CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 Toelichting gezondheidsaspecten

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel herstelbesluit Vlieterdijk 3413.641 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3

Wordt er gebruik gemaakt van compartimentering

Bij compartimentering voorkom je dat micro-

(scheiding leeftijdsgroepen en afdelingen), en

organismen verspreiden van de ene

Bij de vleeskuikens is er sprake van All-in-all-out. Hierdoor zijn er niet meerdere leeftijdscategorieën op het bedrijf aanwezig.

waarom wel/niet?

(leeftijds)groep dieren naar de andere groep.

4

Hoe zijn de punten voor mestafzuiging gesitueerd?

De punten voor mestafzuiging niet onder luchtinlaatplaatsen situeren om zo de overdracht van ziektekiemen van extern te beperken.

De afvoerpunten van de rundveemest zijn gesitueerd aan de buitenzijde van de melkveestal. Rundvee in stal 5 wordt op stro gehouden. De mest van het pluimvee wordt afgevoerd op het moment dat er geen pluimvee op het bedrijf aanwezig is. Hierdoor is overdracht van ziektekiemen tot een minimum beperkt.

5

Welke veterinaire adviezen zijn opgenomen?

Opnemen van veterinaire adviezen voor de

Regelmatig wordt met de dierenarts de gezondheidssituatie op het bedrijf geëvalueerd. Indien nodig worden de adviezen van de dierenarts opgevolgd om de dieren gezond te houden.

verbetering van interne en externe biosecurity. 6

Waarom is er sprake van gesloten of open

Het advies is om een (zo veel mogelijk) gesloten

bedrijfsvoering?

bedrijfsvoering te hanteren om insleep van microorganismen te verminderen.

Op het bedrijf worden vleeskuikens aangevoerd, die op het bedrijf blijven tot het moment dat ze worden afgevoerd om geslacht te worden. Doordat er tussentijds geen dieren worden aangevoerd, wordt de insleep van micro-organismen beperkt.

27 Maatregelen richten zich op preventie en beheersing van risico’s bij normale bedrijfsvoering. Uitbraken van dierziekten worde n via aparte protocollen/regelgeving afgehandeld. 28 Indien een BZV aanvraag is bijgevoegd laten de keuzemaatregelen in de maatlat Gezondheid zien welke maatregelen de ondernemer neemt om de risico’s op zoönosen te verkleinen. De GGD vraagt daarnaast om uitgebreidere informatie over o.a. diergezondheid en routing vrachtverkeer.

7

Routing Loopt de routing van vrachtverkeer met levende dieren en mesttransport buiten bebouwde komt?

8

Is het mogelijk om bij een uitbraak van zoönose wegen af te sluiten zodat diertransport en mesttransport buiten de bebouwde kom omgeleid wordt?

9

Door welke vegetatie en bebouwing wordt het bedrijf omringd?

Over het algemeen is het vrachtverkeer dat van en naar het bedrijf beweegt afkomstig uit Nederland. Gezien de ligging van het bedrijf zal het verkeer dan ook voornamelijk uit noordelijke richting komen. Routing waarbij de kommen van Luyksgestel, Weebosch en Bergeijk worden ontweken zijn, gelet op de infrastructuur, dan ook (bijna) niet mogelijk. Bij een uitbraak van zoönosen zal dier- en mesttransport zo geleid worden dat de bebouwde kommen in de omgeving ontweken worden.

De vegetatiedichtheid en bodemomstandigheden zijn In de beoogde situatie zal het bedrijf worden omgeven door een factoren die invloed hebben op de verspreiding van bossingel in het kader van landschappelijke inpassing van de projectlocatie. micro-organismen. Micro-organismen zullen zich in een bosrijke of vochtige omgeving minder makkelijk verspreiden dan in een droge of open omgeving. Daarom vraagt de GGD een beschrijving van deze lokale gebiedsomstandigheden.

Kwalitatieve beschrijving 10

Welk type zoönosen komt voor bij de diersoort op het bedrijf en welke extra maatregelen zijn gericht op de bestrijding van deze zoönosen?

Het is belangrijk om te weten welke zoönosen op het bedrijf kunnen voorkomen, voor de veehouder zelf, maar ook voor andere mensen die in de stallen komen. Bij inzicht in de relevante zoönosen krijgt men ook inzicht op welke wijze de zoönosen voorkomen kunnen worden en welke maatregelen men dus kan nemen.

De zoönosen die voor kunnen komen bij pluimvee zijn varianten van het vogelgriepvirus en het papegaaienvirus. Er is in Nederland nog nooit vogelgriep geconstateerd bij vleeskuikenhouderijen. Om besmetting van Salmonella te voorkomen wordt in de stallen bedrijfskleding gedragen en worden laarzen bij iedere stal ontsmet. Doordat de dieren in de stal uitkomen wordt het besmettingsgevaar op broederijen en tijdens transport ook verminderd. Daarnaast vindt er op het bedrijf ongediertebestrijding plaats om insleep van ziekten zo veel mogelijk te beperken.

