bodem, eventueel via mitigerende maatregelen zoals een retentievoorziening. Volgens De Keur is het nodig mitigerende maatregelen te voorzien wanneer het verhard oppervlak toeneemt met meer dan 500 m2, na inwerkingtreding van de Keur 2009 (01-04-2021). De grootte van de retentievoorziening moet in dat gevel worden berekend conform de rekenregel die in de nieuwe Algemene regels van de Keur van de waterschappen is geïntroduceerd. Deze rekenregel luidt als volgt: Benodigde compensatie (in m3) = toename verhard oppervlak (m2) x ‘gevoeligheidsfactor’ x 0,06 (m) Zoals eerder beschreven heeft de huidige bebouwing een oppervlakte van circa 3.819 m 2 en de beoogde bebouwing (inclusief buitenrijbak) een oppervlakte van circa 9.900 m2. Het hemelwater wat terecht komt op de erfverharding vloeit via afschot direct af naar omliggende gronden. Hier is dus geen sprake van een toename in verhard oppervlak met puntlozing. Het hemelwater wat terecht komt op de buitenrijbak wordt via het drainagesysteem opgevangen en gereguleerd.
Het water wordt vastgehouden in natte periodes en vrijgegeven in droge periodes. Deze hoeft dus ook niet meegenomen te worden in de berekening. In totaal dient er derhalve voor 5.500 m2 aan compenserende maatregelen getroffen te worden om het hemelwater op te vangen. De gevoeligheidsfactor is af te leiden uit de kaart welke bij de nieuwe Keur is toegevoegd. Hierbij is het grondgebied van het desbetreffende waterschap, in dit geval de Dommel, verdeeld in drie categorieën. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: ¼ (Laag), ½ (Gemiddeld) en 1 (Hoog). Navolgende afbeelding geeft de gevoeligheidsfactoren weer van het plangebied.
Afbeelding 4: Gevoeligheidsfactoren plangebied (Bron: Keur waterschap de Dommel)
Alle waarden in de formule invullend geeft de volgende benodigde compensatie: Benodigde compensatie (in m3) = 5.500 x 1 x 0,06 = 330 m3 Als compenserende maatregel zal een retentievoorziening worden gerealiseerd. Deze voorziening mag niet dieper worden afgegraven dan de gemiddelde hoogste grondwaterstand ter plaatse. De gemiddelde hoogste grondwaterstand is af te leiden uit de gedetailleerde grondwaterkaart van het beheersgebied van waterschap De Dommel. De retentievoorziening is beoogd aan de westzijde van het plangebied. Zoals uit Afbeelding 5 blijkt varieert de gemiddelde hoogste grondwaterstand aan de westzijde van het plangebied varieert tussen de 40 cm en de 80 cm.
Pagina | 12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
Afbeelding 5: Uitsnede bodematlas ‘gemiddelde hoogste waterstand’ (Bron: kaart Provincie Noord Brabant)
Om de benodigde oppervlakte te berekenen dient het aantal m 3 gedeeld te worden door de hoogste grondwaterstand. De hoogste grondwaterstand is circa 60 centimeter. Hieruit volgt een benodigde oppervlakte van 550 m2. Binnen het landschappelijk inpassingsplan is deze retentievoorziening opgenomen als vijver. Deze vijver heeft zeker ook nog de functie voor de voortplanting van diverse soorten amfibieën, wanneer deze in het voorjaar tot de zomer voldoende water bevat. Geconcludeerd kan worden dat het huidige watersysteem door de planuitvoering niet zal verslechteren. Middels een retentievoorziening worden negatieve effecten op het watersysteem voorkomen.
4.7 Cultuurhistorie en Archeologie De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. De rijksoverheid wil dat er in de monumentenzorg ook aandacht is voor de omgeving waarin het monument staat. Hierbij is het belangrijk dat er niet alleen aandacht voor het monument zelf is, maar ook voor de omgeving. De uitvoering hiervan is vastgelegd in de Momo (modernisering monumentenzorg). Belangrijkste punt uit de Momo voor onderhavig plan is dat er bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en monumenten in de directe nabijheid van het plangebied. Cultuurhistorie Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant wordt geconcludeerd dat er binnen het plangebied en in de directe omgeving geen zwaarwegende cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. De bestaande bebouwing heeft geen cultuurhistorische waarden. Enkele landschapsvormen over een groter gebied zijn aangewezen als cultuurhistorisch kenmerk. Het plan laat de landschappelijke karakteristiek in groter verband ongemoeid, waarmee aantasting van cultuurhistorische waarden is uitgesloten.
