Bijlage 1. Waswordt lijst gewijzigde kadernota armoedebestrijding
Tekst van het document
Was (Kadernota armoedebestrijding 2021-2024) Par. 4.3 Lijn van uitvoering 4.3 De lijn van uitvoering beschrijft de wijze waarop we uitvoering geven aan de doelstellingen die zijn vastgelegd in deze nota. Alle onderdelen vinden in de uitvoering aansluiting bij het draagkracht model. In de activiteiten worden landelijke programma’s gevolgd, zoals het Startpunt Geldzaken. Deze programma’s produceren regelmatig nieuwe aanpakken die gedurende de loop van dit beleidskader zullen worden toegepast en gebruikt om de uitvoering herijken.
Preventie
Collectieve activiteiten
Communicatieplan
Vroeg signalering
Meldpunt vroeg signalering
Inzet sleutelfiguren
Individuele ondersteuning
Schuldhulpverlening
Minimaregeling
Leer en ontwikkeltraject
Collectief aanbod
Vergroten financiële zelfredzaamheid
Nazorg
Wederkerigheid
Effectmeting
Wordt (gewijzigd Kadernota armoedebestrijding 2021-2024) Par. 4.3 Lijn van uitvoering 4.3 Als het gaat om het voorkomen en bestrijden van schulden- en armoedeproblematiek zetten we in op verschillende lagen. Onderstaande figuur illustreert onze lijn van uitvoering en laat het totaal aan ondersteuning zien dat beschikbaar is om inwoners verder te helpen. Bij preventie hoeft er nog geen sprake te zijn van financiële problemen, achterstanden of schulden. Hierbij wordt ingezet op het voorkomen van problemen. Vervolgens, bij vroegsignalering zijn de eerste signalen te zien van een betalingsachterstand. Hierbij proberen we met deze inwoners in contact te komen en naar passende ondersteuning te begeleiden. Het kan zijn dat een inwoner bepaalde ondersteuning nodig heeft, daarvoor zijn maatwerkvoorzieningen ingericht, oftewel individuele ondersteuning.
Par. 4.5
4.5 Vroegsignalering Vroegsignalering wordt gezien als een goede oplossing om een problematische financiële situatie bij mensen te voorkomen. Op het moment dat schulden en armoede vroegtijdig opgespoord worden, zijn er meer mogelijkheden om hulp te bieden. Hiermee wordt voorkomen dat achterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot een problematische situatie. In de Kempen zijn momenteel diverse afspraken met organisaties in het maatschappelijk middenveld met een vroegsignalering-achtergrond. Zo zijn er convenanten gesloten met de meest voorname woningcorporaties en het waterbedrijf. Ondanks deze afspraken komt het nog vaak voor dat mensen niet en/of te laat worden bereikt. Effectieve vroegsignalering zorgt in beginsel voor een toename in het aantal aanmeldingen. Na een jaar zal het aantal meldingen met een hulpvraag van grote complexiteit drastisch afnemen en is er in de meeste gevallen een ontruiming of afsluiting voorkomen. De Kempische vroegsignalering bestaat uit 4 elementen: 1. Meldpunt Vroegsignalering In de Kempen organiseren wij een meldpunt waar organisaties uit het maatschappelijk middenveld een melding kunnen doen over een persoon of een huishuishouden waar zij zich zorgen over maken. Het meldpunt richt zich op financiële problemen. Wij nemen laagdrempelig en geheel vrijblijvend contact op en waar mogelijk leggen wij een huisbezoek af. 2.
