Bijlage 1 Kadernota Geldzorgen in de Kempen 2025-2028
Tekst van het document
We zetten in op preventie door informatie over life events (zoals geboorte, werkloos raken, ziekte, pensioen, echtscheiding, overlijden partner, psychische problemen/verslaving etc.) te verstrekken. We bepalen samen met onze partners in het maatschappelijk middenveld welk aanbod rondom life events we opzetten, denk aan voorlichtingen, bijeenkomsten en flyermateriaal. Per doelgroep bepalen we hoe we hen op een effectieve manier kunnen benaderen. De informatiecampagnes maken de inwoner bewust van de financiële risico’s en voorzien in tips voor budgetbeheer.
•
We zetten in op vervolg van de pilot huisbezoeken vroegsignalering. Zoals vermeld in hoofdstuk 4 loopt de pilot huisbezoeken nog. De eindevaluatie volgt eind 2024. Gelet op de positieve resultaten tot nu toe is de verwachting dat we de pilot/werkwijze vanaf 2025 voortzetten en onderzoeken we welke mogelijkheden voor eventuele uitbreiding er zijn. We verkennen of we vrijwillige afspraken kunnen maken met partners (anders dan de vaste lasten partners) over betalingsachterstanden.
•
We bepalen samen met partners het vervolg van de informatiepleinen. In september 2023 zijn in Bladel en Eersel informatiepleinen van start gegaan. Inwoners kunnen zonder afspraak binnen lopen voor gratis advies voor allerlei hulpvragen. Ten tijde van het schrijven van het stuk wordt het vervolg van de informatiepleinen verkend. Tot nu toe geven de deelnemers (bibliotheek, DigiTaalhuis, Sociaal Raadsliedenwerk , Juridisch loket en Thuisadministratie) aan elkaar beter te vinden door deze werkwijze. Echter blijft het aantal bezoekers nog achter. We onderzoeken waar verbetermogelijkheden zitten, waarbij we ons ook focussen op gerichte communicatie naar risicogroepen.
•
We zetten het aanbod van Geldfit (De Nederlandse Schuldhulproute) voort. Geldfit biedt een laagdrempelig platform voor tips en informatie over geld. Inwoners krijgen een passend advies of worden in contact gebracht met gemeentelijk hulpaanbod. We blijven het gebruik van Geldfit in de Kempen monitoren middels de dashboards, verkennen de postcodepreventie-aanpak van Geldfit en verkennen mogelijkheden om communicatiemateriaal in te zetten.
•
We zetten nog meer in op het versterken van signalering via bestaande en nieuwe vindplekken. Dit doen we niet alleen door onze individuele voorzieningen, maar ook het collectieve aanbod dat voor alle inwoners toegankelijk is (vb. Informatiepleinen, Webinars) én de signaleringskaart geldzorgen onder de aandacht te (blijven) brengen bij partners. We verkennen en versterken ook de signalering en toeleiding naar ondersteuning via (nieuwe) vindplekken, zoals: verenigingen, werkgevers (via het programma Brainport voor Elkaar waar we aan deelnemen) en de rechtbank. Tot slot blijven we aansluiting zoeken bij het programma Kansrijke Start om ook de verbinding met gezondheidsachterstanden te maken.
•
We zetten het project ‘Speaking Minds’ voort en verkennen verdere mogelijkheden rondom financiële educatie in het basis- en voortgezet onderwijs. Met Speaking Minds hebben we jongeren van het Pius X-college mee laten denken op thema’s rondom armoede. De ervaringen zijn erg positief geweest, zowel bij het Pius X-College, als bij de Kempengemeenten. De leerlingen hebben een kledinginzamelingsactie voor de Kledingbank georganiseerd en brieven ontwikkeld voor ouders met aanbod bij geldzorgen. Dit draagt bij aan taboedoorbreking en jongerenparticipatie bij gemeentelijk beleid wordt versterkt. 23
5.3 Speerpunt 2: Bekendheid met ondersteuningsmogelijkheden en vergroten van het bereik De inwoner weet welk aanbod er is, begrijpt dit en heeft hier vertrouwen in.
Waarom?