Opleidingseisen eigenaar/personeel 11

Wat voor een opleidingsplan voor personeel (inclusief eigenaar) is op het bedrijf aanwezig? Zijn hierin de volgende punten opgenomen: zoönosen hygiënemaatregelen het houden van dieren herkenning dierziektes te nemen maatregelen In welke mate is er in het opleidingsplan aandacht voor periodieke bijscholing?

12

De ondernemer houdt zijn kennis op peil door regelmatig Om de kennis over zoönosen en bijeenkomsten bij te wonen en overleg te voeren met specialisten preventiemaatregelen actueel te houden is het van zoals vertegenwoordigers en dierenarts. belang dat de veehouder en eventuele medewerkers zich regelmatig laten bijscholen. Voor Campylobacter, ESBL-producerende bacteriën en HEV geldt dat deze aanwezig zijn in feces van besmette dieren. Feces kan op de huid van besmette dieren terechtkomen; via direct contact met deze oppervlakten kan besmetting optreden bij mensen. Goede persoonlijke hygiëne kan deze transmissieroute voorkomen (onder andere handen wassen, geen hand-mondcontact, handschoenen). Mondkapjes kunnen toegevoegde bescherming geven. In een studie onder Nederlandse varkenshouders blijkt echter dat gebruik en hergebruik van mondkapjes juist een risicofactor zijn voor dragerschap van EBSL- producerende E. coli (Zomer et al., 2014). Zorg voor goede protocollen indien gebruik gemaakt wordt van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Hygiëne

Met extra aandacht voor hygiëne wordt insleep, verspreiding en uitstoot van zoönosen beheerd. De andere aspecten van hygiëne zijn ook voor de werknemers belangrijk.

In welke mate is er een scheiding tussen het schone en niet-schone bedrijfsgedeelte?

De inrichting van een bedrijf is van belang voor uitstoot naar de buitenomgeving en kan ook de gezondheid van de dieren in belangrijke mate − positief of negatief beïnvloeden.

De scheiding tussen het schone en niet-schone bedrijfsgedeelte is gelegen op de rand van de stallen. Voordat iemand de stallen bezoekt moet bedrijfskleding worden gedragen en worden bij iedere stal de laarzen ontsmet.

13

Er is geen spoelplaats voor dieren aanwezig. De dieren worden inpandig geladen, zodat er geen vervuiling op het buitengebied plaatsvind.

Is er een spoelplaats aanwezig voor de dieren, en waarom wel/niet?

14

Er is op het bedrijf geen afzonderingsruimte aanwezig. Zieke dieren worden individueel behandeld, indien nodig worden die dieren in een hoek van de stal afgezonderd van de rest van de stal. Er is een strikte scheiding tussen de veehouderij en de huisdieren. De ondernemer draagt er zelf zorg voor dat andere dieren niet in de stal terecht kunnen komen.

Is er een aparte opvang beschikbaar voor zieke

Door zieke dieren in een aparte ruimte te plaatsen

dieren, en waarom wel/niet?

voorkomt men verdere verspreiding van de ziekte.

15

Hoe wordt verzekerd dat in het bedrijfsgedeelte geen andere (landbouw)huisdieren kunnen komen?

Bacteriën/ virussen kunnen worden verspreidt door huisdieren.

16

Welke maatregelen zijn getroffen om watervervuiling te voorkomen?

Het waterleidingsysteem blijkt te vaak ziektekiemen en resistente bacteriën te verspreiden. Dit heeft invloed op antibioticaresistentie en de ontwikkeling van zoönosen. In de praktijk worden veel (chemische) middelen ingezet om de microbiologische kwaliteit te verbeteren, maar dit heeft negatieve gevolgen voor de kwaliteit van het drinkwater.

Het waterleidingsysteem op het bedrijf wordt continu in de gaten gehouden. Er worden regelmatig monsters onderzocht om de kwaliteit van het drinkwater in de gaten te houden. Het drinkwatersysteem wordt na elke cyclus volledig gereinigd en ontsmet.

17

Welke bezoekers komen er in de stal?

Komen er bijvoorbeeld ook schoolklassen, worden er open dagen gehouden, is er sprake van een zichtstal etc.

18

Welke beschermingsmaatregelen worden

Ter preventie van overdracht van ziekteverwekkers

toegepast als bezoekers de stal ingaan?

naar dieren en vice versa.