Inzet op dorpsondersteuners en sleutelfiguren De Kempen kent een ongekend hoge organisatiegraad in verenigingen en in buurten. In gemeenten zijn dorpsondersteuners en sleutelfiguren actief die gezien worden als vertrouwenspersonen. De dorpsondersteuner of sleutelfiguur heeft een laagdrempelige ingang bij inwoners en kan op deze manier signaleren of mensen hulp of ondersteuning nodig hebben. We verbinden de dorpsondersteuners en sleutelfiguren met dienstverleners van de afdeling MD trainen hen in het signaleren van problemen. De dorpsondersteuners en sleutelfiguren worden verbonden met het meldpunt vroegsignalering en, afhankelijk van
Par. 4.5
4.5 Vroegsignalering De wettelijke vroegsignalering, ook wel vroegsignalering op basis van data, is als expliciete taak voor gemeenten opgenomen in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De wettelijke vroegsignalering heeft als doel om schulden vroegtijdig op te sporen en actief hulp te bieden aan de inwoner, waardoor wordt voorkomen dat betalingsachterstanden verder oplopen en er een problematische schuldensituatie ontstaat. Door deze vroegtijdige opsporing zijn er meer mogelijkheden om hulp te bieden, nu een schuldregeling niet altijd aan de orde hoeft te zijn en door eerder ingrijpen voorkomen kan worden. Ontvangst van signalen in het kader van vroegsignalering In de Kempen is de uitvoering van zowel schuldhulpverlening en wettelijke vroegsignalering belegd bij GRSK- afdeling Maatschappelijke Dienstverlening (MD). Sinds maart 2022 ontvangt MD op basis van deze wettelijke grondslag maandelijks signalen van betalingsachterstanden vanuit de vaste lasten partners op het gebied van zorg, huur, water en energie. De signalen worden aangeleverd via het systeem Vindplaats van Schulden (VPS). In de signalen wordt er onderscheid gemaakt tussen drie categorieën, namelijk: 1. Enkelvoudige signalen: één gemelde betalingsachterstand uit één maand die betrekking heeft op één inwoner (bijv. een energieachterstand in de maand april). 2.
Gelijktijdige/ meervoudige matches: twee of meerdere gemelde betalingsachterstanden uit één en dezelfde maand die betrekking hebben op één inwoner (bijv. een gemelde huur- en energieachterstand in de maand april). 3. Opeenvolgende matches: één of meerdere gemelde betalingsachterstanden uit meerdere, opeenvolgende maanden (bijv. een gemelde energieachterstand in zowel de maand april als mei). Voor ‘kleine’ partners, zoals particuliere verhuurders, die niet zijn aangesloten bij VPS, is er een mailbox voor het aanleveren van signalen: vroegsignalering@kempengemeenten.nl. Dit zodat ook deze signalen goed binnenkomen en kunnen worden opgepakt door schuldhulpverlening.
de situatie, worden deze sleutelfiguren gevraagd een huisbezoek af te leggen naar aanleiding van een melding bij het Meldpunt. 3. Welzijn op recept In samenwerking met CZ organiseren wij ‘Welzijn op recept’. ‘Welzijn op recept’ is een vroegsignalerende methodiek waarmee huisartsen in de regio, cliënten met psychosociale problemen, kunnen verwijzen naar een medewerker van de afdeling MD. Deze medewerker gaat in gesprek met de cliënten en kijkt wat er vanuit de afdeling MD mogelijk is om de draagkracht van de desbetreffende persoon te vergroten. 4. Samenwerking nutsbedrijven Met het lidmaatschap van de NVVK zijn wij gebonden aan het naleven van landelijke afspraken en convenanten rondom vroegsignalering en preventie. De landelijke afspraken dienen, voor zover dit nog niet is gedaan, in de lokale situatie te worden geïmplementeerd. Landelijk zijn er afspraken met o.a. de belastingdienst, koepel van gemeenten, koepel van woningcorporaties. De NVVK stelt hiervoor formats en convenanten ter beschikking. De Kempengemeenten sluiten convenanten waarbij mensen met een betalingsachterstand van 6 weken worden gemeld bij het Meldpunt Vroegsignalering.
Met de volgende organisatiesoorten wordt samenwerking gezocht met als doel tot een convenant te komen, of de werkwijze die voortvloeit uit het bestaande (landelijke) convenant te verbinden aan de werkwijze vroegsignalering zoals deze is opgenomen in dit beleidskader: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Belastingdienst Gemeenten Waterschap Woningcorporaties Energieleveranciers Centraal justitieel incasso bureau Banken Waterbedrijf Zorgverzekeraars
Afhankelijk van de zwaarte van de melding wordt een passende actie ondernomen om de inwoner te bereiken en een hulpaanbod te doen. Hierbij is de insteek altijd om op een zo laagdrempelige manier en geheel vrijblijvend voor de inwoner contact op te nemen. Dit kan een brief zijn of een telefonisch contact. Om hier een verdiepingsslag in aan te brengen is MD een eenjarige pilot gestart. Samen met Lumens en Wijzer (Maatschappelijk werk) wordt bij meervoudige en opeenvolgende meldingen een huisbezoek afgelegd. Het doel hiervan is te onderzoeken of met een huisbezoek meer mensen hulp of ondersteuning accepteren ten opzichte van telefonisch contact of een brief.
