Bijlage 1 - Reactie op concept RES 1.0
Tekst van het document
Reactie gemeente Bergeijk op concept-RES 1.0 Metropoolregio Eindhoven d.d. 3 juni 2021 Hoofdstuk
Reactie
1. Opgave en kader
Kernpunten uit de Concept RES 1.0: - Onze RES 1.0 is een momentopname. Ze geeft aan waar we op dit moment staan op de weg naar 2030 en verder, de weg naar 2050. - We hebben niet alleen een flexibele energiestrategie nodig om in een telkens veranderende wereld, de huidige en toekomstige energiedoelstellingen te blijven behalen, maar ook een stevig samenwerkingsnetwerk.
Wij onderschrijven dat de concept RES 1.0 een momentopname c.q. startpunt is. Nieuwe ontwikkelingen/kansen vinden continue plaats waardoor we in de komende jaren flexibel moeten blijven en de mogelijkheid moeten hebben om bij te sturen waar nodig.
In ieder geval onderschrijven wij ook het belang van de tweejaarlijkse herijking van de RES. Ook in relatie tot mogelijk nieuwe ontwikkelingen/wijzigingen in wetgeving.
2. Thema’s RES Metropoolregio Eindhoven
Wij onderschrijven de thema’s die zijn opgenomen in de concept RES 1.0.
Wat ons betreft is regionale samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en stakeholders essentieel om oplossingen te kunnen bieden aan vraagstukken zoals bijvoorbeeld de schaarste op het elektriciteitsnet.
Wat ons betreft zijn de ontwikkelingen van innovatieve technologieën voor alle thema’s binnen de RES (besparing/warmte/duurzame opwek/elektriciteitsnetwerk) cruciaal voor het behalen van gezamenlijke doelen ten aanzien van de energietransitie. Wij pleiten voor flexibiliteit en aanpassingsvermogen bij de introductie, opschaling en implementatie van eventuele nieuwe technologieën. Met daarbij een expliciete focus ten aanzien van de uitdagingen voor
Kernpunten uit de Concept RES 1.0: - De kracht van onze regio is de diversiteit. De stad en het landelijk gebied versterken elkaar en profiteren in hoge mate van elkaars kwaliteiten en functioneren als een geheel. - Door op regionaal niveau samen te werken met onder meer Brainport Development en kennisinstellingen kunnen we de innovatie kracht in de regio benutten en versterken, bijvoorbeeld door innovatie in te zetten om in onze regio met de netschaarste om te gaan. - De ambitie van de 21 samenwerkende gemeenten uit de regio Zuidoost-Brabant is dat het landelijk gebied leefbaar, toekomstbestendig en economisch vitaal blijft. - We werken samen met Brainport Development en de arbeidsmarktregio’s Zuidoost-Brabant en Helmond-De Peel, om
-
de korte- en middellange termijn, maar zeker ook de lange termijn in overweging nemende.
een beter beeld te krijgen van de gevolgen van de energietransitie op de regionale arbeidsmarkt. Daarnaast zorgen we ervoor dat, via het PACT Brabant en het Kennispact MBO Brabant, op provinciale schaal en met de andere Brabantse arbeidsmarktregio’s afstemming en kennisdeling plaats vindt. In de ruimtelijke afweging van kansrijke zoekgebieden is de samenhang met andere opgaven cruciaal. De Omgevingsagenda Zuidoost- Brabant faciliteert de samenwerking tussen de betrokken overheden en de realisatie van de gemaakte afspraken.
3. Samen de energieambitie realiseren Kernpunten uit de Concept RES 1.0: - Samen onderzoeken we de mogelijkheden om de energietransitie uit te voeren. We kijken hoe we slim gebruik kunnen maken van de inzet van regionale kennis, innovatie en vakmensen. De besluiten daarover worden lokaal genomen. Gemeenten zijn dus zelf aan zet. Daarbij realiseren wij ons dat de mogelijkheden en kansen en fasering per gemeente kunnen verschillen. - Draagvlak en acceptatie onder omwonenden en andere inwoners en bedrijven uit de omgeving van projecten zijn daarbij van cruciaal belang. Om meer inwoners bekend te maken met de RES bekijken we in overleg met gemeenten wat nodig is om op lokaal niveau participatie te versterken. - Om te garanderen dat er invulling gegeven wordt aan minimaal 50% lokaal eigenaarschap stellen we in de RES 1.0 een flexibel model dat uitgaat van de oprichting van een stichting/ontwikkelfonds per gemeente en/of project om minimaal 50% van het eigen vermogen in een project in te brengen.