Uit de interviews en thematafels kwam naar voren dat zowel inwoners als partners uit het (voorliggend) veld over het algemeen tevreden zijn over het bestaande gemeentelijke ondersteuningsaanbod. Ze geven echter aan dat inwoners hier onvoldoende van op de hoogte zijn. Dit beeld wordt bevestigd in het onderzoeksrapport van KWIZ. Het bereik van bepaalde regelingen blijft achter op het landelijke bereik. Voor de Participatieregeling 18+ is daarom per 1 januari 2024 het bedrag verhoogd en zijn de bestedingsdoelen verruimd. Het is echter nog te vroeg om te meten of het gebruik is toegenomen. Het bereik van de regelingen laat zien dat bijvoorbeeld de ‘kwijtschelding van gemeentelijke belastingen’ door ongeveer 33 tot 44 procent van de doelgroep wordt gebruikt. Aangezien de kwijtschelding beschikbaar is voor de huishoudens met een inkomen op bijstandsniveau, wordt een groot deel van deze huishoudens met deze ondersteuning niet bereikt. Uit de inkomenseffecten blijkt juist dat huishoudens die moeten rondkomen op bijstandsniveau weinig bestedingsruimte hebben als zij niet van gemeentelijke regelingen – zoals de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen – gebruikmaken. Bovendien is de groep huishoudens op bijstandsniveau relatief gezien vaker langdurig minima dan huishoudens met een hoger inkomen.
Hoe gaan we dit doen? •
We communiceren over de ondersteuningsmogelijkheden (minimaregelingen, schuldhulpverlening en aanbod in het voorliggend veld). We zetten in op het creëren van bekendheid van alle ondersteuningsmogelijkheden met extra aandacht voor specifieke doelgroepen (zoals AOW-gerechtigden; een relatief grote groep inwoners binnen de minimadoelgroep) en specifieke regelingen waarbij het bereik laag blijkt in verhouding tot vergelijkbare gemeenten, zoals de Participatieregeling 18+ en de kwijtschelding gemeentelijke belastingen.
•
We zorgen voor een overzichtelijke weergave van het minimabeleid op B1-niveau. We zorgen ervoor dat het landelijke en lokale aanbod eenvoudig en overzichtelijk te vinden is op de website van elke gemeente in de Kempen en in een flyer. Daarnaast brengen we het aanbod ook regelmatig onder de aandacht bij inwoners via de gemeentelijke media, lokale krantjes etc. Dit geldt zowel voor financiële ondersteunende regelingen als voor ondersteuning bij schulden. Ook zorgen we ervoor dat in mondelinge communicatie met de inwoner rekening gehouden wordt met eenvoudig taalgebruik. Daarbij communiceren we met een duidelijke boodschap.
•
We vereenvoudigen het aanvragen van meerdere regelingen. Als inwoners met een hulpvraag binnenkomen om één regeling aan te vragen, wijzen we hen ook op de andere regelingen waarvoor zij in aanmerking komen. We onderzoeken of dit kan middels het werken met één (digitaal) aanvraagformulier waarop een aanvraag voor meerdere minimaregelingen ineens kan worden ingediend.
•
We benaderen inwoners die een bijstandsuitkering krijgen actief over het ondersteuningsaanbod dat wij hebben. We benaderen deze inwoners proactief en benoemen het ondersteuningsaanbod bij geldzorgen en schulden. Wellicht ook met een jaarlijks gesprek.
“Te veel regelingen maken het niet overzichtelijk. Ook het taalgebruik en de verwijzingen creëren eerder chaos en onoverzichtelijkheid dan oplossingen. Hierdoor haken mensen af voordat ze überhaupt contact opnemen.”
24
“Het zou mijns inziens goed zijn als er een goed en duidelijk overzicht beschikbaar zou zijn van alle opties voor de doelgroep. Deze informatie zou dan te vinden moeten zijn op iedere website van de betreffende partijen. Als mensen dan op zoek gaan naar ondersteuning in welke vorm dan ook dan komen ze allemaal dezelfde informatie tegen. Overwogen zou kunnen worden om deze informatie eenmalig aan alle huishoudens beschikbaar te stellen en daarin duidelijk aan te geven dat deze info op allerlei sites beschikbaar is en dat wijzigingen in de toekomst op deze sites te vinden zijn.”