Hfst 5
5. Schulddienstverlening Door het steeds complexer worden van onze maatschappij en de regels die daarmee samenhangen en de steeds drukkender wordende mores van consumeren is het voor inwoners steeds lastiger om uit de schulden te blijven. Inwoners die kans maken op schulden bevinden zich dan ook in elke sociale klasse en het ontwikkelen van problematisch gedrag heeft steeds minder te maken met malafide handelen. De overheid moet het ontwikkelen van problematische schulden zoveel mogelijk voorkomen, door een set aan maatregelen aan te bieden waarbij adequaat gedrag ten aanzien van het omgaan met schulden wordt aangeleerd en de financiële situatie blijvend wordt gestabiliseerd.
Hfst 5
5. Schulddienstverlening Door het steeds complexer worden van onze maatschappij en de regels die daarmee samenhangen is het voor inwoners steeds lastiger om uit de schulden te blijven. Daarnaast hebben we momenteel te maken met hoge inflatie, energiearmoede en fikse prijsstijgingen onder andere op de dagelijkse boodschappen. Hierdoor heeft een steeds grotere groep inwoners moeite om rond te komen en/of ontbreekt een financiële buffer bij tegenslagen. Financiële problemen liggen hierdoor sneller op de loer. Inwoners die risico lopen op het ontwikkelen van schulden bevinden zich dan ook in elke sociale klasse en het ontwikkelen van problematisch gedrag heeft steeds minder te maken met malafide handelen.
De Kempengemeenten zijn ervan doordrongen dat schulden alle facetten van het bestaan raken. In nagenoeg alle huishoudens, waarbij ondersteuning vanuit welzijn/gemeenten is gewenst, speelt het hebben van financiële problemen, of het omgaan met schaarste een rol. Naar schatting hebben 1,4 miljoen huishoudens in Nederland problematische schulden of een risico daarop. Mensen met schulden vragen vaak geen hulp, of doen dit erg laat, vanwege schaamte of trots. Hierdoor stapelen de problemen zich op.
De Kempengemeenten zijn ervan doordrongen dat schulden alle facetten van het bestaan raken. In veel huishoudens, waarbij ondersteuning vanuit welzijn/gemeenten is gewenst, speelt het hebben van financiële problemen, of het omgaan met schaarste een rol. Naar schatting hebben 1,4 miljoen huishoudens in Nederland problematische schulden of een risico daarop. Mensen met schulden vragen vaak geen hulp, of doen dit erg laat, vanwege schaamte of trots. Hierdoor stapelen de problemen zich op.
In de Kempen wordt vanaf 2020 een transitie ingezet van schuldhulpverlening naar schulddienstverlening. Dit houdt in dat het traject om schulden op te lossen een coproductie is tussen cliënten, hun omgeving en de schulddienstverlener. Coaching op alle leefgebieden in combinatie met het creëren van ontwikkelruimte waarbinnen een breed collectief aanbod wordt gevolgd vormen de basis. Cliënten zijn zo niet meer bezig met het oplossen van een probleemsituatie maar met het opdoen van vaardigheden en kennis zodat er in het vervolg geen probleemsituatie ontstaat, of zij eerder hulp weten in te schakelen.