Als gemeente onderschrijven wij het belang om in gezamenlijkheid de energietransitie te realiseren.
Wij constateren dat er veel aandacht is voor participatie met onder andere inwoners/stakeholders, maar uiteindelijk zijn het soms andere partijen (zoals de netbeheerder) die bepalen waar/wanneer/welk initiatief gerealiseerd kan worden. Dit is wat ons betreft in sommige situaties tegenstrijdig.
Wat ons betreft zouden alle inwoners, ook diegene met minder financiële mogelijkheden, de optie moeten hebben om te participeren in de energietransitie. Dan wel participatie voor wat betreft het proces of sociale participatie, dan wel mogelijkheden voor financiële participatie in een specifiek initiatief.
Voor grootschalige initiatieven zou, in navolging en op advies van de Kempen, een (extern) deskundigenpanel opgericht kunnen worden om te toetsen of in geval van een specifiek project wordt voldaan aan het criteria ‘participatie’ (en andere criteria) zoals opgenomen in beleid.
Wij onderschrijven het belang van Besparing, Duurzame Opwek, Warmte en het ondersteunende elektriciteitsnetwerk in relatie tot de concept RES 1.0.
4.1 Besparen
Wij onderschrijven het belang van Besparing in de concept RES 1.0.
Kernpunten uit de Concept RES 1.0: - Je kunt op een aantal manieren besparing stimuleren en dat gebeurt ook al in de regio. Gemeenten kiezen zelf voor wat ze doen en via welke samenwerkingsverbanden. Daarvoor bieden we een basisinfrastructuur en additionele modules per doelgroep. - In deze Concept RES 1.0 richten we ons op de doelgroepen Wonen, Bedrijven en Maatschappelijk Vastgoed. - Acht ‘bespaarroutes’ voor woningeigenaren en woningbouwcorporaties geven inzicht in wat een gemeente kan doen om een bepaalde route goed te faciliteren of te organiseren. - We ondersteunen bedrijven met besparen zodat ze zich op hun business kunnen richten. We willen ze ontzorgen door bijvoorbeeld Greendeals op te zetten. We zetten handhaving in bij bedrijven die niet of onvoldoende met energiebesparing aan de slag gaan.
Wat ons betreft zou de verplichting van energiebesparing in beleid, bestemmingsplannen en aanbestedingen opgenomen moeten worden (vrijwilligheid is onvoldoende). In tegenstelling tot enkel stimulering en ondersteuning door de overheid zou energiebesparing een ‘verplichting’ worden.
4. Besparen – duurzame warmte – duurzame opwek Kernpunten uit de Concept RES 1.0: Onze RES 1.0 is gebaseerd op de volgende elementen: Besparing binnen de gebouwde omgeving. Inpassen opwekking van duurzame elektriciteit op land (wind en zon). Warmtetransitie in de gebouwde omgeving door het opstellen van lokale transitievisies warmte ondersteund door een Regionale Structuur Warmte. Een benodigde infrastructuur voor transport en opslag van energie.
-
Gemeenten hebben een belangrijke (voorbeeld)rol bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Met de werkwijze ‘Samen Slimmer Duurzaam Bezig’ voorzien we door structurele samenwerking in de kennis-en capaciteitsbehoeften en behalen we zo meer resultaten, zonder extra tijdsbesteding en tegen gelijke of lagere kosten.
4.2 Duurzame warmte Kernpunten uit de Concept RES 1.0: De Metropoolregio Eindhoven kent geen overvloed aan bovenlokale warmtebronnen. Het overschakelen op duurzame warmte betekent, afhankelijk van de toegepaste duurzame warmtebron, meestal een toename in het gebruik van elektrische (hulp)energie. Op sommige plekken in de regio komt mogelijk de warmtevraag uit volledig elektrische oplossingen (met individuele warmtepompen bijvoorbeeld), wat betekent dat de belasting op het net op deze locaties nog hoger is. Met de Regionale Structuur Warmte willen we: o De bovenlokale / regionale bronnen optimaal benutten; o Desinvesteringen voorkomen; o Maatschappelijke kosten laag houden en daarbij rekening houden met inwoners en bedrijven in nabijgelegen gemeenten. Om de informatie en bestuurlijke keuzes op lokaal en regionaal niveau zoveel mogelijk op elkaar aan te laten sluiten is goede afstemming nodig. We werken aan een platform waarop alle informatie is verzameld. We ontwikkelen richting RES 2.0 een methodiek waarin de maatschappelijke kosten en baten van bovenlokale warmtebronnen kunnen worden gewogen.