De stallen worden uitsluitend betreden door bezoekers die noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering. Hierbij moet gedacht worden aan de eigenaar, medewerkers, dierenarts, afnemers, etc. Op het bedrijf is een hygiënesluis aanwezig zodat bezoekers zich kunnen wassen en bedrijfskleding kunnen aantrekken. De stallen zijn alleen toegankelijk na toestemming van de eigenaar.

19

Welke eisen zijn opgenomen voor de opslag van voermiddelen, ongediertebestrijdingsmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen en mest?

I.v.m. veiligheid is het van belang dat de middelen in een afgesloten ruimte staan. Is de mest afgedekt of wordt het meteen afgevoerd?

Het voer wordt opgeslagen in de daarvoor bestemde voersilo’s. Bestrijdings- en reinigingsmiddelen worden in een afgesloten kast bewaard. De pluimveemest wordt vanuit de stallen direct afgevoerd van het bedrijf. Rundveemest wordt opgeslagen in de drijfmestkelder en vaste mestopslag. Deze wordt afgevoerd conform het Activiteitenbesluit.

20

Wordt er een actief ongediertebestrijdingsbeleid gevoerd, en waarom wel/niet?

Ongedierte kan zorgen voor insleep en verspreiding van ziekteverwekkers. Het handhaven van strikte hygiëne op het bedrijf is

Voor bestrijding van ongedierte wordt een erkend bedrijf ingeschakeld.

van belang om insleep van zoönoseverwekkers tegen te gaan. Hierbij is ook plaagdierenbestrijding

van belang en mogelijk ook vliegenbestrijding. Dit laatste wordt vooral genoemd in verband met Campylobacter. Diergezondheid 21

Wordt het bedrijf begeleid door een vaste geborgde dierenarts (vermeld hierbij de naam van de dierenarts)?

Begeleiding van een vaste geborgde dierenarts geeft aan hoe vaak de gezondheid van de dieren op het bedrijf gecontroleerd wordt. Meer informatie over geborgde dierenartsen: http://www.geborgdedierenarts.nl/

De ondernemer werkt samen met een vaste dierenarts.

22

Hoe vaak vindt er bedrijfsbegeleiding door de dierenarts plaats?

Minimaal 1x maand bedrijfsbegeleiding door dierenarts.

Iedere 4 weken vindt er bedrijfsbegeleiding door de dierenarts plaats (2x per ronde).

23

Is er een bedrijfsgezondheid- en behandelplan op het bedrijf aanwezig, en wat houden deze in?

In het bedrijfsgezondheid- en bedrijfsbehandelplan staan de preventieve maatregelen die het bedrijf neemt t.a.v. dierziekten en welke medicijnen worden voorgeschreven.

In samenwerking met de dierenarts wordt een bedrijfsgezondheid- en behandelplan geschreven. Hierin wordt opgenomen welke medicijnen er op het gebruikt kunnen worden bij ziekte van een dier.

24

Welke maatregelen worden genomen om de verspreiding van zoönosen bij de aan- en afvoer van dieren te voorkomen? Is er een IKB-geregistreerde aan- en afvoer van dieren, en waarom wel/niet?

Zie IKB-eisen en IKB-rapportage.

Het bedrijf neemt deel aan IKB, zie de toelichting op de BZV in bijlage 5 van de toelichting op het bestemmingsplan.

Hoeveel volwassen dieren worden er gehouden 2 per m leefoppervlakte in de stal?

Als dieren dicht op elkaar zitten kan de

Hoe gaat men om met antibioticagebruik bij de dieren?

Om antibioticaresistentie te voorkomen is het belangrijk om zo min mogelijk antibiotica te gebruiken. De SDa (Stichting Diergeneesmiddelen

25

26

Een verwijzing naar een certificaat maakt niet altijd duidelijk welke maatregelen er daadwerkelijk, op het bedrijf, genomen worden. Beschrijf daarom expliciet de maatregelen die worden genomen en of de situatie in de aanvraag verandert.

infectiedruk hoger zijn.

De dieren worden gehouden conform het concept ‘Goed Nest Kip’, dit betekent dat er maximaal 15 vleeskuikens per m2 vloeroppervlak gehouden worden. Minimaal, conform bedrijfsgezondheid- en behandelplan aldus opgesteld in samenspraak met de dierenarts.

autoriteit) heeft streefwaarden per sector vastgesteld. Eventueel kan de dierdagdosering worden vermeld. 27

Wordt er deelgenomen aan GD keurmerk zoönosen, en waarom wel/niet?

Voor meer informatie over eisen en certificering: http://www.gddiergezondheid.nl/keurmerkzoonos en

28

Maatregelen specifiek voor gesloten stalsystemen Is toegang tot het schone bedrijfsdeel alleen mogelijk Bij een hygiënesluis is het duidelijk dat men zich moet omkleden, handen wassen en eventueel via een hygiënesluis, en waarom wel/niet? douchen voordat de bezoeker de stal betreedt.