In de Kempen wordt vanaf 2020 een transitie ingezet van schuldhulpverlening naar schulddienstverlening. Dit houdt in dat het traject om schulden op te lossen een coproductie is tussen cliënten, hun omgeving en de schulddienstverlener. Coaching op alle leefgebieden om de juiste vaardigheden aan te leren, waardoor de financiële situatie van een inwoner blijvend wordt gestabiliseerd, vormt de rode draad binnen schulddienstverlening. Schulddienstverlening is er derhalve niet enkel voor inwoners met problematische schulden waarvoor een schuldregeling dient te worden opgestart, maar juist ook voor inwoners met hulpvragen in een eerder stadium. Hierbij kan gedacht worden aan korte coachingstrajecten bij losse vragen, kleine betalingsachterstanden waarvoor een individuele betalingsregeling kan worden afgesloten, hulp bij inzicht in financiën of het opstarten van budgetbeheer of budgetcoaching voor een bepaalde periode. Cliënten zijn zo niet meer bezig met het oplossen van een probleemsituatie maar met het opdoen van vaardigheden en kennis zodat er in het vervolg geen probleemsituatie ontstaat of zij eerder hulp weten in te schakelen.
De schulddienstverlening bestaat uit een individueel gedeelte, opgedeeld in twee fases, en een collectief programma. In fase 1 staat stabilisatie van en rust brengen in de situatie centraal, zodat de client in staat wordt gesteld om zelf zijn of haar schulden te regelen. Een cliënt stroomt door naar fase 2 wanneer het voor hem of haar niet mogelijk is om zelf de schulden te regelen. Dan wordt er een regeling getroffen voor de cliënt, waarmee de schuld(en) binnen een bepaalde periode worden opgelost, of in uiterste
gevallen worden gesaneerd. Het collectieve programma omvat groepsactiviteiten die bijdragen aan het vergroten van de financiële draagkracht van de cliënt.Tot slot omvat de schulddienstverlening ook nazorg, die er op gericht is het duurzame effect van de schulddienstverlening in kaart te brengen en te waarborgen. 5.1 Fase 1 (stabilisatiefase) Centraal in het integrale minnelijke traject1 staat het tot stand brengen van rust en evenwicht in de situatie van de cliënt. Rust en orde vormen een noodzakelijke bodem voor verdere hulp en zijn daarmee een middel om, ofwel een ander vorm van hulp mogelijk te maken, ofwel om een basis te krijgen voor een schuldregeling of saneringskrediet. De NVVK (vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) heeft een standaard stapsgewijze werkwijze waaraan leden zich dienen te houden. Dit is vastgelegd in de gedragscode voor schulddienstverlening. Na aanmelding loopt dan ook de uitvoering van de eerste fase van de Kempische schulddienstverlening gelijk met de werkwijze van de NVVK, het uitgangspunt hierin is om waar nodig te komen tot een schuldregeling, door middel van schuldsanering, schuldbemiddeling, betalingsregeling of herfinanciering of een combinatie.
De schulddienstverlening bestaat uit verschillende fases. In fase 1 staat stabilisatie van en rust brengen in de situatie centraal, zodat de financiële situatie van de client en de omvang van de schulden inzichtelijk worden. Vervolgens kan er gekeken worden of de client in staat is om de schuld(en) zelf te regelen en af te lossen. Een cliënt stroomt door naar fase 2 wanneer het voor hem of haar niet mogelijk is om zelf de schulden te regelen. Dan wordt er een regeling getroffen voor de cliënt met alle schuldeisers, waarmee de schuld(en) binnen een bepaalde periode worden afgelost of in uiterste gevallen worden gesaneerd. Tot slot omvat de schulddienstverlening ook nazorg (fase 3) die er op gericht is het duurzame effect van de schulddienstverlening in kaart te brengen en te waarborgen. In het minnelijke schuldsaneringstraject (Msnp) worden alle 3 de fases doorlopen binnen de gemeentelijke schuldhulpverlening. Indien dit niet mogelijk blijkt, zal een beroep gedaan worden op de wettelijke schuldsanering (Wsnp), wat via de rechter en een door de rechter aangestelde bewindvoerder verloopt. 5.1 Fase 1 (Stabilisatiefase) Centraal in het minnelijke traject (Msnp) staat het tot stand brengen van rust en evenwicht in de situatie van de cliënt.
Rust en orde vormen een noodzakelijke bodem voor verdere hulp en zijn daarmee een middel om, ofwel een ander vorm van hulp mogelijk te maken, ofwel om een basis te krijgen voor een schuldregeling of saneringskrediet.