Als gemeente onderschrijven wij het belang van Warmte in de concept RES 1.0.
Wat ons betreft zouden we het bestaande (gas)leidingnetwerk onder de grond niet zomaar moeten verwijderen aangezien dit in de toekomst mogelijk ook nog bruikbaar is voor andere duurzame toepassingen/alternatieven, zoals bijvoorbeeld waterstof en/of groen gas.
Wij vragen aandacht voor de beperking van mogelijkheden in relatie tot de warmtetransitie voor een aantal gemeenten binnen de MRE. Bekend is dat we in de MRE geen grote overvloed aan bovenlokale warmtebronnen/restwarmte hebben. Daarbij komt dat in de nieuwe (concept)omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant opgenomen is dat vanaf 1 januari 2022 strenge regels gesteld worden aan de maximale diepte voor het verrichten van handelingen in de bodem, zoals boringen, grond- of funderingswerken en regels voor bodemenergiesystemen (warmtetoevoeging en onttrekking). Deze regels zijn erop gericht dat de beschermende kleilaag van het grondwater in geen geval wordt doorboord. Voor een aantal gemeenten betekent dit concreet vanaf januari 2022 een dieptebeperking van 20-50 meter. Hiermee worden
-
gesloten bodemenergiesystemen voor een groot aantal gemeenten praktisch uitgesloten.
Omdat we deze moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met kennisinstellingen en bedrijven.
4.3 Duurzame opwek
Onderstaande kernpunten uit de concept RES 1.0 kunt u betrekken in uw reactie. Bovenal vragen we u om een reactie en om uw aandachtspunten voor de voor uw gemeente relevante zoekgebieden voor grootschalige duurzame opwekking van energie.
Wij onderschrijven het belang van (grootschalige) duurzame opwek in de concept RES 1.0.
Voor onze gemeente geldt dat we tijdens de totstandkoming van ons beleid- en toetsingskader voor grootschalige zonne- en windenergie reeds een planMER procedure hebben doorlopen. In april 2020 is het beleid- en toetsingskader vastgesteld en daarbij is het voorkeursgebied Bergeijk Zuid-West aangewezen voor de integrale ontwikkeling van grootschalige zonne- en/of windenergie. We zien graag de gegevens over dit voorkeursgebied 1-op-1 terug in de uiteindelijke RES 1.0.
Daarnaast is met ingang van 1 mei 2020 het gehele grondgebied van de gemeente Bergeijk vrijgegeven voor de ontwikkeling van zonneenergie op Voormalige Agrarische Bedrijfsbebouwing (VAB-locaties), waarbij een zonneveld gerealiseerd wordt binnen het bestaande bouwvlak, op voorwaarde dat op de VAB-locatie de bebouwing dusdanig teruggedrongen wordt, dat deze aansluit bij de nieuwe bestemming.
Het zoekgebied ‘Koolbliek’ in Valkenswaard (zoekgebied 29) grenzend aan Bergeijk Zuid-Oost, is wat ons betreft niet geschikt/kansrijk voor de ontwikkeling van grootschalige zonne- en/of windenergie. Uit het uitgebreide planMER-traject van de Kempengemeenten is reeds gebleken dat dit gebied o.a. is aangemerkt als vogelbroedgebied, vogeltrekgebied, gebied met bijzondere soorten,
Kernpunten uit de Concept RES 1.0: De afgelopen jaren hebben we al 0,51 TWh aan zonnedaken, velden en windturbines gerealiseerd. Ook 0,64 TWh zonnedaken, -velden en windturbines die in voorbereiding zijn (pijplijn) rekenen we mee. Vervolgens zetten we ons maximaal in voor realisatie van ‘no regret’ maatregelen, ofwel het laaghangend fruit. Hierbij maken we gebruik van de ‘zonneladder’, die de voorkeursvolgorde weergeeft van de aanleg van zonnepanelen. Met de eerste vier stappen op de zonneladder verwachten we 0,28 TWh te kunnen realiseren. Met behulp van het planMER zijn de globale zoekgebieden uit de concept-RES nader afgebakend en ontstaat er inzicht in de milieueffecten (leefomgeving, landschap en ecologie), de kansen voor koppeling aan andere thema’s (landbouw, economie, natuur en klimaat) en de mogelijke energieopbrengst van de zoekgebieden. Er lijkt voldoende potentie aanwezig ter ondersteuning van onze bijdrage van 2 TWh duurzame energie in 2030. Dat een locatie buiten het planMER valt betekent niet per se dat die locatie onmogelijk is. Gemeenten kunnen onderzoeken of (lokaal) maatwerk mogelijk is.