Archeologie Gemeenten hebben de wettelijke taak om verantwoord om te gaan met het archeologisch erfgoed (zorgplicht). De gemeente Bergeijk heeft hiervoor een beleidsplan opgesteld, dat is overgenomen in het bestemmingsplan 2 e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017. In hoofdlijnen komt het erop neer dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is in gebieden met een middelhoge en hoge verwachtingswaarde en in gebieden met archeologische resten. In het bestemmingsplan 2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017 is voor het zuidelijke deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’ opgenomen. Uit bijbehorende regels blijkt dat daar, zonder een vergunning met aanvullend onderzoek, geen gebouwen of bouwwerken mogen worden gerealiseerd met een diepte van meer dan 40 centimeter, bij een oppervlakte van meer dan 25.000 m2.
Pagina | 13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
In het bestemmingsplan 2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017 is voor het noordelijk deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5.1’ opgenomen. Uit bijbehorende regels blijkt dat daar, zonder een vergunning met aanvullend onderzoek, geen gebouwen of bouwwerken mogen worden gerealiseerd met een diepte van meer dan 30 centimeter, bij een oppervlakte van meer dan 2.500 m2. Beoogde bebouwing zal gerealiseerd worden op het zuidelijk deel van het plangebied. Hier is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’ van toepassing. Bovendien wordt de bebouwing gedeeltelijk gerealiseerd op de fundamenten van de bestaande gebouwen. De gronden zijn hier reeds verstoord door het doen van afgravingen en verrichten van bouwwerkzaamheden ten tijde van de realisatie van de bestaande bebouwing. Hieruit kan worden geconcludeerd dat (potentieel) aanwezige archeologische waarden niet onevenredig zullen worden geschaad. Conclusie in het kader van de archeologie en cultuurhistorie is dat het beoogde voornemen geen nadelige gevolgen zal hebben en een nader onderzoek niet noodzakelijk is.
4.8 Natuur Bij iedere ontwikkeling dienen de eventuele gevolgen ten aanzien van de natuurbescherming inzichtelijk gemaakt te worden. Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en Fauna wet (soortenbescherming) en de Boswet zijn opgegaan in deze nieuwe wet. De strekking van de wet blijft gelijk: de beschermde gebieden en soorten mogen niet aangetast worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Gebiedsbescherming In Nederland zijn 164 Natura 2000-gebieden aangewezen op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld vanaf een bepaalde referentiedatum. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning in het kader van de Wnb wordt aangevraagd. Er zijn verschillende factoren die kunnen leiden tot de verstoring van beschermde vogel- en habitattypen en soorten.
Vooral de storingsfactoren verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht spelen een belangrijke rol, omdat deze ook op grote afstand van een gebied voor effecten kunnen zorgen. Wanneer er vanuit een bedrijf stikstof neer slaat op een Natura 2000-gebied (hierna te noemen: stikstofdepositie) kan dit een negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. In de directe omgeving van het plangebied is een Natura-2000 gebied gelegen (Afbeelding 6): ▪ Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux afstand circa 150 meter.
Afbeelding 6: Natura-2000 gebieden - plangebied (Bron: https://www.natura2000.nl/gebieden/noord-brabant)
Dat er vanuit een bedrijf stikstof neerslaat op Natura 2000-gebieden hoeft niet automatisch te betekenen dat er een vergunning in het kader van de Wnb nodig is. Uit de uitspraak van de Raad van State van 20 januari 2021 blijkt dat bij intern salderen geen vergunningplicht in het kader van de Wnb geldt. Bij intern salderen leidt de wijziging of uitbreiding van een activiteit niet tot een toename in stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is de geldende natuurvergunning, of bij het ontbreken daarvan, de milieuvergunning Pagina | 14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
waarover het bedrijf beschikte vóórdat de Vogel- of Habitatrichtlijn van toepassing werd op betrokken natuurgebieden. Daarom kunnen significante gevolgen worden uitgesloten en is er geen natuurvergunning meer nodig. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft in een Kamerbrief van 22 februari 2021 aangegeven dat een AERIUS-berekening bepalend is om vast te stellen of bij een wijziging of uitbreiding van een activiteit sprake is van intern salderen. Wanneer middels het rekenprogramma AERIUS Calculator kan worden aangetoond dat er sprake is van intern salderen, is er voor de ontwikkeling in principe geen vergunning in het kader van de Wnb benodigd. Dit kan eventueel middels een volledige aanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming worden vastgelegd in een zogeheten 'positieve weigering'. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De wet maakte aanvankelijk een gedeeltelijke vrijstelling van de natuurvergunningplicht mogelijk voor een tijdelijke toename in stikstofemissie gedurende de bouw-, aanleg- en realisatiefase van een project. Op 2 november 2022 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in de zogeheten Porthos-zaak waaruit volgt dat deze bouwvrijstelling in strijd is met het Europees natuurbeschermingsrecht.