Wanneer het niet mogelijk is om de schuld te regelen kan ervoor De NVVK heeft een standaard stapsgewijze werkwijze waaraan worden gekozen om Duurzame Financiële Dienstverlening te leden zich dienen te houden. Dit is vastgelegd in de gedragscode bieden (DFD). DFD kan ingezet worden om die schuldenaren te voor schulddienstverlening. Samenwerking Kempengemeenten helpen, van wie de financiële problemen (nog) niet opgelost kunnen afdeling Maatschappelijke Dienstverlening is lid van deze worden door middel van een schuldregeling. Het doel van DFD is branchevereniging en dient deze gedragscode te volgen. Na het in evenwicht brengen en houden van inkomsten en uitgaven aanmelding loopt dan ook de uitvoering van de eerste fase van de van de schuldenaar, waarbij is vastgesteld dat het bestaande schuldprobleem, door in, of bij die persoon gelegen Kempische schulddienstverlening gelijk met de werkwijze van de NVVK. Het uitgangspunt hierin is om waar nodig te komen tot een omstandigheden, nog niet duurzaam opgelost kan worden. DFD is schuldregeling, door middel van schuldsanering, schuldbemiddeling, er op gericht om de maatschappelijke positie van de schuldenaar betalingsregeling, herfinanciering of een combinatie. niet te laten verslechteren. De schulddienstverlener draagt hieraan bij door voor een financiële basis te zorgen.
De Wanneer het nog niet mogelijk is om een schuldregeling op te starten schulddienstverlener kan daarbij onderdeel uitmaken van een hulpverleningsketen. DFD kent geen maximale tijdsduur. Dit neemt kan ervoor worden gekozen om Duurzame Financiële niet weg dat er ook in DFD doelstellingen geformuleerd moeten Dienstverlening te bieden (DFD). DFD kan ingezet worden om die 1 Het minnelijke traject is het schuldregelingsproces waarin de schuldregelaar probeert overeenstemming met de schuldeisers te krijgen over een schuldenaren te helpen, van wie de financiële problemen (nog) niet schuldregelingsvoorstel.
worden, die aan een termijn gekoppeld worden. De doelstelling en de daaraan gekoppelde termijnen zijn maatwerk. 5.2 Fase 2 (schuldregelingsfase) Als uit de analyse blijkt dat de cliënt niet zelfstandig in staat is om zijn/haar schulden te regelen, of de schulden te groot zijn om binnen een redelijke termijn (36 maanden) af te lossen, wordt een schuldregeling opgestart. De schuldhulpverlener stelt een plan van aanpak op, waarin is opgenomen op welk type schuldregeling de cliënt kan rekenen. Het uitgangspunt hierbij blijft dat dit verband moet houden met de wijze waarop er aan kennis en vaardigheden wordt gewerkt teneinde uiteindelijk te zorgen duurzame uitstroom uit de schuldhulpverlening. Er is zodoende altijd een combinatie van een regeling en een op maat gemaakt programma van vrijwillige, maar niet vrijblijvende collectieve activiteiten. De schuldregeling is er dan ook in verschillende vormen. Welke schuldregeling geïndiceerd is, is afhankelijk van de financiële ruimte in een bepaalde casus en het ontwikkelpotentieel. In de Kempen streven wij naar een oplossing waarbij er, rekening houdend met het maximaliseren van de afloscapaciteit, zo snel mogelijk wordt overgaan tot het terugbrengen van het aantal schulden en de complexiteit daarvan.
Het doel is om zo snel mogelijk rust te creëren, waardoor er ontwikkelruimte ontstaat waarmee de cliënt kan werken aan het groeien van de draagkracht en daarmee duurzame uitstroom. In de casus moet een nieuwe afweging worden gemaakt van de - Liquiditeit (afloscapaciteit die cliënt kan opbrengen) - Solvabiliteit (verhouding schuldenlast en inkomen) - Soliditeit (de mate waarin de cliënt in staat is om afspraken na te komen bij veranderingen) - Moraliteit (de mate waarin de cliënt betrouwbaar is en voldoende betalingsdiscipline heeft) Met bovenstaande afweging in het achterhoofd zal er in de Kempen veel vaker worden overgegaan tot het inzetten van een saneringskrediet in combinatie met budgetbeheer en het volgen van een op maat gemaakt collectief programma. Het uitgangspunt is dat de draagkracht wordt versterkt volgens het draagkracht model.