5.4 Speerpunt 3: Laagdrempelige toegang en eenvoud
Het is makkelijk om ondersteuning te vragen en we kijken actief waar we nog meer kunnen helpen. De inwoner voelt zich gehoord en ervaart minder geldstress.
Waarom?
We willen meer inzetten op persoonlijk contact wanneer een inwoner met een hulpvraag contact opneemt. Via een gesprek, via de mail of via de telefoon, afhankelijk van de voorkeur van de inwoner. Wanneer een inwoner eenmaal de stap naar hulpverlening heeft gezet, maar de hulpvraag ergens anders thuishoort, zetten we in op een warme overdracht en actieve benadering. Dit belang werd ook in de interviews met inwoners benadrukt. We gaan er niet vanuit dat iedere inwoner met een hulpvraag zelf contact opneemt. We gaan er actief op af en helpen met ontzorgen (zonder daarbij de verantwoordelijkheid van de inwoner weg te nemen). Daarnaast laten diverse recente onderzoeken zien dat mensen met geldzorgen door stress geen goede beslissingen kunnen nemen en hulp nodig hebben. Dit vraagt dan ook om aandacht voor stress sensitieve dienstverlening. Een integrale blik en brede uitvraag passen hierbij. Geldzorgen hebben vaak invloed op andere leefgebieden. Een aanvraag bijzondere bijstand is tot op heden een ‘papieren transactie’ en past dus niet meer in deze visie. Daarnaast geven inwoners tijdens interviews aan dat het helpend is om informatie stap voor stap (in kleine stukjes) aan hen over te brengen.
In de interviews wordt daarnaast duidelijk dat de drempel die inwoners ervaren voor een gesprek met een consulent schuldhulpverlening met name veroorzaakt wordt door de veelvoud aan formulieren die zij op voorhand moeten aanleveren. In de praktijk is dit inmiddels niet meer de realiteit, maar gevoelsmatig levert dit een drempel op. De toegang tot dienstverlening kan dus van invloed zijn op het niveau van stress dat inwoners ervaren.
Hoe gaan we dit doen? •
We zetten in op stress sensitieve dienstverlening. Door in de dienstverlening rekening te houden met de effecten van langdurige stress, kunnen we inwoners met geldzorgen beter helpen. Door bijvoorbeeld aanvraagprocedures overzichtelijk te houden, te ontzorgen en trajecten in de schuldhulpverlening op te knippen in kleine stapjes. Stress sensitieve dienstverlening komt dan ook terug in alle eerder benoemde acties hierboven. Daarnaast willen we inzetten op het scholen van onze consulenten, zodat zij deze methodiek kunnen toepassen in gesprekken met inwoners en met meer empathie om kunnen gaan met mensen in financiële nood
•
We onderzoeken hoe aanvraagformulieren voor minimaregelingen vereenvoudigd kunnen worden. We evalueren, indien mogelijk ook met ervaringsdeskundigen/inwoners met een laag inkomen zelf, hoe het invullen zo eenvoudig mogelijk kan worden gemaakt. We letten hier nadrukkelijk op B1 niveau en bijvoorbeeld het gebruik van pictogrammen. Natuurlijk dient er wel aan de wettelijke eisen voor het aanvragen van deze regelingen te worden voldaan.
25
•
We verkennen de mogelijkheden rondom het automatisch/ambtshalve toekennen van voorzieningen. In de Kempengemeenten is het al mogelijk om bijvoorbeeld de kwijtschelding ambtshalve toe te kennen waardoor meerdere jaren achtereen aanvragen niet nodig is. Hier wordt dus al op ingezet. We onderzoeken of dit ook voor andere regelingen mogelijk is.
•
We onderzoeken hoe we de bereikbaarheid van de gemeentelijke dienstverlening kunnen verbeteren. Dit doen we bijvoorbeeld door te verkennen of we onze telefonische spreekuren kunnen verruimen.