Het vervallen van de bouwvrijstelling leidt ertoe dat bij alle lopende en toekomstige vergunningsaanvragen eerst moet worden aangetoond dat er in de realisatiefase geen sprake is van stikstofdepositie, om aan te tonen dat er geen schade wordt aangericht aan de nabij gelegen Natura 2000gebieden. Op de referentiedatum van 10 juni 1994 beschikte het bedrijf aan de Weerderdijk al over een milieutoestemming d.d. 2-5-1990 voor het houden van 125 melkkoeien en 57 stuks jongvee. Dit staat gelijk aan een totale ammoniakemissie van 1.875,8 kg NH3 per jaar. In de beoogde situatie worden er maximaal 50 volwassen paarden en 20 paarden in opfok op het bedrijf gehouden. Deze dieren hebben gezamenlijk een ammoniakemissie van 292 kg NH3 per jaar. Op 23-12-2022 is er door Tauw een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming aangevraagd om aan te tonen dat er met de beoogde ontwikkeling geen sprake is van een toename in stikstofdepositie ten opzicht van de referentiesituatie (kenmerk: X). In de koopovereenkomst is opgenomen dat het overschot aan stikstof ten goede komt aan de natuur. De stikstofdepositie in de beoogde situatie is als maximum vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan.
Wet ammoniak en veehouderij Naast de Wet natuurbescherming stelt de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) regels voor het houden van landbouwhuisdieren in of in een zone van 250 meter rondom WAV-gebieden (zeer kwetsbaar gebied). Oprichting van een nieuwe veehouderijen is niet toegestaan en uitbreiding van het aantal landbouwhuisdieren binnen een inrichting is eveneens niet is toegestaan, wanneer bestaande dierverblijven binnen de 250 meter zone liggen. Op grond van artikel 7, eerste lid, onder c van de Wav, is uitbreiding van het aantal dierenverblijven voor paarden en schapen wel toegestaan. De beoogde ontwikkeling aan de Weerderdijk voorziet in de oprichting van dierverblijven in de zone van 250 meter rondom zeer kwetsbaar gebied. Aangezien binnen de inrichting uitsluitend paarden worden gehouden, is de uitzondering van toepassing en gelden er vanuit de Wav geen beperkingen voor de gewenste ontwikkeling van de bestaande paardenhouderij. Natuur Netwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is in 1990 geïntroduceerd als antwoord op de achteruitgang van de natuur en biodiversiteit in Nederland. Het is een netwerk van natuurgebieden waarmee biodiversiteit behouden en versterkt wordt. Planten en dieren kunnen zich van het ene naar het andere gebied verspreiden. Soorten raken hierdoor niet geïsoleerd en hebben dus minder kans op uitsterven.
De NNN bestaat uit: ▪ Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 nationale parken; ▪ Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; ▪ Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ▪ Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee. Het plangebied is, zoals in onderstaande afbeelding te zien, gelegen in het Natuur Netwerk Brabant. Doordat de beoogde bebouwing buiten de zone Natuur Netwerk Brabant is gelegen blijven de natuurlijke en ecologische waarden van deze gebieden gehandhaafd. Bovendien wordt het plangebied voorzien van een gebiedseigen landschappelijke inpassing en waterberging, waardoor deze waarden worden versterkt.
Pagina | 15 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
Afbeelding 7: Uitsnede kaart Instructieregels gemeenten natuur en stiltegebieden Iov plangebied
Soortenbescherming In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet mogen worden gedood, gevangen of verontrust en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming van beschermde flora- en fauna opgenomen. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes omschreven. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing en vrijstelling kan worden verleend. Er zijn drie beschermingsregimes, de soorten op basis van de Vogelrichtlijn, de soorten op basis van de Habitatrichtlijn en de andere soorten genoemd in de Wet natuurbescherming (hierna Wnb). Het plangebied is een agrarische bedrijfslocatie waar al enkele jaren een melkveehouderij gevestigd is. Ten dienste van de bedrijfsvoering zijn enkele gebouwen aanwezig. De omliggende gronden zijn in gebruik als weiland en bestaan zodoende uit grasland.