Op het bedrijf is geen direct contact tussen bezoekers en de dieren. De bezoekers die in de stal komen (zoals dierenarts) hebben voldoende kennis om voorzorgsmaatregelen te nemen om besmetting van dier op mens te voorkomen. Daarnaast worden op het bedrijf diverse maatregelen getroffen, zoals bedrijfskleding, om overdracht van zoönosen te voorkomen. Er is geen hygiënesluis aanwezig in alle stallen. Hierdoor is er geen strikte scheiding tussen het schoon bedrijfsgedeelte en de rest van het bedrijf. Om dit te ondervangen is er bij iedere stal een voorziening aanwezig om de laarzen te ontsmetten.

29

Welke eisen zijn er gesteld aan de hygiënesluis en omkleedruimte?

Bijvoorbeeld een nieuwe overall/schoenen als je in ander compartiment/stal komt om niet de microorganismen mee te nemen van de ene plaats naar de andere, handen wassen, douchen.

In de hygiënesluis zijn een wastafel en bedrijfskleding aanwezig. Bezoekers die in de stal moeten zijn mogen enkel de stal betreden nadat zij zichzelf hebben gereinigd en bedrijfskleding is aangetrokken.

30

Is er op het bedrijf een vaste werkverdeling (bijvoorbeeld per dag één werknemer per compartiment), en waarom wel/niet?

I.v.m. verspreiding van micro-organismen via de werknemer/veehouder tussen de verschillende compartimenten of diergroepen.

De scheiding tussen het pluimvee en het rundvee is fysiek aanwezig doordat de dieren niet in dezelfde stal worden gehouden. Bovendien zijn/worden de vleeskuikenstallen dicht uitgevoerd en is er geen sprake van een uitloop voor de vleeskuikens waarmee de uitwisseling van virussen tussen de twee diersoorten zoveel mogelijk voorkomen wordt.

Met name de combinaties varkens en pluimvee, verwante soorten als rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten), en kleine herkauwers onderling, brengen risico’s m.b.t. zoönosen met zich mee. Hoewel de kans klein is, bestaat er voor aviaire influenza een kans op het ontstaan van een nieuw influenzavirus door vermenging van varkens- en

De scheiding tussen het pluimvee en het rundvee is fysiek aanwezig doordat de dieren niet in dezelfde stal worden gehouden. Bovendien zijn/worden de vleeskuikenstallen dicht uitgevoerd en is er geen sprake van een uitloop voor de vleeskuikens waarmee de uitwisseling van virussen tussen de twee diersoorten zoveel mogelijk voorkomen wordt.

31

Maatregelen specifiek voor gemengde bedrijven Hoe wordt op het bedrijf voorkomen dat microorganismen zich tussen de twee diersoorten kunnen uitwisselen?

aviaire-influenzavirussen wanneer grote aantallen pluimvee en varkens op één bedrijf gehuisvest worden. De kans bestaat dat een aviaireinfluenzavirus overdraagbaar wordt van mens op mens, wat een gevaar is voor de volksgezondheid (Maassen et al., 2012). Het is daarom verstandig deze dieren niet op hetzelfde bedrijf te houden. Maatregelen specifiek voor pluimveehouderijen 32

Hoe wordt het pluimvee gehuisvest? Binnenhuisvesting Buitenhuisvesting met overkapping Buitenhuisvesting met extra monitoring Buitenhuisvesting

33

Het gaat om een maatregel ter voorkoming op bewezen verhoogd risico op besmetting pluimvee via externe bronnen (trekvogels). Afhankelijk van de beoogde locatie en aantal omwonenden vindt hier afweging plaats tussen dierenwelzijn en gezondheid.

De stallen zijn/worden uitgevoerd zodat de vleeskuikens niet in contact kunnen komen met vogels. De dieren worden binnen gehouden.

Wordt de pluimveehouder (en medewerkers) jaarlijks gevaccineerd tegen influenza (griepspuit)? Maatregelen specifiek voor varkenshouderijen

34

n.v.t.

Wordt de varkenshouder (en medewerkers) jaarlijks gevaccineerd tegen influenza (griepspuit)? Maatregelen specifiek voor geitenhouderijen

35

Welke extra maatregelen neemt de geitenhouderij n.a.v. de opgestelde maatregelen na de Q-koorts epidemie?

Zie voor meer informatie: https://www.nvwa.nl/documenten/communicatie/al le- thema-s/folder/2016m/folder-q-koorts

n.v.t.

V.

Transport

Gezondheidseffecten Transportbewegingen van en naar het bedrijf kunnen een negatief effect hebben op de omgeving door middel van geluid, geur, het risico op ongevallen en de uitstoot van fijnstof. Het is hierbij belangrijk op welke tijden transport plaatsvindt (’s avonds of overdag), en de routing van vrachtverkeer (binnen of buiten bebouwde kom).