•
We verkennen de mogelijkheden voor een brede intake. Tijdens een brede intake wordt de hulpvraag besproken en wordt bekeken met welk ondersteuningsaanbod we de inwoners kunnen ondersteunen. Met een brede uitvraag wordt de hulpvraag integraal opgepakt en kan de inwoner waar nodig warm worden overgedragen naar de verschillende afdelingen binnen het sociaal domein. De consulenten schuldhulpverlening passen deze vorm van intake al toe. Voor bijzondere bijstand wordt verkend hoe de brede intake in de dienstverlening opgenomen kan worden. Enkel een ‘papieren transactie’ is dan niet meer aan de orde. Het is onze wens om te achterhalen wat er speelt, zodat we gericht kunnen kijken welk aanbod passend is.
“Het zou goed zijn als er meer vanuit positiviteit wordt gesproken naar een inwoner met schulden/weinig geld. In plaats van spreken in: ‘u moet’ zou ‘dit zijn de mogelijkheden’ prettiger zijn.’’
5.5 Speerpunt 4: Verstevigen onderlinge samenwerking Samen zorgen we ervoor dat een inwoner met een hulpvraag over geldzorgen gezien en geholpen wordt.
Waarom?
We onderscheiden in het versterken van onderlinge samenwerking enerzijds de samenwerking tussen de gemeenten en de partijen in het voorliggend veld en anderzijds de samenwerking binnen de gemeentelijke afdelingen/domeinen. Wat duidelijk werd tijdens de thematafels en het Kempencongres is dat wij als gemeenten het taboe op geldzorgen niet alleen op kunnen lossen. Hier hebben we de organisaties in het maatschappelijk middenveld heel hard bij nodig. Ondanks de brede communicatie vanuit de gemeente realiseren we ons dat het voor een inwoner toch lastig blijft om te weten waar hij moet zijn. Je moet als inwoner ook maar net die informatie tegenkomen op het moment dat jij deze informatie nodig hebt. Daarom willen we er ook voor zorgen dat de vrijwilligers en de professionals in het ondersteuningsaanbod weten welk hulpaanbod er nog meer is en dat zij inwoners die bij hen aankloppen actief informeren en in contact brengen met de gemeente en het overige hulpaanbod. Samen doen dus! Dit vraagt om een goede samenwerking en uitwisseling tussen alle partners. Het is belangrijk dat partners elkaar kennen, op de hoogte zijn van elkaars aanbod en bereid zijn de inwoner daarmee in verbinding te brengen zodat we samen de inwoner verder kunnen helpen. Dit vraagt om een blijvende inzet zeker in de huidige arbeidsmarkt waar mensen steeds sneller van baan wisselen.
De afgelopen jaren hebben we al veel ingezet op kennisdeling en samenwerking. De dialoogavonden in het teken van stress bij schulden en de pilot vanuit gemeente Eersel waar consulenten Schuldhulpverlening en Thuisadministratie elkaar konden ontmoeten, zijn hier twee positieve voorbeelden van.
26
Met de overgang van bijzondere bijstand (en dus de volledige uitvoering van de Participatiewet) naar KempenPlus is er een knip ontstaan tussen de uitvoering van bijzondere bijstand en schuldhulpverlening en het Sociaal Raadsliedenwerk. Hierdoor is het van belang dat we alert zijn en blijven op de toegang en onderlinge samenwerking voor wat betreft ondersteuning bij geldzorgen.
Hoe gaan we dit doen? •
We blijven ontmoeting tussen diverse afdelingen binnen het sociaal domein stimuleren en faciliteren. Het is van belang dat medewerkers in het sociaal domein van elkaar weten wat zij doen en welk ander aanbod er binnen gemeenten is. We zetten er op in dat de afdelingen Schuldhulpverlening, Bijzondere Bijstand, Werk en Inkomen, Jeugd en WMO op de hoogte zijn van elkaars aanbod zodat een hulpvraag op een meer integrale manier kan worden opgepakt. Signalen worden zo opgemerkt en kunnen warm worden overgedragen naar de andere domeinen wanneer dit van toepassing is.