opgelost kunnen worden door middel van een schuldregeling. Het doel van DFD is het in evenwicht brengen en houden van inkomsten en uitgaven van de schuldenaar, waarbij is vastgesteld dat het bestaande schuldprobleem, door in, of bij die persoon gelegen omstandigheden, nog niet duurzaam opgelost kan worden. DFD is er op gericht om de maatschappelijke positie van de schuldenaar niet te laten verslechteren. De schulddienstverlener draagt hieraan bij door voor een financiële basis te zorgen. De schulddienstverlener kan daarbij onderdeel uitmaken van een hulpverleningsketen. DFD kent geen maximale tijdsduur. Dit neemt niet weg dat er ook in DFD doelstellingen geformuleerd moeten worden, die aan een termijn gekoppeld worden. De doelstelling en de daaraan gekoppelde termijnen zijn maatwerk. 5.2 Fase 2 (Schuldregelingsfase) Als uit de analyse blijkt dat de cliënt niet zelfstandig in staat is om zijn/haar schulden te regelen, of de schulden te groot zijn om binnen een redelijke termijn (36 maanden) af te lossen, wordt een schuldregeling opgestart. De schuldhulpverlener stelt een plan van aanpak op, waarin is opgenomen welke hulpverlening zal worden ingezet, waaronder op welk type schuldregeling de cliënt kan rekenen en aan welke verplichtingen de client zich dient te houden gedurende het traject.
Het uitgangspunt hierbij blijft dat dit verband moet houden met de wijze waarop er aan kennis en vaardigheden wordt gewerkt teneinde uiteindelijk te zorgen voor duurzame uitstroom uit de schuldhulpverlening. Er is zodoende altijd een combinatie van een regeling en individuele coaching met daarbij ook verplichtingen aan de kant van de client, zodat na het samen doen de client richting het einde van het traject steeds meer eigen regie terugkrijgt en na afloop van het traject zijn/haar financiën weer volledig zelfstandig kan oppakken. De schuldregeling is er in verschillende vormen. Welke schuldregeling geïndiceerd is, is afhankelijk van de financiële ruimte in een bepaalde casus en het ontwikkelpotentieel. In de Kempen streven wij naar een oplossing waarbij er, rekening houdend met het maximaliseren van de afloscapaciteit, zo snel mogelijk wordt overgaan tot het terugbrengen van het aantal schulden en de complexiteit daarvan. Het doel is om zo snel mogelijk rust te creëren, waardoor er ontwikkelruimte ontstaat waarmee de cliënt kan werken aan het groeien van de draagkracht en daarmee duurzame uitstroom.
5.3 Collectieve programma Met de start van het plan van aanpak start ook het collectieve programma. Dit kan zowel in fase 1 als in fase 2 het geval zijn. Dit programma is niet vrijblijvend en zorgt na maximaal 36 maanden voor een duurzame uitstroom uit de schulddienstverlening. Met het collectieve programma wordt de draagkracht, middels een vaste structuur met vrije keuzeruimte, vergroot. Na afloop hebben cliënten een sterker steunnetwerk, verbeterde financiële vaardigheden en is hun coping met probleemsituaties aanmerkelijk verbeterd. De inhoud van het collectieve programma wordt gevormd door een kennis gestuurde en een vaardigheden gestuurde leerlijn. In de kennis-gestuurde leerlijn krijgen cliënten informatie over specifieke materie, in de vaardigheden-gestuurde leerlijn leren cliënten specifieke vaardigheden om een schuldensituatie te voorkomen. Welke modules en activiteiten cliënten volgen is afhankelijk van de individuele situatie en ontwikkelvraag, het programma wordt altijd in samenspraak met de cliënt gemaakt. Ook het tijdstip en de plaats wanneer de activiteiten van het programma worden georganiseerd is afhankelijk van de beschikbaarheid van cliënten, waarbij het uitgangspunt is dat betaalde arbeid altijd voor gaat en er dus ook een aanbod is in de avonduren.