Het planvoornemen houdt onder andere in dat er gebouwen worden gesloopt. Dit heeft mogelijk een negatief effect op vaste rust- en verblijfsplaatsen van beschermde soorten. Natuurtoets In opdracht van provincie Noord-Brabant heeft Tauw onderzoek gedaan naar de consequenties van de Wet Natuurbescherming voor de sloop van de huidige bebouwing, exclusief de bedrijfswoning, en de bouw van een paardenfokkerij voor paarden in hogere sportsegment aan de Weerderdijk 5 te Westerhoven. De ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de bepalingen als opgenomen in de Wnb, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen worden verleend. Uit de natuurtoets komt naar voren dat voor de soortgroepen nader onderzoek nodig is: kleine marters/steenmarter, vogels en vleermuizen. Voor broedvogels gelden algemene regels. Vogels kunnen gedurende het gehele jaar tot broeden komen. Het aantasten van nesten met een broedgeval is een overtreding van de Wnb, hiervoor is een ontheffing nodig. Tijdens een broedvogelcontrole voorafgaand aan de werkzaamheden wordt gelet op deze nesten zodat maatregelen genomen kunnen worden waardoor het nest onaangetast blijft en de wet niet wordt overtreden. Het is daarom zaak om hier voorafgaand aan het werk rekening mee te houden. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode maart t/m augustus.
Een controle op nesten van broedende vogels is voorafgaand aan de werkzaamheden noodzakelijk om overtreding van de wet te voorkomen. Indien een broedgeval aanwezig is, dient een verstoringsvrije zone te worden aangehouden, waarbinnen gedurende de periode van broeden niet wordt gewerkt. De breedte van deze zone dient door een ter zake kundige te worden bepaald. Aangeraden wordt om niet tijdens het reguliere broedseizoen te starten met de beoogde ontwikkelingen. Als er wel in het broedseizoen gestart wordt met de beoogde ontwikkelingen dan is een broedvogelcontrole noodzakelijk Pagina | 16 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
voorafgaand aan de werkzaamheden. Indien voorgenoemde maatregelen worden uitgevoerd zijn negatieve effecten op broedvogels uitgesloten en is er geen ontheffing nodig. Nader soortgericht onderzoek Uit de nadere onderzoeken door Tauw blijkt dat de huismus, steenmarter, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis gebruik maken van het plangebied. Negatieve effecten op deze soorten kunnen tijdens de werkzaamheden niet worden voorkomen. Er is voor deze ontwikkeling dan ook een ontheffing nodig. Hiervoor wordt voorafgaand aan de werkzaamheden een mitigatieplan ingediend bij het bevoegd gezag. Hierin staan de algemene gegevens van de beoogde ontwikkeling, de uitgevoerde onderzoeken en resultaten, een alternatievenafweging, het wettelijk belang van de beoogde ontwikkeling en mitigerende en compenserende maatregelen. De mitigerende en compenserende maatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten op soorten en individuen zoveel als mogelijk te voorkomen.
4.9 Verkeer en parkeren In deze paragraaf zijn de aspecten ‘parkeren’ en ‘verkeer’ nader bekeken. Hierbij is gekeken naar de parkeernorm en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Daarnaast is ook gekeken naar de verkeersaantrekkende werking die bij de beoogde ontwikkeling zal plaatsvinden. Parkeren De parkeernorm wordt vastgesteld op basis van de parkeerbehoefte per functie en het eventueel gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen door verschillende functies. De parkeernorm geeft het totaal aantal parkeerplaatsen aan dat voor een ruimtelijk initiatief, plan of project aangelegd moet worden. In het geval van de bouw van tien of meer woningen wordt de parkeereis uitgesplitst naar bewoners- en bezoekersparkeerplaatsen. De gemeente Bergeijk heeft een eigen parkeerbeleid opgesteld. In de Nota Parkeernormen 2017 is het gemeentelijk beleid met betrekking tot parkeren uitgewerkt. De parkeernorm geeft het totaal aantal parkeerplaatsen aan dat voor een ruimtelijk initiatief, plan of project aangelegd moet worden. De parkeernorm wordt vastgesteld op basis van de parkeerbehoefte per functie in combinatie met de stedelijkheidsgraad van de omgeving. Voor de omgeving van het plangebied geldt de norm voor buitengebied. Voor een manege geeft de Nota Parkeernormen 2017 een parkeernorm van 0,4 per box. In de beoogde situatie worden 38 paardenboxen en een loopstal voor 12 paarden gerealiseerd.