•
We blijven doorgaan met het versterken van de samenwerking tussen gemeenten en organisaties in het maatschappelijk middenveld. We houden de organisaties actief op de hoogte van het gemeentelijke ondersteuningsaanbod door o.a. de nieuwsbrief geldzaken in te zetten. Ook zetten we de bijeenkomsten voor de vrijwilligers van de thuisadministratie voort. Voor schuldhulpverlening wordt verkend hoe het lokale en regionale netwerk vergroot en versterkt kan worden. Het huidige netwerk is door de kleine regio sterk, echter ambiëren we om het netwerk uit te breiden met partners die verder van ons afstaan. Zo gaan we bepalen of aansluiten bij Het Schuldenknooppunt mogelijk is en onderzoeken we de koppeling met andere hulptrajecten, zoals werken inkomenstrajecten, dit om de kans op duurzame oplossingen te vergroten. Verder bepalen we of we de samenwerking met bewindvoerders kunnen verstevigen.
•
We blijven de dialoogavonden voor het maatschappelijk middenveld voortzetten. Gedurende de dialoogavonden hebben we de afgelopen jaren diverse actuele thema’s en ontwikkelingen geagendeerd, zoals stress bij schulden. De opkomst is tot op heden altijd hoog en ervaringen zijn positief: men kan elkaar ontmoeten, uitwisselen en geïnspireerd worden. Hier gaan we dan ook mee verder.
“Er wordt veel doorverwezen naar andere afdelingen of medewerkers. Dat is te begrijpen maar telkens weer je verhaal moeten vertellen kan lastig zijn. De mensen op de werkvloer zijn welaardig en deskundig daar ligt het niet aan. Afstemming met elkaar en het voorliggend veld is noodzakelijk.”
27
6. Monitoring In hoofdstuk 5 hebben we 4 speerpunten en bijbehorende acties benoemd. Deze acties moeten er toe leiden dat we inwoners met geldzorgen in een eerder stadium bereiken en dat zij gebruik maken van het beschikbare ondersteuningsaanbod. In dit hoofdstuk maken we onze doelen concreet en maken we duidelijk hoe we dit gaan meten.
Inwoners eerder bereiken
Het in een eerder stadium bereiken van inwoners meten we door de gemiddelde schuldhoogte bij aanvang van een schuldhulptraject te meten. Immers, als we een inwoner op een eerder moment ondersteunen, zijn de betalingsachterstanden/schulden nog niet zo ver opgelopen. Dit betreft ook het ondersteunen van inwoners met minimaregelingen. Als een inwoner met een laag inkomen de regelingen kent en gebruikt, wordt het besteedbaar inkomen vergroot en kunnen betalingsachterstanden mogelijk worden voorkomen. De gemiddelde schuldhoogte bij aanvang schuldregeling in de Kempen is op dit moment € 31.681,-. Dat is aanzienlijk minder dan de gemiddelde landelijke schuldhoogte die € 38.735 bedraagt (NVVK jaarverslag 2023). We willen de gemiddelde schuldhoogte verlagen met 5% naar circa € 30.000,-. Dit lijkt ons reëel met de kanttekening dat gelet op het relatief kleine aantal schuldregelingen een uitschieter naar boven of naar beneden de hoogte van de gemiddelde schuldhoogte behoorlijk kan beïnvoeden en daarmee kan zorgen voor afwijkingen.