Transport (uit toetsingsinstrument) Maatregelen

Maatregelen gericht op de activiteit: Inventariseer of er knelpunten zijn voor de verkeersveiligheid bij het voorgenomen initiatief. Neem maatregelen door: Scheiding langzaam- en vrachtverkeer Type wegverharding sluit aan bij vrachtverkeer Ligging voet- en fietspaden en oversteekplaatsen Goede verlichting wegen Maximale toegestane snelheid Parkeerplaatsen op terrein zelf of aparte plaatsen aanwijzen waar opleggers met dieren tijdelijk kunnen staan.

Opnemen in eisen vergunningaanvraag: Toetsing of weging

Aanvullende informatie en toelichting door ondernemer

Toetsing bijvoorbeeld aan verkeers- en vervoersplan gemeente.

De locatie wordt ontsloten door de Vlieterdijk, welke voornamelijk in gebruik is door bestemmingsverkeer. Deze weg heeft voldoende capaciteit voor de afwikkeling van de beperkte toename in verkeersbewegingen. Op het perceel wordt voldoende erfverharding aangelegd om parkeer- en manoeuvreerruimte te creëren. Derhalve zullen er geen belemmeringen ontstaan voor de afwikkeling van personen- en goederenvervoer.

Maatregelen gericht op uitstoot: Inpandige laad- en/of afleverplaats (laad-, aflever- plaats zijn aan minimaal drie zijden en van bovenaf gesloten)

Weging

Het laden en lossen van de vleeskuikens gebeurd inpandig.

Maatregelen gericht op blootstelling: Tijdstip transportbewegingen: Regel de tijdstippen voor het laden en lossen bij aan- en afvoer van: Diervoeders Mest Dieren Kadaver

Toetsing

De meeste transportbewegingen voor het bedrijf vinden in de dagperiode plaats. Incidenteel komt het voor dat het vullen van de voersilo’s in de avond plaatsvind, dit is afhankelijk van de drukte bij de voerleverancier. Het laden van vleeskuikens vindt ’s nachts plaats. Bij daglicht zijn de dieren actiever en moeilijker te vangen. Door ’s nachts te laden blijven de dieren rustig en ontstaat geen stress bij de dieren. Alle andere activiteiten vinden in de dagperiode plaats.

Tankwagen (melk) Eieren Aanvoer grondstoffen

Niet vóór 7 uur in de ochtend en na 19 uur in de avond.

VI.

Landschappelijke inpassing

Gezondheidseffecten Landschappelijke inpassing heeft een directe relatie met gezondheid. Bomen en struiken hebben een positief effect op gezondheid door de invloed op geluid. Een groen uitzicht vermindert de hinder die lawaai kan opleveren hoewel het feitelijk geluidniveau niet word verlaagd door beplanting28. Daarnaast is de hoeveelheid groen in de woonomgeving van mensen positief geassocieerd met de ervaren gezondheid van bewoners, zowel in stedelijke en plattelandse woonomgeving. De positieve bijdrage van groen wordt veroorzaakt door het optreden van verkoeling en vermindering van hitte-stress (stedelijk). Ook kan de aanwezigheid van lokaal groen, de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de lucht kunnen verlagen, doordat de verontreinigingen op de vegetatie worden gedeponeerd of geabsorbeerd. Wees echter bedacht op bijkomende negatieve effecten, welke kunnen worden veroorzaakt door pollen en schimmelsporen afkomstig van bomen. Deze stoffen kunnen de gezondheid van allergische en/of astmatische personen negatief beïnvloeden.

28 Informatieblad Groen en Geluid GGD werkgroep groen en gezondheid, 2012

Landschappelijke inpassing (uit toetsingsinstrument)

Maatregelen

Opnemen in eisen van vergunning - aanvraag; toetsing of weging

Aanvullende informatie:

Invullen door ondernemer.

Alle maatregelen kunnen worden opgenomen in bestemmingsplan en/of milieuwetgeving. Welke criteria aan de maatregelen worden gegeven, staat beschreven in de Maatlat Duurzame Veehouderij.

Maatregelen gericht op uitstoot en verspreiding: Patronen

Kavelstructuur

Openheid: afstand tussen bouwblokken afstand bouwblok tot de weg Perceelsranden: Inzet van singels

Weging

Het bouwvlak heeft een omvang van 1,5 hectare. De afstand tot het dichtstbijzijnde andere bouwvlak is 15 meter, Vlieterdijk 29. Het bouwvlak is gelegen aan de openbare weg. De stallen worden op ca. 15 meter van de weg gerealiseerd.