-
-
-
-
We werken toe naar een meest haalbare selectie van zoekgebieden op basis van het planMER, de inspraak en adviezen (Cie MER en Brabant Advies) n.a.v. het planMER, de analyses van de netbeheerders en de reacties vanuit de gemeenteraden. Om het bod van 2 TWh in 2030 te verwezenlijken moet de RES vertaald worden naar beleid, regels en uitvoeringsprojecten. Het realiseren van de no-regret maatregelen heeft daarbij prioriteit; Het realiseren van grootschalige zon- en windprojecten vraagt veel voorbereidingstijd. Beide routes moeten we tegelijk bewandelen om ons doel voor 2030 te halen.
cultuurhistorisch-waardevol gebied en dat dit zoekgebied wordt ingesloten door NatuurNetwerkBrabant (NNB) en Natura 2000 gebieden. Wat ons betreft zou dit gebied onder geen voorwaarde een plek mogen krijgen in de RES 1.0 als potentieel zoekgebied voor grootschalige opwek.
Door middel van een financieel voorschot hebben relatief grote initiatiefnemers de mogelijkheid om capaciteit op het elektriciteitsnetwerk te ‘claimen’ zonder dat hiervoor al een concreet initiatief in zicht is. Afhankelijk van het gesloten contract kan deze capaciteit gedurende circa 12-36 maanden geclaimd worden. Deze capaciteit is dus in de tussentijd niet beschikbaar voor andere initiatieven terwijl op voorhand niet duidelijk is of deze capaciteit daadwerkelijk benut gaat worden. Wat ons betreft zou dit in de toekomst niet langer op een dergelijke manier mogelijk moeten zijn.
Waar extra netwerkcapaciteit al op korte termijn mogelijk gemaakt kan worden, bijvoorbeeld door de inzet van redundantie (reservekabel) of noodoplossingen (bijv. batterijen), moet daar op worden ingezet en deze capaciteit eerlijk worden verdeeld op basis van potentiële opwekking, in plaats van technische of financiële overwegingen zoals dat nu het geval is. Hierbij moet extra aandacht zijn voor subregio’s zoals de Kempengemeenten, waarbij al langere tijd de status ‘ernstige congestie van het elektriciteitsnetwerk’ van kracht is en er reeds een flinke wachtlijst aan initiatieven ontstaan is. In dergelijke regio’s staat daarbij ook het draagvlak onder druk.
Het planMER is een momentopname gebaseerd op de op dat moment geldende restricties, technische haalbaarheid en alle bijbehorende harde- en zachte belemmeringen (bijvoorbeeld radartoets vliegveld). Op basis van onder andere het planMER
Er is continue afstemming tussen netbeheerder en de lokale en regionale overheden. We stemmen de verdeling van de
beschikbare capaciteit en noodzakelijke investeringen in de toekomst regionaal af. Een degelijke en afgestemde uitvoeringsplanning biedt zekerheid om te komen tot nieuwe investeringen.
worden uiteindelijk keuzes gemaakt voor onder andere zoekgebieden voor grootschalige opwek. Onze gemeente wil graag aandacht voor mogelijke toekomstige veranderende omstandigheden in relatie tot bijvoorbeeld wet- en regelgeving/radarverstoring/innovaties. Tijdens de verplichte tweejaarlijkse herijking van de RES zou ook expliciet aandacht moeten zijn voor deze mogelijke veranderingen.
5. Stap voor stap naar uitvoering Kernpunten uit de Concept RES 1.0: - Naar verwachting zullen we halverwege 2021 verschillende scenario’s voor samenwerking in de uitvoering kunnen voorleggen aan de gemeenten, provincie en waterschappen. Om vervolgens afspraken te maken om als gezamenlijke overheden, in samenwerking met de betrokken stakeholders, slimmer en efficiënter stappen te zetten in de realisatie van de energietransitie.
Wij onderschrijven het belang van samenwerking binnen de RES om uiteindelijk slimmer/efficiënter stappen te kunnen zetten in relatie tot de energietransitie.