Bijlage 1. Notitie Voortzetting Meerjarenbeleidskader Jeugdhulp in de Kempen 2024 en 2025
Tekst van het document
NOTITIE Voortzetting van het Meerjaren beleidskader Jeugdhulp in de Kempen 2020 - 2024 Om richting te geven aan het jeugdhulpbeleid in De Kempen is het Meerjaren beleidskader Jeugdhulp in de Kempen 2020-2024 (MJBK) vastgesteld. Dit beleidskader wordt gedragen door zes actielijnen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Een betere toegang voor jeugdhulp Meer kinderen zo thuismogelijk laten opgroeien Kinderen kansen bieden zich te ontwikkelen Kwetsbare jeugdigen beter op weg helpen zelfstandig te worden Jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt Investeren in vakmanschap van de jeugdprofessionals
Met deze actielijnen zitten we inhoudelijk, ook voor de komende periode, op de goede weg. Dat wordt onderschreven door een aantal richtinggevende notities; de Regiovisie Jeugdhulp 2023-2026, de Hervormingsagenda en het Toekomstscenario kind en gezinsbescherming. Deze notities zijn nog in ontwikkeling maar zijn op hoofdlijnen inhoudelijk samengevat en geconcretiseerd in onderstaand overzicht.
Alle jongeren groeien op in hun eigen veilige omgeving met als dat nodig is een passende vorm van ondersteuning of zorg. Wat doen we daarvoor? Hoe doen we dat? Inzetten op preventie; Versterken lokale teams, kwalitatief en kwantitatief (o.a. op basis van beweging naar voren. de vijf basisfuncties: veilige leefomgeving, vroegsignalering, (voorkomen specialistische toegankelijke hulp, handelen met brede blik (integraliteit) jeugdhulp) Realiseren effectieve Leveren van maatwerk, beter bereik van de doelgroep, afbakenen van jeugdhulp de jeugdwet aan de voorkant en mét ouders en jeugdigen zorgen voor de juiste ondersteuning Data gestuurd werken Collectievering van het aanbod Kwaliteits- en effectiviteitsverbetering door Samen leren, ontwikkelen en implementeren Normaliseren Bevorderen van integraliteit (Beter) Verbinden van de drie decentralisaties: de jeugdwet, de Wmo en de participatiewet (ook ‘jeugd’, ‘zorg’ en ‘werk’ genoemd). en samenwerking in de Verbinden van jeugdhulp aan het onderwijs en aan andere lokale en regionale inrichting van het sociaal lokale/regionale partners in het sociaal domein domein.
Waar zetten we gedurende de verlengingsperiode op in voor elk van de actielijnen?
1
Onderstaand geven we weer hoe de hoofdlijnen van de regiovisie, de hervormingsagenda en het Toekomstscenario kind en gezinsbescherming worden vertaald in de actielijnen. 1. Een betere toegang voor jeugdhulp Met het verbeteren van de Toegang zetten we in op preventie en op het realiseren van effectieve jeugdhulp. Het spreekuur voorliggend aan een eventuele intake, wordt voortgezet. We evalueren de huidige werkwijze waarbij we een passende wijze van registratie ontwikkelen die onder andere inzicht geeft in de mate waarin met het spreekuur preventief en effectief gehandeld wordt. Daarnaast blijven we, onder andere op basis van data gestuurd werken, investeren in de samenstelling van onze teams om tot een zo effectief mogelijke inzet van jeugdhulp te komen; welke (inhoudelijke) expertise, hoeveel fte en in welke positie, LOT, Toegang of CJG+. 2. Meer kinderen zo thuismogelijk laten opgroeien In de regio Samen voor Jeugd wordt gestart met een pilot kleinschalige woonvoorziening. Jongeren verblijven daarbij in een kleinschalige voorziening in kleinere groepen en in een wijk (zo dicht mogelijk bij huis) met de bedoeling om de impact van een uithuisplaatsing zo klein mogelijk te houden. Activiteiten op andere leefgebieden dan wonen (school, vrije tijd) kunnen, al dan niet met enige aanpassing, worden voortgezet, evenals de relaties die daar bij horen.