Weging

Inzet van water, bijv. poelen, wadi’s en sloten Erfverharding: Percentage verharding Soorten erfverharding

Weging

Voor het bedrijf is een inpassingsplan gemaakt om het gehele bedrijf landschappelijk in te passen. Dit plan is terug te vinden in bijlage 3 van de toelichting van het bestemmingsplan. Het hemelwater wordt opgevangen in nabij gelegen sloten. Het water kan infiltreren in de bodem.

Erfbeplanting

Bebouwing algemeen

Weging

Woning losgekoppeld van bedrijfsbebouwing

Er wordt niet meer erfverharding aangelegd dan strikt noodzakelijk is. Door voldoende manouvreerruimte aan te leggen wordt voorkomen dat vrachtwagens achteruit het bedrijf moeten betreden.

Weging

Weging

Bij erfbeplanting dient bij keuze voor soorten ook een afweging gemaakt worden in effectiviteit voor gezondheid en ecologie.

In het inpassingplan is een lijst met planten opgenomen. Dit zijn allen streekeigen planten en bomen en passend in de omgeving. Door deze planten op te nemen in de erfbeplanting wordt geen afbreuk gedaan aan de ecologische waarden van de omgeving. De woning is los van de overige bebouwing gerealiseerd.

Bedrijfsbebouwing

Afstand tot de weg: Stallen Mestopslag Voeropslag Bebouwing haaks op de as van de weg Bouwhoogte Kleurgebruik

Woonbebouwing

Woonbebouwing qua positie ruim voor de bedrijfsbebouwing; Woonbebouwing heeft landelijk karakteristiek.

Weging

Toelichting gezondheidsaspecten – Vlieterdijk 34 te Luyksgestel

De stallen staan op een afstand van minimaal 15 meter van de weg, de Vlieterdijk. Voor de indeling van het bedrijf is gekozen om de stallen evenwijdig aan elkaar en haaks op de openbare weg te realiseren. De bouwhoogte wordt beperkt tot de minimale benodigde hoogte om de impact op de omgeving te beperken. De bouwhoogte van de nieuw te bouwen stal bedraagt 7,4 meter. Voor opslag van mengvoer zijn tussen de stallen enkele voersilo’s gerealiseerd.

De woning blijft in de huidige en de beoogde situatie hetzelfde. De woning is qua positie ruim van de bedrijfsbebouwing en heeft een landelijk karakter.

38

5. Handelingsperspectieven veehouderij en volksgezondheid Zoals reeds uiteengezet zijn uit het rapport van Erbrink (2016) formules afgeleid om de relatie tussen bronsterkte fijnstof en aan te houden afstand om te voldoen aan de adviesgrenswaarde van de Gezondheidsraad van 30 EU/m3 te kunnen berekenen. Voor vleeskuikens geldt de volgende vergelijking: Y = p1 * X^p2 p1 = 6,46065585 p2 = 0,49242746 X = PM10 emissie (kg/jaar) Y = afstand (m) De totale PM10 emissie van de pluimveetak van het bedrijf is 1.554.850 gr/j (24.800 vleeskuikens * 19,14 gr/dier/j + 43.500 vleeskuikens * 15,18 gr/dier/j + 38.168 vleeskuikens * 11,0 gr/dier/j). Dit maakt de relatie bronsterkte fijnstof en aan te houden afstand om te voldoen aan de adviesgrenswaarde van de Gezondheidsraad 279 meter. Binnen een straal van 241 meter om het bedrijf is één woning gelegen, Vlieterdijk 38. Deze woning behoort toe aan een veehouderij. De dichtstbijzijnde woonbestemmingen zijn gelegen op een afstand circa 920 meter ten opzichte van het bedrijf, te weten Vlieterdijk 30 en Achterste Aa 1. Ten opzichte van de uitgangssituatie is er sprake van een afname in de emissie van fijnstof afkomstig van de pluimveehouderij van in totaal 688.050 g/j. Hier was de relatie bronsterkte fijnstof en aan te houden afstand om te voldoen aan de adviesgrenswaarde van de Gezondheidsraad nog 289 meter.

Hierbinnen was ook de woning aan de Vlieterdijk 42 gelegen. Om dit verschil inzichtelijk te maken zijn op Afbeelding 1 de endotoxine contouren van de huidige en de beoogde situatie weergegeven. De endotoxinecontour in de huidige situatie is om het vigerende bouwvlak gelegd en de endotoxine contour in de beoogde situatie is om het beoogde bouwvlak gelegd. In een worst-case berekening dient namelijk uit te worden gegaan van de rand van het bouwvlak.

