Bijlage 1. Was-wordt-lijst wijziging Hoofdstuk 2 Individuele inkomenstoeslag
Tekst van het document
Wijziging verordening Participatiewet 2015 Was-wordt-lijst wijziging Hoofdstuk 2 Individuele inkomenstoeslag Was Artikel 2 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. inkomen: totaal van het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet en de algemene bijstand. b. peildatum: datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt. c. referteperiode: periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum. Artikel 3 Langdurig laag inkomen Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 105% van de toepasselijke bijstandsnorm. Artikel 4 Hoogte inkomenstoeslag 1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar: a. € 375,- voor een alleenstaande b. € 500,- voor een alleenstaande ouder c. € 550,- voor gehuwden 2. Voor toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend
Wordt Artikel 2 Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. inkomen: totaal van het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet en de algemene bijstand; b. peildatum: datum waarop een belanghebbende individuele inkomenstoeslag aanvraagt; c. referteperiode: periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum. Artikel 3 Langdurig laag inkomen Een belanghebbende heeft een langdurig laag inkomen als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 105% van de toepasselijke bijstandsnorm. Artikel 4.1 Hoogte inkomenstoeslag 1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar: a. € 487,50 voor een alleenstaande; b. € 650,- voor een alleenstaande ouder; c. € 715,- voor gehuwden. 2. Voor toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend. Artikel 4.2 Indexering 1. De in artikel 4.1, eerste lid, genoemde bedragen worden jaarlijks per 1 januari aangepast. Voor het eerst op 1 januari 2027. 2. De aanpassing vindt plaats op basis de procentuele aanpassing van de bijstandsnormen zoals vastgesteld door het Rijk per 1 januari van het betreffende jaar. 3. Het college kan jaarlijks besluiten van deze indexering af te wijken indien daar zwaarwegende beleidsmatige of financiële redenen voor zijn. 4. De aldus aangepaste bedragen worden afgerond op hele euro’s.