Toename gebruik minimaregelingen
We hebben nu door KWIZ onderzoek laten doen naar het gebruik van de minimaregelingen. In 2028 herhalen we een dergelijk onderzoek. Bergeijk
Bladel
Eersel
Reusel-De Mierden
Landelijk
Ambitie 2028
Kwijtschelding 33% gemeentelijke belastingen
40%
44%
34%
70-75%
50%
Bijzondere bijstand
24%
21%
22%
20%
20-25%
Handhaven huidige percentages
Individuele inkomenstoeslag
43%
48%
54%
37%
40-45%
(Minimaal) 45%
Collectieve zorgverzekering
30%
34%
37%
39%
35-40%
Handhaven huidige percentages 12
Participatieregeling 18+
4%
8%
6%
8%
35-40%
20%
Participatie kinderen
65%
55%
77%
90%
35-40%
Minimaal 50% 13
Rapport KWIZ p. 9: Het bereik van de collectieve zorgverzekering voor de vier Kempengemeenten ligt in werkelijkheid hoger om-dat in de bereikcijfers de gebruikers van VGZ niet zijn meegenomen. 12 Het hoge bereik in 2023 is in enkele gemeenten mogelijk mede veroorzaakt door verstrekking aan kinderen uit Oekraïne. emeenten verstrekken ook subsidies aan andere partijen in het voorliggend veld zoals bijvoorbeeld aan CordaadWelzijn en de Voedselbank. Deze subsidies worden hier verder buiten beschouwing gelaten. 11
28
We willen met het bereik van de regelingen, daar waar we dat nog niet hebben gehaald op of dichter bij het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten komen. Dat betekent dat we voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen en de Participatieregeling 18+ een forse stap moeten maken. Nu we niet hebben kunnen achterhalen waarom we bij deze regelingen een lager bereik hebben, is het niet reëel om te verwachten dat we in 4 jaar bij het landelijk gemiddelde uitkomen, wel kan een goede stap worden gezet. In onderstaande tabel zie je per gemeente het huidige bereik, het landelijke gemiddelde bereik en onze ambitie voor 2028.
Toename bereik schuldhulpverlening
Voor schuldhulpverlening willen we dat het aantal aanmeldingen met een verzoek om informatie, advies of een hulpvraag met betrekking tot hun financiën toeneemt. In onderstaande tabel zie je per gemeente het aantal meldingen bij het team Schuldhulpverlening en onze ambitie voor 2028. Onze ambitie voor 2028 is om het aantal aanmeldingen met 25% te laten toenemen.
Aantal meldingen schuldhulp
Bergeijk
Bladel
Eersel
Reusel-De Mierden
Totaal
2023
37
29
35
21
122
Ambitie 2028
46
36
43
26
151
29
7. Financiën In dit hoofdstuk brengen we in beeld welke uitgaven reeds zijn begroot en maken we inzichtelijk wat de gevolgen zijn van de keuzes die in deze kadernota worden voorgesteld. Naast de keuzes in de kadernota is er ook de reguliere groei, door bijvoorbeeld groei van aantal inwoners of veranderingen in doelgroep. Door dit beleidsplan en de inzet op bijvoorbeeld communicatie worden ook inwoners bereikt, die nu al recht hebben op een regeling maar daar geen gebruik van maken.
7.1 Programmakosten
Programmakosten zijn kosten van de regelingen zelf. Het geld dat bij de inwoners terecht komt. De regelingen zijn open-eind-regelingen, wat inhoudt dat wanneer een inwoner voldoet aan de gestelde voorwaarden hij of zij recht heeft. Ongeacht het budget dat vooraf begroot is. In de onderstaande tabel zie je de programmakosten per jaar die reeds begroot zijn voor het minimabeleid en schuldhulpverlening. Dit zijn de bedragen volgens de 2e marap KempenPlus (met uitzondering van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen) en de 2e marap van MD die door de gemeenten zijn verwerkt in de gemeentelijke begrotingen. In de onderste tabel is tot slot nog de subsidie aan stichting Leergeld opgenomen 12 voor de participatie 18-14 . 12 13 Gemeenten verstrekken ook subsidies aan andere partijen in het voorliggend veld zoals bijvoorbeeld aan CordaadWelzijn en de Voedselbank. Deze subsidies worden hier verder buiten beschouwing gelaten.