Afbeelding 1: Endotoxinegrens uitgangssituatie vs. beoogde situatie Toelichting gezondheidsaspecten – Vlieterdijk 34 te Luyksgestel

39

De gemeenten en de provincie willen voorkomen dat daar waar de advieswaarde al wordt overschreden de overschrijding verder toeneemt. Bij voorkeur wordt er een reductie van de emissie bereikt. In de beoogde situatie is sprake van een afname in de emissie van fijnstof-endotoxinen afkomstig van de veehouderij. Daarnaast blijkt uit Afbeelding 1 dat in de bestaande situatie de woningen aan de Vlieterdijk 38 en 42 binnen de endotoxinecontour zijn gelegen. In de beoogde situatie ligt de woning aan de Vlieterdijk 42 niet langer binnen deze contour. Met de beoogde ontwikkeling komt er dus een woning minder binnen de afstandscontour te liggen. Hiermee heeft de beoogde ontwikkeling dus een positief effect op de emissie van fijnstof-endotoxinen afkomstig van het bedrijf en wordt voldaan aan de minimale vereisten zoals gesteld in de notitie ‘Handelingsperspectieven veehouderij en volksgezondheid: endotoxine toetsingskader 1.0’.

Toelichting gezondheidsaspecten – Vlieterdijk 34 te Luyksgestel

40

6. Conclusie Initiatiefnemers zijn voornemens de veehouderij op de Vlieterdijk 34 te Luyksgestel uit te breiden. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient een bestemmingsplanprocedure doorlopen te worden. Als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure dienen gezondheidsaspecten afgewogen te worden. Er zijn namelijk verschillende onderzoeken uitgevoerd die effecten van veehouderijen op de volksgezondheid aanwijzen. Gemeenten en provincie willen uit voorzorg voorkomen dat door lopende en nieuwe aanvragen de endotoxine advieswaarde van de Gezondheidsraad wordt overschreden. Daar waar de advieswaarde al wordt overschreden willen ze voorkomen dat de overschrijding toeneemt. Een standstil van de emissie fijnstof-endotoxine is dus gewenst. Bij voorkeur wordt er een reductie van de emissie bereikt. In de beoogde situatie is sprake van een afname in de emissie van fijnstof-endotoxinen afkomstig van de veehouderij. Hiermee wordt voldaan aan de minimale vereisten zoals gesteld in de notitie ‘Handelingsperspectieven veehouderij en volksgezondheid: endotoxine toetsingskader 1.0’. Op basis van de Handreiking veehouderij en volksgezondheid d.d. 3 maart 2016 kan worden vastgesteld of een aanvraag voor advisering aan de GGD moet worden voorgelegd. Het stappenplan uit deze handreiking is doorlopen. Dit heeft geleidt tot de conclusie dat advisering vanuit de GGD niet noodzakelijk is.

Daarnaast is het aanvullend toetsingsinstrument in de vorm van de ‘Ontvankelijkheid voor gezondheidstoets’ uit bijlage 1 van de Handreiking ingevuld. Hierin zijn diverse voorzieningen en maatregelen van het bedrijf, die bijdragen aan verlaging van de risico’s voor de volksgezondheid, uiteengezet.

Toelichting gezondheidsaspecten – Vlieterdijk 34 te Luyksgestel

41

Bijlagen Bijlage 1: Invoergegevens uitgangssituatie Bron 1: Emissiepunt: Coördinaten: Ep-hoogte: Gem. geb. hoogte: Diameter: Uittreedsnelheid: E-aanvraag:

Stal 1 Natuurlijke ventilatie (X: 151209, Y: 365455) 1,5 m (Standaard bij natuurlijke ventilatie) 3,75 m (Zie tekening, (2,3 + 5,2)/2) 0,5 m (Standaard voor natuurlijke ventilatie) 0,4 m/s (Standaard voor natuurlijke ventilatie) 8.684 gr/j (62 melk – en kalfkoeien x 118 gr/dier/j + 36 stuks jongvee x 38 gr/dier/j)

X-coord. zwaartepunt van gebouw: Y-coord. zwaartepunt van gebouw: Lengte van gebouw: Breedte van gebouw: Gem. hoogte van gebouw: Oriëntatie van gebouw: Bron 2: Emissiepunt: Coördinaten: Ep-hoogte: Gem. geb. hoogte: Diameter: Uittreedsnelheid: E-aanvraag:

Stal 2 Nokventilatie in dakvlak (X: 151224, Y: 365431) 5,4 m (Zie tekening) 3,75 m (Zie tekening, (2,2 + 5,3)/2) 0,5 m (Gem. diameter verspreid liggende ventilatoren) 4,0 m/s (Standaard bij verspreid liggende ventilatoren) 484.000 gr/j (22.000 vleeskuikens x 22 gr/dier/j)