Ieder jaar kent het collectief aanbod een eigen kernthema, dat in een divers aanbod van activiteiten wordt behandeld. Na het behalen van een deelactiviteit krijgt de cliënt een aantal punten, dit aantal punten telt op tot het minimumaantal punten om naar het volgende jaar te kunnen gaan. Cliënten kunnen op deze manier hun eigen snelheid van leren bepalen. Het collectief aanbod wordt georganiseerd en gemonitord door de afdeling MD en uitgevoerd met een breed scala aan relevante samenwerkingspartners. Gedacht kan worden aan welzijnsorganisaties, ondernemers, bewindvoerders, incassobureaus en verzekeraars. Tot slot is het collectief aanbod voortdurend in beweging en past zich aan, aan de doelgroep. Het aanbod aan activiteiten wordt jaarlijks geëvalueerd en bijgeschaafd in samenspraak met alle betrokkenen.
In de casus moet een nieuwe afweging worden gemaakt van de: - Liquiditeit (afloscapaciteit die cliënt kan opbrengen) - Solvabiliteit (verhouding schuldenlast en inkomen) - Soliditeit (de mate waarin de cliënt in staat is om afspraken na te komen bij veranderingen) - Moraliteit (de mate waarin de cliënt betrouwbaar is en voldoende betalingsdiscipline heeft) Op basis van bovenstaande afweging wordt in de Kempen gestreefd naar het inzetten van een saneringskrediet eventueel in combinatie met budgetbeheer in plaats van een spaarsanering, indien de situatie zich daarvoor leent. Dit brengt voor de client rust, nu in plaats van meerdere schuldeisers er slechts één schuldeiser (Kredietbank) overblijft. Daarnaast heeft het voor schuldeisers het voordeel dat zij direct uitbetaald worden (volledig of overeengekomen percentage tegen finale kwijting) en tot sluiting van het dossier kunnen overgaan. Per 1 juli 2023 is de looptijd van een schuldregeling, zowel in de Msnp als de Wsnp, verkort van 36 maanden naar 18 maanden. Voor lopende schuldregeling is er geen overgangsrecht vastgesteld, waardoor voor hen de 36 maandentermijn blijft gelden. 5.3 Fase 3 Nazorg Na afloop van de schuldregeling stromen cliënten uit. Toch is het traject na de schuldregeling niet direct afgelopen en laten we cliënten niet meteen los.
In samenspraak met de client wordt gekeken welke vorm van nazorg nodig en wenselijk is. Het betreft dan ook een traject op maat, wat per client verschilt. Dit kan variëren van het door laten lopen van budgetbeheer of budgetcoaching voor een aanvullende periode tot een telefonisch gesprek met client na een bepaalde periode/periodes na uitstroom om te bespreken hoe het gaat. Dit wordt in het dossier worden opgenomen en vastgelegd, op basis waarvan we cliënten nog een (korte)periode kunnen blijven volgen en inzicht krijgen of cliënten daadwerkelijk duurzaam zijn uitgestroomd of dat er sprake is van terugval en opnieuw ontstaan van financiële problematiek. We gaan nog bekijken hoe dit vastgelegd kan worden in kaders.
5.4 Nazorg Na afloop van de schuldregeling stromen cliënten uit. Zij krijgen het certificaat uitgereikt van het collectieve programma en een bewijs van finale kwijting. Toch is het traject na de schuldregeling niet afgelopen. In dit hoofdstuk leest u het nazorgtraject van de afdeling MD. Wederkerigheid De ingezette methodische lijn is gebaseerd op wederkerigheid. Cliënten die het programma hebben afgerond worden uitgenodigd om iets terug te doen voor de maatschappij. Zij kunnen zelf cursussen in het collectief aanbod organiseren, als ervaringsdeskundigen tijdens een van de bijeenkomsten uitleg geven of maatje worden van nieuwe cliënten. Effectmeting na 6 maanden en 12 maanden Bij de definitieve uitstroom na 6 maanden wordt een ZRM-meting gedaan. Dit wordt telefonisch na 12 maanden herhaald. Deze data zijn belangrijk om te kunnen blijven volgen of cliënten inderdaad duurzaam zijn uitgestroomd, of zijn teruggevallen in hun oude gedrag.