De beoogde plannen omvatten de ontwikkeling van een bedrijfsmatige paardenhouderij en geen manege. De bezoekersaantallen voor een paardenhouderij zijn beduidend lager dan voor een manege. De verkeersaantrekkende werking van het bedrijf zal dus een stuk lager liggen dan de norm, omdat het bedrijf zich primair richt op het voortbrengen (fokken), africhten, trainen en verhandelen van paarden (productiegerichte paardenhouderij). Dit is wenselijk anders dan een manege waar paarden van derden gestald worden, die dagelijks hun paard komen verzorgen en/of berijden. Het grootste deel van de bedrijfsvoering is in handen van initiatiefnemer. Verder ontstaat er een parkeerbehoefte voor de bezoekers van het bed & breakfast en bezoekers van het bedrijf zoals dierenarts, hoefsmid, adviseurs e.d. De parkeerbehoefte van het bedrijf is in onderstaande tabel samengevat. Functie
Aantal binnen plangebied 1
Norm per stuk 2,3
Totaal
Opmerking
Bedrijfswoning
Indeling parkeerbeleid Koop, vrijstaand
2,3
Bewoners zijn tevens fulltime medewerkers paardenhouderij
Bed & Breakfast Bezoekers
-
2 3
1 1
2 3
Uitgegaan wordt van maximaal 3 bezoekers tegelijkertijd
Op het bedrijfsterrein wordt voorzien in 16 parkeerplaatsen. Daarnaast zal bij de bedrijfswoning voorzien worden in parkeerplaatsen voor de privévoertuigen. De tuin is hier nog nader in te richten.
Pagina | 17 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
Er kan geconcludeerd worden dat in het gehele plangebied voldoende ruimte is voor benodigde parkeervoorzieningen. Verkeer Het plangebied is gelegen aan de Weerderdijk, een geasfalteerde plattelandsweg in het buitengebied. De ontsluitingsroutes van de Weerderdijk lopen in zuidelijke richting naar de Kempervennendreef die aansluit op de Luikerwegen in noordelijke richting via de Weerderdijk en Loverensedijk welke uitmondt op de Provincialeweg. . Het initiatief voorziet in het houden van 70 paarden en de realisatie van een bed & breakfast. Gezien de oude woning zal blijven staan, zullen hier geen extra verkeersbewegingen optreden. Voor wat betreft een manege geldt er volgens de CROW uitgave ‘parkeerkencijfers naar parkeernormen’ een verkeersgeneratie van 4,0 verkeersbewegingen per bezette box. De beoogde plannen omvatten de ontwikkeling van een paardenhouderij en geen manege. De bezoekersaantallen voor een paardenhouderij zijn beduidend lager dan voor een manege, omdat een paardenhouderij geen verkeersaantrekkende functie heeft. Om de verkeersbewegingen van de paardenhouderij op een correcte manier inzichtelijk te maken wordt derhalve gebruik gemaakt van de Hippische monitor opgesteld door HAS Den Bosch en ervaringscijfers.
Ten behoeve van de bedrijfsvoering van de beoogde paardenhouderij vindt onderstaande verkeersgeneratie plaats: Aanvoer ruwvoer/hooi Als basisregel wordt door de hippische sector geadviseerd 1,5 kg hooi per 100 kilogram lichaamsgewicht te voeren. Een paard weegt gemiddeld 600 tot 700 kg. Dit wil zeggen dat een paard circa 10 kg hooi per dag nodig heeft. Op het bedrijf zijn 70 paarden aanwezig. Dit wil zeggen dat het bedrijf jaarlijks 255,5 ton hooi gebruikt. Op een vrachtwagen is ruimte voor 12 ton. Dit resulteert in 21,3 vrachten per jaar. Dit resulteert in 42,6 verkeersbewegingen per jaar en gemiddeld afgerond 3,6 verkeersbewegingen (zwaar verkeer) per maand. Aanvoer strooisel Per paard wordt circa 8 kg per dag strooisel gebruikt. Voor 70 paarden komt dat uit op 560 ton strooisel per jaar. Op een vrachtwagen is ruimte voor 10 ton. Dit resulteert in 56 vrachten per jaar. Dit resulteert in 112 verkeersbewegingen per jaar, wat uitkomt op gemiddeld 9,3 verkeersbewegingen (zwaar verkeer) per maand. Aanvoer krachtvoer Gemiddeld genomen verbruikt een paard circa 1.000 kg krachtvoer per jaar. Krachtvoer wordt circa één keer in de drie weken per vrachtwagen aangevoerd. Dit resulteert dus in 35 verkeersbewegingen per jaar en afgerond 3 verkeersbewegingen (zwaar verkeer) per maand. Afvoer mest Paardenmest wordt één keer in de twee weken per vrachtwagen afgevoerd.