X-coord. zwaartepunt van gebouw: Y-coord. zwaartepunt van gebouw: Lengte van gebouw: Breedte van gebouw: Gem. hoogte van gebouw: Oriëntatie van gebouw: Bron 3: Emissiepunt: Coördinaten: Ep-hoogte: Gem. geb. hoogte: Diameter: Uittreedsnelheid: E-aanvraag:

151209 365455 33,5 m 16,6 m 3,8 m 58,7°

151224 365431 59,4 m 16,6 m 3,8 m 58,7°

Stal 3 Nokventilatie in dakvlak (X: 151243, Y: 365419) 5,4 m (Zie tekening) 3,75 m (Zie tekening, (2,2 + 5,3)/2) 0,5 m (Gem. diameter verspreid liggende ventilatoren) 4,0 m/s (Standaard bij verspreid liggende ventilatoren) 484.000 gr/j (22.000 vleeskuikens x 22 gr/dier/j)

X-coord. zwaartepunt van gebouw: Y-coord. zwaartepunt van gebouw: Lengte van gebouw: Breedte van gebouw: Gem. hoogte van gebouw: Oriëntatie van gebouw:

151243 365419 59,4 m 16,6 m 3,8 m 58,7°

Toelichting gezondheidsaspecten – Vlieterdijk 34 te Luyksgestel

42

Bron 4: Emissiepunt: Coördinaten: Ep-hoogte: Gem. geb. hoogte: Diameter: Uittreedsnelheid: E-aanvraag:

Stal 4 Nokventilatie in dakvlak (X: 151262, Y: 365408) 5,4 m (Zie tekening) 3,75 m (Zie tekening, (2,2 + 5,3)/2) 0,5 m (Gem. diameter verspreid liggende ventilatoren) 4,0 m/s (Standaard bij verspreid liggende ventilatoren) 484.000 gr/j (22.000 vleeskuikens x 22 gr/dier/j)

X-coord. zwaartepunt van gebouw: Y-coord. zwaartepunt van gebouw: Lengte van gebouw: Breedte van gebouw: Gem. hoogte van gebouw: Oriëntatie van gebouw: Bron 5: Emissiepunt: Coördinaten: Ep-hoogte: Gem. geb. hoogte: Diameter: Uittreedsnelheid: E-aanvraag:

Stal 5 Natuurlijke ventilatie via open zijwand (X: 151192, Y: 365423) 1,5 m (Standaard bij natuurlijke ventilatie) 5,65 m (Zie tekening, (4,5 + 6,8)/2) 0,5 m (Standaard voor natuurlijke ventilatie) 0,4 m/s (Standaard voor natuurlijke ventilatie) 10.504 gr/j (8 stuks jongvee x 38 gr/dier/j + 60 overig rundvee x 170 gr/dier/j)

X-coord. zwaartepunt van gebouw: Y-coord. zwaartepunt van gebouw: Lengte van gebouw: Breedte van gebouw: Gem. hoogte van gebouw: Oriëntatie van gebouw: Bron 6: Emissiepunt: Coördinaten: Ep-hoogte: Gem. geb. hoogte: Diameter:

Uittreedsnelheid: E-aanvraag:

151262 365408 59,4 m 16,6 m 3,8 m 58,7°

151192 365423 20,1 m 18,0 m 5,7 m 148,7°4.74

Stal 6 Lengte en nokventilatie (X: 151285, Y: 365399) 5,34 m ((8 x 6,8m + 5 x 3m)/13) 4,74 m (Zie tekening, (2,75 + 6,735)/2) 0,92 m (Opp. ventilator Ø550 mm = 0,238 m2 Opp. ventilator Ø1400 mm = 1,539 m2 Opp. ventilator Ø900 mm = 0,636 m2 8 x 0,238 + 4 x 1,539 + 0,636 = 8,696 m2 √((8,696/13)/π) = 0,46, 0,46 x 2 = 0,92m 4,0 m/s (Standaard voor mechanische ventilatie) 790.900 gr/j (35.950 vleeskuikens x 22 gr/dier/j)

X-coord. zwaartepunt van gebouw: Y-coord. zwaartepunt van gebouw: Lengte van gebouw: Breedte van gebouw: Gem. hoogte van gebouw: Oriëntatie van gebouw:

151291 365411 80,6 m 20,4 m 4,7 m 58,7°

Toelichting gezondheidsaspecten – Vlieterdijk 34 te Luyksgestel

43

Bijlage 2: Uitdraaibestand Fijnstofberekening ISL3a – Uitgangssituatie

Toelichting gezondheidsaspecten – Vlieterdijk 34 te Luyksgestel

44

Toelichting gezondheidsaspecten – Vlieterdijk 34 te Luyksgestel

45

Toelichting gezondheidsaspecten – Vlieterdijk 34 te Luyksgestel

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=49f59ca0-538b-4ee8-8c72-367a17b6c7c2