We gaan verder met de in 2021 gestarte pilot ‘Buurtgezinnen’ waarbij gezinnen die steun kunnen gebruiken gekoppeld worden aan een gezin uit de buurt dat deze steun kan bieden. Onder begeleiding van een coördinator worden afspraken gemaakt over hoe die steun er uit ziet. Het kan bijvoorbeeld gaan om een vaste speelafspraak, logeren, of samen iets leuks doen. Eén van de succesfactoren voor het slagen van deze vormen van jeugdhulp zit in de aanwezigheid van lokale netwerken, formeel en informeel samengesteld, die in staat zijn deze jongeren op school en in hun vrije tijd, die vorm van ondersteuning en begeleiding te geven die ze nodig hebben. Van deze netwerken gaat eveneens een preventieve werking uit. In de afgelopen jaren is verblijf in de Kempengemeenten al afgenomen. We zetten er op in dat kinderen alleen niet meer thuis kunnen wonen, als het anders niet meer mogelijk is (ontwikkelings-bedreiging, onveiligheid, risico’s, noodzaak tot behandeling). 3. Alle kinderen de kans bieden zich te ontwikkelen In algemene zin richten we ons met deze actielijn op het bevorderen van integraliteit en samenwerking in de lokale en regionale inrichting van het sociaal domein. Dit vertaalt zich voor de Kempen in een sterke lokale/subregionale sociale infrastructuur.
In concrete zin betekent dit: • Continuering van ‘Samen Doen’ Met ‘Samen Doen’ is de basis voor aansluiting op het onderwijs gerealiseerd. Op basis van een evaluatie wordt besloten hoe we hier mee verder gaan. Aandachtspunten hierbij zijn: - Maatwerk; met de wijze van aansluiting houden we rekening met de behoefte van de school. - Voorkomen van schooluitval/thuiszitters. - Ontwikkelen passende wijze van registratie, doelen en resultaten. • Samenwerking huisartsen In de Kempen gaan we onderzoeken of en zo ja hoe de samenwerking verbeterd kan worden om te bereiken dat meer verwijzingen via ‘onze’ toegang lopen. Dit heeft zowel om inhoudelijke als financiële afwegingen onze voorkeur. Onze jeugd en gezinswerkers van de toegang zetten passend aanbod in op basis van inzicht in de context van de vraag en pas als het lokale vrij toegankelijke aanbod of inzet van het LOT of CJG+ niet volstaat, wordt specialistische jeugdhulp ingezet. • Onze jeugd- en gezinswerkers werken in de gezinnen veelal samen met alle vormen van onderwijs, naast of vanuit Samen Doen. 4. Kwetsbare jeugdigen beter op weg helpen zelfstandig te worden Deze actielijn vraagt in de verdere uitwerking om het in samenhang behandelen van vragen en problemen die zich voordoen op verschillende leefgebieden van onze inwoners.
Dat betekent het realiseren van een betere verbinding tussen de drie decentralisaties: de jeugdwet, de Wmo en de participatiewet. Onze jeugd-
2
en gezinswerkers hebben de taak regie te nemen op de jeugdhulp. Zij regisseren dat wat nodig is, niet alleen op de hulpvraag die er ligt, maar ook als er meer nodig is voor de jeugdige.
3
Concrete voorbeelden zijn: • De overgang van jongeren in jeugdhulp van 18 – naar 18+, wat vraagt om tijdige en goede afstemming en samenwerking tussen jeugd naar Wmo. De afspraken hierover worden verfijnd waar nodig. • Gezinnen waarin sprake is van opvoedvragen en schuldenproblematiek vragen om een goede verbinding en samenwerking tussen jeugd en schuldhulpverlening. Er wordt ingezet op het beter kennen van elkaar en daarmee meer samenhang voor de gezinnen. 5. Jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt De bedoeling van het Toekomstscenario kind en gezinsbescherming is om vanuit de huidige organisaties van Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de Gecertificeerde Instellingen (GI’s) in samenwerking met lokale/regionale teams te komen tot Regionale Veiligheidsteams. Dit gaat grote gevolgen hebben voor de werkwijze voor het vrijwillig kader (=uitvoering door CJG+ de Kempen) en de jeugdbeschermingsketen. Ons Kempenteam voor Jeugdhulp is hier al in behoorlijke mate op voorbereid, wat sinds 2015 hulp verleent bij onveiligheid, risico’s en complexiteit. De ontwikkelingen in de jeugdbeschermingsketen, code zwart in de jeugdzorg, wachttijden bij RvdK, de veranderde samenwerking met de verschillende GI’s, verhogen de druk op het Kempenteam. Om dit op te vangen wordt bij het CJG+ vanaf 1-4-2023 1 fte extra ingezet. 6.
Investeren in vakmanschap van de jeugdprofessionals We voldoen aan de eisen voor bijscholing die de beroepsregistratie SKJ aan professionals stelt, daarnaast biedt de GRSK een scholingsaanbod voor medewerkers in de lijn van hun persoonlijke ontwikkeling dat zoveel mogelijk aansluit bij het invullen van specifieke taken in het primair proces.
4