Begroot 2025-2028 Programmakosten Minimabeleid
Bladel
Eersel
Reusel-De Mierden
Totaal
Bijzondere bijstand
€ 223.000
€ 240.000
€ 242.000
€ 107.000
€
812.000
Collectieve ziektekostenverzekering
€ 105.000
€ 136.000
€ 140.000
€ 92.000
€
473.000
Individuele inkomenstoeslag
€ 30.000
€ 30.000
€ 33.000
€ 20.000
€
113.000
Participatieregeling 18+
€
€
€
€
7.500
€
25.000
Kwijtschelding ge-meentelijke belastingen
€ 43.000
€ 40.000
€ 50.550
€ 23.888
€
157.438
Totaal
€ 403.500
€ 453.500
€ 473.050
€ 250.388
€ 1.580.438
Begroot 2025-2028 Programmakosten Schuldhulp Schuldhulp Begroot Participatie 18-kinderen Subsidie Leergeld
30
Bergeijk
2.500
Bergeijk
7.500
Bladel
€ 5.000 Bergeijk € 52.000
7.500
Eersel
€ 5.000 Bladel € 53.000
Reusel-De Mierden € 5.000
Eersel € 51.100
€ 5.000 Reusel-De Mierden € 35.000
Totaal
€ 20.000 Totaal € 191.100
In hoofdstuk 6 hebben wij opgenomen wat onze ambitie is om het bereik te laten groeien. Er wordt een langzame stijging verwacht over de komende jaren. Dit hangt nauw samen met communicatie en bekendheid van regelingen en de wijzigingen die daarin plaats gaan vinden. De andere voorstellen in de kadernota zijn om de individuele inkomenstoeslag te verhogen en om te onderzoeken of we over kunnen stappen naar een lagere vaste bijdrage per pakket zonder dat inwoners hierdoor onderverzekerd raken. Als we in 2028 onze ambitie behalen èn rekening houden met de verhoging van de individuele inkomenstoeslag, betekent dit naar verwachting een structurele stijging van ongeveer 10% op de totale programmakosten, (inclusief de kwijtschelding gemeentelijke belastingen). Een mogelijke verlaging van de tegemoetkoming voor de collectieve ziektekostenverzekering (ook een voorstel in deze kadernota) is hierin nog niet doorgerekend omdat dit eerst nog verder onderzocht moet worden. Ontwikkelingen worden door MD en Kempenplus in beeld gebracht bij de bestuurs- en managementrapportages. Daar waar nodig stellen we de gemeentelijke begrotingen bij.
7.2 Bedrijfsvoeringskosten
Onder bedrijfsvoeringskosten verstaan we de kosten die we maken om de regelingen uit te voeren. Deze kadernota heeft mogelijk gevolgen voor de bedrijfsvoeringskosten van MD en KempenPlus. Mogelijk, omdat we enerzijds inzetten op het vergroten van het bereik van de regelingen met als gevolg meer aanvragen die behandeld moeten worden en meer besluiten die genomen moeten worden. Anderzijds zetten we in op laagdrempelige toegang en eenvoudige processen waardoor wellicht ook de eigen processen efficiënter kunnen worden ingericht. Dat maakt dat het op dit moment nog niet mogelijk is om aan te geven of er gevolgen zijn voor de uitvoeringskosten en zo ja, wat deze gevolgen financieel betekenen. Daarnaast verwachten we de bestaande pilot vroegsignalering om te zetten in een reguliere werkwijze. Dit leidt mogelijk tot extra uitvoeringskosten en bekostiging van de maatschappelijk werker van Lumens. Naast de ambities in deze nota heb je ook landelijke ontwikkelingen die financiële gevolgen kunnen hebben. Een belangrijke ontwikkeling is het plan ‘basisdienstverlening schuldhulpverlening’, hiervoor ontvangen gemeenten, in de algemene uitkering, aanvullende middelen vanuit het Rijk. De ontwikkeling moet leiden tot een hulpaanbod dat toegankelijker is en in iedere gemeente bestaat uit minimaal dezelfde elementen.
Omdat de plannen nog niet concreet zijn kunnen we hier nog geen financiële gevolgen aan verbinden. Ontwikkelingen worden door MD en Kempenplus in beeld gebracht bij de bestuurs- en managementrapportages. Daar waar nodig stellen we de gemeentelijke begrotingen bij.
7.3 Overige kosten
Met dit beleidsplan willen we vooral inzetten op het vergroten van het bereik van regelingen. Hiervoor is een budget nodig voor gezamenlijke en lokale (communicatie)activiteiten van € 2.500,- tot € 5.000,- per jaar per gemeente. Om onze ambities en doelen goed te monitoren willen we in 2028 opnieuw onderzoeken waar we staan in relatie tot vergelijkbare landelijke gemeenten. Hiervoor is in 2028 een budget nodig van € 4.000 per gemeente.
31