Dit resulteert in 52 verkeersbewegingen per jaar en gemiddeld 4 verkeersbewegingen (zwaar verkeer) per maand. Hoefsmid Op de beoogde paardenhouderij zijn 70 paarden aanwezig welke door de hoefsmid behandeld dienen te worden. Volwassen paarden worden iedere 6 á 7 weken bekapt of beslagen door de hoefsmid. Hiervoor zal de hoefsmid circa 4 dagen aanwezig zijn op de locatie. Dit resulteert in 8 verkeersbewegingen per twee maanden en gemiddeld 4 verkeersbewegingen (licht verkeer) per maand. Diverse bezoekers Gemiddeld komen er verder nog twee overige erf betreders per week naar de locatie (adviseur, dierenarts, overige bezoekers, etc.). Dit resulteert in 4 verkeersbewegingen per week en gemiddeld 16 verkeersbewegingen (licht verkeer) per maand. Bedrijfswoning Voor de verkeersbewegingen van en naar de bedrijfswoning wordt aangesloten bij de geldende verkeersgeneratie uit de CROW-publicatie ‘van parkeerencijfers naar parkeernorm’. Voor een vrijstaande woning geldt een
Pagina | 18 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
verkeersgeneratie van 7,8 tot 8,6 per gemiddelde weekdag. Voor de berekening wordt uitgegaan van 8,2 verkeersbewegingen per gemiddelde weekdag. Dit resulteert in 246 verkeersbewegingen per maand. Bed & Breakfast Voor wat betreft de verkeersgeneratie van de Bed & Breakfast wordt aangesloten bij de categorie ‘3* Hotel’ in de CROW. Hiervoor wordt een verkeersgeneratie van gemiddeld 19,5 verkeersbewegingen per 10 kamers per dag. Voor twee kamers resulteert dit in gemiddeld 3,9 verkeersbewegingen per etmaal en 117 verkeersbewegingen per maand. Navolgende tabel geeft een samenvatting van de verkeersgeneratie van de beoogde situatie: Activiteit
Type vervoer
Aanvoer ruwvoer/hooi Aanvoer strooisel Aanvoer krachtvoer Afvoer mest Hoefsmid Diverse bezoekers Bedrijfswoning Bed & Breakfast
Zwaar verkeer Zwaar verkeer Zwaar verkeer Zwaar verkeer Licht verkeer Licht verkeer Licht verkeer Licht verkeer
Transportbewegingen (aantal per maand) 3,6 9,3 3 4 4 16 246 117
Totaal In totaal komt dit uit op 383 lichte verkeersbewegingen per maand (circa 12,8 per dag). Voor zwaar verkeer komt dit uit op 10,7 verkeersbewegingen per maand (circa 0,4 per dag). De Weerderdijk kan de verkeersbewegingen goed opvangen. De locatie beschikt over een brede inrit met daarachter voldoende manoeuvreer– en parkeerruimte, waardoor geen sprake zal zijn van obstructie op de openbare weg en de doorstroming niet in gevaar komt. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de verkeersafwikkeling afdoende is geregeld en er geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen.
Pagina | 19 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven
5.
Conclusie
Getoetst is of belangrijke nadelige milieugevolgen ten gevolge van het beoogde plan kunnen worden uitgesloten. Geconcludeerd wordt dat deze zijn uitgesloten. Het opstellen van een MER is niet noodzakelijk omdat: ▪ Het plan voldoet aan de op dit moment geldende wet- en regelgeving ten aanzien van milieuaspecten; ▪ Voorgenomen bedrijfsopzetten leveren geen significante gevolgen op voor de in de nabijheid van de inrichting gelegen bijzondere of beschermde gebieden; ▪ Er zijn geen negatieve effecten op de waterhuishouding en bodem.
Pagina | 20 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Weerderdijk 5, Westerhoven